Maar liefst 48 getuigschriften werden er dit voorjaar uitgereikt. En samen met deze nieuwe Weerterlogen werd er getoost op de geschiedenis van Weert, die zich in een sterk toenemende belangstelling mag verheugen.
Weerterlogen voorjaar 2024.
Dankzij blijvende belangstelling is besloten om al komend najaar te starten met een nieuwe reeks van de cursus Weerterlogie. In een serie van acht dinsdagavonden vanaf 8 oktober 2024 enkele enthousiaste experts een gevarieerde introductie in de geschiedenis en cultuur van de stad Weert. Op het eind van de cursus volgt de feestelijke installatie als Weerterloog.
08 oktober
dr. Henk Hiddink over prehistorie en oudheid
15 oktober
drs. John van Cauteren over de Middeleeuwen tot de Tachtigjarige Oorlog
22 oktober
dr. Jos Wassink over de 17de en 18de eeuw
29 oktober
dr. Joost Welten over de Franse tijd
05 november
Peter Korten over de 19de eeuw
12 november
drs. John van Cauteren over de Weerter kunst
19 november
drs. Theo Schers over de beide Wereldoorlogen en het interbellum
26 november
drs. Frits Nies over de opbouw en afbraak na WO II
Stichting De Aldenborgh wil de belangstelling voor en kennis van de lokale geschiedenis vergroten. Met de opgedane kennis kunnen deelnemers na afloop gemakkelijk hun familie en vrienden rondleiden door Weert. En samen nog meer genieten van deze stad en regio.
Voor wie?
De cursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen minimumvooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen. Het maximumaantal deelnemers is 50 om een soort klassikaal contact tussen docenten en deelnemers te garanderen.
Op maandag 30 september 2024 om 19.30 uur worden deze unieke schoolfoto’s tentoongesteld in de Heilig Hartkerk aan de Bocholterweg in Altweerterheide.
Bezoekers worden uitgenodigd om te helpen, zodat de gezichten van de leerlingen en leerkrachten op de foto’s geïdentificeerd kunnen worden. Neem daarbij vooral oude foto’s van familieleden mee om vergelijkingen te maken en zo namen aan de gezichten te koppelen.
Meer informatie op WeertdeGekste: https://www.weertdegekste.nl/2024/09/unieke-schoolfotos-ontdekt-uit-1936-1948-in-altweerterheide/
Foto`s – tenzij anders aangegeven – en tekst: Wil Filott
Op 31 augustus 2024, de laatste dag van de meteorologische zomer, vond de najaarsexcursie van GHK Thorn, LGOG, kring Weert en de Aldenborgh plaats. De weergoden waren ons deze keer weer goed gezind. De vooruitzichten waren dat de dag zonnig zou verlopen. Het doel van de reis was Breda. Met een volle bus werd koers gezet naar het Brabantse Land. Huub aan de Boom verwelkomde de deelnemers in de bus. Ook werd een blad met de Kruislegende van Breda uitgedeeld om alvast een beetje te proeven van de plaats van bestemming. De reis naar Breda liep door een file tussen Eindhoven en Tilburg een half uur vertraging op. Door passend optreden van de reisorganisatoren en de welwillende medewerking van het restaurant, de gidsen en de deelnemers leverde dat nauwelijks problemen op bij het afwerken van het programma.
Breda
In Breda konden we op het terras van restaurant Latour genieten van een kop koffie of thee en een stuk appeltaart, naar wens voorzien van een dot slagroom. Na deze versnapering werd te voet koers gezet naar de Grote Kerk. Daar werd het gezelschap in groepen verdeeld voor een stadswandeling met deskundige gidsen. Uw verslaglegger werd ingedeeld in de groep van gids Suijkerbuijk.
De inleiding van de gids voor de ingang van de Grote Kerk is uw verslaglegger deels ontgaan. Dat lag, behalve misschien aan zijn afgenomen hoorcapaciteit en het optreden van smartlappenkoren, vooral aan het gebeier van de Nassauklok. Deze klok wordt alleen geluid bij speciale gelegenheden. Hoog bezoek uit Thorn en Weert is natuurlijk zo uitzonderlijk dat Breda daarvoor graag de Nassauklok wil laten horen.
De Havermarkt
De Troubadour met op de sokkel de wapens van de Oranjesteden.
Via een doorgang onder hotel Bliss en een stil pleintje met luxe winkeltjes bereikten we de Havermarkt. Vroeger werden daar de paarden, die met wagens goederen Breda in- en uitvoerden, voorzien van haver en hooi. Na de grote stadsbrand in 1534 werd het gebied heringericht met kleine straatjes. Er bevindt zich een van de oudste panden van Breda. Vroeger woonden hier zusters, die in het pand de mogelijkheid tot overnachting boden. Toen Breda een garnizoensstad werd, ondervonden de zusters overlast van het in hun ogen ongepast gedrag van de militairen. Zij werden onder andere op straat nagefloten. Grensoverschrijdend gedrag? De zusters zijn in ieder geval verhuisd naar Oosterhout. Momenteel is in het pand een Oosters restaurant gehuisvest.
Tegenover het pand staat het beeldje De Troubadour. Dat beeldje is aan Breda geschonken door de firma Hero, onder meer bekend van de jam. Eenzelfde beeldje staat in drie andere Oranjesteden: Diest in België, Orange in Frankrijk en Dillenburg in Duitsland.
De haven
Voormalige vishal Breda.
De haven was vroeger een getijdehaven met een niveauverschil van zo`n 70 centimeter. De haven werd gebruikt als riool en beerput. Verontreinigd water vormde een probleem voor de talrijke brouwerijen. In de hoogtijdagen telde Breda 350 brouwerijen. In de vorige eeuw kregen twee brouwerijen landelijke bekendheid: De Drie Hoefijzers met bier dat volgens de gids niet te zuipen was en Oranjeboom met volgens de gids heerlijk bier.
De haven is in de jaren zestig van de vorige eeuw gedempt. Er werd op die plek een weg aangelegd. Onder de weg lag een parkeergarage met benzinepomp. Begin deze eeuw heeft de stad Breda met subsidie van de Europese Unie de haven weer uitgebaggerd. Voortschrijdend inzicht of politieke draaikonterij?
Bij de haven bevindt zich op de vismarkt de voormalige vishal, waar vroege rivier- en zeevis werd verkocht, aangevoerd via rivier de Mark. Ook dit rijksmonument is nu in gebruik als horecagelegenheid.
Spanjaardsgat
Spanjaardsgat met links de granaattoren en rechts de duiventoren.
Vanaf de haven heeft men zicht op het Spanjaardsgat. Deze plaats heeft in de vaderlandse geschiedenis een plek verworven met het turfschip van Breda. Breda was eind 16de eeuw bezet door de Spanjaarden. Op de laatste dag van carnaval 1590 voer een schip met verborgen onder een lading turf Staatse soldaten ongehinderd Breda binnen. Die soldaten overmeesterden de Spanjaarden, die zich vanwege carnaval in ruime mate bezondigd hadden aan inname van alcoholische dranken.
Breda werd op 4 maart 1590 bevrijd van de Spanjaarden. Een Nederlands voorbeeld van een list à la het Paard van Troje. De Spanjaarden kwamen later (tijdelijk) weer terug en werden pas definitief verjaagd in 1637 door Frederik Hendrik.
Het Spanjaardsgat is een restant van de vroegere beschermingsmuur van het kasteel van Breda. In de Duiventoren is een protestantse gebedsruimte en in de Granaattoren een katholieke kapel.
Huis Brecht
Een van de oudste huizen van Breda is huis Brecht. Het gebouw is vernoemd naar Jan van Brecht, die het in de 15de eeuw verwierf. Jan van Brecht had 20 kinderen. Van hoeveel vrouwen bleef in het ongewisse. Onder meer deze kinderschare was reden voor Jan van Brecht om een kapel in de woning te bouwen. Na een tijdje militair hospitaal te zijn geweest, is het nu een onderkomen voor een historische bibliotheek.
Het kasteel van Breda kan beschouwd worden als het stamslot van de katholieke Nassau‘s. Graaf Hendrik II van Nassau liet, mede onder invloed van zijn Spaanse vrouw Mencia de Mendoza, de burcht verbouwen tot een renaissancepaleis. Het kasteel werd in 1812 door koning Willem I tot kazerne bestemd. De versieringen werden verwijderd. Het kasteel werd een echte kazerne. Thans is de Koninklijke Militaire Academie, het opleidingsinstituut voor de Nederlandse krijgsmacht, er gevestigd. Het kasteel is niet van de openbare weg te zien en slechts op afspraak te bezoeken. Omdat het een militair terrein is, is een bezoek omgeven met veel veiligheidsmaatregelen.
Voor het kasteel bevindt zich het Valkenbergpark, wat vroeger de tuin van het kasteel was. In die tuin werden ook valken voor de jacht gehouden, vandaar de naam. In het park stonden vroeger veel beelden. Een overgebleven beeld stelt Hercules voor. Omdat het beeld door vuil groen uitgeslagen raakte, wordt het door de Bredanaars Vuile Jan genoemd.
Het kasteel van Breda. Bron: https://www.kasteelvanbreda.nl
Het Begijnhof
Toegangspoort Begijnhof met deelnemers en gids Suijkerbuijk.
Het Begijnhof in Breda is een van de twee nog in Nederland bestaande “echte” begijnhoven. Het andere is in Amsterdam. Begijnen waren vrouwen die volgens bepaalde regels leefden Zo waren zij celibatair.
De pastoor van het begijnhof in Breda controleerde `s avonds na het sluiten van de toegangspoort huis na huis of er geen mannen in het begijnhof waren achtergebleven. Achter de toegangspoort bevindt zich de Waalse kerk (église wallonne), vroeger de kapelvan het begijnhof.
De 19de eeuw is er aan de andere kant van het begijnhof een nieuwe kapel gebouwd, gewijd aan de heilige Catharina. De kapel is nu een geliefde trouwlocatie. Links achter de kapel bevindt zich het “kakhuisje”, waar de begijnen hun behoeften moesten doen, ook bij nacht en ontij.
De huisjes worden thans verhuurd, waarbij van de bewoners wordt verwacht dat zij de traditie respecteren. Er is echter geen pastoor meer die komt controleren op nachtelijk bezoek. Een van de huisjes heeft een scheve voordeur. De oorzaak daarvan is dat het deels op een oude, gedempte gracht is gebouwd.
Met het bezoek aan het begijnhof eindigde de stadswandeling. In het programma was tijd ingeruimd voor een lunch. De deelnemers aan de excursie konden kiezen uit de vele restaurants die het centrum van Breda rijk is. Voorzien van spijs en drank werd `s middags een bezoek gebracht aan de Grote Kerk.
De Grote Kerk
Muurschildering Annunciatie.
De Grote Kerk is een top honderd rijksmonument. De bouw daarvan is rond 1410 begonnen Het was oorspronkelijk een katholieke kerk, maar is sinds de verovering van Breda door Frederik Hendrik in 1637 protestants. Omdat de protestanten geen afbeeldingen van heiligen in hun kerk tolereerden, werden de muren en plafonds witgekalkt.
Bij een restauratie is na verwijdering van de kalk onder meer een prachtige muurschildering van de Annunciatie tevoorschijn gekomen.
In de kerk werd vroeger op Hemelvaartsdag een kruis de hoogte ingetrokken als symbool van de hemelvaart. Met Pinksteren werd een duif vanuit het gewelf losgelaten als symbool van de Heilige Geest die nederdaalt.
In de toren van de Grote Kerk hangt de zogenaamde Nassauklok. Deze wordt alleen geluid bij bijzonder gelegenheden zoals de Nassaudag en de Polendag.
Het priesterkoor
Het priesterkoor is afgescheiden van de rest van de kerk. Alleen kanunniken en priesters mochten op het koor plaatsnemen. De kerkdiensten moesten staande worden gevolgd. Om toch enige ondersteuning te hebben, zijn op de klapzittingen van de koorbanken aan de onderkant gebeeldhouwde consoles aangebracht, waarop geleund kan worden. De afbeeldingen op de consoles betreffen meestal beroepen. Ook in het recente verleden zijn er consoles aangebracht. Twee daarvan herinneren aan de bevrijding van Breda in 1944 door Polen. Op een ervan houdt een Poolse soldaat een Duitser onder schot. De ander vertoont een Poolse soldaat op een motor met op de buddyseat een Bredaas meisje.
De Nassau`s
Grafmonument Nassau’s.
Breda is de stad van de katholieke tak van de Nassau`s. In de Grote Kerk bevindt zich een metershoog grafmonument van deze Nassau`s. Aan de achterkant van het grafmonument bevindt zich een afbeelding van de heilige Geertruida. Deze heilige werd aangeroepen bij plagen van muizen en ratten. Geertruidenberg is naar haar genoemd.Willem van Oranje was oorspronkelijk ook katholiek. Pas na het huwelijk met zijn derde vrouw Charlotte van Bourbon omarmde Willem het protestantisme. Willem verkreeg via de familie Van Châlon, die geparenteerd was met de Nassau`s, het prinsdom Orange in het zuiden van Franrijk en mocht zich sindsdien prins noemen.
De Prinsenkapel
In de Prinsenkapel bevindt zich het prachtige praalgraf voor graaf Engelbrecht II van Nassau en zijn vrouw Cimburgia van Baden. De graaf en zijn vrouw zijn in liggende houding afgebeeld op hun doodsbed. Vier figuren uit de oudheid, onder wie Julius Caesar, dragen een plaat met daarop in steen stukken van de wapenuitrusting van de graaf.
Praalgraf Engelbrecht II van Nassau en zijn vrouw Johanna van Polanen. Bron: nl.wikipedia.org/wiki/Grote_Kerk_(Breda)#/media/Bestand:Grote_Kerk_Breda_
Het schip van de kerk
De rondleiding werd afgesloten in het schip van de kerk. In de vloer bevinden zich een groot aantal grafstenen. De stoffelijke resten van de daaronder begraven personen zijn bij de aanleg van vloerverwarming verwijderd en herbegraven in een verloren hoekje in de kerk.
In het midden van de kerk bevindt zich de Prinsenbank, geschonken door Amalia van Solms. Toen koningin Wilhelmina de kerk bezocht, nam zij plaats in de Prinsenbank. Omdat zij klein van stuk was, bleek dat zij niet over de rand van de bank kon kijken. Dat probleem werd vindingrijk opgelost door de stoel op een flink aantal bijbels te plaatsen.Het slotstuk van de bezichtiging was het grote kerkorgel. Het orgel is uitgevoerd inde kleuren blauw engoud, dekleurenvande Nassau`s. Het orgel heeftniet minder dan 3750 pijpen. Hetwordt bekroond met het wapen van de stad Breda.
De Grote Markt
Na deze geslaagde rondleidingen met deskundige gidsen was er voldoende tijd om de indrukken te verwerken en op deze heerlijke zomerse dag te gaan genieten van de zon of van de schaduw. En waar kon dat beter dan met een drankje op de Grote Markt op een van de talrijke terrassen die de binnenstad van Breda rijk is. Vanaf de terrassen konden de deelnemers ook genieten van de zang van een van de vele koren die in het kader van een smartlappenfestival hun vocale kunsten ten gehore brachten.
Uw verslaglegger heeft overigens geen enkele aanduiding gezien van De Drie Hoefijzers of Oranjeboom. Verdronken in de zee van de vergetelheid?
Na het gezellige en sociale samenzijn op de terrassen was iedereen weer stipt op tijd bij het vertrekpunt van de bus. Enkelen profiteerden nog van de gelegenheid om een ijsje te scoren bij de IJssalon van Breda. Hub aan de Boom constateerde in de bus dat we een geslaagde dag achter de rug hadden met deskundige gidsen en begunstigd door het fraaie weer. Hij bedankte de deelnemers voor hun discipline. Chauffeur Richard Heesterbeek werd gecomplimenteerd voor de rust die hij bewaarde en uitstraalde tijdens de file. Hub overhandigde hem als dank een envelop met inhoud. Richard bracht alle deelnemers veilig en mooi op tijd terug naar Weert en Thorn.
De deelnemers aan deze excursie hebben kunnen genieten van een boeiende, leerzame, aangename en gezellige dag.
Op 27 augustus 2024 verzamelden zich zo`n 260 liefhebbers van regionale cultuurhistorie in de Gerardus Majella kerk te Nederweert-Eind om deel te nemen aan de laatste `Gluren bij de buren` van de cultuurhistorische zomer 2024. De kerkbanken waren zeer goed bezet.
Een deel van de deelnemers in de Gerardus Majella kerk.
Lenie Verheijen
Lenie Verheijen van de plaatselijke organisatie heette de aanwezigen mede namens GHK ´Thorn´, De Aldenborgh, de kring Weert van het koninklijk LGOG en de erfgoedgemeenschap Nederweert welkom in de monumentale kerk. Zij deelde mee dat de bijeenkomst gratis was, maar dat er wel een collecte voor een vrijwillige bijdrage voor het onderhoud van de kerk werd gehouden.
De nummers die de deelnemers bij de ingang van de kerk hadden gekregen hadden een dubbel doel. Ten eerste vond aan de hand daarvan een indeling in vijf groepen plaats. Ten tweede waren het lotnummers voor een loterij, die na afloop van de rondleiding in Eynderhoof gehouden zou worden.
Boris Meessen
Boris Meessen, wethouder van de gemeente Weert, zei trots te zijn op de erfgoedgemeenschap en haar activiteiten. Een bijeenkomst als deze was een goede gelegenheid om bekenden te ontmoeten en nieuwe mensen te leren kennen. Zonder vrijwilligers was dat niet mogelijk. Hij vroeg dan ook om een applaus voor hen.
Peter Korten
Peter Korten dankte het kerkbestuur voor het ter beschikking stellen van de kerk. Gluren bij de buren in Nederweert-Eind was de laatste van het seizoen 2014. Volgend jaar vindt de 20ste editie plaats. Met Gluren bij de buren zijn inmiddels talloze plaatsen in de regio bezocht.
Hij benadrukte het belang van lokale mensen voor de cultuurhistorie. Zij vormen het geheugen en het geweten van een plaats. Zij staan vrijwillig en belangeloos klaar voor informatie aan inwoners, inwijkelingen en gemeentebesturen. Een mooi voorbeeld van een lokaal vrijwilligersinitiatief is het openluchtmuseum Eynderhoof.
Sprekend vanaf de kansel in de kerk sprak hij zijn zorgen uit over de verhouding tussen het gemeentebestuur en lokale mensen, die zich bekommeren om het erfgoed. Het is volgens hem niet nodig om mensen van buiten in te schakelen voor erfgoed-aangelegenheden.
Er zijn voldoende lokale deskundigen om de gemeente te adviseren. Hij sprak de hoop en de verwachting uit dat de problemen met de nieuwe wethouder worden opgelost. Het voorgaande moge voor een buitenstander enigszins vreemd klinken, maar ingewijden weten waar Peter op doelde.
Een klein geschiedenisoverzicht
Henk Verheijen
Henk Verheijen vertelde dat we in Nederweert-Eind geen kastelen en grote boerderijen moeten verwachten. Op de Tranchotkaart van einde 18de eeuw is Eind omgeven door moerassen en heidevelden. Rond 1900 telde Eind een 60-tal kleine boerderijen. De boeren hielden schapen, met name voor de mest, en teelden op akkers boekweit, aardappelen en granen. Ze waren praktisch zelfvoorzienend. Op vrijdag werd er brood en vlaai gebakken in bakhuisjes. De warmte in de oven werd ook gebruikt voor het drogen van pruimen voor ooftenvlaai. In de herfst werd er thuis een varken geslacht. Er werd geen honger geleden maar het leven bestond grotendeels uit hard werken, ook zondags als de pastoor daar tenminste toestemming voor had gegeven.
Op 8 oktober 1944 vond er een razzia plaats, waarbij 108 mannen werden opgepakt en gedeporteerd naar Duitsland. Twaalf mannen hebben dat niet overleefd. In de jaren 70-tig van de vorige eeuw vond er een ruilverkaveling plaats. De kleine boerderijen verdwenen en er kwamen minder, maar grotere bedrijven voor in de plaats. Eind is nu een dorp met een woonfunctie aan de Noordervaart.
De Gerardus Majella kerk
Priesterkoor Gerardus Majella kerk
Henk Verheijen vertelde in de kerk over de ontstaansgeschiedenis van het gebouw. De inwoners van Eind kerkten vroeger in Nederweert, een lange voettocht. In 1938 werd Eind een zelfstandige parochie. Vanwege de oorlog en het gebrek aan geld in de naoorlogse periode kwam het pas begin jaren vijftig tot de bouw van een eigen kerk onder pastoor Maes. Deze was afkomstig van de brouwersfamilie Maes in Stramproy. Tot zijn benoeming in Eind was hij leraar Frans aan het Bisschoppelijk College te Weert geweest. Maes was een ondernemend person.
Hij wilde een moderne kerk. Daarvoor schakelde hij architect Weegels uit Weert en de kunstenaar Cor van Geleuken uit Stramproy in. Weegels en Van Geleuken reisden naar Frankrijk en Zwitserland om ideeën op te doen. Zij hadden tijdens hun trip een ontmoeting met de beroemde architect Corbusier. Het resultaat is een kerk in de vorm van een vlaaipunt met een ietwat oplopende vloer met kleine pilaren om het zicht op het ronde, lichte koor zo weinig mogelijk te belemmeren.
De kerk is versierd met meer dan 150 kunstwerken van Cor van Geleuken. De kerk en de kunstwerken hebben een sterk symbolisch karakter. Zo stellen de 52 gebrandschilderde ramen in het schip van de kerk de 52 zondagen in een jaar voor. De ramen verbeelden in een bepaald ritme geloof, hoop en liefde. De twaalf pilaren staan voor de twaalf apostelen, die zoals de pilaren de kerk dragen. De pilaren zijn versierd met kruisjes, allen verschillend van vorm net zoals alle apostelen een verschillend karakter hadden. De door Van Geleuken ontworpen kerkbanken staan in een theatervorm opgesteld. Het priesterkoor baadt in het licht in tegenstelling tot het ietwat donkerder schip. De kerk is sinds 2015 een rijksmonument als voorbeeld van een bijzonder gebouw uit de opbouwperiode.
Lenie Verheijen vertelde op het pastoor Maesplein, dat het plein nu zowat het centrum van Eind vormt.Vroeger lag het centrum bij de brug. Daar waren de boterfabriek De Eendracht, een café met beugelbaan en een smederij gevestigd. De Eindsevrouwenhaddenook eenkeer een kleurtje toebedeeld gekregen.Kermiszondag in Eind was de zondag voor Pinksteren. De vrouwen wilden dat die verplaatst werd naar de zondag na Pinksteren in verband met het vele werk dat voor hen aan de kermis verbonden was. Zij verzochten degemeenteraad van Nederweert omdekermiszondag te verplaatsen. Deraad, geheel bestaandeuit mannen, weeshetverzoekaf. Eenkrant meldde: “Vrouwen van Eind lopen een blauwtje”.
Groep 1 op het pastoor Maesplein.Beeld Gerardus MajellaDe lijdende Christus
De kerk was bijna zonderkerktoren gebouwd. Het geld was op. De inwoners vanEind vonden dat niet kunnen. Erwerden actiesop touw gezet. Het resultaat was dat er een 17 meter hoge kerktoren kon worden gebouwd, losstaand van de kerk. In de torenhangen drie klokken.Eenklok heet Jacobusklok, geschonken ter gelegenheid van 25-jarig priesterjubileum van pastoor Jacobus Maes.
De patroonheilige van de parochie Nederweert-Eind is Gerardus Majella. Deze naam heeft te maken met de eerste bouwpastoor Brand, een redemptorist uit Wittem. Het Redemptoristenklooster in Wittem was een bedevaartsoord voor de heilige Gerardus Majella. Op de kerkmuur is een beeld van deze heilige aangebracht.
Op het kerkhof bevindt zich achter de `hemelpoort `een betonnenbeeld vaneenlijdende Christus van Cor van Geleuken.
De voormalige pastorie
Maart Vestjens
Maart Vestjens stond bij de voormalige pastorie. Deze dateert uit 1941 en is ontworpen door architect Franssen uit Roermond. De eerste bewoners waren pastoor Brand en zijn huishoudster. In 1942 werd de pastorie getroffen door fosforbommen. De bovenverdieping brandde volledig uit. De huishoudster die daar haar vertrek had, kon ternauwernood gered gered worden. De pastorie is daarna hersteld. Pastoor Brand was een sober mens. Hij woonde slechts in een klein gedeelte van de pastorie. In 1952 werd pastoor Maes tot zielenherder van Nederweert-Eind benoemd.
Voormalige pastorie Nederweert-Eind.
Maart Vestjens vertelde dat hij kort na het aantreden van pastoor Maes geboren is en gedoopt moest worden. Maes, die tot dan toe leraar aan het Bisschoppelijk College te Weert was geweest, was heel nerveus. Hij bekende dat hij nog nooit iemand had gedoopt en niet wist hoe dat moest. Het is toch gelukt en zo werd Maart Vestjens de eerste dopeling van pastoor Maes. Hij heeft steeds contact gehouden met pastoor Maes.De pastorie is thans in gebruik als huisvesting voor arbeidsmigranten. De pastorie is een gemeentelijk monument.
De bewaarschool
Piet Hermans
Piet Hermans ontving de deelnemers aan het hek van de voormalige bewaarschool. Hij zei dat hij geboren en getogen was in Eind maar al vele jaren in België woonde. Nadat er eerst een houten noodschool was geweest, werd er eind jaren vijftig van de vorige eeuw begonnen met de bouw van een stenen school. Ook hier was er een samenwerking tussen Pierre Weegels, de architect, en Cor van Geleuken, de kunstenaar. De aannemer was Sjeng Heijnen uit Eind. De vorm van school doet denken aan een kloek die haar beschermende vleugels over mensen in het gebouw uitstrekt.
Piet Hermans was letterlijk betrokken geweest bij het kunstwerk van Cor van Geleuken. Pastoor Maes vreesde dat het kunstwerk niet tijdig klaar zou zijn voor de opening. Piet werd “vrijwillig” ingeschakeld als hulpje van Van Geleuken. Het kunstwerk kwam tijdig klaar.
Kunstwerk van Cor van Geleuken op voormalige bewaarschool Nederweert-Eind.
De school dreigde op eengegevenmoment afgebroken te worden, maar dat is gelukkig afgewend. De school is nu een gemeentelijk monument waar aan de voorzijde het werk van VanGeleukenvanaf de straat te bewonderen is.
Eynderhoof
Peter Willekens – Bron: Weertdegekste
Peter Willekens verwelkomde ons in Eynderhoof. Het openluchtmuseum Eynderhoof is ontstaan uit een festival van oude ambachten. Na langdurig overleg met de gemeente is er op het voetbalveld van Eindse Boys een museum ontstaan. Het museum heeft de volgende uitgangspunten:
het zichtbaar maken van wonen en werken in de regio tussen 1850 en 1950;
het museum laten “runnen” door vrijwilligers. Er zijn thans 430 vrijwilligers, komend uit de ruime regio. De gemiddelde leeftijd is 73 jaar. Er zijn 10 werkgroepen onder andere voor de tuin, de horeca, de bouw en rondleidingen. Het museum is het grootste bedrijf in de gemeente maar de “werknemers”, de vrijwilligers, krijgen geen salaris. Hun beloning bestaat uit koffie, vlaai en een feestavond maar vooral uit plezier in hun werk en contacten;
het museum laten “leven”. Er wordt gewerkt aan 20 ambachten zoals hout zagen, klompen maken, bakken. Een nieuw project is het bouwen van een peelboerderijtje, waar het vroegere boerenbedrijf actief op kleine schaal zal worden uitgeoefend met een moestuin, varkens, koeien en akkers.
De inkomsten van Eynderhoof bestaan uit:
entreegelden van bezoekers;
de opbrengsten van de horeca-activiteiten;
de opbrengsten van producten gemaakt door vrijwilligers;
de bijdragen van Vrienden van Eynderhoof.
De nazit
Na de rondleiding bezochten zeer veel deelnemers de herberg van Lieberte Gon in Eynderhoofom te genieten van een of meer drankjes. De herberg was te klein voor de vele bezoekers. Een aantal moest uitwijken naar een aangebouwde tent. Een veel genuttigde drank was Gouverneurbier van brouwerij Lindeboom in Neer. De editie 2024 van Gluren bij de buren was in Neer begonnen. De cirkel was daarmee rond. Velen lieten zich de kans niet ontgaan om te genieten van een stuk vlaai, gebakken in de oven van Eynderhoof. Op deze avond is door de deelnemers aan deze Gluren bij de buren een stevige bijdrage geleverd aan de inkomsten van Eynderhoof. Tijdens de nazit vond er ook nog de loting plaats. Wie de prijswinnaars waren en wat de prijzen waren, is uw verslaglegger ontgaan.
Drukte aan de toog van Lieberte Gon.Een gezellig onderonsje met Belgisch Limburgse gluurders.
Slot
Met de nazit in Eynderhoof eindigde deze goed georganiseerde en perfect uitgevoerde Gluren bij de buren in Nederweert-Eind. Alle lof en dank voor de organisatie en de vrijwilligers die deze avond tot een succes hebben gemaakt. Nederweert-Eind staat nu voor velen (weer) op de kaart.
Op donderdagmiddag 12 augustus 2024 vond er in het Belgische Bocholt een symposium plaats met als titel ‘De kat van huis en de duivel op het kussen, graaf Filips de Montmorency en zijn powervrouwen’. Aanleiding voor het evenement was dat het 500 jaar geleden is dat Filips de Montmorency, graaf van Horne, geboren is op het kasteel van Ooidonk in Deinze. De opkomst voor het symposium was groot, 300 deelnemers. De grote zaal van het Brouwershuis in Bocholt was helemaal vol. Er moesten zelfs stoelen worden bijgeplaatst.
Overzicht van de volle zaal van het Brouwershuis in Bocholt.Peter Korten
Peter Korten heette de bezoekers namens de heemkundige Kring Bocholt, het Geschied- en oudheidkundig genootschap De Aldenborgh, kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en de Erfgoedgemeenschap Nederweertwelkom. Een speciaal woord van welkom was er voor mr. Magnee, de huidige kasteelheer van kasteel Horn. Peter Korten dankte de sprekers voor hun bijdragen en Alfons Bruekers ook voor de techniek. Veel gemeenten in Belgische en Nederlands Limburg konden volgens hem een voorbeeld nemen aan Bocholt voor wat betreft het belang dat aan cultuurhistorie wordt gehecht. Hij dankte dan ook de gemeente Bocholt voor haar bijdrage. Na deze lovende woorden gaf hij het woord aan burgemeester Stijn Van Baelen van Bocholt.
Burgemeester Stijn Van Baelen
Burgemeester Stijn Van Baelen verwelkomde de deelnemers in zijn gemeente. Hij dankte de initiatiefnemers en organisatie van het symposium in Bocholt. Hij benadrukte het belang van kennis van de geschiedenis voor de toekomst. In het symposium zag hij ook een bewijs van samenwerking en het naar elkaar toegroeien van de beide Limburgen. De titel van het symposium betitelde hij als een cliff hanger in een spannend verhaal. De geschiedenis bewijst dat ook in de politiek godsdienst van belang kan zijn, ten goede of ten kwade. Ook wat er achter de voordeur bij politici gebeurt, is niet te onderschatten. Als voorbeeld noemde hij voormalig Amerikaans president Ronald Reagan, die belangrijke beslissingen mede liet afhangen van de mening van zijn echtgenote Nancy.
Sneeuwwitje, wakker gekust door een prins.
Peter Korten voerde vervolgens Sneeuwwitje ten tonele. Dat leek vreemd en verrassend. De relatie met het onderwerp van het symposium werd echter snel duidelijk. Voor Sneeuwwitje in het sprookje van de gebroeders Grimm zou Margaretha von Waldeck, een verblindende schoonheid, ‘model’ hebben gestaan. De echte Margaretha verhuisde op jeugdige leeftijd naar Brussel. Haar uitzonderlijke schoonheid trok de aandacht van hoge edelen in Brussel. Zowel Lamoraal van Egmond als Willem van Oranje, de kompanen van Filips de Montmorency, zou verliefd op haar zijn geworden. Ja zelfs wellicht een verhouding met haar hebben gehad. Margaretha is op jonge leeftijd gestorven en in Brussel begraven. Met dit verhaal werd een bruggetje geslagen naar het onderwerp van het symposium.
Sprekers symposium. V.l.n.r: Lennart Willems, Peter Korten, Anneleen Gabriëls, Alfons Bruekers, Mart Graef en Wim Cuppens.
Mart Graef
Mart Graef verhaalde over het ontstaan en het wedervaren van het geslacht van de Van Hornes. In de Nederrijnse territoria was Horne aanvankelijk slechts een heerlijkheid, gelegen aan de Maas. Het verdienmodel van de heer was het heffen van tol op de Maas. Het kasteel van Horn ligt thans iets verwijderd van de Maas. In de loop der jaren heeft die rivier zijn loop gewijzigd, maar de oude beddingen zijn nog in het landschap te zien. Willem I van Horne ging drie hoorns in zijn wapen voeren. Hij was een leenman van de graaf van Loon.
Jacob I van Horne is de eerste Van Horne die zich graaf mag noemen. Hij werd op jonge leeftijd uitgehuwelijkt aan Johanna van Meurs. Na het overlijden van zijn vrouw deed hij afstand van zijn bezittingen en trad hij in het door hem gestichte klooster van de Minderbroeders in Weert, waar hij ook stierf.
Een latere graaf is Jan van Horne. Hij was proost van het kapittel van Sint-Lambertus te Luik. Omdat zijn broer graaf Jacob III geen kinderen had en dus geen opvolger, trad Jan uit de geestelijke stand. Hij trouwde met Anna van Egmont, de weduwe van Joseph de Montmorency. Het huwelijk van Jan van Horne en Anna van Egmont bleef kinderloos. Jan van Horne vermaakte het graafschap Horne en de heerlijkheden Weert, Heusden en Altena aan zijn oudste stiefzoon Filips de Montmorency. Deze trouwde in 1546 met Walburgis van Nieuwenaer. Financieel belangrijk was dat Jan van Horne bij testament het levenslange vruchtgebruik aan zijn echtgenote Anna van Egmond deed toekomen. De inkomsten kwamen dus aan haar toe.
Anna van Egmond zorgde ervoor dat haar zoon in de juiste kringen terechtkwam. Filips werd page in Brussel aan het hof van Karel V. Hij ontmoette daar Philips, zoon van keizer Karel V van Spanje, en later koning van Spanje. Ook maakte hij daar kennis met Willem van Oranje en Lamoraal van Egmont. Zij vormden later het bekende driemanschap, dat zich verzette tegen de plannen van Philips II. Deze wilde een meer centraal geleide staat met ‘wijze mannen’. Dat zou ten koste gaan van de macht van de adel. Na de onthoofding van Filips de Montmorency op de Grote Markt te Brussel op 5 juni 1568, werd door de leenzaal van Kuringen beslist dat het graafschap Horne als zwaardleen zou toevallen aan Luik. Deze situatie is tot 1795, de inlijving bij Frankrijk, gehandhaafd gebleven. Het graafschap Horne werd toen opgeheven.
Lennart Willems
Lennart Willems, de nieuwe conservator van museum W te Weert, vertelde dat de inrichting van het museum thematisch is en niet chronologisch. Het richt zich op diverse levensthema`s. Zijn rol tijdens het symposium was tussen de verhalen van de andere sprekers als intermezzi enkele meer luchtige onderwerpen aan te snijden.
In het eerste intermezzo toonde hij een overigens verkeerd laatje uit het museum. In een dergelijk ander laatje bevindt zich een penning met de beeltenis van Walburgis, de echtgenote van Filips de Montmorency, gemaakt in Antwerpen in 1566.
Wim Cuppens
Wim Cuppens behandelde de relatie tussen Bocholt en de Van Hornes in de 15de en 16de eeuw. De Van Hornes maakten veel schulden. Daarvoor werden gebieden in pand gegeven. Bocholt kwam daardoor materieel in handen van schuldeisers, onder andere van een Van Heers. Ook de familie Van Grevenbroek behoorde tot de schuldeisers. Bocholt en Grote Brogel werden in 1502 als bruidsschat afgestaan aan Margaretha van Horne en Everard van der Marck. In de kerk van Bocholt bevindt zich een retabel met deze Van der Marck met Christoffel.
Glas-in-lood raam in de Katharinakerk te Hoogstraten met Karel van Lalaing.
Later kwam Bocholt weer in het bezit van de Van Hornes. Na het overlijden van Filips de Montmorency kwam Bocholt in handen van zijn zus Eleonora van Montmorency, zulks in tegensteling tot het graafschap Horne dat toeviel aan het Prinsbisdom Luik. Eleonora was getrouwd met Lalaing, graaf van Hoogstraten. Na haar dood kwam Bocholt in het bezit van haar zoon Willem van Lalaing. Tijdens diens minderjarigheid was Karel van Lalaing zijn voogd.
Door de leenzaal te Kuringen werd Bocholt in 1601 toegewezen aan Arnold van Bocholt. Bocholt is tot de Franse tijd in handen gebleven van deze familie van Bocholt.
In een tweede tussenspel van Lennart Willems was een foto te zien van drie portretten van Anna van Egmond en Walburgis van Nieuwenaar, reproducties uit de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek te Wenen, het Louvre in Parijs en het MuséeCondé te Chantilly.
Walburgis van NieuwenaerAnna van Egmont
In depauze werd een filmpje getoond van de tocht te paard van Filips de Montmorency van Bocholt naar Weert. Helaas was het niet Filips in levenden lijve, maareen bronzen ruiterstandbeeld dat nu te pronken staat in het kasteelpark te Weert.
Anneleen Gabriëls
Anneleen Gabriëls vertelde dat Anna van Egmond in de hoogste kringen verkeerde en goede, diplomatieke contacten onderhield met belangrijke personen. Anna van Egmond werd na haar bekering tot het Lutheranisme activistisch. Volgens de kroniek van Maria Luyten bezocht zij kerkdiensten met protestantse voorgangers. Huwelijken in de hogere kringen waren in die tijd voornamelijk gearrangeerde huwelijken, tot stand gebracht tussen families. Zo ook het huwelijk van Filips de Montmorency. Hij is in Weert in 1546 getrouwd met de calvinistische Walburgis van Nieuwenaer. Hun huwelijkscontract was al zes jaar eerder opgemaakt. Walburgis had goede contacten met haar grootvader Floris van Egmont.
Het rijk van Filips de Montmorency bestond in 1560 uit de volgende gebieden: het graafschap Horn, met Bocholt en Kortessem, de heerlijkheden Weert, Wessem en Nederweert, de heerlijkheid Grote Brogel met Erpekom, de heerlijkheid Altena, de heerlijkheid Nevele, en via zijn echtgenote Walburgis van Nieuwenaer het graafschap Nieuwenaer, het graafschap Meurs en Saarwerden.
Tekening van Philips de Montmorency, graaf van Horn.
Filips de Montmorency zat vaak op zwart zaad. Dat lag enerzijds aan een gebrek aan inkomsten, – zijn moeder had immers het vruchtgebruik van de bezittingen – en anderzijds aan zijn hoge uitgavenpatroon. Hij leende geld. Daarvoor gaf hij gebieden in onderpand. Hij leende onder meer van Jacob van Aebroeck te Beek. Tot terugbetaling kwam het niet. De Gemeynte van Bocholt heeft op 5 maart 1566 deze betalingsverplichting van Filips overgenomen.
Na de gevangenneming van Filips de Montmorency hebben zijn moeder en vrouw pogingen ondernomen om hem vrij te krijgen, echter tevergeefs. Na de begrafenis van Filips in Weert hebben zij hun toevlucht in Keulen gezocht, waar zich ook andere edellieden uit de Nederlanden bevonden.
De geuzennap.
Tijdens het laatste intermezzo toonde Lennart Willems de afbeelding van een zogenaamde geuzennap, gemaakt van een kokosnoot, uit het museum Burg-Bentheim. Deze zou afkomstig kunnen zijn van Filips de Montmorency. Waarschijnlijkis dat het niet het geval. Er staan wel hoorns op het daarop aangebrachte wapen, maar het wapen klopt niet. Bovendien is het niet waarschijnlijk dat Filips een dergelijk symbool van de geuzen in bezit zou hebben gehad. Desgevraagd achtte ook Anneleen het onwaarschijnlijk dat de nap van Philips geweest zou zijn.
Alfons BruekersOmcirkeld: het ‘Gallisch’ dorp Neder Weert en Weert.
Alfons Bruekers begon zijn verhaal met de opmerking dat hij zich enerzijds gedrogeerd voelde door de hoeveelheid informatie van de andere sprekers, maar anderzijds was dat mooi, omdat hij naar hen had kunnen luisteren. Hij vertelde afkomstig te zijn uit Nederweert dat een soort haat-liefde verhouding had met Weert. Nederweert was het dorp van de Galliërs en de inwoners van Weert waren Romeinen, maar verder prima volk.
Zijn verhaal was opgedeeld in vier thema’s: Geld, Grenzen,GezagenGeloof. De thema`s werden verder uitgewerkt met voorbeelden. Een aantal daarvan volgt hierna.
Geld. De Van Hornes leefden boven hun stand. Ze hadden voortdurend geldgebrek. In 1534 werd Nederweert verpand aan Frederik van Stellaert. In 1541 vond de Blijde Incomste plaats van Filips de Montmorency. Hij werd beleend met onder meer Weert, Nederweert en Bocholt. Hij beloofde oude privileges te handhaven en geen nieuwe belastingen in te voeren. Die belofte werd ook ondertekend door Anna van Egmont als vruchtgebruikster. De nieuwe ‘machthebbers’ waren niet populair bij de bevolking. Zowel de graaf als zijn moeder werden als vreemdelingen beschouwd. Volgens Maria Luyten was Anna een dominante persoonlijkheid.
Grens. In de middeleeuwen waren er conflicten tussen de inwoners van Nederweert met Someren over heidevelden. Die waren economisch van belang voor het houden van schapen en het steken van turf. In 1375 werd er een eik, genaamd de Kruiseik, geplant om de grens af te bakenen. Dat bleek niet afdoende, conflicten bleven. In 1481 werd de vrede van Nederweert met een nieuwe grens gesloten. Dat was geen eeuwige vrede. In 1547 vond er er een overval plaats van Nederweertenaren op Someren. Er werden paarden, kleren en karren geroofd. Een onderhandelaar van Someren werd in Nederweert in een waterput geworpen. Na een arbitrage werd tussen Brabant en Nederweert de zogenaamde Meulenstatpaal geplaatst.
Gezag. Ook tussen Weert en Nederweert was het niet altijd pais en vree. Anna van Egmond was verbolgen over het optreden van de Nedeweertenaren. Op kerstnacht 1547 trok de schout van Weert met 100 schutters naar de kerk van Nederweert, waar de inwoners voor de nachtdienst bijeen waren. Een aantal burgers verschanste zich in de kerktoren, waar zij het twee maanden uithielden. Nadat de schutters de kerk binnengedrongen waren, voerden zij de `raddraaiers` gevankelijk naar het kasteel van Weert. Anna van Egmond eiste voor hun vrijlating een hoog losgeld.
Geloof. De pastoor van Weert, Thomas van Spranckhuijsen ,had zich bekeerd tot de `nieuwe` godsdienst. Het lukte echter niet de Nederweertenaren tot de nieuwe godsdienst over te halen. Met Pasen 1566 werd een (tweede) poging daartoe ondernomen. Walburgis ging met Thomas van Spranckhuijsen naar de kerk in Nederweert om het nieuwe geloof aan de man te brengen. Dat mislukte jammerlijk. De kerkgangers tierden, schreeuwden en ‘kloterden’ met de klompen. De vrouwen van Nederweert zetten hun ‘beste klomp’ voor. Als beloning kregen de vrouwen van Nederweert de ereplaatsen in de kerk namelijk de zuidzijde, de epistelzijde. In de woelige winter 1566/1567 werd de kerk bewaakt. Filips de Montmorency was tijdens deze gebeurtenissen niet in Weert, maar op reis voor koning Philips II, El Rey, van Spanje. Na zijn terugkeer in Weert prees hij de Nederweertenaren voor hun verzet.
Alfons Bruekers beëindigde zijn verhaal met de constatering dat Filips de Montmorency in zijn leven te maken had met twee grote dilemma`s: de trouw aan Spaanse koning en het verschil in godsdienst tussen hem en zijn moeder Anna Van Egmond en zijn echtgenote Walburgis van Nieuwenaer.
Het symposium werd afgesloten met een fragment uit de musical ‘Graaf van Horne’, waarin Filips de Montmorency op diverse locaties in Weert het lied ‘loatj mich’ zong, eindigend bij zijn grafsteen in de Sint Martinuskerk.
Peter Korten dankte de sprekers voor hun interessante en boeiende lezingen en overreikte hen als blijk van waardering een kistje met voor uw verslaglegger onbekende inhoud.
12000 jaar geleden sloegen de jagers-verzamelaars van de Tjongercultuur hun basiskamp op aan de oevers van het huidige natuurgebied De Banen.
In de IJzertijd, zo rond 600 v. Chr. vestigden de eerste landbouwers zich rond de waterplassen de Banen, het Sarsven, de Schoorkuilen en de Kwegt. Nu mooie wandelgebieden met een rijke flora en fauna.
Eind was een gehucht, een vlekje op de kaart, weggedoken achter de Noordervaart. Begin 20ste eeuw was het een hoofdzakelijk agrarische gemeenschap, die bestond uit 750 inwoners. Er werd door weer en wind te voet naar de kerk gegaan in Nederweert.
In 1939, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, werd op initiatief van enkele bewoners een eigen parochie gesticht. Er werd een bouwpastoor benoemd en op 10 juni 1956 werd de Sint Gerardus-Majella kerk ingewijd. De meningen over het resultaat waren verdeeld. Deze kerk, vol symboliek is nu een Rijks- monument.
Er zijn ook nog twee gemeentelijke monumenten: De pastorie en de voormalige kleuterschool.
Voor de kerk ligt het Pastoor Maesplein met monumenten die verwijzen naar diverse gebeurtenissen uit het verleden. Eind heeft, maanden liggend aan de frontlinie, zwaar geleden in de Tweede Wereldoorlog. Het dorp Nederweert-Eind heeft bekendheid gekregen door het Limburgs Openluchtmuseum Eynderhoof. Al deze bouwwerken zullen tijdens Gluren bij de buren… in Nederweert-Eind op 27 augustus worden bezocht. De gezamenlijke afsluiting is in het openluchtmuseum. In de herberg kunt u een lekker biertje proeven.
Er kan nog een bezoek gebracht worden aan de archeologieruimte voor een presentatie rond het archeologisch verleden van het dorp “d-Indj”. Dit wordt op een heel bijzondere wijze in beeld wordt gebracht.
Gratis parkeren bij openluchtmuseum Eynderhoof langs de Rendierenlaan. (5 minuten lopen naar de kerk).
Het Pastoor Maesplein is niet voor parkeren beschikbaar.
Menigeen denkt dat de militaire dienstplicht in Nederland is afgeschaft. Dat is niet het geval. Wel is sinds 1 mei 1997 de opkomstplicht uitgesteld. Maar ieder jaar krijgen 17-jarigen een brief van de overheid dat ze zijn ingeschreven zijn voor de dienstplicht op grond van de Kaderwet dienstplicht. De dienstplicht geldt sinds 1 januari 2020 ook voor vrouwen. In dit artikel besteed ik summier aandacht aan het ontstaan van de dienstplicht in Weert. Daarna beschrijf ik hoe een inwoner van Weert in 1815 de daadwerkelijke militaire dienst ontliep.
Invoering van de dienstplicht in Weert tijdens de inlijving bij de Franse republiek
De eerste artikelen van de loi Jourdan – Delbrel
Weert werd in 1795 ingelijfd in de Franse republiek. De Weerterenaren werden daardoor Frans staatsburger. Franse wetten golden dus ook voor de inwoners van Weert. Een van die wetten was de loi Jourdan-Delbrel van 19 fructidor an VI (5 september 1798). Daarin werd de algemene dienstplicht voor alle Fransen ingevoerd. Artikel 1 van die wet bepaalde dat iedere Fransman soldaat is en verplicht tot verdediging van het vaderland.
Ook de Weerter jongemannen vielen onder de Franse dienstplicht. Zij werden ingeschreven in een register. Door middel van loting werd bepaald wie van de dienstplichtigen daadwerkelijk in Franse legerdienst moest: de zogenaamde conscrits. Een ingelote dienstplichtige kon zich laten vervangen door een ander: een remplaçant.
Titelblad proefschrift Joost Welten
Inhet uitgebreideen goed leesbare proefschrift vanJoostWelten“In dienst voor Napoleons droom: de verstoring van de plattelandssamenleving in Weert” is de Franse legerdienst van een aantal jongemannen uit Weert en omgeving en de maatschappelijke gevolgen daarvanuitgebreid beschreven.
Invoering van de dienstplicht in het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden
Na het vertrek van de Fransen begin 1814 kwam Weert bij het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden onder koning Willem I. Op 29 maart 1814 keurde een “Grote vergadering representerende de Verenigde Nederlanden” een Grondwet goed. In die Grondwet werd in artikel 123 de grondslag gelegd voor de Nationale Militie. De eerste zin van dit artikel luidt:
“Behalve de vaste Zee- en Landmagt zal er steeds zijn een Nationale Militie, waarvan in vredenstijd jaarlijks een vijfde gedeelte wordt ontslagen en door anderen, ten gelijke getale, vervangen, zoo mogelijk te nemen uit vrijwilligers, en anders bij loting, uit de ongetrouwde ingezetenen van 18 tot 22 jaren “.
Ter uitwerking werd op 27 februari 1815 een “Wet tot het in werking brengen van art. 123, 124, 126 der Grond-wet met opzigt tot de Nationale-Militie vastgesteld”.
Titelblad boekje met tekst Wet op de Nationale Militie
In het uitgebreide en goed leesbare proefschrift van Joost Welten “In dienst voor Napoleons droom: de verstoring van de plattelandssamenleving in Weert” is de Franse legerdienst van een aantal jongemannen uit Weert en omgeving en de maatschappelijke gevolgen daarvan uitgebreid beschreven.
Voor zover er onvoldoende vrijwilligers voor de Nationale Militie waren, werd naar Frans voorbeeld inartikel 17 vandeze wet bepaald dat de “ontbrekende manschappen by loting gevonden worden”. In artikel18 werd bepaald dat alle Nederlanders zich tussen hun negentiende en drieëntwintigste jaar na daartoe bij publicatie te zijn opgeroepen, zich ten spoedigste voor één februari bijhet plaatselijk bestuur van hunwoonplaats moesten laten inschrijvenvoor de loting.Eveneens naar Frans voorbeeld kon een ingelote dienstplichtige zich laten vervangen.[1]
Joseph Jacques Stultiens, een ingelote dienstplichtige uit Weert
Een zekere Joseph Jacques Stultiensuit Weert was ingeloot voor de Nationale Militie.Hij en zijn vader hadden blijkbaar geentrek in het daadwerkelijk vervullenvan die militaire dienst. Zij gingen op zoek naar een vervanger en vonden die in Beegden. [2] Die vervanging moest vastgelegd worden in een notariële akte. Daartoe wendden de heren Stultiens en de beoogde vervanger zich tot notaris Joseph Cornelis om een notariële akte van die vervanging op te maken.
Notaris Josephus Cornelis is geboren te Thorn op 14 oktober 1780. Hij is op 25 januari 1809 te Weert getrouwd met Henriette Catharine van Dam, rentenierster, gedoopt op 27 juni 1784 te Beegden en daar overleden op 19 april 1852. Josephus Cornelis was een vermogend man. Volgens het kadaster was hij begin jaren veertig van de 19de eeuw eigenaar van niet minder dan 168 percelen grond, gelegen in Ittervoort, Hunsel, Thorn, Wessem, Heel en Panheel en Beegden.
Josephus Cornelis was tijdens de Franse tijd en een korte periode daarna notaris te Weert van 1808 tot 1815, notaris te Beegden van 1815 tot 1819 en te Roermond van 1819 tot 1850. Hij is overleden op 19 april 1852 te Beegden in Huis Neerhoven. Zijn zoon Karel Cornelis is kantonrechter te Weert en lid van de Tweede Kamer geweest.[3]
De notariële akte van vervanging van de ingelote dienstplichtige Joseph Jacques Stultiens
De inhoud van die in het Frans opgestelde akte geef ik hierna vertaald en enigszins geparafraseerd weer.
“Voor notaris Joseph Cornelis, notaris, residerende te Beegden, verschenen op 9 juni 1815:
enerzijds de heer Jean Stultiens, bakker, wonende in Weert, en zijn zoon Joseph Jacques Stultiens, bakker van beroep, 33 jaar oud, bij zijn vader inwonend.
Jean Jacques Stultiens maakt deel uit van de Nationale Militie en is aangewezen voor de lichting dienstplichtigen onder nummer tien van de gemeente Weert, en
anderzijds Guillaume Schreurs, knecht, 37 jaar oud, wonende in Beegden, geboren in die gemeente, [4]
die aan de notaris hebben verklaard dat zij geheel vrijwillig met betrekking tot de Nationale Militie het volgende zijn overeengekomen:
Guillaume Schreurs verplicht zich Joseph Jacques Stultiens te vervangen bij de vervulling van de feitelijke militaire dienstplicht en voor hem te vertrekken zodra deze wordt opgeroepen.
Hij verplicht zich te dienen gedurende de gehele diensttijd en op dezelfde wijze als Joseph Jacques Stultiens dat zou moeten doen, als fusilier in de militie, waarvoor deze is aangewezen. Hij zal dit doen op zodanige wijze dat Stultiens zich geen zorgen hoeft te maken en hiervoor vervolgd noch gezocht zal worden.
Schreurs verbindt zich jegens de Stultiens zijn aanwezigheid in het leger aan te tonen zodra hij daar zal zijn opgekomen en verder alle keren dat hij daarom verzocht wordt.
Deze verplichtingen heeft Schreurs op zich genomen in ruil voor een bedrag van 1350 francs. De Stultiens zijn hoofdelijk verplicht aan hem direct na 18 maanden militaire dienst als deel van dat bedrag 10 Franse kronen te betalen en het gehele bedrag bij zijn ontslag uit de dienst tegen overlegging van een deugdelijk ontslagbewijs, tegen volledige kwijting van Joseph Jacques Stultiens; in het laatste geval na een voorafgaande kennisgeving van drie maanden.
Over de hoofdsom moet een jaarlijkse rente van 5 procent zonder korting betaald worden vanaf de dag van opkomst in het leger tot de aflossing van het kapitaal; die aflossing kan te allen tijde plaatsvinden.
Tot zekerheid voor hun verplichtingen hebben de Stultiens in het bijzonder een recht van hypotheek verleend op:
Ondertekening akte van 9 juni 1815
1 een perceel landbouwgrond, groot 42 aren 4 centiaren (200 roeden), gelegen te Weert op de Laarderakker, grenzend in het oosten aan de grote weg, in het westen aan het eigendom van Jean van de Voort;
2 een perceel landbouwgrond, groot 31 aren 83 centiaren, gelegen op Koyenakker, grenzend in het westen aan het eigendom van Jean Matthieu Peeters, in het westen aan dat van de erven Pierre Schaeken en in het noorden en zuiden aan een pad en een openbare weg
De Stultiens kiezen voor de uitvoering van de overeenkomst domicilie in hun woning te Weert; Schreurs in het kantoor van de notaris.
Gepasseerd te Beegden in het kantoor van de notaris op 9 juni 1815, in tegenwoordigheid van de getuigen Jean Franssen, landbouwer, en François Soentiens, veldwachter, beide wonende te Beegden.
Kasteel “Huis Neerhoven” te Beegden, waar de akte waarschijnlijk is opgemaakt en ondertekend.
Na voorlezing in het Vlaams (!) hebben de getuigen, de heren Stultiens en de notaris de akte ondertekend. Guillaume Schreurs heeft een kruisje geplaatst omdat hij niet kon schrijven.”
Wie is Joseph Jacques Stultiens?
Doopakte Josephus Jacobus Stultiens
Joseph Jacobus Stultiens is op 11 mei 1782 geboren te Weert. Hij is op dezelfde dag gedoopt. Zijn vader is Josephus Stultiens, zijnmoeder Margarita Haex, beide volgens de doopakte woonachtig in de stad. Peter bij dedoop isJacob Tindemans, wonende aan de Maaspoort; meter MatiaHaex, wonendete Beegden. Vader Stultiens was niet aanwezig bij de doop van zijn zoon.
Vader Joannes Stultiens is geboren op 23 april 1739 geboren te Weert en overleden op 11 december 1832 te Weert. Hij is op 13 november 1763 te Weert getrouwd met Margarita Haex, geboren op 28 december 1742 te Beegden en overleden op 11 november 1824 te Weert. Het echtpaar Stultiens–Haex heeft, voor zover ik heb gevonden, niet minder dan 13 kinderen gekregen. Joseph Jacobus is nummer 11.
Joseph Jacobus Stultiens is op 15 mei 1824 te Weert getrouwd met Catharina Elisabeth Stultiens, geboren op 4 maart 1800 te Weert en overleden op 3 februari 1871 te Weert. Catharina Elisabeth Stultiens woonde ten tijde van het huwelijk aan de Maaspoort. Als haar beroep is in de huwelijksakte dienstmeid vermeld.
Joseph Stultiens is, zeker voor die tijd, behoorlijk oud geworden. Hij stierf op 89-jarige leeftijd op 26 januari 1872 te Weert.
Deel huwelijksakte Josephus Jacobus Stultiens en Catharina Elisabeth Stultiens.
Volgens de hiervoor vermelde akte van vervanging en de akte van huwelijk was Joseph Stultiens, evenals zijn vader Joannes, bakker. Hij woonde aan de Markt te Weert tegenover de Sint Martinuskerk. Op die plek is nu boekhandel Bruna gevestigd.
Een zoon van het echtpaar Stultiens-Stultiens is Joannes Josephus Andreas Stultiens, geboren op 22 april 1837 te Weert. Joannes Josephus Andreas Stultiens is op 23 september 1870 te Weert getrouwd met Maria Catharina Verheijden. Uit de huwelijksakte van dit echtpaar blijkt dat de bruidegom evenals zijn vader en grootvader bakker van beroep was. Hij is op 20 januari 1880 te Weert overleden.
Pand “In den Sleutel” in de Beekstraat. Bron: https://studiezaal.erfgoedhuisweert.nl/detail.php?_id=2-1&postie=1&is=20497
Terzijde: in de Beekstraat was tot dejaren zeventig van de vorige eeuw een bakkerij van Jos Stultiens gevestigd in een prachtig, historisch pand, genaamd “In den Sleutel”. Het pand is afgebroken. Op die plek staat thans hetappartementsgebouw Noordereind. [5]
Wie is de remplaçant Willem Schreurs?
Wilhelmus Schreurs is op 10 januari 1778 geboren en op dezelfde dag gedoopt in de Sint Martinuskerk te Beegden. Zijn ouders zijn Regilimus Wilhelm Schreurs en Petronella Pipers, getrouwd in die parochie.
Doopakte Willem Schreurs.
Is remplaçant Willem Schreurs in legerdienst geweest?
Zoals we gezien hebben, had Willem Schreurs zich verplicht voor Joseph Stultiens in legerdienst te gaan als deze zou worden opgeroepen. Dat is ook gebeurd.
Willem Schreurs is op 18 juni 1815, nog geen twee weken na het opmaken van de akte van vervanging, opgekomen in de 14de afdeling Infanterie.vi In het stamboek van dit legeronderdeel zijn van Willem Schreurs de volgende persoonskenmerken opgenomen:
Verder is vermeld dat hij als conscrit van het jaar 1815 voor de gemeente Weert, departement Nedermaas, bij het corps is opgekomen als remplaçant van Joseph Jacobus Stultiens. Hij heeft op 19 april 1819 de legerdienst verlaten “met paspoort”.
Op 18 juni 1815is tegelijk met Willem Schreurs een aantal mannen uit Weert als conscritsin de14de afdeling Infanterie [6] opgekomen. Enkelenamen: Jan Cornelis Verboeket, Pieter Antonissen,Jan Weekers, Joseph Brankaer, Franciscus Weekers, Pieter Jan Spiers, Hendrik Frans Poelman, Hendrik Moonen, Jan Frans Raemakers.
Willem Schreurs is drie weken na zijn ontslag uit de militaire dienst op 10 mei 1819 te Venlo getrouwd met Catharina Rulkens, geboren te Beesel op 10 november 1776 en op 19 november 1822 te Venlo overleden. Van Willem Schreurs is bij het huwelijk als beroep vermeld “gepasporteerd soldaat’.[7]
Willem Schreurs: “gepasporteerd soldaat”
Bij het einde van de legerdienst kreeg een dienstplichtige militair een paspoort. Dat bevatte zijn persoonskenmerken, het onderdeel waarin hij laatst gediend had, een verklaring omtrent de uitbetaling van zijn tegoed en een verzoek aan de militaire en civiele autoriteiten om hem vrij en ongehinderd te laten passeren en hem zo nodig hulp en bijstand te verlenen.
Voorbeeld van een militair paspoort.
Na het overlijden van Catharina Rulkens is Willem Schreurs op 10 januari 1823 te Tegelen getrouwd met Petronella Peulen, geboren op 14 februari 1789 en gedoopt op 15 februari 1789 te Beesel en overleden op 6 juli 1864 te Venlo.
Willem Schreurs, de remplaçant van bakker Joseph Jacques Stultiens uit Weert, is op 30 januari 1828 te Venlo overleden.
Bronvermeldingen
. 1. Meer over de loting en het remplaçantenstelsel inhet proefschrift”Lotgevallen: De beleving van dedienstplicht door de Nederlandse bevolking in de negentiende eeuw”,E W.R. van Roon
.2. De moeder van Joannes Jacobus Stultiens was afkomstig uit Beegden. Dat verklaart wellicht dat die vervanger uit Beegden kwam.
.3. Zie voor Karel Cornelis “De verkiezing in 1861 van mr. Karel Cornelis, kantonrechter te Weert, tot lid van de Tweede Kamer”, Wil Filott, op de site van de Aldenborgh.
.4. De leeftijd van deze heren is aanmerkelijk hoger dan die vermeld in de Wet op de Nationale Militie. Blijkbaar zijn eerst conscrits uit de Franse tijd voor het jaar 1815 van de Nationale Militie opgeroepen. Dat blijkt ook uit de geboortedata en vermeldingen van andere dienstplichtigen in de 14de afdeling Infanterie.
.5. Bron: www. weertisveranderd.nl.
.6. Toeval of niet: op 18 juni 1815 vond de Slag bij Waterloo plaats, waarbij Napoleon, teruggekeerd van zijn verbanningsoord, het eiland Elba, definitief door een coalitieleger werd verslagen.
Cauterhof, voorheen herberg “In de dorstige herten” van de familie Dirkx-Houben aan de Weertersteenweg:Fosheistraat (vlak bij Villa Pax) in Molenbeersel, dorpje aan de grens.
Het zal dan dag op dag tachtig jaar geleden zijn dat er bij een bloedige razzia in het kerkdorp Molenbeersel vier dodelijke slachtoffers vielen. Vijf andere mannen werden diezelfde dag gearresteerd en zouden niet levend terugkeren uit de concentratiekampen. Over het drama schreef historicus en journalist Timmie van Diepen, in wiens familie er vijf doden te betreuren waren, onlangs het boek ‘De razzia’.
Op 1 juli had stichting De Aldenborgh de grote eer om samen met de auteur Timmie van Diepen de Nederlandse boekvoorstelling van ‘De Razzia’ in Tungelroy te mogen organiseren. Overgrootvader Willem (geboren in Tungelroy en zijn betovergrootvader Lambert (getrouwd met de uit Tungelroy afkomstige To Houben) werden ter plekke vermoord.
Berlijnse kunstenaar Gunter Demnig_Struikelstenen
Donderdagochtend 22 augustus zal de Duitse kunstenaar Gunter Demnig hoogstpersoonlijk de eerste negen Stolpersteine of struikelstenen in de gemeente Kinrooi installeren.
Stolpersteine
Stolpersteine of struikelstenen zijn messing gedenktekens (10x10cm) die in het voetpad worden aangebracht voor de vroegere woningen of onderduikadressen van mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het naziregime werden vermoord. Op die manier struikelen passanten letterlijk over het verleden en worden ze aangemoedigd om stil te staan bij de slachtoffers.
Iedereen is van harte welkom voor de officiële inhuldiging van de eerste negen struikelstenen in de gemeente Kinrooi. Die vindt plaats op donderdag 22 augustus om 10.30 uur.
Girl Power! De vrouwen in het leven van de graaf van Horne
Filips de Montmorency
Het is dit jaar 500 jaar geleden dat Filips van Montmorency, graaf van Horn en Heer van Weert, Nederweert en Bocholt, het levenslicht zag. Dat is de aanleiding voor een symposium op donderdag 22 augustus. Dat draagt de titel ‘De kat van huis en de duivel op het kussen, graaf Filips van Montmorency en zijn powervrouwen’.
Niet te missen voor iedereen met een warm hart voor erfgoed, heemkunde en streekgeschiedenis. Inloop 13.15 uur, aanvang 14.00 uur in het Parochiehuis – Kerkplein 11, 3950 Bocholt.
Graaf van Horne
Over de graaf, in 1568 onthoofd op de Grote Markt in Brussel, is al enorm veel gepubliceerd. Toch heeft recent archiefonderzoek geleid tot een groot scala aan nieuwe gezichtspunten. Niet in de laatste plaats over de invloedrijke rol van de vrouwen in het leven van Filips, te weten zijn echtgenote Walburgis van Nieuwenaer en schoonmoeder Anna van Egmond.
Spotlight
Vanuit zeer verschillende invalshoeken zal in het symposium de spotlight op de graaf en vooral op zijn vrouwen worden gericht. Dat gaat onder andere over de gespannen relatie van de gravinnen met de lastige bestuurders en onderdanen.
Invalshoeken
Peter Korten is dagvoorzitter. De sprekers zijn Alfons Bruekers, Wim Cuppens, Anneleen Gabriëls, Mart Graef en Lennart Willems. Zij benaderen het onderwerp van de graaf en de vrouwen in zijn leven vanuit verschillende invalshoeken, en staan garant voor een bijzonder interessante middag.
Praktische Informatie
Datum:
donderdag 22 augustus 2024
Tijd:
14.00 uur – Inloop vanaf 13.15 uur
Locatie:
Parochiehuis – Kerkplein 11, 3950 Bocholt
Kosten:
gratis. Reserveren is niet nodig. Vol = Vol
Parkeren
Kerkplein of parkeerplaats Mathijsplein in Bocholt (België)
Voor overige informatie: programma en informatie over de sprekers: klik hier voor de bijgevoegde flyer.
Na onze succesvolle excursie van afgelopen april naar Nijmegen en Kasteel Doorwerth nodigen de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn’’ en de Kring Weert van het Koninklijk L.G.O.G., de Aldenborgh, u met veel genoegen uit voor een nieuwe excursie. Deze vindt plaats op zaterdag 31 augustus a.s.
We vertoeven de hele dag in Breda. Daar zullen wij in de ochtend, na te hebben genoten van koffie en gebak, onder leiding van deskundige gidsen een historische stadswandeling maken. In de namiddag brengen wij, wederom onder leiding van gidsen, een bezoek aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk, ook wel Grote Kerk geheten, een schitterend tophonderd monument. Na afloop krijgt u de gelegenheid om onder het genot van een glaasje nog een uurtje te genieten van deze mooie stad.
De stad Breda
Kasteel van Breda
Breda is van oudsher de voornaamste stad van West-Brabant. Het was de hoofdstad van de Baronie van Breda. De stad telde per 1 januari 2024 188.217 inwoners en is daarmee in grootte de derde gemeente van Noord-Brabant en de negende gemeente van Nederland.
De stad was eeuwenlang een belangrijke garnizoens- en vestingstad en speelt nog steeds een zichtbare rol binnen de Nederlandse krijgsmacht door de aanwezigheid van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en als hoofdkwartier van de Koninklijke Luchtmacht.
Breda is sinds 1853 de zetel van het gelijknamige bisdom. De aanwezigheid van eerst het hof van de Heren van Breda, en later van instellingen als de rechtbank, Kamer van Koophandel en het bisdom hebben ervoor gezorgd dat Breda van oudsher het politieke, administratieve en religieus-bestuurlijke hart van West-Brabant vormt. De stad bezat en bezit ook veel handel en industrie. Zij ligt aan een knooppunt van water- spoor- en autowegen. Breda koestert een historische band met het huis Nassau.
Begijnhof Breda
Tot 1795 waren de burgers van Breda onderdanen van de heer van Breda, die vanaf 1403 tevens graaf van Nassau was en vanaf 1538 ook prins van Oranje-Nassau. Sinds 1815 is een van de historische titels van de koning(in) Baron(esse)van Breda. Daardoor is Breda niet alleen een Oranjestad, maar geldt deze ook als dé Nassaustad bij uitstek.
Tweede Wereldoorlog
Kort na de Duitse inval op 10 mei 1940 dreigde Breda tussen de fronten van de oprukkende Nazi-Duitsers en Fransen terecht te komen. De omstreeks 50.000 inwoners kregen op 12 mei 1940 het bevel de stad te evacueren. De Bredanaars spreken zelf van ‘De Vlucht’. De evacuatie vond plaats op gezag van burgemeester Van Slobbe, al of niet op last of bevel van de Fransen. In het begin van de oorlog kwam er nog een Franse troepenmacht uit België naar Breda, maar deze bereikte de stad niet.
De nazi-Duitse bezetters vestigden zich snel in de aanwezige militaire bouwwerken van de stad. In 1942 werd de bezetting aangescherpt, toen de vijand begon met het registreren van Joden vanwege de geplande deportaties. Deze was in december voltooid en de ongeveer 225 Bredase Joden verdwenen naar concentratiekampen of doken onder. Op 4 september 1944 kondigde Radio Oranje aan, dat Breda bevrijd was. Dat bericht bleek vals en werd later die dag ingetrokken. Veel bezetters en collaborateurs ontvluchtten toen de stad. Op 29 oktober 1944 werd de stad bevrijd door Poolse soldaten, onder generaal Maczek.
In de jaren 60 van de 20e eeuw vonden er grootschalige ingrepen plaats, zoals de aanleg van een cityring om de binnenstad, en het dempen van de Oude Haven in 1966. In 2008 werd deze echter weer in gebruik genomen, na opnieuw te zijn uitgegraven. Ook de sloop van de neogotische kerken in de binnenstad vond plaats in de jaren 70 van de 20e eeuw. Eind 20e eeuw was Breda opnieuw uitgegroeid tot een belangrijk knooppunt halverwege de havensteden Rotterdam en Antwerpen. Vanaf de jaren 80 van de 20e eeuw werden ook omvangrijke uitbreidingsplannen ten noorden van de stad uitgevoerd, met name de Haagse Beemden, waar woningen en kantoren verrezen.
Onze Lieve-Vrouwekerk of Grote Kerk
Onze-Lieve-VrouweKerk of Grote Kerk in Breda
In 1269 wordt voor het eerst melding gemaakt van de Grote Kerk, een stenen kerk, ‘denne stenne monster’. Van buiten én van binnen maakt de kerk veel indruk. Zij draagt niet voor niets het predicaat topmonument Brabant. De kerk bezit een rijke inventaris met onder andere de indrukwekkende grafmonumenten van de Nassaus. In de Prinsenkapel, met gewelfschilderingen met details van puur bladgoud, rusten namelijk de voorvaderen van de Nederlandse koninklijke familie. De geschiedenis van het koningshuis begint in Breda. De kerk staat in het centrum van Breda aan de Grote Markt.
Programma
08.30 uur:
Vertrek vanuit Thorn
Parkeerplaats Sportpark Ter Koel – Ittervoorterweg 51 Breda
09.00 uur:
Vertrek vanuit Weert, Sint Jozefskerkplein,
Sint Jozefskerkplein 3 Keent
10.30 uur:
Aankomst in Breda, Vlaszak; vanaf daar lopen we
(3-4 minuten) naar restaurant Latour
:11.15 uur
Historische wandeling met gidsen vanaf Grote Markt
12.45 uur:
Einde wandeling; gelegenheid tot lunchen
14.15 uur:
Rondleiding Grote Kerk
15.30 uur:
Einde rondleiding; gelegenheid tot het nuttigen van
drankje/hapje in centrum
16.30 uur:
Vertrek vanaf Vlaszak naar Weert en Thorn
Genoemde tijden zijn bij benadering.
Deelname en kosten
Deelnemers die lid zijn van het LGOG, vriend van de Aldenborgh of lid van de GHK “Het Land van Thorn”, betalen een bedrag van € 45,00, niet-leden betalen € 50,00. Museumkaart is niet geldig.
In de deelnemersbijdrage zijn begrepen: de kosten van de bus, koffie/thee met gebak, begeleide stadswandeling Breda, rondleiding Grote Kerk, fooi voor de chauffeur.
De aanmelding voor deelname aan de excursie dient te geschieden op één adres en wel bij de penningmeester van de G.H.K. “Het Land van Thorn” door overschrijving van het deelnamebedrag op bankrekening IBAN NL75 RABO 0151 0192 66 ten name van Geschied- en Heemkundige Kring “Het land van Thorn”.
Uw betaling geldt als aanmelding. U dient bij de omschrijving duidelijk te vermelden:
1) Na(a)m(en) van de deelnemer(s)
2) Breda
3) Uw opstapplaats
Er zijn voor deze excursie 50 plaatsen beschikbaar. Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval vóór 20 augustus a.s.
Indien u na aanmelding/betaling om de een of andere reden alsnog moet afzien van deelname en indien de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dan dient u zelf voor vervanging te zorgen.
Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.
Deze excursie is namens het L.G.O.G, Kring Weert, de Aldenborgh en de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” georganiseerd door Wil Filott en Hub aan den Boom. Zij zijn respectievelijk bereikbaar onder telefoonnummer 06-83138322 en 06-18845998. Wij wensen u voor 31 augustus a.s. een heel leerzame en aangename excursie toe.