Verslag bijeenkomst ‘Zwart-Wit tegenover Grijs’ – 16 december 2024

Timmie van Diepen in gesprek met Evertjan van Roekel en filmfragmenten van Peter Crins   

Foto`s: Jack Duijf, tekst: Wil Filott 

 

Inleiding 

Aanleiding voor deze avond was de geplande openbaarmaking van de archieven van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) via internet. Deze wijze van openbaarmaking is echter voorlopig opgeschort. Niettemin was er voor deze bijeenkomst veel belangstelling. De organisatie had de zaal van het Munttheater gehuurd. Naar schatting van uw verslaglegger waren er tussen de 175 en 200 bezoekers, niet alleen uit Weert en omgeving, maar ook uit verder weg gelegen plaatsen, zoals Brussel en Den Haag. Een teken dat het het onderwerp actueel is en veel mensen aanspreekt. Het gespreksonderwerp van deze avond was de naoorlogse behandeling en berechting van ‘foute’ Nederlanders.  

De avond begon met een filmfragment van Peter Crins, waarin Fien Slabbers wijze woorden sprak over collaborateurs. Zij vertelde dat zij niets wist van de beweegredenen van deze mensen. Misschien waren zij wel gedwongen door de omstandigheden om met de Duitsers samen te werken. Zij gaf aan niet te kunnen oordelen over die mensen. Een toonzetting voor een genuanceerde benadering van de kwestie. 

 

Opening 

Peter Korten

Peter Korten zei dat de voorgenomen openbaarmaking via internet van de oorlogsarchieven aanleiding tot veel discussie gaf. De Aldenborgh is in 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland, opgericht. In 1945, na de oorlog, werd een bijeenkomst gewijd aan de annexatie van Duitse gebieden door Nederland. Dat bleek een gevoelig onderwerp te zijn. Ook de Aldenborgh kende `foute` leden. De oorlogssituatie in Weert heeft volgens Peter zeker niet model gestaan voor de musical ´Soldaat van Oranje`. In Weert woonden bijvoorbeeld geen Joden en Roma. Hij deed een oproep aan het gemeentebestuur van Weert om onderzoek te laten doen naar de oorlog in Weert. 

Peter was verheugd dat Evertjan van Roekel uit Wageningen bereid was gevonden naar Weert te komen om te vertellen over de naoorlogse berechting. Dat zou jij doen in een interview met Timmie van Diepen, auteur van het recent verschenen boek ‘Razzia’.

Ook dankte hij Peter Crins voor de filmfragmenten en het Munttheater, dat zo flexibel was geweest om in een laat stadium de zaal van het Munttheater voor deze bijeenkomst beschikbaar te stellen. Ter bestrijding van de kosten van deze bijeenkomst en voor de gemoedsrust van de penningmeester vroeg hij aan de bezoekers om na de bijeenkomst een vrijwillige bijdrage te geven. Tot slot wenste hij iedereen een leerzame avond toe. 

 

Evertjan van Roekel

 

Timmie van Diepen.

Nederlandse SS-ers 

Evertjan van Roekel vertelde dat ongeveer 25.000 Nederlandse mannen vrijwillig dienst hebben genomen in het Duitse leger. Hun motieven waren verschillend. Een klein aantal deed dat uit idealistische motieven. Anderen waren onder de indruk van de Duitse militaire kracht. Weer anderen waren het Groot Germaanse gedachtengoed toegedaan. De werving in Nederland voor de SS begon al in mei 1940, maar kreeg een forse impuls na de inval van Duitsland in Rusland in 1941: de strijd tegen het Bolsjewisme. 

Op de vraag van Timmie van Diepen over het waarheidsgehalte van de gedachte dat de vrijwilligers voor de SS met name katholieke plattelandsjongeren waren, antwoordde Evertjan, dat dat een mythe is. Uit onderzoek is gebleken dat uit het westen en noorden van Nederland relatief meer vrijwilligers voor de SS afkomstig waren. Zij behoorden vaak tot de lagere middenklasse.  

 

Thieu Jonkers 

De inmiddels uit films van Peter Crins wereldberoemde Thieu Jonkers vertelde openhartig dat zijn moeder geen Joden in huis wilde hebben. Hij maakte zich nog boos op de Duitsers die op zijn broer Wullem hadden geschoten: die Pruusse hadden ze kapot moeten schieten. 

 

Gerardus Mooyman

Gerardus Mooyman

Als voorbeeld van een vrijwillige Nederlandse SS-er werd Gerardus Mooyman ten tonele gevoerd. Hij meldde zich in 1941 aan bij de SS en werd ingezet aan het Oostfront. In Rusland schakelde hij op een dag 13 Russische tanks uit. Hij werd als eerste Nederlander onderscheiden met het IJzeren Kruis. De Duitsers gebruikten zijn portret als wervingsmateriaal. Volgens Evertjan: een poster boy. Mooyman heeft de oorlog overleefd en is ook gestraft, maar niet al te zwaar.  

Gerardus Mooyman. Bron: https://www.ww2incolor.com/gallery/other-forces/42760/gerardus-mooyman 

 

 

 

 

 

Nederlandse SS-ers aan het Oostfront 

Veel Nederlandse SS-ers zijn als Waffen-SS-ers ingezet aan het Oostfront. Of zij zich daar op grote schaal schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden is niet duidelijk. Uit dagboeken van oud SS-ers blijkt dat er incidenteel door hen Joden werden vermoord. Het aspect van misstanden is bij de berechting onderbelicht gebleven.  Een belangrijke reden voor de veroordeling van Nederlandse SS-ers was het feit dat zij dienst hadden genomen bij de SS, niet wat zij tijdens hun diensttijd hadden gedaan.   

 

Beoordeling houding Nederlanders tijdens de oorlog 

Evertjan van Roekel vertelde dat er in Nederland lange tijd geen ruimte was voor een genuanceerde benadering van de oorlogstijd. De nadruk lag op oorlogshelden. Feit is dat vanuit Nederland meer dan 100.000 joden zijn gedeporteerd en vermoord, relatief meer dan in België en Frankrijk. Een van de oorzaken daarvan was de houding van overijverige Nederlandse ambtenaren. Andere feiten zijn dat er veel collaboratie was en weinig verzet. Het aantal verzetsstrijders was tijdens de oorlog klein maar na de oorlog groot. De boeken van Lou de Jong over de Tweede Wereldoorlog hebben veel invloed gehad op de beeldvorming. 

Timmie van Diepen vertelde dat naar schatting in België 2% van bevolking had deelgenomen aan het verzet en dat 3% gecollaboreerd had met de Duitsers. In België zijn collaborateurs relatief zwaar gestraft, met name Vlamingen.  

Kritiek was er op de musical “40- 45, de musical”. In de musical wordt het stoppen van een trein met Joden door het verzet gesitueerd in Nederland, terwijl dat in werkelijkheid niet in Nederland heeft plaatsgevonden, maar in België. 

In boeken van Chris van der Heijden, zoon van een NSB-er, over de Tweede Wereldoorlog wordt een meer genuanceerd beeld over de houding van de Nederlanders geschetst. 

 

Timmie van Diepen in gesprek met Evertjan van Roekel (l)

Henk Kistemaker 

Henk Kistemaker is de enige Nederlandse vrijwillige Waffen SS-er, die in een boek zijn leven bij de Waffen-SS heeft beschreven. Hij heeft gedurende vier jaar aan het Oostfront gediend. Na de oorlog werd hij tot een betrekkelijk geringe gevangenisstraf veroordeeld. Hij werd opgesloten in kamp Amersfoort. Vanuit dat kamp is hij gaan werken bij de staatsmijn Emma in Limburg. Zijn effectieve gevangenisstraf heeft slechts anderhalf jaar geduurd. Volgens Van Roekel is dit een voorbeeld van de enigszins willekeurige behandeling van ex-SS-ers na de bevrijding. 

 

Frans van de Laar uit Weert: ‘de Beul van Amersfoort’

Frans van de Laar uit Weert was een handelaar en smokkelaar. Hij werd door de Duitsers opgepakt wegen smokkelen en in kamp Amersfoort opgesloten. Volgens Van Roekel was Frans van de Laar een handige jongen. Hij werd al snel Lagerälteste, een gevangene die door de Duitsers was aangesteld om de orde in het kamp te handhaven. Na de oorlog werd hij beschuldigd van martelpraktijken en mishandeling. Daarvoor werd hij veroordeel tot vier jaar gevangenisstraf. Maar de werkelijkheid was genuanceerder. Hij had zijn positie ook gebruikt om gevangen van de transportlijst te halen en hen daarmee voor een wisse dood behoed. 

 

Willem Rutjens en Chris Saes, twee criminelen uit Weert in kamp Amersfoort 

Willem Rutjens en Chris Saes waren volgens Van Roekel doorgewinterde criminelen. Hij kenschetste Saes als een agressieve mafkees.  Saes en Rutjens werden in de oorlog veroordeeld voor het zonder bonnen en zonder te betalen afhandig maken van schoenen bij een schoenenwinkelier in Nederweert. Zij kwamen in kamp Amersfoort terecht. Willem Rutjens is op 5 mei 1945, de dag waarop in Wageningen de overgave van het Duitse leger in Nederland werd ondertekend, door Duitse militairen in Groningen doodgeschoten. Hij is begraven op het Duitse oorlogskerkhof te IJsselstein. 

 

 

Ooggetuigen 

Jan Truyen vertelde in een filmfragment over de behandeling van een collaborateur uit Weert, de NSB-er Kruytzer. Deze werd op 22 september 1944, de dag waarop Weert bevrijd werd, al opgepakt. In de Maasstraat werd hij mishandeld en op de noodbrug over het kanaal kreeg hij klappen van twee jongens uit Hushoven. 

Jos Frenken verhaalde hoe Deutschfreundliche meisjes werden opgehaald. Dat ging er niet altijd zachtzinnig aan toe. Bij het stadhuis werden ze kaalgeknipt en uitgejouwd. 

De heer Mathijssen, directeur van de Wertha-brouwerij, was met een Duitse vrouw getrouwd. Hoewel hij noch zijn vrouw van Duitsgezindheid beticht konden worden, vreesden zij toch slachtoffer te worden van de “zuiveringsacties”. Zij doken daarom een tijd onder bij de Advekoat. 

In een ander filmfragment kwam een meisje ter sprake dat zich zowel met Nederlandse als Duitse soldaten had opgehouden. IJverige leden van de O.D (ordedienst) wilden het meisje komen ophalen bij een man, waar het meisje toevallig was. De man pakte een riek en zei tegen de O.D.-ers dat als zij het meisje wilden aanhouden, zij eerst kennis zouden maken met de tanden van de riek. Daarop dropen de O.D.-ers af. Volgens de verteller was het een goed meisje. 

 

Drukte in de foyer tijdens de pauze.

Hoe zal het gaan met de openbaarheid van de archieven? 

Op de vraag van Timmie van Diepen of de archieven wel openbaar gemaakt moeten worden, ging Evertjan van Roekel eerst in op de omstandigheden na de oorlog. De eerste maanden heersten er chaos en onduidelijkheid. De behandeling van collaborateurs verschilde van plaats tot plaats. De afrekening was relatief mild. Er zijn geen grote uitwassen geweest. Wat wel een rol heeft gespeeld is de uitspraak van koningin Wilhelmina vanuit het relatief veilige Londen dat in het nieuwe Nederland geen plaats was voor landverraders.  

Om de zaak enigszins in perspectief te plaatsen, gaf Van Roekel enige cijfers. Er zijn na de oorlog tegen 500.00 personen aanklachten ingediend. Er was een schreeuwend tekort aan personeel en deskundigheid om die aanklachten diepgaand te behandelen. Er zijn 250.000 aanklachten onderzocht. Veel aangeklaagden werden ondergebracht in een van de 500 interneringskampen. De behandeling was daar vaak slecht. Wraakgevoelens overheersten. Men sprak zelfs van Duitse methoden. In Harskamp, waar ex SS-ers waren opgesloten, heersten tot in 1946 ernstige misstanden. Bewakers die over de schreef zijn gegaan, zijn niet veroordeeld. Er zijn uiteindelijk 64.482 vonnissen geweest, waarvan zo`n 6800 tegen SS-ers. Uiteindelijk zijn 37 veroordeelden geëxecuteerd.  

Bij de bestraffing tekende zich ook een zekere willekeur af. Naarmate de oorlog verder weg kwam te liggen, werden de vonnissen milder. Daarbij speelde ook de koude oorlog met een dreiging vanuit de Sovjet-Unie (communisme) een rol. Van Diepen merkte op dat in België strenger werd gestraft en dat er veel meer executies hebben plaatsgevonden. 

Terug naar de vraag over de openbaarheid van de archieven dacht Van Roekel dat van uitstel geen afstel komt. De openbaarheid via internet zal er volgens hem wel komen, wellicht met restricties. Vanuit de maatschappij is er de roep naar digitalisering. Ook historici zijn erbij gebaat. Het papieren archief is moeilijk toegankelijk. Er is geen inventarislijst. Het maken van foto`s is verboden. Bij binnenkomst bij het Nationaal Archief moeten telefoons en camera`s worden ingeleverd. Bij nabestaanden van collaborateurs en slachtoffers kan de mogelijkheid van inzage door iedereen via internet wel gevoelig liggen. Ook kan bij raadpleging van één dossier de historische duiding en context ontbreken. Daar zou rekening mee gehouden kunnen worden. 

 

Slotwoord Peter Korten 

Peter Korten haakte in op het mogelijk ontbreken van historische duiding. Hij vertelde dat hij in het archief documenten van de NSB-Burgemeester van Weert heeft ingezien. Daarbij constateerde hij dat “één dossier geen dossier is”. Hij bedankte Evertjan van Roekel, Timmie van Diepen en Peter Crins voor hun bijdragen aan deze geslaagde avond. Die dank werd onderstreept door applaus van de aanwezigen in de zaal. De bezoekers aan deze leerzame avond hadden voldoende stof tot napraten en overdenken. 

 

Wieërter oorlogslaeve belaeve 

Ten slotte kondigde Peter Korten aan dat op 10 en 11 mei 2025, exact 85 jaar na de Duitse inval in Nederland, in het Franciscushuis aan de Biest een bijzonder evenement plaatsvindt onder de titel Wieërter oorlogslaeve belaeve. Er zijn onder meer optredens van het Mannenkoor Eendracht uit Swartbroek, de harmonie Heilig Hart uit Altweerterheide en het Weerter Mannenkoor. Er is een re-enactment groep in militaire uniformen en er komen persoonlijke verhalen over de oorlogstijd aan de orde. 

 

 

Lezing: Oorlogsdossiers – zwart-wit tegenover grijs – 16 december 2024

Binnenkort kan iedereen op zoek in het grootste oorlogsarchief Nederland. Dan worden waarschijnlijk de oorlogsarchieven van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) online gezet. Er is momenteel veel kritiek over het openbaar maken van deze archieven, die ook een nieuw licht gaan werpen op de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse periode van Weert.

De oorlog en de nasleep daarvan is nog steeds een gevoelig thema voor veel Weerter families. Dat bleek in 2012 toen drs. Emile Haanen (1947-2014) “Bezetting en bevrijding: Weert 1939 – 1945 De kroniek van Pierre Linssen” uitgaf.

De Aldenborgh pleit al jaren bij het gemeentebestuur van Weert voor een wetenschappelijke studie naar de Tweede Wereldoorlog in Weert, waarbij de rol van het toenmalig bestuur ook nader onderzocht dient te worden.

De binnenkort toegankelijke oorlogsarchieven bieden een unieke mogelijkheid om deze periode nader te onderzoeken, maar openheid brengt ook risico’s met zich mee. De openbaarmaking kan namelijk leiden tot het boven water komen van tot nu toe onbekende ‘geheimen’ en twijfelachtige getuigenissen, en mogelijk leiden tot reputatieschade voor betrokkenen.

Direct na de oorlog waren de veelheid aan dossiers en het gebrek aan onderzoekers de reden, waardoor dossiers soms kort door de bocht werden beoordeeld. In veel gevallen werd er met tegenstrijdige verklaringen en magere bewijsvoering gewerkt, wat de archieven niet altijd een betrouwbare weergave van de werkelijkheid maakt.

Tijdens de bijeenkomst zal worden ingegaan op de mogelijk misleidende impact van sommige informatie en de gevaren van (te) snel getrokken conclusies. Dit thema raakt niet alleen de geschiedenis van Weert, maar heeft ook betekenis voor veel families die de herinnering aan gebeurtenissen uit deze periode nog steeds met zich meedragen. Dat is natuurlijk de actuele kern van de problematiek van de openbaarmaking en reden voor De Aldenborgh deze avond te organiseren. Het verhaal van SS’ers zal centraal staan ter illustratie van de relatief grote groep die onderworpen is aan de bijzondere rechtspleging.

 

Wervingsbrochure SS. (collectie Evertjan van Roekel)

We zijn bijzonder verheugd dat Timmie van Diepen, historicus en journalist bij Het Belang van Limburg, op deze avond in gesprek wil gaan met Evertjan van Roekel.

 

Evertjan van Roekel

Evertjan van Roekel

Historicus en jurist Evertjan van Roekel (Wageningen, Nederland, 9 juni 1984) richt zich als onderzoeker en auteur voornamelijk op de Tweede Wereldoorlog als onderzoeksgebied. Hij studeerde Nederlands Recht (Met Genoegen, Universiteit Utrecht, 2008) en Geschiedenis, Holocaust- en Genocidestudies (Cum Laude, Universiteit van Amsterdam, 2009).

In 2010 werd zijn masterscriptie over Nederlandse vrijwilligers in de Waffen-SS genomineerd voor de Erik Hazelhoff Roelfzema Aanmoedigingsprijs. Op basis van deze scriptie verscheen in 2011 zijn eerste boek ‘Jongens van Nederland’.

Evertjan van Roekel publiceerde diverse artikelen in verschillende geschiedenistijdschriften waaronder Historisch Nieuwsblad, Geschiedenis Magazine, Biografie Bulletin en Wereld in Oorlog. Voor Wereld in Oorlog was hij ook drie jaar columnist (2011-2014). Van Roekel schreef het hoofdstuk over Nederland in het door David Stahel samengestelde en geredigeerde verzamelwerk ‘Joining Hitler’s Crusade: European Nations and the Invasion of the Soviet Union, 1941′, uitgegeven in 2017. Zijn omvangrijke en goed ontvangen werk ‘Veldgrauw’ over Nederlandse Waffen-SS-vrijwilligers verscheen in 2019. De Engelstalige versie ‘As Political Soldiers We Face Moscow’s hordes’ verscheen in 2021.

Sinds februari 2022 is Van Roekel tevens als onderzoeker verbonden aan Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Hij werkte als deskundige mee aan de succesvolle podcastserie ‘De Verdwenen SS’er’ die meer dan anderhalf miljoen keer werd beluisterd.

In 2023 verscheen zijn boek ‘Wewelsburg’ over de mysterieuze geschiedenis van Kasteel Wewelsburg en de occulte kant van de SS. In 2024 verscheen ‘De Rode Pimpernel: Kees Mulder’ over het leven van verzetsstrijder Kees Mulder tegen de achtergrond van oorlog en verzet in Van Roekels woonplaats Wageningen, de stad die meermaals frontgebied was en zwaar beschadigd raakte, maar voor Nederland hét symbool van de bevrijding werd.

Van Roekel werkt op dit moment aan twee nieuwe onderzoeksprojecten voor Nationaal Monument Kamp Amersfoort die met name zijn gericht op Nederlandse (Waffen-)SS-vrijwilligers, de bijzondere rechtspleging en naoorlogse interneringskampen.

 

Gespreksonderwerpen van deze avond zijn:

  • Nederlandse Oostfrontvrijwilligers in het algemeen

    Zowel in absolute als relatieve aantallen vormden Nederlanders het grootste contingent vrijwilligers uit de Noordwest-Europese bezette gebieden. Hoe is deze vrij sterke collaboratie te verklaren? Hoe verhoudt dit zich tot andere landen waaronder België?

Wervingsaffiche SS. (particuliere collectie)
Nationaal dagblad voor het Nederlansche volk 10 april 1942
Kanton Weert, 13-06-1947

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Herkomst van Nederlandse Waffen-SS vrijwilligers

De mythe dat vooral katholieke plattelandsjongen voor de SS tekenden, blijkt niet waar te zijn. De herkomst van deze SS-ers is vrij gelijkmatig verdeeld over Nederland. Qua sociale klassen lijkt de lagere middenklasse oververtegenwoordigd. In absolute aantallen zijn Limburg en Brabant minder vertegenwoordigd. Dat is deels te verklaren door de situatie dat deze gebieden eerder bevrijd waren en er in het noorden in de winter van 44-45 zich nog veel ‘Broodgermanen’ aanmeldden, veelal gedreven door materiële motieven. Echter voor september 1944 lijkt er in Limburg ook minder animo geweest te zijn voor de Waffen-SS dan met name in de Randstad. Hoe is dit te verklaren?

Höherer SS- und Polizeiführer Rauter, rijkscommissaris Seyss-Inquart en NSB-leider Mussert tijdens een bijeenkomst op 1 augustus 1943 in Weert. Alle drie werden ze na de oorlog ter dood veroordeeld. (foto particuliere verzameling Nijmegen).

 

De nieuwe koerier; Maas- en Roerbode: provinciaal Limburgsch dagblad 30-07-1943
  • Frontinzet van Nederlandse Oostfronters en oorlogsmisdaden

Waar raakten deze Oostfronters in betrokken? Tijdens de Bijzondere Rechtspleging was hier eigenlijk nauwelijks aandacht voor.

  • Daderschap in het algemeen

Hoe kijken we daar tegenaan? Wat is er qua nuancering veranderd in de laatste jaren? Zwart-wit tegenover grijs. Nivellering daders/slachtoffers?

Het Parool, 28-10-1946
  • De Bijzondere Rechtspleging

Wat hield die in? Hoe werd er omgegaan met de grote aantallen (vermeende) collaborateurs en hoe zag berechting eruit? Hoe veranderde de strafmaat naarmate de tijd vorderde en de wraakgevoelens bekoelden? Het werd al snel opportunistisch. Een voorbeeld daarvan zijn de mijnen in Limburg. Veel oud-SS’ers kregen de kans om hier te gaan werken en zich zodoende nuttig te maken. Met name in Hoensbroek kwamen nogal wat SS’ers terecht. Men richtte zich op het werk en het verleden werd daar vaak vrij snel vergeten.

 

Gazet van Limburg 09-12-1947
  • Hoe verhield de Bijzondere Rechtspleging in Nederland zich tot de naoorlogse situatie in België?

België was de naoorlogse afrekening wellicht iets bloediger dan in Nederland.

De Witte Brigade en de Binnenlandse Strijdkrachten komen weer in actie, De op 22 September losgelaten meisjes en vrouwen, die omgang hebben gehad met Duitschers, worden, ‘s-middags weer opgehaald en ondergebracht in het Pensionaat St. Louis. Dit gebouw, door de Duitsers op beestachtige wijze bevuild en beschadigd moeten de dames reinigen. Menig meisje uit de betere stand zag men daar bij schrobben en water dragen. Een verdiende straf. Het meubilair, wat in de woningen der N.S.B-ers en Rijksduitsers nog aanwezig is, wordt door de gemeentepolitie en werklieden opgehaald en opgeborgen.

Bron: Dagboek van Weert, door P. Linssen, 1939 – 1944

Foto’s boek Twan Scheepers (sr.) De Tweede Wereldoorlog die niet aan het gehucht Moesel voorbijging

Kaalscheren
  • Aanstaande openbaarheid CABR

Wat treffen we doorgaans aan in dergelijke dossiers? Waarom is openbaarmaking nu precies zo beladen? Discussie over de keuze tot openbaarmaking in het algemeen. Is het nodig? Moest er misschien langer worden gewacht?

  • Enkele filmbeelden van cineast Peter Crins

Tijdens de avond worden enkele fragmenten van interviews met ooggetuigen zoals Fien Slabbers-Stribos, Jan Frenken, Thieu Jonckers en Twan Schoenmakers, getoond van de aanpak van collaborateurs.

‘Dao kân oeëver zoeën gevâl neme zegke, ze hebbe dit of det verkieërdj gedaon.

In feite hebbe ze ’t verkieërdj gedaon, mer ge mótj uch ouch aafvraoge:

woeërum, waat és de oeërzaak, en wi-j kaome ze daotów?’

Fien Slabbers-Stribos (1914-2019)

 

Wij hopen u op deze speciale bijeenkomst te mogen begroeten!

 

Praktische informatie

wat: lezing Oorlogsdossiers; zwart-wit tegenover grijs
wie: Timmie van Diepen in gesprek met Evertjan van Roekel
waar:  maandagavond 16 december 2024
aanvang:  19.30 uur
waar: Munttheater Weert, Collegeplein 3 6001 HN Weert
deelname: gratis voor LGOG-leden, vrienden van de Aldenborgh en Weerterlogen.

Voor anderen rekenen we op een vrijwillige bijdrage. Aanmelden is niet nodig.

 

Weert in glas : De oudste foto’s van de binnenstad van Weert

Komende weekend verschijnt het boek Weert in Glas, een bijzonder hardcover boek van 192 pagina’s dat de geschiedenis van de binnenstad van Weert vastlegt door middel van de oudste foto’s van Weert uit de periode 1890 tot circa 1930. Het boek bevat uitsluitend historische beelden van het centrum van de stad, waarmee het een unieke blik biedt op een tijd waarin Weert volop in verandering was. Deze foto’s geven de lezer een kijkje in het leven en de architectuur van de stad zoals het er toen uitzag, voordat stadsvernieuwingen veel van de oorspronkelijke straten en gebouwen veranderden of verdwenen.

Foto’s

De foto’s in het boek zijn verzameld door ons lid Bart Maes. Dankzij de schenkingen van families zoals Smeets-Dor, Lamberigts, Werz en Coumans, evenals als de onlangs verkregen unieke Argus-glasnegatievencollectie van fotograaf Frits Niessen, kon Maes deze kostbare beelden digitaliseren en behouden voor toekomstige generaties. Het gemeentearchief Weert stelde ook glasnegatieven beschikbaar. Deze historische glasnegatieven bieden een zeldzaam inzicht in de vroegere Weerter binnenstad, waar complete straten en gebouwen nu enkel nog in herinnering bestaan.

Tekeningen

Wat dit boek extra bijzonder maakt, is de samenwerking met illustrator Gerard van Heugten, die de huidige locaties van de historische foto’s heeft getekend. Zo kunnen lezers de transformatie van Weert door de jaren heen visueel volgen. Het boek is daarmee niet alleen een waardevol document van Weerts verleden, maar ook een kunstzinnig eerbetoon aan de veranderingen die de stad heeft ondergaan.

Weert in Glas is een boek dat een rijk en gedetailleerd beeld schetst van de binnenstad van Weert tussen 1890 en circa 1930. Het boek is een reis door de tijd, gevuld met oude foto’s die het dagelijkse leven, de straten, en de gebouwen van een stad in transformatie vastleggen.

Het boek is vanaf maandag 18 november 2024 verkrijgbaar in de Weerter boekhandel of online hier. De prijs is € 32,50.

Tentoonstelling

Bij gelegenheid van de presentatie van het boek is er een expositie die elke zondag van 17 november t/m 8 december 2024 te bezoeken is van 14.00 tot 17.00 uur. Dit in de Paterskerk, Biest 43 te Weert.

Boekvoorstelling en opening van de tentoonstelling
‘Oorlogsdagboek september 1944 : gevechten bij Bocholt en Bree’

U wordt vriendelijk uitgenodigd op de opening van de tentoonstelling ‘Oorlogsdagboek september 1944 gevechten bij Bocholt en Bree’ en de voorstelling van het gelijknamige boek op donderdag 31 oktober 2024 in de Sint-Laurentiuskerk van Bocholt om 20.00 uur. Aansluitend wordt een receptie aangeboden.

De tentoonstelling loopt van 1 tot en met 17 november 2024, elke dag van 10.00-17.00 uur in de Sint-Laurentiuskerk aan het Kerkplein in Bocholt. ‘s Avonds zullen nog enkele lezingen gehouden worden rond het thema oorlog in onze streek. Dit wordt allemaal gratis aangeboden.

Oorlogsdagboek ‘september 1944 : gevechten bij Bocholt en Bree (België)’

‘Oorlogsdagboek september 1944: gevechten bij Bocholt en Bree’

Het boek handelt over de Duitse verdediging aan de Zuid-Willemsvaart bij Bocholt en Bree, de achterhoede in de grensstreek bij Kinrooi en Weert. De Britse verkenningen en de afleidingsmanoeuvres voor en tijdens de Operation Market Garden, de eerste Duitse en Britse gevechtsberichten bij Opitter, Waterloos (Neeroeteren) en Bocholt komen aan bod.

U kan er de verhalen lezen van ooggetuigen, de Britse, de Belgische en de Duitse betrokken eenheden. Een analyse aan de hand van originele en unieke documenten afkomstig van de 6. Kompanie van het Fallschirmjäger-Regiment Menzel die uit de nalatenschap van Jan Truyen van het Geheim Leger uit Bocholt komen.

De Britse zijde werd uit de zogenaamde War Diaries aangevuld in chronologische volgorde, waaruit een nog nooit eerder verschenen gevechtsbericht samengesteld werd. Overzichtskaarten, foto’s en de originele documenten werden opgenomen om het voor jongere en oudere lezers duidelijk te maken.

Vreugde en verdriet

De vreugde en het verdriet in de oorlog worden belicht. Het bloedbad op 15-17 september in Kinrooi en het vreselijk oorlogsdrama in Bree worden zeer uitvoerig beschreven. Het Geheim Leger van Bocholt, militairen uit onze streek in de Brigade Piron en het leed van de Bocholter burgerbevolking in de septemberdagen krijgen een afzonderlijk hoofdstuk in het boek.

Boek

Het boek is tot stand gekomen door de samenwerking van Philip Moreau, de Geschied- en Heemkundige Kring Bocholt, de Erfgoedcel Bree, de Kerkraad Sint-Laurentius Bocholt, Wim Cuppens, Adelin Bilsen, Jo Corstjens, René Neyens, Bert Stoffels, Stef Bakkers, Rudi Vandenweyer, Filip Keunen, Bram Dierckx, Tim Theunis, Kris Michiels, Harie Heynen en Rik Vandekonijnenburg. De tentoonstelling en het boek zijn allesbehalve een verheerlijking van de oorlog, maar een gedetailleerd relaas van de feiten.

Het boek van ongeveer 300 pagina’s kost 20 euro en is verkrijgbaar op de tentoonstelling of bij de Geschied- en Heemkundige Kring Bocholt en de Erfgoedcel Bree.

Tentoonstelling

De tentoonstelling omvat infopanelen en materiaal over de bevrijding en de voorafgaande schermutselingen in de periode tussen 11 en 22 september 1944 in Bocholt en Bree. Historische objecten van het Britse en Duitse leger uit 1944, uit de privéverzamelingen van Stef Bakkers, Filip Keunen, Bram Dierckx, Tim Theunis, Kris Michiels en Philip Moreau, kleden het geheel aan.

Verslag lezing ‘Funerair erfgoed aan de Molenpoort’ door Wil Filott

Foyer Munttheater Weert.

Op 7oktober 2024 vond in de goedgevulde foyer van het Munttheater een lezing plaats over een actueel onderwerp, namelijk over het funerair erfgoed in Limburg en in het bijzonder over de begraafplaats aan de Molenpoort in Weert. Actueel omdat de nieuwe deken van Weert, Jack Honings, recent zijn zorgen had uitgesproken over de kosten van onderhoud van die begraafplaats en het gebrek aan vrijwilligers.

Peter Korten.

Peter Korten heette de spreker, dr. Maurice Heemels, welkom. Hij deelde mee dat het bijna 25 jaar geleden was dat Maurice voor de Aldenborgh een lezing over de begraafplaats aan de Molenpoort had gehouden. Maurice zou vandaag wel eens nerveus kunnen zijn omdat zijn schoonouders in de zaal zaten.

 

Dr. Maurice Heemels.

Maurice Heemels

Maurice Heemels is voorzitter van de stichting “funerair erfgoed in Limburg”. Hij is gepromoveerd op een proefschrift ‘Op den akker des doods, waar allen gelijk worden. Begraafcultuur in Roermond 1870-1940’.

 

 

 

Wat is funerair erfgoed?

Funerair is afgeleid van het Latijnse woord funus: sterfgeval. Funerair is alles wat te maken heeft met de dood en de lijkbezorging. Erfgoed kan omschreven worden als datgene wat we van vorige generatie hebben gekregen en dat het waard is om bewaard te blijven voor volgende generaties.

De letterlijk meest zichtbare funeraire erfgoederen zijn begraafplaatsen. Er wordt echter steeds minder begraven. In Nederland wordt thans ongeveer 70% van de overledenen gecremeerd. Begraafplaatsen worden steeds minder gebruikt en door ruimingen van graven ontstaan er open plekken op veel begraafplaatsen: een gebit met gaten. Dat zorgt voor de nodige uitdagingen. Als er niets gebeurt, is er over 50 jaar weinig over van de begrafeniscultuur in Limburg. Volgens Maurice valt het in Weert aan de Molenpoort overigens nog wel mee wat betreft lege plekken.

 

Functies van een begraafplaats

Maurice gaf aan dat een begraafplaats, behalve voor het begraven, verschillende functies heeft zoals:

  • historisch: informatie over levenswijzen, gebruiken, maatschappelijke positie, religie van overledenen in een stad of streek. Een begraafplaats is als het ware een stenen archief;
  • sociaal: samenbrengen van mensen: nabestaanden, vrijwilligers, onderzoekers, liefhebbers van rust en groen. In Roermond probeert men daar invulling aan te geven door o.a. een lichtjestocht met Allerzielen en concerten op de begraafplaats;
  • maatschappelijk rendabel: niet zozeer in financieel opzicht maar meer vanwege rust voor mensen en flora en fauna. Een begraafplaats mag geld kosten;
  • educatief: een begraafplaats kan prima als uitgangspunt dienen voor geschiedenislessen, niet alleen over lokale en regionale onderwerpen, maar zelfs op wereldniveau. In Roermond vormt het kerkhof in zekere zin een afspiegeling van de vroegere sociale standen in de stad. Op veel begraafplaatsen plaatsen liggen de graven van de dikköp in het midden van de begraafplaats op een goed zichtbare plaats. Aan de hand van het graf van een NSB’er kan een beeld worden geschetst van de oorlogsjaren.

Het wegkwijnen van een eeuwenoude begraafcultuur

Kerkhof Maasbracht.

Door het rücksichtslos opruimen van graven en grafmonumenten dreigt een kaalslag, door Maurice betiteld als het ruimen met een blinddoek. De belangrijkste reden voor ruimen is dat nabestaanden van een overleden niet meer bereid zijn om voor een graf te betalen.

Gelukkig zijn er ook initiatieven om de achteruitgang te vertragen of te stoppen door de functies van een begraafplaats uit te breiden en de begraafplaats aantrekkelijker te maken. Bijvoorbeeld door een parkachtige, rustgevende omgeving te creëren en elders geplaatste oorlogsmonumenten daar naartoe te verplaatsen.

 

Belangrijk is dat die initiatieven ontplooid en gedragen worden door de lokale bevolking. Maurice ziet daar een mooie taak voor heemkundeverenigingen.Voorbeelden van dergelijke initiatieven zijn te vinden in de gemeente Maasgouw.

In Maasbracht heeft men gewerkt aan de vergroening van het wel heel leeg geworden kerkhof en het plaatsen van informatiebordjes bij de graven. In Horn zijn ze bezig het kerkhof tussen de kerk en het kasteel op te knappen. In Heel is men actief met het behoud van bijzondere graven en het vastleggen van verhalen daarover. In Beegden worden kruisen en grafmonumenten hersteld met subsidie van de provincie Limburg en ondersteuning door de stichting funerair erfgoed Limburg.

 

Mogelijke oplossingen voor het probleem

  • inventariseren van bijzondere graven en grafmonumenten;
  • -status van ”parochieel monument” toekennen;
  • -grafmonumenten alleen verwijderen bij gevaar;
  • -stimuleren van begraven, het plaatsen van urnen en herbegraven van andere begraafplaatsen;
  • -actief onderhoud door vrijwilligers;
  • -opschrijven en publiceren van verhalen over begraafplaatsen en begraven personen.

 

Intermezzo van Peter Korten over de situatie in Weert

Mensen in de zaal luisteren aandachtig

Peter ging na de pauze kort in op de situatie in de gemeente Weert. Weert kent behalve de begraafplaats aan de Molenpoort begraafplaatsen in Stramproy, Altweerterheide (met Bolle Jan), Tungelroy, Swartbroek (kaalslag, Britse militairen), op Leuken, Keent (na-oorlogse, eenvormige witte kruisen), Boshoven, Laar en Maasstraat (zusters Birgitinessen). De samenwerking met de gemeente Weert is goed. De gemeente informeert de Aldenborgh over een voorgenomen ruiming van een graf, waarna de situatie samen bekeken wordt.

 

 

De begraafplaats aan de Molenpoort

De begraafplaats aan de Molenpoort was volgens Maurice een voorbeeld hoe de omgang met begraafplaatsen zou kunnen en moeten zijn.

Hij somde een aantal bijzonderheden op zoals:

  • Toegangspoorten begraafplaats Molenpoort Weert.

    de ingangspartij met de poort,

  • Oorspronkelijke toegangspoorten.

    de oorspronkelijke toegangspoorten, met de teksten”Gisteren mij, heden u”, een al dan niet opzettelijk onjuiste vertaling van of een knipoog naar het Latijnse Hodie Mihi, Cras tibi: “heden ik, morgen gij”;

    Monument voor Franse vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog.
  • het monument voor Franse vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog;

    Graf van bemanningsleden van een neergestorte Halifax.
  • het graf van bemanningsleden van een neergestorte Halifax.
Graven Franciscanen.

De begraafplaats aan de Molenpoort is deels een parochiële, katholieke begraafplaats en deels een gemeentelijke begraafplaats. Op het katholieke gedeelte zijn behalve “reguliere“ katholieken ook zusters Ursulinen en Franciscanen (van de Biest) begraven. Ongedoopte kinderen werden in ongewijde aarde begraven.

Graf Molukker, gestorven in Tungelroy

Op het gemeentelijke gedeelte zijn graven te vinden van Molukkers, KNIL-militairen, Protestanten, Chinezen en Islamieten.

 

Graf KNIL-militairen.
Grafmonumenten van vroegere prominente Weerter families.

Op de begraafplaats bevinden zich grafmonumenten van vroegere prominente Weerter families, met name uit de periode 1850 – 1950. Maurice vestigde bij een virtuele rondgang over de begraafplaats de aandacht op de verschillende stijlen zoals de ruimvertegenwoordigde art deco uit de periode 1900-1915 en de nieuwe zakelijkheid na de Tweede Wereldoorlog.

Christushoofd-met-doornenkroon.

Ook de aanwezigheid van ijzeren hekwerken (kettingen) om een aantal graven was volgens hem bijzonder. Ook vestigde hij de aandacht op uitingen van het christelijk geloof, zoals Christushoofden met doornenkronen.

Christushoofd-met-doornenkroon.

Ook wees hij op de afkortingen R.I.P. en INRI, het woord PAX en de Griekse letter Alpha en Omega. Veel jongere mensen weten niet meer wat die betekenen.

 

Voor het gemak heeft uw verslaggever hierna de betekenis weergegeven.

R.I.P = requiescat in pace: rust in vrede

INRI = Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum: Jezus van Nazareth, koning der joden

Pax: vrede

Alpha en Omega, eerste en laatste letter van het Griekse Alfabet: symbool voor het begin en einde van het leven.

 

Monumentale grafmonumenten

Maurice toonde veel foto`s van grafmonumenten op de begraafplaats en vertelde daar bijzonderheden over: te veel om in dit verslag op te nemen. Volstaan wordt met foto`s van een klein selectie van monumentale en bijzondere graven. Zie onderaan.

Maurice eindigde zijn lezing met de opmerking dat het zijn bedoeling was als voorzitter van de stichting funerair erfgoed Limburg met deze lezing een bijdrage te leveren aan de bewustwording van de waarde van het funerair erfgoed in Weert. Frits Nies had in het verhaal van Maurice de kwestie van de eigendom gemist. De kerk verkocht graven, naar hij in een document had gezien, in eeuwige eigendom. Deel van het probleem is volgens hem dat er voor die “eigendom” geen regeling is.

Een begin van een oplossing zou kunnen zijn dat parochies de eigendom van de begraafplaats overdragen. Als voorbeeld noemde hij de overdracht van de begraafplaats aan de Daalseweg in Nijmegen aan de stichting In Paradisum.

Peter dankte Maurice voor zijn interessante lezing. Het funerair erfgoed in Weert heeft de aandacht van de Aldenborgh en zal dat ook blijven houden. Uw verslaglegger meent dat Maurice er ruimschoots in is geslaagd het belang van behoud van funerair erfgoed in Weert voor het voetlicht te brengen.

Bijzondere vondst en avond in Altweerterheide

Onlangs werden 130 negatieven van schoolfoto’s uit de periode 1936 ~ 1948 gevonden. Alphons Timmermans, die toen leerkracht en later schoolhoofd was van basisschool St. Jozef in Altweerterheide, maakte deze bijzondere foto’s.

Hij legde zowel leerlingen als enkele leerkrachten vast, waarbij de beelden een breed scala aan emoties tonen, variërend van vrolijk spel tot serieuze momenten van straf. Daarbij bieden de foto’s een fascinerend inkijkje in het dagelijks leven op school in die tijd.

Alphons Timmermans gaf de negatieven vele jaren geleden aan Ressie Haex (93). Omdat een deel van de foto’s uit haar eigen schooltijd stamt, hadden de beelden ook persoonlijke waarde. Tijdens een verhuizing ontdekte haar nichtje, Marja Clement, samen met haar achterneef Dion Huiberts deze negatieven opnieuw. Ze besloten ze te digitaliseren en te vergroten. Daarbij bleek al snel hoe uitzonderlijk goed de fotokwaliteit voor die tijd is.

 

 

Help mee gezichten te herkennen

Op maandag 30 september 2024 om 19.30 uur worden deze unieke schoolfoto’s tentoongesteld in de Heilig Hartkerk aan de Bocholterweg in Altweerterheide. Bezoekers worden uitgenodigd om te helpen, zodat de gezichten van de leerlingen en leerkrachten op de foto’s geïdentificeerd kunnen worden. Neem daarbij vooral oude foto’s van familieleden mee om vergelijkingen te maken en zo namen aan de gezichten te koppelen.

 

Samenwerking

Dit evenement is georganiseerd door de Dorpsraad Altweerterheide in samenwerking met de Geschied- en Oudheidkundige Kring “De Aldenborgh”. De toegang is gratis, en elke vorm van hulp wordt zeer gewaardeerd. Bovendien is iedereen welkom om bij te dragen aan het identificeren van deze historische gezichten, zodat de geschiedenis van basisschool St. Jozef nog completer wordt.

‘Funerair erfgoed aan de Weerter Molenpoort’ – 7 oktober 2024

Het begraven op een parochiekerkhof is tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend. Een natuurbegraafplaats in Weert en Nederweert, een toekomstige islamitische begraafplaats aan de Geuzendijk, twee crematoria in Weert en Nederweert. De afgelopen 10 jaar zijn de locaties waar mensen uit de regio hun laatste rustplaats vinden, uitgebreid.

We zijn bijzonder verheugd dat dr. Maurice Heemels als voorzitter van Stichting Funerair Erfgoed Limburg (SFEL) ons komt vertellen over het werk van deze stichting. SFEL zet zich in voor het behoud van ‘funerair erfgoed’ in de provincie Limburg. Wat is funerair erfgoed en waarom zouden we het moeten beschermen? Welke functies kan een begraafplaats of kerkhof vervullen en hoe kunnen lokale vrijwilligers zich gezamenlijk inzetten voor het behoud van het funeraire erfgoed in hun dorp of stad?

In het tweede deel van de lezing zal hij ingaan op de begraafplaats aan de Molenpoort in Weert. Wat zijn haar bijzondere kenmerken? Aan de hand van een aantal concrete voorbeelden zal duidelijk worden gemaakt welke (soorten) grafmonumenten op de begraafplaats getypeerd kunnen worden als ‘funerair erfgoed’. Ook zal Maurice uitleggen hoe dit funeraire erfgoed een rol kan spelen bij het vastleggen van de geschiedenis van Weert en hoe met het zal kunnen bewaren voor ‘toekomstige generaties’.

 

Maurice Heemels

Maurice Heemels

Maurice Heemels (Melick 1971) studeerde geschiedenis aan de Hogeschool Katholieke Leergangen Sittard en de Katholieke Universiteit Nijmegen. In 1997 studeerde hij cum laude af of een scriptie over rooms-katholieke begraafcultuur in Roermond tussen 1920 en 1985. In 2016 promoveerde hij op een studie naar begraafcultuur in Roermond tussen 1870 en 1940.

Heemels is historicus, lerarenopleider en coördinator van de opleiding tot leraar geschiedenis bij Fontys Lerarenopleiding Sittard. Hij is daarnaast onder meer lid van het hoofdbestuur van het LGOG – waarvoor hij leidinggeeft aan de herziening van de Canon van Limburg –, medeoprichter en vicevoorzitter van Stichting Oude Kerkhof Roermond en voorzitter van de Stichting Funerair Erfgoed Limburg. Hij publiceert regelmatig over met name funeraire cultuur en regionale geschiedenis.

 

Praktische informatie

wat: lezing ‘Funerair erfgoed aan de Weerter Molenpoort’
datum: maandagavond 7 oktober 2024
aanvang: 19.30 uur
waar: Foyer Munttheater Weert, Collegeplein 3, 6001 HN Weert
deelname: gratis

 

 

Aanvang 19.30 uur

 

Collegeplein 3

6001 HN Weert

Entree gratis

Start Weerterlogie – dan weet je wat van je stad

Maar liefst 48 getuigschriften werden er dit voorjaar uitgereikt. En samen met deze nieuwe Weerterlogen werd er getoost op de geschiedenis van Weert, die zich in een sterk toenemende belangstelling mag verheugen.

 

Weerterlogen voorjaar 2024.

 

Dankzij blijvende belangstelling is besloten om al komend najaar te starten met een nieuwe reeks van de cursus Weerterlogie. In een serie van acht dinsdagavonden vanaf 8 oktober 2024 enkele enthousiaste experts een gevarieerde introductie in de geschiedenis en cultuur van de stad Weert. Op het eind van de cursus volgt de feestelijke installatie als Weerterloog.

 

08 oktober dr. Henk Hiddink over prehistorie en oudheid
15 oktober drs. John van Cauteren over de Middeleeuwen tot de Tachtigjarige Oorlog
22 oktober dr. Jos Wassink over de 17de en 18de eeuw
29 oktober dr. Joost Welten over de Franse tijd
 05 november  Peter Korten over de 19de eeuw
12 november  drs. John van Cauteren over de Weerter kunst
19 november drs. Theo Schers over de beide Wereldoorlogen en het interbellum
26 november drs. Frits Nies over de opbouw en afbraak na WO II

 

Stichting De Aldenborgh wil de belangstelling voor en kennis van de lokale geschiedenis vergroten. Met de opgedane kennis kunnen deelnemers na afloop gemakkelijk hun familie en vrienden rondleiden door Weert. En samen nog meer genieten van deze stad en regio.

 

Voor wie?

De cursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen minimumvooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen. Het maximumaantal deelnemers is 50 om een soort klassikaal contact tussen docenten en deelnemers te garanderen.

Meer info en opgave: www.dealdenborgh.nl

 

Praktische informatie

Duur cursus: 8x lessen
Lesavond: dinsdag
Tijdstip: 19.00 – 21.00 uur
Cursuslocatie: Cwartier, Beekstraat 54
Deelnameprijs: € 121,-  (betaling geldt als inschrijving)
Aanmelden: door overmaking van € 121 op bankrekening NL31RABO0176968334 t.n.v.  stichting De Aldenborgh Weert onder vermelding van ‘cursus’ en uw naam.

.

Deelname ook graag doorgeven aan ons secretariaat via info@dealdenborgh.nl.

Vertoning en identificeren schoolfoto’s 1936-1948 – Sint Jozefschool Altweerterheide

Op maandag 30 september 2024 om 19.30 uur worden deze unieke schoolfoto’s tentoongesteld in de Heilig Hartkerk aan de Bocholterweg in Altweerterheide.

Bezoekers worden uitgenodigd om te helpen, zodat de gezichten van de leerlingen en leerkrachten op de foto’s geïdentificeerd kunnen worden. Neem daarbij vooral oude foto’s van familieleden mee om vergelijkingen te maken en zo namen aan de gezichten te koppelen.

Meer informatie op WeertdeGekste:  https://www.weertdegekste.nl/2024/09/unieke-schoolfotos-ontdekt-uit-1936-1948-in-altweerterheide/

Verslag najaarsexcursie naar Breda

Foto`s – tenzij anders aangegeven – en tekst: Wil Filott

Op 31 augustus 2024, de laatste dag van de meteorologische zomer, vond de najaarsexcursie van GHK  Thorn, LGOG, kring Weert en de Aldenborgh plaats. De weergoden waren ons deze keer weer goed gezind. De vooruitzichten waren dat de dag zonnig zou verlopen. Het doel van de reis was Breda. Met een volle bus werd koers gezet naar het Brabantse Land. Huub aan de Boom verwelkomde de deelnemers in de bus. Ook werd een blad met de Kruislegende van Breda uitgedeeld om alvast een beetje te proeven van de plaats van bestemming. De reis naar Breda liep door een file tussen Eindhoven en Tilburg een half uur vertraging op. Door passend optreden van de reisorganisatoren en de welwillende medewerking van het restaurant, de gidsen en de deelnemers leverde dat nauwelijks problemen op bij het afwerken van het programma.

 

Breda 

In Breda konden we op het terras van restaurant Latour genieten van een kop koffie of thee en een stuk appeltaart, naar wens voorzien van een dot slagroom. Na deze versnapering werd te voet koers gezet naar de Grote Kerk. Daar werd het gezelschap in groepen verdeeld voor een stadswandeling met deskundige gidsen. Uw verslaglegger werd ingedeeld in de groep van gids Suijkerbuijk.  

De inleiding van de gids voor de ingang van de Grote Kerk is uw verslaglegger deels ontgaan. Dat lag, behalve misschien aan zijn afgenomen hoorcapaciteit en het optreden van smartlappenkoren, vooral aan het gebeier van de Nassauklok. Deze klok wordt alleen geluid bij speciale gelegenheden. Hoog bezoek uit Thorn en Weert is natuurlijk zo uitzonderlijk dat Breda daarvoor graag de Nassauklok wil laten horen. 

 

De Havermarkt

De Troubadour met op de sokkel de wapens van de Oranjesteden.

Via een doorgang onder hotel Bliss en een stil pleintje met luxe winkeltjes bereikten we de Havermarkt. Vroeger werden daar de paarden, die met wagens goederen Breda in- en uitvoerden, voorzien van haver en hooi. Na de grote stadsbrand in 1534 werd het gebied heringericht met kleine straatjes. Er bevindt zich een van de oudste panden van Breda. Vroeger woonden hier zusters, die in het pand de mogelijkheid tot overnachting boden. Toen Breda een garnizoensstad werd, ondervonden de zusters overlast van het in hun ogen ongepast gedrag van de militairen. Zij werden onder andere op straat nagefloten. Grensoverschrijdend gedrag? De zusters zijn in ieder geval verhuisd naar Oosterhout. Momenteel is in het pand een Oosters restaurant gehuisvest. 

Tegenover het pand staat het beeldje De Troubadour. Dat beeldje is aan Breda geschonken door de firma Hero, onder meer bekend van de jam. Eenzelfde beeldje staat in drie andere Oranjesteden: Diest in België, Orange in Frankrijk en Dillenburg in Duitsland. 

 

De haven 

Voormalige vishal Breda.

De haven was vroeger een getijdehaven met een niveauverschil van zo`n 70 centimeter. De haven werd gebruikt als riool en beerput. Verontreinigd water vormde een probleem voor de talrijke brouwerijen. In de hoogtijdagen telde Breda 350 brouwerijen. In de vorige eeuw kregen twee brouwerijen landelijke bekendheid: De Drie Hoefijzers met bier dat volgens de gids niet te zuipen was en Oranjeboom met volgens de gids heerlijk bier. 

De haven is in de jaren zestig van de vorige eeuw gedempt. Er werd op die plek een weg aangelegd. Onder de weg lag een parkeergarage met benzinepomp. Begin deze eeuw heeft de stad Breda met subsidie van de Europese Unie de haven weer uitgebaggerd. Voortschrijdend inzicht of politieke draaikonterij? 

Bij de haven bevindt zich op de vismarkt de voormalige vishal, waar vroege rivier- en zeevis werd verkocht, aangevoerd via rivier de Mark. Ook dit rijksmonument is nu in gebruik als horecagelegenheid. 

 

Spanjaardsgat 

Spanjaardsgat met links de granaattoren en rechts de duiventoren.

Vanaf de haven heeft men zicht op het Spanjaardsgat. Deze plaats heeft in de vaderlandse geschiedenis een plek verworven met het turfschip van Breda. Breda was eind 16de eeuw bezet door de Spanjaarden. Op de laatste dag van carnaval 1590 voer een schip met verborgen onder een lading turf Staatse soldaten ongehinderd Breda binnen. Die soldaten overmeesterden de Spanjaarden, die zich vanwege carnaval in ruime mate bezondigd hadden aan inname van alcoholische dranken.

Breda werd op 4 maart 1590 bevrijd van de Spanjaarden. Een Nederlands voorbeeld van een list à la het Paard van Troje. De Spanjaarden kwamen later (tijdelijk) weer terug en werden pas definitief verjaagd in 1637 door Frederik Hendrik.  

Het Spanjaardsgat is een restant van de vroegere beschermingsmuur van het kasteel van Breda. In de Duiventoren is een protestantse gebedsruimte en in de Granaattoren een katholieke kapel.

 

Huis Brecht

Een van de oudste huizen van Breda is huis Brecht.  Het gebouw is vernoemd naar Jan van Brecht, die het in de 15de eeuw verwierf. Jan van Brecht had 20 kinderen. Van hoeveel vrouwen bleef in het ongewisse. Onder meer deze kinderschare was reden voor Jan van Brecht om een kapel in de woning te bouwen. Na een tijdje militair hospitaal te zijn geweest, is het nu een onderkomen voor een historische bibliotheek.        

Huis Brecht Bron: https://erfgoed.breda.nl/erfgoed/archief/huis-van-brecht

 

Het kasteel van Breda 

Het kasteel van Breda kan beschouwd worden als het stamslot van de katholieke Nassau‘s. Graaf Hendrik II van Nassau liet, mede onder invloed van zijn Spaanse vrouw Mencia de Mendoza, de burcht verbouwen tot een renaissancepaleis. Het kasteel werd in 1812 door koning Willem I tot kazerne bestemd. De versieringen werden verwijderd. Het kasteel werd een echte kazerne.  Thans is de Koninklijke Militaire Academie, het opleidingsinstituut voor de Nederlandse krijgsmacht, er gevestigd. Het kasteel is niet van de openbare weg te zien en slechts op afspraak te bezoeken. Omdat het een militair terrein is, is een bezoek omgeven met veel veiligheidsmaatregelen.  

Voor het kasteel bevindt zich het Valkenbergpark, wat vroeger de tuin van het kasteel was. In die tuin werden ook valken voor de jacht gehouden, vandaar de naam. In het park stonden vroeger veel beelden. Een overgebleven beeld stelt Hercules voor. Omdat het beeld door vuil groen uitgeslagen raakte, wordt het door de Bredanaars Vuile Jan genoemd. 

 

Het kasteel van Breda. Bron: https://www.kasteelvanbreda.nl

 

Het Begijnhof 

Toegangspoort Begijnhof met deelnemers en gids Suijkerbuijk.

Het Begijnhof in Breda is een van de twee nog in Nederland bestaande “echte” begijnhoven. Het andere is in Amsterdam. Begijnen waren vrouwen die volgens bepaalde regels leefden Zo waren zij celibatair.

De pastoor van het begijnhof in Breda controleerde `s avonds na het sluiten van de toegangspoort huis na huis of er geen mannen in het begijnhof waren achtergebleven. Achter de toegangspoort bevindt zich de Waalse kerk (église wallonne), vroeger de kapel van het begijnhof.

 

 

 

De 19de eeuw is er aan de andere kant van het begijnhof een nieuwe kapel gebouwd, gewijd aan de heilige Catharina. De kapel is nu een geliefde trouwlocatie. Links achter de kapel bevindt zich het “kakhuisje”, waar de begijnen hun behoeften moesten doen, ook bij nacht en ontij.  

 

De huisjes worden thans verhuurd, waarbij van de bewoners wordt verwacht dat zij de traditie respecteren. Er is echter geen pastoor meer die komt controleren op nachtelijk bezoek. Een van de huisjes heeft een scheve voordeur. De oorzaak daarvan is dat het deels op een oude, gedempte gracht is gebouwd. 

 

 

Met het bezoek aan het begijnhof eindigde de stadswandeling. In het programma was tijd ingeruimd voor een lunch. De deelnemers aan de excursie konden kiezen uit de vele restaurants die het centrum van Breda rijk is. Voorzien van spijs en drank werd `s middags een bezoek gebracht aan de Grote Kerk.

 

De Grote Kerk 

Muurschildering Annunciatie.

De Grote Kerk is een top honderd rijksmonument. De bouw daarvan is rond 1410 begonnen Het was oorspronkelijk een katholieke kerk, maar is sinds de verovering van Breda door Frederik Hendrik in 1637 protestants. Omdat de protestanten geen afbeeldingen van heiligen in hun kerk tolereerden, werden de muren en plafonds witgekalkt.

Bij een restauratie is na verwijdering van de kalk onder meer een prachtige muurschildering van de Annunciatie tevoorschijn gekomen.

In de kerk werd vroeger op Hemelvaartsdag een kruis de hoogte ingetrokken als symbool van de hemelvaart. Met Pinksteren werd een duif vanuit het gewelf losgelaten als symbool van de Heilige Geest die nederdaalt. 

 

 

In de toren van de Grote Kerk hangt de zogenaamde Nassauklok. Deze wordt alleen geluid bij bijzonder gelegenheden zoals de Nassaudag en de Polendag. 

 

Het priesterkoor 

Het priesterkoor is afgescheiden van de rest van de kerk. Alleen kanunniken en priesters mochten op het koor plaatsnemen. De kerkdiensten moesten staande worden gevolgd. Om toch enige ondersteuning te hebben, zijn op de klapzittingen van de koorbanken aan de onderkant gebeeldhouwde consoles aangebracht, waarop geleund kan worden. De afbeeldingen op de consoles betreffen meestal beroepen. Ook in het recente verleden zijn er consoles aangebracht. Twee daarvan herinneren aan de bevrijding van Breda in 1944 door Polen. Op een ervan houdt een Poolse soldaat een Duitser onder schot. De ander vertoont een Poolse soldaat op een motor met op de buddyseat een Bredaas meisje. 

 

 

 

De Nassau`s 

Grafmonument Nassau’s.

Breda is de stad van de katholieke tak van de Nassau`s. In de Grote Kerk bevindt zich een metershoog grafmonument van deze Nassau`s. Aan de achterkant van het grafmonument bevindt zich een afbeelding van de heilige Geertruida. Deze heilige werd aangeroepen bij plagen van muizen en ratten. Geertruidenberg is naar haar genoemd. Willem van Oranje was oorspronkelijk ook katholiek. Pas na het huwelijk met zijn derde vrouw Charlotte van Bourbon omarmde Willem het protestantisme. Willem verkreeg via de familie Van Châlon, die geparenteerd was met de Nassau`s, het prinsdom Orange in het zuiden van Franrijk en mocht zich sindsdien prins noemen.

 

 

 

 

 

De Prinsenkapel 

In de Prinsenkapel bevindt zich het prachtige praalgraf voor graaf Engelbrecht II van Nassau en zijn vrouw Cimburgia van Baden. De graaf en zijn vrouw zijn in liggende houding afgebeeld op hun doodsbed. Vier figuren uit de oudheid, onder wie Julius Caesar, dragen een plaat met daarop in steen stukken van de wapenuitrusting van de graaf. 

 

Praalgraf Engelbrecht II van Nassau en zijn vrouw Johanna van Polanen. Bron: nl.wikipedia.org/wiki/Grote_Kerk_(Breda)#/media/Bestand:Grote_Kerk_Breda_

 

Het schip van de kerk 

De rondleiding werd afgesloten in het schip van de kerk. In de vloer bevinden zich een groot aantal grafstenen. De stoffelijke resten van de daaronder begraven personen zijn bij de aanleg van vloerverwarming verwijderd en herbegraven in een verloren hoekje in de kerk. 

In het midden van de kerk bevindt zich de Prinsenbank, geschonken door Amalia van Solms. Toen koningin Wilhelmina de kerk bezocht, nam zij plaats in de Prinsenbank. Omdat zij klein van stuk was, bleek dat zij niet over de rand van de bank kon kijken. Dat probleem werd vindingrijk opgelost door de stoel op een flink aantal bijbels te plaatsen. Het slotstuk van de bezichtiging was het grote kerkorgel. Het orgel is uitgevoerd in de kleuren blauw en goud, de kleuren van de Nassau`s. Het orgel heeft niet minder dan 3750 pijpen. Het wordt bekroond met het wapen van de stad Breda. 

De Grote Markt 

Na deze geslaagde rondleidingen met deskundige gidsen was er voldoende tijd om de indrukken te verwerken en op deze heerlijke zomerse dag te gaan genieten van de zon of van de schaduw. En waar kon dat beter dan met een drankje op de Grote Markt op een van de talrijke terrassen die de binnenstad van Breda rijk is. Vanaf de terrassen konden de deelnemers ook genieten van de zang van een van de vele koren die in het kader van een smartlappenfestival hun vocale kunsten ten gehore brachten. 

Uw verslaglegger heeft overigens geen enkele aanduiding gezien van De Drie Hoefijzers of Oranjeboom. Verdronken in de zee van de vergetelheid? 

Na het gezellige en sociale samenzijn op de terrassen was iedereen weer stipt op tijd bij het vertrekpunt van de bus. Enkelen profiteerden nog van de gelegenheid om een ijsje te scoren bij de IJssalon van Breda. Hub aan de Boom constateerde in de bus dat we een geslaagde dag achter de rug hadden met deskundige gidsen en begunstigd door het fraaie weer. Hij bedankte de deelnemers voor hun discipline. Chauffeur Richard Heesterbeek werd gecomplimenteerd voor de rust die hij bewaarde en uitstraalde tijdens de file. Hub overhandigde hem als dank een envelop met inhoud. Richard bracht alle deelnemers veilig en mooi op tijd terug naar Weert en Thorn. 

De deelnemers aan deze excursie hebben kunnen genieten van een boeiende, leerzame, aangename en gezellige dag.