Verslag Gluren bij de buren in Nederweert-Eind op 27 augustus 2024 – foto’s en tekst Wil Filott

Op 27 augustus 2024 verzamelden zich zo`n 260 liefhebbers van regionale cultuurhistorie in de Gerardus Majella kerk te Nederweert-Eind om deel te nemen aan de laatste `Gluren bij de buren` van de cultuurhistorische zomer 2024. De kerkbanken waren zeer goed bezet.

 

Een deel van de deelnemers in de Gerardus Majella kerk.

 

Lenie Verheijen

Lenie Verheijen van de plaatselijke organisatie heette de aanwezigen mede namens GHK ´Thorn´, De Aldenborgh, de kring Weert van het koninklijk LGOG en de erfgoedgemeenschap Nederweert welkom in de monumentale kerk. Zij deelde mee dat de bijeenkomst gratis was, maar dat er wel een collecte voor een vrijwillige bijdrage voor het onderhoud van de kerk werd gehouden.

De nummers die de deelnemers bij de ingang van de kerk hadden gekregen hadden een dubbel doel. Ten eerste vond aan de hand daarvan een indeling in vijf groepen plaats. Ten tweede waren het lotnummers voor een loterij, die na afloop van de rondleiding in Eynderhoof gehouden zou worden.

 

Boris Meessen

Boris Meessen, wethouder van de gemeente Weert, zei trots te zijn op de erfgoedgemeenschap en haar activiteiten. Een bijeenkomst als deze was een goede gelegenheid om bekenden te ontmoeten en nieuwe mensen te leren kennen. Zonder vrijwilligers was dat niet mogelijk. Hij vroeg dan ook om een applaus voor hen.

 

Peter Korten

Peter Korten dankte het kerkbestuur voor het ter beschikking stellen van de kerk. Gluren bij de buren in Nederweert-Eind was de laatste van het seizoen 2014. Volgend jaar vindt de 20ste editie plaats. Met Gluren bij de buren zijn inmiddels talloze plaatsen in de regio bezocht.

Hij benadrukte het belang van lokale mensen voor de cultuurhistorie. Zij vormen het geheugen en het geweten van een plaats. Zij staan vrijwillig en belangeloos klaar voor informatie aan inwoners, inwijkelingen en gemeentebesturen. Een mooi voorbeeld van een lokaal vrijwilligersinitiatief is het openluchtmuseum Eynderhoof.

Sprekend vanaf de kansel in de kerk sprak hij zijn zorgen uit over de verhouding tussen het gemeentebestuur en lokale mensen, die zich bekommeren om het erfgoed. Het is volgens hem niet nodig om mensen van buiten in te schakelen voor erfgoed-aangelegenheden.

 

Er zijn voldoende lokale deskundigen om de gemeente te adviseren. Hij sprak de hoop en de verwachting uit dat de problemen met de nieuwe wethouder worden opgelost. Het voorgaande moge voor een buitenstander enigszins vreemd klinken, maar ingewijden weten waar Peter op doelde.

 

Een klein geschiedenisoverzicht 

Henk Verheijen

Henk Verheijen vertelde dat we in Nederweert-Eind geen kastelen en grote boerderijen moeten verwachten. Op de Tranchotkaart van einde 18de eeuw is Eind omgeven door moerassen en heidevelden. Rond 1900 telde Eind een 60-tal kleine boerderijen. De boeren hielden schapen, met name voor de mest, en teelden op akkers boekweit, aardappelen en granen. Ze waren praktisch zelfvoorzienend. Op vrijdag werd er brood en vlaai gebakken in bakhuisjes. De warmte in de oven werd ook gebruikt voor het drogen van pruimen voor ooftenvlaai. In de herfst werd er thuis een varken geslacht. Er werd geen honger geleden maar het leven bestond grotendeels uit hard werken, ook zondags als de pastoor daar tenminste toestemming voor had gegeven. 

Op 8 oktober 1944 vond er een razzia plaats, waarbij 108 mannen werden opgepakt en gedeporteerd naar Duitsland. Twaalf mannen hebben dat niet overleefd. In de jaren 70-tig van de vorige eeuw vond er een ruilverkaveling plaats. De kleine boerderijen verdwenen en er kwamen minder, maar grotere bedrijven voor in de plaats. Eind is nu een dorp met een woonfunctie aan de Noordervaart. 

 

De Gerardus Majella kerk 

Priesterkoor Gerardus Majella kerk

Henk Verheijen vertelde in de kerk over de ontstaansgeschiedenis van het gebouw. De inwoners van Eind kerkten vroeger in Nederweert, een lange voettocht. In 1938 werd Eind een zelfstandige parochie. Vanwege de oorlog en het gebrek aan geld in de naoorlogse periode kwam het pas begin jaren vijftig tot de bouw van een eigen kerk onder pastoor Maes. Deze was afkomstig van de brouwersfamilie Maes in Stramproy. Tot zijn benoeming in Eind was hij leraar Frans aan het Bisschoppelijk College te Weert geweest. Maes was een ondernemend person.

Hij wilde een moderne kerk. Daarvoor schakelde hij architect Weegels uit Weert en de kunstenaar Cor van Geleuken uit Stramproy in. Weegels en Van Geleuken reisden naar Frankrijk en Zwitserland om ideeën op te doen. Zij hadden tijdens hun trip een ontmoeting met de beroemde architect Corbusier. Het resultaat is een kerk in de vorm van een vlaaipunt met een ietwat oplopende vloer met kleine pilaren om het zicht op het ronde, lichte koor zo weinig mogelijk te belemmeren.

De kerk is versierd met meer dan 150 kunstwerken van Cor van Geleuken. De kerk en de kunstwerken hebben een sterk symbolisch karakter. Zo stellen de 52 gebrandschilderde ramen in het schip van de kerk de 52 zondagen in een jaar voor. De ramen verbeelden in een bepaald ritme geloof, hoop en liefde. De twaalf pilaren staan voor de twaalf apostelen, die zoals de pilaren de kerk dragen. De pilaren zijn versierd met kruisjes, allen verschillend van vorm net zoals alle apostelen een verschillend karakter hadden. De door Van Geleuken ontworpen kerkbanken staan in een theatervorm opgesteld. Het priesterkoor baadt in het licht in tegenstelling tot het ietwat donkerder schip. De kerk is sinds 2015 een rijksmonument als voorbeeld van een bijzonder gebouw uit de opbouwperiode. 

 

Lenie Verheijen vertelde op het pastoor Maesplein, dat het plein nu zowat het centrum van Eind vormt. Vroeger lag het centrum bij de brug. Daar waren de boterfabriek De Eendracht, een café met beugelbaan en een smederij gevestigd. De Eindse vrouwen hadden ook een keer een kleurtje toebedeeld gekregen. Kermiszondag in Eind was de zondag voor Pinksteren. De vrouwen wilden dat die verplaatst werd naar de zondag na Pinksteren in verband met het vele werk dat voor hen aan de kermis verbonden was. Zij verzochten de gemeenteraad van Nederweert om de kermiszondag te verplaatsen. De raad, geheel bestaande uit mannen, wees het verzoek af. Een krant meldde: “Vrouwen van Eind lopen een blauwtje”. 

 

Groep 1 op het pastoor Maesplein.
Beeld Gerardus Majella
De lijdende Christus

 

De kerk was bijna zonder kerktoren gebouwd. Het geld was op. De inwoners van Eind vonden dat niet kunnen. Er werden acties op touw gezet. Het resultaat was dat er een 17 meter hoge kerktoren kon worden gebouwd, losstaand van de kerk. In de toren hangen drie klokken. Een klok heet Jacobusklok, geschonken ter gelegenheid van 25-jarig priesterjubileum van pastoor Jacobus Maes.

De patroonheilige van de parochie Nederweert-Eind is Gerardus Majella. Deze naam heeft te maken met de eerste bouwpastoor Brand, een redemptorist uit Wittem. Het Redemptoristenklooster in Wittem was een bedevaartsoord voor de heilige Gerardus Majella. Op de kerkmuur is een beeld van deze heilige aangebracht. 

Op het kerkhof bevindt zich achter de `hemelpoort `een betonnen beeld van een lijdende Christus van Cor van Geleuken. 

 

De voormalige pastorie 

Maart Vestjens

Maart Vestjens stond bij de voormalige pastorie. Deze dateert uit 1941 en is ontworpen door architect Franssen uit Roermond. De eerste bewoners waren pastoor Brand en zijn huishoudster. In 1942 werd de pastorie getroffen door fosforbommen. De bovenverdieping brandde volledig uit. De huishoudster die daar haar vertrek had, kon ternauwernood gered gered worden. De pastorie is daarna hersteld. Pastoor Brand was een sober mens. Hij woonde slechts in een klein gedeelte van de pastorie. In 1952 werd pastoor Maes tot zielenherder van Nederweert-Eind benoemd.

Voormalige pastorie Nederweert-Eind.

Maart Vestjens vertelde dat hij kort na het aantreden van pastoor Maes geboren is en gedoopt moest worden. Maes, die tot dan toe leraar aan het Bisschoppelijk College te Weert was geweest, was heel nerveus. Hij bekende dat hij nog nooit iemand had gedoopt en niet wist hoe dat moest. Het is toch gelukt en zo werd Maart Vestjens de eerste dopeling van pastoor Maes. Hij heeft steeds contact gehouden met pastoor Maes. De pastorie is thans in gebruik als huisvesting voor arbeidsmigranten. De pastorie is een gemeentelijk monument.

 

De bewaarschool 

Piet Hermans

Piet Hermans ontving de deelnemers aan het hek van de voormalige bewaarschool. Hij zei dat hij geboren en getogen was in Eind maar al vele jaren in België woonde. Nadat er eerst een houten noodschool was geweest, werd er eind jaren vijftig van de vorige eeuw begonnen met de bouw van een stenen school. Ook hier was er een samenwerking tussen Pierre Weegels, de architect, en Cor van Geleuken, de kunstenaar. De aannemer was Sjeng Heijnen uit Eind. De vorm van school doet denken aan een kloek die haar beschermende vleugels over mensen in het gebouw uitstrekt.

Piet Hermans was letterlijk betrokken geweest bij het kunstwerk van Cor van Geleuken. Pastoor Maes vreesde dat het kunstwerk niet tijdig klaar zou zijn voor de opening. Piet werd “vrijwillig” ingeschakeld als hulpje van Van Geleuken. Het kunstwerk kwam tijdig klaar. 

Kunstwerk van Cor van Geleuken op voormalige bewaarschool Nederweert-Eind.

De school dreigde op een gegeven moment afgebroken te worden, maar dat is gelukkig afgewend. De school is nu een gemeentelijk monument waar aan de voorzijde het werk van Van Geleuken vanaf de straat te bewonderen is. 

 

Eynderhoof 

Peter Willekens – Bron: Weertdegekste

Peter Willekens verwelkomde ons in Eynderhoof. Het openluchtmuseum Eynderhoof is ontstaan uit een festival van oude ambachten. Na langdurig overleg met de gemeente is er op het voetbalveld van Eindse Boys een museum ontstaan. Het museum heeft de volgende uitgangspunten: 

  • het zichtbaar maken van wonen en werken in de regio tussen 1850 en 1950; 
  • het museum laten “runnen” door vrijwilligers. Er zijn thans 430 vrijwilligers, komend uit de ruime regio. De gemiddelde leeftijd is 73 jaar. Er zijn 10 werkgroepen onder andere voor de tuin, de horeca, de bouw en rondleidingen. Het museum is het grootste bedrijf in de gemeente maar de “werknemers”, de vrijwilligers, krijgen geen salaris. Hun beloning bestaat uit koffie, vlaai en een feestavond maar vooral uit plezier in hun werk en contacten; 
  • het museum laten “leven”. Er wordt gewerkt aan 20 ambachten zoals hout zagen, klompen maken, bakken. Een nieuw project is het bouwen van een peelboerderijtje, waar het vroegere boerenbedrijf actief op kleine schaal zal worden uitgeoefend met een moestuin, varkens, koeien en akkers. 

De inkomsten van Eynderhoof bestaan uit: 

  • entreegelden van bezoekers; 
  • de opbrengsten van de horeca-activiteiten; 
  • de opbrengsten van producten gemaakt door vrijwilligers; 
  • de bijdragen van Vrienden van Eynderhoof.

 

De nazit 

Na de rondleiding bezochten zeer veel deelnemers de herberg van Lieberte Gon in Eynderhoof om te genieten van een of meer drankjes. De herberg was te klein voor de vele bezoekers. Een aantal moest uitwijken naar een aangebouwde tent. Een veel genuttigde drank was Gouverneurbier van brouwerij Lindeboom in Neer.  De editie 2024 van Gluren bij de buren was in Neer begonnen. De cirkel was daarmee rond. Velen lieten zich de kans niet ontgaan om te genieten van een stuk vlaai, gebakken in de oven van Eynderhoof. Op deze avond is door de deelnemers aan deze Gluren bij de buren een stevige bijdrage geleverd aan de inkomsten van Eynderhoof. Tijdens de nazit vond er ook nog de loting plaats. Wie de prijswinnaars waren en wat de prijzen waren, is uw verslaglegger ontgaan.

 

Drukte aan de toog van Lieberte Gon.
Een gezellig onderonsje met Belgisch Limburgse gluurders.

Slot 

Met de nazit in Eynderhoof eindigde deze goed georganiseerde en perfect uitgevoerde Gluren bij de buren in Nederweert-Eind. Alle lof en dank voor de organisatie en de vrijwilligers die deze avond tot een succes hebben gemaakt. Nederweert-Eind staat nu voor velen (weer) op de kaart.  

Verslag van het symposium ‘De kat van huis en de duivel op het kussen, graaf Filips de Montmorency en zijn powervrouwen’ – door Wil Filott

Op donderdagmiddag 12 augustus 2024 vond er in het Belgische Bocholt een symposium plaats met als titel ‘De kat van huis en de duivel op het kussen, graaf Filips de Montmorency en zijn powervrouwen’. Aanleiding voor het evenement was dat het 500 jaar geleden is dat Filips de Montmorency, graaf van Horne, geboren is op het kasteel van Ooidonk in Deinze. De opkomst voor het symposium was groot, 300 deelnemers. De grote zaal van het Brouwershuis in Bocholt was helemaal vol. Er moesten zelfs stoelen worden bijgeplaatst.

 

Overzicht van de volle zaal van het Brouwershuis in Bocholt.
Peter Korten

Peter Korten heette de bezoekers namens de heemkundige Kring Bocholt, het Geschied- en oudheidkundig genootschap De Aldenborgh, kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en de Erfgoedgemeenschap Nederweert welkom. Een speciaal woord van welkom was er voor mr. Magnee, de huidige kasteelheer van kasteel Horn. Peter Korten dankte de sprekers voor hun bijdragen en Alfons Bruekers ook voor de techniek. Veel gemeenten in Belgische en Nederlands Limburg konden volgens hem een voorbeeld nemen aan Bocholt voor wat betreft het belang dat aan cultuurhistorie wordt gehecht. Hij dankte dan ook de gemeente Bocholt voor haar bijdrage. Na deze lovende woorden gaf hij het woord aan burgemeester Stijn Van Baelen van Bocholt.

 

Burgemeester Stijn Van Baelen

Burgemeester Stijn Van Baelen verwelkomde de deelnemers in zijn gemeente. Hij dankte de initiatiefnemers en organisatie van het symposium in Bocholt. Hij benadrukte het belang van kennis van de geschiedenis voor de toekomst. In het symposium zag hij ook een bewijs van samenwerking en het naar elkaar toegroeien van de beide Limburgen. De titel van het symposium betitelde hij als een cliff hanger in een spannend verhaal. De geschiedenis bewijst dat ook in de politiek godsdienst van belang kan zijn, ten goede of ten kwade.  Ook wat er achter de voordeur bij politici gebeurt, is niet te onderschatten. Als voorbeeld noemde hij voormalig Amerikaans president Ronald Reagan, die belangrijke beslissingen mede liet afhangen van de mening van zijn echtgenote Nancy.

 

Sneeuwwitje, wakker gekust door een prins.

 

Peter Korten voerde vervolgens Sneeuwwitje ten tonele. Dat leek vreemd en verrassend. De relatie met het onderwerp van het symposium werd echter snel duidelijk. Voor Sneeuwwitje in het sprookje van de gebroeders Grimm zou Margaretha von Waldeck, een verblindende schoonheid, ‘model’ hebben gestaan. De echte Margaretha verhuisde op jeugdige leeftijd naar Brussel. Haar uitzonderlijke schoonheid trok de aandacht van hoge edelen in Brussel. Zowel Lamoraal van Egmond als Willem van Oranje, de kompanen van Filips de Montmorency, zou verliefd op haar zijn geworden. Ja zelfs wellicht een verhouding met haar hebben gehad. Margaretha is op jonge leeftijd gestorven en in Brussel begraven. Met dit verhaal werd een bruggetje geslagen naar het onderwerp van het symposium. 

 

Sprekers symposium. V.l.n.r: Lennart Willems, Peter Korten, Anneleen Gabriëls, Alfons Bruekers, Mart Graef en Wim Cuppens.

 

Mart Graef

Mart Graef verhaalde over het ontstaan en het wedervaren van het geslacht van de Van Hornes. In de Nederrijnse territoria was Horne aanvankelijk slechts een heerlijkheid, gelegen aan de Maas. Het verdienmodel van de heer was het heffen van tol op de Maas. Het kasteel van Horn ligt thans iets verwijderd van de Maas. In de loop der jaren heeft die rivier zijn loop gewijzigd, maar de oude beddingen zijn nog in het landschap te zien. Willem I van Horne ging drie hoorns in zijn wapen voeren. Hij was een leenman van de graaf van Loon.  

Jacob I van Horne is de eerste Van Horne die zich graaf mag noemen. Hij werd op jonge leeftijd uitgehuwelijkt aan Johanna van Meurs. Na het overlijden van zijn vrouw deed hij afstand van zijn bezittingen en trad hij in het door hem gestichte klooster van de Minderbroeders in Weert, waar hij ook stierf.  

Een latere graaf is Jan van Horne. Hij was proost van het kapittel van Sint-Lambertus te Luik. Omdat zijn broer graaf Jacob III geen kinderen had en dus geen opvolger, trad Jan uit de geestelijke stand. Hij trouwde met Anna van Egmont, de weduwe van Joseph de Montmorency. Het huwelijk van Jan van Horne en Anna van Egmont bleef kinderloos. Jan van Horne vermaakte het graafschap Horne en de heerlijkheden Weert, Heusden en Altena aan zijn oudste stiefzoon Filips de Montmorency. Deze trouwde in 1546 met Walburgis van Nieuwenaer. Financieel belangrijk was dat Jan van Horne bij testament het levenslange vruchtgebruik aan zijn echtgenote Anna van Egmond deed toekomen. De inkomsten kwamen dus aan haar toe.

Anna van Egmond zorgde ervoor dat haar zoon in de juiste kringen terechtkwam. Filips werd page in Brussel aan het hof van Karel V. Hij ontmoette daar Philips, zoon van keizer Karel V van Spanje, en later koning van Spanje. Ook maakte hij daar kennis met Willem van Oranje en Lamoraal van Egmont. Zij vormden later het bekende driemanschap, dat zich verzette tegen de plannen van Philips II. Deze wilde een meer centraal geleide staat met ‘wijze mannen’. Dat zou ten koste gaan van de macht van de adel. Na de onthoofding van Filips de Montmorency op de Grote Markt te Brussel op 5 juni 1568, werd door de leenzaal van Kuringen beslist dat het graafschap Horne als zwaardleen zou toevallen aan Luik. Deze situatie is tot 1795, de inlijving bij Frankrijk, gehandhaafd gebleven. Het graafschap Horne werd toen opgeheven. 

 

Lennart Willems

Lennart Willems, de nieuwe conservator van museum W te Weert, vertelde dat de inrichting van het museum thematisch is en niet chronologisch. Het richt zich op diverse levensthema`s. Zijn rol tijdens het symposium was tussen de verhalen van de andere sprekers als intermezzi enkele meer luchtige onderwerpen aan te snijden.  

In het eerste intermezzo toonde hij een overigens verkeerd laatje uit het museum. In een dergelijk ander laatje bevindt zich een penning met de beeltenis van Walburgis, de echtgenote van Filips de Montmorency, gemaakt in Antwerpen in 1566.  

 

 

Wim Cuppens

Wim Cuppens behandelde de relatie tussen Bocholt en de Van Hornes in de 15de en 16de eeuw. De Van Hornes maakten veel schulden. Daarvoor werden gebieden in pand gegeven. Bocholt kwam daardoor materieel in handen van schuldeisers, onder andere van een Van Heers. Ook de familie Van Grevenbroek behoorde tot de schuldeisers. Bocholt en Grote Brogel werden in 1502 als bruidsschat afgestaan aan Margaretha van Horne en Everard van der Marck. In de kerk van Bocholt bevindt zich een retabel met deze Van der Marck met Christoffel.  

Glas-in-lood raam in de Katharinakerk te Hoogstraten met Karel van Lalaing.

Later kwam Bocholt weer in het bezit van de Van Hornes. Na het overlijden van Filips de Montmorency kwam Bocholt in handen van zijn zus Eleonora van Montmorency, zulks in tegensteling tot het graafschap Horne dat toeviel aan het Prinsbisdom Luik. Eleonora was getrouwd met Lalaing, graaf van Hoogstraten. Na haar dood kwam Bocholt in het bezit van haar zoon Willem van Lalaing. Tijdens diens minderjarigheid was Karel van Lalaing zijn voogd.

Door de leenzaal te Kuringen werd Bocholt in 1601 toegewezen aan Arnold van Bocholt. Bocholt is tot de Franse tijd in handen gebleven van deze familie van Bocholt. 

In een tweede tussenspel van Lennart Willems was een foto te zien van drie portretten van Anna van Egmond en Walburgis van Nieuwenaar, reproducties uit de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek te Wenen, het Louvre in Parijs en het Musée Condé te Chantilly. 

Walburgis van Nieuwenaer
Anna van Egmont

 

In de pauze werd een filmpje getoond van de tocht te paard van Filips de Montmorency van Bocholt naar Weert. Helaas was het niet Filips in levenden lijve, maar een bronzen ruiterstandbeeld dat nu te pronken staat in het kasteelpark te Weert. 

 

Anneleen Gabriëls

Anneleen Gabriëls vertelde dat Anna van Egmond in de hoogste kringen verkeerde en goede, diplomatieke contacten onderhield met belangrijke personen. Anna van Egmond werd na haar bekering tot het Lutheranisme activistisch. Volgens de kroniek van Maria Luyten bezocht zij kerkdiensten met protestantse voorgangers. Huwelijken in de hogere kringen waren in die tijd voornamelijk gearrangeerde huwelijken, tot stand gebracht tussen families. Zo ook het huwelijk van Filips de Montmorency. Hij is in Weert in 1546 getrouwd met de calvinistische Walburgis van Nieuwenaer. Hun huwelijkscontract was al zes jaar eerder opgemaakt. Walburgis had goede contacten met haar grootvader Floris van Egmont.  

Het rijk van Filips de Montmorency bestond in 1560 uit de volgende gebieden: het graafschap Horn, met Bocholt en Kortessem, de heerlijkheden Weert, Wessem en Nederweert, de heerlijkheid Grote Brogel met Erpekom, de heerlijkheid Altena, de heerlijkheid Nevele, en via zijn echtgenote Walburgis van Nieuwenaer het graafschap Nieuwenaer, het graafschap Meurs en Saarwerden. 

Tekening van Philips de Montmorency, graaf van Horn.

Filips de Montmorency zat vaak op zwart zaad. Dat lag enerzijds aan een gebrek aan inkomsten, – zijn moeder had immers het vruchtgebruik van de bezittingen – en anderzijds aan zijn hoge uitgavenpatroon. Hij leende geld. Daarvoor gaf hij gebieden in onderpand. Hij leende onder meer van Jacob van Aebroeck te Beek. Tot terugbetaling kwam het niet. De Gemeynte van Bocholt heeft op 5 maart 1566 deze betalingsverplichting van Filips overgenomen. 

Na de gevangenneming van Filips de Montmorency hebben zijn moeder en vrouw pogingen ondernomen om hem vrij te krijgen, echter tevergeefs. Na de begrafenis van Filips in Weert hebben zij hun toevlucht in Keulen gezocht, waar zich ook andere edellieden uit de Nederlanden bevonden. 

 

De geuzennap.

Tijdens het laatste intermezzo toonde Lennart Willems de afbeelding van een zogenaamde geuzennap, gemaakt van een kokosnoot, uit het museum Burg-Bentheim. Deze zou afkomstig kunnen zijn van Filips de Montmorency. Waarschijnlijk is dat het niet het geval. Er staan wel hoorns op het daarop aangebrachte wapen, maar het wapen klopt niet. Bovendien is het niet waarschijnlijk dat Filips een dergelijk symbool van de geuzen in bezit zou hebben gehad. Desgevraagd achtte ook Anneleen het onwaarschijnlijk dat de nap van Philips geweest zou zijn. 

 

Alfons Bruekers
Omcirkeld: het ‘Gallisch’ dorp Neder Weert en Weert.

Alfons Bruekers begon zijn verhaal met de opmerking dat hij zich enerzijds gedrogeerd voelde door de hoeveelheid informatie van de andere sprekers, maar anderzijds was dat mooi, omdat hij naar hen had kunnen luisteren. Hij vertelde afkomstig te zijn uit Nederweert dat een soort haat-liefde verhouding had met Weert. Nederweert was het dorp van de Galliërs en de inwoners van Weert waren Romeinen, maar verder prima volk.  

 

Zijn verhaal was opgedeeld in vier thema’s: Geld, Grenzen, Gezag en Geloof. De thema`s werden verder uitgewerkt met voorbeelden. Een aantal daarvan volgt hierna. 

Geld. De Van Hornes leefden boven hun stand. Ze hadden voortdurend geldgebrek. In 1534 werd Nederweert verpand aan Frederik van Stellaert. In 1541 vond de Blijde Incomste plaats van Filips de Montmorency. Hij werd beleend met onder meer Weert, Nederweert en Bocholt. Hij beloofde oude privileges te handhaven en geen nieuwe belastingen in te voeren. Die belofte werd ook ondertekend door Anna van Egmont als vruchtgebruikster. De nieuwe ‘machthebbers’ waren niet populair bij de bevolking. Zowel de graaf als zijn moeder werden als vreemdelingen beschouwd. Volgens Maria Luyten was Anna een dominante persoonlijkheid. 

Grens. In de middeleeuwen waren er conflicten tussen de inwoners van Nederweert met Someren over heidevelden. Die waren economisch van belang voor het houden van schapen en het steken van turf. In 1375 werd er een eik, genaamd de Kruiseik, geplant om de grens af te bakenen. Dat bleek niet afdoende, conflicten bleven. In 1481 werd de vrede van Nederweert met een nieuwe grens gesloten. Dat was geen eeuwige vrede. In 1547 vond er er een overval plaats van Nederweertenaren op Someren. Er werden paarden, kleren en karren geroofd. Een onderhandelaar van Someren werd in Nederweert in een waterput geworpen. Na een arbitrage werd tussen Brabant en Nederweert de zogenaamde Meulenstatpaal geplaatst.  

Gezag. Ook tussen Weert en Nederweert was het niet altijd pais en vree. Anna van Egmond was verbolgen over het optreden van de Nedeweertenaren. Op kerstnacht 1547 trok de schout van Weert met 100 schutters naar de kerk van Nederweert, waar de inwoners voor de nachtdienst bijeen waren. Een aantal burgers verschanste zich in de kerktoren, waar zij het twee maanden uithielden. Nadat de schutters de kerk binnengedrongen waren, voerden zij de `raddraaiers` gevankelijk naar het kasteel van Weert. Anna van Egmond eiste voor hun vrijlating een hoog losgeld. 

Geloof. De pastoor van Weert, Thomas van Spranckhuijsen ,had zich bekeerd tot de `nieuwe` godsdienst. Het lukte echter niet de Nederweertenaren tot de nieuwe godsdienst over te halen. Met Pasen 1566 werd een (tweede) poging daartoe ondernomen. Walburgis ging met Thomas van Spranckhuijsen naar de kerk in Nederweert om het nieuwe geloof aan de man te brengen. Dat mislukte jammerlijk. De kerkgangers tierden, schreeuwden en ‘kloterden’ met de klompen. De vrouwen van Nederweert zetten hun ‘beste klomp’ voor.  Als beloning kregen de vrouwen van Nederweert de ereplaatsen in de kerk namelijk de zuidzijde, de epistelzijde. In de woelige winter 1566/1567 werd de kerk bewaakt. Filips de Montmorency was tijdens deze gebeurtenissen niet in Weert, maar op reis voor koning Philips II, El Rey, van Spanje. Na zijn terugkeer in Weert prees hij de Nederweertenaren voor hun verzet. 

Alfons Bruekers beëindigde zijn verhaal met de constatering dat Filips de Montmorency in zijn leven te maken had met twee grote dilemma`s: de trouw aan Spaanse koning en het verschil in godsdienst tussen hem en zijn moeder Anna Van Egmond en zijn echtgenote Walburgis van Nieuwenaer. 

Het symposium werd afgesloten met een fragment uit de musical ‘Graaf van Horne’, waarin Filips de Montmorency op diverse locaties in Weert het lied ‘loatj mich’ zong, eindigend bij zijn grafsteen in de Sint Martinuskerk. 

Peter Korten dankte de sprekers voor hun interessante en boeiende lezingen en overreikte hen als blijk van waardering een kistje met voor uw verslaglegger onbekende inhoud.  

 

27 augustus 2024 – Gluren bij de buren in Nederweert-Eind

Nederweert-Eind12000 jaar geleden sloegen de jagers-verzamelaars van de Tjongercultuur hun basiskamp op aan de oevers van het huidige natuurgebied De Banen.

In de IJzertijd, zo rond 600 v. Chr. vestigden de eerste landbouwers zich rond de waterplassen de Banen, het Sarsven, de Schoorkuilen en de Kwegt. Nu mooie wandelgebieden met een rijke flora en fauna.

Eind was een gehucht, een vlekje op de kaart, weggedoken achter de Noordervaart. Begin 20ste eeuw was het een hoofdzakelijk agrarische gemeenschap, die bestond uit 750 inwoners. Er werd door weer en wind te voet naar de kerk gegaan in Nederweert.

In 1939, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, werd op initiatief van enkele bewoners een eigen parochie gesticht. Er werd een bouwpastoor benoemd en op 10 juni 1956 werd de Sint Gerardus-Majella kerk ingewijd. De meningen over het resultaat waren verdeeld. Deze kerk, vol symboliek is nu een Rijks- monument.

Er zijn ook nog twee gemeentelijke monumenten: De pastorie en de voormalige kleuterschool.

Voor de kerk ligt het Pastoor Maesplein met monumenten die verwijzen naar diverse gebeurtenissen uit het verleden. Eind heeft, maanden liggend aan de frontlinie, zwaar geleden in de Tweede Wereldoorlog. Het dorp Nederweert-Eind heeft bekendheid gekregen door het Limburgs Openluchtmuseum Eynderhoof. Al deze bouwwerken zullen tijdens Gluren bij de buren… in Nederweert-Eind op 27 augustus worden bezocht. De gezamenlijke afsluiting is in het openluchtmuseum. In de herberg kunt u een lekker biertje proeven.

Er kan nog een bezoek gebracht worden aan de archeologieruimte voor een presentatie rond het archeologisch verleden van het dorp “d-Indj”. Dit wordt op een heel bijzondere wijze in beeld wordt gebracht.

Praktische Informatie

datum dinsdag 27 augustus 2024
aanvang: 19.00 uur
waar: St.-Gerardus-Majella kerk :Pastoor Maesplein 15 Nederweert-Eind
deelname: gratis
parkeren: Gratis parkeren bij openluchtmuseum Eynderhoof langs de Rendierenlaan. (5 minuten lopen naar de kerk).
Het Pastoor Maesplein is niet voor parkeren beschikbaar.
afsluiting Openluchtmuseum Eynderhoof

 

 

 

 

 

 

22 augustus 2024 – Symposium: ‘De kat van huis en de duiven op het kussen, graaf Filips de Montmorency en zijn powervrouwen’

Girl Power! De vrouwen in het leven van de graaf van Horne

Filips de Montmorency

Het is dit jaar 500 jaar geleden dat Filips van Montmorency, graaf van Horn en Heer van Weert, Nederweert en Bocholt, het levenslicht zag. Dat is de aanleiding voor een symposium op donderdag 22 augustus. Dat draagt de titel ‘De kat van huis en de duivel op het kussen, graaf Filips van Montmorency en zijn powervrouwen’.

Niet te missen voor iedereen met een warm hart voor erfgoed, heemkunde en streekgeschiedenis. Inloop 13.15 uur, aanvang 14.00 uur in het Parochiehuis – Kerkplein 11, 3950 Bocholt.

 

 

 

 

Graaf van Horne

Over de graaf, in 1568 onthoofd op de Grote Markt in Brussel, is al enorm veel gepubliceerd. Toch heeft recent archiefonderzoek geleid tot een groot scala aan nieuwe gezichtspunten. Niet in de laatste plaats over de invloedrijke rol van de vrouwen in het leven van Filips, te weten zijn echtgenote Walburgis van Nieuwenaer en schoonmoeder Anna van Egmond.

 

Spotlight

Vanuit zeer verschillende invalshoeken zal in het symposium de spotlight op de graaf en vooral op zijn vrouwen worden gericht. Dat gaat onder andere over de gespannen relatie van de gravinnen met de lastige bestuurders en onderdanen.

 

Invalshoeken

Peter Korten is dagvoorzitter. De sprekers zijn Alfons Bruekers, Wim Cuppens, Anneleen Gabriëls, Mart Graef en Lennart Willems. Zij benaderen het onderwerp van de graaf en de vrouwen in zijn leven vanuit verschillende invalshoeken, en staan garant voor een bijzonder interessante middag.

 

Praktische Informatie

Datum: donderdag 22 augustus 2024
Tijd: 14.00 uur – Inloop vanaf 13.15 uur
Locatie: Parochiehuis – Kerkplein 11, 3950 Bocholt
Kosten: gratis. Reserveren is niet nodig. Vol = Vol
Parkeren Kerkplein of parkeerplaats Mathijsplein in Bocholt (België)

 

Voor overige informatie: programma en informatie over de sprekers: klik hier voor de bijgevoegde flyer.

31 augustus 2024 – Excursie naar Breda

Onze-Lieve-VrouweKerk of Grote Kerk in Breda

Na onze succesvolle excursie van afgelopen april naar Nijmegen en Kasteel Doorwerth nodigen de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn’’ en de Kring Weert van het Koninklijk L.G.O.G., de Aldenborgh, u met veel genoegen uit voor een nieuwe excursie. Deze vindt plaats op zaterdag 31 augustus a.s.

We vertoeven de hele dag in Breda. Daar zullen wij in de ochtend, na te hebben genoten van koffie en gebak, onder leiding van deskundige gidsen een historische stadswandeling maken. In de namiddag brengen wij, wederom onder leiding van gidsen, een bezoek aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk, ook wel Grote Kerk geheten, een schitterend tophonderd monument. Na afloop krijgt u de gelegenheid om onder het genot van een glaasje nog een uurtje te genieten van deze mooie stad.

 

De stad Breda

Kasteel van Breda

Breda is van oudsher de voornaamste stad van West-Brabant. Het was de hoofdstad van de Baronie van Breda. De stad telde per 1 januari 2024 188.217 inwoners en is daarmee in grootte de derde gemeente van Noord-Brabant en de negende gemeente van Nederland.

De stad was eeuwenlang een belangrijke garnizoens- en vestingstad en speelt nog steeds een zichtbare rol binnen de Nederlandse krijgsmacht door de aanwezigheid van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en als hoofdkwartier van de Koninklijke Luchtmacht.

Breda is sinds 1853 de zetel van het gelijknamige bisdom. De aanwezigheid van eerst het hof van de Heren van Breda, en later van instellingen als de rechtbank, Kamer van Koophandel en het bisdom hebben ervoor gezorgd dat Breda van oudsher het politieke, administratieve en religieus-bestuurlijke hart van West-Brabant vormt. De stad bezat en bezit ook veel handel en industrie. Zij ligt aan een knooppunt van water- spoor- en autowegen. Breda koestert een historische band met het huis Nassau.

Begijnhof Breda

Tot 1795 waren de burgers van Breda onderdanen van de heer van Breda, die vanaf 1403 tevens graaf van Nassau was en vanaf 1538 ook prins van Oranje-Nassau. Sinds 1815 is een van de historische titels van de koning(in)  Baron(esse)van Breda. Daardoor is Breda niet alleen een Oranjestad, maar geldt deze ook als dé Nassaustad bij uitstek.

 

Tweede Wereldoorlog

Kort na de Duitse inval op 10 mei 1940 dreigde Breda tussen de fronten van de oprukkende Nazi-Duitsers en Fransen terecht te komen. De omstreeks 50.000 inwoners kregen op 12 mei 1940 het bevel de stad te evacueren. De Bredanaars spreken zelf van ‘De Vlucht’. De evacuatie vond plaats op gezag van burgemeester Van Slobbe, al of niet op last of bevel van de Fransen. In het begin van de oorlog kwam er nog een Franse troepenmacht uit België naar Breda, maar deze bereikte de stad niet.

De nazi-Duitse bezetters vestigden zich snel in de aanwezige militaire bouwwerken van de stad. In 1942 werd de bezetting aangescherpt, toen de vijand begon met het registreren van Joden vanwege de geplande deportaties. Deze was in december voltooid en de ongeveer 225 Bredase Joden verdwenen naar concentratiekampen of doken onder. Op 4 september 1944 kondigde Radio Oranje aan, dat Breda bevrijd was. Dat bericht bleek vals en werd later die dag ingetrokken. Veel bezetters en collaborateurs ontvluchtten toen de stad. Op 29 oktober 1944 werd de stad bevrijd door Poolse soldaten, onder generaal Maczek.

In de jaren 60 van de 20e eeuw vonden er grootschalige ingrepen plaats, zoals de aanleg van een cityring om de binnenstad, en het dempen van de Oude Haven in 1966. In 2008 werd deze echter weer in gebruik genomen, na opnieuw te zijn uitgegraven. Ook de sloop van de neogotische kerken in de binnenstad vond plaats in de jaren 70 van de 20e eeuw.  Eind 20e eeuw was Breda opnieuw uitgegroeid tot een belangrijk knooppunt halverwege de havensteden Rotterdam en Antwerpen. Vanaf de jaren 80 van de 20e eeuw werden ook omvangrijke uitbreidingsplannen ten noorden van de stad uitgevoerd, met name de Haagse Beemden, waar woningen en kantoren verrezen.

 

Onze Lieve-Vrouwekerk of Grote Kerk

Onze-Lieve-VrouweKerk of Grote Kerk in Breda

In 1269 wordt voor het eerst melding gemaakt van de Grote Kerk, een stenen kerk, ‘denne stenne monster’. Van buiten én van binnen maakt de kerk veel indruk. Zij draagt niet voor niets het predicaat topmonument Brabant. De kerk bezit een rijke inventaris met onder andere de indrukwekkende grafmonumenten van de Nassaus. In de Prinsenkapel, met gewelfschilderingen met details van puur bladgoud, rusten namelijk de voorvaderen van de Nederlandse koninklijke familie. De geschiedenis van het koningshuis begint in Breda. De kerk staat in het centrum van Breda aan de Grote Markt.

 

 

 

Programma

08.30 uur: Vertrek vanuit Thorn

Parkeerplaats Sportpark Ter Koel – Ittervoorterweg 51 Breda

09.00 uur: Vertrek vanuit Weert, Sint Jozefskerkplein, 
Sint Jozefskerkplein 3 Keent
10.30 uur: Aankomst in Breda, Vlaszak; vanaf daar lopen we
(3-4 minuten) naar restaurant Latour
:11.15 uur Historische wandeling met gidsen vanaf Grote Markt
12.45 uur: Einde wandeling; gelegenheid tot lunchen
14.15 uur: Rondleiding Grote Kerk
15.30 uur: Einde rondleiding; gelegenheid tot het nuttigen van
drankje/hapje in centrum
16.30 uur: Vertrek vanaf Vlaszak naar Weert en Thorn

 

Genoemde tijden zijn bij benadering.

 

Deelname en kosten

Deelnemers die lid zijn van het LGOG, vriend van de Aldenborgh of lid van de GHK “Het Land van Thorn”, betalen een bedrag van € 45,00, niet-leden betalen € 50,00.  Museumkaart is niet geldig.

In de deelnemersbijdrage zijn begrepen: de kosten van de bus, koffie/thee met gebak, begeleide stadswandeling Breda, rondleiding Grote Kerk, fooi voor de chauffeur.

De aanmelding voor deelname aan de excursie dient te geschieden op één adres en wel bij de penningmeester van de G.H.K. “Het Land van Thorn” door overschrijving van het deelnamebedrag op bankrekening IBAN NL75 RABO 0151 0192 66 ten name van Geschied- en Heemkundige Kring “Het land van Thorn”.

Uw betaling geldt als aanmelding. U dient bij de omschrijving duidelijk te vermelden:

1) Na(a)m(en) van de deelnemer(s)

2) Breda

3) Uw opstapplaats

Er zijn voor deze excursie 50 plaatsen beschikbaar. Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval vóór 20 augustus a.s.

Indien u na aanmelding/betaling om de een of andere reden alsnog moet afzien van deelname en indien de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dan dient u zelf voor vervanging te zorgen.

Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.

Deze excursie is namens het L.G.O.G, Kring Weert, de Aldenborgh en de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” georganiseerd door Wil Filott en Hub aan den Boom. Zij zijn respectievelijk bereikbaar onder telefoonnummer 06-83138322 en 06-18845998. Wij wensen u voor 31 augustus a.s. een heel leerzame en aangename excursie toe.

20 augustus 2024 – Gluren bij de buren … in Bree

Nog een uitstapje naar België. Op dinsdag 20 augustus gluren we bij de buren in Bree. We wandelen naar het stadhuis, het recent volledig gerestaureerde interieur van de St.-Michielskerk, de restanten van het oude refugiehuis van Postel en het stadspark met oude dekenij naar het nieuwe culturele centrum en de nieuwe woonzone St.-Michiels- park. Het oude centrum is autoluw, de totale wandelafstand bedraagt ± 1500 m en is rollator en scootmobiel vriendelijk. Deelname is gratis. Voor een natje na afloop is er een ruime keuze aan drankgelegenheden rond het Vrijthof, de Markt en de Hoogstraat.

 

 

Stadsplattegrond Bree

In een document van 1078 is er voor het eerst sprake van Bree. In 1366 kreeg het stadrechten als een van de Goede steden van het prinsbis- dom Luik, waarvan het perron een symbool is. Het centrum heeft zijn oude ei-vorm bewaard met een radiale wegenstructuur via vier poorten (Itterpoort, Kloosterpoort, Nieuwstadpoort en Gerdingerpoort) die leidt naar het Vrijthof. De middeleeuwse stadsgracht werd in de 20ste eeuw vervangen door de kleine ring.

Maar het functionele gebruik van het centrum is gedurende de laatste decennia volop in verandering. De onderwijsinstellingen (TISM-tech- nische school-, het St.-Michielcollege en St.-Augustinus-onderwijs voor meisjes- hebben de stadskern verlaten en gingen samen naar de onderwijscampus buiten de tweede ring.

 

 

Zeepziederij Bree

De vrijgekomen panden kregen een nieuwe bestemming. Zo werd het St.-Michielcollege (een klooster uit het midden van de 17de eeuw) na een grondige sanering en restauratie het nieuwe stadhuis. De technische school werd afgebroken en kreeg een uitgesproken bewoningsbestemming met de naam St.-Michielspark met tientallen villa-appartementen. Het cultureel centrum en de Breugelzaal vonden een nieuw onderkomen in de zeepziederij (de gebouwen van de vroegere groothandel in koloniale waren Janssen-Gilissen (Limburgia) aan Malta.

 

Praktische informatie

datum dinsdag 20 augustus 2024
aanvang: 19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar: in de St.-Michielskerk Hoogstraat – 3960 Bree (België)
deelname: gratis
parkeren: gratis parkeren op de kleine ring, op het stadplein en achter de bibliotheek
Voor een natje na afloop is er een ruime keuze aan drankgelegen- heden rond het Vrijthof, de Markt en de Hoogstraat

 

Gluren bij de buren … in Dorne – 6 augustus 2024

Dit keer gluren we bij onze zuiderburen in Dorne (België). Tijdens de wandeling vertellen lokale gidsen over de geschiedenis van het dorp en bijzondere gebouwen. De verkenning van Dorne volgt een tracé van ± 1500 m en is gebruiksvriendelijk voor zowel van rollator- als scootmobielgebruikers. Deelname is gratis.

Omstreeks 1900 was Dorne een agrarische buurtgemeenschap van Opoeteren en telde 13 boerderijen. In 1977 werden Opoeteren en Neeroeteren gefuseerd met Maaseik. Wonen in Dorne had heel wat nadelen: de grote afstand tot de kerk en de school in Opoeteren en slechte wegen.

Onder impuls van rector Theodoor Hoedemaekers kreeg Dorne in 1923 een eigen kerk en werd een kapelanie gebouwd. Voor de oprichting van een schooltje ondertekenden 47 gezinshoofden een petitie in 1919. Er werd gevolg gegeven aan hun eis. In het begin was het wat behelpen met noodlokalen. In 1923 waren 2 klaslokalen klaar, werden een onderwijzer en een onderwijzeres aangesteld en een schoolhuis gebouwd. Met de komst van de zusters Jozefienen kon ook een kleuterafdeling worden opgericht. Uiteraard werden ook de zusters in een nieuw klooster gehuisvest.

Intussen was de aantrekkingskracht voor het landbouwleven sterk afgenomen. De mijnen zorgden voor een grote tewerkstelling en later ook de Fordfabriek. De bevolking nam sterk toe. De kerk was te klein en in 1991 werd een nieuwe moderne St.-Donatuskerk ingewijd door monseigneur Schreurs van Hasselt. Leo Reulens, was de aannemer van dit gebouw. Hij heeft aan de hand van een uitgebreide fototentoonstelling het bouw- proces uitvoerig gedocumenteerd. Niet alleen wat betreft de tewerkstelling hadden er de laatste decennia grote veranderingen plaats. Door een gebrek aan priesterwijdingen kreeg Dorne geen eigen pastoor meer en met het vertrek van de zusters in 2010 kwam ook het onderwijs in profane handen.

De vrijgekomen gebouwen kregen een nieuwe bestemming: de kerk uit 1923 werd verkocht en omgebouwd tot een gezinswoning. Het klooster werd geïntegreerd in de school en de kapelanie kreeg naast een woonfunctie ook een vergaderbestemming.Uiteraard zijn er ook nog boerderijen in bedrijf. Daarover vertellen de gidsen u meer tijdens de rondleiding.

 

Praktische informatie

datum dinsdag 6 augustus 2024
aanvang: 19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar: in de St. Donatuskerk – We naar As 66, 3680 Maaseik (België)
deelname: gratis
parkeren: Op het plein voor en achter de kerk. En op de parking van de school ‘VBS Kornuit’ (vrij parkeren)
Voor een drankje na de wandeling kan u terecht in zaal ‘De Bempt’ aan de school.

 

Gluren bij de buren … in Roosteren 30 juli 2024

Op dinsdag 30 juli gaan we gluren in Roosteren. Na een inleiding in de St. Jacobus de Meerderekerk, een waterstaatskerk, vertellen de lokale gidsen over enkele karakteristieke gebouwen in de nabijheid van de Kerk en over het ontstaan van Roosteren. Gluren bij de buren … in Roosteren wordt georganiseerd door deStichting Tristan Foundation (https://www.tristan-foundation.com) in samenwerking met de Gemeente Echt-Susteren. Deelname is gratis.

Roosteren

Roosteren (Roostere) is een kerkdorp met ongeveer 1.500 inwoners in de gemeente Echt-Susteren. De plaats is geografisch gezien de noordelijkste plaats van Zuid-Limburg, hoewel het tegenwoordig formeel gezien bij Midden-Limburg hoort. Roosteren ligt aan de Maas, tegenover het Belgische stadje Maaseik. Aan de oostelijke zijde van het dorp aan de andere kant van het Julianakanaal ligt Oud-Roosteren. Aan de westkant de buurt Kokkelert.

Roosteren is waarschijnlijk ontstaan in de 8ste eeuw als ontginning vanuit de abdij van Susteren. Roosteren is een typisch (rijk) maasdorp wat onder ander blijkt uit de 15 mooie grote Maaslandhoeves en een tweetal kastelen die hier stonden.

Jammer genoeg is een aantal van deze boerderijen gesloopt en binnenkort moet ook de Tramhalte wijken voor woningbouw. Deze tramhalte was een zijtak van de tram Sittard-Roer- mond en er stopte vijf keer per dag een tram die naar Maaseik reed.

In het pas gerenoveerde Gemeenschapshuis volgt nog een mooie interessante presentatie van markante gebouwen, die de laatste 100 jaar ten prooi zijn gevallen aan de ‘vooruitgang’ en verdwenen zijn.Tot slot wordt natuurlijk afgesloten met een kopje koffie/vlaai en eventueel een drankje.

Praktische informatie

datum dinsdag 30 juli 2024
aanvang: 19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar: in de kerk van de H. Jacobus de Meerdere – Maasheuvel 6 – 6116 BT Roosteren
deelname: gratis
parkeren: Markt, tegenover de kerk
Afsluiting in Gemeenschapshuis Roosteren

 

Verslag Gluren bij de buren in … Neer

Foto’s: Jack Duijf; tekst: Wil Filott 

Op 2 juli 2024 vond de aftrap plaats van de 18de editie van de Cultuurhistorische zomer met een bezoek aan Neer. Ondanks het feit dat op dezelfde tijd een 22-tal jongemannen uit Nederland en Roemenië in München een balletje aan het trappen waren, wat ook nog rechtstreeks op schermen in huizen, cafés en pleinen te zien was, was de opkomst in Neer groot te noemen. Zo’n 150 liefhebbers van regionale cultuurhistorie hadden plaatsgenomen in de banken van de statige Sint-Martinuskerk.

 

Een goed gevulde Sint-Martinus kerk met bezoekers aan Gluren bij de buren.

De bezoekers werden welkom geheten door Tjeu Scheepers en pastoor Patrick Lipsch. Ook Peter Korten sprak een welkomstwoord uit. Hij deelde mee dat Nederland tegen Roemenië leidde. Gejuich bleef achterwege. Dat was uiteraard passend in deze gewijde omgeving.

Verder vertoonde Peter een foto waarop hij de Paus de folder van Gluren bij de buren, editie 2024, overhandigde. De Paus leek er zeer verguld mee te zijn. Wegens omstandigheden was het voor hem helaas niet mogelijk om in Neer aanwezig te zijn.

Peter bedankte de organisatie in Neer en het kerkbestuur.  Gluren bij de buren is gratis maar niet kosteloos. Daarom was er een collecte voor een vrijwillige bijdrage. Tjeu Scheepers zorgde voor de verdeling van de bezoekers in 6 groepen die 6 locaties zouden bezoeken.  

     

Jaen Driessen vertelde dat Neer een laaggelegen plaats in Midden-Limburg is.

In de Romeinse tijd werd de plaats Nera genoemd. Langs Neer loopt de Neerbeek. Neer had de bijnaam watermolendorp. Op het hoogtepunt telde het dorp 5 watermolens. Ook andere bedrijven waren goed vertegenwoordigd. In de 18de eeuw telde Neer 5 bakkerijen, 4 timmerbedrijven, 3 hoefsmeden, 1 zadelmaker, 5 brouwerijen en 23 café s. Een van de oude monumentale gebouwen in Neer is de voormalige school, die in 1818 gebouwd is nabij de kerk. Omdat de gezinnen in Neer kinderrijk waren, was er al gauw behoefte aan een groter schoolgebouw. Er werd dan ook in 1850 een nieuwe school gebouwd. De oude school werd omgebouwd tot gemeentehuis en stalling voor de brandspuit. Thans is het een horecagelegenheid.     

 

Luchtfoto van het kerkplein met de kerk en rechtsonder het witte, voormalige schoolgebouw, later gemeentehuis.

Het huis van de veldwachter, die ook lantaarnopsteker was, lag op een hoog punt in dorp, vanwaar hij de hele bevolking in de gaten kon houden.

Een aantal inwoners van Neer was van mening dat Neer verfraaid moest worden met een kunstwerk. De plaatselijke kunstenaar Jos Dirix werd gevraagd om daar zijn gedachte eens over te laten gaan. Tijdens een wandeling zag hij een tochtige koe lonken naar een stier in een naburig weiland. Helaas stond er prikkeldraad tussen de weilanden.

 

 

 

 

 

 

Na enkele vergeefse pogingen lukte het de stier toch de hindernis te nemen en bij het koetje te komen. Jos Dirix kwam toen op het idee een standbeeld van een stier te maken. Een beeld dat kracht en doorzettingsvermogen uitstraalt; symbool voor eigenschappen van de bevolking van Neer.

 

Peter van der Horst verhaalde over de geschiedenis van de Friedesse Molen aan de Neerbeek.

De eerste molen zou rond 1343 gebouwd zijn. Het huidige molenaarshuis dateert volgens de muurankers uit 1717. Het molengebouw is waarschijnlijk in dezelfde periode gebouwd. Op een luik van de molen staat wel “Anno 1796“(Franse Tijd!), maar dat jaartal verwijst niet naar het jaar van de bouw. 

Het molenhuis links en het molengebouw rechts.

De molen vervulde, naast de maalfunctie, eeuwenlang ook een sociale functie in het dorp. Het was een ontmoetingspunt waar de dorpsbewoners nieuwtjes uitwisselden.

In 1964 is de stuw die het water voor de molen opstuwde om voldoende kracht te ontwikkelen om het molenrad in beweging te brengen, afgebroken. De molen is in 2002 gerestaureerd en na een jarenlange “strijd“ met het waterschap is ook de stuw hersteld. De molen is nu weer maalvaardig.

 

 

Het molenhuis is na jarenlange leegstand en vandalisme in 2016 door twee ondernemende mensen uit Neer aangekocht, gerestaureerd en verbouwd. Er zijn nu 5 appartementen en een horecagelegenheid in het molenhuis. Zowel het molenhuis als het molengebouw zijn rijksmonumenten. Op een tweetal stenen in de gevel van het molengebouw is aangegeven hoe hoog het water stond bij het hoogwater in 1993 en 1995. 

Pierre Kuijpers stond met een kleindochter aan de oever van de Neerbeek.

Hij vertelde over de verontreiniging met cadmium van de Neerbeek. De Neerbeek wordt onder meer gevoed door de Tungelroyse beek. Deze laatste beek was in het verleden sterk vervuild door de Budelse zinkfabriek. Het vervuilde water kwam ook in de Neerbeek terecht. Bij overstromingen kwamen de vervuilende stoffen ook op het overstroomde land terecht. Er is een begin gemaakt met het schonen van de grond.

Bij het hoogwater in 1993 en 1995 hadden zo`n 130 woningen in Neer water in huis. Op advies van de commissie Boertien II kwam er een fysieke bescherming voor die woningen. Burgerinitiatief leidde ertoe dat er een stuw met bypass in de Neerbeek kwam. Neer zou nu beschermd moeten zijn tegen wateroverlast.

 

 

 

Bayer, thans BASF, eigenaar van Nunhems Zaden, heeft als “natuurcompensatie” voor de uitbreiding van kassenareaal gelden ter beschikking gesteld voor onder meer de reconstructie van de Schans van Neer. Die schans werd in 1624 met toestemming van de graaf van Horne aangelegd als schuilplaats voor de inwoners van Neer voor het geval er plunderende troep kwamen.

 

Aan de oever van de Neerbeek met de Sint-Martinus op de achtergrond.

Op de schans werden houten huisjes gebouwd. De verhoopte bescherming op de schans bleek ijdel. In 1646 werden het dorp en de schans in brand gestoken door troepen uit Hessen. Bij archeologisch onderzoek zijn slechts weinig resten van de schans gevonden.

De Kwirloop is een klein stroompje dat in de dorpskern onder de weg door stroomt naar de Neerbeek. In 1483 stond er de Kwirmolen, een molen waar schors van eiken werd vermalen voor het looien van dierenhuiden tot leer.

 

 

 

 

 

Har Kuijpers stond bij de verborgen Kwir.

Over de Kwirloop lag de gasthuisbrug, vernoemd naar een huis waar pelgrims en hulpbehoevenden onderdak konden vinden. De Kwirmolen lag bij een van de poorten van Neer.

Het gebied tussen de Kwir en de kerk heette “De Vrieheyt”. De Kwirloop heeft altijd water, ook in zeer droge tijden. Dat komt omdat dat beekje gevoed wordt door kwelwater uit de Peellandbreuk.

 

 

 

 

 

 

 

 

De “symbolische“ Kwir.

Bij de Kwir ligt een in 1667 door notaris Johannes Tobben gebouwd huis. Daarin is later een jeneverstokerij gevestigd geweest. Vermeldenswaard is dat de ketel van die stokerij is omgesmolten om een klok voor de kerk te maken. Heden ten dage is in het huis een 3D printbedrijf gevestigd. 

De Heemkundekamer is een mooie ruimte waar de heemkundevereniging ”Oos Naer” terecht trots op mag zijn. Voor deze locatie was gekozen omdat een voettocht naar het onderwerp van zijn praatje, namelijk het klooster Keijzersbosch, te ver zou zijn.

Jo Kuijpers ontving ons in de Heemkundekamer.

 

 

 

De eerste vermelding van het klooster Keijzersbosch, Curtis Cheijserbosch, dateert uit 1185. De naam Keijzersbosch heeft niets met een keizer van doen maar duidt op een veldnaam “Geijs(er)” voor hogere zandgronden; een benaming die in Limburg wel meer voorkomt.

De echte stichtingsdatum van het klooster is niet achterhaald. Wel is bekend dat in 1246 zusters van het klooster van Averbode naar Neer zijn gekomen.

In de 13de eeuw verwierf het klooster patronaatrechten van onder meer Heeze, Leende, Helden, Nunhem, Haelen, Buggenum en Roggel. Aan die patronaatsrechten waren inkomsten verbonden. In 1350 was Aleyda van Horne priorin van het klooster. Het klooster mocht zich verheugen in de gunst van de Van Hornes. Vijf leden van het geslacht van Horne hebben hun laatste rustplaats in het klooster gevonden.

 

De zusters waren allengs meer en meer afkomstig uit de lage adel. Dat had voor het kloosterleven funeste gevolgen. De regels werden versoepeld. De zusters hoefden niet meer als slotzusters te leven. Zij gingen burgerkleding dragen. De kloostergemeenschap ging in 1617 teloor toen wegens misstanden de laatste 4 zusters naar huis werden gezonden.

De Heemkundekamer van “oos Naer”.

Er vond wel – wat we nu zouden noemen – een doorstart plaats. Er waren geen adellijke zusters meer, de gebouwen werden hersteld. Er ontstond een bloeiende gemeenschap. Tijdens de Franse tijd kwam er een definitief einde aan dit klooster.

Op 10 februari 1797 werden de zusters het klooster uitgezet. Er waren toen 22 slotzusters en 8 lekenzusters. Van de kloostergebouwen resteert alleen nog de voormalige proosdij. Deze is een tijd in gebruik geweest als boerderij maar is nu in zekere zin in oude glorie hersteld.  

Tjeu Scheepers vertelde in de kerk over de Sint-Martinuskerk.

 

 

De eerste kerk in Neer bestond waarschijnlijk al onder Karel de Grote. De huidige kerk is gebouwd in 1909 en is een neogotische kruisbasiliek. Het onderste deel van de toren dateert uit de 14de eeuw. In de muur van de toren bevindt zich een steen met in het latijn de tekst “gewijd in het jaar des Heren 1447 op de feestdag van de Heilige Egidius”.

De toren is in de oorlog opgeblazen. In 1954 is de toren weer opgebouwd. De kerk bezit veel kerkschatten zoals oude beelden van heiligen, een neogotische monstrans uit de 19de eeuw en het oudste wierookvat van Nederland.

 

 

 

De preekstoel en de twee communiebanken zijn rijk versierd met houtsnijwerk. Het hoofdaltaar heeft een mooi drieluik. Het interieur van de kerk is diverse malen veranderd naar de luimen van de dienstdoende pastoors. In de kerk zijn in het koor een aantal gebrandschilderde ramen aangebracht, vervaardigd door Max Weiss. In de westgevel bevindt zich een gebrandschilderd raam van Charles Eyck. De kerk is in 2018 gerestaureerd en het interieur ziet er fris en mooi uit.

Deel van het interieur van de Sint-Martinus met achter het scherm een deel van het drieluik en gebrandschilderde ramen.

Na de rondleiding was er gelegenheid om van een drankje te genieten in gemeenschapshuis De Hamaeker. De meeste bezoekers maakten daar gebruik van. De zaal in het De Hamaeker was tot de laatste plaats gevuld. 

Ook deze Gluren bij de buren was weer geslaagd. De organisatie was prima. De sprekers deskundig. De nazit gezellig en goed voor het aanhalen van oude contacten en het leggen van nieuwe. De bezoekers hebben kunnen genieten van een boeiende, interessante, leerzame en gezellige avond. 

Dank aan de vele vrijwilligers uit Neer. 

Let op – gewijzigde begintijd – boekpresentatie ‘De Razzia’ maandag 1 juli 2024

Vanwege de voetbalwedstrijd Frankrijk-België zal de Nederlandse boekvoorstelling ‘De Razzia’ op maandag 1 juli 2024 om 20.00 uur beginnen in Café de HoêsKmr/MFA Kimpeveld, Barbaraplein 4 in Tungelroy. Entree is gratis. De zaal is open om 18.30 uur, waar de tweede helft te zien is op een groot scherm.

Klik hier voor achtergrondinformatie over de boekvoorstelling ‘De Razzia’.