Die belangstelling is geen toeval. Immers, in de deelgemeente Nevele staat het kasteel van Ooidonk en dat is de geboorteplaats van Philippe de Montmorency die wie kennen als Philips van Horne.
De groep werd welkom geheten door onze eigen ‘schepen’ wethouder Suzanne Winters, rondgeleid door stadsgids Harrie Mennen en Peter Korten, terwijl John van Cauteren het onderdeel Museum W voor zijn rekening nam.
Dat alles beviel de Deinzenaars uitstekend getuige dit bedankje: ‘Dank voor de zeer hartelijke ontvangst en ook bijzonder goede toelichting die we kregen bij de hoogtepunten van Weert. Telkens wanneer ik er nu voorbij zal rijden zal ik niet alleen mooie herinneringen kunnen ophalen, maar tevens aan iedereen zeggen dat een stop in uw stad zeker de moeite loont. Zeker tot ziens in onze eigen Leiestad’.
John De Vlieger, Deinze
Klik hier voor het bericht op de site van de Stadsgidsen Regio Weert.
Zottegem houdt in februari volgend jaar een lichtfestival. Het lichtfestival vertelt het verhaal van Lamoraal van Egmont, de graaf die in de zestiende eeuw onthoofd werd, samen met graaf Van Horne in Brussel. Drie dagen lang kan je een parcours van een kilometer wandelen langs kunst- en lichtinstallaties. Veel gebouwen in het centrum zullen daarbij extra opvallen.
Voor wie deze film van Peter Crins en Peter Hermans vorig jaar nog niet gezien heeft, is er nu een herkansing. Men moet wel hiervoor de grens over naar Molenbeersel.
De inleiding in Molenbeersel wordt verzorgd door Timmie van Diepen (journalist bij het Belang van Limburg) die bezig is met de afronding van zijn WO-boek over een oorlogsdrama in Molenbeersel.
“Aber die kirche passiert nichts,” zeiden de Duitsers toen de geallieerden oprukten en ze uit Leveroy verdreven werden. De foto’s en de historische beelden vertellen een ander verhaal…. Peter Crins en Peter Hermans stopten ruim 25 jaar research in deze documentaire die boordevol nieuw beeldmateriaal zit.
Overhandiging van de trouwring door de zoon van de verzetsman aan de zoon van de in 1944 omgekomen Duitse militair.
De ontknoping van de liquidatie van twee Duitsers, zich terugtrekkende Duitsers, verhalen van mensen van Stramproy en Weert die enorme
beschietingen zagen, gevolgd door de oversteek en de bevrijding. Dit zijn slechts enkele highlights uit deze 2,5u durende filmdocumentaire.
Na de première van de film in Leveroy en Weert kwam er nog een onderwerp bij. De trouwring van een door het verzet geliquideerde Duitser was in Leveroy achter gebleven.
Peter Crins spoorde samen met leden van de Aldenborgh de zoon op van deze militair. Peter Crins en Peter Hermans gingen begin dit jaar naar Twistringen (nabij Bremen), samen met de zonen van de verzetsleider die betrokken was bij de liquidatie. Deze emotionele gebeurtenis is nog verwerkt in de film.
Praktische informatie
De film en inleiding zijn in het gemeenschapscentrum De Stegel aan de Weertersteenweg 363 in Molenbeersel. Deze zaal ligt schuin tegenover de kerk en er is voldoende parkeergelegenheid. Aanvang: 19.00 uur deze film.
Kaartjes (€ 6,==) zijn hier te verkrijgen of te reserveren via cultuur@kinrooi.be of telefonisch tijdens kantooruren 00 32 89 30 08 40.
Graag attenderen wij u op een bijzondere lezing met boekpresentatie, waar vele heemkundig geïnteresseerden uit de wijde regio al een jaar reikhalzend naar uit kijken. Op zondag 19 november 2023 vindt namelijk in Museum Klok en Peel in Asten de officiële presentatie plaats van het boek Noord-Brabant en Limburg in 1906. De beroemde prentbriefkaarten van Berkers Verbunt.
Beroemde serie
In 1906 zet de Astense boekhandelaar en drukker Janus Berkers met zijn compagnon Aloïsius Verbunt een gewaagd plan op. Ze maken bekend meer dan 1 miljoen prentbriefkaarten met dorps- en stadsgezichten van Noord-Brabant en Limburg op de markt te brengen. Dat jaar gaan fotografen op pad om in totaal 80 dorpen en steden in beide provincies (en het Gelderse Hedel) aan te doen om mooie gebouwen, straten en mensen op de gevoelige plaat vast te leggen.
In totaal verschijnen er zo 675 genummerde prentbriefkaarten van Kunsthandel Berkers Verbunt uit Asten. In dit boek is deze beroemde serie prentbriefkaarten voor het eerst bijeengebracht.
Weert
De kaarten van Berkers-Verbunt zijn legendarisch in verzamelaarskringen. Ook Weert komt royaal aan bod in dit prachtig verzorgde en ruim 400 pagina’s tellende boek.
Programma
Twee van de auteurs van het boek, Frans van Lierop en ons lid Jac. Biemans, houden een presentatie over de totstandkoming van het boek en de vele historische puzzeltjes die zij moesten oplossen.
Praktische info
Zondag 19 november 2023 is de lezing en presentatie in de oranjerie van Museum Klok en Peel aan de Ostaderstraat 23 in Asten. Aanvang 14.30 uur. De toegang is gratis, maar aanmelding is noodzakelijk en dat kan via info@picturespublishers.nl.
Publicatie
Auteurs: Jac. Biemans – Frans van Lierop – Johan Pullens – Jan Spoorenberg
Uitvoering: hardcover, formaat 320×240 mm, 416 pagina’s, full colour, rijk geïllustreerd.
Zoals in het geheugen van ons allen gegrift staat, hebben wij pas een epidemie, veroorzaakt door het coronavirus, – naar we hopen – achter de rug. Epidemieën zijn in de geschiedenis van de mensheid wel vaker voorgekomen. Een beruchte epidemie was de pestepidemie die midden 14de eeuw woedde. Die pandemie eiste alleen al in Europa vele tientallen miljoenen dodelijke slachtoffers. De oorzaak van de epidemie was toen niet bekend. Veel mensen geloofden dat de epidemie een straf van God was. Ook kregen minderheden onder de bevolking de schuld, in het bijzonder Joden. Deze epidemie wordt de Zwarte Dood genoemd.
Tijdens de lezing op maandag 6 november 2023 zal Joris Roosen ons meer vertellen over het ontstaan van de Zwarte Dood, de verspreiding van de pest en de gevolgen daarvan. Deze pestepidemie in het midden van de veertiende eeuw had een ongekende bevolkingssterfte in Europa tot gevolg. Het is moeilijk de sterftecijfers te schatten. Ter bepaling van de gedachten: men denkt aan percentages tussen de dertig en zestig procent van de bevolking. De aangroei van de bevolking en het economisch herstel varieerden per regio. Reden daarvoor waren met name de keuzes die gemaakt werden.
Parallellen met de corona-epidemie
De corona-epidemie heeft ontegenzeggelijk veel minder slachtoffers geëist dan de pestepidemie dankzij de ontdekking en toepassing van vaccins. Toch zijn er parallellen te zien.
Tijdens de corona-epidemie vaardigde de overheid zogenaamde lock downs uit, die mensen in hun bewegingsvrijheid beperkten. Voor mensen die besmet waren, met besmette mensen in aanraking waren geweest of uit gebieden kwamen waar de besmetting heerste, gold een quarantaineperiode. Ook tijdens de periode van de pest in de middeleeuwen kende men het verschijnsel quarantaine. Het woord quarantaine is afkomstig van het Italiaanse quaranta giorni, veertig dagen. Toen moest een boot 40 dagen wachten om gelost te worden. Daarmee werd beoogd te voorkomen dat ziektes werden overgedragen.
Ook toen al had men in de gaten dat men uit de buurt moest blijven van mensen die ziek waren. Velen denken misschien dat het dragen van mondkapjes een modern verschijnsel is. Maar ten tijde van de pestepidemie droegen pestdokters al snavelmaskers.
Tijdens de corona-epidemie wemelde het van complottheorieën, mede verspreid via sociale media. Ook de pestepidemie kende complottheorieën. Joodse minderheden zouden waterputten vergiftigen, met als gevolg Jodenvervolging. Heidenen zouden de pest verspreiden. Ook katten werden verantwoordelijk gehouden voor de verspreiding. Die werden dan ook massaal gedood met als gevolg dat er daardoor meer ratten kwamen.
Het zoeken van een verklaring en soms ook zondebokken lijkt van alle tijden. Natuurlijk weten we nu meer over de oorzaken en bestrijding van epidemieën. Maar toch doemen ook nu nog complottheorieën in allerlei varianten op, van ontkenningen dat er een epidemie is tot ‘oplossingen’ ter voorkoming van besmetting en onbewezen remedies van kwakzalvers.
Tijdens zijn lezing zal Joris Roosen dieper ingaan op de parallellen tussen de Zwarte Dood en de corona-epidemie.
De spreker
Joris Roosen
Joris Roosen (1987) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Gent. Hij promoveerde in 2020 aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift over de demografische impact van de Zwarte Dood in het graafschap Henegouwen.
Thans is hij hoofd van de afdeling onderzoek en adjunct-directeur van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg. Daarnaast is hij als universitair docent verbonden aan Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht en het University College Maastricht.
Zijn huidige onderzoeksterrein is de rurale geschiedenis van Limburg tijdens de vroegmoderne periode en meer in het bijzonder in de Maasvallei tijdens de achttiende eeuw.
Joris woont met zijn gezin op de Graswinkel, Weert.
Praktische informatie
De lezing vindt plaats op maandag 6 november 2023 in Hotel-Brasserie Antje van de Statie aan het Stationsplein 1 in Weert. Aanvang: 19.30 uur.
Uit handen van de Weerter locoburgemeester Martijn van den Heuvel kreeg de in Weert geboren historicus Joost Welten dinsdagavond de prestigieuze Van Hornepenning met bijbehorende oorkonde uitgereikt.
Dat gebeurde – voor Joost geheel onverwacht – op het einde van zijn les over de Franse tijd die door Joost Welten gegeven werd in de immens populaire cursus Weerterlogie van het geschied- en oudheidkundig genootschap De Aldenborgh Weert.
Belangstelling voor erfgoed Locoburgemeester Martijn van den Heuvel liet in zijn toespraak duidelijk merken dat het Weerter gemeentebestuur grote waardering heeft voor historici die onderzoek doen naar de lokale geschiedenis.
Zeker als zij door het schrijven en vertellen daarover een groot algemeen publiek weten te bereiken en daarmee de belangstelling voor erfgoed in de gemeenschap voeden en koesteren.
Boeken Joost Welten is naast docent bij de cursus Weerterlogie vooral bekend van een indrukwekkende serie boeken. Zijn meest recente werk is ‘Dansen rond de troon van Willem I’ dat een uniek en intiem inkijkje biedt in het hofleven van de eerste koning van Nederland.
Maar ook zijn boek de Vergeten Prinsessen van Thorn prijkt in menig Weerter boekenkast. En wie is er niet naar de gelijknamige tentoonstelling in Venlo geweest waar Joost gastcurator was. Maar ook over de theatershows i.sm. de Aldenborgh bij gelegenheid van de boekpresentaties van Joost wordt nog vaak gesproken.
In onze regio kennen we Joost’s werk vooral van zijn boek ‘In dienst voor Napoleon’s Europese droom’ (2007) waarin hij op minutieuze en onnavolgbare manier het leven en de ontberingen van de Nederweerter en Weerter dienstplichtigen in het leger van Napoleon beschrijft. Voor veel Nederweerter erfgoedliefhebbers is dit boek de ‘bijbel’ voor hun genealogisch en historisch onderzoek.
Krottenpoffers Hetzelfde boek vormde in 2011 de inspiratiebron voor Gerard Kessels, die daar zijn toneelstuk ‘Aaf en aan oppe Mössebaan’ op baseerde. Daarin is Nederweert, gelegen in een uithoek van het toenmalige Franse rijk, het domein van smokkelaars en deserteurs. Volgens velen is het een van de succesvolste toneelstukken van toneelvereniging De Krottepoffers.
Bakens De Aldenborgh feliciteert Joost Welten van harte met deze waarderende huldeblijk van het gemeentebestuur van Weert. De historicus en zijn partner Lena Reyners hebben hun bakens inmiddels weer verzet en reizen binnenkort af naar Wenen om daar drie jaar onderzoek te gaan doen naar de geschiedenis van de Habsburgers in de Franse tijd. Daar gaat ongetwijfeld weer een prachtboek uit voortkomen.
Veel familieverhalen kwamen tot leven tijdens de Genealogische Markt op zaterdag 14 oktober in de studiezaal van het Gemeentearchief Weert. Geïnteresseerden hadden trouwboekjes, bidprentjes, notariële akten, foto’s, stukken krant en half ingevulde stamboeken bij zich. Hopend op nieuwe informatie of soms zoekend naar een bevestiging van doorvertelde familieverhalen.
De Genealogische markt is een initiatief van het Gemeentearchief Weert in samenwerking met de Sectie Genealogie, de Kring Weert e.o. van het LGOG, het LGGI/Aezelprojekt en Bibliocenter Weert.
Lees hier het hele verhaal, zoals het op WeertdeGekste op 15-10-2023 verscheen.
Voorbeeld van de uitkomst van een genealogisch onderzoek
Het Gemeentearchief Weert organiseert in samenwerking met de Sectie Genealogie en de Kring Weert van het LGOG, het LGGI/Aezelprojek en Bibliocenter Weert op zaterdag 14 oktober 2023 van 10.00 uur tot 15.00 uur een genealogische markt in Bibliocenter, Wilhelminasingel 250 te Weert.
De markt biedt u de kans om met hulp van deskundige vrijwilligers meer te weten te komen over uw voorouders. Dit onderzoek is gratis.
U kunt gegevens opvragen en inzien tot vijf generaties terug. Uw voorouders moeten ingeschreven hebben gestaan in de gemeenten Budel, Maarheeze, Kinrooi(B) Maaseik (B), Nederweert, Roermond, Roggel, Someren en Weert.
Gegevens uit de burgerlijke stand zijn beschikbaar vanaf 1796, uit Doop- Trouw en Begrafenisregisters zelfs vanaf 1550. Verder zijn er kadastrale kaarten digitaal in te zien.
Om u zo goed mogelijk van dienst te zijn, is het raadzaam om zoveel mogelijk persoonsgegevens van uw ouders of grootouders mee te nemen. Denk daarbij aan de volledige voornamen en achternaam, de geboorte-, huwelijks- en overlijdensdata. Een trouwboekje bevat veel gegevens. Aan de hand hiervan kan het onderzoek naar uw eigen familie van start gaan.
Programma
10.00 – 10.15 uur: Opening en welkomstwoord
10.15 – 11.00 uur: Presentatie ‘Hoe start ik mijn genealogische onderzoek?’ door Fred Baltus
Locatie: Jan-Peeterszaal Bibliocenter – 2e verdieping LET OP: vanwege een beperkt aantal beperkte plaatsen inschrijven uiterlijk woensdag 11 oktober via: k.krijntjes@weert.nl.
12.45 – 13.30 uur: Presentatie ‘Hoe start ik mijn genealogische onderzoek?’ door Fred Baltus
Locatie: Jan-Peeterszaal Bibliocenter – 2e verdieping LET OP: vanwege een beperkt aantal plaatsen inschrijven uiterlijk woensdag 11 oktober via: k.krijntjes@weert.nl.
Voor beide presentaties geldt: vol = vol!
10.00 – 15.00 uur: Vraag een expert
Locatie: Studiezaal Gemeentearchief eerste verdieping Bibliocenter Wilhelminasingel 250 in Weert
LET OP: aanmelden is hier niet nodig, maar houdt u rekening met enige wachttijd.
Op 30 september 2023 vond de najaarsexcursie plaats van de GHK Thorn, de kring Weert van het LGOG en De Aldenborgh. De reis ging ditmaal naar kasteel Heeswijk en museum Krona te Uden. De reisorganisatie had wederom voor uitstekend reisweer gezorgd: een zonnetje, gematigde temperatuur en weinig wind.
Met een volle bus werd met een vertrouwd gezicht achter het stuur, Lei Ramakers, koers gezet naar kasteel Heeswijk. Dat bleek een eindje verwijderd van de parkeerplaats te liggen. Het gezelschap moest zo`n 800 meter over een oude, hobbelige klinkerweg, waar sinds zijn aanleg rond 1840 geen stratenmaker zijn vak meer heeft uitgeoefend, naar het kasteel lopen. In het voormalige koetshuis werden we ontvangen met één kopje koffie en een groot stuk appeltaart.
Het kasteel Heeswijk en de bijbehorende gebouwen bleken perfect gerestaureerd te zijn: een plaatje te midden van een prachtige omgeving. In drie groepen vertelden deskundige gidsen in het kasteel meer over de geschiedenis van het kasteel en zijn bewoners.
Het koetshuis en kasteel Heeswijk. Foto: Jack Duijf
In de elfde eeuw werd er op de plek van het huidige kasteel een motteburcht gebouwd. In de loop der eeuwen is die burcht vervangen door een stenen waterburcht met een dubbele omgrachting. Het kasteel is in de loop der tijd bezit geweest van een twaalftal families.
Het heeft ook enkele beroemde ‘gasten’ gehad. Prins Maurits sloeg rond 1629 bij het kasteel een kampement op met de bedoeling s`Hertogenbosch op de Spanjaarden te veroveren. Een onderneming die tot driemaal toe mislukte. Meer succes had zijn halfbroer Frederik Hendrik, de stedendwinger, die in 1629 `s Hertogenbosch innam.
In kasteel Heeswijk werd voor de prins een nog steeds intact zijnde ‘prinselijke’ slaapkamer ingericht. Bijzonder is dat in de slaapkamer voor de prins een ‘plonsplee’ werd gebouwd, een toilet waarvan de inhoud rechtstreeks in de gracht plonsde.
Een andere beroemde gast was Lodewijk XIV, de zonnekoning, die tijdens het rampjaar 1672 (“redeloos, radeloos, reddeloos”) een nacht in het kasteel verbleef en het daarna liet verwoesten. Hij sloot daar met de Engelsen, het Verdrag van Heeswijk. Na herbouw werd het in 1795 bij de inval van de Fransen door Pichegru weer verwoest.
Baron André de Bogaerde. nl.wikipedia.org
In 1835 kocht baron André de Bogaerde, afkomstig uit een rijke Brugse familie, het vervallen kasteel Heeswijk. André de Bogaerde had in 1830 bij het begin van de Belgische opstand de zijde van Oranje gekozen. In 1830 was hij door koning Willem I tot gouverneur van Noord-Brabant benoemd. Hij liet het kasteel herstellen en uitbreiden, ook om zijn uitgebreide kunstcollectie te kunnen herbergen. André de Bogaerde had een spilzieke zoon, die hij tot tweemaal toe van de financiële ondergang moest redden. Twee andere, ongehuwd gebleven zonen bleken het verzamelaarsgen van hun vader geërfd te hebben en gingen ook kunst verzamelen, wat weer tot uitbreiding van het kasteel noopte.
Het kasteel kwam door vererving in handen van de laatste baron,Willemde Bogaerde. Helaas voorhemwas inhettestament bepaald datgedurende 80 jaar hetkasteelniet bewoond mocht worden. Willem verbouwde toen maar het koetshuis tot een woning. Hij ging daar met zijn echtgenote,barones Albertine,wonen. Eengrootdeelvan de kunstschatten werd rond 1900 geveild. De veiling duurde vijf dagen en bracht meer dan een miljoen gulden op. Kopers kwamen uit gehele museale wereld in binnen- en buitenland.
Tot de geveilde stukken behoorden ook twee schilderijen van Rembrandt, die zich nu in een museum in Londen bevinden.
In 1976 werd het kasteel eigendom van de stichting Kasteel Heeswijk, die het prachtig gerestaureerd heeft. Bij de inrichting van het kasteel als museum bleek dat er ondanks de veiling nog ruim voldoende meubilair, schilderijen, kunstvoorwerpen en curiosa aanwezig warenom een prima overzicht te verschaffen van het leven in het kasteel in de tijd van baron André.Een deel daarvan hebben we tijdens de rondleiding kunnen aanschouwen.
De Chinese salon. Foto Jack Duijf
Intermezzo
Enigszins later dan de planning ,veroorzaakt door de grote interesse in het verhaal van een gids, kon de korte reis naar Uden aangevat worden. Ondanks het daardoor krappe tijdschema voor de lunch was iedereen keurig op tijd terug bij de bus en werd na een korte rit museum Krona bereikt.
Museum Krona
Deelnemers in de zaal met de klokken met op de achtergrond drie klokken. Foto: Jack Duijf
Het museum Krona bevindt zich in een gedeelte van het nog steeds in gebruik zijnde klooster van de zusters Birgitinessen in Uden. Het klooster is in 1713 in opdracht van de Birgitinessen, een kloosterorde afkomstig uit Zweden, gebouwd op de resten van een voormalig kruisherenklooster. In het klooster wonen thans nog vijf zuster in afzondering van de buitenwereld.
De rondleiding gebeurde ook hier door drie deskundige gidsen. Na het levensverhaal van Birgitta, de stichteres van de orde, kregen we onder andere een modern, rijkversierd habijt te zien, ontworpen door de couturier Addy van de Krommenacker, afkomstig uit Uden. De zusters zijn overigens niet van zins een dergelijk habijt te gaan dragen.
Habijt ontworpen door Addy van de Krommenacker. foto Jack Duijf
Een ander bijzonder voorwerp was een deken met daarop een torso van een man met een getatoeëerd lijkend gekroond Christushoofd.
Aandacht trok ook een metersbrede fotocompositie van het laatste avondmaal. Bijzonder is dat de daarop afgebeelde personen allemaal jongens met het syndroom van Down zijn. De maker van de foto, de rus Raoef Mamedov, is na de Russische inval in de Oekraïne gearresteerd en zit waarschijnlijk nu nog in de gevangenis.
Het laatste avondmaal van Raoef Mamedov. Foto Jack Duijf
In het museum bevindt zich ook een grote collectie oude schilderijen met religieuze afbeeldingen en standbeelden. Bijzonder zijn de felgekleurde schilderijen uit de zestiende eeuw uit Antwerpen en omgeving, geschilderd in maniëristische stijl. Ook de huidige tijd is goed vertegenwoordigd met onder andere een dubbele, vergulde bokaal opgebouwd uit dierfiguren.
Dubbele bokaal van Guido Geelen. Foto Jack Duijf
Verder is er kamer met een serie opengewerkte klokken, met als gewichten voorwerpen uit het dagelijkse leven in terra cotta. De tijden op de klokken corresponderen met de tijdstippen waarop de Birgitinessen dagelijks hun godsdienstig rituelen hebben.
Zowel de dubbele bokaal als de klokken zijn vervaardigd door de kunstenaar Guido Geelen, afkomstig uit Thorn.
Inhetmuseum was ook eentijdelijketentoonstellingKrona als Hoofdzaak. Aan de hand vande tentoongestelde hoofddeksels, schilderijen en foto’s werd de betekenis vanhoofddeksels inde sociale rangordeen de ontwikkeling van hoofddeksels geschetst. Speciale aandachtwerd besteed aan een hoofddeksel van de voormaligekoninginBeatrix. Haar hoofddeksels hadden een min of meer vaste vorm en waren gemodelleerd naar haar kapsel.
Hoed gedragen op Prinsjesdag. Foto: Jack Duijf
Ook waren veelhoeden uitgestald die vrouwelijke parlementariërs hebbengedragen tijdens Prinsjesdag. Daarin is een tendens te bespeuren dat de draagsters de laatste jaren met de hoed ook blijk willen geven van een politieke keuze. Als anekdote werd vermeld dat de ‘traditie’ van de hoedjes op Prinsjesdag is begonnen met Erica Terpstra, die uit solidariteit met de hoeddragende koningin Beatrix ook een hoed ging dragen.
Slot
Na afloop van de rondleiding was er gelegenheid om het museum op eigen houtje te bezoeken. Ook kon iedereen een drankje nuttigen in de grote zaal.Daarna bracht Lei Ramakers ons terug naar Weert en Thorn waar we precies op de geplande tijdstippen arriveerden.De deelnemers aan deze excursie hebben kunnen genieten van een boeiende, leerzame en aangename dag.
Op zaterdag 30 september vindt in de Sint Barbarakerk te Tungelroy een herdenkingsdienst plaats. Na de dienst volgt een uitstrooiing van de as van een van de overlevenden van de crash bij de graven van zijn omgekomen kameraden op het kerkhof te Tungelroy.
Om 19.00 `s avonds is er een lezing over deze tragische gebeurtenis in Café de Hoêskamr, Barbaraplein 4, Tungelroy.