Het gehucht Ell was er zeker al in de 13de eeuw en ontstond op de relatief droge strook zandgrond tussen het dal van de Tungelroyse beek en de vele heidevennen die Ell in die tijd omring- den. Ell/(H)Elle(n)/E(e)l lag aan de ‘vaerwech’ die vanuit Stramproy en achterland leidde naar Kelpen waar deze weg aansloot op de weg Weert-Roermond. De boerenbevolking leverde landbouw- producten aan de abdis en het kapittel van Thorn.
Rond 1725 lagen er zo’n 30 boerderijtjes waarvan het aantal in de 19de eeuw snel steeg door ontginning van door de gemeente Hunsel-Ell verkochte heidegronden. Ook tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw groeide de agrarische activiteit flink.
De Boeren- bond telde meer dan 100 leden in de jaren 1920. Onder invloed van de toenemende mechanisatie daalde het aantal boerderijen snel in de jaren 1960 mede door een grootscheepse ruilverkave- ling. Van de 80 bedrijfjes van de jaren 1950 zijn anno 2024 nog ca. 15 agrarische bedrijven over op een kleine 1500 inwoners.
Organisatie
Gluren bij de Buren .. in Ell is onderdeel van de Cultuurhistorische Zomer 2024. Het wordt georganiseerd door: Stichting De Aldenborgh, Kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap én Geschied- en Heemkundige Kring ‘Land van Thorn’. Voor vragen kunt u bellen met telefoonnummer 00 31 (0) 6 53 28 46 65.
Praktische informatie
datum
dinsdag 16 juli 2024
aanvang:
19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar:
in de kerk van St. Antonius Abt in Ell – Niesstraat 1 – 6011 RB Ell
deelname:
gratis
parkeren:
gratis parkeergelegenheid op plein en straten nabij de kerk
Tot 1991 was Neer een zelfstandige gemeente. In 1991 vond de samenvoeging met Roggel plaats en in 2007 werd Neer een van de 16 kerkdorpen van de nieuwe gemeente Leudal. Op 1 januari 2024 telde Neer 3350 inwoners verdeeld over 1506 woningen. Het Midden-Limburgse maasdorp Neer staat bekend om zijn landelijke en pittoreske karakter, omgeven door groene natuur en uitgestrekte landbouwgronden. In de omgeving van Neer zijn ook tal van wandel- en fietspaden, die door schilderachtige landschappen leiden.
Monumentale Sint-Martinuskerk Neer
Neer heeft een negental rijksmonumenten, waarvan een aantal wordt bezocht tijdens Gluren bij de Buren op 2 juli 2024.In het centrum van Neer ligt de statige monumentale Sint-Martinuskerk die hoog boven alles uitrijst. Verder vindt men hier het oude raadhuis uit 1818 en het Maxe-Grete huis uit 1661. Neer wordt ook wel het watermolendorp genoemd. In het verleden lagen er 5 watermolens aan de Neerbeek. Nu is de eeuwenoude gerestaureerde Friedesse molen nog als enige molen maalvaardig. Al sinds 1343 wordt hier graan gemalen.
Een opvallend kenmerk van Neer is verder het rijke verenigingsleven en de sterke gemeenschapszin. Tijdens Gluren bij de Buren maakt u kennis met een aantal mooie plekjes en objecten in Neer.
Organisatie
Gluren bij de Buren .. in Ell is onderdeel van de Cultuurhistorische Zomer 2024. Het wordt georganiseerd door: Stichting De Aldenborgh, Kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap én Geschied- en Heemkundige Kring ‘Land van Thorn’. Voor vragen kunt u bellen met telefoonnummer 00 31 (0) 6 53 28 46 65.
Praktische Informatie
Hieronder vindt u praktische informatie over Gluren bij de Buren … in Neer.
datum
dinsdag 2 juli 2024
aanvang:
19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar:
in Sint-Martinuskerk – Kerkplein 4 – 6086 AK Neer
deelname:
gratis
parkeren:
gratis parkeergelegenheid rondom de kerk en parkeerplaats Steeg in Neer
Tekst en foto’s: Paul en Anneke Ronteltap en Peter Korten
Met Aldenborgh-vriend en chauffeur, Lei Ramakers, aan het stuur vertrokken de leden van de Aldenborgh op zaterdag 25 mei 2024 om 07.30 vanuit Weert richting Ieper, met regen. Na een korte file nabij Nazareth reden we de zonovergoten Westhoek binnen.
In Ieper werd na het nuttigen van koffie met een Ieperse specialiteit, de Kattenklauw, het indrukwekkende Flanders Fields museum bezocht. Nadat de wekelijkse markt en de terrassen voor de lunch waren bezocht, stapte het reisgezelschap in de bus.
De gids en Aldenborgh-lid Rob Troubeyn gaf een inleiding over het programma. Hij is deskundige op het gebied van de Eerste Wereldoorlog.
De Dodengang in Diksmuide werd bezocht, waar ook kind-soldaat Jantje Kiggen uit Weert was gelegerd. Daarna werd de Duitse begraafplaats van Vladso bezocht, met de indrukwekkende beeldengroep “Het treurende ouderpaar” van beeldhouwster Käthe Kollwitz.
Vervolgens werd stilgestaan tussen Steenstrate en Schreiboom. Hier gebruikten op 22 april 1915 Duitse militairen voor de eerste keer in de geschiedenis het chemisch wapen: gifgas. Daarna werd uitgestapt bij Essex Farm Cemetery, waar John McCrae begin mei 1915 zijn beroemde gedicht “In Flanders Fields” schreef.
Rob Troubleyn sloot af bij het graf van Valentine Joe Strudwick, die op 14 januari 1916 vlakbij in Boezinghe sneuvelde, slechts 15 jaar en 11 maanden oud.
Hij kwam uit Dorking in Surrey en stond bekend als Joe. Hij loog, net zoals onze Weerter Jantje Kiggen over zijn leeftijd om dienst te kunnen nemen toen hij nog maar 14 was. Zijn moeder, Louisa, koos de inscriptie die op zijn grafsteen te zien is: “Not Gone From Memory Or From Love”.
Nadat iedereen gedineerd had ging het richting Menenpoort. De Menenpoort is in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van Ieper, ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog kwamen meevechten en van wie nooit meer iets werd vernomen. Dankzij de bemoeienis van Rob Troubleyn hadden de Aldenborghers een prominente plaats.
Zo konden zij de dagelijkse ceremonie met klaroenblazers volledig meemaken. Daarna ging het gezelschap naar hotel The Market by Parkhotel te Kortrijk, waar nog nagepraat werd over deze indrukwekkende dag.
Zondagmorgen 26 mei om 9 uur stonden twee stadsgidsen klaar om ”Kortrijk te ontdekken”. Bezienswaardigheden zoals het stadhuis, het belfort, de Broeltorens, de Onze-Lieve-rouwekerk en het Begijnhof werden bezocht.
Daarna ging het spoorslags richting Bachte-Maria-Leerne, gemeente Deinze. Toen het Weerter gezelschap daar aankwam, luidden de klokken van de plaatselijke parochiekerk. Hier werd tijdens een feestelijke H. Mis herdacht dat het 500 jaar geleden was dat Filips van Horne op het nabijgelegen kasteel Ooidonk werd geboren.
Net zoals bij de onthulling van het ruiterstandbeeld in Weert was er na de dienst “de vloek van graaf Van Horne”: een hoosbui trok over Deinze.
Rondom kasteel Ooidonk vonden er tal van activiteiten plaats, zoals een lezing van een foodarcheoloog en ook werd er een stripboek in het kader van 500 jaar Filips van Montmorency gepresenteerd.
Nadat An Vervliet, deputé Erfgoed van de provincie Oost-Vlaanderen het Weerter gezelschap had toegesproken ging het richting Deinze. De gemeente Deinze had hiervoor politiebegeleiding geregeld, zodat het gezelschap tijdig in Museum Mudel aan zou komen.
Het gemeentebestuur van Deinze had geregeld dat het Weerter gezelschap door niemand minder dan John de Vlieger, zelf nog onderdeel van de tentoonstelling, werd rondgeleid. Centraal stond het werk van Emile Claus met zijn meesterwerk “De Bietenoogst”.
Aan het eind van de middag vertrok het gezelschap richting Weert. Het was een zeer geslaagde jubileumexcursie.
Op maandag 1 juli 2024 vindt om 20.00 uur de Nederlandse boekvoorstelling De Razzia en lezing door schrijver Timmie van Diepen plaats in Café de HoêsKmr van MFA Kimpeveld aan de Barbaraplein 4 in Tungelroy. Deelname is gratis.
Omslag boek De Razzia, geschreven door Timmie van Diepen
Sinds enkele weken staat zijn boek De razzia, al kort na de verschijning, op plaats 5 in de top 10 van bestverkochte non-fictieboeken in Vlaanderen.
Het is voor de Aldenborgh uit Weert een grote eer om samen met de auteur de Nederlandse boekvoorstelling in Tungelroy te mogen organiseren. En daar zijn historische gronden voor.
Op 22 augustus 1944, een maand voor de bevrijding van Molenbeersel, speelde zich in herberg In de dorstige herten in Molenbeersel, een kilometer over de Nederlands-Belgische grens, een groot drama af.
Cauterhof, voorheen herberg “In de dorstige herten” van de familie Dirkx-Houben aan de Weertersteenweg/Fosheistraat (vlak bij Villa Pax) in Molenbeersel, dorpje aan de grens.
Bij een razzia van de Duitsers wordt de familie van auteur Timmie van Diepen zwaar getroffen. Vijf mensen van hetzelfde gezin overleven de oorlog niet, onder wie zijn overgrootvader Willem. Ook zijn betovergrootvader Lambert (getrouwd met de uit Tungelroy afkomstige To Houben) wordt ter plekke vermoord.
De actie blijkt een vergelding voor de aanslag op een Duitse soldaat in Kessenich, maar vreemd genoeg lijkt niemand achteraf te weten waarom de herberg van deze familie het doelwit van de wraakactie werd.
Volgens de officiële versie van het verhaal was het een vergissing, maar klopt dat wel? Wie schoot de Duitse soldaat neer? En waarom was er na de oorlog geen herdenking voor de toevallige slachtoffers?
In zijn boek “De razzia” gaat historicus en journalist Timmie van Diepen op zoek naar antwoorden. Hij reconstrueert de bewuste dag aan de hand van duizenden pagina’s processtukken, getuigenverhoren en interviews met tientallen betrokkenen en nabestaanden.
Tijdens de lezing neemt de auteur ons mee in zijn onderzoek en de tientallen interviews. Hij toont unieke videogetuigenissen, die hij opnam samen met documentairemaker Peter Crins uit Leveroy. Het boek is na de lezing te koop en kan desgewenst door de auteur gesigneerd worden.
Wij rekenen op een grote opkomst voor het verhaal over dit voor velen nog onbekend oorlogsdrama.
Auteur Timmie van Diepen (1987) bij de herinneringsplaquette aan Cauterhof in Molenbeersel. Hij studeerde geschiedenis (KUL) en journalistiek (VUB). Hij werkt sinds 2010 voor dagblad Het Belang van Limburg, waar hij als commentator en journalist over politiek en maatschappij schrijft.
De zomer komt eraan. Met trots presenteren we het programma van de Cultuurhistorische Zomer 2024. Met daarin de succesvolle Gluren bij de Buren. Het is gelukt om plaatsen aan te doen, waar we nog niet eerder zijn geweest. Het overzicht vindt u hieronder. Klik hier voor uitleg van het programma.
Op 20 april 2024 vond de voorjaarsexcursie van LGOG, kring Weert, De Aldenborgh en GHK Thorn plaats. De reis ging deze keer naar Nijmegen en kasteel Doorwerth. In tegenstelling tot de zonnige najaarsexcursie waren de weergoden ons deze keer minder goed gezind. In de loop van de dag deed Boreas zich met een frisse noordoostenwind gelden, zorgde Pluvius voor enige nattigheid, maar gelukkig trakteerde Sol ons af en toe op verwarmende stralen.
Met een volle bus werd koers gezet naar Nijmegen. Het reisgezelschap kende een internationaal tintje: behalve Nederlanders bleken er ook enkele Belgen aan boord te zijn, de buschauffeur woonde in Vlaams-Brabant en de luxe bus was van Spaanse makelij.
Nijmegen
Mariken van Nimwegen
In Nijmegen konden we in de eeuwenoude Waagh genieten van een kop koffie of thee en een stuk appeltaart, naar wens voorzien van een dot slagroom. Na deze versnapering werden we voor het beeld van Mariken van Nimwegen in twee groepen verdeeld voor een stadswandeling met deskundige gidsen.
Uw verslaglegger werd ingedeeld in de groep van gids Wim. Deze vertelde afkomstig te zijn uit Brunssum en vijf jaar op het Bisschoppelijk College te Weert gezeten te hebben.
Een gids in opleiding die onze groep vergezelde bleek ook een connectie met Weert te hebben. Familie van haar had gewoond in de Keulerstraat. Dat schiep al een band tussen de groep en de gids.
Na angstvallig gevraagd te hebben of er zich Maastrichtenaren in de groep bevonden, zei Wim dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Het strategisch gelegen Nijmegen heeft vanaf de Romeinse tijd vele malen geleden onder oorlogsgeweld. De laatste keer was op 22 februari 1944 toen door een bombardement door Amerikaanse vliegtuigen de binnenstad en de Stevenskerk werden verwoest. Het bombardement kostte zo`n 800 burgers het leven.
Wim leidde ons door een van de twee poorten onder eeuwenoude gebouwen van de Lakenhal naar de omgeving van de historisch verantwoord herbouwde Stevenskerk. De toren van de Stevenskerk stak volgens hem anderhalve meter boven de Eusebiuskerk in het rivaliserende Arnhem uit. De toren zelf is minder hoog dan die van de Eusebiuskerk, maar het positieve verschil voor de Stevenskerk wordt veroorzaakt door de hogere ligging in Nijmegen.
Latijnse School Stevenskerkhof
Op het Stevenskerkhof bevindt zich de uit de 16de eeuw stammende Latijnse school met beelden van de twaalf apostelen. De huidige, witte beelden zijn enkele jaren geleden vervaardigd met gebruikmaking van 3D techniek
Na de oorlog werd voorrang gegeven aan herbouw van de verwoeste binnenstad. Het oude stadsgedeelte (de benedenstad) tussen het centrum en de Waal werd aan zijn lot overgelaten hetgeen tot verpaupering en verkrotting leidde. Daar kwam pas een einde aan toen staatssecretaris Jan – in gelul kun je niet wonen – Schaefer medio jaren 70 subsidie toezegde voor sanering. Schaefer stelde wel als voorwaarde dat het oude stratenpatroon intact moest blijven en dat van de nieuwbouw 70% uit sociale woningen moest bestaan. Helaas werd de oude bebouwing afgebroken. De nieuwbouw heeft erin geresulteerd dat tussen het centrum en de Waal een rustige wijk met veel sociale woningen is ontstaan terwijl in andere steden een dergelijk gebied dicht bij een rivier vaak het domein is van beter gesitueerden.
Stadsgids Wim
Vanuit deze nieuwe wijk met uitzicht op de Stevenstoren zong Wim met welluidende stem het refrein van het Nijmeegse volkslied:
“Al mot ik krupe, op blote voeten gaon, ik wil nog een keer de Steven heure slaon”.
In Nijmegen hingen op deze dag vlaggen van de voetbalclub NEC aan veel woningen. Toen een van de dames zei dat “Nek” de volgende dag de bekerfinale tegen Feijenoord moest spelen, kwam er direct een gespeeld boze reactie van Wim. Het was niet “Nek” – die zit onder een hoofd – maar NEC, uitgesproken als “En Ee Cee”.
De enige toegestane uitzondering was als NEC tegen NAC speelde. Dan mocht er van NEK-NAK gesproken worden.
Wim zei dat hij met zijn drie zonen, veertigers, de volgende dag naar Rotterdam zou gaan voor de bekerfinale Feijenoord-NEC. Eventueel verlies van NEC deerde hem niet, het ging hem om de sfeer.
Besienderhuis
In de benedenstad bevindt zich de oude synagoge. Deze is na restauratie vanwege oorlogsschade door de gemeente Nijmegen voor een symbolisch bedrag overgedragen aan de door de Nazi`s gedecimeerde Joodse gemeenschap en thans weer als synagoge in gebruik.
Iets verder naar beneden met uitzicht op de Waal ligt het Besienderhuis, een 16de eeuws koopmanshuis. Een besiender was een tollenaar, die de lading van schepen op de Waal controleerde en voor betaling van tolgelden zorgde.
Muurschildering leven keizerin Theophanu
Wim stond enige tijd stil bij een muurschildering die het leven van keizerin Theophanu uitbeeldde. Theophanu was een prinses uit Constantinopel die werd uitgehuwelijkt aan keizer Otto II.
Na het overlijden op jonge leeftijd van Otto II in 893, regeerde keizerin Theophanu als regentes van haar enige zoon, de latere keizer Otto III, over een uitgestrekt rijk: een bijzonderheid in een door mannen gedomineerde wereld.
Theophanu stierf in 991 in Nijmegen en werd per boot naar Keulen gebracht waar zij werd begraven.
Waalbrug Nijmegen
Vanaf de kade van de Waal hadden we zicht op een icoon van Nijmegen, de boogvormige Waalbrug, gebouwd in 1936. Het Nederlandse leger blies op 10 mei 1940 de brug op in een poging de Duitse opmars te stoppen of te vertragen.
De Duitsers herstelden in de oorlog de brug. Aan het einde van de oorlog viel die onbeschadigd in handen van de geallieerden. Toen Wim tijdens een rondleiding aan Duitse bezoekers zei dat de Duitsers met staal van Krupp de brug hadden hersteld, reageerde een Duitser met: “Da brauchen wir die Fahrräder nicht mehr zurück zu geben”.
Aandenken aanleg spoorlijn Nijmegen-Kleef
Nijmegen was vroeger vóór de bouw van de Waalbrug meer gericht op Duitsland, Brabant en Limburg dan op Holland. Dat blijkt onder meer uit het monument dat is opgericht naar aanleiding van de aanleg van de spoorlijn Nijmegen-Kleef in 1865.
Als laatste onderdeel van de rondleiding konden we een blik werpen op het stadhuis.
Stadhuis Nijmegen
Het oude stadhuis van Nijmegen is in de oorlog nagenoeg geheel uitgebrand. De voorgevel is in de oude stijl hersteld. De rondleiding eindigde op de plek waar hij begon: bij het beeld van Mariken van Nimwegen.
Uw verslaglegger heeft vele gidsen meegemaakt maar deze Wim was van grote klasse. Humoristisch, enthousiast, duidelijk sprekend, met kennis van zaken, ad rem en inspelend op de groep. De deelnemers aan de groep van gids Rob waren ook enthousiast over de kwaliteiten van hun gids. Hij was uit hetzelfde, uitstekende hout gesneden als Wim. En ook hij was supporter van En Ee Ce en dat al vijftig jaar. Chapeau voor beide heren, die voor de deelnemers niet alleen een leerzame maar zeker ook een plezierige rondleiding hebben verzorgd.
Kasteel Doorwerth
Kasteel Doorwerth
Na de lunch was iedereen stipt op tijd bij de bus en ging de reis verder naar kasteel Doorwerth, prachtig in het groen gelegen niet ver van de Rijn.
Onderste deel stam Robinia in de voorhof van kasteel Doorwerth.
Op de binnenplaats van het kasteel werd het gezelschap verdeeld in drie groepen voor een rondleiding met gids. Uw verslaglegger werd in de groep van gids Marianne ingedeeld. De rondleiding begon in de voorhof bij een prachtige, drie eeuwen oude robinia, een van de oudste bomen van Nederland. Deze boom heeft vele stormen en oorlogen doorstaan.
Johan Albrecht Schellart van Obbendorf
In het kasteel vertelde Marianne over de ontstaansgeschiedenis van het kasteel. Oorspronkelijk was er alleen een houten toren. Die werd
Charlotte Sophie Bentinck – van Aldenburg
in opdracht van de graaf van Gelre in brand gestoken omdat die de tolheffing op de Rijn door de `kasteelheer`
van Doorwerth niet duldde. Later werd op die plaats een rechthoekige stenen toren opgericht. Diverse kasteelheren vergrootten het kasteel. In het midden van de 17de eeuw werd het kasteel verbouwd en verfraaid door leden van de familie van Schellaert van Obbendorf.
Nadien kwam het kasteel in het bezit van de graven van Aldenburg en de familie Bentinck. Hella Haase heeft over een van lid van deze laatste familie, mevrouw Charlotte Sophie Bentinck – van Aldenburg een boek geschreven.
Philippe baron van Brakel
In de 19de eeuw kwam het kasteel in het bezit van Philippe baron van Brakel, die er met zijn gezin met negen kinderen ging wonen. Het kasteel werd aan die nieuwe situatie aangepast.
Nieuwe kaart van de hele wereld, overgenomen van de beste ontwerpers.
Tijdens het laatste oorlogsjaar werd het kasteel zwaar beschadigd. Het is na een zorgvuldige en langjarige restauratie weer in oude luister hersteld.
Marianne leidde ons rond door verscheidene vertrekken van het kasteel. Van de rechthoekige toren dateert alleen de onderste verdieping nog uit de beginperiode. In een kamer hangt een mooie oude wereldkaart.
Keuken kasteel Doorwerth
We namen ook een kijkje in de keuken. Deze is ingericht naar de tijd van de Van Brakels.
Eetkamer Kasteel Doorwerth
De tafel in eetkamer was gedekt. Marianne wees op de geribbelde dikke steel van de wijnglazen. De reden van daarvan was dat met de handen gegeten werd en dat die, zeker bij het eten van vlees, vettig werden. Om toch grip op de glazen te hebben, dienden die ribbels.
In een vertrek met wapenuitrustingen uit de middeleeuwen trok Marianne een maliënkolder, die hoofd en hals moest beschermen, aan. Het was letterlijk een gewichtig stuk bescherming.
Een van de bezoekers vroeg of er ook een spook aan het kasteel verbonden was. Een andere bezoeker merkte snedig op dat je een spook niet kon zien. Maar hij had dat nauwelijks gezegd of er klonk een dof geluid uit het plafond. Tot geruststelling kon worden vastgesteld dat dat veroorzaakt werd door een andere groep. Het vermeende spook liet zich zien noch horen.
Kasteelcafé De Zalmen
Wapen van Diderik Louis baron van Brakel
Na de rondleiding in het kasteel kon iedereen een drankje nuttigen in het drukbezochte kasteelcafé De Zalmen, gevestigd in een van de bijgebouwen van het kasteel. De naam van het café bleek ontleend te zijn aan de twee zalmen op het wapen van Diderik Louis baron van Brakel.
Na het gezellige en sociale samenzijn in het café bracht chauffeur Walter Verbelen ons veilig terug naar Weert en Thorn. Opvallend was dat een eindje ten zuiden van Eindhoven het frisgroen van de bladeren van bomen en struiken veranderde in bronsgroen.
De deelnemers aan deze excursie hebben kunnen genieten van een boeiende, leerzame, aangename en gezellige dag.
krantenartikel over film “Aber der Kirche passiert nichts”
Een bijzondere mijlpaal voor ons lid, cineast Peter Crins. De film van hem en Peter Hermans over de Tweede Wereldoorlog in onze regio werd afgelopen maart maar liefst drie keer vertoond in het Duitse Twistringen. (ten zuiden van Bremen).
Hier kwam de Dutise militair Christoph Ahlers van af die in 1944 door het verzet om het leven werd gebracht. Zijn trouwring bleef achter in Leveroy. Vorig jaar overhandigde de zonen van een verzetsman de trouwring aan de zoon van Christoph Ahlers, die zijn vader nimmer gekend had. Dit was aanleiding voor de bioscoop in Twistringen om deze film te programmeren.
De Razzia: het waargebeurde verhaal achter een doodgezwegen oorlogsdrama
Bij een razzia in Molenbeersel op 22 augustus 1944, net voor de bevrijding, wordt de familie van de historicus, journalist en goede bekende van de Aldenborgh, Timmie van Diepen zwaar getroffen. Vijf mensen van hetzelfde gezin overleven de oorlog niet, onder wie zijn overgrootvader Willem Dirkx, die op 14 juni 1908 in Tungelroy aan de Maaseikerweg werd geboren.
De actie blijkt een vergelding voor de aanslag op een Duitse soldaat. Vreemd genoeg lijkt niemand achteraf te weten waarom de herberg van deze familie net het doelwit werd. Volgens de officiële versie van het verhaal was het een vergissing, maar klopt dat wel? Wie schoot de Duitse soldaat neer? En waarom was er na de oorlog geen herdenking voor de toevallige slachtoffers?
In het boek De razzia, dat begin mei 2024 verschijnt, gaat Timmie van Diepen op zoek naar antwoorden. Hij reconstrueert de bewuste dag aan de hand van duizenden pagina’s processtukken, getuigenverhoren en interviews met tientallen betrokkenen en nabestaanden.
donderdagmiddag 22 augustus: Bocholt – Symposium over Filips van Montmorency en Walburgis van Nieuwenaar.
Zodra meer bekend is over deze activiteiten zullen wij u nader informeren. U kunt de data en plaatsen nu al in uw agenda reserveren. Wij hopen u ook dit jaar weer in groten getale te mogen verwelkomen bij de activiteiten van de Cultuurhistorische Zomer.
Dankzij blijvende belangstelling is besloten om al komend najaar te starten met een nieuwe reeks van de cursus Weerterlogie. Liefst 46 getuigschriften Weerterlogie werden onlangs uitgereikt. Samen met deze nieuwe Weerterlogen werd er getoast op de geschiedenis van Weert, die zich in een sterk toenemende belangstelling mag verheugen.
Weerterlogen voorjaar 2024
De cursus Weerterlogie bestaat uit een serie van 8 lessen op dinsdagavonden. Vanaf 8 oktober verzorgen enkele enthousiaste experts een gevarieerde introductie in de geschiedenis en cultuur van de stad Weert. Op het eind van de cursus volgt de feestelijke installatie als Weerterloog.
08 oktober dr. Henk Hiddink over prehistorie en oudheid
15 oktober drs. John van Cauteren over de Middeleeuwen tot de Tachtigjarige Oorlog
22 oktober dr. Jos Wassink over de 17de en 18de eeuw
29 oktober dr. Joost Welten over de Franse tijd
05 november Peter Korten over de 19de eeuw
12 november drs. John van Cauteren over de Weerter kunst
19 november drs. Theo Schers over de beide Wereldoorlogen en het interbellum
26 november drs. Frits Nies over opbouw en afbraak na WO I
Stichting De Aldenborgh wil de belangstelling voor en kennis van de lokale geschiedenis vergroten. Met de opgedane kennis kunnen deelnemers na afloop gemakkelijk hun familie en vrienden rondleiden door Weert. En samen nog meer genieten van deze stad en regio.
Voor wie?
De cursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen minimumvooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen. Het maximumaantal deelnemers is 50 om een soort klassikaal contact tussen docenten en deelnemers te garanderen.
Praktische Informatie
Tijdstip: 19.00 – 21.00 uur
Cursuslocatie: Cwartier, Beekstraat 54
Deelnameprijs: € 121,- (betaling geldt als inschrijving).
Aanmelden: door overmaking van € 121 op bankrekening NL31RABO0176968334 t.n.v. stichting De Aldenborgh Weert onder vermelding van ‘cursus’ en uw naam.
Deelname ook graag doorgeven aan ons secretariaat via info@dealdenborgh.nl.