2-daagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze

Ter gelegenheid van het 85-jarig bestaan van De Aldenborgh organiseren we een tweedaagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze op zaterdag 25 mei en zondag 26 mei 2024. Hieronder lees u daar meer over en vindt u praktische informatie. Wij hopen dat velen van u in de gelegenheid zijn om deel te nemen aan deze jubileumexcursie.

 

In Flanders Fields

Het ‘In Flanders Fields Museum’ is in de Lakenhal van Ieper gevestigd.

Op zaterdag 25 mei vertrekken we om 07.30 uur richting Ieper. Na een kop koffie bezoeken we het interactieve “In Flanders Fields Museum” in de Lakenhal van Ieper. We maken een reis terug in de tijd naar de “Grote Oorlog” van 1914-1918.

Het “In Flanders Fields Museum” wil zijn bezoekers confronteren met het verleden, maar ook met het heden. Met het verhaal van één bepaalde oorlog op één bepaalde plaats, WO I in de Westhoek, maar ook met het universele thema van de oorlog, die helaas nog altijd op vele plaatsen woedt. Met officiële feiten, data en getallen, maar ook en vooral met persoonlijke getuigenissen van honderden gewone mensen. Het “In Flanders Fields museum” is een interactief herinnerings- en belevingsmuseum, met Wereld Oorlog I als uitgangspunt voor een universele vredesboodschap.

Ieper was een van de grote martelaarssteden van de Eerste Wereldoorlog. Enkele maanden na de Duitse inval in België op 4 augustus 1914 liep het front vast bij deze kleine, middeleeuwse stad. Van oktober 1914 tot oktober 1918 bevond het slagveld zich op luttele kilometers van het centrum van de stad. De loopgraven lagen van noord naar zuid in een boog rond Ieper. In die fameuze Ieperboog of Ypres Salient werden maar liefst vijf bloedige veldslagen uitgevochten.

Op 22 april 1915 begon de Tweede Slag bij Ieper met de eerste grote gasaanval ooit. Het chloorgas doodde duizenden geallieerde militairen, vooral Franse troepen met heel wat Noord-Afrikanen. Het was de eerste keer in de geschiedenis dat een massavernietigingswapen werd ingezet. Ook later in de oorlog bleek de Ypres Salient een experimenteel slagveld te zijn: hier werd in juli 1915 voor de eerste keer een vlammenwerper ingezet. In juli 1917 was het de beurt aan het verschrikkelijke mosterdgas, ook wel ypérite genoemd.

 

De Lakenhal van Ieper na het bombardement.

Van 31 juli tot 10 november 1917 woedde de Derde Slag bij Ieper, naar zijn eindfase wel eens als “Slag bij Passendale” aangeduid. Het was een slachting zonder weerga. Over de zin van dit Britse offensief wordt nog altijd gediscussieerd.

In de loopgraven en in het niemandsland rond de stad sneuvelden tussen 1914 en 1918 ongeveer een half miljoen mensen.  Onder hen niet alleen Duitsers, Fransen, Britten en Belgen maar ook Marokkanen, Algerijnen, Tunesiërs, Senegalezen, Canadezen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Zuid-Afrikanen, Chinezen, Indiërs, Jamaicanen en soldaten van vele andere nationaliteiten.

 

De wederopbouw

Tijdens die vier jaar oorlog werd de stad in het hart van de Ieperboog letterlijk met de grond gelijkgemaakt. De laatst overgebleven inwoners werden reeds begin mei 1915 verplicht geëvacueerd. Vanaf dan woonde er niemand in de spookstad Ieper. Begin 1919 keerden de eerste bewoners naar hun vernietigde stad terug en begon schoorvoetend de wederopbouw.

De eerste jaren woonden de teruggekeerde en de nieuwe Ieperlingen in houten noodwoningen. Vanaf 1921 kwam de wederopbouw pas echt op gang. Nog in de jaren twintig werden meer dan honderdvijftig militaire begraafplaatsen in en om de stad aangelegd. Ook werden monumenten gebouwd waarvan de Menenpoort de belangrijkste is. Die monumenten en begraafplaatsen, maar ook de al dan niet getrouw heropgebouwde huizen en andere gebouwen herinneren ons tot op vandaag aan de zinloosheid van de oorlog en aan de meest tragische periode uit de geschiedenis van Ieper.

 

In de voetsporen van Jantje Kiggen

Jantje Kiggen uit Weert

Na het bezoek aan het museum kunt op eigen gelegenheid lunchen. Daarna treden we in de voetsporen van kindsoldaat Jantje Kiggen (1898-1979), een geboren Weertenaar die op zeer jeugdige leeftijd gedurende de hele oorlog in dienst van het Belgische leger aan het front in de Westhoek verbleef.

Rob Troubleyn

Aldenborgh-lid en specialist over de Eerste Wereldoorlog Rob Troubleyn zal ons als gids meenemen langs de plaatsen waar ook Jantje Kiggen vier jaar lang de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog meemaakte.

 

 

 

We bezoeken met Rob Troubleyn onder andere Essex Farm Cemetery (Steenstraat), Vladslo (Diksmuide), Dodengang (Diksmuide), een Belgische militaire begraafplaats (Keiem) en Westvleteren.

Loopgraaf in Diksmuide.

 

 

Diksmuide
De rouwende ouders van Käthe Kollwitz

 

 

 

 

 

 

 

 

Last Post

Omstreeks 17.30 uur zijn we weer terug in Ieper waar men op eigen gelegenheid het avondeten kan nuttigen. Daarna verzamelen we ons omstreeks 19.30 uur om naar de Menenpoort te gaan. De Menenpoort is in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van Ieper, ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld zijn op de slagvelden rond Ieper en wier lichamen nooit werden teruggevonden of geïdentificeerd. Hun namen staan gebeiteld in de wanden van de Menenpoort. De stoffelijke overschotten van deze soldaten liggen ofwel ergens verborgen in de Ieperse velden, ofwel op een oorlogskerkhof rond Ieper, met als vermelding op de grafsteen Only Known Unto God (alleen gekend bij God).

De poort is ontworpen door Sir Reginald Blomfield en heeft de vorm van een Romeinse triomfboog. De poort is opgericht op de plaats waar vroeger de middeleeuwse stadspoort stond, Later stonden bij die stadspoort twee leeuwen aan weerszijden van de weg. Sinds 1929 wordt hier iedere avond, klokslag acht uur, de Last Post opdat we niet vergeten (Lest we forget …) gespeeld; in het begin door een groep klaroenblazers van de Stedelijke Brandweer, nu door een groep Klaroenblazers, leden van de Last Post Association.

 

Kortrijk

Historische centrum van de stad Kortrijk.

Na het bezoek aan de Menenpoort rijden we naar hotel The Market by Parkhotel, Graanmarkt 6 te Kortrijk. Na het inchecken kunt u op eigen gelegenheid het avondleven van Kortrijk verkennen.

Op zondag na het ontbijt staat een stadsgids klaar om ”Kortrijk te ontdekken”. Samen met de gids bezoeken we het historische centrum van de stad met bezienswaardigheden zoals het stadhuis, het belfort, de Broeltorens, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en het begijnhof.

 

 

Deinze

Na het bezoek aan Kortrijk rijden we naar Deinze. Deinze viert dit jaar dat het 500 jaar geleden op kasteel Ooidonk Filips van Montmorency, jawel onze graaf van Horne, is geboren.

Rond de middag gaan we naar Kasteel Ooidonk, waar we als eregast een optocht kunnen aanschouwen met Harmonie Gendt-historisch genootschap Keizer Karel en schutters.

Kasteel Ooidonk

We wonen de voorstelling nieuwe Erfgoedsprokkel “In de sporen van Filips Van Montmorency” bij en gaan luisteren naar Foodarcheoloog Jeroen Van Vaerenbergh.

In het kasteelpark is de evocatie: De Beul, Zijn Vrouw en De Zwijger met Steve De Schepper en Jits Van Belle onder regie van Domien Van Der Meire.

De groep Lattemiele uit Brugge zal met muziek de feestvreugde verhogen. Nancy Lemay brengt de “roddelende keukenmeid” met verhalen over de adel tot leven.

Met een deskundige gids bezoeken we later nog het museum van Deinze om vervolgens de terugreis naar Weert te aanvaarden waar we rond 19.30 uur terug hopen te arriveren.

 

‍Praktische Informatie

 

Wat: tweedaagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze
Wanneer: zaterdag 25 mei & zondag 26 mei 2024
Tijd: 07.30 uur
Vertrekpunt: Kupers Touringcars – Kelvinstraat 1 0- 6003 DH Weert

(parkeren is daar mogelijk)

 

Kosten deelname

Leden en gezinsleden LGOG en Vrienden Aldenborgh:

(op basis van een t2-persoonskamer)

€ 185,00 per persoon
Niet-leden: € 210,00 per persoon
Toeslag 1-persoonskamer: € 42,50

 

Inbegrepen:

  • buskosten + fooi chauffeur
  • 1 overnachting met ontbijt in The Market by Parkhotel, Graanmarkt 6 te Kortrijk
  • entree en ontvangst met koffie “In Flanders Fields museum” te Ieper
  • gids in en om Ieper, Kortrijk en Deinze

 

Aanmelding

Door overmaking van het verschuldigde bedrag vóór donderdag 25 april 2024 op Rabobank-nummer NL31RABO176968334 ten name van stichting De Aldenborgh te Weert onder vermelding van Excursie Ieper. Bij afmelding (alleen bij het secretariaat), waarvoor geen vervanging gevonden wordt, kan helaas geen terugbetaling plaatsvinden.

Deze excursie is voorbereid door onze voorzitter Peter Korten. Voor meer informatie kunt u bij hem terecht (tel. 06-53284665). Wij hopen dat velen van u in de gelegenheid zijn om deel te nemen aan deze jubileumexcursie.

Verslag lezing ’70 jaar welzijnswerk in Weert’ door Paul Horsmans en Pierre Snijders op 8 april 2024 – Wil Filott

Nadat dr. Liesbeth Theunissen op 4 maart 2024 een lezing had gehouden over de prehistorisch grafvelden op Boshoverheide, lag het onderwerp van vanavond nog dichter bij huis en bij het heden, de geschiedenis van het welzijnswerk in Weert.

Voorzitter Peter Korten heette de bezoekers en in het bijzonder de sprekers van vanavond, de heren Paul Horsmans en Pierre Snijders, welkom. De sprekers kondigde hij aan als Petrus en Paulus. Paul Horsmans verzorgde de presentatie, bijgestaan door Pierre Snijders. Beide heren stelden zich kort voor.

Paul Horsmans
Pierre Snijders

 

Paul Horsmans

is na de sociale academie werkzaam geweest in het welzijnswerk in

Eindhoven en Utrecht en sinds 1999 bij Welzijnsopbouw Weert, de voorganger van Punt Welzijn. Thans is hij bestuurder van Unitus, een koepel van welzijnsorganisaties in Noord- en Midden-Limburg.

Pierre Snijders is na de sociale academie werkzaam geweest in jongerencentra in Brabant en vanaf 1971-2004 in Weert. Na zijn pensionering heeft hij het archief van het welzijnswerk in Weert geordend en beschreven.

 

 

 

Het welzijnswerk in Nederland in historisch perspectief

Paul Horsmans schetste de ontwikkeling van het welzijnswerk in Nederland aan de hand van het hierna opgenomen historisch overzicht.

Specifiek voor Weert vermeldde hij dat in Weert en Maastricht na de strenge winter van 1853-1854 de eerste Vincentiusverenigingen in Limburg werden opgericht, in Weert met de naam Weerter Martinusconferentie. Vincentiusverenigingen hielden zich bezig met de zorg voor armen, zowel in natura als met geestelijke (katholieke) hulp.

 

Hij wees ook op de rol van dr. Poels die zich inzette voor het katholiek sociaal werk ter voorkoming van invloed van het socialisme.

 

Welzijnswerk tijdens de wederopbouw na WO II

Toeslagzegels. Afbeelding toegevoegd door verslaglegger

Na de bevrijding werd het welzijnswerk weer opgestart met de oprichting van Nederlands Volksherstel. Dit is een organisatie die zich bezighield met stoffelijke en geestelijke hulp aan mensen die, mede ten gevolge van de oorlog, in nood verkeerden. Vermeldenswaard is dat de

kosten van Volksherstel deels gefinancierd werden met de verkoop van Amerikaanse sigaretten en toeslagen op speciale postzegels.

Cirkeldiagram levenswijze

 

In 1947 werden neutrale Provinciale Opbouworganen in het leven geroepen voor het bestrijden van ‘onmaatschappelijken en asocialen’. Voor het bepalen van mate van onmaatschappelijkheid werd een cirkeldiagram gebruikt, waarbij aan verschillende aspecten van levenswijze punten werden toegekend.

In Weert werd in 1949 bij het Interparochieel Sociaal-Caritief Centrum een betaalde kracht aangesteld. In 1950 opende in Weert een Caritaswinkel. In 1952 kwam er een nieuw ministerie voor maatschappelijk werk met dr. Marga Klompé als eerste vrouwelijke minister in Nederland.

 

Onderzoek in Centrum Weert en wijk Fatima

Flatgebouw in de Sint Jozefstraat in Keent

Begin jaren vijftig vond er in Weert door het Provinciaal Opbouworgaan Limburg een belangrijk onderzoek plaats naar de ‘onmaatschappelijkheid in Centrum en Fatima’. De uitkomst daarvan was dat een deel van de binnenstad (Hegstraat en Hoge Steenweg) als sloppenwijk werd aangeduid, dat de woningen (krotten) moesten worden afgebroken en dat de bewoners geherhuisvest dienden te worden in nieuwe woningen in Keent.

 

Stichting Bijzondere Zorg Weert

In 1956 werd een stichting Bijzondere Zorg Weert in het leven geroepen, die zich bezig ging houden met wijkgericht maatschappelijk werk, in het bijzonder de verhuizing van bewoners naar Keent en de begeleiding van gezinnen. Er werd een beroepskracht aangesteld die deel ging uitmaken van de selectiecommissie van “onmaatschappelijken”.  De gezinnen waren groot. Het gemiddelde aantal kinderen per gezin bedroeg zeven.

 

In 1962 kwam het tot de oprichting van de stichting Bijzondere Sociale Zorg St. Jozef Keent, die haar werkterrein uitbreidde tot onder meer opbouwactiviteiten, peuterwerk en immigranten. In 1967 kwam er een nieuw buurthuis in Keent, nadat er vanaf 1962 al een tijdelijk buurthuis in een woning was geweest.

 

Andere ontwikkelingen in vogelvlucht en steekwoorden

De jaren 60 en 70

Jaren 60: toename welvaart, mijnsluitingen, afzetten tegen kerk, ‘hippies’, verdere democratisering, opkomst buurthuizen.

1965: Stedelijke Jeugdraad met meer dan 50 aangesloten organisaties.

1965: Algemene Bijstandswet, waardoor de materiële armenzorg verschoof van particuliere instellingen naar de overheid.

1968: regionaal samenwerkingsverband voor maatschappelijk werk en gezinszorg.

Jaren 70: oliecrisis. Onder invloed van Den Uijl kreeg welzijn prioriteit boven welvaart.

1970: jongerencentrum Subway in Fatima.

1971: Stichting Samenlevingsopbouw Streekgewest Weert (7 gemeenten) met een bestuur van 21 (!) personen.

1975: Ouderenwerk (De Roos).

1981 Stichting Welzijn Ouderen regio Weert

1979 Buurtopbouwwerk Weert.

 

De jaren ’80

1980: oprichting REJOIN (Regionale jeugd- en jongeren instelling Weert).

1982: Sociaal Culturele Raad Weert.

Opkomst vrouwengroepen, peuterspeelzalen, vrouwen in de bijstand en VOS-cursussen (vrouwen oriënteren zich op de samenleving).

Nieuwe doelgroepen: ouderen en buitenlandse werknemers, gezinshereniging.

No-nonsens politiek van kabinet Lubbers met minister Elco Brinkman. Bezuinigingen op sociaal werk. Verschuiving van zwaartepunt van subsidies naar gemeenten.

 

De jaren ’90

Decentralisering: minister Ien Dales vond financiering van maatschappelijk werk geen taak van het Rijk, maar van gemeenten. Bewoners moesten zelf hun buurt aanpakken (voorbeeld: Opzoomeren in Rotterdam). In Weert wijk- en dorpsraden. Veel projecten op basis van een tijdelijke financiering hetgeen belemmerend was voor professionalisering.

 

De jaren 2000

Fietskar met medewerkers Punt Welzijn

De decentraliseringstendens werd doorgezet. Er kwam een professionaliseringsslag. In 2002 werd in Weert de fusie-organisatie Punt Welzijn opgericht, die sinds 2021 ook in de gemeente Nederweert werkzaam is.

Het werkveld beslaat een aantal thema`s zoals buurtwerk, vrijwilligersinzet, mantelzorg, jeugd-, jongeren- en ouderenwerk, begeleiding nieuwkomers en het bevorderen van een gezonde levensstijl.

 

 

De organisatie kent thans ca. 60 professionals, 60 stagiaires en 300 vrijwilligers. Punt Welzijn maakt sinds 2010 deel uit van Unitus, een koepelorganisatie van van welzijnsorganisaties in Midden- en Noord-Limburg

Terugkijkend meende Paul Horsmans te kunnen stellen dat in de afgelopen 70 jaar het sociaal werk in Weert zich steeds ontwikkeld heeft in overeenstemming met de maatschappelijke ontwikkelingen.  Vooruitblikkend is het van belang om duurzaam te blijven investeren in de inwoners en hun mogelijkheden.

 

Vooruitzichten

De zorg in zijn algemeenheid dreigt vast te lopen. Dat komt deels door de toename van het aantal ouderen en de afname van het aantal werkenden. Thans werkt één van de zeven werkenden in de zorg. In de toekomst zou dat één op de drie moeten zijn, een onmogelijke opgave. Als voorbeeld van toenemende zorgvraag werd vermeld dat er voor veel problemen, waarmee mensen bij de huisarts komen, geen medische oplossingen zijn.  Inwonersinitiatieven, ondersteund door sociaal werk, zouden in die opgave (deels) kunnen voorzien.

 

Vragen en discussie

Overzicht bezoekers

Na de pauze was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Er werd gevraagd naar de rol van de Maastrichtse sociaal-geograaf dr. Litjens bij het onderzoek naar de onmaatschappelijkheid in het Centrum en Fatima en de gevolgde werkwijze bij de selectie van gezinnen. Dat leidde tot een geanimeerde discussie tussen bezoekers die in het verleden nauw bij het welzijnswerk in Weert betrokken waren.

De vraag werd opgeworpen of de verhuizing van tientallen gezinnen wel ingegeven was door maatschappelijke misstanden in een deel van het centrum of door de politiek, die tot afbraak van de woningen en nieuwbouw wilde overgaan.

 

Ook werd door een bezoekster gewezen op het nagenoeg ontbreken van buurthuizen in Weert. Er kon een voorbeeld worden genomen aan België, waar in bijna ieder dorp of wijk een dergelijke voorziening aanwezig is. Als reden voor de sluiting van buurthuizen in Nederland werd naar voren gebracht dat deze een sluitende exploitatie moeten hebben.

Ook de toegenomen individualisering werd als oorzaak genoemd. Een bezoeker vroeg zich af of invoering van een sociale dienstplicht geen remedie zou kunnen zijn. Hij verwees in dat verband naar de maatschappelijk stage die enkele jaren geleden in zwang was. Er werd verder naar voren gebracht dat bibliotheken hun werkterrein hebben uitgebreid.

De voorzitter merkte op dat er mogelijk een relatie is tussen enerzijds de sociale problematiek en anderzijds de leegloop van de kerken, de vermindering van het aantal cafés en buurthuizen. Plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Tijdig : rede uitgesproken door Dr. H. Poels op den 5en Limburgschen Katholiekendag, Weert 1 juni 1903.

Wat betreft dr. Poels betreurde hij het dat in de recente Canon van Limburg geen venster meer is gewijd aan deze sociale voorman. Maar in Weert blijft zijn naam niet alleen voortleven in een naar hem genoemde straat maar ook in de Tijdigstraat. Deze straatnaam verwijst naar een door dr. Poels op 1 juni 1903 in Weert uitgesproken rede.

Peter Korten bedankte de heren voor hun interessante en onderhoudende lezing en overhandigde hen als dank een exemplaar van het boek ‘Weert, Parel van de heide’.

 

 

Lezing – 70 jaar welzijnswerk in Weert – 8 april 2024

Na de succesvolle lezing van dr. Liesbeth Theunissen op 4 maart 2024 over het prehistorisch grafveld op de Boshoverheide voor een gezelschap van zo`n 100 liefhebbers van de Weerter geschiedenis, presenteren wij u nu weer een lezing over Weert. Deze keer gaat het over het recente verleden en over een totaal ander onderwerp, namelijk 70 jaar welzijnswerk in Weert.

 

Lezing – 70 jaar welzijnswerk in Weert – 8 april

In de lezing passeren deze ontwikkelingen van het professioneel welzijnswerk in Weert de revue.  Er wordt duidelijk gemaakt hoe het sociale werk zich voortdurend aanpast aan lokale en landelijke ontwikkelingen. Thema’s als armoede, emancipatie, opkomst van de kinderopvang, instroom van arbeidsmigranten en vluchtelingen, werkloosheid, laaggeletterdheid en ouderenwerk zijn een greep uit de onderwerpen die van grote invloed waren en zijn op de naoorlogse ontwikkelingen in Nederland en Weert.

 

Sprekers

Pierre Snijders (1942) is van 1971 tot 2004 in Weert werkzaam geweest als coördinator vanhet sociale werk.

Paul Horsmans (1961) is vanaf 1999 in Weert werkzaam geweest als directeur. Hij is thans bestuurder van Unitus, de overkoepelde organisaties van welzijnsstichtingen, waaronder Punt Welzijn.

De heren Snijders en Horsmans baseren zich in hun lezing niet op uitgebreid onderzoek, maar spreken vanuit hun jarenlange praktijkervaring in het Weertse. Naast een historische terugblik zal ingegaan worden op hedendaagse ontwikkelingen en werkzaamheden.

 

Historie zorg in Nederland

Er zijn altijd personen geweest die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Lange tijd was het zo dat familie de zorg op zich nam voor geestelijk en lichamelijk gehandicapten, bejaarden, wezen en andere personen die niet (meer) voor zichzelf konden zorgen. Ook kerkelijke en bijzondere instellingen namen die zorg op zich.

In de Franse tijd ging ook de staat zich min of meer noodgedwongen bezighouden met die zorg. Dat was mede een gevolg van het feit dat kerkelijke instellingen die zich daarmee bezighielden, opgeheven en hun goederen genationaliseerd waren.

In het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd de lijn van zorg van staatswege doorgezet. In de Grondwet van 1815 was opgenomen dat armenzorg een onderwerp was van aanhoudende zorg voor de regering. De lokale overheid – de gemeente – werd belast met die zorg als die niet geboden kon worden door familie, vrienden, kerken of instellingen van liefdadigheid. In 1854 trad de Wet tot regeling van het armbestuur in werking. Deze Armenwet hield in dat het zwaartepunt van de armenzorg primair bij de kerken kwam te liggen. De gemeenten hadden slechts een aanvullende rol. Tot na de Tweede Wereldoorlog bleef het zwaartepunt van de zorg voor zieken en armen bij particuliere liefdadigheidsorganisaties liggen.

Straattoneeltje in Weert

Begin jaren vijftig van de vorige eeuw kwam daar na de wederopbouw verandering in mede door de opkomst van de verzorgingsstaat. De aandacht ging meer uit naar verzorging, talentontwikkeling en ondersteuning van mensen. Voor financiële ondersteuning kwamen aparte regelingen, zoals de Bijstandswet. Huisvesting werd een onderdeel van het brede aandachtsgebied. Dat leidde er in Weert toe dat rond 1980 oude, vaak schilderachtige maar verpauperde volksbuurten zoals de Hoge Kei en het Morregat werden gesloopt. Veel bewoners werden gehuisvest in nieuwbouw op Keent.

 

De opkomst en ontwikkeling van het welzijnswerk in Weert

Begin jaren vijftig kwam er, naast de armenzorg, veel aandacht voor het zogenaamde “onmaatschappelijke, asociale “gezin.

In 1952 werd een provinciaal onderzoek naar ‘onmaatschappelijkheid’ in Weert verricht. Dat was in het bijzonder gericht op het centrum en de wijk Fatima. Een gevolg van dat onderzoek was de oprichting van de Stichting Sociale Zorg Weert en een Wijkhuis op Keent, de wijk waar veel inwoners vanuit de binnenstad waren gehuisvest.

Het werkveld van de welzijnssector werd steeds uitgebreider, meer omvattend en geprofessionaliseerd. Er werden nieuwe stichtingen opgericht op het gebied van onder meer jongerenwerk, ouderenwerk en vluchtelingenwerk. Later vonden er diverse fusies plaats, hetgeen geleid heeft tot de stichting Punt Welzijn in Weert.

 

Praktische informatie

Datum: maandagavond 8 april 2024
Tijd: 19.30 uur
Locatie: Brasserie-Hotel Antje van de Statie, Stationsplein 1 Weert
Deelname: gratis

Wij hopen u te mogen begroeten.

Excursie naar Nijmegen en Doorwerth – 20 april 2024

De Kring Weert van het Koninklijk L.G.O.G., de Aldenborgh en de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” nodigen u hierbij van harte uit om deel te nemen aan deze excursie, die plaatsvindt op zaterdag 20 april 2024.

In de ochtend reist u naar Nijmegen voor een rondleiding met gidsen door de stad Nijmegen. In de namiddag geniet u van een bezoek aan en een rondleiding in het prachtige kasteel Doorwerth, waar u na afloop nog kunt genieten van een drankje. Over beide reisdoelen het volgende:

 

Nijmegen

Nijmegen_grote markt met waaggebouw

Nijmegen wordt beschouwd als de oudste stad van Nederland. Al rond het begin van onze jaartelling werd Nijmegen dankzij de gunstige ligging een belangrijke uitvalsbasis voor het Romeinse leger.

Rond het jaar 100 na Chr. was er een volledige stad door de Romeinen neergezet met de naam Ulpia Noviomagus Batavorum en ontving Nijmegen van keizer Trajanus het stads- en marktrecht.

Niet alleen de Romeinen hebben een stempel gedrukt op de stad. Zo was Nijmegen de meest noordelijk gelegen verblijfplaats van Keizer Karel de Grote en hierdoor een bloeiende keizerstad.

 

Helaas is Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog niet ongeschonden gebleven. Op 22 februari 1944 werd een groot deel van de binnenstad verwoest door een bombardement door geallieerden. Wanneer je op de Grote Markt staat zie je hierdoor een duidelijk verschil in gebouwen wanneer je met je rug naar het waaggebouw toe staat of met je gezicht ernaartoe.

 

Nijmegen Valkhofkapel

Het Valkhof is het beroemdste en belangrijkste stuk grond van Nijmegen. De Romeinen stichtten hier het Oppidum Batavorum, dat rond het jaar 70 door de Bataafse opstandeling Julius Civilis in brand werd gestoken.  In de laat-Romeinse tijd (3e-4e eeuw) lag hier een militaire versterking. Keizer Karel de Grote bouwde hier aan het eind van de 8e eeuw een paleis, dat uitgroeide tot één van zijn belangrijkste residenties.

Zelfs de Noormannen hadden het Valkhof een winter in hun bezit. Ook latere keizers van het Rooms-Duitse Rijk waren er geregeld te vinden. Keizer Frederik Barbarossa bouwde het in 1155 om tot een burcht. Deze burcht heeft vele eeuwen standgehouden, maar viel in 1796 ten prooi aan de slopershamer. Gelukkig zijn de Nijmeegse burgers toen in opstand gekomen zodat de Valkhofkapel en de Barbarossa-ruïne gespaard zijn gebleven.

 

Kasteel Doorwerth

Kasteel Doorwerth is een waterburcht gelegen in de uiterwaarden van de Rijn.

Wapen Schellaert

De eerste vermelding van het kasteel dateert uit 1260. Een zekere Reinald van Homoet verwierf het kasteel in 1435 en liet het flink vergroten.

Het kasteel heeft een Limburgs tintje. Rond 1560 zijn er door Adam Schellaert van Obbendorf, heer van Gürzenich, Schinnen, Geijsteren en Vlodrop verbouwingen uitgevoerd, die het kasteel zijn huidige uiterlijk gaven. In opdracht van zijn kleinzoon Johan Vincent van Schellaert van Obbendorf, heer van Oirlo, Oostrum, Geijsteren en Wanssum, en burgemeester van Roermond, van circa 1634 tot 1683, is het poortgebouw gebouwd.

 

Een spook in kasteel Doorwerth?

Isabelle Peters was een dienstbode van Johan Vincent, baron Schellaert van Obbendorf, de burgemeester van Roermond. Johan Vincent was iemand die de katjes in het donker kneep. Isabelle Peters werd door de baron meermalen verkracht. Toen haar minnaar, Jochem Janssen, dat ontdekte, was hij zo kwaad dat hij de baron wilde vermoorden. Maar de baron was hem voor. Jochem Janssen werd vermoord en zijn lijk in de gracht geworpen. Isabelle werd levend in het kasteel ingemetseld en stierf een hongerdood. Spookt Isabelle sindsdien in het kasteel?

 

Kasteel Doorwerth

De eigenaren van het kasteel verbleven er niet vaak. Dat droeg mede toe aan het verval. Jacob Adriaan Prosper van Brakell kocht het kasteel in 1837 en liet het restaureren. Na het overlijden van zijn weduwe ging het echter weer bergafwaarts. In 1910 verwierf de vereniging De Doorwerth het kasteel en die liet weer een restauratie uitvoeren. Het kasteel raakte in de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd, waarna het van 1950 tot 1983 weer volledig hersteld is. U kunt het kasteel en de monumentale vertrekken op 20 april aanstaande in volle glorie aanschouwen.

In het kasteel is ook een drietal musea gehuisvest: het museum Veluwezoom, het Nederlands Jachtmuseum en de Nationale Bosbouwcollectie.

 

Programma

07.45 uur: vertrek vanuit Thorn, parkeerplaats sportpark Ter Koel, Ittervoorterweg 51

08.15 uur: vertrek vanuit Weert, Sint Jozefskerkplein, Sint Jozefskerkplein 3, Keent

09.45 uur: aankomst in Nijmegen, uitstapplaats Kelfkensbos. 5 minuten lopen naar De Waagh, Grote markt, voor koffie-thee en gebak

10.30 uur: historische wandeling met gidsen vanaf Grote markt

12.00 uur: einde wandeling; gelegenheid tot lunchen

13.30 uur: vertrek vanaf Kelfkensbos naar kasteel Doorwerth

14.05 uur: aankomst kasteel Doorwerth, Fonteinlaan 2b, Doorwerth

14.15 uur: rondleiding door gidsen in kasteel Doorwerth

15.30 uur: nazit met drankje in kasteelcafé De Zalmen

16.15 uur: vertrek naar Weert, respectievelijk Thorn

Genoemde tijden zijn bij benadering

 

Deelname

Voor deelname gelden verschillende tarieven:

  • deelnemers die lid zijn van het LGOG, vriend van de Aldenborgh of de GHK “Het Land van Thorn”, betalen een bedrag van € 65,-
  • niet-leden betalen € 70,-
  • deelnemers die lid zijn van een van beide verenigingen of vriend van de Aldenborgh en in het bezit zijn van een museumkaart betalen € 51,50
  • deelnemers die geen lid zijn, maar wel in het bezit van een museumkaart betalen € 56,50

De aanschaf van een museumkaart is dus zonder meer het overwegen waard!

 

In de deelnemersbijdrage zijn begrepen:

  • de kosten van de bus
  • koffie met gebak
  • begeleide stadsrondleiding Nijmegen
  • entree kasteel Doorwerth
  • gidsen kasteel Doorwerth
  • een drankje in kasteelcafé De Zallmen
  • fooi voor de chauffeur

 

Aanmelden

Aanmelding voor deelname aan de excursie dient uitsluitend te geschieden door overschrijving van het deelnamebedrag op bankrekening NL31 RABO 01769 68334 ten name van De Aldenborgh. De overschrijving geldt als aanmelding. U dient bij de omschrijving wel uitdrukkelijk te vermelden:

1) Na(a)men van de deelnemer(s)

2) Nijmegen/Doorwerth

3) uw opstapplaats

4) Museumkaart J/N

Er zijn voor deze excursie 50 plaatsen beschikbaar. Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval vóór 2 april 2024.

Indien u na aanmelding/betaling om de een of andere reden alsnog moet afzien van deelname en indien de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dan dient u zelf voor vervanging te zorgen. Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.

Deze excursie is namens het L.G.O.G, Kring Weert, de Aldenborgh en de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” georganiseerd door Wil Filott en Hub aan den Boom. Zij zijn respectievelijk bereikbaar onder telefoonnummer 06-83138322 en 06-18845998.

 

Wij wensen u voor 20 april a.s. een heel leerzame en aangename excursie toe.

 

Let op: De opstapplaats in Weert is Sint Jozefskerkplein! Daar is voldoende gratis parkeergelegenheid. Vergeet uw museumkaart niet!

Verslag van de lezing Het prehistorisch grafveld van de Boshoverheide bij Weert – terugblik en toekomst van dr. Liesbeth Theunissen – door Wil Filott

Dr. Liesbeth Theunissen.

Exact 14 dagen nadat dr. Henk Hiddink de aftrap had verzorgd voor de nieuwste aflevering van de cursus Weerterlogie met als onderwerp “Prehistorie en Oudheid”, hield dr. Liesbeth Theunissen op 4 maart 2024 voor een gezelschap van zo`n 100 liefhebbers van de Weerter geschiedenis een bijzondere lezing over het prehistorisch grafveld op de Boshoverheide.

Bouke Kouters, de amateur-archeoloog in het bestuur, heette de bezoekers en in het bijzonder de spreekster van deze avond, dr. Liesbeth Theunissen, welkom. Hij toonde zich verheugd en blij verrast over de geweldige opkomst.

De grafvelden op de Boshoverheide

 Op de Boshoverheide tussen Weert en Budel bevindt zich het grootste prehistorische grafveld van Noordwest- Europa. Grafvelden bieden enig inzicht in begrafenisrituelen in de prehistorie. Doden werden gecremeerd. De asresten werden begraven. Het was traditie om graven te markeren. Uit crematieresten kan onder meer de leeftijdsklasse en geslacht van een overledene worden afgeleid. De gemiddelde leeftijd van de gecremeerden op de Boshoverheide was ongeveer 25-30 jaar. Deze was mede zo laag vanwege de hoge kindersterfte. Naar schatting werd overigens in de bronstijd maar 10 à 15% van de bevolking begraven onder grafheuvels. In latere tijd werd wel vrijwel iedereen begraven. In de graven zijn veel urnen gevonden.

 

Het Pestrupergrafveld in Noord-Duitsland is het enige urnenveld in Europa dat net zo uitgestrekt en groot is als de Boshoverheide.

Urnenvelden zijn niet zeldzaam in Nederland. Er zijn inmiddels zo`n 750 plaatsen met urnenvelden gelokaliseerd, met name in de oostelijke helft van Nederland op zandgronden.

Het urnenveld van Boshoverheide beslaat zo`n 30 hectare. Het is een rijksmonument, maar ook recreatiegebied en militair oefenterrein. Landschappelijk ligt het op een hoog zandplateau, met veel stuifduinen.

 

 

 

 

 

Onderzoeken

De eerste “onderzoekers” van de urnenvelden op de Boshoverheide waren in de tweede helft van de 19de eeuw

Pier en Bèr Houben uit Nederweert-Eind.

Casimir Ubaghs en Josef Habets. Een speciale vermelding verdienen de broers Pier en Bèr Houben, amateur-archeologen uit Nederweert-Eind. De door hen in het begin van de 20ste eeuw gedane ontdekkingen leidden tot de eerste opgravingen door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB).

In 1968 is er noodonderzoek op de schietbaan gedaan.

Belangrijk werk is er tussen 1984 en 1994 verricht door studenten van de Universiteit van Amsterdam. In die periode hebben 500 archeologen in opleiding gewerkt aan restauratie en consolidatie van grafvelden.

 

Het project Odyssee

Resultaten van het project Odyssee.

In 2010 werd op de Boshoverheide gestart met het project Odyssee. Vanwege de beperkte duur van het project werd gekozen voor onderzoek in de breedte en niet in de diepte. Het eerste doel was het creëren van een ruimtelijk raamwerk: een kaart waarop aangegeven was waar zich belangrijke vindplaatsen bevonden en wat daar te vinden was. Zo werden 400 heuvels en 110 plaatsen met crematieresten in kaart gebracht.

Bij het onderzoek naar plaatsen waar zich vondsten van de Boshoverheide

Plaatsen waar zich vondsten van de Boshoverheide bevinden.

bevonden werden 9 locaties achterhaald, waaronder het Limburgs museum in Venlo. Een bijzondere vondst werd gedaan in een museum te Mannheim. Daar werden in een magazijn 47 urnen ontdekt, afkomstig uit de collectie van Casimir Ubaghs.

 

Enige bevindingen

Bij onderzoek naar crematieresten werden onder meer fragmenten van kleine glazen kralen afkomstig uit Libanon en Syrië gevonden, een teken dat er ook al in de prehistorie uitwisseling en contacten over grote afstanden plaatsvonden.

Uit crematieresten werd aanvankelijk afgeleid dat er hoofdzakelijk mannen en kinderen begraven waren maar dat beeld is later bijgesteld. Een nieuwe studie wees uit dat er ook vrouwen in het grafveld zijn begraven.

Van het terrein van 30 hectare is bijna 3 hectare onderzocht. Naar schatting hebben er in de periode van 1000 tot 500 voor Christus 3135 begrafenissen plaatsgevonden. De bevolkingsgroep wordt geschat op zo`n 180 personen. Dat is een uitzonderlijk groot aantal mensen. Dat leidt tot een aantal vragen. Is de Boshoverheide van regionale betekenis geweest? Zo ja, betekent dat dat overledenen van heinde en verre naar het grafveld zijn gebracht om daar begraven te worden? Of is de Boshoverheide gewoon uitzonderlijk goed bewaard gebleven

 

Archeoscience

 Na de pauze ging Liesbeth Theunissen in op ontwikkelingen in de archeologie.

Een belangrijk persoon daarbij is Kristian Kristiansen. In 2014 maakte hij gewag van een derde revolutie in de archeologisch wetenschapsbeoefening. Die ontwikkelingen kunnen als volgt geduid worden.

1. De eerste revolutie (1850-1860) wordt gekenmerkt door de ontwikkeling van archeologie als wetenschap en ordenen van data.

2. De tweede revolutie is de periode na de Tweede Wereldoorlog toen het met gebruik van de koolstofmethode 14 C mogelijk werd om vondsten exact te dateren.

3. De derde revolutie (2014-2024) is het gebruik van big data, modelling, oud-DNA, isotopenanalyse en volgens de spreekster ook Artificial Intelligence.

Reconstructie van het meisje van Egtved.

Archeoscience is meer en meer teamwork geworden: van de archeoloog die nauw samenwerkt met experts in het laboratorium.

Een belangrijke methode is oud DNA–onderzoek, met name het bemonsteren van kiezen en het rotsbeen. Besmetting met hedendaags DNA moet daarbij worden voorkomen. Archeologen moeten zich nu inpakken in beschermende kleding, met handschoenen en mondkapjes. Met dit DNA-onderzoek kunnen biologische- en familierelaties worden aangetoond.

Een recente ontwikkeling is de zogenaamde strontiumisotopentechniek. Strontium komt vanuit de grond via voedsel in het lichaam. Het gehalte aan strontium verschilt per streek. Door deze techniek kan nauwkeuriger de plaatsen worden bepaald waar een persoon heeft geleefd of tijdelijk heeft verbleven. Het geeft inzicht in hoe mobiel de mensen van toen waren.

Een in de archeologie bekend voorbeeld van de resultaten van deze techniek is het zogenaamde meisje van Egtved, een skelet uit de Bronstijd gevonden in Egtved in Jutland. Men heeft lang gedacht dat het een Deense was totdat via het gebruik van strontiumisotopen vastgesteld kon worden dat ze een Duitse was uit het Zwarte Woud.

 

Sinds kort is het mogelijk om strontiumanalyse op verbrande resten, zoals crematieresten, toe te passen.

Met het tonen van bovenstaand beeld sloot Liesbeth Theunissen haar lezing af.

Door onderzoek naar verschillende skeletonderdelen, zoals tanden, rotsbeen, pijpbeen en ribben, kan ook de mobiliteit van een onderzocht persoon nauwkeurig worden bepaald. De strontiumisotopen in het rotsbeen (gevormd tijdens de eerste 2 levensjaren) kan een ander signaal geven dan het ribfragment (gevormd tijdens de laatste 5 jaar). Is iemand lokaal of komt hij/zij uit een andere regio?

Het zou mooi zijn als deze techniek toegepast zou worden op crematieresten van de Boshoverheide die in het depot worden bewaard.

Vragen

Van de gelegenheid tot het stellen van vragen werd druk gebruik gemaakt. Ook werden er enkele aanvullende opmerkingen gemaakt. Een deelnemer merkte op dat eind 19de eeuw mogelijk nogal wat archeologisch materiaal verloren is gegaan door opgravingen van particulieren, die de urnen verhandelden. Een geluk was volgens een andere deelnemer dat een grootgrondbezitter op de Boshoverheide een verbod had ingesteld om op zijn terrein te komen.

Peter Korten bedankte Liesbeth Theunissen voor haar interessante en boeiende lezing. In zijn enthousiasme voor het promoten van het erfgoed van Weert riep hij ter plekke Weert uit tot archeologische hoofdstad van Europa.

—————————————————————————————————————————————————————————————-

Veel dank aan Liesbeth Theunissen voor het nazien van een eerdere versie van dit verslag en het ter beschikking stellen van afbeeldingen.

Egmont Lichtfestival – 23, 24 & 25 februari 2024

Met een driedaags lichtfestival wordt het verhaal en de sfeer ten tijde van stadsicoon Lamoraal van Egmont op een spectaculaire manier tot leven geroepen.

De donkere wintermaanden opfleuren, het Zottegemse patrimonium letterlijk en figuurlijk in een ander licht laten zien en een unieke ervaring creëren voor het hele gezin, dat is wat EGMONT, Lichtfestival wil doen. Het parcours van één kilometer lang loopt dwars door het centrum, langs kunst- en lichtinstallaties. Het wordt een unieke combinatie van licht, geluid en natuurelementen. We zetten de gebouwen en aanwezige elementen in ons centrum efficiënt in, zodat bezoekers het gevoel hebben dat ze recht de geschiedenis in stappen. Zo zag je Zottegem nog nooit! Klik hier voor meer informatie.

Lezing: het prehistorisch grafveld van de Boshoverheide bij Weert. Terugblik en toekomst

Op maandag 4 maart 2024 organiseert de Stichting de Aldenborgh weer een lezing. Dit keer gaat het over het prehistorische grafveld op de Boshoverheide bij Weert. Liesbeth Theunissen, senior onderzoeker bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort, houdt de lezing.  De lezing begint om 19.30 uur en vindt plaats in Hotel-Brasserie Antje de Statie, Stationsplein 1 in Weert. De toegang is gratis.

 

Prehistorische grafveld Boshoverheide

Het prehistorische grafveld op de Boshoverheide bij Weert staat bekend als een van de meest uitgestrekte urnenvelden van Noordwest-Europa. Met ruim 150 gerestaureerde grafheuvels is het een zichtbaar archeologisch monument dat sinds 1968 wettelijk is beschermd. In het kader van het onderzoeksprogramma Odyssee, uitgevoerd in 2011-2012, is veel van het oude onderzoek bijeengebracht, geanalyseerd en gebundeld tot een synthese. Daaruit blijkt onder meer dat de Boshoverheide een ware schatkamer is, vol met allerlei bijzondere elementen.

Er liggen 400 urnheuvels, met 111 crematiegraven en 13 afgedekte brandstapels. In het eerste deel van de lezing wordt teruggeblikt op prehistorische begravingsrituelen in het algemeen en het grafveld van de Boshoverheide in het bijzonder.

Na de pauze wordt ingegaan op de nieuwe methoden en technieken die vandaag de dag steeds meer worden ingezet, en die vaak verrassende resultaten opleveren. Zo is het mogelijk om met behulp van isotopen meer te zeggen over de mobiliteit van de begraven mensen. Wat ligt er in de toekomst in het verschiet?

 

 

Liesbeth Theunissen

Liesbeth Theunissen studeerde culturele prehistorie aan de Universiteit Leiden. In 1999 is zij gepromoveerd op een dissertatie over de bronstijdsamenlevingen in de Lage Landen. Sinds 1997 is zij werkzaam bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort als senior onderzoeker voor de late prehistorie (de periode van ca. 3000 tot 12 voor Christus). In haar werk van advies en onderzoek staan de overblijfselen van boerengemeenschappen uit deze millennia centraal.

 

Praktische informatie

Wat: lezing
Wanneer: maandagavond 4 maart 2024
Tijd: 19.30 uur
Locatie: Hotel-Brasserie Antie van de Statie, Stationsplein 1 in Weert
Deelname: gratis

Theatervoorstelling Wereldse Weertenaren – 10 maart 2024

Ter gelegenheid van de viering van het 17e lustrum van Geschied- en Oudheidkundig Genootschap Aldenborgh komt op zondagmiddag 10 maart a.s. de rijke geschiedenis van Weert weer even tot leven. De 85-jarige Aldenborgh en 144-jarige harmonie St.-Joseph 1880 bundelen voor deze feestelijke gelegenheid hun kennis, kunde en krachten in het Weerter Munttheater voor de presentatie van het jubileumprogramma Wereldse Weertenaren.

 

Docent van de Aldenborgh-cursus Weerterlogie, auteur en columnist Frits Nies, zal de middag inluiden en duiden middels een gesproken column.

 

Loop van de geschiedenis

Er zijn niet alleen in de afgelopen 85 jaar, maar ook al (ver) vóór die tijd meerdere Weertenaren geweest met een stip op de horizon (ver) buiten het zicht vanaf de Martinustoren. Ieder op eigen wijze en op eigen plek hebben zij in de wijde wereld een steen(tje) verlegd in de loop van de geschiedenis. Het zijn onze Wereldse Weertenaren die we bij deze gelegenheid terugbrengen voor het Weerter voetlicht.

 

Portretten

De volgende  vertellers voeren u mee naar de wereld van enkele van die Weertenaren:

  • Rob Troubleyn, luitenant-kolonel b.d. en onderzoeker bij Kenniscentrum In Flanders Fields Museum in Ieper (B);
  • Alfons Bruekers, publicist en verteller van de Erfgoedgemeenschap Nederweert;
  • Peter Korten, onderzoeker en voortrekker van De Aldenborgh Weert.

Zo kunt u onder meer een aangrijpend portret tegemoetzien van een Weerter kindsoldaat die diende in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. En u ontdekt het leven van een beroemde architect die vanuit Weert afreisde om zijn stempel te drukken op het aanzien van een opkomende wereldstad.

Regisseur/acteur Johan Korten uit Stramproy kruipt in de huid van de eerste Weerter cowboy in het Wilde Westen, bijgestaan door een Amerikaanse acteur uit B-films in wie sommigen van u nog Ronald Reagan zullen herkennen.

 

Bewegende beelden

De voorstelling wordt verder ingekleurd met gefilmde verhalen en beelden van Weertenaren, geregistreerd door de filmmakerPeter Crins. Zijn visuele bijdragen voegen een extra dimensie toe aan de reis door de geschiedenis van Weert. En ja, Tjeu Jonckers (1905-2011) – wie kent hem inmiddels niet – komt ook weer aan het woord.

 

Muzikale omlijsting

Op het podium van het Munttheater prominent aanwezig deze feestmiddag rond Wereldse Weertenaren: de in de negentiende eeuw opgerichte Harmonie St.-Joseph 1880 (de kerkelijke). Deze muzikanten spelen onder leiding van dirigent Bart Deckers prachtige uitvoeringen van Les Misérables en Once Upon a Time in the West.

Zangeres Linda Smeets zal in de rol van de legendarische Weerter Antje vanne Stasie een voorproefje geven van Antje – De Musical, die op 17, 18 en 19 mei wordt opgevoerd in de open lucht op het Stationsplein Weert.

Tot slot ook nog een wereldpremière: de uitvoering van fonkelnieuw werk van Weerter componist Frits Kessels jr.

 

Praktische informatie

De entree bedraagt € 18,50 inclusief pauzedrankje. Kaartjes zijn hier te bestellen.

Telefonisch kunt u kaartjes bestellen van dinsdag t/m vrijdag van 11.00 tot 12.30 uur en van 13.00 tot 17.00 uur door te bellen naar: +31 (0)495 513575. U kunt ook kaartjes kopen aan de theaterkassa, die geopend is op donderdag en vrijdag van 13.00 tot 16.00 uur en één uur voor het begin van elke voorstelling.

 

Cursus Weerterlogie start weer

Weerterlogen november 2023, foto Jacq Duijf

Al ruim één procent van de Weertenaren mag zich al Weerterloog noemen. De jongste is 15 en de oudste maar liefst 93 jaar. Door de nog steeds toenemende belangstelling voor het lokale verleden zal er ook in op 20 februari 2024 weer een cursus starten. Weerterlogie, dan weet je wat van je stad!

In een serie van 8 dinsdagavonden verzorgen enthousiaste experts een gevarieerde introductie in cultuur en geschiedenis van Weert. Elke reeks eindigt met de feestelijke installatie van de nieuwe Weerterlogen door uitreiking van een fraai getuigschrift.

Voor wie?

De avondcursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen vooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen.

Met de opgedane kennis kan iedereen na afloop de naaste omgeving verrassen met een inhoudelijke rondleiding door Weert en zo nog meer genieten van stad en regio.

Cursusdata Weerterlogie – voorjaar 2024

Hieronder een overzicht van de dag, de onderwerpen en de deskundige sprekers.

Datum Onderwerp Door
20 februari Prehistorie en Oudheid dr. Henk Hiddink
27 februari Middeleeuwen / Tachtigjarige Oorlog drs. John van Cauteren
5 maart 17e en 18e eeuw dr. Jos Wassink – LET OP: een andere locatie:

door omstandigheden gaat de les van 5 maart door in de foyer van het Munttheater, Collegeplein 3 te Weert.
12 maart Franse tijd dr. Joost Welten
19 maart 19e eeuw Peter Korten
26 maart Weerter kunst  drs. John van Cauteren
2 april WOI, WOII  en Interbellum drs. Theo Schers
9 april Opbouw en afbraak na WO II drs. Frits Nies

Praktische Info

Tijdstip:                      19.00 tot 21.00 uur

Cursuslocatie:            Antje van de Statie, Stationsplein 1, 6001 CH Weert.
Let op: Door omstandigheden vindt de cursusles op 5 maart plaats in de foyer van het Munttheater – Collegeplein 3 te Weert.

Deelnameprijs:          € 121,-  (betaling geldt als inschrijving).

Aanmelden:               door overmaking van € 121 op bankrekening NL31RABO0176968334 t.n.v.  stichting De Aldenborgh Weert

onder vermelding van ‘cursus’ en uw naam.

 

Deelname ook graag doorgeven aan ons secretariaat via info@dealdenborgh.nl. 

 

Aldenborgh geeft historie een podium

Met het houden van lezingen, excursies, Gluren bij de buren, symposia, theatershows, cursus Weerterlogie en het uitgeven van boeken geeft De Aldenborgh de Weerter geschiedenis een podium.. “Altijd met een link naar Weert”, zegt voorzitter Peter Korten.

In het ‘clublokaal’, brasserie-hotel Antje van de Statie, vertellen vier leden over hun passie voor geschiedenis en in het bijzonder die van Weert. Het zijn Marianne Langeslag (bestuurssecretaresse SJG), Anneke Ronteltap-Stijnen (oud-docente Nederlands van het toenmalige Bisschoppelijke College) Bouke Kouters (sociaal werker Punt Welzijn) en voorzitter Peter Korten.

Opa’s

Wat opvalt, is de rol die hun opa’s hierbij speelden. Zo bouwde de opa van Marianne Langeslag mee aan de spoortunnel in Weert. “Als ik door de tunnel loop, ben ik best trots. Het voelt een beetje als ‘mijn’ tunnel”, vertelt Marianne. Van kinds-af-aan is Marianne geïnteresseerd in de geschiedenis. “De vraag waar kom je vandaan, prikkelt me. Geschiedenis gaat over mensen en de verhalen erachter.” Marianne heeft de cursus Weerterlogie gevolgd en is sinds 2021 bestuurslid van De Aldenborgh.

Verhalen vertellen

Voor Anneke Ronteltap-Stijnen is geschiedenis vooral verhalen vertellen. Hoe gingen mensen met elkaar om? Hoe plaats je iets in de tijd? Ze weet nog dat haar opa van haar opa van moederskant imker was en bijen hield op de Boshoverheide. “Bij toeval groef hij daar urnen op uit de grond. Urnen die nu nog steeds in het museum liggen.” Anneke is sinds 2000 lid van De Aldenborgh en was van 2002 tot 2010 bestuurslid.

Nieuwsgierig

De opa van Bouke Kouters was een goede verhalenverteller. “Hij wakkerde de interesse bij mij aan voor alles wat er niet meer was.” Archeologie is helemaal zijn ding. Het begon met de opgravingen op Kampershoek in 1996. “Ik ben nieuwsgierig naar waarom mensen doen wat ze doen en waarom de dingen zijn, zoals ze zijn.” Tijdens het archeologisch onderzoek in de Paterskerk kwam Bouke in contact met Peter Korten en sinds 2018 is hij bestuurslid van De Aldenborgh.

Mijlpalen

In 1939 werd De Aldenborgh opgericht door onder andere de burgemeesters van Weert, Stramproy, Nederweert paters Franciscanen en ‘professoren’ van het Bisschoppelijk College. De naam is ontleend aan het eerste kasteel van de graven Van Horne aan de Biest in Weert. Het genootschap was een gesloten club met een wetenschappelijke inslag. “Een ballotagecommissie besliste of je lid mocht worden”, herinnert Peter zich, die zo’n veertig jaar lid van De Aldenborgh is en twintig jaar voorzitter. “Tegenwoordig kan iedereen lid worden en is er aandacht voor de geschiedenis van de stad, maar ook ieder kerkdorp van Weert.” Als mijlpalen noemt Peter het Van Hornejaar in 2018, het ruiterstandbeeld in het kasteelpark, de stamtafel Weert, bal–champêtre en de succesvolle cultuurhistorische zomeractiviteiten Gluren bij de Buren. Bijzonder is ook dat het eerder uitgegeven boek over Antje van de Statie de basis vormt voor Antje de Musical komende mei.

Laagdrempelig

De kracht van De Aldenborgh is de combinatie van inhoudelijk goede evenementen en de sociale cohesie binnen de club. “We zijn laagdrempelig. Vrijheid, blijheid en na afloop wordt er nog gezellig nagepraat aan de bar. Zolang er Weertenaren zijn, blijft De Aldenborgh bestaan.”

De Aldenborgh viert het 85-jarig jubileum op 15 januari met een feestdiner voor de leden. Op 10 maart is het theaterprogramma in het Munttheater en op 25 en 26 mei de tweedaagse excursie naar Ieper (Eerste Wereldoorlog) en de viering van het 500ste geboortejaar van Filips van Montmorency op kasteel Ooidonk in Deinze. (Bron: ViaWeert 10-01-2024).