Verslag in woord en beeld van Gluren bij de buren in Thorn – 5 augustus 2025

Foto`s: Jack Duijf, tekst: Wil Filott

Op 5 augustus 2025 hadden zich meer dan 400 (!) liefhebbers van regionale cultuurhistorie begeven naar Thorn. Waar veelal de deelnemers aan ”Gluren bij de buren” ontvangen worden in de plaatselijke kerk, was dat in Thorn in het mooie openluchttheater, met uitzicht op de toren van de abdijkerk. Het aantal zitplaatsen in het theater was te klein voor het grote aantal bezoekers. Dit aantal deelnemers is een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden trekt. Geschiedenis is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst.

Overzicht bezoekers openluchttheater.

Firmin Snijkers

Firmin Snijkers.

Firmin Snijkers, voorzitter van de geschied- en heemkundige kring “Het Land van Thorn” heette de aanwezigen welkom. Hij toonde zich verheugd over de geweldige opkomst. Hij dankte allen die deze avond mogelijk hadden gemaakt, waaronder deken van Miltenburg, Els Breukers, Peter Roost en Thieu Wieërs.

Voor de bezichtigingen en verhalen waren zes locaties uitgezocht, waarvan vijf op de Wijngaard. De bezoekers werden verdeeld in zes groepen van 70 personen. Vervolgens gaf hij het woord aan Peter Korten.

 

Peter Korten

Peter Korten.

Peter Korten verwelkomde de aanwezigen namens de Aldenborgh en de kring Weert van het LGOG. Gelet op de opkomst constateerde hij dat geschiedenis leeft, uitnodigt en verbindt. Hij memoreerde dat in Thorn veel historisch onderzoek plaats had gevonden en nog steeds plaatsvindt.  De resultaten daarvan zijn te vinden in diverse publicaties in de Kroetwès, het verenigingsblad van GHK Land van Thorn.

Een belangrijke plaats voor onderzoek is het RHIDOC (Regionaal Historisch Informatie en Documentatiecentrum) in Thorn. Hij typeerde het RHIDOC als een kraamkamer voor historische ontdekkingen. Hij riep de bestuurders van de gemeente Maasgouw in de persoon van de aanwezige wethouder Cretskens op het voortbestaan van het RHIDOC veilig te stellen.

Peter kon het niet laten de belangrijke positie van Weert in de wereldgeschiedenis, en dus ook in die van Thorn, naar voren te brengen. De uit Weert afkomstige pastoor van Thorn, Beelen, speelde volgens hem een belangrijke rol bij de opheffing (scheuring) van de harmonie van Thorn en de oprichting in 1863 van de kerkelijke harmonie van Thorn, de geiten.

Hij sloot af met een aankondiging van komende activiteiten:
op 12 augustus een lezing in de kerk van Kessenich over Suisses, ordebewaarders bij kerkdiensten, met nazit in het schutterslokaal,
op 19 augustus ”Gluren bij de buren” in Dorplein,
op 21 augustus een mini-symposium in Bocholt over de industriële ontwikkeling in onze regio.

Uw verslaglegger werd ingedeeld in groep 2. In het vervolg van dit verslag geeft hij zijn persoonlijke impressie van “Gluren bij buren” in Thorn in deze groep. 

 

Film over Thorn in de parochiezaal

In de parochiezaal Onder den Toren 5 werd een film vertoond over de historie van Thorn. De eerste aanblik van de kern van Thorn is een aaneenschakeling van kleine, lage huisjes en grote, statige, panden, veelal wit geschilderd.
In 892 werd door Ansfried een kloosterorde gesticht te Thorn. Zijn echtgenote Hilsondis is heilig verklaard en zou in Thorn in de abdijkerk begraven zijn. In november 1893 werd in de kerk haar graf opengebroken. Onder de dekplaat vond men een zware, loden kist met beenderen. Of die van Hilsondis zijn, kan niet vastgesteld worden.

De leden van de kloosterorde leefden eerst volgens de regels van Benedictus. De orde evolueerde tot een stift voor hoogadellijke dames. Thorn was gedurende 800 jaar een onafhankelijk vorstendom onder leiding van een gekozen abdis. Het vorstendom viel rechtstreeks onder de Keizer van het Duitse rijk. Om tot het stift toegelaten te worden moesten de kandidaat stiftdames met 16 kwartieren aantonen dat zij van de hoogste adel afstamden. De stiftdames kregen een prebende ( (soort toelage) afkomstig uit de inkomsten van het stift. In de 16e eeuw mochten de stiftdames hun kloosterlijke kleding afleggen en zich vrijelijk kleden. De abdis werd gekozen door de stiftdames. Zij moesten na hun verkiezing een eed afleggen op de bijbel om in Thorn te blijven.

Het vorstendom had een eigen rechtbank: een schepenbank die oordeelde in civiele en strafrechtelijke zaken. Het had geen leger. Voor handhaving van de openbare orde werd een beroep gedaan op de schutterijen uit de naburige dorpen.  Het vorstendom had wel muntrecht. Onder abdis Van Brederode werd valsemunterij bedreven.

Thorn werd tweemaal getroffen door een stadsbrand. In 1645 gingen 40 huizen en de kerk in vlammen op. In 1728 werd een deel van de huizen vernield. Uit dankbaarheid dat bij de laatste brand ook veel huizen gespaard bleven werd het Heilig Sacrament uitgesteld en een brandprocessie gehouden die tot op heden nog jaarlijks uittrekt. Na de Franse inval werd het stift opgeheven. De stiftdames waren toen al vertrokken naar het Duitse Steele. De gebouwen van het stift werden afgebroken behalve de abdijkerk. Deze werd parochiekerk. De kleine oorspronkelijke parochiekerk naast de abdijkerk werd afgebroken.

Door de Fransen werd belasting op de omvang van de ramen ingevoerd. Dat leidde ertoe dat veel ramen werden dichtgemetseld. Om dat te verhullen, werden huizen wit geverfd. Daar dankt Thorn zijn naam als het “Witte Stadje” aan.

 

Het RHIDOC en Peter Roost

Peter Roost.

In het Regionaal Historisch Informatie en Documentatiecentrum (RHIDOC) werden we verwelkomd door Peter Roost. Hij vertelde dat het RHIDOC een schat aan historische informatie bevat, niet alleen over Thorn maar ook over omliggende gemeenten aan beide zijden van de grens. Het RHIDOC verzorgt ook een tweetal cursussen: een cursus over stamboekonderzoek, gegeven door Thieu Wieërs en een cursus oud schrift lezen, gegeven door Peter Roost. Het RHIDOC drijft op vrijwilligers.

Nieuwe vrijwilligers zijn van harte welkom. Zij kunnen zich melden bij Peter Roost.

 

Thieu Wieërs

Thieu Wieërs.

Thieu Wieërs vertelde in de studiezaal dat het RHIDOC de geschiedenis van familie, dorp en vaderland bevat. Na de annexatie in 1795 van Thorn door de Fransen moesten alle teksten in het Frans worden geschreven. De bevolking was in zijn algemeenheid niet ingenomen met de Fransen, met name niet omdat de Franse revolutionaire overheid zeer anti-kerks was. De annexatie leverde ook goede dingen op zoals de invoering van de burgerlijke stand. Borelingen moesten worden aangegeven bij de burgerlijke stand en ook fysiek worden getoond aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Zo kon men het geslacht vaststellen wat van belang was voor de rekrutering van toekomstige soldaten.

Na de inlijving door de Fransen kwam de katholieke kerk onder zware druk te staan. Het gevolg was dat er bijna geen pastoors meer waren. Het kwam regelmatig voor dat kinderen niet werden aangegeven maar wel werden gedoopt door middel van een zogenaamde nooddoop. Immers: in geval van nood mag en moet iedereen dopen.

Trouwen moest ook voor de burgerlijke stand gebeuren. Aanstaande bruidsparen die dat niet wilden, trouwden wel voor de kerk. Ongehuwd samenwonen was in die tijd not done. Voor trouwen was een pastoor nodig. Bruidsparen weken dan ook uit naar een gebied dat nog niet door de Fransen was geannexeerd. Zo zijn veel kerkelijke huwelijken van bruidsparen uit de regio voltrokken in de kerk te Susteren dat nog niet door de Fransen was ingelijfd. Een vervelende bijkomstigheid was dat de kinderen uit zo’n kerkelijk huwelijk door de Fransen als onwettige kinderen werden beschouwd en bijvoorbeeld niet van hun ouders konden erven. Veel echtparen trouwden daarom later alsnog voor de wet.
Jongens in de ingelijfde gebieden moesten in Franse militaire dienst. Daarvoor werden ze gekeurd. In die keuringsverslagen zijn persoonsbeschrijvingen opgenomen over bijvoorbeeld hun lengte, kleur van de ogen en de haren. Dat de Franse legerdienst geen lolletje was moge blijken uit het feit dat Napoleon in 1812 met 625.000 soldaten naar Rusland is vertrokken en dat er maar 25.000 met hem terug zijn gekomen.

Thieu Wieërs vertelde als persoonlijke anekdote dat hij in het doopboek van Hunsel gevonden had dat zijn schoonmoeder in 1913 gedoopt was in de baarmoeder. Het was blijkbaar een moeizame bevalling geweest.

 

Het museum

Monique van Rijt in het museum in Thorn.

Het museum wordt gerund door vrijwilligers. Er is een vaste tentoonstelling. Daarnaast zijn er tijdelijke tentoonstellingen, recent over bodemvondsten en Zouaven. Op een wand in het museum is een tijdlijn afgebeeld waarin de historie van Thorn wordt weergegeven. Onderwerpen zijn onder meer prehistorische vondsten, gedaan bij baggeren in de Maas, Romeinse munten, de stichting van de abdij, de opname van Thorn in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1814, de mijnwerkers in de 20e eeuw, de harmonieën, de bevrijding in 1944 en de kunstenaars van Thorn. Als herinnering aan het museum kreeg iedere bezoeker een blauwe draagtas met inhoud van het museum met het opschrift “Hart van Limburg”.

 

De woning en tuin van Els Breukers aan de Wijngaard

Els Breukers in de voordeur van haar woning.

Els Breukers had haar woning aan de Wijngaard, daterend uit de tijd van het Stift, voor de vele bezoekers van “Gluren bij de buren” opengesteld.

De bezoekers konden de eerste etage en de kelder bezoeken. Els had bij de restauratie van het pand ernaar gestreefd zoveel mogelijk de oude sfeer te handhaven. De restauratie was wel een moeizaam proces geweest, niet in de laatste plaats door de opstelling van “deskundigen” van monumentenzorg.

Op de eerste etage hingen in de gang veel schilderijen. Daar had zij bewust voor gekozen omdat in vroegere tijden de bewoners dat ook deden omdat zij niet met hun rijkdom te koop wilden lopen. Ook de langgerekte, mooie tuin was bijzonder vanwege het hoogteverschil van zo`n zeven meter tussen het huis en de tuin, die uitkomt bij de beek.

 

Geveltekens en Frans Tonnaer

Frans Tonnaer.

Frans Tonnaer vertelde in de Hofstraat dat er een onderzoek was gedaan naar het voorkomen van gevelstenen in Thorn. Het was overigens beter om niet te spreken van gevelstenen maar van geveltekens omdat ook muurijzers en dergelijke in het onderzoek waren betrokken. In totaal zijn er in Thorn 59 geveltekens.

De eerste aangewezen gevelsteen was in de hoge toegangspoort van het paleis van de abdis. De toegangspoort is hersteld op ware grootte en de gevelsteen is geplaatst en gedateerd in het jaar dat de herstelling voltooid werd. De poort vormde de afscheiding van het immuniteitsgebied van de abdij; een gebied waar eigen regels golden. In totaal zijn er 7 immuniteitspoorten geweest. Op de binnenplaats achter de poort staat een groot standbeeld van de stichter van de abdij, Ansfried, gemaakt door de Thornse kunstenaar Harry van de Boel.

In de Hofstraat staat een aantal huizen met geveltekens. Op een woning staat in muurankers 1701. In die woning was de school van het stift gevestigd. Andere muurankers in dat pand vormen de letters Z en B. Dat zou volgens de volksmond staan voor “zonder bier”. In een ander huis zijn drie stenen kogels ingemetseld ter gelegenheid van de Vrede van Munster in 1648. De kogels zijn mogelijk afkomstig uit Stevensweert. In Thorn is er niet gevochten.

Op een gevelsteen staan de drie horens van het wapen van de Van Hornes afgebeeld. De Van Hornes waren voogd (beschermheer) van het vorstendom. In een woning in de Hofstraat woonde koster Christiaan Ex. Omdat hij de maagd van pastoor Beelen had bezwangerd, is hij als koster ontslagen.

 

De Sint Michaëlskerk en Jac. Forschelen

In de kerk werden de bezoekers welkom geheten door pastoor-deken Miltenburg. Nadat hij aandacht had gevraagd voor een collecte voor het onderhoud van de kerk gaf hij het woord aan Jac. Forschelen.

De Sint Michaëlskerk in Thorn.
Pastoor-deken Miltenburg.
Jac. Forschelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jac. Forschelen vertelde dat de kerk, oorspronkelijk een inpandige kerk van het adellijke stift, in het begin een romaanse structuur had. Daarvan resteert alleen de Romaanse westbouw. Later werd de kerk verbouwd op basis van de geloofsovertuiging van abt Suger van de abdij Saint- Denis: God is licht. De abt was ook theoloog en bouwkundige. Hij vond dat “God is licht ”ook tot uitdrukking moest komen in de architectuur van een kerk. Dat leidde tot een nieuwe bouwstijl, waarin grote ramen voor een toevloed van licht zorgden. De essentie daarvan was dat ribgewelven de zwaarte naar bepaalde punten afvoerden. Daardoor werd het mogelijk grote ramen te plaatsen. De gotische bouwstijl was daarmee geboren.

Deze stijl zien we terug in veel kerken en kathedralen in Frankrijk zoals in Chartres, maar ook in Thorn. Wegens geldgebrek bleef de verbouwing in gotische stijl in Thorn aanvankelijk beperkt tot het hoogkoor en het transept. Na het Concilie van Trente in 1566, een reactie op het opkomend protestantisme, kwam een nieuwe bouwstijl in zwang, de zogenaamde barok. Het interieur van kerken werd uitbundiger. In Thorn werden (kopieën van) schilderijen voor de kerk gekocht. In de laatste fase van de herinrichting rond 1680-1690 werden gotische elementen weggekapt en vervangen door witte gipsen ornamenten. Eind 18de eeuw werd in de kerk het prachtige hoogaltaar geplaatst, afkomstig van de kerk van de door de Oostenrijkse keizer opgeheven kartuizerorde in Roermond.

In de Franse tijd werd de kerk van afbraak gered door enige notabelen uit Thorn. De stiftkerk werd parochiekerk. De oude parochiekerk werd afgebroken. In de 19de eeuw werd door de bekende Roermondse architect Pierre Cuypers de kerk “gerestaureerd”. Hij bouwde de hoge toren. Hij wilde de kerk terugbrengen naar de gotische stijl. Dat is niet gebeurd. Toen Cuypers samen met de beroemde Franse restauratie-architect Viollet-le-Duc , een vriend van Cuypers, een bezoek aan de kerk in Thorn bracht, zou Viollet-le-Duc na binnentreden van de kerk op zijn knieën zijn gevallen en tegen Cuypers gezegd hebben: Monsieur Kwiepèr, ne touchez pas à l`interieur: meneer Cuypers, blijf van het interieur af. Thorn bezit daarom ook nu nog een kerk in barokstijl, een zeldzaamheid in Nederland.

 

Slot

Terugblikkend kan uw verslaglegger niet anders dan concluderen dat deze “Gluren bij de buren” in Thorn een groot succes was. De organisatoren mogen trots zijn dat zoveel bezoekers de weg naar Thorn hebben gevonden. De bezoekers hebben kunnen genieten van mooie gebouwen en interessante verhalen over deze historisch zo belangrijke en unieke plaats.

Veel dank ook aan de vrijwilligers zonder wier medewerking een dergelijk evenement niet georganiseerd kan worden.

 

Een indruk van het aantal mensen in de kerk.

Lezing ‘De Suisse terug van onder het stof’ – 12 augustus 2025

De kerkbaljuws (officieel kerkelijke ambt) worden ook wel de suisses genoemd. Zij handhaafden de orde in de kerk. de suisses behoren tot een uitstervend ras. Ze komen weinig aan bod in de media en zijn met uitzondering van de oudere generaties niet gekend, laat staan niet of niet meer bekend. Maar ze vervullen in de hedendaagse katholieke kerk nog altijd een rol van betekenis, op kerkelijke hoogtijdagen als ordehandhaver in de erediensten en als ceremoniemeester bij processies, huwelijken en uitvaarten. Een andere naam voor de suisses is ‘koerezels’. Een verbastering van de Franse spreuk op hun sjerp ‘Coeur et Zèle’, hart en ziel.

Kerkbaljuws of de suisse in de volksmond.

In Nederland-Limburg zijn nog 13 suisses actief. Maastricht spant de kroon met 5 suisses in wisselende diensten in de Sint Servaaskerk, 2 in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek en 1 in de Sint Martinuskerk in Wyck. Verder zijn er nog suisses in Meerssen, Valkenburg, Heerlen, Susteren en Weert. En nog 1 in het Noord-Brabantse Best. In heel België zijn nog 6 suisses actief. Onder andere 2 in Belgisch Limburg: in Hasselt en Tongeren.

Voor zijn boek ‘De Pikman’ dook spreker Xavier Lenaers twee jaar lang in archieven en oude documenten. Kom luisteren naar de geschiedenis, anekdotes en verhalen over de mensen die ooit de orde in de kerk moesten handhaven. Na de lezing kan er in de naastgelegen Sjöttekamer van schutterij Sint Martinus Kessenich worden nagepraat.

 

Praktische informatie

Wat: Lezing ‘De suisses terug van onder het stof – door Xavier Lenaers
Datum dinsdag 12 augustus 2025
Tijd: 14.00 uur
Locatie: Sint Martinuskerk, Kerkstraat 10, 3640 Kessenich (België)
Kosten: gratis
Parkeren: vrij parkeren op parkeerplaats aan de Borgstraat

 

Reportage Gluren bij de Buren Stevensweert – 22 juli 2025

Door: heemkundevereniging OOS NAER en Amici Insulae (Vrienden van het Eiland in de Maas, Stevensweert en Ohé en Laak)

Dinsdag 22 juli bracht het programma van de Cultuurhistorische Zomer ons in Stevensweert. Maar liefst 279 bezoekers werden welkom geheten in de Sint-Stephanuskerk door Peter Korten, voorzitter van Stichting De Aldenborgh en coördinator van Gluren bij de Buren, en de bestuursleden van ‘Amici Insulae’, de lokale heemkundevereniging van Stevensweert en Ohé en Laak, ook wel ‘Het eiland in de Maas’.

In groepen werden de bezoekers rondgeleid langs 8 plekken in Stevensweert waar gidsen een korte uitleg gaven:

  • De 18e eeuwse Sint-Stephanuskerk ontworpen door Petrus Rutten met de schitterende glas-in-lood ramen van Charles Eyck
  • De maquette van het kasteel van Stevensweert op het Jan van Steffeswert plein. Hier werd ook de rol van zijn bewoner Hendrik van den Bergh, heer van Stevensweert, opperbevelhebber van de Spaanse Zuidelijke Nederlanden en neef van Prins Frederik Hendrik uit de doeken gedaan.
  • Reconstructie van een bastion en ravelijn van de vesting Stevensweert. In 1633 werd het middeleeuws Stevensweert zo goed als volledig gesloopt en vervangen door een Spaanse vesting om de opmars van het Staatse leger te kunnen stuiten en controle te kunnen houden over de vaart door de Maas.
  • De Hoofdwacht, episch centrum van de vesting met een reconstructie van een strafpaard en de schitterende muurschildering van de Graaf van Hompesch, heer van Stevensweert en Ohé en Laak vanaf 1719, opdrachtgever voor de Hompesche molen en bewoner van Kasteel Walburg te Ohé en Laak.
  • Zouaven monument: de Zouaven waren een 19e eeuws pauselijk leger ertoe gericht om de Kerkelijke Staat te beschermen. Vijf jongemannen uit Stevensweert en Ohé en Laak dienden tussen 1865 en 1870 als zouaaf. Iets verder zien we het standbeeld van dorpsfiguur Peer van de Rat, met de laarzen verkeerd om aan.
  • Bij patriciërswoning de Borcht krijgen we uitleg over de veldslag van 1702, een gevolg van de Spaanse Successieoorlogen, welke ertoe leidde dat de Spanjaarden verdreven werden uit Stevensweert, maar tevens de vesting en het kasteel onherstelbaar beschadigde.
  • Bij grenspaal 124 en het kanon genaamd ‘dikke Werta’ aan de Maas volgt uitleg over de grensmaas, Houbenhof en hun uitvloedrijke bewoners en het voormalig veerpontje wat hier lag en de verteller graag terug zou zien.
  • Tenslotte horen we bij het voormalig gemeentehuis, van de hand van beroemd architect Pierre Cuypers, welke sporen hij en zijn leerlingen hebben achtergelaten op het Eiland in de Maas.

Na afloop konden de deelnemers kosteloos een bezoek brengen aan het Streekmuseum Stevensweert/Ohé en Laak wat gevestigd is in het voormalig gemeentehuis. Het was zeker een informatieve en geslaagde avond!

Bron: bericht op website van OOS NAER

Lees ook het bericht op de facebookpagina van Amici Isulea

Gluren bij de Buren in … Thorn – 5 augustus 2025

Van Thorn, het ‘Witte Stadje,’ is algemeen bekend dat het eeuwenlang is bestuurd door adellijke dames.

Aan het einde van de tiende eeuw gesticht door graaf Ansfried en zijn gemalin Hilsondis, ontwikkelde het klooster zich al snel tot een wereldlijke ‘Stift’, waar alleen dames uit de hoogste adellijke kringen welkom waren. Een hoog-adelijk Stift zou het blijven tot het einde van de achttiende eeuw, toen de Franse revolutionairen er een einde aan maakten.

Thorn, het ‘Witte Stadje’.

De abdis en het kapittel bezaten omvangrijke goederen in de vier kwartieren van het Land van Thorn. Naast de abdij en de directe omgeving van Thorn had men bezittingen in Grathem en Baexem, in Ittervoort, Ell, Haler en Molenbeersel én in Stramproy.

De deelnemers krijgen op deze dag de gelegenheid om aan de hand van een korte film kennis te maken met de ontwikkeling van het Stift. Tijdens het bezoek wordt de geschiedenis van de fraaie stiftkerk uit de doeken gedaan. Enkele andere nog zichtbare gegevens laten een stukje van de historie zien in de vorm van geveltekens en u krijgt een kijkje in een patriciërswoning op de Wijngaard. Deskundigen staan klaar om in het Regionaal Historisch Informatie- en Documentatiecentrum (RHIDOC) uitleg te geven over de schat aan voorhanden historische informatie in onder meer doop-, trouw- en begraafregisters, burgerlijke stand, notariaat en schepenbankregisters van een groot aantal plaatsen in Midden-Limburg en het Belgische grensgebied. En het Museum Thorn verbindt op de karakteristieke historische buitenwereld van het ‘Witte Stadje’ met het boeiende verhaal van Thorn.

 

Praktische Informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Thorn
Datum dinsdag 5 augustus 2025
Tijd: 19.00 uur
Locatie: Openluchttheater, Hofstraat 17, 6017 AK Thorn
Kosten: gratis
Parkeren: parkeergelegenheid aan de Waterstraat en de Meers

 

Bijzondere ontdekking in de kerk van Beesel

De Sint Gertudiskerk in Beesel is in 1842 gebouwd. De bouw viel duurder uit, vandaar dat men voor de inrichting moest kijken naar gebruikte altaren. De pastoor van Beesel, de uit Weert afkomstige P.A. Kampers (1802-1871), regelde een altaar uit een klooster in Weert. Op dit altaar staat een familiewapen.

Wie weet uit welk klooster in Weert dit altaar afkomstig is?

Wie kent het familiewapen?

Inlichtingen graag naar: info@dealdenborgh.nl

Droevig nieuws – overlijden Jan Renier Smits

De familie Smits-Lambregts liet ons weten het overlijden van Jan Smits in de leeftijd van 95 jaar. Ons medeleven gaat uit naar zijn echtgenote, kinderen en kleinkinderen.

Jan Renier Smits was decennialang betrokken bij De Aldenborgh en kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap. Van 1988 tot 1997 was hij bestuurslid van De Aldenborgh.

Hij was een trouw bezoeker van de activiteiten en publiceerde zelf ook over de geschiedenis van Weert en omgeving, waarbij de kanaal en de IJzeren Man zijn bijzondere interesse hadden.

Op 93-jarige leeftijd volgde hij nog de cursus Weerterlogie en kon zich Weerterloog noemen.

Gluren bij de Buren … in Stevensweert – 22 juli 2025

Stevensweert ligt samen met Ohé en Laak op een eiland dat door twee armen van de Maas wordt gevormd.

Het heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot het einde van de 13e eeuw. De eerste heren van Stevensweert, uit het geslacht Pietersheim, bouwden eind 13e eeuw een imposante burcht. Deze werd door de graven Van den Bergh in het midden van de 16e eeuw verder uitgebouwd. Hiervan is nu een koperen maquette te zien in het midden van het  plein.

Het oorspronkelijke dorp werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog door de Spanjaarden in 1633 tot vestingstad omgebouwd. Om de plaats werd een aarden vestingswal met 7 bastions en 5 ravelijnen aangelegd. De originele vestingswallen bestaan niet meer, maar Stevensweert heeft zijn zevenhoekige omtrek en geometrisch stratenpatroon behouden. Op basis van historisch kaartmateriaal is een klein deel van de vestingwerken gereconstrueerd.

De parochiekerk H. Stephanus dateert uit 1781 in de vorm van een Grieks kruis en heeft prachtige glas-in-lood ramen. De straten van de kern van Stevensweert zijn recent gereconstrueerd met goten, waarin historische afbeeldingen zijn te zien. Verder zijn er twee cortenstalen poorten te zien, te weten de Maas- en Veldpoort en een drietal muurschilderingen over het verleden van Stevensweert.

Als afsluiting bestaat de mogelijkheid om het museum gratis te bezoeken. In de plaatselijke horecagelegenheden kunt u terecht voor een drankje.

 

Praktische Informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Stevensweert
Datum dinsdag 22 juli 2025
Tijd: 19.00 uur
Locatie: parochiekerk H. Stephanus: Jan van Steffeswertplein 3, 6107 BZ Stevensweert
Kosten: gratis
Parkeren: gratis parkeren op parkeerplaats aan de Sportlaan, volg de borden P historische kern.
Van hieruit is het circa 5 minuten lopen naar de kerk.

 

Gluren bij de Buren … in Beesel – 8 juli 2025

In 2025 viert de gemeente Beesel het feit dat ze 750 jaar geleden voor het eerst wordt vermeld in de geschiedenis.

Beesel

In een akte van 17 augustus 1275 is sprake van de ‘communitas de Beessel’ : de gemeenschap Beesel. Alhoewel archeologische vondsten, onder andere restanten van vier Romeinse villa’s, al zeer vroege bewoning aantonen, is van de start van deze gemeenschap mogelijk eerst sprake vanaf het jaar 1000. In 1275 ligt het inwonertal rond de 300 inwoners, verdeeld over vijf buurtschappen: Dorp, Bussereind, Rijkel, Leeuwen en Offenbeek.

 

Praktische informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Beesel
Datum dinsdag 8 juli 2025
Tijd: 19.00 uur (inloop vanaf 18.00 uur in Hoeve De Bongerd)
Locatie: Markt 13 – 5954 BH Beesel
Kosten: gratis
Parkeren: gratis parkeren in het centrum, op de markt en nabij de kerk

 

Stro of geen stro: dat was de kwestie – Wil Filott 

Aan het einde van de 19de eeuw speelde de landbouw een belangrijke rol in de economie en het dagelijks leven van de inwoners van de buitenieën van Weert. Zij waren bijna allemaal werkzaam in de landbouw. In de stad waren er daarentegen kooplieden, ambachtslieden en arbeiders. De bedrijvigheid in de stad werd mede mogelijk gemaakt door de aanwezigheid van de Zuid-Willemsvaart en de aanleg van de IJzeren Rijn.i

 

De beroepsbevolking in de stad Weert was blijkens de volkstelling in 1880 -1890 gemêleerd samengesteld. Landbouwers waren er nauwelijks. Beroepen waren onder meer: wevers, schoenmakers, slachters, metselaars, venters, arbeiders, schippers, herbergiers, schrijnwerkers, boekdrukkers, gepensioneerde militairen, naaisters, kleermakers, onderwijzers, geestelijken, bakkers, klompenmakers, koperslagers, apothekers en overheidspersoneel.  

In Tungelroy was blijkens diezelfde volkstelling nog zo’n 85% van de beroepsbevolking landbouwer. Andere beroepen waren smid, kleermaker, winkelier, venter, metselaar, hoofdonderwijzer, rector, strodekker, houtzager en een enkele werkman. 

In de buitenieën was de landbouw dus nog de dominante economische factor. De landbouw werd bedreven in familiebedrijven. Deze varieerden in omvang van kleine boerderijtjes tot grote boerderijen, waaronder pachtboerderijen. Een van die pachtboerderijen was de Heurshof in Tungelroy. In dit artikel beschrijf ik een geschil tussen de eigenaren en een pachter van de Heurshof. Geen wereldschokkende zaak. Ook in Weert en Tungelroy zal het nauwelijks beroering hebben opgeleverd. Maar het geeft wel een beeld van het belang van stro in die tijd in de contreien van Weert. Verder vermeld ik enige gegevens van de bij deze zaak betrokken personen.

Een pachtovereenkomst tussen de familie Clement en Hendrik Laenen

Op 7 december 1881 werd voor notaris J.A.H. Clerx te Weert een akte verleden, waarbij  

  1. Laurens Beeren, getrouwd met Elisabeth Clement, rijtuigverhuurder, wonende te Weert; ii
  2. Thomas Clement, landbouwer, wonende op Tungelroy;
  3. Cornelis Clement, landbouwer, wonende op Altweert

een boerderij, genaamd Heurshof, te Tungelroy, groot ongeveer 20 hectare, verpachtten aan  

  1. Hendrik Laenen, landbouwer, wonende te Heijthuijsen, en 
  2. Mathijs Laenen, landbouwer, wonende te Nederweert. iii

De pacht van de Heurshof omvatte gebouwen, tuin, boomgaard, bouw- en hooiland, hakhout, dennenbos en heide, zoals die door de toenmalige pachter was bebouwd en beteeld. De pachters verklaarden dat alles aan hen bekend was.  

De pachtperiode was zes jaar. De pachtprijs bedroeg 258 gulden per jaar, te betalen op 30 november 

 

Jacobus Laurens Beeren is op 25 juli 1840 geboren te Heythuysen. Hij is op 9 juni 1871 te Weert getrouwd met Elisabeth Clement, die toen 55 jaar was.iv Elisabeth Clement is op 1 januari 1816 geboren te Stiphout en overleden voor 1884.

Na het overlijden van Elisabeth Clement is Laurens Beeren op 2 september 1884 te Weert getrouwd met Hendrina Margaretha Raemaekers, geboren 2 september 1854 te Weert en overleden op 6 december 1921 te Weert. Laurens Beeren is op 25 februari 1937 op 96-jarige leeftijd overleden te Weert.

Kanton Weert, 23 juli 1904.

Laurens Beeren exploiteerde in de Langstraat sinds 1904 een café en stalling, tevens uitspanning voor rijtuigen en paarden. Ook verhuurde hij rijtuigen. In 1907 plaatste Beeren in het Kanton Weert een advertentie dat hij een Camion had aangeschaft, waarmee hij onder andere huismeubelen kon vervoeren.v Hij exploiteerde dus ook een transportbedrijf.  

In 1925 stopte hij met zijn bedrijf. Dat blijkt onder meer uit advertenties in het Kanton Weert.  Daarin werd op 23 november 1925 in het openbaar het huis met café en uitspanning in de Langstraat te huur aangeboden. Het pand had een uitgang naar het Paradijsstraatje. Bovendien werd een negental percelen grond, verspreid liggend in de gemeente Weert, te koop aangeboden.

Op 24 november 1925 werd de café-inventaris geveild. Op 25 november 1925 kwamen de inboedel van het huis en de stalhouders- en landbouwinventaris aan de beurt. Als laatste werden op die dag 2 zwarte Oldenburger paarden, 40 kippen, grote partijen aardappelen, “karoten”, koolrapen, hooi, mest en rijtuigen te koop aangeboden.vi 

Uittreksel uit Volkstellingregister 1880-1890 Weert met vermelding Jacobus Laurens Beeren en Hendrina Margaretha Ramaekers. Zij woonden op het toenmalige adres Langstaat 338.

 

De Heurshof

De Heurshof was een eeuwenoude boerderij. In 1745 kregen de Reguliere Kanunniken toestemming om de Heurshof te kopen.vii Deze boerderij is daarna vele malen van eigenaar en pachter gewisseld. viii  

Ligging Heurshof geprojecteerd op kaart van 1842 met huidige straten. De Heurshof lag op de plek van het huidige adres Maaseikerweg 352.xii

Zo was in 1842 Hendrik Maes eigenaar van de Heurshof. Zijn zoon Michiel Maes was landbouwer op de Nelenhof. Hij kocht in 1867 de boerderij Geulenhof te Stramproy met daarbij brouwerij De Kroon, het startpunt voor Brouwerij Maes te Stramproy. 

In april 1879 werden op verzoek van de kinderen Rutten vee, landbouwwerktuigen en de inboedel van Heurshof publiekelijk verkocht. ix Mogelijk waren de kinderen Rutten de erfgenamen van de afgaande pachter. 

De erven Clement verkochten op 3 december 1884 “dikke, zware, en gave eike- en wilgenbomen, benevens een zeer groote partij eiken van mindere dikte staande op Tungelroy, op de boerderij Heurshof”. x  

Laurens Beeren verkocht op 10 juli 1885 11 percelen bouwland, weiland en heide, die tot de Heurshof behoord hadden. Een van die percelen was “bouwland, genaamd den Heuvel , groot 30 aren 90 centiaren, sectie J nr. 667, palende de erven Tulkens, Langers en de weg “. xi 

 

Het belang van stro voor de landbouw 

Eind 19de eeuw was stro van groot belang in het boerenbedrijf, met name voor de akkerbouw. Boeren gebruikten het als strooisel in stallen, waar het zich mengde met mest van het vee tot waardevolle bemesting voor het land. Ook werd stro ondergeploegd als organische meststof. Zo bleef de bodem vruchtbaar zonder kunstmest. Kunstmest was wel al uitgevonden, maar voor veel boeren te duur. xiii Stro werd ook gebruikt als dakbedekking.

 

Stro in de pachtovereenkomst van de Heurshof

Dat stro ook bij deze pachtovereenkomst een belangrijke rol speelde, blijkt uit de pachtvoorwaarden. De pacht ging voor de gebouwen, tuin, hakhout, dennenbos, bos en twee kleine percelen voerland in op beloken Pasen 1882, zonder stro. xiv De pacht van de overige percelen ging in na de oogst van 1882, stoppelbloot, met stro. xv 

De pachters waren verplicht bij het betrekken van de woning 1500 kilo stro in te brengen. Eenzelfde hoeveelheid mochten zij meenemen bij het einde van de pacht. Het overige stro moest bij het einde van de pacht op het gepachte blijven, zonder dat de verpachters verplicht waren daar een vergoeding voor te betalen. Ook moesten de pachter het stro van de laatste oogst achterlaten. Voor het onderhoud van het dak moesten de verpachters 600 kilo roggestro leveren. 

 

Enkele andere pachtvoorwaarden

De pachters mochten in het bij de boerderij behorende dennenbos geen strooisel verzamelen met “heizicht of schup”, alleen met de hark. De pachters moesten op de boerderij tien beesten houden, waaronder zes melkkoeien. De pachters moesten bij kleine reparaties aan de gebouwen de nodige “karvrachten” verrichten, “gaarden en witsen“ leveren, de werklieden de kost te geven, waartegen zij “den afval” zouden genieten. 

 

Akte van geboorte Henricus Laenen.

Henricus Laenen is op 24 november 1830 geboren op Leuken en op 9 december 1899 op 69-jarige leeftijd overleden te Weert. Hij is op 27 augustus 1858 te Nederweert getrouwd met Dorothea Schreurs. Zijn beroep was landbouwer.

Het echtpaar LaenenSchreurs heeft, voor zover mij bekend, 9 kinderen gekregen, die geboren zijn in Nederweert, Roggel en Heythuysen. Daaruit kan afgeleid worden dat het echtpaar Laenen-Schreurs niet zo honkvast was.  

 

Uittreksel uit Volkstellingregister 1880-1890 Weert met vermelding Hendrik Laenen en Dorothea Schreurs. Zij woonden op het toenmalige adres Tungelroy 850.

 

De medepachter Mathijs Laenen is een jongere broer van Henricus Laenen, geboren op 7 augustus 1836 te Weert en ongetrouwd overleden op 5 januari 1892 te Nederweert. 

 

Een geschil over stro 

Henricus Laenen vond dat de Clements een verplichting uit de pachtovereenkomst niet waren nagekomen. Hij stelde dat hij de Heurshof had gepacht onder de voorwaarde dat daarin een perceel van 84 aren en 88 centiaren was begrepen. Op dat perceel zou rogge gestaan moeten hebben, waarvan hij het stro kon benutten om de grond te bemesten. Er was volgens Laenen echter geen stro aanwezig geweest, waardoor hij schade had geleden. Die schade schatte hij op fl. 160,-. Deze schade bestond uit fl. 40- voor het eerste en tweede jaar dat hij geen stro had gehad, fl 60,- omdat hij het perceel daarom niet had kunnen bewerken en fl 20,- voor betaalde pacht. Hij had de Clements gevraagd dat bedrag aan hem te betalen maar deze hadden dat geweigerd. Zij wilden geen strobreed wijken.

Laenen accepteerde dat niet en daagde de eigenaren van de Heurshof voor het kantongerecht te Weert.  De gedaagden waren:
1 L. Beeren, weduwnaar van E. Clement, landbouwer te Weert;
2 De weduwe C. Clement, landbouwster te Weert;
3 T. Clement, landbouwer te Weert.

 

De weduwe C. Clement is Aldegonda Damen, geboren op 16 september 1827 te Soerendonk en overleden te Weert op 7 september 1889. Zij is op 17 oktober 1861 te Soerendonk getrouwd met Cornelis Clement, geboren in juli 1806 te Stiphout en overleden op 21 september 1882 te Weert.

 

Uittreksel uit Volkstellingregister 1880-1890 Weert met vermelding Aldegonda Damen, weduwe Clement. Zij woonde op het toenmalige adres Altweert 968.

 

 

Thomas Clement is geboren op 23 november 1817 te Stiphout en overleden op 24 oktober 1904 te Weert. Hij is op 17 april 1868 te Weert getrouwd met Maria Catharina Hoomans, geboren 9 december 1819 te Weert en overleden op 5 januari 1901 te Weert. Thomas Clement was landbouwer van beroep en woonde in Tungelroy op het toenmalige adres 832. 

 

Uittreksel uit Volkstellingregister 1880-1890 Weert met vermelding Thomas Clement en Maria Catharina Hoomans.

 

Het kantongerecht te Weert xvi

De zitting voor kantonrechter mr. G. Loix vond plaats op 4 april 1884. xvii De Clements ontkenden dat zij aan Laenen de Heurshof hadden verpacht met de conditie dat daarin een perceel grond van 84 aren 88 centiaren met rogge was begrepen. De vorige pachter van de Heurshof had wel een perceel bouwland, gelegen te Weert, op Tungelroy, in Tuurkensveld (?) sectie J nummer 60, volgens het kadaster groot 30 aren 90 centiaren, maar volgens meting iets groter, in 1882 niet bebouwd. xviii Dat perceel was overigens volgens hen al enige jaren en tot dan toe niet bebouwd.

De Clements brachten verder in dat Laenen voor het afsluiten van de pachtovereenkomst de Heurshof had bezichtigd. In de notariële pachtakte was ook bepaald dat Laenen de Heurshof aanvaardde zoals deze door de toenmalige pachter was bebouwd en beteeld. De Clements gaven wel toe dat de Heurshof bij het aangaan van de pacht door Laenen in een betrekkelijk slechte staat verkeerde, wat Laenen ook wist. Daarom hadden zij, geheel onverplicht, aan Laenen in 1882 en 1883 toegestaan voor hun rekening voor een bedrag van fl. 50,- meststof te kopen, hetgeen ook gebeurd was. Zij waren van mening dat zij Laenen meer dan voldoende schadeloosgesteld hadden voor de door hem beweerde schade.

Laenen betwistte de door de Clements gestelde feiten niet, maar bleef erbij dat in de pachtovereenkomst een perceel van circa 80 aren en 80 centiaren als akkerland was begrepen, welk perceel door de vorige pachter niet was bewerkt. Wat betreft de betaling voor de aankoop van de meststof stelde hij dat dat al voor het sluiten van de pachtovereenkomst was toegezegd, niet vanwege het ontbreken van het stro, maar vanwege de slechte toestand van de boerderij. Verder stelde hij dat de vorige pachter het voorlaatste jaar van diens pachtperiode het bedoelde perceel had bebouwd en het stro had gebruikt. Alleen het laatste jaar had hij het niet bebouwd.

De Clements brachten daartegen in dat in de pachtovereenkomst geen perceel van 84 aren en 88 centiaren en ook niet van 80 aren en 80 centiaren voorkwam. Verder betwisten zij de beweringen van Laenen.

 

Het verdict van de kantonrechter

Kantonrechter Loix deed op 25 april 1884 uitspraak in het geschil. Híj overwoog dat in de notariële pachtakte stond dat Laenen de landerijen stoppelbloot zou aanvaarden na de oogst van 1882 met het stroo. Aan de woorden “met het stroo” moest de betekenis worden toegekend dat Laenen het stro zou verkrijgen van de percelen waarop de vorige pachter het laatste jaar gewassen had geteeld die stro zouden opleveren. Het betekende niet dat de vorige pachter verplicht was geweest op alle percelen stro opleverende gewassen te telen en geen andere zoals aardappelen, vlas enz. Een dergelijke verplichting zou ook die pachter belemmeren in de vrije uitoefening van zijn bedrijf. Verder werd in die akte geen perceel van 84 aren en 88 centiaren vermeld. 

Voorts overwoog de kantonrechter dat de vordering tot terugbetaling van fl. 20,- van de door Laenen betaalde pachtprijs vanwege het braakliggen van het betreffende perceel niet ter zake deed. Laenen had immers de boerderij aanvaard zoals die door de toenmalige pachter was bebouwd en beteeld. Laenen was daarmee bekend. Bovendien had hij de twee eerste jaren van de pacht elk jaar fl. 50,- genoten voor meststof vanwege de slechte toestand van de boerderij. Daaruit kon afgeleid worden dat in die fl. 50,- de schadeloosstelling wegens het braakliggen van bedoeld perceel was begrepen.  

De kantonrechter wees de vordering van Laenen af en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten.
Hendrik Laenen trok dus aan het kortste eind (of strootje) in dit geschil.  

 

Bronvermeldingen

i. Voor meer informatie over de industrialisatie van Weert verwijs ik naar Weert, “parel van de heide”…in de 19de eeuw’, Frits Nies, pag. 105 e.v.
ii. Gehuwde vrouwen waren in die tijd volgens de wet handelingsonbekwaam. Zij werden vertegenwoordigd door hun echtgenoot. Pas in 1956 is die handelingsonbekwaamheid afgeschaft.
iii. Gemeentearchief Weert; notarieel archief (A.4.2.); inv.nr 339; Minuten J.A.H. Clerx, sep-dec 1881, aktenummer 344.
iv. Elisabeth Clement was eerder getrouwd geweest met Andreas Moonen.
v. Kanton Weert, 19 oktober 1907.
vi. Kanton Weert, 6, 13 en 20 november 1925. 

vii Bron: https://studiezaal.erfgoedhuisweert.nl.
viii. Ik heb geen diepgaand onderzoek naar de eigenaren en pachters van Heurshof verricht maar vermeld slechts enkele feiten uit openbare bronnen.
ix. Kanton Weert, 23 en 30 maart 1879.
x. Kanton Weert16 november 1884.
xi. Kanton Weert27 juni 1885.
xii. Bron: https://aezel.eu/ontdekken/geografie
xiii. De Duitse chemicus Justus von Liebig (1803-1873) word gezien als de uitvinder van kunstmest.
xiv. Beloken Pasen is de eerste zondag na Paaszondag. 

xv. Stoppelbloot betekent na de oogst maar met de stoppels van het geoogste graan.
xvi. In Weert was  van 1842 tot 1934 een kantongerecht. Het werd opgericht op 1 januari 1842, toen de Nederlandse wetgeving op de rechterlijke organisatie – na de afscheiding van België – ook in Limburg van kracht werd. Het kantongerecht werd opgeheven per 1 januari 1934 als gevolg van een landelijke reorganisatie van de rechterlijke macht.
xvii. De kantonrechter was Godefridus Antonius Hubertus Loix, geboren op 7 oktober 1824 te Stratum, Eindhoven, en overleden op 4 mei 1896 te Weert.
xviii. In het verslag van de rechtszaak in “Het Paleis van Justitie” staat “Huurkensveld”. Ik heb een dergelijk toponiem niet kunnen vinden in de gemeente Weert. 

Film onder de sterrenhemel – over een Limburgs dorp in oorlogstijd – 9 augustus 2025

“Aber der Kirche passiert nichts”, zeiden de Duitse bezetters in de Tweede Wereldoorlog toen de geallieerden oprukten en de Duitsers uit Leveroy werden verdreven. De gelijknamige film met historische beelden en ooggetuigen vertelt een ander verhaal. Het verhaal van een oorlog in een Midden-Limburgs dorp. Een documentaire over dorpse mensen, hun verhaal, over verzet, bravoure, spionage, over Joods verraad, angst en lef, over pilotenhelpers, liquidaties, verwoesting, mede-menselijkheid, over razzia’s, over pijn, verlies én liefde. Aangrijpende persoonlijke verhalen tijdens 1940-1945, die tegelijkertijd universele verhalen zijn.

De cineasten Peter Crins en Peter Hermans, bekend van bekroonde films, stopten ruim 25 jaar research in deze documentaire, die boordevol nieuwe filmbeelden en documenten zit. Peter Crins is tweevoudig winnaar van het Limburgs Filmfestival, met de prijs voor de beste amateurfilm.

 

 

De film is al op diverse plekken in Limburg vertoond. Maar nog nooit in een openluchtbioscoop onder dezelfde sterrenhemel als waar de gebeurtenissen in 1940-1945 afspeelden. Een bijzondere locatie – beleef het mee!

 

Ode aan de Peel bij Philomenahoeve in Nederweert-Eind

Filmrecensies

De inhoud getuigt van grondige kennis van de makers en de getuigenissen zijn to the point, menselijk, oprecht, uit het hart en bieden een zuiver inzicht in de werkelijkheid van de bezettingstijd”.

Vera Bergkamp, (toenmalig) voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, bij de filmpremière op 18 november 2022
in Leveroy: “In deze film worden de mensen die de Tweede Wereldoorlog zelf nog meemaakten, aan het woord gelaten.

In de toekomst zullen wij, de tweede en latere generaties, dat voor hen moeten doen. Films, boeken en mondelinge overlevering worden belangrijker dan ooit. Want we moeten deze verhalen blíjven vertellen. Om nooit te vergeten.
En om, hoe moeilijk soms ook, er hoop uit te halen voor de toekomst”.

 

Zitten onder de sterrenhemel vraagt om extra aandacht

Aan de bezoekers wordt gevraagd om zelf een stoel, zitkussen of zitje mee te nemen. Verder gelieve zelf te zorgen voor een natje en een droogje. Laat de natuur netjes achter. Voor afvalbakken wordt gezorgd. Huisdieren zijn niet toegestaan. Toiletvoorziening is aanwezig. Denk ook aan gemakkelijk schoeisel en let op de weersvoorspellingen. Op het terrein is geen schuilmogelijkheid. Bij zeer slecht weer zal het evenement worden afgelast. Volg daarom te zijner tijd de berichten in de lokale media.

Graag tot ziens,
namens Landgoed Philomenahoeve i.s.m. Erfgoedgemeenschap Nederweert en Stichting C&H|Films Leveroy

 

Programma Aber der Kirche passiert nichts

Welkomstwoord door Flip en Wendy Schreurs (Landgoed Philomenahoeve), gevolgd door een inleiding door Alfons Bruekers (Erfgoedgemeenschap Nederweert) en een kort interview met de cineasten Peter Crins en Peter Hermans. Vervolgens de film in twee delen van 70 minuten met een pauze halverwege. 

 

Locatie

Het openlucht-bioscoopterrein bevindt zich op Landgoed Philomenahoeve in de Houtsberg, in een door bomen en struwelen omringde weide. De toegang is aan de Banendijk, ter hoogte van de parkeerplaats van dagcamping Banendijk. Hier is volop parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen. Eventueel kan ook geparkeerd worden in de berm van de Banendijk. Volg het voetpad naar het bioscoopterrein.

 

Praktische zaken

Wat: Film Aber der Kirche passiert nichts
Datum zaterdag 9 augustus 2025
Tijd: 20.40 – 23.35 uur (terrein is open vanaf 20.00 uur)
Locatie: Landgoed Philomenahoeve
(toegang via Parkeerplaats Dagcamping Banendijk, Nederweert-Eind)
Kosten: € 10,00 per persoon
Aanmelden: via website FilmLeveroys