Parkeren: diverse parkeerterreinen in het centrum. Vanaf 18.00 uur gratis.
De eerste vermelding van “Gheldorpe” stamt uit 1296 en duidt een enclave van Gelre aan in het hertogdom Brabant. De meest logische verklaring van de naam is dan ook ‘dorp van Gelre’. In de eerste helft van de veertiende eeuw wordt buiten de woonkernen van de nederzetting een versterkt huis De Burght gebouwd, waarna in 1340 op een andere locatie de bouw van een woontoren volgt, de eerste fase van het huidige kasteel. Op het hoogste punt van de nederzetting, op de locatie van de huidige H. Brigidakerk, laat de heer in dezelfde periode een gotische kerk bouwen, die diverse opvolgers krijgt. In de oorspronkelijke landbouwnederzetting wordt het weversambacht steeds belangrijker en verschijnen de fabrikeurs, voorlopers van de textielfabrikanten. In de negentiende eeuw zorgen diverse ontwikkelingen voor een enorme groei van de textielindustrie. Geldrop wordt dan een dorp met fabrieksgebouwen en schoorstenen, arbeidershuisjes en statige fabrikantenhuizen.
Met dit rijke cultuurerfgoed maakt u kennis tijdens de tocht door het centrum, waar gidsen u bijpraten over de Geldropse geschiedenis. Na afloop kunt u op het Horecaplein (Heuvel) nog even nagenieten.
Na onze succesvolle excursie dit voorjaar naar Dordrecht gaan we de laatste dag van augustus naar Duitsland.
De aanstaande excursie brengt ons namelijk naar Neuss, een van de oudste steden van Duitsland én sinds kort een partnerstad van Weert.
Neuss kent een geschiedenis die meer dan 2.000 jaar teruggaat. Al in 16 v.Chr. stichtten de Romeinen hier het legerkamp Novaesium. Dankzij de gunstige ligging aan de Rijn ontwikkelde de stad zich tot een belangrijk handelscentrum. Tijdens een historische stadswandeling (Duits sprekende gidsen) ontdekt u de vele monumenten en verhalen die herinneren aan dit rijke verleden.
Na de lunch op eigen gelegenheid staat een bezoek aan de Landesgartenschau 2026 op het programma. Deze tentoonstelling laat zien hoe natuur, bloemen, tuinarchitectuur en duurzaamheid samenkomen in een kleurrijk park vol inspirerende tuinen, kunst en recreatie. Een feest voor iedereen die van bloemen en groen houdt.
Het hoogtepunt van de dag is het Neusser Bürger Schützenfest, een traditie die sinds 1823 jaarlijks wordt gevierd en behoort tot de grootste schuttersfeesten van Duitsland.
Vanaf de tribune beleven we de indrukwekkende optocht met talloze schutters in kleurrijke uniformen, bloemen, muziekkorpsen en ruiters. De unieke combinatie van eeuwenoude tradities, gastvrijheid en feestelijke sfeer maakt dit evenement tot een bijzondere belevenis. Na de optocht is er nog voldoende vrije tijd om de kermis, het bruisende stadscentrum of het schuttersfeest verder te verkennen, voordat we aan het begin van de avond huiswaarts keren. Wij wensen u een gezellige en onvergetelijke dag toe, vol historie, bloemenpracht en schutterstradities!
Overzicht van het programma
08.00 uur :Vertrek vanuit Weert, Sint Jozefskerkplein 3. Keent
12.30 uur: Lunch en bezoek op eigen gelegenheid Landesgartenschau 2026
15.45 uur: Vanaf tribuneplaatsen optocht Neusser Bürger Schützenfest 2026 aanschouwen
17.00 uur: Vrije tijd om de kermis, stad of schuttersfeest te bekijken en iets te eten
18.30 uur: Vertrek naar Weert en Thorn. Wees dus op tijd bij de vertrekplaats
19.30 uur: Verwachte aankomst Thorn.
20.00 uur: Verwachte aankomst Weert
Genoemde tijden en programmavolgorde zijn bij benadering.
Deelnamekosten en aanmelding
Deelnemers die lid zijn van het LGOG, vriend van de Aldenborgh of lid van de GHK “Het Land van Thorn”, betalen een bedrag van € 58,00; niet-leden/vrienden betalen € 70.00.
In de deelnemersbijdrage zijn begrepen: de kosten van de bus, koffie/thee met versnapering, begeleide Duitstalige stadswandeling Neuss, entree Landesgartenschau 2026, tribuneplaatsen, fooi voor de chauffeur.
De aanmelding voor deelname aan de excursie dient te geschieden door overschrijving van het deelnamebedrag op bankrekening IBAN NL31 RABO 0176 968 3 34 ten name van stichting De Aldenborgh.
Uw betaling geldt als aanmelding. U dient bij de omschrijving duidelijk te vermelden:
1) Na(a)m(en) van de deelnemer(s)
2) Neuss
3) Uw opstapplaats
Er zijn voor deze excursie 54 plaatsen beschikbaar. Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval voor 21 augustus a.s.
Als u na aanmelding/betaling om de een of andere reden alsnog moet afzien van deelname en de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dient u zelf voor vervanging te zorgen.
Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.
Deze excursie is namens het L.G.O.G, Kring Weert, de Aldenborgh en de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” georganiseerd door Peter Korten. Bereikbaar onder telefoonnummer 06-53284665.
Deelname geschiedt voor eigen risico. De organisatie is niet aansprakelijk voor schade of verlies. Tijdens de excursie kunnen opnamen gemaakt worden voor publicatie.
Wij wensen u voor 31 augustus a.s. een heel leerzame en aangename excursie toe.
Wij woonden tot 1957 in de laatste boerderij vóór de Belgische grens aan de Loozerweg. Bij veel mensen is de plek beter bekend als daar waar “Grosveld, de dierenpreparateur” woonde.
De boerderij werd in 1933 gebouwd in opdracht van de “Maatschappij tot exploitatie der steenkolenmijnen Laura & Vereeniging” te Eijgelshoven voor een bedrag van FL. 4000,–.
Het gold als een ontginningsboerderij en viel onder toezicht van ‘ De Nederlandse Heide Maatschappij’. Het werk werd uitgevoerd door J. Heijnen Nederweert Eind.
In water werd voorzien door middel van een waterput waarop aangesloten een koperen pomp. Elektriciteit aansluiting was er niet.
Foto: 1933 boerderij in aanbouw. Toen Lozerweg nr. 9 nu nr. 119.
De eerste pachter was mijn vader M. H. Peeters. Hij woonde met zijn ouders op de St. Petrushoeve aan de Kruispeelweg. Dat is nu Domein Laurabos – Golfbaan Crossmoor , Laurabosweg 8.
Hij wilde graag boer worden en begon op de nieuwe boerderij samen met zijn oudste zus. In 1933 werd al de eerste rogge oogst binnen gehaald. In 1936 trouwde mijn vader met W. Smolenaers , ons moeder. Zij woonde op boerderij ‘D`n Helmonder’ – de boerderij bij De Lichtenberg.’ Het was ‘hard labeur’. De grond was droge, arme zandgrond. Samen met Chel Gielen, een knecht uit België, groef mijn vader de kanaaldijk open om er gresbuizen in te leggen waardoor water uit ‘de knaal’ kon worden ingelaten. Hij had zo zijn eigen ‘vloeiweidesysteem’ : het kanaalwater bevat ook kalk die de nutriënten arme, zure zandbodem wat extra voedingsstoffen gaf.
Onze eerste buren – de familie Janssen – woonden op een boerderij ruim 2 km verder richting Altweerterheide aan de Vetpeelweg. Bij veel Weertenaren bekend als ‘De Frenck’ omdat er later een familie Frencken woonde. De volgende buren waren de familie Cuijpers van D`n Advekaot en Teeuwen van Ceresa. Met de jongste dochter van de familie Janssen ben ik al vele jaren getrouwd. Haar ouders waren een paar keer verhuisd, mijn ouders ook. Uiteindelijk werden wij opnieuw buren en zo is het gekomen….
De weg naar ons dorp Altweerterheide , vijf kilometer verder op, was een rulle zandweg. Wij gingen niet in Altweerterheide naar school , maar naar Budel-Dorplein. Het was uitzonderlijk dat wij als kinderen van de boerderij daar naar school mochten. Er zaten alleen kinderen van de ‘ouvriers’ en ‘employés’ van de zinkfabriek op school. Wij werden ook elk jaar door de schoolarts apart onderzocht. We konden wel eens enge ziekten van de boerderij onder de leden hebben….
Om daar te komen moesten wij eerst ‘de knaal’ oversteken. Mijn vader had ooit een ‘Parlevinkersboot’ gekocht waarmee hij langs de schepen voer die vanaf het ‘Beuldergaat’ ( het haventje van Dorplein) tot de Belgische grens lagen aangemeerd. Zij moesten worden ingeklaard voordat zij België mochten binnen varen.
Foto: Parlevinkersboot . Voorop Bèr met naast hem broer Theo
Bij ons gemengd bedrijf met koeien, varkens en kippen runden wij ook een winkeltje met ‘koloniale waren’ en verkochten aan de schippers producten van de boerderij en o.a. meel en suiker uit de winkel. Jarenlang hebben wij ook vele gezinnen op Dorplein van aardappelen voorzien. Wij stonden bekend als ‘Oh, da zien d`r van Peeters van ‘’ d’n Erpelenboer”. Daar zetten ze erpel en over”.
Gemengd bedrijf Lozerweg .1957. (is afgebroken)
Dagelijks zette mijn vader ons met de boot over om naar Dorplein te kunnen gaan. Elke morgen was het weer spannend of de boot niet was gezonken of losgeslagen van de steiger doordat sommige schepen hoge golven vaak in combinatie met harde wind veroorzaakten.
In mijn geheugen staat ook gegrift dat ‘de knaal’ een keer was dicht gevroren, maar een schip er nog doorheen was gebroken. Mijn vader legde een lange ladder over het zwakke middendeel. Daarover liepen wij dan ‘de knaal’ over en vervolgens te voet naar school. Als het stormde en wij na school niet terug naar huis konden mochten wij blijven overblijven in het kloostergedeelte van Hôtel St. Jozef waar de Zusters der Liefde van de Orde St. Vincentius a Paulo woonden. Ik heb daar ook de kleuterschool doorlopen.
We logeerden in de spreekkamer waar de zusters een opklapbed voor ons neerlieten. `s Avonds rond half tien gingen de zusters eerst naar de kapel. Daarna hoorden wij hen de ijzeren trap oplopen naar hun slaapvertrekken. De laatste zuster die de trap opliep was moederoverste. We hoorden de zusters haar dan een goede nacht toewensen : “Bonne nuit Ma Mère “. Voor ons was dat het signaal dat wij in het klooster op verkenning uit konden gaan. We hebben er veel beleefd. Zo herinner ik mij dat er op de zinkfabriek iemand was verongelukt en in het klooster van de zusters werd opgebaard. Ik was, zes jaar oud, verplicht naar de dode te gaan kijken.
In de kapel diende ik ook wel eens de mis. In de vloer zat een ‘heilig putje’. Met Pasen werd er weer water gewijd. en als er nog wijwater van het vorige jaar over was of er stond nog wat oude wijn dan werd dat door het heilig putje gegoten ( maar dat laatste niet altijd…. ) . Waar het naartoe ging?
De boot had geen roeispanen. Met een lange stok in het water werd de boot heen en terug geduwd. De wegen naar Dorplein waren verhard met cadmiumsintels , een restproduct uit de ovens van de zinkfabriek. Van die dienst werd ook gebruikt gemaakt door fabrieksarbeiders uit Altweerterheide; zij moesten soms al om 05.00 uur op de ‘zink’ zijn waar zij eerst, in ieder geval op zaterdag of zondag, een Heilige Mis bijwoonden en daarna aan hun oven ‘charge’ begonnen.
Behalve dat ik in Dorplein naar school ging was ik er ook misdienaar bij eerst rector, later pastoor Thijssen. In de zinkfabriek was er ook een kapel. Soms had ik daar dienst, maar het vaakst in de St. Jozefkerk en een enkele keer in de kapel van ‘Hôtel Saint Jozef’, op Dorplein beter bekend als ‘De Cantine’ bij de Zusters van Liefde van de orde ‘Vincentius à Paulo.’ De kerstvieringen waren hoogtepunten. De kerk werd uitbundig versierd met grote kerstbomen en kleden. De pastoor en zijn mede-concelebranten hadden hun feestelijke kazuivels aan.
Wij misdienaars hulden ons in strak gestijfde togen. Een paar dagen vóór Kerstmis op 21 december 1955, mijn moeders verjaardag, moest ik gaan oefenen voor de nachtmis op 24 december. Op de boerderij was het die dag druk. Er moest graan worden gedorst. Een paar knechten kwamen ons helpen. Mijn vader had geen tijd om mij ‘de knaal’ over te zetten.
“ Ich kan wul allein de knaal over”, zei ik. Voor het eerst stapte ik alleen de boot in , zette mijn fiets erin en stak ‘de knaal’ over.
Uitgedost met een overjas en hoge schoenen aan mijn voeten waagde ik het erop. Op mijn hoofd droeg ik toevallig een hoedje van crêpepapier, overgehouden van een schoolreisje naar Animali. Dat bleek later een belangrijke rol te spelen in mijn overtocht. De zware ijzeren boot was met een stok en zonder roeispanen moeilijk te besturen.
Aan de overzijde was pas een nieuwe aanlegsteiger gebouwd. De boot kwam haaks aan bij de steiger. Om hem vast te kunnen sjorren moest hij parallel aan de oever worden getrokken. Om dat voor elkaar te krijgen sprong ik uit de boot op de steiger. Bij het bijtrekken van de boot gleed ik uit en viel in het water. Zwemmen kon ik niet. Een paar maal ging ik kopje onder en per toeval sloeg ik hard op de rand van de boot en had houvast. Mijn hoedje was weliswaar ingezakt maar wel op mijn hoofd blijven staan.
Het water was groen van kleur; er stond geen wind. Ik deed mijn uiterste best om in de boot te klimmen maar door de zware overjas en hoge schoenen kon ik mijn kont niet over de rand krijgen. Ik klauterde rond de boot om op meerdere plaatsen te proberen in de boot te komen. Ondertussen heb ik vele ‘oefeningen van berouw’ en ‘weesgegroetjes ‘ gebeden. En vooral heeeel hard om hulp geschreeuwd. Door het lawaai van de dorsmachine werd dat aanvankelijk niet gehoord. Langzaam dreef de boot naar het midden van ‘de knaal.’
Broer Harrie had op een bepaald moment toch het geschreeuw gehoord. “Mam, mam , os Bèr liktj inne knaal’. In korte tijd stond iedereen van ons gezin die op dat moment thuis was op de dijk en ook de twee knechten stonden erbij. Mijn vader, die niet kon zwemmen, wilde mij komen redden. De anderen moesten hem tegen houden.
Twee van mijn broers konden wel zwemmen , maar schoten niet direct te hulp. Want zij zagen wat ik ook zag maar in paniek mij niet realiseerde. Er kwam een grote lege boot met daarvoor een sleepbootje aangevaren. Hoge golven voor zich uit stuwend. Vanuit mijn ‘point of view’ waren de golven hoog als tsunami`s waardoor ik nog harder schreeuwde en verder in paniek raakte. Maar zij zagen dat het sleepbootje was losgegooid van de grote boot en op ‘vaart’ was om mij te komen redden. Dat zal men ongetwijfeld naar mij geschreeuwd hebben, maar ik zag alleen grote wit schuimende golven.
De schipper voer pal naast mij , pakte mij bij mijn kraag en haalde mij uit het water. Dat was op het nippertje want ik had hard op de rand van de boot geslagen en mijn hand deed pijn. Op het allerlaatste moment riep ik : “Schipper pak mij!” en liet los. Op dat moment werd ik in mijn kraag gegrepen. Bijna was ik tussen de twee boten alsnog verdwenen. Ik werd naar de kant gebracht, moest een beker warme melk drinken en werd in bed gestopt. Naar schatting heb ik meer dan een uur in het kanaal gehangen.
`s Avonds ging ik met mijn vader weer het kanaal over omdat ik dienst had als misdienaar in het ‘Lof’. Wat was nu de rol van mijn crêpe papieren hoedje? De schipper aan het roer van de grote lege boot had met haar verrekijker ‘iets feestelijks’ in het water gezien: mijn feesthoedje ! Zij was naar voren gelopen naar de schipper in de sleepboot , haar man, en had geroepen wat zij zag. Hij gooide het sleeptouw los, kwam in volle vaart op mij af en viste mij uit het water.
Misschien was de schippersvrouw gewaarschuwd door het ‘engeltje ‘dat van mijn schouder naar haar was gevlogen? Helaas heb ik nooit geweten wie het schippersechtpaar was.
Met Ergens in Nederland brengt historicus Jac. Biemans een vrijwel vergeten hoofdstuk uit zowel de Nederlandse filmgeschiedenis als de lokale oorlogsgeschiedenis opnieuw tot leven. Centraal staat cameraman Akos Farkas, een joodse vluchteling die een belangrijke bijdrage leverde aan de ontwikkeling van de Nederlandse geluidsfilm en tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn gezin in Cranendonck een veilig onderkomen vond.
Van Berlijn naar de Nederlandse filmstudio’s
Akos Farkas vluchtte begin jaren dertig uit Duitsland, waar het nationaalsocialisme steeds nadrukkelijker het openbare leven begon te beheersen. Via Parijs kwam hij in Nederland terecht. Hier vond hij werk in een jonge filmindustrie die volop in ontwikkeling was. Hij werkte mee aan bekende producties als Willem van Oranje, De Jantjes, Merijntje Gijzen’s Jeugd en Boefje.
Een speurtocht door archieven en familieverhalen
De belangstelling van Jac. Biemans voor de familie Farkas ontstond tijdens gesprekken met een van de laatste nog levende verzetsmensen uit de regio. In 2017 wist Biemans contact te leggen met de kinderen van Akos Farkas in de Verenigde Staten. Hun herinneringen vormden samen met uitgebreid archiefonderzoek de basis voor het boek.
Akos Farkas en Lotty Farkas-Cohen met hun kinderen Paula en Loet. Particuliere collectie, Verenigde Staten.
De Vrijbuiters en de rode woonwagen
Een belangrijke plaats in het verhaal wordt ingenomen door Harrie Semler en Trien Semler-Hendriks. Via dit echtpaar kwam de familie Farkas uiteindelijk in Maarheeze terecht. Vanuit hun karakteristieke rode woonwagen opereerde verzetsgroep De Vrijbuiters. Deze groep maakte deel uit van een internationaal netwerk dat geallieerde piloten hielp ontsnappen uit bezet gebied.
De Rode woonwagen van de familie Semler-Hendriks in Maarheeze. (Foto: NIOD, Amsterdam)
De moed en inzet van Harrie Semler (1906-1973) en Trien Semler-Hendriks (1901-1979) bleven niet onopgemerkt. Op 21 november 1946 ontvingen zij de Medal of Freedom with Bronze Palm voor hun hulp aan geallieerde militairen en vervolgde burgers.
Cranendonck als toevluchtsoord
Tijdens de bezettingsjaren verbleef het gezin Farkas ondergedoken in Maarheeze en later in Soerendonk. Dankzij de inzet van vele inwoners uit de regio wist het gezin de oorlog te overleven. In het boek figureren ook de ouders van pater Gerard Heesterbeek OFM.
Emotionele boekpresentatie
Tijdens de presentatie van het boek in De Smeltkroes in Maarheeze waren de zoon van Akos Farkas en diens dochter speciaal vanuit de Verenigde Staten naar Nederland gekomen. De Akos’kleindochter sprak een ontroerend dankwoord uit.
Burgemeester Roland van Kessel ontving het eerste exemplaar van het boek, terwijl de zoon van Akos Farkas het eerste exemplaar van de Engelstalige vertaling ontving.
Over de auteur
Drs. Jac. Biemans (1963) studeerde geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en was werkzaam bij Erfgoed ’s-Hertogenbosch. Hij verzorgde diverse publicaties en was actief als beeldredacteur. In 2016 verscheen zijn boek August von Bonstetten. Een Zwitsers militair schetst ’s-Hertogenbosch 1815-1824. Daarnaast is Jac. Biemans een prominent lid van De Aldenborgh en was hij jarenlang voorzitter van Erfgoedvereniging De Baronie van Cranendonck.
Boekinformatie
Ergens in Nederland is verschenen bij Boom Uitgevers en kost € 22,90. Het boek is verkrijgbaar via de uitgever, online boekhandels en de lokale boekhandel. Op vrijdagmiddag 21 augustus 2026 is Jac. Biemans bovendien één van de sprekers tijdens het minisymposium Tussen Heide en Garnizoen in Bocholt (B), waar het boek eveneens verkrijgbaar zal zijn en gesigneerd kan worden.
Laatste plaatsen voor middagvoorstelling; vanwege grote belangstelling extra vertoning
De belangstelling voor de filmvoorstelling ‘Zoeë keumptj ’t schoeëns van Wieërt…’ is zo groot dat de laatste plaatsen voor de middagvoorstelling momenteel worden verkocht. Daarom is besloten een extra avondvoorstelling toe te voegen.
De bijzondere filmvoorstelling staat in het teken van de bevrijding van Weert op 22 september 1944 en brengt bezoekers terug naar het Weert van vroeger. De voorstelling vindt plaats in het Munttheater en wordt mogelijk gemaakt door het Geschied- en Oudheidkundig Genootschap De Aldenborgh en Stichting 4 en 5 Mei Weert.
In de film zijn unieke historische beelden te zien van onder meer de aanleg van de spoorlijn naar Eindhoven, de bouw van het station, processies in de stad en de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook de bevrijding van Weert komt uitgebreid aan bod. De beelden worden begeleid door het authentieke en vaak humoristische commentaar in Weerts dialect van meesterverteller Huub van den Bosch, beter bekend als Huub van Gonnebertje.
Huub vertelt daarbij ook over zijn persoonlijke herinneringen aan de bevrijding, die hij als jonge Mulo-student meemaakte. Zijn verhalen brengen de geschiedenis op een levendige en herkenbare manier tot leven.
De oorsprong van deze bijzondere film gaat terug naar 1993. Weertenaar Jos Peeters maakte destijds videobeelden van een zeer succesvolle diavoorstelling van Huub van den Bosch, georganiseerd ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de VVV Weert en omstreken. Dankzij deze registratie zijn zowel de historische beelden als het oorspronkelijke commentaar bewaard gebleven.
Met de extra avondvoorstelling krijgen nog meer belangstellenden de kans om deze unieke combinatie van Weerter geschiedenis, historische filmbeelden en dialectvertellingen te beleven. De organisatie adviseert geïnteresseerden niet te lang te wachten met reserveren.
Praktische informatie
Datum: dinsdag 22 september 2026
Aanvang middagvoorstelling: 14.00 uur
Aanvang avondvoorstelling: 20.15 uur
Locatie: Munttheater Weert
Organisatie: Geschied- en Oudheidkundig Genootschap De Aldenborgh en Stichting 4 en 5 Mei Weert
Ter gelegenheid van het 200-jarig jubileum van de Zuid-Willemsvaart presenteert Fotogroep Weert in samenwerking met De Aldenborgh een nieuwe fototentoonstelling. De tentoonstelling is te bezichtigen in de hal van het NS-station in Weert.
Met deze expositie brengen de leden van Fotogroep Weert een ode aan de Zuid-Willemsvaart.
De tentoonstelling sluit aan bij de vele activiteiten die dit jaar worden georganiseerd rond het 200-jarig bestaan van de Zuid-Willemsvaart.
Bezoekers van het station kunnen de expositie gratis bekijken tijdens de openingstijden van het station. De tentoonstelling biedt zowel reizigers als andere belangstellenden een verrassende blik op een waterweg die al generaties lang onlosmakelijk verbonden is met Weert.
De première van het nieuwe seizoen van Gluren bij de Buren vond op dinsdag 7 juli plaats op Roeven. Met ongeveer 300 deelnemers kende de cultuurhistorische wandeling een recordopkomst.
De bezoekers werden muzikaal welkom geheten door Shantygroep Aan Paol 60. Vervolgens spraken Peter Korten, voorzitter van Stichting De Aldenborgh en coördinator van Gluren bij de Buren, Alfons Bruekers namens de Erfgoedgemeenschap Nederweert en oud-Roevenaar, pater Jan Verboogen een welkomstwoord uit.
In groepen maakten de deelnemers een wandeling langs zeven historische locaties in Roeven. Een van de rode draden tijdens de tocht was het 200-jarig jubileum van de Zuid-Willemsvaart, maar ook de veel oudere geschiedenis van Roeven kreeg ruime aandacht.
Op de Molenberg werd verteld over de Roevenwaerdtmolen, de Fossa Peellandia en een mogelijk middeleeuws pottenkruierskamp. Bij de eeuwenoude boerderij Gieze hoorden de deelnemers verhalen over Teutenfamilies, gevelstenen, heksen en weerwolven. Ook het Hagelkruis kwam aan bod, dat in 1912 werd geplaatst nadat een oogst volledig door hagel was verwoest.
Bij de Schans van Roeven werd stilgestaan bij de Tachtigjarige Oorlog. De gidsen vertelden hoe inwoners zich in de zeventiende eeuw beschermden tegen plunderende troepen door een versterkt toevluchtsoord aan te leggen. Vervolgens kwamen de Arishoek en molen De Windlust aan bod. Hier werd onder meer ingegaan op de middeleeuwse oorsprong van de omgeving en de geschiedenis van de molen, die sinds 1872 graan maalde en olie perste.
Ook de herkomst van de naam Roeven werd toegelicht. De naam verwijst vermoedelijk naar een ven met ijzerhoudend water dat een roodachtige kleur had. Verder werd aandacht besteed aan de Peel-Raamstelling uit de Tweede Wereldoorlog, de kazematten in het landschap en de bekende Paol 60 langs de Zuid-Willemsvaart.
Bij Sluis 15 werd verteld over de bouw van de eerste betonnen sluis in de regio en de bijbehorende waterkrachtcentrale, die vanaf de jaren twintig elektriciteit leverde aan de sluis, de sluiswachterswoningen en omliggende boerderijen. Hoewel de centrale niet meer in gebruik is, heeft het gebouw tegenwoordig de status van rijksmonument.
De wandeling werd gedurende de avond opgeluisterd door de muziek van Shantygroep Aan Paol 60. Na afloop werd nog geruime tijd nagepraat op het terras van Guulke Eten & Drinken.
Dankzij de samenwerking tussen de Erfgoedgemeenschap Nederweert, Stichting De Aldenborgh, buurtvereniging Schoor, Scouting Nederweert en de enthousiaste lokale vertellers uit Roeven werd de eerste editie van Gluren bij de Buren van dit seizoen een groot succes.
Op dinsdag 21 juli 2026, de Belgische Nationale Feestdag, brengt de tweede editie van Gluren bij de Buren ons naar Lozen, een deelgemeente van Bocholt in Belgisch Limburg.
Dit dorp in de Limburgse Kempen ligt pal aan de Nederlandse grens en grenst zowel aan Nederlands-Limburg als aan Noord-Brabant. Lozen telt ruim 1.100 inwoners en kent een bijzondere geschiedenis die nauw verbonden is met water, kanalen en scheepvaart.
Vermoedelijk ontstond Lozen in de 15e eeuw als een gemeenschap van leemstekers. De moerassige omgeving werd in de 19e eeuw grotendeels ontgonnen dankzij de aanleg van de Lossing en de Zuid-Willemsvaart, die in 1826 werd voltooid. Toch begon de geschiedenis van de kanaalwerken al eerder. Onder Napoleon werd gewerkt aan het ambitieuze Grand Canal du Nord, dat Antwerpen met Venlo moest verbinden. Lozen lag op het hoogste punt van dit kanaal en speelde daardoor een belangrijke rol in de watervoorziening ervan.
Met de aanleg van de Zuid-Willemsvaart in opdracht van koning Willem I groeide Lozen uit tot een belangrijk knooppunt van kanalen en sluizen. Het kanaal heeft sindsdien een grote invloed gehad op het leven van de inwoners en op de ontwikkeling van de streek.
Tijdens deze excursie ontvangen wij u graag in de Sint-Benedictuskerk. Van daaruit maken we een wandeling van ongeveer 2,5 kilometer naar de beroemde “Stop van Lozen”, waar Sluis 17 en, enkele kilometers verderop, Sluis 18 zich bevinden. Deze sluizen zijn berucht én beroemd bij binnenvaartschippers en automobilisten.
Onderweg hoort u verhalen over de Zuid-Willemsvaart, de leemstekers, de watering, de voormalige kweekvijvers voor zoetwatervis en de historische betekenis van Lozen als waterknooppunt. Uiteraard komen ook koning Willem I en Napoleon aan bod. Vooral Napoleon koesterde grootse plannen voor deze regio, met het Grand Canal du Nord als onderdeel van zijn ambitie om de handel en scheepvaart in zijn rijk te versterken.
De rondvaarten rond het 200-jarig jubileum van de Zuid-Willemsvaart waren een groot succes. Door de enorme belangstelling werden extra boottochten georganiseerd, waardoor uiteindelijk meer dan 1.000 bezoekers konden deelnemen aan een unieke rondvaart langs Weert.
De jubileumrondvaarten waren een initiatief van geschied- en oudheidkundig genootschap De Aldenborgh in nauwe samenwerking met de Stadsgidsen Weert. Tijdens de vaarten vertelden de stadsgidsen Jos Leenders en Theo Halfers boeiende verhalen over de geschiedenis van de Zuid-Willemsvaart voorzien met prachtige beelden uit het verleden.
Woensdag 9 juli verzorgde de Spaanse muziekgroep Banda Unió Protectora Musical de Llombai uit de regio Valencia een bijzonder varend concert. Het gezelschap vertrok per boot vanaf de Industriekade en bracht tijdens de tocht live muziek ten gehore op de Zuid-Willemsvaart.
Dit Kanaalconcert vormde een sfeervol onderdeel van het jubileumprogramma en onderstreepte hoe water, cultuur en muziek mensen met elkaar konden verbinden.
Hoewel de eerste jubileumrondvaart te maken kreeg met een onverwachte onderbreking door een technische storing aan de Stadsbrug, konden de festiviteiten snel worden hervat. De storing werd met spoed verholpen en Rijkswaterstaat kon de brug dezelfde middag weer vrijgeven voor het vaarverkeer, ook al zag het er aanvankelijk niet naar uit dat dit zo snel zou lukken.
Vervolg
Het succes van de jubileumrondvaarten krijgt bovendien een vervolg. De Aldenborgh en de Stadsgidsen Weert maken bekend dat zij ook in de toekomst opnieuw boottochten willen organiseren.
Nederweert
Ook in Nederweert worden plannen ontwikkeld voor rondvaarten. In samenwerking met de Erfgoedgemeenschap Nederweert wordt gekeken naar vaarten rond het karakteristieke Kanaleneiland. Daarbij kunnen deelnemers kennismaken met de rijke geschiedenis van de kanalen Zuid-Willemsvaart, Noordervaart en het kanaal Wessem-Nederweert en met de belangrijke rol die deze waterwegen speelden in de ontwikkeling van Nederweert.
Wanneer deze rondvaarten in Weert en Nederweert daadwerkelijk kunnen plaatsvinden, is nog niet bekend. De planning is afhankelijk van de werkzaamheden aan Sluis 15. Door het omvangrijke onderhoud en de daarmee samenhangende stremming van het vaarverkeer zijn de mogelijkheden voorlopig beperkt.
Zodra er meer duidelijkheid is over de voortgang van de werkzaamheden, zullen de betrokken organisaties de data bekendmaken.
Foto van de organisatoren van de boottocht: Aldenborgh-voorzitter Peter Korten, stadsgidsen Jos Leenders en Theo Halfers en kapitein Paul van der Lusdonk
Twintig jaar geleden ontstond binnen Stichting De Aldenborgh uit Weert en de Geschied- en heemkundige kring “Het Land van Thorn” een eenvoudig idee: mensen op een laagdrempelige manier kennis laten maken met het rijke cultuurhistorische erfgoed van hun eigen omgeving.
Wat begon als een bescheiden avondwandeling in Molenbeersel in 2005 groeide uit tot een geliefde traditie die vandaag bekendstaat als ‘Gluren bij de Buren’.
Tijdens deze cultuurhistorische zomeravonden krijgen deelnemers de kans om bijzondere locaties, monumenten en historische plekken te bezoeken die vaak verborgen blijven voor het grote publiek.
Lokale gidsen, kenners en vrijwilligers vertellen daarbij de verhalen achter gebouwen, landschappen en gebeurtenissen die onze streek hebben gevormd.
Het succes van ‘Gluren bij de Buren’ schuilt in zijn eenvoud.
Er is geen entree, geen ingewikkelde formule en geen drempel om deel te nemen. Iedereen met belangstelling voor geschiedenis, erfgoed en het leven van vroeger is welkom.
Die toegankelijkheid heeft ervoor gezorgd dat de activiteiten door de jaren heen honderden bezoekers per avond hebben aangetrokken uit de hele grensstreek.
Minstens zo belangrijk is de inzet van de vele vrijwilligers, organisatoren en plaatselijke deskundigen.
Dankzij hun enthousiasme en kennis krijgt het verleden een stem en worden verhalen bewaard voor toekomstige generaties. Bovendien zorgen de ontmoetingen tussen deelnemers voor een bijzondere verbondenheid met de eigen leefomgeving.
In de voorbije twintig jaar werden tientallen locaties bezocht, verspreid over de dorpen van de regio. Van Helden tot Dorne, van Grevenbicht tot Bocholt, van Valkenwaard tot Swalmen. Iedere editie bracht nieuwe ontdekkingen, verrassende verhalen en waardevolle ontmoetingen.
Daarmee heeft ‘Gluren bij de Buren’ niet alleen bijgedragen aan de kennis van ons erfgoed, maar ook aan de waardering en het behoud ervan.
Ter gelegenheid van het twintigjarig jubileum kijken de vrijwilligers met trots terug op twee decennia cultuurhistorische zomeravonden.
Wat ooit begon als een kleinschalig initiatief is uitgegroeid tot een vaste waarde op de culturele kalender. Een prestatie die mogelijk werd gemaakt door de inzet van velen en de blijvende belangstelling van ons trouwe publiek.
Met dank aan iedereen die de afgelopen twintig jaar heeft meegewerkt aan het succes van ‘Gluren bij de Buren’.
Samen hebben wij onze geschiedenis zichtbaar, beleefbaar en levend gehouden.
En dat proberen we blijven te doen, ook in de zomer 2026. Alhoewel er steeds meer uitdagingen zijn voor de organisatoren, zoals minder horecagelegenheden, kerken en toenemende regelgeving.
Ingesloten treft u de Cultuurhistorische Zomerfolder 2026 – Jubileumeditie 20 jaar Gluren bij de Buren aan.