De Aldenborgh geeft de Weerter geschiedenis een podium!

Dat is onze slogan – en die blijven we waarmaken. En met succes. ‘Zoeë keumptj ’t schoeëns van Wieërt’ is op 22 september maar liefst twee keer uitverkocht. Een prachtige belangstelling voor de geschiedenis van onze stad.

Maar we gaan alweer volle vaart vooruit. Op zondag 22 november presenteert De Aldenborgh in het Munttheater de nieuwe theatershow:

‘De vaart erin’ – 200 jaar Zuid-Willemsvaart

Tweehonderd jaar geleden veranderde de komst van de Zuid-Willemsvaart Weert en omgeving ingrijpend. In deze nieuwe theaterproductie vertellen we het verhaal van het kanaal en vooral van de mensen die ermee leefden en werkten.

Alfons Bruekers vertelt over een Spaans Kanaal, Joost Welten neemt het publiek mee in het verhaal van een Frans Kanaal en Theo Schers belicht de aanwezigheid van Duitsers en Engelsen aan het Kanaal.

Daarnaast brengt Stadsgidsen regio Weert met een bijzondere beeldpresentatie het kanaal van vroeger opnieuw tot leven.

Ook de persoonlijke verhalen krijgen een plaats. Peter Crins legde voor deze productie de herinneringen vast van streekgenoten die het kanaal nog uit eigen vooroorlogse ervaring kennen. Senioren vertelden voor de camera over hun belevenissen en herinneringen. Zo wordt de geschiedenis niet alleen verteld aan de hand van feiten en oude beelden, maar ook door de mensen die er zelf deel van uitmaakten.

Muziek ontbreekt uiteraard niet. Bijzonder is het eerste officiële optreden van ‘onder nieuwe naam’, een nieuwe muzikale formatie die is ontstaan uit een samenwerking tussen Het Tungelroys Orkest en Harmonie St. Joseph Weert-Zuid.

En er is nóg een voorproefje: tijdens de middag lichten we alvast een tipje van de sluier op van de nieuwe Weerter musical Code Napoléon – Weert in de Franse Tijd.

Kortom: historie, oude beelden, persoonlijke verhalen, interviews en veel muziek komen samen in een afwisselende middag waarin 200 jaar Zuid-Willemsvaart opnieuw tot leven komt.

De kaartverkoop is gestart. Volgende week brengen we De vaart erin ook via de media onder de aandacht. De vorige productie was twee keer uitverkocht, dus voorkom teleurstelling en bestel tijdig uw kaarten.

Zondag 22 november 2026 – 14.00 uur
Munttheater Weert
Entree € 19,- inclusief pauzedrankje

Bestel hier uw ticket

Het Munttheater is telefonisch bereikbaar van dinsdag t/m vrijdag tussen 11:00 – 12:30 uur en 13:00 – 17:00 uur via telefoonnummer 0495-513575

De Aldenborgh geeft de Weerter geschiedenis een podium.

De Aldenborgh op excursie naar Neuss

Op maandag 31 augustus vertrok een gezelschap vanuit Weert en Thorn voor een dagtocht naar Neuss, een van de oudste steden van Duitsland en sinds kort partnerstad van Weert.

Na aankomst in Neuss volgde eerst een bijzondere ontvangst in het raadhuis. De burgemeester van Neuss, dr Reiner Breuer verwelkomde het gezelschap geheel in stijl: vanwege het Neusser Bürger Schützenfest was hij gekleed in schuttersuniform.

Namens De Aldenborgh bood de voorzitter Peter Korten hem het boek Weert, Het verleden van een stad van drs. Frits Nies aan.

Daarna was het tijd om Neuss zelf te ontdekken. De geschiedenis van de stad gaat meer dan tweeduizend jaar terug. Al in 16 v.Chr. stichtten de Romeinen er het legerkamp Novaesium. Door haar gunstige ligging aan de Rijn groeide Neuss later uit tot een belangrijk handelscentrum. Tijdens een historische stadswandeling onder leiding van Duitstalige en Nederlandstalige gidsen maakten de deelnemers kennis met monumenten en verhalen.

Na de wandeling was er gelegenheid om op eigen gelegenheid te lunchen en de Landesgartenschau 2026 te bezoeken.

Het geplande hoogtepunt van de middag was het Neusser Bürger Schützenfest. Dit schuttersfeest wordt al sinds 1823 jaarlijks gehouden en behoort tot de grootste schuttersfeesten van Duitsland. Voor het gezelschap waren tribuneplaatsen gereserveerd om de grote optocht met schutters, muziekkorpsen en ruiters te kunnen aanschouwen.

Maar juist op dat moment bleek het weer spelbreker. Vanwege de aanhoudende regen werd de middagoptocht afgelast. Daarmee viel een belangrijk onderdeel van het programma weg. Toch trotseerden nog enkele muziekkorpsen het weer. Vanwege de weersomstandigheden werd besloten eerder huiswaarts te keren.

Dat onverwachte en vooral natte einde deed echter weinig af aan een interessante excursiedag.

De historische kennismaking met Neuss, het bezoek aan de Landesgartenschau en niet in de laatste plaats de bijzondere ontvangst door de burgemeester maakten de reis naar onze Duitse partnerstad zeker de moeite waard.

Foto’s mevrouw Kessels

Tussen Heide en Garnizoen: groot succes met bijna 200 bezoekers

Het symposium ‘Tussen Heide en Garnizoen’, georganiseerd in het kader van de Cultuurhistorische Zomer, mag terugblikken op een bijzonder geslaagde editie. Bijna 200 geïnteresseerden kwamen op vrijdag 21 augustus naar het Parochiehuis van Bocholt om zich te verdiepen in twee eeuwen militaire geschiedenis van de Limburgs-Brabantse grensstreek.

Tijdens vier boeiende lezingen stond het militaire verleden van onze regio centraal. Martin Bogaert vertelde over Kamp Beverlo en de kazerne van Kaulille. Peter Korten nam wegens ziekte van Bèr Geelen de lezing over het Weerter garnizoen voor zijn rekening. Jac Biemans belichtte de geschiedenis van Legerplaats Budel en Danny Bijnens sloot af met het verhaal van de vliegbasis Kleine-Brogel, voorbereid samen met Robert Bosmans.

De sprekers maakten duidelijk hoe kazernes, legerkampen, oefenterreinen en vliegvelden gedurende twee eeuwen hun stempel drukten op het landschap én op het dagelijkse leven van de bevolking. Internationale gebeurtenissen, van oorlogen tot de Koude Oorlog, waren daarbij ook in onze grensstreek duidelijk voelbaar.

En er wordt al vooruitgekeken naar volgend jaar. Dan staat het 6de Cultuurhistorische Zomersymposium op het programma. Het thema wordt ‘lokale brouwerijen’. Een onderwerp dat in een streek met een rijke bier- en brouwerijtraditie ongetwijfeld opnieuw heel wat boeiende verhalen naar boven zal brengen.

De middag werd georganiseerd door de Geschied- en heemkundige kring van Bocholt VZW, De Aldenborgh en kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap.

Foto’s Marc Faes

Vol theatercafé voor verhalen achter de ramen van de St. Martinuskerk

Een vol foyer en volop verhalen uit Weert en omgeving: ruim 120 belangstellenden bezochten donderdag 27 augustus in het Munttheater de lezing De namen achter de ramen van de St. Martinuskerk. Het theatercafé was tot de laatste stoel gevuld.

De kleurrijke glas-in-loodramen van de St. Martinuskerk zijn voor veel Weertenaren een vertrouwd gezicht. Minder bekend zijn de verhalen achter de namen die in de ramen te vinden zijn. Veel ramen werden tussen 1907 en 1928 gemaakt door de Roermondse gebroeders Jean en Piet den Rooijen en geschonken door families en andere betrokkenen uit Weert en omgeving.

Tijdens de lezing namen Harriët Blaas, John van Cauteren, Alfons Bruekers, Peet Mertens en Peter Korten het publiek mee in deze bijzondere familiegeschiedenissen. En die bleken soms verrassend ver buiten Weert te voeren.

Zo was er aandacht voor pastoor Caris uit Ospel, die als missionaris in de Amerikaanse staat Virginia werkte voordat hij pastoor in Ospel werd. Ook Victor de Stuers passeerde de revue. Hij speelde samen met architect Pierre Cuypers een belangrijke rol bij het behoud van Nederlandse monumenten en had eveneens een bijzondere band met de Weerter ramen.

Maar er waren veel meer bekende en minder bekende namen om te ontdekken. Onder andere de orgelbouwfamilie Vermeulen-Hermans, het gezin van dr. Peeters, de Heilige Familie van Weert, de families Smeets en Waelbers en de familie Janssens van ‘het kasteeltje’ aan de Emmasingel kwamen aan bod. Zo vormden de ramen het vertrekpunt voor een middag vol verhalen over families, geloof, kunst en de geschiedenis van Weert.

De grote belangstelling onderstreepte hoezeer het lokale erfgoed leeft. Na afloop werd tijdens de gezellige nazit dan ook nog volop nagepraat en werden herinneringen en verhalen uitgewisseld. De middag werd georganiseerd door Stichting Martinus Monument en De Aldenborgh, in samenwerking met Erfgoedgemeenschap Nederweert.

Foto’s Erfgoedgemeenschap Nederweert en De Aldenborgh

Aankondiging Gluren bij de Buren…. Geldrop

GELDROP, DINSDAG 11 AUGUSTUS 2026

Gluren bij de Buren… in Geldrop

Aanvang: 19.00 uur: H. Brigidakerk

Nieuwendijk 2, 5664 HM  Geldrop

Parkeren: diverse parkeerterreinen in het centrum. Vanaf 18.00 uur gratis.

De eerste vermelding van “Gheldorpe” stamt uit 1296 en duidt een enclave van Gelre aan in het hertogdom Brabant. De meest logische verklaring van de naam is dan ook ‘dorp van Gelre’. In de eerste helft van de veertiende eeuw wordt buiten de woonkernen van de nederzetting een versterkt huis De Burght gebouwd, waarna in 1340 op een andere locatie de bouw van een woontoren volgt, de eerste fase van het huidige kasteel. Op het hoogste punt van de nederzetting, op de locatie van de huidige H. Brigidakerk, laat de heer in dezelfde periode een gotische kerk bouwen, die diverse opvolgers krijgt. In de oorspronkelijke landbouwnederzetting wordt het weversambacht steeds belangrijker en verschijnen de fabrikeurs, voorlopers van de textielfabrikanten. In de negentiende eeuw zorgen diverse ontwikkelingen voor een enorme groei van de textielindustrie. Geldrop wordt dan een dorp met fabrieksgebouwen en schoorstenen, arbeidershuisjes en statige fabrikantenhuizen.

Met dit rijke cultuurerfgoed maakt u kennis tijdens de tocht door het centrum, waar gidsen u bijpraten over de Geldropse geschiedenis. Na afloop kunt u op het Horecaplein (Heuvel) nog even nagenieten.

Excursie naar Neuss op 31 augustus 2026 

Na onze succesvolle excursie dit voorjaar naar Dordrecht gaan we de laatste dag van augustus naar Duitsland.

De aanstaande excursie brengt ons namelijk naar Neuss, een van de oudste steden van Duitsland én sinds kort een partnerstad van Weert.

Neuss kent een geschiedenis die meer dan 2.000 jaar teruggaat. Al in 16 v.Chr. stichtten de Romeinen hier het legerkamp Novaesium. Dankzij de gunstige ligging aan de Rijn ontwikkelde de stad zich tot een belangrijk handelscentrum. Tijdens een historische stadswandeling (Duits sprekende gidsen) ontdekt u de vele monumenten en verhalen die herinneren aan dit rijke verleden.

Na de lunch op eigen gelegenheid staat een bezoek aan de Landesgartenschau 2026 op het programma. Deze tentoonstelling laat zien hoe natuur, bloemen, tuinarchitectuur en duurzaamheid samenkomen in een kleurrijk park vol inspirerende tuinen, kunst en recreatie. Een feest voor iedereen die van bloemen en groen houdt.

Het hoogtepunt van de dag is het Neusser Bürger Schützenfest, een traditie die sinds 1823 jaarlijks wordt gevierd en behoort tot de grootste schuttersfeesten van Duitsland.

Vanaf de tribune beleven we de indrukwekkende optocht met talloze schutters in kleurrijke uniformen, bloemen, muziekkorpsen en ruiters. De unieke combinatie van eeuwenoude tradities, gastvrijheid en feestelijke sfeer maakt dit evenement tot een bijzondere belevenis. Na de optocht is er nog voldoende vrije tijd om de kermis, het bruisende stadscentrum of het schuttersfeest verder te verkennen, voordat we aan het begin van de avond huiswaarts keren. Wij wensen u een gezellige en onvergetelijke dag toe, vol historie, bloemenpracht en schutterstradities!

Overzicht van het programma  

08.00 uur :Vertrek vanuit Weert, Sint Jozefskerkplein 3. Keent

08.20 uur: Vertrek vanuit Thorn, parkeerplaats sportpark Ter Koel, Ittervoorterweg 51

09.30 uur: Aankomst in Neuss

09.45 uur: Koffie/thee en versnapering

10.30 uur: Historische wandeling met gidsen

12.30 uur: Lunch en bezoek op eigen gelegenheid  Landesgartenschau 2026

15.45 uur: Vanaf tribuneplaatsen optocht Neusser Bürger Schützenfest 2026 aanschouwen

17.00 uur: Vrije tijd om de kermis, stad of schuttersfeest te bekijken en iets te eten

18.30 uur: Vertrek naar Weert en Thorn. Wees dus op tijd bij de vertrekplaats

19.30 uur: Verwachte aankomst Thorn.

20.00 uur: Verwachte aankomst Weert

Genoemde tijden en programmavolgorde zijn bij benadering.

Deelnamekosten en aanmelding

Deelnemers die lid zijn van het LGOG, vriend van de Aldenborgh of lid van de GHK “Het Land van Thorn”, betalen een bedrag van € 58,00; niet-leden/vrienden betalen € 70.00.

In de deelnemersbijdrage zijn begrepen: de kosten van de bus, koffie/thee met versnapering, begeleide Duitstalige stadswandeling Neuss, entree Landesgartenschau 2026, tribuneplaatsen, fooi voor de chauffeur.

De aanmelding voor deelname aan de excursie dient te geschieden door overschrijving van het deelnamebedrag op bankrekening IBAN NL31 RABO 0176 968 3 34 ten name van stichting De Aldenborgh.

Uw betaling geldt als aanmelding. U dient bij de omschrijving duidelijk te vermelden: 

1) Na(a)m(en) van de deelnemer(s) 

2) Neuss

3) Uw opstapplaats

Er zijn voor deze excursie 54 plaatsen beschikbaar. Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval voor 21 augustus a.s. 

Als u na aanmelding/betaling om de een of andere reden alsnog moet afzien van deelname en de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dient u zelf voor vervanging te zorgen.

Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.

Deze excursie is namens het L.G.O.G, Kring Weert, de Aldenborgh en de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” georganiseerd door Peter Korten. Bereikbaar onder telefoonnummer 06-53284665.

Deelname geschiedt voor eigen risico. De organisatie is niet aansprakelijk voor schade of verlies. Tijdens de excursie kunnen opnamen gemaakt worden voor publicatie.

Wij wensen u voor 31 augustus a.s. een heel leerzame en aangename excursie toe.

De Knaal

Wij woonden tot 1957 in de laatste boerderij vóór de Belgische grens aan de Loozerweg. Bij veel mensen is de plek beter bekend als daar waar “Grosveld, de dierenpreparateur” woonde.

De boerderij werd in 1933 gebouwd in opdracht van de “Maatschappij tot exploitatie der steenkolenmijnen Laura & Vereeniging” te Eijgelshoven voor een bedrag van FL. 4000,–.

Het gold als een ontginningsboerderij en viel onder toezicht van ‘ De Nederlandse Heide Maatschappij’. Het werk werd uitgevoerd door J. Heijnen Nederweert Eind.

In water werd voorzien door middel van een waterput waarop aangesloten een koperen pomp. Elektriciteit aansluiting was er niet.

Foto: 1933 boerderij in aanbouw. Toen Lozerweg nr. 9 nu nr. 119.

De eerste pachter was mijn vader M. H. Peeters. Hij woonde met zijn ouders op de St. Petrushoeve aan de Kruispeelweg. Dat is nu Domein Laurabos – Golfbaan Crossmoor , Laurabosweg 8.


Hij wilde graag boer worden en begon op de nieuwe boerderij samen met zijn oudste zus. In 1933 werd al de eerste rogge oogst binnen gehaald. In 1936 trouwde mijn vader met W. Smolenaers , ons moeder. Zij woonde op boerderij ‘D`n Helmonder’ – de boerderij bij De Lichtenberg.’
Het was ‘hard labeur’. De grond was droge, arme zandgrond. Samen met Chel Gielen, een knecht uit België, groef mijn vader de kanaaldijk open om er gresbuizen in te leggen waardoor water uit ‘de knaal’ kon worden ingelaten. Hij had zo zijn eigen ‘vloeiweidesysteem’ : het kanaalwater bevat ook kalk die de nutriënten arme, zure zandbodem wat extra voedingsstoffen gaf.


Onze eerste buren – de familie Janssen – woonden op een boerderij ruim 2 km verder richting Altweerterheide aan de Vetpeelweg. Bij veel Weertenaren bekend als ‘De Frenck’ omdat er later een familie Frencken woonde. De volgende buren waren de familie Cuijpers van D`n Advekaot en Teeuwen van Ceresa. Met de jongste dochter van de familie Janssen ben ik al vele jaren getrouwd. Haar ouders waren een paar keer verhuisd, mijn ouders ook. Uiteindelijk werden wij opnieuw buren en zo is het gekomen….


De weg naar ons dorp Altweerterheide , vijf kilometer verder op, was een rulle zandweg. Wij gingen niet in Altweerterheide naar school , maar naar Budel-Dorplein. Het was uitzonderlijk dat wij als kinderen van de boerderij daar naar school mochten. Er zaten alleen kinderen van de ‘ouvriers’ en ‘employés’ van de zinkfabriek op school. Wij werden ook elk jaar door de schoolarts apart onderzocht. We konden wel eens enge ziekten van de boerderij onder de leden hebben….


Om daar te komen moesten wij eerst ‘de knaal’ oversteken.
Mijn vader had ooit een ‘Parlevinkersboot’ gekocht waarmee hij langs de schepen voer die vanaf het ‘Beuldergaat’ ( het haventje van Dorplein) tot de Belgische grens lagen aangemeerd. Zij moesten worden ingeklaard voordat zij België mochten binnen varen.

Foto: Parlevinkersboot . Voorop Bèr met naast hem broer Theo

Bij ons gemengd bedrijf met koeien, varkens en kippen runden wij ook een winkeltje met ‘koloniale waren’ en verkochten aan de schippers producten van de boerderij en o.a. meel en suiker uit de winkel. Jarenlang hebben wij ook vele gezinnen op Dorplein van aardappelen voorzien. Wij stonden bekend als ‘Oh, da zien d`r van Peeters van ‘’ d’n Erpelenboer”. Daar zetten ze erpel en over”.

Gemengd bedrijf Lozerweg .1957. (is afgebroken)

Dagelijks zette mijn vader ons met de boot over om naar Dorplein te kunnen gaan.
Elke morgen was het weer spannend of de boot niet was gezonken of losgeslagen van de steiger doordat sommige schepen hoge golven vaak in combinatie met harde wind veroorzaakten.


In mijn geheugen staat ook gegrift dat ‘de knaal’ een keer was dicht gevroren, maar een schip er nog doorheen was gebroken. Mijn vader legde een lange ladder over het zwakke middendeel. Daarover liepen wij dan ‘de knaal’ over en vervolgens te voet naar school.
Als het stormde en wij na school niet terug naar huis konden mochten wij blijven overblijven in het kloostergedeelte van Hôtel St. Jozef waar de Zusters der Liefde van de Orde St. Vincentius a Paulo woonden. Ik heb daar ook de kleuterschool doorlopen.


We logeerden in de spreekkamer waar de zusters een opklapbed voor ons neerlieten. `s Avonds rond half tien gingen de zusters eerst naar de kapel. Daarna hoorden wij hen de ijzeren trap oplopen naar hun slaapvertrekken. De laatste zuster die de trap opliep was moederoverste. We hoorden de zusters haar dan een goede nacht toewensen : “Bonne nuit Ma Mère “.
Voor ons was dat het signaal dat wij in het klooster op verkenning uit konden gaan. We hebben er veel beleefd. Zo herinner ik mij dat er op de zinkfabriek iemand was verongelukt en in het klooster van de zusters werd opgebaard. Ik was, zes jaar oud, verplicht naar de dode te gaan kijken.

In de kapel diende ik ook wel eens de mis. In de vloer zat een ‘heilig putje’. Met Pasen werd er weer water gewijd. en als er nog wijwater van het vorige jaar over was of er stond nog wat oude wijn dan werd dat door het heilig putje gegoten ( maar dat laatste niet altijd…. ) . Waar het naartoe ging?


De boot had geen roeispanen. Met een lange stok in het water werd de boot heen en terug geduwd. De wegen naar Dorplein waren verhard met cadmiumsintels , een restproduct uit de ovens van de zinkfabriek.
Van die dienst werd ook gebruikt gemaakt door fabrieksarbeiders uit Altweerterheide; zij moesten soms al om 05.00 uur op de ‘zink’ zijn waar zij eerst, in ieder geval op zaterdag of zondag, een Heilige Mis bijwoonden en daarna aan hun oven ‘charge’ begonnen.


Behalve dat ik in Dorplein naar school ging was ik er ook misdienaar bij eerst rector, later pastoor Thijssen. In de zinkfabriek was er ook een kapel. Soms had ik daar dienst, maar het vaakst in de St. Jozefkerk en een enkele keer in de kapel van ‘Hôtel Saint Jozef’, op Dorplein beter bekend als ‘De Cantine’ bij de Zusters van Liefde van de orde ‘Vincentius à Paulo.’
De kerstvieringen waren hoogtepunten. De kerk werd uitbundig versierd met grote kerstbomen en kleden. De pastoor en zijn mede-concelebranten hadden hun feestelijke kazuivels aan.


Wij misdienaars hulden ons in strak gestijfde togen.
Een paar dagen vóór Kerstmis op 21 december 1955, mijn moeders verjaardag, moest ik gaan oefenen voor de nachtmis op 24 december.
Op de boerderij was het die dag druk. Er moest graan worden gedorst. Een paar knechten kwamen ons helpen. Mijn vader had geen tijd om mij ‘de knaal’ over te zetten.


“ Ich kan wul allein de knaal over”, zei ik.
Voor het eerst stapte ik alleen de boot in , zette mijn fiets erin en stak ‘de knaal’ over.


Uitgedost met een overjas en hoge schoenen aan mijn voeten waagde ik het erop. Op mijn hoofd droeg ik toevallig een hoedje van crêpepapier, overgehouden van een schoolreisje naar Animali. Dat bleek later een belangrijke rol te spelen in mijn overtocht.
De zware ijzeren boot was met een stok en zonder roeispanen moeilijk te besturen.


Aan de overzijde was pas een nieuwe aanlegsteiger gebouwd. De boot kwam haaks aan bij de steiger. Om hem vast te kunnen sjorren moest hij parallel aan de oever worden getrokken. Om dat voor elkaar te krijgen sprong ik uit de boot op de steiger. Bij het bijtrekken van de boot gleed ik uit en viel in het water. Zwemmen kon ik niet. Een paar maal ging ik kopje onder en per toeval sloeg ik hard op de rand van de boot en had houvast. Mijn hoedje was weliswaar ingezakt maar wel op mijn hoofd blijven staan.


Het water was groen van kleur; er stond geen wind. Ik deed mijn uiterste best om in de boot te klimmen maar door de zware overjas en hoge schoenen kon ik mijn kont niet over de rand krijgen. Ik klauterde rond de boot om op meerdere plaatsen te proberen in de boot te komen. Ondertussen heb ik vele ‘oefeningen van berouw’ en ‘weesgegroetjes ‘ gebeden. En vooral heeeel hard om hulp geschreeuwd. Door het lawaai van de dorsmachine werd dat aanvankelijk niet gehoord. Langzaam dreef de boot naar het midden van ‘de knaal.’


Broer Harrie had op een bepaald moment toch het geschreeuw gehoord. “Mam, mam , os Bèr liktj inne knaal’.
In korte tijd stond iedereen van ons gezin die op dat moment thuis was op de dijk en ook de twee knechten stonden erbij. Mijn vader, die niet kon zwemmen, wilde mij komen redden. De anderen moesten hem tegen houden.


Twee van mijn broers konden wel zwemmen , maar schoten niet direct te hulp. Want zij zagen wat ik ook zag maar in paniek mij niet realiseerde. Er kwam een grote lege boot met daarvoor een sleepbootje aangevaren. Hoge golven voor zich uit stuwend.
Vanuit mijn ‘point of view’ waren de golven hoog als tsunami`s waardoor ik nog harder schreeuwde en verder in paniek raakte. Maar zij zagen dat het sleepbootje was losgegooid van de grote boot en op ‘vaart’ was om mij te komen redden. Dat zal men ongetwijfeld naar mij geschreeuwd hebben, maar ik zag alleen grote wit schuimende golven.


De schipper voer pal naast mij , pakte mij bij mijn kraag en haalde mij uit het water. Dat was op het nippertje want ik had hard op de rand van de boot geslagen en mijn hand deed pijn. Op het allerlaatste moment riep ik : “Schipper pak mij!” en liet los. Op dat moment werd ik in mijn kraag gegrepen. Bijna was ik tussen de twee boten alsnog verdwenen. Ik werd naar de kant gebracht, moest een beker warme melk drinken en werd in bed gestopt. Naar schatting heb ik meer dan een uur in het kanaal gehangen.


`s Avonds ging ik met mijn vader weer het kanaal over omdat ik dienst had als misdienaar in het ‘Lof’.
Wat was nu de rol van mijn crêpe papieren hoedje?
De schipper aan het roer van de grote lege boot had met haar verrekijker ‘iets feestelijks’ in het water gezien: mijn feesthoedje ! Zij was naar voren gelopen naar de schipper in de sleepboot , haar man, en had geroepen wat zij zag. Hij gooide het sleeptouw los, kwam in volle vaart op mij af en viste mij uit het water.


Misschien was de schippersvrouw gewaarschuwd door het ‘engeltje ‘dat van mijn schouder naar haar was gevlogen?
Helaas heb ik nooit geweten wie het schippersechtpaar was.

Aldus opgetekend 16 juli 2026
Bèr Peeters, Weert

Cameraman Akos Farkas: een vergeten pionier van de Nederlandse film

Met Ergens in Nederland brengt historicus Jac. Biemans een vrijwel vergeten hoofdstuk uit zowel de Nederlandse filmgeschiedenis als de lokale oorlogsgeschiedenis opnieuw tot leven. Centraal staat cameraman Akos Farkas, een joodse vluchteling die een belangrijke bijdrage leverde aan de ontwikkeling van de Nederlandse geluidsfilm en tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn gezin in Cranendonck een veilig onderkomen vond.

Van Berlijn naar de Nederlandse filmstudio’s

Akos Farkas vluchtte begin jaren dertig uit Duitsland, waar het nationaalsocialisme steeds nadrukkelijker het openbare leven begon te beheersen. Via Parijs kwam hij in Nederland terecht. Hier vond hij werk in een jonge filmindustrie die volop in ontwikkeling was. Hij werkte mee aan bekende producties als Willem van Oranje, De Jantjes, Merijntje Gijzen’s Jeugd en Boefje.

Een speurtocht door archieven en familieverhalen

De belangstelling van Jac. Biemans voor de familie Farkas ontstond tijdens gesprekken met een van de laatste nog levende verzetsmensen uit de regio. In 2017 wist Biemans contact te leggen met de kinderen van Akos Farkas in de Verenigde Staten. Hun herinneringen vormden samen met uitgebreid archiefonderzoek de basis voor het boek.

Akos Farkas en Lotty Farkas-Cohen met hun kinderen Paula en Loet. Particuliere collectie, Verenigde Staten.

De Vrijbuiters en de rode woonwagen

Een belangrijke plaats in het verhaal wordt ingenomen door Harrie Semler en Trien Semler-Hendriks. Via dit echtpaar kwam de familie Farkas uiteindelijk in Maarheeze terecht. Vanuit hun karakteristieke rode woonwagen opereerde verzetsgroep De Vrijbuiters. Deze groep maakte deel uit van een internationaal netwerk dat geallieerde piloten hielp ontsnappen uit bezet gebied.

De Rode woonwagen van de familie Semler-Hendriks in Maarheeze. (Foto: NIOD, Amsterdam)

De moed en inzet van Harrie Semler (1906-1973) en Trien Semler-Hendriks (1901-1979) bleven niet onopgemerkt. Op 21 november 1946 ontvingen zij de Medal of Freedom with Bronze Palm voor hun hulp aan geallieerde militairen en vervolgde burgers.

Cranendonck als toevluchtsoord

Tijdens de bezettingsjaren verbleef het gezin Farkas ondergedoken in Maarheeze en later in Soerendonk. Dankzij de inzet van vele inwoners uit de regio wist het gezin de oorlog te overleven. In het boek figureren ook de ouders van pater Gerard Heesterbeek OFM.

Emotionele boekpresentatie

Tijdens de presentatie van het boek in De Smeltkroes in Maarheeze waren de zoon van Akos Farkas en diens dochter speciaal vanuit de Verenigde Staten naar Nederland gekomen. De Akos’kleindochter sprak een ontroerend dankwoord uit.

Burgemeester Roland van Kessel ontving het eerste exemplaar van het boek, terwijl de zoon van Akos Farkas het eerste exemplaar van de Engelstalige vertaling ontving.

Over de auteur

Drs. Jac. Biemans (1963) studeerde geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en was werkzaam bij Erfgoed ’s-Hertogenbosch. Hij verzorgde diverse publicaties en was actief als beeldredacteur. In 2016 verscheen zijn boek August von Bonstetten. Een Zwitsers militair schetst ’s-Hertogenbosch 1815-1824. Daarnaast is Jac. Biemans een prominent lid van De Aldenborgh en was hij jarenlang voorzitter van Erfgoedvereniging De Baronie van Cranendonck.

Boekinformatie

Ergens in Nederland is verschenen bij Boom Uitgevers en kost € 22,90. Het boek is verkrijgbaar via de uitgever, online boekhandels en de lokale boekhandel. Op vrijdagmiddag 21 augustus 2026 is Jac. Biemans bovendien één van de sprekers tijdens het minisymposium Tussen Heide en Garnizoen in Bocholt (B), waar het boek eveneens verkrijgbaar zal zijn en gesigneerd kan worden.

Extra avondvoorstelling ‘Zoeë keumptj ’t schoeëns van Wieërt…’

Laatste plaatsen voor middagvoorstelling; vanwege grote belangstelling extra vertoning

De belangstelling voor de filmvoorstelling ‘Zoeë keumptj ’t schoeëns van Wieërt…’ is zo groot dat de laatste plaatsen voor de middagvoorstelling momenteel worden verkocht. Daarom is besloten een extra avondvoorstelling toe te voegen.

De bijzondere filmvoorstelling staat in het teken van de bevrijding van Weert op 22 september 1944 en brengt bezoekers terug naar het Weert van vroeger. De voorstelling vindt plaats in het Munttheater en wordt mogelijk gemaakt door het Geschied- en Oudheidkundig Genootschap De Aldenborgh en Stichting 4 en 5 Mei Weert.

In de film zijn unieke historische beelden te zien van onder meer de aanleg van de spoorlijn naar Eindhoven, de bouw van het station, processies in de stad en de verwoestingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook de bevrijding van Weert komt uitgebreid aan bod. De beelden worden begeleid door het authentieke en vaak humoristische commentaar in Weerts dialect van meesterverteller Huub van den Bosch, beter bekend als Huub van Gonnebertje.

Huub vertelt daarbij ook over zijn persoonlijke herinneringen aan de bevrijding, die hij als jonge Mulo-student meemaakte. Zijn verhalen brengen de geschiedenis op een levendige en herkenbare manier tot leven.

De oorsprong van deze bijzondere film gaat terug naar 1993. Weertenaar Jos Peeters maakte destijds videobeelden van een zeer succesvolle diavoorstelling van Huub van den Bosch, georganiseerd ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de VVV Weert en omstreken. Dankzij deze registratie zijn zowel de historische beelden als het oorspronkelijke commentaar bewaard gebleven.

Met de extra avondvoorstelling krijgen nog meer belangstellenden de kans om deze unieke combinatie van Weerter geschiedenis, historische filmbeelden en dialectvertellingen te beleven. De organisatie adviseert geïnteresseerden niet te lang te wachten met reserveren.

Praktische informatie

  • Datum: dinsdag 22 september 2026
  • Aanvang middagvoorstelling: 14.00 uur
  • Aanvang avondvoorstelling: 20.15 uur
  • Locatie: Munttheater Weert
  • Organisatie: Geschied- en Oudheidkundig Genootschap De Aldenborgh en Stichting 4 en 5 Mei Weert

Kaarten zijn verkrijgbaar via het Munttheater:

Munttheater Weert – Zoeë keumptj ’t schoeëns van Wieërt…

Kanaal door de Lens: nieuwe fototentoonstelling in NS-station Weert

Ter gelegenheid van het 200-jarig jubileum van de Zuid-Willemsvaart presenteert Fotogroep Weert in samenwerking met De Aldenborgh een nieuwe fototentoonstelling. De tentoonstelling is te bezichtigen in de hal van het NS-station in Weert.

Met deze expositie brengen de leden van Fotogroep Weert een ode aan de Zuid-Willemsvaart.

De tentoonstelling sluit aan bij de vele activiteiten die dit jaar worden georganiseerd rond het 200-jarig bestaan van de Zuid-Willemsvaart.

Bezoekers van het station kunnen de expositie gratis bekijken tijdens de openingstijden van het station. De tentoonstelling biedt zowel reizigers als andere belangstellenden een verrassende blik op een waterweg die al generaties lang onlosmakelijk verbonden is met Weert.