Jubilerende erfgoedorganisatie komt met nieuwe boek over Nederweerter historie

In 2025 bestaat de Stichting Geschiedschrijving Nederweert 40 jaar. Dat wordt gevierd met de verschijning van het tiende boek in de serie Nederweerts Verleden! Dat draagt als titel: “DE OSPELSE LOCHT. Wel en wee rond de verdwenen poort van Nederweert”.

 

Presentatie boek DE OSPELSE LOCHT. Groepsfoto in stadspark Weert.

Lochtstraat

Hebt u zich ooit afgevraagd waar de straatnaam Lochtstraat in Ospel vandaag komt? Dat is een spannend verhaal. Ooit werden Ospel en Nederweert aan de oostgrens beschermd tegen roversbenden en militaire legers door een kilometerslange hoge wal en brede gracht. Een landweer noemde men zoiets. Precies aan het eind van de Meijelsedijk, op de kop van de Lochtstraat, stond een poort. Die gaf niet alleen toegang tot Ospel, maar indirect ook tot Nederweert en zelfs Weert. En weet je wat het oude Nederweerter woord voor poort is? Inderdaad: locht! Een woord dat verwant is aan het Engelse ‘to lock’ (vergrendelen).

 

Boekpresentatie DE OSPELSE LOCHT.

Sleutel

Wie de locht van Ospel beheerste, had de sleutel van Nederweert in handen. Dan was er sprake van een ‘lock down’ als het ware. Dat was al zo in de 80-jarige Oorlog toen Nederweert te lijden had van de Spaanse guerrilla. Op de Lochtstraat werd in 1599 zwaar gevochten tussen soldaten en boeren. Het herhaalde zich nog een keer bij de bevrijding in 1944 toen terugtrekkende Duitse legertroepen van de locht een met landmijnen zwaarbeveiligde doorgang maakten.

Pioniers

Vlak bij de locht, op de grens van de onafzienbare heide van Ospeldijk, werd in 1776 door landbouwpioniers een kleine boerderij gesticht. Een hoeve die in de loop van de eeuwen verschillende namen zou dragen, zoals bijvoorbeeld Hoeve Vogelzang. Honderd jaar geleden stond de hoeve beter bekend als Bi-j Kets Maantje en sinds 2025 staat hier het wooncomplex De Peelwachter. 

Lief en leed

Boekpresentatie DE OSPELSE LOCHT.

Gracht, wal en poort van de Lochtstraat zijn al eeuwen verdwenen. Maar archieven in binnen- en buitenland en plaatselijke overleveringen vertellen het verhaal van de Ospelse Locht. Een verhaal over boeren en burgers, pioniers en ondernemers, oorlog en vrede, lief en leed, emigratie en immigratie. Een kleine regio waar de lokale gebeurtenissen op wonderbaarlijke wijze samenkomen met de ontwikkelingen op het grote wereldtoneel. Met thema’s als economische vluchtelingen, boerenguerrilla en het vernietigende bevrijdingsfront uit de Tweede Wereldoorlog. Met ook verrassende historische uitstapjes naar Weert, Brussel en de Haarlemse duinenstreek.

 

 

Prachtig boek

Dat alles valt nu te lezen in een prachtig nieuw boek in de serie Nederweerts Verleden. ‘De Ospelse Locht. Wel en wee rond de verdwenen poort van Nederweert’ is de titel. Het boek is veel meer dan de geschiedenis van zo maar een Ospelse straat. Het vertelt de pas recent ontdekte en nog nooit eerder gepubliceerde geschiedenis van Nederweert. Dat verhaal met de 80-jarige Oorlog en de moord van Spaanse soldaten door Nederweerter boeren. Dat was dan ook de reden dat het eerste exemplaar van het boek werd uitgereikt aan Joaquín Durán Garach, culturereel attaché van de Spaanse ambassade in Den Haag en anderen die actief zijn in de Spaans-Nederlandse betrekkingen. Zoals bijvoorbeeld Jan Joosten, president van Circulo Cervantes uit Maastricht. 

Spaanse kelk

De ontvangst vond plaats in de prachtige binnenhof van kasteel Nijenborgh in Weert en werd ook bijgewoond door vertegenwoordigers van erfgoedorganisaties uit Nederweert en Weert. Ook het bestuur van De Aldenborgh was vertegenwoordigd. Deken Jack Honings van de St. Martinuskerk leidde het gezelschap rond in ‘zijn’ kerk. In een Dan Brown-achtige sfeer werd daar de beroemde zilveren ‘Spaanse kelk’ uit 1601 getoond. Ooit een geschenk van de Spaanse soldaten omdat ze vanwege de strubbelingen in o.a. Nederweert heel wat goed te maken hadden.

Technische gegevens: Hardcover, gebonden, 136 pagina’s, rijk-geïllustreerd, full colour, afmetingen 24 x 24 cm. Prijs: slechts € 19,50 (excl. verzendkosten).

Bestel nu!

Het boek is te bestellen via de website Shop24 en te koop bij BRUNA Nederweert, Lambertushof.

Foto’s: Sandra Kessels, Ospel.

Verslag najaarsexcursie naar Sint-Truiden – in woord en beeld

Foto`s en tekst: Wil Filott

Op 20 september 2025, de laatste dag van de astronomische zomer maar al 20 dagen in de meteorologische herfst, vond de najaarsexcursie van GHK ”Land van Thorn”, de Aldenborgh en LGOG, kring Weert, plaats. De weergoden waren ons deze keer, evenals bij de voorjaarsexcursie naar Mechelen, weer goed gezind. Met een goedgevulde bus werd koers gezet naar Sint-Truiden in de Haspengouw, een gekende fruitstreek.

In het Veilinghuis te Sint-Truiden konden we genieten van een kop koffie of thee en een kattenkop, een Truiense lekkernij gemaakt van korstdeeg en een appel. De koffie en thee waren à volonté.

Na een korte busrit bereikten we het centrum van Sint-Truiden. We werden op een iets andere plaats afgezet dan voorzien, op het Europaplein. Enkele straten waren afgezet, niet vanwege ons bezoek maar omdat er behalve de wekelijkse, drukke markt ook het PIT-festival plaatsvond, een driedaags cultureel en culinair evenement.

Het gezelschap werd in twee groepen verdeeld voor een stadswandeling en een bezoek aan het stadhuis en de Onze- Lieve-Vrouwekerk. Uw verslaglegger kan alleen verhalen van zijn indrukken in zijn groep met als gids Kathleen Smolders. De gids van de andere groep was Jo Fabré.

 

De Kus – Sint-Truiden

Op het Europaplein is op de plek van de verdwenen Brustempoort een groot kunstwerk van de Truiense kunstenaar Koen Vanmechelen te zien, genaamd De Kus. Het kunstwerk bestaat uit twee gekruiste zwaarden met aan de bovenkant een kip en een haan.

De twee zwaarden zijn een verwijzing naar de tijd dat mensen elkaar met zwaarden bevochten bij de Brustempoort. De plaats waar de zwaarden elkaar raken is een symbool voor een kus van verzoening.  De haan en in het bijzonder de kip zijn dieren waar Vanmechelen verzot op is. Afbeeldingen van kippen zijn vaak terug te vinden in zijn kunstwerken. Hij kruist ook kippen om een sterker ras te creëren.

 

 

Ode aan het fruit – Sint-Truiden

Op weg naar de grote Markt wees de gids ons in de Luikerstraat op een gevel met vijf koppen, een ode aan het fruit.

 

Huis uit 1653 – Sint Truiden
Stadhuis met Belfort – Sint Truiden

 

Op de hoek van de Luikerstraat en het Heilig Hartplein staat een van de oudste huizen van Sint-Truiden, daterend uit 1653. Door de marktkramen begaven we ons naar het stadhuis. Dat staat vrijstaand ongeveer in het midden van de markt. Die plaats was de uitkomst van een dispuut tussen de abt van de abdij van Sint-Truiden en de bisschop van Luik. De kern van het stadhuis is de oorspronkelijke lakenhal. Daaromheen is later het stadhuis gebouwd. 

 

 

 

 

 

Beeld Sint Trudo in de Onze- Lieve-Vrouwekerk – Sint-Truiden

In het stadhuis vertelde Kathleen Smolders iets over de naamgever van Sint-Truiden, de heilige Trudo. Trudo, geboren in de 7de eeuw, stamde uit een rijke familie. Zijn ouders zijn vroeg gestorven. Remaclus, bisschop van Maastricht, stuurde hem naar Metz, waar hij een priesteropleiding volgde. Zijn bezittingen stond hij af aan de bisschop van Metz. Na zijn priesterwijding ging hij naar SintTruiden, waar hij een kerk en een klooster bouwde. In latere tijden groeiden die uit tot een abdij. Trudo wordt meestal afgebeeld met een staf en kerk in zijn handen 

Het stadhuis is redelijk sober ingericht in classicistische stijl. In het gebouw bevinden zich trompe l`oeil afbeeldingen. Op een aantal daarvan zijn schepen afgebeeld. Sint-Truiden ligt niet aan zee, maar deze afbeeldingen zijn een verwijzing naar de korte tijd dat Sint-Truiden tot het Koninkrijk der Nederlanden behoorde. Op het “Schoon Verdiep” bevinden zich de trouwzaal en de vergaderzaal van de gemeenteraad.

Deelnemers aan de rondleiding in de kerk, aandachtig luisterend naar Kathleen Smolders.

 

Schilderij koningin Astrid

In de trouwzaal vertelde Kathleen Smolders over de achtergrond van het gebruik van de bruidsluier. In vroeger tijden was het huwelijk vaakeen familieaangelegenheid, vooral in adellijke en rijke kringen. De bruidegom en de bruid kenden elkaar niet. De bruidegom had voor de huwelijksvoltrekking de bruid niet in levenden lijve gezien, hooguit op een afbeelding. De bruid was bij de huwelijksceremonie volledig gesluierd. Na het ondertekenen van de huwelijksakte mocht de bruidegom de sluier oplichten. Wat hij dan te zien kreeg was een verrassing. 

In de bruidszaal hing ook een vrouwshoog portret van koningin Astrid, de in 1935 in Küssnacht verongelukte echtgenote van koning Leopold III. Blijkbaar is zij in België nog steeds zeer geliefd.

Vervolgens brachten we een bezoek aan de collegiale Onze- Lieve-Vrouwekerk. De oudste resten van de kerk stammen uit de 13de eeuw. Met de bouw werd begonnen omdat de abdijkerk te klein werd voor het aantal gelovigen. In de loop der tijd hebben er veel renovaties plaatsgevonden. Tijdens de inlijving bij Frankrijk werd alles uit de kerk – en overigens ook uit de abdij – weggehaald. Na het vertrek van de Fransen werd het interieur weer zo goed mogelijk in ere hersteld, onder meer door teruggave van stukken die door gelovigen verborgen waren geweest. In de kerk bevindt zich een aantal altaren gewijd aan heiligen. Bijzonder is dat elk altaar een reliek bezit van de desbetreffende heilige.

Kathleen Smolders verhaalde in de kerk over Christina, een boerenmeid uit Brustem.  Zij stierf vrij jong. Tijden haar begrafenis komt ze weer tot leven. Waarschijnlijk een zaak van schijndood of coma. Daarna leidt zij het leven van een bohémienne. Ze voelt zich nergens thuis en beult haar lichaam tot het uiterste af. Later biedt zij een luisterend oor aan mensen met problemen. Zij sterft in het Sint-Catharinaklooster te Sint-Truiden. In de kerk staat een standbeeld van Christina met op borsthoogte symbolisch twee deurtjes met aan de binnenzijde spijkers. Door de deurtjes dicht te doen zou Christina zichzelf gepijnigd hebben.

 

Altaar met laatste avondmaal.
Beeld Christina met de spijkerdeurtjes.
Vitrine met heiligenbeelden.

 

Onder de moderne, naar de gelovigen gerichte altaartafel bevindt zich achter glas de reliekschrijn van de heilige Trudo.

Reliekschrijn Sint Trudo met bloemen en fruit.
Groenmarkt Sint-Truiden.

 

Na de lunch in een van de vele horecagelegenheden die Sint-Truiden rijk is, was het tijd voor een rondwandeling in het centrum van Sint-Truiden. Op de Groenmarkt attendeerde onze gids ons op een rijtje panden. Twee daarvan dateren uit het begin van de 20ste eeuw en zijn in klassieke stijl gebouwd. Het andere is een modern gebouw met een glazen serre als opbouw. De gevel daarvan is bezet met blauwwitte tegeltjes met afbeeldingen van verschillende kippenrassen, een project van kunstenaar Koen Vanmechelen.

 

 

Deelnemers excursie in de Academiezaal met helemaal links onze zanger Monne Bex.

 

Gehavende abdijtoren

Daarna ging het richting het voormalige abdijcomplex. In dat complex bevindt zich de zogenaamde Academiezaal. De Academiezaal is achthoekig van vorm en mooi gerestaureerd. De zaal heeft een uitstekende akoestiek. In de 19de eeuw werd de zaal gebruikt voor retorica-oefeningen in het Klein-Seminarie in Sint-Truiden van het bisdom Luik.

De aankomende priesters konden hier hun preken oefenen. Als ze dat vak goed beheersten, konden zij hun welsprekendheid laten horen aan familie en bekenden. Hoe goed de akoestiek is, konden de deelnemers van deze groep zelf constateren toen deelnemer Monne Bex uit Hamont het Santa Lucia ten gehore bracht. Van de oude abdij rest na een verwoestende brand in 1975 alleen nog een gehavende toren en een toegangspoort.

Aan de achterzijde van de toren zijn de verschillende bouwfasen duidelijk te onderscheiden. De metalen palen staan symbool voor de pilaren van een zijbeuk van de vroegere abdijkerk.

 

Poortgebouw naar cour d`honneur

De toegangspoort leidde vroeger tot een binnenplein, de cour d` honneur. Via een trapbordes had men dan toegang tot de Keizerszaal, de ontvangstzaal van de abt. Het poortgebouw en de Keizerszaal werden gebouwd in opdracht van abt Jozef van Herk. In de Keizerszaal was een tentoonstelling, gewijd aan de enorme brand van 50 jaar geleden.

Als laatste onderdeel van onze groep stond een bezoek aan de Minderbroederskerk op het programma. Deze bleek gesloten te zijn, maar onze gids wist op slinkse wijze via de tuin en een zijingang toch toegang tot de kerk te verkrijgen. De Minderbroederskerk was een kerk van de Franciscanen, een bedelorde, naar de kleur van hun pij ook “bruine paters” genoemd. In de tuin had vroeger een pesthuisje gestaan waar de pestlijders verzorgd en gevoed werden. De tuin wordt aan een kant afgesloten door restanten van een oude vestingmuur van de stad Sint-Truiden.

 

Altaar paterskerk

De Minderbroederskerk – of paterskerk – bleek een grote en hoge kerk te zijn, waar de paterskerk aan de Biest in Weert zeker twee keer in zou passen. De kerk is aan de eredienst onttrokken – of ontwijd zoals men in België zegt. In de winter wordt hij als schaatsbaan gebruikt. Ondanks de ontwijding is in het kerkgebouw nagenoeg het gehele kerkinterieur nog aanwezige en intact. De belichting was helaas niet in overeenstemming met de vroegere functie.

Na het cultuurhistorische programma was er nog tijd om op een van de vele terrassen in het centrum van Sint-Truiden te genieten van een drankje. De terugreis naar Thorn en Weert verliep voorspoedig. Nadat de brug over de Maas bij Wessem gepasseerd was, werden de deelnemers aan de excursie door Hub aan den Boom bedankt voor hun deelname en het feit dat zij stipt op tijd bij de bus waren om de terugreis te aanvaarden. Aan chauffeur Ludo werd een kleine attentie overhandigd.
De deelnemers kunnen terugzien op een geslaagde excursie. Daaraan hebben de uitstekende gidsen, Kathleen Smolders en Jo Fabré, veel aan bijgedragen.

De organisatoren zijn verheugd over de enthousiaste reacties van de deelnemers. Zij zullen zich binnenkort beraden over de bestemming en het programma van de voorjaarsexcursie.  De leden van het LGOG, De Aldenborgh en GHK Thorn zullen daar tijdig een uitnodiging met informatie over ontvangen. Bekijk ook regelmatig de berichten op de site van GHK Thorn en De Aldenborgh voor informatie over activiteiten en cultuurhistorische onderwerpen.

És Wieërt nog êrges…? – Derde maandag van september

Onder het verbindende uithangbord Antje van de Statie organiseren drie sociaal-culturele organisaties in Weert de interactieve bijeenkomst És Wieërt nog êrges…? Derde maandag van september’ op 15 september 2025 om 19.30 uur in de zaal van Brasserie-Hotel Antje van de Statie in Weert. De organisaties zijn: De Aldenborgh als leverancier van de historische achtergrond, Veldeke Wieërt als verzorger van correct dialect en Wieërt Amezieërtj als producent van lokale taal en historie in de vorm van laagdrempelig amusement.

In het zicht van de komende gemeenteraadsverkiezingen (18 maart 2026) zijn wij benieuwd hoe de politieke partijen in Weert denken over het Weerts immaterieel erfgoed: lokale historie, lokale taal (dialect) en alle hierbij betrokken lokale vrijwilligers. Samen met andere Weerter stakeholders (verenigingen), willen we hier publiekelijk over in gesprek.

De titel És Wieërt nog êrges…? zal enkelen van u bekend voorkomen van de legendarische wethouder en Op de Keper- rubricist mr. Stan Smeets: “Weert is weer nergens.” Mr. Stan verwonderde (én verbuuëszje) zich regelmatig over de toestand van Weert, waar hij zelf overigens in niet geringe mate aan bijdroeg.

Belangrijkste doelstelling van deze samenkomst is om onder bezieling van És Wieërt nog êrges…? licht te werpen op wat de Weerter kiezer kan verwachten van de beoogde kandidaten voor het volgend gemeentebestuur.

 

Antje van de Statie op station Weert_historische foto

Programma

  • een korte introductie van Aldenborgh-lid en emeritus hoogleraar Cultuur aan de Universiteit Tilburg, prof. dr. Arnoud-Jan Bijsterveld, over de sociaal verbindende kracht van immaterieel erfgoed.
  • moderator van de avond, Aldenborgh- en Veldekelid drs. Frits Nies, geeft een overzicht van Weerter ontwikkelingen op sociaal-cultureel vlak, mede gezien in het licht van verkiezingsbeloften uit 2022.
  • universitair docent Regionale Geschiedenis aan de Universiteit Maastricht, tevens adjunct-directeur bij Tracé – Limburgs Samenlevingsarchief, dr. Joris Roosen, werpt een blik op de toekomst van immaterieel erfgoed: hoe kan innovatie helpen bij het borgen van ons lokaal sociaal-cultureel kapitaal?

Dus: waar staan we nu êrges en waar zijn we êrges in 2030?

Vóór de pauze is er naast lering ook vermaak, in de vorm van korte bijdragen vanuit Veldekes Schriêverkskrînk en Aldenborghs Weerterlogie. Na de pauze gaan wij aan de hand van enkele stellingen én uw inbreng met elkaar in gesprek. Om u alvast een idee te geven:

  • zonder de passie en inzet van vrijwilligers geen lokale musicals, geen lokale geschiedbeoefening, geen harmoniemuziek, geen Boonte Aovendje, geen dialectbehoud, geen koorzang, geen Weerterlogie, geen schutterswezen, geen stadsgidsen…
  • een gemeentebestuur dat niet investeert in lokale cultuur maakt van zijn mede- burgers erfgoedloze toeristen in eigen stad
  • sociaal-culturele initiatieven, die raken aan immaterieel erfgoed verdienen een substantieel vast aandeel in het cultuurbudget

We sluiten af met een muzikale bijdrage van de bekende Weerter artiest Ronald Moonen.

De avond is op maandag 15 september 2025 in de zaal van Brasserie-Hotel Antje van de Statie en start om 19.30 uur.

Verslag in woord en beeld – Gluren bij de buren in Valkenswaard – 26 augustus 2025

Foto`s en tekst: Wil Filott

Na “Gluren bij de buren” op 19 augustus 2025 in Budel-Dorplein hadden 186 liefhebbers van regionale cultuurhistorie op deze prachtige avond de weg naar het Brabantse Valkenswaard gevonden. De deelnemers aan deze laatste ”Gluren bij de buren”, editie 2025, werden ontvangen in de Sint Nicolaaskerk.

 

Deelnemers in de Sint Nicolaaskerk in Valkenswaard.
Sjef Tooten.

Namens de Valkenswaardse organisatie heette Sjef Tooten de bezoekers van harte welkom. Hij was blij dat Valkenswaard “Gluren bij de buren” voor de eerste keer mocht organiseren. Hij dankte pastoor van der Sluis voor de toestemming de kerk te mogen gebruiken voor de ontvangst van de deelnemers. Hij bracht ook dank aan Heemkundekring Weerderheem Valkenswaard en de rondleiders van de VVV. Er stonden 4 plaatsen op het programma; de oude begraafplaats, de kleine markt, de markt en de Sint Nicolaaskerk. Hij bracht naar voren dat Valkenswaard twee keer per jaar de bevrijding van de Tweede Wereldoorlog viert: een keer op 5 mei en een keer op 17 september, de dag waarop in 1944 Valkenswaard werd bevrijd.

 

Egbert Buiter van “Valkenswaard marketing” omschreef Valkenswaard als een plaats voor levensgenieters en voor cultuursnuivers. Ook natuurliefhebbers komen aan hun trekken in de heide en het bos dat Valkenswaard omgeeft. Hij deelde enige wetenswaardigheden over Valkenswaard mee. Valkenswaard heeft twee prachtige musea die herinneren aan het verleden van de plaats: het valkerij- en sigarenmakersmuseum en het steendrukmuseum. Valkenswaard stond bekend vanwege de valkerij. Deze vorm van jacht met roofvogels is inmiddels tot immaterieel erfgoed verklaard. Op 21 september aanstaande vindt er in Valkenswaard het jaarlijkse bloemencorso plaats dat steevast meer dan 100.000 bezoekers trekt.

 

Peter Korten.

Peter Korten bracht namens De Aldenborgh en GHK “Land van Thorn” dank aan de pastoor van de kerk, de heemkundekring van Valkenswaard en de plaatselijke VVV. “Gluren bij de buren” in Valkenswaard vormde de afsluiting van de geslaagde cultuurhistorische zomer 2025. Uiteraard moest er, zoals gebruikelijk, in zijn toespraak ook een relatie met Weert gelegd worden. Die werd gevonden in de plaatsnamen. Valkenswaard heette vroeger Weerd. Om verwarring met Weert te voorkomen werd de naam veranderd in Verckensweerd. Peter deelde nog mee dat de volgende activiteit een dagexcursie op 20 september aanstaande naar Sint-Truiden is. Er zijn nog plaatsen beschikbaar. Klik hier voor meer informatie.

De deelnemers werden ingedeeld in 4 groepen. Uw verslaglegger werd ingedeeld in groep 1. Hierna geeft hij zijn persoonlijke impressie van “Gluren bij de buren” in Valkenswaard in deze groep.

Groep 1.

De oude begraafplaats

Grafsteen Karel Mollen en zijn echtgenote.

Wil Coolen vertelde dat hij gids was van de VVV maar ook bestuurslid van de stichting “Op den Rösheuvel”, die zich bekommert om de oude graven op de begraafplaats. De oude begraafplaats was oorspronkelijk onderverdeeld in 4 begraafplaatsen, twee voor katholieken een voor protestanten en een algemene. In 1970 werd in Valkenswaard een nieuwe begraafplaats aangelegd. De bedoeling was de oude begraafplaats op te ruimen. Dat is gelukkig niet gebeurd. Sinds 2012 wordt er weer begraven. De begraafplaats bestaat nu uit twee delen; een met oude en monumentale grafmonumenten en een met nieuwe graven. De vormgeving van nieuwe grafmonumenten is in beginsel vrij.

Er zijn wel grafmonumenten geruimd. Maar het ruimen is beperkt gebleven tot de bovengrond. De lichamen zijn niet verwijderd. Die liggen nog steeds onder het gras. Je loopt er dus letterlijk over lijken. Op de begraafplaatsstond van ongeveer 1500 tot 1860 een kerk. Priesters werden begraven in de kerk en de elite dicht bij de kerk. Voor veel oude graven zijn eeuwigdurende grafrechten bedongen. Op de begraafplaats bevindt zich het graf van de laatste valkenier, Karel Mollen. Ook is de as van de voetbaltrainer Rinus Michels en zijn echtgenote bijgezet in het graf van zijn schoonouders.

Herinneringsplaat Rinus Michels en zijn echtgenote.

Uw verslaglegger vond de begraafplaats ook mooi vanwege de prachtige bomen en struiken, die de begraafplaats een bijzondere uitstraling geven. Een nieuwsgierig eekhoorntje kwam vanachter een boom gluren naar het grote aantal indringers in zijn anders zo rustige domein.

 

De kleine markt

Jan Michiels bracht op de kleine markt twee dingen onder de aandacht van de bezoekers: het protestantse kerkje en de gebouwen rondom de kleine markt.

Verliefd stelletje op de kleine markt in Valkenswaard.

Valkenswaard was van ongeveer 1650 tot eind 18e eeuw generaliteitsgebied. De kerk op de oude begraafplaats werd overgedragen aan de protestanten. In het Koninkrijk Holland wees Lodewijk Napoleon de kerk toe aan die religie die in een plaats de meeste aanhangers. Dat waren in Valkenswaard de katholieken. De protestanten verloren daarmee hun kerk. In 1810 werd voor hen het protestantse kerkje gebouwd. Dit kerkje heeft wel een katholieke allure door zijn neogotische bouwstijl. In 1970 is het kerkje voor een symbolisch bedrag gekocht door de gemeente Valkenswaard Het dient nu onder meer als trouwlocatie. Voor het kerkje staat een standbeeld van een verliefd stelletje. Hebben zij de trouwlocatie al in gedachte?

Een aantal gebouwen rond de kleine markt is gebouwd in opdracht van rijke “sigarenboeren”. In 1860 begon Frans van Best In Valkenswaard een sigarenfabriek. Dat bleek een lucratieve zaak te zijn. Er kwamen meer grote sigarenfabrieken maar ook tientallen kleine “fabriekjes. De rijke fabrikanten bouwden villa`s rondom de kleine markt zoals de Villa Antoinette.

 

Voor die tijd, van 1600 tot 1800, vormde de valkerij een belangrijke bron van inkomsten. Valken werden gevangen op de heide in de buurt van Valkenswaard en tam gemaakt. Ze werden dan verkocht aan rijke, adellijke lieden die ze gebruikten voor de jacht. Door de Franse revolutie kwam een einde aan deze handel onder meer doordat de adel privileges zoals het jachtrecht verloor.

Jan Michiels wees ook naar het oorlogsmonument in het parkje. Een standbeeld van een vrouw, een symbool voor vrouwen die in oorlogstijd de zaak draaiende moesten houden.

 

De markt

Christ van de Besselaar stond op de markt In de Valkenswaard. Hij vertelde dat op die markt vroeger varkens werden verhandeld. De prijs die daar tot stand kwam gold voor de wijde omgeving. Hij vertelde ook dat de naam Verckensweerd in de hoogtijdagen van de valkerij werd vervangen door Valkenswaard. Dat werd chiquer geacht dan de verwijzing in de naam naar varkens. De weg die nu over de markt loopt was de eerste verharde weg in Nederland. Hij liep van Luik naar Den Bosch. Het wegdeel Lommel-Stratum is in 1830 aangelegd. Op de markt stond café de Posthoorn waar de paarden gewisseld werden.

De huidige Sint Nicolaaskerk is gebouwd rond 1925 met als architect Jan Stuyt. De toren van de kerk is om de toren van de oude kerk heen gebouwd. Op de plaats waar nu Bureau Aard is gevestigd, werd het eerste gebouw met twee verdiepingen in Valkenswaard gebouwd. De markt was jarenlang in heel Nederland bekend vanwege het café van Jo d`n Urste. Het huis met de valk in top was vroeger hotel De Valk.

 

In de Sint Nicolaaskerk

Sint Nicolaaskerk in Valkenswaard.

Frans Brom sprak in de Sint Nicolaaskerk over de geschiedenis van deze kerk. Helaas sprak hij erg zacht zodat uw verslaggever een deel van zijn verhaal is ontgaan.

De kerk is een rijksmonument. De kerk, van architect Jan Stuyt, is medio jaren twintig van de vorige eeuw gebouwd ter vervanging van een kerk die vanaf 1860 op deze plaats stond maar te klein was geworden. Een deel van de glas-in-loodramen van Joep Nicolas in de oude kerk is in de nieuwe kerk herplaatst. De slotzusters Franciscanessen die een klooster achter de kerk hadden, konden de kerk bezoeken via een aparte deur.

De organisatoren mogen trots zijn op de goede voorbereiding en uitvoering van deze voor hen eerste “Gluren bij de buren”. De gidsen van de VVV hebben op een voortreffelijke manier enkele aspecten van Valkenswaard belicht.

Veel dank aan de organisatoren en de vrijwilligers zonder wier medewerking een dergelijk evenement niet georganiseerd kan worden.

Verslag in woord en beeld van Gluren bij de buren in Dorplein op 19 augustus 2025

Foto`s en tekst: Wil Filott

Meer dan 400 liefhebbers van regionale cultuurhistorie hadden op deze zonnige en nagenoeg windstille avond de weg naar het Brabantse Budel-Dorplein gevonden. De deelnemers aan ”Gluren bij de buren” werden ontvangen in de plaatselijke kerk. Het aantal zitplaatsen in de kerk was net toereikend voor het aantal bezoekers. Dit aantal deelnemers is weer een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden trekt. Geschiedenis is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst.

 

Ontvangst in de kerk van Budel-Dorplein.
Toon van Cranenbroek.

Toon van Cranenbroek, secretaris van de erfgoedvereniging ‘Baronie van Cranendonck’ heette de bezoekers in de kerk welkom. Hij dankte de eigenaresse van de kerk voor het beschikbaar stellen van het gebouw en de cicerones en de vrijwilligers voor het mogelijk maken van deze “Gluren bij de buren” in het prachtige fabrieksdorp Dorplein. Hij wenste de deelnemers een plezierige en interessante avond toe.

Peter Korten.

Peter Korten heette de bezoekers welkom namens De Aldenborgh en de GHK “Land van Thorn”. Het ontstaan van de cicerones van Dorplein lag in “Gluren bij de buren” van 2011 in Dorplein. Dat was toen ook een succes met zo`n 200 deelnemers. De oorsprong van de benaming cicerone in Dorplein voor gidsen lag –

hoe kan het ook anders – in Weert. Rond 1900 kregen leerlingen van het Bisschoppelijk College van Weert een rondleiding in Dorplein. Na afloop sprak een leerling in keurig Frans een dankwoord uit waarin hij de gidsen als “cicerones” als betitelde. Dat woord is oorspronkelijk afkomstig uit het Italiaans. Het is afgeleid van de Romeinse wijsgeer en redenaar Cicero.

Cicerone Dorplein.
Roland van Kessel, burgemeester Cranendonck.

Roland van Kessel sprak zijn waardering uit voor de organisatie van deze ”Gluren bij de buren”: De Baronie van Cranendonck, de Aldenborgh en de cicerones van Dorplein. De cicerones brengen volgens hem de stenen tot leven. Hij was trots op de gemeenschap van Dorplein. Hij wenste de bezoekers toe te genieten van een uniek stukje erfgoed. De burgemeester van Cranendonck in 2011 was Meinema, nu een Limburger, Roland van Kessel, geboren en getogen in Kessel.

 

Toon van Cranenbroek vertelde in de kerk over enige wetenswaardigheden over Dorplein. De Franstalige Belgen Emile en Lucien Dor wilden eind 19de eeuw een zinkfabriek oprichten. In België was daar verzet tegen vanwege milieuproblemen. Ze zochten verder in Nederland. Hun oog viel op een gebied rond Weert. Daar was goedkope grond en goedkope arbeid beschikbaar en, wat misschien nog belangrijker was, goede verbindingen via het water en het spoor voor de aanvoer van grondstoffen. Als vestigingsplaats viel Weert af vanwege verzet van de pastoor en de burgemeester, die zedelijke ondergang van de plaatselijke bevolking vreesden door de komst van vreemd volk.

 

De gemeente Budel reageerde wel positief. De gebroeders Dor kochten 628 hectare grond in een uithoek van die gemeente. De zinkfabriek werd opgericht door de Societé Anonyme des Zincs de la Campine (Kempensche Zinkmaatschappij). De werkzaamheden voor de bouw van een fabriek werden snel opgepakt. In 1893 was de fabriek al klaar. Er kwamen 130 werknemers uit Wallonië, die kennis en ervaring meebrachten. Die moesten ook gehuisvest worden. Er werden huizen gebouwd in Waalse stijl. Het hele gebied was eigendom van de gebroeders Dor. De toegangswegen tot het gebied waren afgesloten met slagbomen. De straten en de nutsvoorzieningen waren eigendom van de fabriek.  Deze zijn verkocht aan de gemeente Budel voor twee gulden. De woningen zijn later ook verkocht. Dorplein had een eigen veldwachter en een eigen rector, beide betaald door de fabriek

De gemeente Budel had als voorwaarde voor de vergunning voor de zinkfabriek gesteld dat de zinkfabriek moest zorgen voor de geestelijke verzorging van de werknemers. Eerst was er een gebedsruimte in de fabriek. Later kwam een kapel in de Cantine. In 1907 waren er al plannen voor een echte kerk. Door de Eerste Wereldoorlog, de crisisperiode en de Tweede Wereldoorlog is daar tot 1951 niets van terecht gekomen. In 1951 werd de eerste steen gelegd voor een echte kerk, betaald door de zinkfabriek. Het is een bakstenen neo-romaanse kerk geworden die in 1952 in gebruik is genomen. Vanwege het afnemend kerkbezoek is de kerk in 2014 aan de eredienst onttrokken. Thans is de kerk in particuliere handen.

De kerk heeft twee achtkantige torens met in iedere toren een klok. Deze klokken dragen de namen Emile en Lucien, vernoemd naar de gebroeders Dor.

Voormalige Rooms-katholieke kerk H. Jozef te Dorplein.

Voor de rondleiding werden deelnemers in acht groepen verdeeld. Uw verslaggever werd ingedeeld in groep zes. Hierna geeft hij zijn persoonlijke impressie van “Gluren bij de buren” in Dorplein in deze groep.

 

Groep 6
De witte villa.

Franca Soers stond stil bij de witte villa van Emile Dor. Emile Dor heeft niet alleen de fabriek ontworpen maar het hele dorp: le projet de Dorplein.  De witte villa was voor die tijd heel modern. Er was elektriciteit, stromend water en centrale verwarming via de spouwmuren.  Het hele pand is onderkelderd. Vanuit de voordeur is er een rechte zichtlijn op de deur van de kerk.

 

Leo Smits verhaalde over het interneringskamp dat in de Eerste Wereldoorlog in Dorplein werd gebouwd voor gevluchte Belgische militairen. In het begin van die oorlog vluchtten bijna 1 miljoen Belgen naar Nederland. De militairen onder hen werden ondergebracht in aparte kampen. Het kamp in Dorplein bestond uit houten barakken met naast woonruimten een ziekenzaal, een recreatieruimte, een keuken en een eetzaal. De militairen die in Dorplein werden ondergebracht waren Waalse soldaten die Frans spraken. Het interneringskamp heeft tot in de jaren 20 van de vorige eeuw gefunctioneerd omdat er militairen waren die niet naar België wilden of durfden terugkeren. In de zestiger jaren is het kamp gesloopt.

 

Woningen in de Rector van Nestestraat.

Philomène Timmermans vertelde in de rector van Nestestraat over de bijzondere woningen in die straat en de naamgever van de straat. De oorspronkelijke woningen bestaan uit 10 dubbele woonblokken gebouwd in Waalse stijl. Een tweetal woningen is tot rijksmonument verklaard. Pater van Neste is in 1898 door Dor naar Dorplein gehaald. Hij was tweetalig. Hij sprak Frans en Nederlands. Hij was geliefd in Dorplein. Hij is in 1908 overleden aan een bloedvergiftiging. Omdat er in Dorplein nog geen begraafplaats was, is hij in Budel begraven.

 

 

Lenie Feijen zei dat Emile Dor het hele stratenplan van Dorplein heeft ontworpen.  Van de 11 door hem gedachte straten zijn er slechts 3 gerealiseerd. Bijzonder zijn de dos-à dos (rug-aan-rug) woningen, gebouwen met 4 woningen, in split level met 6 verdiepingen met ruime voor- en zijtuinen. Deze woningen zijn gebouwd naar voorbeelden in Mulhouse. De woningen waren ruim en voor die tijd modern, voorzien van elektriciteit en stromend water. In de jaren 70 zijn alle huizen verkocht. In 2006 zijn de tuinen gesaneerd vanwege vervuiling met cadmium. In de woningen zijn ook kleine winkeltjes geweest. Bijzonder is de huisnummering in Dorplein. De nummers beginnen bij de zinkfabriek en zonder onderscheid in even en oneven kanten van de straat. Uniek In Nederland.

 

Prisonneke.

Ron de Man stond voor een uniek gebouwtje in Nederland. Ook dit gebouw is in opdracht van Dor opgericht. Het is een stevig gebouw gemaakt van Waalse rode baksteen en voorzien van steunberen om het zware dak te dragen. Het was bestemd voor tijdelijke bewoning. De naam van het gebouw is “Prison”, het Franse woord voor gevangenis. In Dorplein spreekt men van het prisonneke. In Dorplein was Frans oorspronkelijk de voertaal. Er was ook een gard (bewaker) met een chien (hond). In het prisonneke kwamen vechtersbazen en dronkaards terecht. Ook zou er eens een dame van lichte zeden, die gezorgd had dat vrijgezellen in Dorplein aan hun gerief kwamen, zijn ondergebracht. Nadat het in verval was geraakt, is het vanaf 2012 in oude glorie hersteld en in 2014 heropend, niet als gevangenis maar als getuigenis van het bijzondere verleden van Dorplein.

Gebroeders Looijmans.

In de laan staat een bordje dat verhaalt van de moord door SS`ers op zes verzetsstrijders, waaronder de gebroeders Looijmans.

Hoewel een bezoek aan dit monument niet in het programma was opgenomen, vindt uw verslaglegger een vermelding hiervan en een afbeelding van hun portretten op zijn plaats, al is het maar uit respect voor deze zes mannen.

Op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, liet een aantal verzetsmensen een trein ontsporen bij de Zinkfabriek te Dorplein. De SS ging op zoek naar de daders en vond er vier bij het Ringelsven, mogelijk door verraad. De vier werden ter plekke geëxecuteerd. Later werden de broers Looymans, die ook in het verzet zaten, gearresteerd en op gruwelijke wijze vermoord bij de plek waar de trein ontspoord was. Voor deze verzetsstrijders is achter de kerk een monument opgericht.

Het monument voor de zes vermoorde verzetsstrijders van Dorplein.

Voor de katholieke broers Leo en Martin Looymans is bij het monument een kruis opgericht. De andere vier waren geen katholieken maar “andersdenkenden”.

Portretten van de vermoorde verzetsstrijders op het monumen.

Piet Stolman stond stil bij de oprichting en het gebruik van hôtel Saint-Joseph. Dit kloosterachtige gebouw is tussen 1896 en 1898 gebouwd om onderdak te bieden aan vrijgezellen die in de zinkfabriek werkten. De architect was Anton Neeskens uit Weert. Het gebouw had allerlei voorzieningen: een ontspanningszaal, kinderopvang, centrale verwarming, een bakkerij, onderwijslokalen en een winkel. Het gebouw werd al snel de Cantine genoemd naar een belangrijk onderdeel ervan, de eetzaal.

 

De Cantine.

Ook was er het onderkomen voor de zusters, die het complex beheerden en de zorg hadden voor de bewoners. De eerste zusters kwamen uit Frankrijk en behoorden tot de orde van Carolus Borromeus uit Nancy. In 1932 werden ze afgelost door de Dochters der Liefde van de Heilige Vincentius à Paulo uit Nuth, vanwege hun grote kappen vliegende nonnen genoemd.

De Cantine speelde ook een rol in het muzikale leven in Dorplein.  In 1899 was er in de Cantine al een concert door een koor uit Neer na afloop van de sacramentsprocessie. In 1900 werd de fanfare, later harmonie, “Les echos de Dorplein” opgericht. In 1927 draaide er de eerste stomme film, begeleid door pianomuziek. De ontspanningszaal had een geweldige akoestiek. Johnny Hoes nam er grammofoonplaten op.

Stolman vertelde met enige jaloezie dat zijn broer in een achtergrondkoor zong bij platenopnames. Hij werd dan thuis met een limousine opgehaald door Johnny Hoes.  De zangbijdrage van zijn broer was overigens beperkt.  Zo hoefde hij bij de opname van een lied van Ria Valk alleen maar mee te zingen bij “Janus, pak me nog een keer”. De bewoners van het gebouw wisselden in de loop der jaren. In de Eerste Wereldoorlog vonden Belgische vluchtelingen er een onderkomen, in 1953 slachtoffers van de watersnoodramp en later Spaanse gastarbeiders. Nu worden er Poolse arbeidsmigranten gehuisvest.

 

Villa Maurice Dor.

Naast de kantine ligt de villa van Maurice Dor, een neef van Emile en Lucien Dor en onderdirecteur van de zinkfabriek. De villa is in chaletstijl opgetrokken. De dienstmeisjes van Maurice Dor moesten Frans kunnen spreken. Vanwege zijn zwijgzame aard werd Maurice Dor in de volksmond Willem de Zwijger genoemd.

Later hebben de zusters van de Cantine in de villa gewoond.  De villa is een tijd eigendom geweest van de familie van Lier uit Aarle-Rixtel. Sinds 2021 is het gebouw eigendom van een jong stel dat de villa in volle glorie wil herstellen.

 

 

 

 

De rondleiding eindigde bij het invallen van de duisternis bij de kerk. De organisatoren mogen trots  zijn op de goede voorbereiding en uitvoering van het programma. De cicerones hebben op een voortreffelijke manier enkele aspecten van dit interessante fabrieksdorp, dat terecht als beschermd dorpsgezicht is aangewezen, belicht. Zij hebben niet alleen de stenen tot leven gebracht maar ook verdwenen objecten en overleden personen. De talrijke bezoekers hebben kunnen genieten van bijzondere gebouwen en interessante verhalen over dit unieke dorp.

Veel dank aan de vrijwilligers zonder wier medewerking een dergelijk evenement niet georganiseerd kan worden.

Na de rondleiding spoedden velen zich voor de nazit naar gemeenschapshuis “De Schakel”. Na de warme avond lieten velen zich een koude drank voor een zacht prijsje goed smaken.

Een onbeantwoorde vraag van uw verslaglegger is of een deelnemer de nacht in het prisonneke heeft moeten doorbrengen.

Franciscanen in Weert – inspirerende avond – 3 oktober 2025

Op initiatief van de werkgroep 800 jaar Zonnelied – Weert wordt op vrijdag 3 oktober aanstaande ‘Franciscanen in Weert’ georganiseerd: een inspirerende avond waarin geschiedenis, geloof en muziek samensmelten.

Peter Korten, voorzitter van Stichting De Aldenborgh Weert neemt je aan de hand van uniek beeldmateriaal mee langs bijna zes eeuwen. Je ontdekt de betekenis van de Franciscanen voor Weert en de verre omgeving, hun spiritualiteit, de herinneringen die zich genesteld hebben in het collectieve geheugen van het Weerterland en de sporen die zij achterlieten in cultuur en samenleving.

Franciscanen in Weert.

Gemengd koor Creatura zingt onder meer een Engelstalige en Nederlandstalige versie van het Zonnelied van Franciscus van Assisi. Ook zullen de bezoekers worden uitgenodigd om een door Franciscus geschreven lied mee te zingen. Creatura staat onder leiding van Ton van de Weem. De pianobegeleiding is in handen van Marina Lazar.

Lennart Willems, conservator van Museum W, presenteert religieuze kunst uit het voormalige Hieronymusklooster op De Biest.  Museum W beheert de religieuze kunst uit voormalige kloosters van de Orde van de Franciscanen.

Broeder Gerard Heesterbeek ofm, de laatste nog in Weert wonende Franciscaan, zal speciale gast bisschop Ron van den Hout welkom heten. Verder zal hij in zijn openingswoord en slotwoord onder meer zijn licht laten schijnen over de vraag: ‘Blijft er plaats voor Franciscaanse spiritualiteit, ook nadat de laatste Franciscaan Weert verlaat?’

‘Franciscanen in Weert’ is een avond voor liefhebbers van lokale geschiedenis, liefhebbers van koormuziek en liefhebbers van kerkelijke kunst. Kortom: een avond waarin geschiedenis, muziek en geloof samensmelten.

 

Praktische informatie

Wat: Franciscanen in Weert
Datum: vrijdag 3 oktober 2025
Tijd: 19.30 – 21.45 uur
Locatie:  Franciscus Huis – Biest 43a in Weert
Kosten: € 7,50 (inclusief drankje na afloop)
Kaarten verkrijgbaar: Bruna Weert of door te mailen naar creaturaweert@gmail.com

 

Gluren bij de Buren … in Valkenswaard – 26 augustus 2025

Luister naar de verhalen uit de lokale geschiedenis van Valkenswaard en laat je verrassen door de monumentale gebouwen.

Het oude Valkenswaardse kerkgebouw, van vóór 1500, stond met een kerkhof op de huidige Oude Begraafplaats aan de Kerkhofstraat. De kerk is  vanaf 1859 gesloopt. De contouren van de kerk heeft men voor bezoekers visueel gemaakt en het kerkhof wordt nog altijd gebruikt. De vervangende nieuwe kerk ligt aan het meer centraal gelegen Marktplein. Waar het sindsdien het beeld van Valkenswaard heeft bepaald. Architect Weber (1820-1908) realiseerde de nieuwe kerk (1858-1860) die in 1927 alweer wordt afgebroken. Met uitzondering van de toren. Op diezelfde plek verschijnt in 1927 de huidige Heilige Nicolaaskerk van de hand van architect J. Stuyt (1868-1937).

Weerderhuys in Valkenswaard.

Zowel de kerk als de Oude Begraafplaats ijn de moeite van het bezoek waard. Op de begraafplaats beleeft men de lokale geschiedenis. Oude en nieuwe graven van parochianen, grafmonumenten, graven van pastores en van plaatselijke industriëlen. Men vindt er ook de grafsteen, binnen een ijzeren hek, van de Engelsman Richard Hamond, die de overgang van valkerij naar sigarenindustrie markeerde. Maar ook het graf van voetbaltrainer Rinus Michels, bondscoach van Oranje dat in 1988 Europees kampioen werd. De speciale verwijzing naar oorlogslachtoffers maakt deze keurig onderhouden begraafplaats tot een waardige gedenkplek. Behalve een uiting van religiositeit door kerkdiensten, kunstzinnige ramen en voorwerpen, beelden en schilderingen presenteert de Nicolaaskerk ook de Valkenswaardse geschiedenis (gilden), tradities (Handelse Processie) en het verenigingsleven.

Het bezoek aan de kerk en begraafplaats krijgt een nadere cultuurhistorische invulling met twee andere presentaties: bezoek en uiteenzetting over het Marktplein én een uiteenzetting over begin-Leenderweg met het Weerderhuys. De huidige uitvoering uit 1890 van dit voormalige protestantse kerkje is naar ontwerp van Pierre Cuypers (1827-1921). Deze twee cultuurhistorische invullingen hebben met nadruk een hoog valkerij- en sigarenmakerijgehalte.

 

Praktische informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Valkenswaard
Datum: dinsdag 26 augustus 2025
Tijd: 19.00 uur, inloop vanaf 18.30 uur
Locatie:  Heilige Nicolaaskerk aan de Markt 53, 5554 CA Valkenswaard
Kosten: gratis
Parkeren: Kloosterplein, Molenstraat, Carillonplein en Torenstraat

 

Excursie naar Sint Truiden – 20 september 2025

Na onze prachtige excursie van afgelopen mei naar Mechelen nodigen De Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn”, de Kring Weert van het Koninklijk L.G.O.G. en de Aldenborgh u met veel genoegen uit voor een nieuwe excursie. Ook deze keer ligt ons reisdoel in België, namelijk in Haspengouw, Belgisch Limburg. De bestemming van onze excursie is Sint Truiden. De excursie plaats vindt op zaterdag 20 september 2025.

De excursie kent in dubbel opzicht een bijzonder tintje. Weert heeft namelijk een jarenlange jumelage gehad met de stad Sint Truiden, begonnen in 1981, én Josephus Bernardus Martinus Rubens, de stamvader van de bekende en invloedrijke Thorner familie van landgoed Hagenbroek, is afkomstig uit Sint-Truiden. 

In de ochtend zullen we, na te hebben genoten van koffie/thee en gebak, onder leiding van deskundige gidsen, een bezoek brengen aan de prachtige Onze-Lieve-Vrouwekerk en het stadhuis. In de namiddag leiden de gidsen ons langs de voornaamste bezienswaardigheden van het historische centrum. Na afloop hebt u de gelegenheid om onder het genot van een Wilderen Goud of een ander drankje van uw keuze nog even te vertoeven in deze gezellige stad. 

 

Sint Trudo 

Sint Trudo

Er zijn weinig steden waarvan het ontstaan en de vroege ontwikkeling zo goed kunnen gevolgd worden als Sint-Truiden. De naam zelf verraadt de oorsprong. Sint-Truiden, dat is Trudo, de Frankische edelman die rond 650 een kerk en klooster bouwde op een kleine verhevenheid naar het noorden toe, waar de Cicindria aan de linkerzijde door een breed dal vloeide. De kleine gemeenschap werd een welvarende abdij die tot het einde van de achttiende eeuw het wel en wee van de stad zou meemaken. Rond de abdij is al snel een nederzetting gegroeid, maar een echte stroomversnelling kwam er in de elfde eeuw. De bedevaarten naar het graf van Sint-Trudo brachten niet alleen rijkdom voor de abdij maar ook welvaart voor de velen die buiten de landbouw werk zochten.

In die periode bouwde abt Adelardus zijn grote abdijkerk. De toren en de overblijfselen van de crypte geven nog een beeld van de honderd meter lange kerk. De abdijgebouwen blijven getuigen van de kracht en de uitstraling van Trudo’s stichting. Adelardus (ver)bouwde de Onze-Lieve-Vrouwekerk en bouwde ook de Sint-Gangulfuskerk. Onder dezelfde abt – de abt was medeheer naast de bisschop van Metz – werd Sint-Truiden omgord met een aarden wal, een houten palissade en versterkte toegangspoorten. Terecht omschrijven officiële documenten uit die tijd Sint-Truiden als oppidum, versterkte stad. De nederzetting bij de abdij was een stad geworden. 

 

Sint-Truiden als oppidum, versterkte stad.

 

Omwalling

In 1129 werd de eerste omwalling vervangen door een stenen vestingmuur, die werd uitgebouwd tot een indrukwekkende gordel van poorten en torens. Na de ontmanteling in 1675 en de afbraak van de overblijvende muren bleef het tracé bewaard in het stadspark en de vesten. Van de Brustempoort bleef een nog omvangrijk ondergronds gedeelte bewaard. De groei en bloei van de middeleeuwse stad werd sterk in de hand gewerkt door de lakennijverheid en de verre handel. Sint-Truidense handelaars trokken naar Engeland, naar de jaarmarkten van Champagne, naar talrijke steden in het Duitse rijk.

 

De Grote Markt

blijft de belangrijkste getuige van de plaatselijke handel. Vanuit het kerkplein van de abdij werd een steeds grotere ruimte ingeruimd voor talrijke marktactiviteiten. Middenin, op de scheidingslijn van het district van de abt en dat van de prins-bisschop van Luik werd een hal gebouwd. Later, in de achttiende eeuw, werd boven de hal en rond de hallentoren het stadhuis gebouwd. Met werd dat het uithangbord van de stad. 

 

De Grote Markt met de abdijtoren en de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Sint Truiden.

 

Dertien stielen

De economische en sociale activiteiten in de stad werden georganiseerd in dertien ambachten. Binnen het land van Luik bevochten zij mede de deelname van de steden in het staatsbestuur en in eigen stad verwierven ze de democratische controle over het stedelijk bestuur. Na de vijftiende eeuw trad er een stilstand op die voortduurde tot in de 19de eeuw. Wel werd er vooral in de achttiende eeuw werk gemaakt van de verfraaiing van kloostergebouwen en burgerhuizen.

 

Fruitteelt 

Na 1830 werden de leegstaande kloostergebouwen de nieuwe huisvesting van congregaties, die van Sint-Truiden een uitgesproken onderwijs- en verzorgingscentrum maakten. Blijvend was de marktfunctie in een uitermate vruchtbare landbouwstreek. De fruitteelt vanaf het einde van de negentiende eeuw zou daaraan heel eigen kenmerken geven.

 

Oude ommuring Sint Truiden.

 

Het is opvallend dat de eerste nieuwe straten en wijken er pas kwamen bij het begin van de 20ste eeuw. Maar vanaf dan veranderde er steeds meer en in steeds snellere mate. Zelfs de uit de middeleeuwen stammende gemeentegrenzen werden doorbroken. Daardoor kwamen gemeenten met een eigen eeuwenoude geschiedenis bij mekaar terecht. In Zepperen ging de jonge Trudo zijn bisschop opzoeken. In Brustem bouwden de graven van Loon een burcht tegen Sint-Truiden. Duras herinnert aan de plaatselijke graven die zich vaak mengden in de conflicten rond abdij en stad. Een middeleeuwse stad en veertien historische gemeenten vormen nu een prachtige staalkaart van oude tradities én moderne activiteiten in het vruchtbare land van Haspengouw. 

 

Programma

07.45 uur:

Vertrek vanuit Weert, Sint Jozefskerkplein 3, Keent 

08.15 uur: 

Vertrek vanuit Thorn, parkeerplaats sportpark Ter Koel, Ittervoorterweg 51

09.30 uur:

Aankomst Sint Truiden, ‘t Veilinghuis, Tongersesteenweg 150-152; koffie en gebak 

10.30 uur:

Aankomst Naamsevest/Luikerstraat. Van hieruit wandelen wij met onze gidsen naar de Grote Markt in het centrum. 

10.45 uur:

Bezoek aan Sint-Lieve-Vrouwekerk en Stadhuis onder leiding van gidsen.

12.30 uur:

Einde bezoek. Gelegenheid tot lunchen.

14.00 uur:

Rondleiding met gidsen in het historische centrum van de stad; start bij het stadhuis. 

15.30-15.45 uur:

Einde rondleiding. Gelegenheid tot het nuttigen van een drankje/hapje in het centrum.

17.00 uur:

Vertrek vanaf Naamsevest naar Thorn en Weert 

 

*Genoemde tijden zijn bij benadering. 

 

Deelname

Deelnemers die lid zijn de GHK “Het Land van Thorn”, het LGOG of vriend van de Aldenborgh betalen een bedrag van € 45,00. Niet-leden betalen € 50,00. De Museumjaarkaart is dit keer niet geldig.

In de deelnemersbijdrage zijn begrepen:

  • de kosten van de bus
  • koffie/thee met gebak
  • bezoek en rondleiding Onze-Lieve-Vrouwekerk en stadhuis
  • historische rondleiding met gidsen
  • fooi voor de chauffeur

De aanmelding voor deelname aan de excursie dient te geschieden op één adres en wel bij de penningmeester van de G.H.K. “Het Land van Thorn” door overschrijving van het deelnamebedrag op bankrekening NL75 RABO 0151 0192 66 ten name van Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn”. 

Uw betaling geldt als aanmelding. U dient bij de omschrijving duidelijk te vermelden: 

1) Na(a)m(en) van de deelnemer(s) 

2) Sint Truiden 

3) Uw opstapplaats 

U krijgt geen bevestiging van uw betaling/aanmelding. Zonder tegenbericht gaat de excursie door! 

 

Er zijn voor deze excursie 50 plaatsen beschikbaar. Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval vóór 5 september 2025. Indien u na aanmelding/betaling om de een of andere reden alsnog moet afzien van deelname en indien de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dient u zelf voor vervanging te zorgen. Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.                                                                                        

Deze excursie is namens de GHK “Het Land van Thorn”, het L.G.O.G, Kring Weert en de Aldenborgh georganiseerd door Hub aan den Boom en Wil Filott. Zij zijn respectievelijk bereikbaar onder telefoonnummer 06-18845998 en 06-83138322.

N.B. De opstapplaats in Weert is dus niet bij Kupers, maar op het Sint Jozefskerkplein bij de kerk van Keent. Daar is voldoende gratis parkeergelegenheid. 

We hopen op veel deelnemers en wensen iedereen alvast een interessante en boeiende excursie.

Namens het bestuur van de Kring Weert van het LGOG en de Aldenborgh.

Met vriendelijke groet,

Peter Korten                                                             Paul Lammeretz

Voorzitter                                                                 Secretaris

Mini-symposium De lokroep van de grote stille heide : industrie voor de vooruitgang en welstand!? – 21 augustus 2025

In dit mini-symposium gaan we terug naar de oprichting en de beginjaren van de ‘vuile’ industrie. Een actueel onderwerp, gezien de discussie over de ereschuld van de eigenaren van grote ondernemingen, zoals Coolblue, Holland Amerika Lijn en BNP Parisbas Fortis (artikel in De Limburger, 26 juli 2026).

 

Industrie 19e eeuw.Aan het eind van de 19de eeuw ontdekten industriëlen onze grote stille heide. Tegelijkertijd werden onze voorouders geconfronteerd met de industriële revolutie, die grote veranderingen bracht voor zowel de mensen als de natuur. De toenmalige pastoor van Kaulille noemde de arbeiders die zijn parochie kwamen bevolken ‘de duvels oet de Fabriekstraot’.

Sprekers tijdens het mini-symposium zijn:

  • Bruno Indekeu vertelt over de investeerders en industriëlen die deze industrieën opzetten en zal hun familiebanden belichten.
  • Jos Vangerven gaat in op de buskruitfabriek Cooppal, die in 1881 in Kaulille werd gesticht.
  • Jac. Biemans behandelt de zinkfabriek en de fabrieksdorp, die in 1892 werd gebouw door de familie Dor.
  • Friedo Steensels geeft uitleg over de Arsenicumfabriek, die in 1895 zich vestigde in Reppel (België).

Praktische Informatie

Wat: Mini-symposium De lokroep van de Grote Stille Heide :
Industrie voor de vooruitgang en welstand!?
Datum: donderdagmiddag 21 augustus 2025
Tijd: 14.00 uur
Locatie:  Parochiehuis, Kerkplein 11 3950 Bocholt
Kosten: gratis
Parkeren: Kerkplein of parkeerplaats Matthijsplein Bocholt

 

Gluren bij de buren … in Budel-Dorplein – 19 augustus 2025

Dit jaar bezoeken we ook Budel-Dorplein tijdens de Cultuurhistorische Zomer 2025. Na de ontvangst en een korte toelichting op het programma in de Heilige Jozefkerk vertellen lokale cicerones over de geschiedenis van het dorp en over de bijzondere gebouwen en objecten tijdens de wandeling.

Vlak na de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht in 2011 waren we hier eerder te gast met Gluren bij de Buren. Het oude deel van dit dorp, gelegen in een uithoek van de provincie Noord-Brabant, grenzend aan Limburg en België, is nog steeds een bezienswaardigheid en steeds meer toeristen brengen een bezoek aan dit unieke fabrieksdorp.

Gevangenis in Budel-Dorplein.

De fabrieksnederzetting Budel-Dorplein werd in 1892 ontworpen en gebouwd in opdracht van de Belgische broeders Dor. Er verrees uit het niets een voor Nederlandse begrippen unieke fabrieksnederzetting. Geheel planmatig onderworpn met diverse types woningen. De woningen waren bestemd voor de huisvesting van de arbeiders van de nabijgelegen zinkfabriek. Het oude fabrieksdorp telt ca. 80 woningen, een pension/hotel, fabrikantenvilla en zelfs een kleine gevangenis. De stijl en architectuur van de gebouwen is sterk geïnspireerd op architectuur die voorkomt in de Belgisch-Waalse Borinage. Dorplein is een van de weinige fabrieksdorpen in Nederland die nog voor een groot deel de oorspronkelijke stijlkenmerken bezit.

Niet alleen Dorplein, maar ook ver daarbuiten is men zich langzamerhand bewust geworden van de unieke cultuurhistorische waarde van deze nederzetting. het verhaal van een vrij jong dorp en inmiddels gekend als uniek erfgoed.

 

Praktische informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Budel-Dorplein
Datum dinsdag 19 augustus 2025
Tijd: 19.00 uur
Locatie:  Sint Jozefkerk, Hoofdstraat 201, 6024 AB Budel-Dorplein
Kosten: gratis
Parkeren: vrij parkeren, direct naast en achter de kerk