Programma Cultuurhistorische Zomer is bekend

De zomer komt eraan. Met trots presenteren we het programma van de Cultuurhistorische Zomer 2024. Met daarin de succesvolle Gluren bij de Buren. Het is gelukt om plaatsen aan te doen, waar we nog niet eerder zijn geweest. Het overzicht vindt u hieronder. Klik hier voor uitleg van het programma.

Kerkmeester Joseph Waegemans van de Sint Martinus, zijn familie en Weert – Wil Filott

Op de site van De Aldenborgh is enige tijd geleden een artikel van mijn hand geplaatst met als titel ‘Een inventarisstaat van de Sint Martinuskerk in 1816 en de oprichting van een nieuw kerkhof te Weert’. Deze inventarisstaat is opgemaakt door Joseph Waegemans, bij gelegenheid van zijn aftreden als kerkmeester van de Sint Martinuskerk.

In dit artikel wil ik ingaan op de persoon Joseph Waegemans en zijn familie in relatie met Weert. Maar eerst maak ik een uitstapje naar Neer.

 

De voorouders van Joseph Waegemans

Kasteel Ghoor te Neer op een pentekening van Jan de Beijer.

Joseph Waegemans is een telg uit een rijk geworden boerenfamilie in Neer. De eerste welgestelde persoon van die familie is de grootvader van Joseph Waegemans, Jacobus Waegemans. Diens vader is Segher Waegemans, zijn moeder Geurtie Janssen. Geurtie Janssen hertrouwde na het overlijden van haar eerste echtgenoot, Mathijs Coenen, met Segher Waegemans en vervolgens na diens overlijden met Bernardus Woesting.

De echtelieden exploiteerden als halfwinners de boerderij bij het kasteel Ghoor te Neer [1]. Jacobus kreeg de kans om te studeren, waarschijnlijk dankzij hulp van de familie Van Limburg Stirum. Deze adellijke familie bezat op het einde van de 17de eeuw het omstreeks 1800 afgebroken kasteel Ghoor te Neer.

 

Grootvader Jacobus Waegemans

Het huidige kasteel Nunhem. Bron: https://archief.kastelen.nl

Jacobus Waegemans is geboren rond 1679. Hij is op 15 juni 1718 te Horst voor de kerk getrouwd met Anna Margarita Antonetta Verberckt. Jacobus Waegemans was een ondernemend persoon. In 1706 werd hij op ongeveer zevenentwintigjarige jarige leeftijd door Maximiliaan van Limburg Stirum benoemd tot plaatsvervangend schout van Neer [2]. In 1709 werd hij schout in Neer [3].

Hij verwierf verder een groot aantal andere publieke functies, waaronder notaris, secretaris van het graafschap Horn en schepen van het hoofdgerecht van Horn. Hij vergaarde, waarschijnlijk mede dankzij zijn publieke ambten, een groot fortuin. Hij werd onder meer eigenaar van het kasteel Nunhem. Jacobus Waegemans is op 10 september 1755 begraven te Neer [4].

 

Vader Constantinus Waegemans

Huis Brias te Baexem. Bron: Wikipedia

Het echtpaar Waegemans–Verberckt heeft 8 kinderen gekregen. Een van die kinderen is de vader van Joseph Waegemans, Constantinus Hendricus Richardus Waegemans.

Constantinus Hendricus Richardus Waegemans is op 22 januari 1728 gedoopt te Neer. Op 17 april 1770 is hij voor de kerk getrouwd met Maria Albertina Lucia de Brias uit Weert, dochter van Claudius Emmanuel de Brias en Maria Helena van Bree [5]. Maria Albertina Lucia de Brias is op 13 december 1738 geboren te Weert.

Claudius Emmanuel de Brias is op 18 februari 1738, na het overljjden van zijn eerste vrouw, Helena Joanna van der Schaeren [6], te Weert kerkelijk getrouwd met Maria Helena van Bree, geboren circa 1710. Voor het huwelijk was door de bisschop van Roermond dispensatie verleend voor de drie roepen [7] en bloed-  en aanverwantschap [8]. Claudius Emmanuel de Brias is op 13 februari 1752 kerkelijk begraven in de kerk te Weert, midden in het koor. Ook Maria Helena van Bree is op 12 januari 1755  begraven in de kerk te Weert, ook midden in het koor. Claudius de Brias, van Vlaamse afkomst, is via het huwelijk met Maria Helena van Bree in het bezit gekomen van wat sindsdien huize Brias te Baexem heet.  

Constantinus Hendricus Richardus Waegemans was advocaat en notaris te Weert.

Een verboden liefde 

In het boek “In dienst voor Napoleons Europese droom“ van Joost Welten staat een vermakelijk en ook wel droevig verhaal over de verboden liefde tussen Eleonora Waegemans, een zus van Joseph Waegemans, en Anton Mordang, chirurgijn te Thorn, tijdens de Franse periode. Anton Mordang was een broer van Leonard Joseph Mordang, officier de santé patenté, inspecteur voor de gezondheid, en chirurgijn te Weert [9]. Eleonora en Anton waren hopeloos verliefd op elkaar, maar dat zinde vader Constantijn Waegemans niet. Mogelijk vond hij Anton Mordang te min voor zijn dochter. Eleonora en Anton vluchtten naar Aken. Eleonora werd daarvandaan teruggehaald door haar broers naar het ouderliijk huis in de Molenstraat. Een van die broers was Joseph Waegemans. Vervolgens werd Eleonora ondergebracht bij een familielid in Buggenum. De broers Mordang probeerden haar daar in het geheim te schaken. Dat plan mislukte omdat Eleonara, mogelijk onder dwang van familie, het plan had verraden aan de maire van Buggenum. De broers Mordang werden gearresteerd.  

Tot een huwelijk tussen Eleonora Waegemans en Anton Mordang is het niet gekomen. De liefde was na de verraden schaakpoging mogelijk voorbij, maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat vader Constantijn Waegemans dat verhinderd heeft.

Woning echtpaar Waegemans-de Brias aan de Molenstraat. GAW, Beeldbank, identificatienummer 2157 [12].

Eleonora, geboren 4 maart 1779 te Weert, is op 24 augustus 1808 te Heel getrouwd met Pierre Stercken, arts, geboren 16 september 1765 te Heythuysen, evenals Anton Mordang een medicus. Hij is overleden op 3 maart 1824 te Grathem en op 6 maart 1824 begraven op het kerkhof aldaar. Elonora Waegemans is enkele maanden na haar man op 14 september 1824 te Grathem overleden, voorzien van de sacramenten, en op 16 september 1824 op het kerkhof aldaar begraven [10].

De verstoorde verhouding tussen Constantijn Waegemans en Leonard Mordang was er waarschijnlijk debet aan dat Waegemans weigerde een tweetal rekeningen voor medische behandelingen door Mordang te betalen. Dat resulteerde in een proces voor het vredegerecht van het kanton Weert. Een bemiddelingspoging mislukte mede omdat Waegemans op formele gronden bezwaar maakt tegen de dagvaarding. Joost Welten zegt hierover: “Waegemans laat zich meteen kennen als een doortrapte advocaat uit het ancien régime” [11].  

 

 

 

 

Overlijdensakte Maria Lucia Albertina de Brias. Sint Martinuskerk Weert: begrafenisregister.

Het echtpaar Constantijn Waegemans-Maria de Brias woonde in een groot en statig huis aan de Molenstraat [12]. De aandachtige beschouwer herkent in dit pand het gelukkig nog steeds bestaande Muntgebouw, helaas grotendeels opgenomen in de Muntpassage.

Maria Albertina Lucia de Brias is overleden op 19 april 1785 om ongeveer 2 uur `s nachts en op 22 april 1785 begraven op het parochiekerkhof te Weert. Constantinus Hendricus Richardus Waegemans is op 7 oktober 1804 overleden te Weert.

 

Joseph Waegemans

Een van de kinderen van het echtpaar Waegemans-de Brias is onze kerkmeester Joseph Waegemans.  Josephus Christophorus Jacobus, in het Frans Joseph Christofle Jacques, Waegemans, is geboren op 3 februari 1771 te Weert.

Peetouders bij de doop van Joseph Waegemans op 3 februari 1771 waren Philippus Josephus van Bree en Maria Anna de Brias, weduwe van Ernestus Fredericus Hartmann de Linssingen [14], namens Antonia Margarita Verberckt, weduwe van Jacobus Waegemans.

Deel huwelijkakte Joseph Waegemans en Petronella Loijens. Huwelijksregister gemeente Weert.

Joseph Christofle Jacques Waegemans is op ‘quatre Prairial an treize’ (24 mei 1805) te Weert getrouwd met Petronille Guillemette Josephine (Petronilla Wilhelma Josepha) Loijens. Joseph Waegemans woonde ten tijde van zijn huwelijk in Buggenum. Als zijn beroep is in de huwelijksakte rentenier vermeld.

 

Doopakte Petronella Wilhelma Josepha Loijens. Sint Martinus, doopregister.

Petronella Wilhelma Josepha Loijens is geboren en gedoopt op 17 augustus 1772 te Weert.  Peetouders bij de doop van Petronilla Loijens waren Petrus Loijens, rector van Gremium Marianum, het zusterklooster Maria Schoot te Nunhem, en Maria Agnes Frencken namens Joanna Catharina Beerenbroek.

 

Het Gremium Marianum was een zusterklooster in Nunhem.Het klooster werd in 1795 door de Fransen opgeheven en zijn bezittingen genationaliseerd. Het nog bestaande hoofdgebouw is een rijksmonument.  

Handtekeningen onder huwelijksakte Waegemans-Loijens.

De vader van Petronilla Loijens is Jacques Loijens, haar moeder Marie Thérèse Beerenbroek, telg uit een bekende en niet onbemiddelde familie in Weert. Vader Loijens was handelaar in stoffen. Na zijn overlijden zette zijn weduwe, Marie Thérèse Beerenbroek, die handel in stofffen voort in hun huis op de hoek van de Markt en de Molenstraat naast goudsmid van Brussel [15] [16]. 

Beide ouders van Petronella Loijens waren overigens ten tijde van het huwelijk al overleden. De “officier de l`état civil” (ambtenaar van de burgelijke stand ) bij de huwelijksvoltrekking was Jean Francois van der Piepen, die we later nog in dit verhaal zullen tegenkomen. Getuigen waren  Gijsbert Beerenbroek, oom van de bruid,  Joseph Cachera, capitaine aide de camp, Willem Beerenbroek, neef van de bruid, en Petrus van Brussel

Ildephonse Joseph Cachera 

Ildephonse Joseph Cachera was een van de getuigen bij het huwelijk van Joseph Waegemans en Petronella Loijens. Over deze getuige valt meer te vertellen. Ildephonse Joseph Cachera is geboren op 6 oktober 1768 te Wallers, Nord-Pas-de-Calais, Frankrijk. Hij was van eenvoudige boerenkomaf maar in het Franse leger werkte hij zich op tot kapitein en aide de camp (adjudant). Hij werd gestationeerd in Weert en maakte daar kennis met Marie Thérése van Brussel, dochter van Petrus van Brussel, zilversmid en Fransgezinde burger in Weert [17]. Petrus van Brussel was assessor van het vredegerecht van Weert. 

Deel huwelijksakte Cachera-van Brussel.

Joseph Cachera en Marie Thérèse van Brussel zijn op treize fructidor an VI (30 augustus 1798) in Weert getrouwd. In de huwelijksakte is als zijn beroep vermeld: “capitaine au quatorzième régiment de dragons, aide de camp du général Schanmezel, commandant ce département” (kapitein in het veertiende regiment dragonders, adjudant van generaal Schanmezel, bevelhebber van dit departement). 

Castera`s Hut

Marie Thérèse van Brussel was ten tijde van haar huwelijk al zwanger van hun zoon, Pierre Emmanuel Ildephonse. Het echtpaar Cachera-van Brussel woonde aan de Markt te Weert. In 1803 kocht het echtpaar grond aan de Geuzendijk tussen Weert en Budel. Daar bouwden zij een optrekje.

Op een topografisch kaart van 1898 staat in dat gebied ‘Castera`s Hut’ vermeld [18]. Later is daar horecagelegenheid `t Blaakven met restaurant Cachera gebouwd. 

In 1812 werd Joseph Cachera door Napoleon benoemd tot officier van de gendarmerie in het departement Ardennes met als standplaats Mezières. In 1813 verhuisde het gezin Cachera naar het departement Ardennes.

Petrus van Brussel ging ook mee en vestigde zich in Montigny, een dorp ten zuiden van Mezières. Joseph Cachera is overleden op 15 september 1846 te Marchiennes, Nord-Pas-de-Calais [19]. 

Het echtpaar Waegemans-Loijens woonde na hun huwelijk in Weert. In de geboorteakte van hun eerste kind, Caroline Marie Anne Hubertine, in maart 1806 is als woonplaats ville de Weert place du Marché (stad Weert Marktplein) vermeld. Als beroep van Joseph Waegemans is in die geboorteakte marchand (handelaar/koopman) vermeld.

In het najaar van 1794 hadden Franse militairen de hele linker Rijnoever veroverd, waaronder in september 1794 ook Weert. Weert werd op 1 oktober 1795 formeel ingelijfd bij de Franse republiek. Het werd een Franse gemeente en de inwoners werden Franse burgers. Weert vormde samen met Nederweert en Stramproy een kanton van het arrondissement Roermond, een van de arrondissementen van het Département de la Meuse inférieure (departement Nedermaas). Aan het hoofd van een departement stond een door de Fransen benoemde préfet (prefect) en aan het hoofd van een arrondissement een sous-préfet. De Franse taal werd overheidstaal. Ook gold de Franse wetgeving. Maire (burgemeester) van Weert was gedurende bijna de gehele Franse tijd (1795-1814) Henri Bloemarts. De maire werd bijgestaan door een adjoint au maire (vergelijkbaar met gemeentesecretaris). 

Joseph Waegemans, adjoint au maire

Uitsnede gravure achttiende eeuw met plaatsen, vermeld in dit artikel. Bron: https://studiezaal.erfgoedhuisweert.nl/detail.php?nav_id=0-1&id=204713823&index=2

Op 3 maart 1806 zond maire Bloemarts een brief aan de sous-préfet te Roermond [20]. Daarin schreef hij dat de heer J. P. van der Piepen, eerste adjoint van het gemeentehuis [21] getrouwd was en zich gevestigd had in Breda (Bataafsche Republiek) [22] 

Hij had de eer voor die plaats Joseph Waegemans, handelaar en eigenaar te Weert, voor te stellen. Hij verzocht hem dit voorstel aan de heer préfet te doen opdat die zich verwaardigde tot diens benoeming over te gaan [23].

 

Maire Bloemarts kreeg per brief van 16 juni 1806 van de sous-préfet bericht dat de préfet Joseph Waegemans benoemd had tot adjoint au Mairie de Weert. Bloemarts stelde Joseph Wagemans van die benoeming per brief van 23 juni 1806 in kennis [24]. Die benoeming heeft niet lang standgehouden. Joseph Wagemans nam al snel ontslag als adjoint au maire. Dat blijkt uit een brief van 7 augustus 1806 van maire Bloemarts aan de préfet, waarin hij de heer Jean Nien, eigenaar en lid van de gemeenteraad van Weert, voorstelt als als kandidaat. De reden van het ontslag van Joseph Waegemans als adjoint au maire is mij niet bekend. Petronella Loijens is op 29 mei 1814 overleden te Weert. Joseph Waegemans is op 1 december 1839 te Buggenum overleden.  

De kinderen van Joseph Waegemans en Petronella Loijens

Overlijdensregistratie Caroline Marie Anne Waegemans. Bron: Archives Pas de Calais, 3E10 Arras.

Het echtpaar Waegemans-Loijens heeft, voor zover mij bekend, vijf kinderen gekregen. Deze zijn allen geboren in Weert. Caroline Marie Anne Hubertine Waegemans, geboren op 28 maart 1806 te Weert. Zij is op 25 oktober 1831 te Quiévrechain getrouwd met Henri Celestin Romain Théron, grondeigenaar en rentenier. Zij woonde in 1850 te Douai en in 1876 in Arras. Caroline Waegemans is overleden op 24 november 1884 te Arras.  

Overlijdensakte Albertine Elisabeth Thérèse Waegemans, Burgerlijke stand Luik.

Ludovica (Louisa) Jeanne Hubertina Waegemans, geboren op 1 juni 1809 te Weert en op 40-jarige leeftijd overleden op 18 juni 1849 te Buggenum. Albertine Thérèse Elisabeth Waegemans, geboren te Weert op 30 juli 1807.

Zij is op 16 oktober 1833 te Buggenum getrouwd met Mathias Egidius Hubertus Beltjens, geboren te Roermond op 17 april 1808, substituut officier van justitie te Roermond, later 1ste advocaat generaal bij het Hof van Appel te Luik, en ridder der Leopoldsorde. Albertine Waegemans is overleden op 30 maart 1897 te Luik. 

Overlijdensaankondiging Constant Waegemans, Kanton Weert, 7 maart 1896.

Charles Constantin Hubert Waegemans, geboren op 25 augustus 1811 te Weert en overleden op 22 september 1811 te Weert. Constantin Emanuel Hubert Waegemans, geboren op 20 januari 1813 te Weert. In de geboorteakte van Constantin staat als beroep van vader Joseph vermeld: ‘marchand et marguillier’ (handelaar en kerkmeester).

Constantin Waegemans is op 20 september 1853 te Roermond getrouwd met Marie Agnes Alexandrina van der Renne [25]. Van der Renne was advocaat, kantonrechter te Roermond en lid van Provinciale Staten van Limburg. Constantin Waegemans is overleden op 4 maart 1896 te Buggenum. Met hem stierf de laatste mannelijke telg van deze tak van de familie Waegemans uit. 

Amalia Waegemans, burgemeestersvrouw van Weert 

Vermeldenswaard is dat Amalia Maria Josephina Hubertina Waegemans, een dochter van het echtpaar Waegemans-van der Renne, geboren te Roermond op 3 juni 1858 en overleden te Weert op 9 juli 1886), op 28 april 1885 te Buggenum getrouwd is met Antonius Joannes Coenen, burgemeester van Weert. Op 9 juli 1886 werd hun enig kind, Maria Coenen geboren. Amalia stierf in het kraambed.

Nadat haar vader Antoon Coenen, geboren te Weert op 13 februari 1852, op 22 december 1890 overleed, werd Maria opgenomen in het gezin van haar grootouders Waegemans -Van der Renne. Zij is in 1912 getrouwd met Richard de Nerée tot Babberich.  

Onroerend goed van Joseph Waegemans

Joseph  Waegemans was een welgesteld man. Hij bezat veel onroerend goed, in die tijd een teken van welstand. Het grootste deel van zijn onroerend goed lag in Buggenum, Weert, Nunhem, Neer en Heythuysen.

Bezittingen van Joseph Waegemans in Weert

In bijlagen bij een “Staat der grondgoederen toebehorende aan den Heer J. Waegemans van Buggenum gelegen binnen de Gemeente Weert”, daterende uit de jaren dertig van de 19de  eeuw, staan de volgende onroerende goederen van Joseph Waegemans in Weert vermeld [26].

  • Een kempken, gelegen op Moesel, groot 140 roeden, verhuurd voor onbepaalde tijd aan Jan Baeten, wonende op Moesel, voor een pachtprijs van tien gulden Kleefs geld [27].
  • Akkerland, gelegen in de Kleinen Molenakker, groot 416 kleine roeden, voor onbepaalde tijd verhuuurd aan Godefried Boesen voor een jaarlijkse pachtprijs van 63,10 gulden Kleefs geld. 
  • Akkerland, gelegen in de Laarakker, groot 150 roeden, verhuurd aan Jan Lempens, akkerman, wonende op Laar, voor een jaarlijkse pachtprijs van 21 gulden Kleefs geld. 
  • Een beemd, gelegen in de Graswinkel of Vensteeg, groot 100 kleine roeden, eerst verpacht aan Jan Mores, akkerman, wonende aan de Maaspoort, voor een pachtprijs van 8 gulden Kleefs geld, en met ingang van maart 1833 aan Jan Smits, wonende op Leuken, voor dezelfde prijs. 
  • Een stuk land in de Vensteeg, groot 100 roeden, en een stuk beemd in de Graswinkel, tot weide gemaakt, groot 50 roeden, eerst verpacht aan Reinier Princen op de Moesdijk voor een jaarlijkse pachtprijs van 8 gulden Kleefs geld, en sedert 1830 voor onbepaalde tijd aan Jacob Princen op de Moesdijk voor een pachtprijs van 6 gulden Kleefs geld. 
  • Een huis met erachter een tuintje, gelegen op de Markt verpacht aan Jan van Erp, rentenier, wonende op de Markt, vanaf september 1831 tot Pasen 1832 en daarna voor drie jaren, eindigend met Pasen 1835 voor een jaarlijkse pachtprijs van 90 Nederlandse guldens en daarna aan de heer Janssen, horlogiemaker, voor de som van 18 Franse kronen tot Pasen 1836. 
  • Een moestuin, gelegen buiten de Hoogpoort tegenover het kasteel, voor onbepaalde tijd verpacht aan W. Joseph van Esch, logementhouder op de Markt, voor een jaarlijkse pachtprijs van 10 Nederlandse guldens.  
  • Een stuk land, groot 200 kleine roeden, gelegen in de Kleinen Molenakker, voor onbepaalde tijd verhuurd aan Laurens Weekers, akkerman, wonende aan de Maaspoort, voor een jaarlijkse pachtprijs van 28 gulden Kleefs geld. Het land was voordien verhuurd aan de weduwe Kampers aan de Beekpoort.
Omkaderd onroerend goed, in oranje, in Buggenum ten name van Constantin Waegemans in 1845. https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl-.png

In de Oorspronklijke Aanwijzende Tafels van Weert van de kadastrale kaart 1811-1832, die de situatie in 1844 weergeven, komt, voor zover ik heb nagegaan, Joseph Waegemans noch zijn erfgenamen voor [28]. Waarschijnlijk is voor die tijd het onroerend goed van Joseph Waegemans in Weert verkocht of op een andere wijze in andere handen overgegaan.

Als eigenaar van het hiervoor vermelde huis op de Markt, dat tot Pasen 1836 verpacht was aan Janssen, horlogiemaker, is in de Oorspronkelijken Aanwijzende Tafels van 1844 Bonaventura Jozef Janssen, horlogiemaker, vermeld. Dit huis was oorspronkelijk het woonhuis van het echtpaar Joseph Waegemans-Petronella Loijens.

Na zijn overlijden erfden de erfgenamen van Joseph Waegemans onder meer een tiental percelen in Heythuysen. Volgens het kadaster stonden er in 1845 niet minder dan 55 percelen in Buggenum op naam van zijn zoon Constantin Emanuel Hubert Waegemans [29].

 

 

 

De Leumolen te Nunhem

De Leumolen eind 19de eeuw. Bron: http://wwww.leumolen.nl:Oud_beeldmateriaal.htm.

Joseph Waegemans kocht in 1822 samen met zijn broer Emanuel de Leumolen te Nunhem. De Leumolen behoorde tot de Franse tijd toe aan het klooster Sint Elisabethsdal. In 1796 werd deze molen door de Fransen genationaliseerd en als domeingoed verkocht.

De molen werd gekocht door drie voormalige religieuzen van het ook door de Fransen opgeheven klooster Sint Elisabethsdal [30]. Een van die kopers was L. Reynaers. Deze verkocht de molen in 1822 aan de broers Waegemans [31].

 

 

 

Huis Malborgh.

Huis Malborgh 

In 1830 erfde Joseph Waegemans Huis Malborgh te Buggenum. Dit huis was in 1795 door de Fransen genationaliseerd en verkocht aan Charles Le Brun.

Deze Le Brun is een zwager van Joseph Waegemans [32]. In 1798 had Constantinus Hendricus Richardus Waegemans, de vader van Joseph Waegemans, de eigendom van het huis verworven. Joseph Waegemans bouwde rond 1830 het huidige Huis Malborgh. 

Bij Huis Malborgh behoorde ook een boerderij. Deze heeft een middeleeuwse oorsprong, maar dateert in de huidige vorm uit het begin van de 19de eeuw. Vanaf 1835 staat ze bekend als ‘Waegemanshof’ [33].

Bidprentje Joseph Waegemans.

 

Joseph Waegemans stierf op 1 december 1839, voorzien van de laatste sacramenten van de stervenden. Met onderstaand bidprentje van Joseph Waegemans beëindig ik dit artikel over deze kerkmeester en zijn familie.

 

 

 

 

 

___________________________________________________________________________________________

Ik ben veel dank verschuldigd aan Zef Coenen, die mij voor dit artikel een groot aantal documenten uit archieven heeft aangeleverd en eerdere versies van dit artikel kritisch heeft bekeken en nuttige wijzigingen heeft voorgesteld. 

Ook dank aan de vele, anonieme vrijwilligers die ervoor hebben gezorgd dat genealogische gegevens digitaal raadpleegbaar en beschikbaar zijn. 

Bronvermeldingen

[1] Een halfwinner is een pachter van een boerderij die de helft van de opbrengst van het land en vaak ook van het vee aan de eigenaar van de boerderij moet afstaan.

[2] Ruzies en vechtpartijen te Neer en omgeving in de 18de eeuw, Zef Coenen, Oos Naer, nr. 37

[3] Schout Jacob Waegemans in de kerkelijk ban geslagen, Zef Coenen, Oos Naer, nr.47.

[4] Begrafenisregister Sint Martinus Neer.

[5] Huwelijksregister Sint Martinus Neer.

[6] Helena Joanna van der Schaeren is op 7 februari 1736 in de kerk te Weert begraven in het koor van de Heilige Maagd.

[7] Een voorgenomen huwelijk werd door de pastoor tijdens drie zondagen voor de geplande huwelijksdag in de hoogmis aangekondigd: de zogenaamde roepen of bannen. Doel daarvan was de parochianen erop te wijzen dat zij beletselen tegen het huwelijk konden melden. Van die roepen kon dispensatie worden verleend bijvoorbeeld als de aanstaande bruid hoogzwanger was.

[8] In het huwelijksregister staat ’in tempore clauso”, in gesloten tijd. Dat is de periode waarin volgens de katholieke kerk zonder dispensatie niet voor de kerk getrouwd mocht worden. Deze periodes waren de vier adventsweken voor Kerstmis tot de epifanie (6 januari) en van aswoensdag tot beloken Pasen.

[9] Leonard Joseph Mordang was afkomstig uit Euskirchen. Hij was getrouwd met Christine Schliot. Ten tijde van de geboorte van hun zoon François Joseph op 7 Fructidor an VII (4 augustus 1799) woonde het echtpaar Mordang-Schliot in de section de forets, rue dit Beekstraat (boswijk, Beekstraat).

[10] Begrafenisregister Sint Severinuskerk Grathem.

[11] “In dienst voor Napoleons Europese droom”. Joost Welten, pag.688-692.

[12] “In dienst voor Napoleons Europese droom”. Joost Welten, pag.689.

[13] In dit gebouw is anno 2024 Taverne De Oude Munt gevestigd.

14 In het begrafenisregister van de parochie Sint-Nicolaas te Heythuyzen wordt van Maria Anna Mechtildis de Brias vermeld dat zij “vidua Baronis de Linsingen, pia memoria” (weduwe van baron de Linsingen, zaliger gedachtenis), is.

[15] Joost Welten, “Bijlagen bij proefschrift” Hoofdstuk 11, noten 26 en 36.

[16] Joost Welten, “Bijlagen bij proefschrift” Hoofdstuk 7, noot 27.

[17] Vermeldenswaard is dat de Van Brussels volgens de huwelijksakte woonden in de “section des marais, rue de hoogstraat” (moeraswijk, Hoogstraat).

[18] Grote Historische Topografische Atlas Limburg, kaart nummer 737.

[19] Meer over Ildephonse Joseph Cachera is te vinden in Hoofdstuk 7 “Een Franse officier in Weert”, van “In dienst voor Napoleons Europese droom”, Joost Welten.

[20] Gemeentearchief Weert (GAW), NAW, inv. nr. 66

[21] De functie van adjoint is enigszins te vergelijken met een gemeentesecretaris.

[22] De Bataafsche Republiek was een republiek die nagenoeg het gehele grondgebied van het huidige Nederland omvatte met uitzondering van wat thans de Nederlandse provincie Limburg is.

[23] Gemeentearchief Weert (GAW), NAW, inv. nr. 66.

[24] GAW, NAW, inv. nr. 66.

[25] Maria Agnes Alexandrina van der Renne is een telg uit de adellijke familie Van der Renne, die in 1821 het kasteel Daelenbroeck te Herkenbosch verwierf.

[26] Familiearchief Waegemans, inv. nr. 359a, 1825-1836.

[27] Een roede is een oude oppervlaktemaat die van plaats tot plaats verschillend was. Een vierkante roede was in Weert 21,2 m2. https://mgw.meertens.knaw.nl/maten/14.

[28] De vermelding 1811-1832 kan verwarring opleveren. De verklaring voor die wellicht verwarrende datering is dat de vastlegging van percelen en plattegronden van gemeenten in kadastrale kaarten in Nederland is begonnen in 1811 en afgerond is in 1832 met uitzondering van de huidige Nederlandse provincie Limburg, die van 1830 tot 1839 bij België hoorde. De werkzaamheden voor het kadaster zijn tijdens de Belgische periode van Limburg gestaakt. Pas in 1843, een aantal jaren na het verdrag van Londen (1839), waarbij de scheiding tussen Nederland en België geregeld werd, kwam in de toen nieuwgevormde Nederlandse provincie Limburg het kadaster tot stand.

[29] https://aezel.eu/en/ontdekken/geografie

[30] Sint Elisabethsdal was een klooster van de kanunniken van Sint Augustinus te Nunhem. Het klooster is in 1796 door de Fransen opgeheven en zijn bezittingen genationaliseerd.

[31] www.leumolen.nl .

[32] Jean Charles Le Brun is op 13 februari 1781 geboren te Kessel. Op 16 fructidor an XII (3 september 1804) trouwde hij te Weert met Anna Maria Elisabeth Loijens, geboren 26 februari 1778 in Weert.

[33] nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Malborgh.

De verkiezing in 1861 van mr. Karel Cornelis, kantonrechter te Weert, tot lid van de Tweede Kamer – Wil Filott

Op 22 november 2023 zijn twee inwoners van Weert gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Hoewel er vreugde geweest zal zijn bij de gekozenen, hun partijgenoten en de kiezers die op hen gestemd hebben, heeft dat niet tot een openbare uiting van blijdschap geleid. Dat was in 1861 volgens een ingezonden brief in een krant wel het geval. In dat jaar werd Karel Cornelis, inwoner van Weert, gekozen tot lid van de Tweede Kamer. In dit artikel beschrijf ik in het kort wat er aan die verkiezing voorafging en de thuiskomst in Weert van Karel Cornelis na die verkiezing.

 

Wie was Karel Cornelis?

Karel Cornelis. Bron-RKD

Charles Louis Joseph (Karel Lodewijk Joseph) Cornelis is op 12 januari 1819 geboren te Roermond. In dezelfde plaats volgde hij middelbaar onderwijs op het College. Vervolgens studeerde hij rechten aan de universiteit van Leiden, waar hij colleges volgde bij Thorbecke.[2] Karel Cornelis was afkomstig uit een financieel gegoede familie.

 

Oranje omkaderd- het grondbezit Joseph Cornelis in Beegden.
Bron: https://aezel.eu:ontdekken:geografie:minuutplans-eigendom

De grootvader van vaderszijde van Karel Cornelis is Aegidius Wilhelmus Cornelis, geboren rond 1741 te Peer, dakpannenfabrikant en rentmeester van het kapittel van Thorn, overleden op 5 april 1816 te Thorn.

Zijn vader is Josephus Cornelis, geboren op 14 oktober 1780 in Thorn. Josephus Cornelis is op 25 januari 1809 te Weert getrouwd met Henriette Catharine van Dam, rentenierster, geboren te Beegden.

Josephus Cornelis was een vermogend man. Volgens het kadaster was hij begin jaren veertig van de 19de eeuw eigenaar van niet minder dan 168 percelen grond, gelegen in Ittervoort, Hunsel, Thorn, Wessem, Heel en Panheel en Beegden.[3].  Josephus Cornelis was tijdens de Franse tijd keizerlijk notaris te Weert van 1808 tot 1815, notaris te Beegden van 1815 tot 1819 en te Roermond van 1819 tot 1850. Hij is overleden op 19 april 1852 te Beegden.

De politieke ”geloofsbelijdenis” van Karel Cornelis. Maas- en Roerbode, 29 mei 1858

Karel Cornelis in de politiek

De ongehuwde Karel Cornelis had meer ambitie dan het kantonrechterschap te Weert. Voor de verkiezingen in 1858 voor leden van de Tweede

Kamer stelde hij zich kandidaat voor het kiesdistrict Roermond. Weert behoorde tot het kiesdistrict Roermond, dat twee afgevaardigden naar de Tweede Kamer kon sturen. In 1858 werden er verkiezingen gehouden wegens het aftreden van de helft van de 72 leden van de Tweede Kamer. In het kiesdistrict Roermond kon in 1858 één kandidaat gekozen worden.

Karel Cornelis kondigde zijn kandidatuur publiekelijk aan onder andere in een bericht in de Maas- en Roerbode. Uit dat bericht blijkt dat hij de liberale beginselen was toegedaan.

Kiesstelsel

Bij de grondwetsherziening van 1848 waren in Nederland voor de Tweede Kamer directe verkiezingen en een districtenstelsel ingevoerd. Het kiesrecht was zeer beperkt. Alleen mannen ouder dan 23 jaar, die voor een bepaald bedrag aan directe belastingen waren aangeslagen, mochten stemmen. Zij kregen een door de gemeente gewaarmerkt stembriefje waarop ze de naam van een kandidaat konden invullen. Een kandidaat diende de absolute meerderheid van geldig uitgebrachte stemmen te krijgen, wilde hij verkozen zijn. Als in een eerste ronde geen kandidaat die meerderheid behaalde, volgde een tweede ronde tussen de twee kandidaten met de meeste stemmen uit de eerste ronde. De kandidaat die dan de meeste stemmen kreeg, was verkozen. 

In de Maas- en Roerbode van 5 juni 1858 verscheen een mededeling van een groot aantal kiezers aan de kiezers van het district Roermond, waarin zij mr. Karel Cornelis met klem aanbevolen voor de verkiezingen van 8 juni 1858 vanwege zijn politieke, liberale geloofsbelijdenis. Karel Cornelis haalde het, ondanks die aanbeveling echter bij die verkiezingen niet. Het zittend kamerlid mr. P.L de Lom de Berg werd herkozen met 766 stemmen; op mr. Karel Cornelis werden 467 stemmen uitgebracht.[4]

Een incident in Nederweert

Na de verkiezingen op 8 juni 1858 werd in Nederweert door een brigadier van de Koninklijke marechaussee te Weert proces-verbaal opgemaakt tegen de heer Pieter Jan Trouwen, gemeentesecretaris van Nederweert. Hij werd ervan verdacht inwoners van die gemeente verhinderd te hebben ongehinderd hun kiesrecht uit te oefenen. Hij zou aan de trap van het raadhuis gestaan hebben en de burgers die kwamen stemmen, gevraagd hebben hun stembriefje te tonen. Als daarop de naam van Karel Cornelis stond, zou hij het briefje hebben ingenomen en vervangen hebben door een briefje met de naam De Lom de Berg en gezegd hebben dat zij op die kandidaat moesten stemmen.[5] Of deze zaak een vervolg heeft gehad is mij niet bekend.

Een tweede poging

Maas- en Roerbode, 26 mei 1860

In 1860 waren er in het kiesdistrict Roermond weer verkiezingen voor een lid van de Tweede Kamer. Het aftredend kamerlid, mr. P.H.H. Strens, gaf herhaalde malen publiekelijk aan niet in aanmerking te willen komen voor herverkiezing als lid van de Tweede Kamer.[6] Merkwaardigerwijs stelde hij zich wel kandidaat.

Karel Cornelis was niet ontmoedigd door de verkiezingsnederlaag in 1858. Voor de verkiezingen van een Tweede Kamerlid op 12 juni 1860 stelde hij zich weer kandidaat.

De kandidatuur van Karel Cornelis werd onder meer ondersteund door De Volksvriend, weekblad voor Roermond.[7] Het blad schreef over Karel Cornelis onder meer: “Hij immers is de aanbevelenswaardigste der kandidaten, hij is degene op wien men zich met de meeste zekerheid vertrouwen kan dat hij aan de hem gebeurtelijk toegekende onderscheiding ruimschoots zal beantwoorden”[8]

Maas- en Roerbode, 21 juli 1860

Op 12 juni 1860 verkreeg geen van de kandidaten de volstrekte meerderheid. Er moest een herstemming plaatsvinden tussen de twee kandidaten die de meeste stemmen hadden gehaald. Dat waren mr. P. Strens, aftredend lid, met 534 stemmen en mr. Karel Cornelis met 522 stemmen.[9] Karel Cornelis bedankte in een advertentie de kiezers die in de eerste ronde op hem gestemd hadden en hield zich bij de herstemming aanbevolen.[10]

Voor die herstemming kreeg Karel Cornelis weer de volledige steun van De Volksvriend. De krant schreef onder meer: “ … dan herhalen wij, dat de heer Cornelis de geschiktste, ja de eenige kandidaat is, die door zijnen ijver, zijne bekwaamheid  en door zijn even zoo rechtschapen als zelfstandig karakter, volkomen aanspraak op die onderscheiding  heeft, zoodat wij nogmaals eindigen met alle loaijle en verstandige Kiezers, die het wel meenen met Limburg en die het distrikt Roermond goed wenschen te zien vertegenwoordigd, uit te nodigen hunne stemmen uit te brengen op Meester Karel Cornelis, Kantonregter te Weert”.[11]

Niet iedereen was gecharmeerd van de kandidatuur van Karel Cornelis. Le courrier de la Meuse[12] schreef naar aanleiding van de verklaring van de heer Strens om niet in aanmerking te komen voor herverkiezing: “De heer Cornelis, kantonrechter te Weert, ambieert het ambt van afgevaardigde. De heer Cornelis biedt geen enkele garantie. Hij is een openbaar ambtenaar, voor vijf jaren benoemd, en bijgevolg afhankelijk van de regering. Hij is bovendien voortdurend op zoek naar een betere positie. Is dat de man die de heer Strens kan vervangen?”[13]

Omdat de heer Strens verklaard had niet in aanmerking te willen komen voor herverkiezing, leek verkiezing van Karel Cornelis bij de herstemming voor de hand te liggen. Het liep echter anders. Bij de herstemming op 26 juli 1860 werden er 723 stemmen op Strens uitgebracht terwijl Cornelis er 570 kreeg.

Ondanks de eerdere gedane mededelingen van Strens dat hij geen Tweede Kamerlid meer wilde zijn en mocht hij toch herkozen worden, het kamerlidmaatschap niet zou aannemen, aanvaardde hij toch zijn benoeming, zij het met al dan niet gemeende tegenzin. Ook toen was in de politiek een discrepantie tussen ”zeggen” en “doen” niet ongebruikelijk.

Een derde kans voor Karel Cornelis

Maas- en Roerbode, 30 maart 1861

In maart 1861 werd mr. M.P.H. Strens benoemd tot minister voor de “Roomsch katholieke eeredienst”. Hij was al eerder minister van dat departement en ook minister van Justitie geweest. Hij trad af als Tweede Kamerlid omdat die functie niet verenigbaar was met het ministerschap

Er moesten dus nieuwe verkiezingen in het kiesdistrict Roermond worden gehouden. Deze werden bepaald op 9 april 1861 en, als herstemming nodig was, op 23 april 1861. Karel Cornelis probeerde het ook deze keer weer, getuige onder meer een bericht in de Maas- en Roerbode van 30 maart 1861. Zijn belangrijkste tegenstrever was mr. Hengst.[14] Een andere kandidaat was mr. Baron de Keverberg.[15]

De uitslag van de verkiezingen van 9 april 1861 leverde voor geen van de kandidaten de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen op. Mr. Karel Cornelis, kantonrechter te Weert, kreeg 590 stemmen, mr. J.B. Hengst, burgemeester van Boxmeer, 417 en mr. Baron Frederik de Keverberg 275 van de uitgebrachte geldige stemmen. Herstemming tussen Cornelis en Hengst was dus nodig.[16] Baron de Keverberg verklaarde de kandidatuur van Karel Cornelis te steunen.

Gezondheidsprobleem

In de week van de verkiezingen van 9 april 1861 werd Karel Cornelis ziek. Ik citeer een bericht uit De Volksvriend van 13 april 1861:

“De heer Karel Cornelis, sinds verleden week, lijdende aan een zenuwkoorts van zeer ernstige aard, die hem belette zich met aangelegenheden van algemeen belang onledig te houden, bevindt zich sedert gisteren aan de beter hand, zoodat het dreigende gevaar, waarin hij gedurende meerdere dagen verkeerd heeft, heden gelukkiger wijze geweken is”.

De Volksvriend, 20 april 1861

Het herstel van die ernstige zenuwkoorts ging blijkbaar snel, want in de Volksvriend van 20 april 1861 verscheen een bericht van Karel Cornelis dat hij hersteld was van een ernstige onpasselijkheid. Ook beval hij zich bij de herstemming aan ”in de voortdurende goedgunstigheid der Heeren Stemgeregtigden”.

De verkiezingen van 23 april 1861 leverde een klinkende overwinning voor Karel Cornelis op. De Volksvriend verwoordde in zijn editie van 27 april 1861 de uitslag als volgt:

“Van de geldige stemmen heeft de heer Mr. Karel Cornelis er 857 op zich vereenigd, terwijl ondanks alle walgende kuiperijen en hoogst laakbare praktijken de heer Mr. J.B Hengst er slechts 454 bekwam, zoodat de heer Cornelis met de ontzaggelijke meerderheid van vier honderd en drie stemmen tot `s lands afgevaardigde van het distrikt Roermond gekozen is. Geen ander volksvertegenwoordiger in Limburg, die ooit een mededinger te bekampen had, kan zich vleijen een meerderheid van stemmen gelijk aan die van den heer Cornelis te hebben bekomen. Ja weinig vertegenwoordigers uit het gehele Rijk mogen er op bogen, meer eervol dan de heer Cornelis `s volks raadzaal te zijn binnengetreden”.

Evenals heden ten dage was de verkiezingsstrijd gevoerd met verdachtmakingen en insinuaties. Deze strijd werd naast bijeenkomsten ook gevoerd in en door met name Limburgse kranten, de social media van die tijd, waarbij niet geschroomd werd flink uit te halen naar de tegenstander.[17] De Volksvriend schetste daar, na de verkiezingsoverwinning van Karel Cornelis, in één lange zin het volgende, gekleurde beeld van:

“Inderdaad bij de jongste verkiezingen in ons gewest, is het een opvallend kenteeken geweest van de afdwalingen der drukpers en van de verkrachting harer verhevene maatschappelijke roeping, die in de gegevene omstandigheden alléénlijk tot uithangbord diende, om de menigte rondom openlijk verkondigde ergernissen onvermoeid zamen te scholen, ten einde het publiek aanhoudend slechts één naam toe te roepen en gestadig  dezelfde reputatie te trompetten, terwijl men na een bloedige nederlaag te hebben geleden, zich tenslotte vermeten durft, om, stuiptrekkend en met kwalijk verkropten spijt, heden nog den ezelschop te geven aan de glansrijke verkiezing van den heer Mr. Karel Cornelis, verkiezing waarover menig echt Limburger zich te regt  mag verhoovaardigen, verkiezing, die ieder goed geaard Limburger steeds heugelijk zal herdenken”.[18]

Uit bovenstaand citaten blijkt duidelijk naar wiens sympathie De Volksvriend uitging. Le courrier de la Meuse kon zijn chagrijn over de overwinning van Karel Cornelis in zijn commentaar nauwelijks verbergen:

“Hoewel dit resultaat ongetwijfeld deels te danken is aan bijna in de geschiedenis ongehoorde verkiezingsmanoeuvres, aan laster en leugens van allerlei aard, erkennen wij dat de meerderheid van de kiezers onze zienswijze niet heeft gedeeld”.[19]

De feestelijk intocht van kamerlid Karel Cornelis in Weert

Karel Cornelis. Bron-RKD

Zoals we gezien hebben, was Karel Cornelis kantonrechter te Weert. Hij woonde aan het kanaal. Karel Cornelis was op 23 april 1861 tot lid van de Tweede Kamer gekozen. Het duurde echter vier maanden voordat hij naar zijn huis in Weert terugkeerde. De reden daarvoor was dat de ziekte, die hem getroffen had in de verkiezingsperiode, blijkbaar ernstiger was dan hij had doen voorkomen.

Maar na teruggekeerd te zijn uit Luik, was het op 27 augustus 1861 zover. Volgens een ingezonden bericht in De Volksvriend werd hij in Weert feestelijk onthaald.[20] Ik citeer enkele passages uit dat uitvoerige bericht.

Erewacht te Swartbroek

“Op zijne weg naar Weert werd zijne aankomst te Baexem reeds door het luiden der klokken aangekondigd; te Kelpen gekomen, werd hij namens de burgerij van Weert begroet door twee leden van de eerewacht te paard, welke zich ter gelegenheid zijner aankomst had georganiseerd, te Swartboek wachtte hem die eerewacht op, ten getale van 23 personen”.

De commandant van de erewacht, L. Janssen, hield daar een toespraak met onder andere de volgende woorden:

Door de heeren gardes d`honneur is mij als kommandant de eervolle taak opgedragen, om bij U, die na een hoogst eervollen en voor u zeer roemrijken wedstrijd , tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal gekozen zijt en na een gevaarlijke ziekte, als van den rand des grafs eene gewenschte herstelling bekomen hebt, op het oogenblik uwer intrede in onze gemeente het eerst den tolk te wezen der levendigste gevoelens van deelneming der Weertenaren, en U dus met de warmste toegenegenheid hartelijk welkom te noemen in het midden Uwer U liefhebbende medeburgers” en “Wij allen roepen u derhalve ondubbelzinnigst een hartelijk welkom toe: Lang leve onder ons het nieuw lid der 2de Kamer der Staten-Generaal”.

Karel Cornelis bedankte de erewacht voor de hem geboden eer en verzekerde dat hij in zijn nieuwe betrekking de belangen van het vaderland en van het district zou behartigen. Begeleid door de erewacht werd de tocht naar Weert voortgezet.

Erewacht bij de Trumpert

Uitsnede uit Kaart van het Hertogdom Limburg, door J.J. Bonniver, 1849

Bij de Trumpert stond een tweede erewacht, samengesteld door de verschillende gehuchten van Weert. De commandant van die erewacht, de heer Scheepers, sprak onder meer meer de volgende woorden:

“Wees welkom in ons midden. Welkom hooggeachte heer. Wij wenschen u veel geluk met de herstelling Uwer gezondheid” en “de vreugde maakt zich van ons hart meester nu wij het geluk hebben U in ons midden te zien, en U hersteld, als lid der 2de Kamer te mogen begroeten. Wij wenschen U tevens heil met het blijk van vertrouwen, U door de kiezers van dit kiesdistrikt gegeven en twijfelen geenszins of wij zullen in U eenen vertegenwoordiger hebben, die zowel de belangen der provincie als die van ons Vaderland op eene waardige wijze zal weten te behartigen”. 

De heer Cornelis betuigde de erewacht zijn innige dank voor de gemoedelijke ontvangst en prees zich gelukkig, na het herstel van zijn gezondheid, zich weer te midden van een bevolking te bevinden, van wie hij zo veel blijken van achting en genegenheid had ontvangen. Na deze toespraak boden twaalf “bevallige kindertjes” aan Karel Cornelis enige boeketten bloemen aan.

Ontvangst in Weert

De erewachten vergezelden het rijtuig van de heer Cornelis tot aan de stad waar hij door de gemeenteraad, drie boogschuttersverenigingen, en een burgererewacht te voet werd toegejuicht met de kreet Leve Karel Cornelis. De Harmonie en de Liedertafel sloot zich bij de erewachten aan. De oudste wethouder verwelkomde de heer Cornelis met onder meer de volgende woorden.

“Wij heeten u voorts welkom in ons midden en brengen wij u gaarne als onzen volksvertegenwoordiger onze hulde toe; immers de overtuiging staat bij ons vast, dat uw streven zal zijn om tot  bevordering van het heil des Vaderlands, in `s lands hoogste vergaderzaal al het mogelijke te doen, terwijl uwe begaafdheden, onvermoeide ijver en pligtbetrachting ons ten waarborg strekken, dat Nederlands Staatsburgers redenen zullen hebben, om zich over de door u door de meerderheid der kiesbevoegden in het district Roermond uitgebragte keuze te verheugen”. “Ingezetenen van Weert, vereenigt u met mij tot den roep: Leve de heer Cornelis; leve onze Volksvertegenwoordiger”.

Karel Cornelis zei dat hij zeer gevoelig was voor de talrijke blijken van deelneming door de burgerij in de gunstige uitslag van zijn ziekte en van de verkiezingen. Hij was ervan overtuigd dat de inwoners van Weert daartoe veel aan hadden bijgedragen. Hij was daar zeer erkentelijk voor en zou door de belangen van Weert te behartigen meewerken aan de bloei en welvaart van de gemeente.

Feest in de stad

De stoet trok, vergezeld door ”eene ontzaggelijke menigte” de stad binnen. De klokken luidden totdat Cornelis zijn woning aan het kanaal bereikt had.

“Van alle huizen wapperden Nationale vlagen, de huizen en straten waren met groene erebogen en kransen versierd, een ieder wilde deelnemen en luister bijbrengen aan deze intrede, welke inderdaad een volksfeest was nog nimmer in Weert voorgevallen”.

`s Avonds bracht de harmonie een serenade aan Cornelis. De Sociëteit de Liedertafel bracht op een schip in het kanaal voor de woning van de heer Cornelis enkele liederen ten gehore. De opzichter van Waterstaat had op het kanaal een paal laten oprichten met daarop een brandende teerpot, waarvan de vlammen zich in het water weerspiegelden.

Het feest liep volgens de inzender van het bericht rustig af, begunstigd door het aangename weer. In Weert zou men zich deze blije dag nog lang herinneren.[21]

Overzicht van de vergaderzaal van de Tweede Kamer in 1861 met plaats 65 voor Karel Cornelis. Bron- Staatsalmanak voor het Koningrijk der Nederlanden 1861

De plaats van Karel Cornelis in de Tweede Kamer

Karel Cornelis kon na zijn herstel en de feestelijke intocht in Weert ruim vier maanden na zijn verkiezing zijn plaats als kamerlid in de bankjes van de vergaderzaal van de Tweede Kamer innemen.[22]

Ten slotte

Over de politieke en juridische carrières van Karel Cornelis valt nog het een en ander te verhalen, maar dat valt buiten het bestek van dit verhaal. Ik beperk me tot enkele feiten.

Karel Cornelis is in 1869 afgetreden als kantonrechter in Weert. In 1871 beëindigde hij zijn lidmaatschap van de gemeenteraad van Weert. In 1871 werd hij benoemd tot officier van justitie te Roermond en trad hij af als Kamerlid.

Bevolkingsregister gemeente Roermond

Na zijn ontslag als kantonrechter verhuisde hij naar Roermond. Volgens het bevolkingsregister van Roermond is hij daar op 30 augustus 1872 ingeschreven.

Overlijdensadvertentie van Karel Cornelis. Maas- en Roerbode, 30 augustus 1884

Hij is in het register vermeld als hoofd van het huisgezin. Tot dat huisgezin werden ook gerekend zijn zus Maria Francisca Hubertina, geboren in 1813 in Weert, en vier nichtjes, dochters van zijn broer Petrus Maximilianus Hubertus Sebastianus Cornelis.

Karel Cornelis stierf op 25 augustus 1884 te Roermond. Hij was toen Officier van Justitie.

Karel Cornelis was in Weert enigszins in vergetelheid geraakt. In het Kanton Weert werd aan zijn overlijden nauwelijks aandacht geschonken. Behalve van zijn overlijden en vermelding van enkele, door hem vervulde functies werd er in een kort bericht alleen gewag van gemaakt dat enige van zijn Weerter vrienden zijn begrafenis hadden bijgewoond.[23]

 

Bronvermeldingen

[1] Jan Rudolph Thorbecke (1798-1872) was van 1825 tot 1830 hoogleraar aan de universiteit van Gent, waar de colleges in het Latijn werden gegeven. Na de Belgische opstand in 1830 is hij in 1831 benoemd tot hoogleraar aan de universiteit van Leiden. Thorbecke is een grondlegger van de liberale partij in Nederland, de zogenaamde Thorbeckianen, én ontwerper van de Grondwet van 1848, die nog steeds het fundament van de Nederlands staatsinrichting vormt.

[2] Weert heeft van 1842 tot 1934 een kantongerecht gehad.

[3] htttps://aezel.eu/details/feit.

[4] Mr. P.L. de Lom de Berg is geboren op 3 maart 1804 te Venlo en daarop 31 december 1873 overhelden. Hij was onder meer notaris te Venlo en van 1849 tot 1850 Tweede Kamerlid. De Lom de Berg was op 12 maart 1856 door de Hoge Raad veroordeeld voor te geringe aangifte van deuren en vensters tot een boete van fl. 5,52 en van haardsteden tot een boete van fl. 144,06. Bron: De Roermondenaar, 13 maart 1856. In gevolge de zogenaamde Stelselwet van 12 juli 1821 moest er niet alleen belasting betaald worden over buitenvensters en- deuren en haardsteden, maar ook voor bijvoorbeeld dienstboden en luxe paarden. De vensterbelasting was overigens al eerder door de Fransen ingevoerd. Dat leidde ertoe dat vensters dichtgemetseld werden. Om dat optisch iets te verhullen, werden in Thorn huizen witgekalkt. Een veroordeling vormde ook, net zoals heden ten dage, toen geen reden voor een aantal kiezers om op de veroordeelde kandidaat te stemmen.

[5] De Roermondenaar, 19 juni 1858; Maas- en Roerbode, 19 juni 1858.

[6] Martin Pascal Hubert Strens was een niet-praktiserend katholiek en aanhanger van Thorbecke. Hij is geboren op 28 maart 1807 te Roermond en overleden op 22 juli 1875 te Maastricht. Hij is lid van de Tweede Kamer geweest van 21 oktober 1844 tot 23 oktober 1846 voor het hertogdom Limburg en van 14 juni 1853 tot 14 maart 1861 voor het kiesdistrict Roermond.

[7] De Volksvriend was een liberaal weekblad, dat van 1859 tot 1893 in Roermond werd uitgegeven. Drijvende kracht achter De Volksvriend was Jos Raemaekers. Deze had in Roermond een drukkerij en was uitgever en redacteur van het weekblad. Hij streed met grote inzet en een scherpe pen tegen de machtspositie van de kerk. Zijn zoon Louis Raemaekers is de beroemde tekenaar van spotprenten, naar wie de brug over de Maas bij Roermond genoemd is

[8] De Volksvriend, 9 juni 1860.

[9] Maas- en Roerbode, 16 juni 1860.

[10] Maas- en Roerbode, 16 juni 1860.

[11] De Volksvriend, 23 juni 1860.

[12]  Le courier de la Meuse, Journal quotidien, religieux, politique et litteraire, was een Franstalig blad, uitgegeven te Maastricht van 1851 tot 1892

[13] Le courrier de la Meuse, 22 juli 1860.

[14] Johannes Babtista Josephus Hengst is geboren op 23 juni 1817 te Boxmeer. Hij studeerde rechten te Leiden, waar hij op 11 maart 1839 promoveerde. Hij was burgemeester van Boxmeer van 26 januari 1844 tot zijn overlijden op 23 maart 1892. Van 1848 tot 1860 was hij lid van de Tweede Kamer.

[15] Mr. Frederik Hendrik Carel Ernest Baron de Keverberg is op 25 juli 1825 geboren te Stonor (Engeland) en op 27 september 1876 eenzaam en verbitterd overleden te Kessel. Hij studeerde rechten te Leiden, waar hij op 9 juni 1848 promoveerde.

[16] Maas- en Roerbode, 13 april 1861, De Volksvriend, 13 april 1861.

[17] De landelijke en regionale kranten buiten Limburg beperkten zich tot het weergeven van de feiten met uitzondering van De Tijd (4 april 1861, 22 april 1861) en Algemeen Handelsblad (18 april 1861), die duidelijk de kant kozen van de heer Hengst.

[18] De Volksvriend, 27 april 1861.

[19] Le courrier de la Meuse, 25 april 1861.

[20] De Volksvriend, 31 augustus 1861

[21] In andere kranten heb ik geen melding van die feestelijke ontvangst gevonden. Het ingezonden bericht en de toonzetting daarvan in De Volksvriend verdient dus enige scepsis.

[22] Deze vergaderzaal werd door het parlement gebruikt van 1815 tot 1992.

[23] Kanton Weert, 31 augustus 1884, pag. 3.

Voorjaarsexcursie naar Nijmegen en kasteel Doorwerth
een persoonlijk verslag in woord en beeld – Wil Filott

Op 20 april 2024 vond de voorjaarsexcursie van LGOG, kring Weert, De Aldenborgh en GHK  Thorn plaats.  De reis ging deze keer naar Nijmegen en kasteel Doorwerth. In tegenstelling tot de zonnige najaarsexcursie waren de weergoden ons deze keer minder goed gezind. In de loop van de dag deed Boreas zich met een frisse noordoostenwind gelden, zorgde Pluvius voor enige nattigheid, maar gelukkig trakteerde Sol ons af en toe op verwarmende stralen.

Met een volle bus werd koers gezet naar Nijmegen. Het reisgezelschap kende een internationaal tintje: behalve Nederlanders bleken er ook enkele Belgen aan boord te zijn, de buschauffeur woonde in Vlaams-Brabant en de luxe bus was van Spaanse makelij.

Nijmegen

Mariken van Nimwegen

In Nijmegen konden we in de eeuwenoude Waagh genieten van een kop koffie of thee en een stuk appeltaart, naar wens voorzien van een dot slagroom. Na deze versnapering werden we voor het beeld van Mariken van Nimwegen in twee groepen verdeeld voor een stadswandeling met deskundige gidsen.

Uw verslaglegger werd ingedeeld in de groep van gids Wim. Deze vertelde afkomstig te zijn uit Brunssum en vijf jaar op het Bisschoppelijk College te Weert gezeten te hebben.

Een gids in opleiding die onze groep vergezelde bleek ook een connectie met Weert te hebben. Familie van haar had gewoond in de Keulerstraat. Dat schiep al een band tussen de groep en de gids.

 

Na angstvallig gevraagd te hebben of er zich Maastrichtenaren in de groep bevonden, zei Wim dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Het strategisch gelegen Nijmegen heeft vanaf de Romeinse tijd vele malen geleden onder oorlogsgeweld. De laatste keer was op 22 februari 1944 toen door een bombardement door Amerikaanse vliegtuigen de binnenstad en de Stevenskerk werden verwoest. Het bombardement kostte zo`n 800 burgers het leven.

Wim leidde ons door een van de twee poorten onder eeuwenoude gebouwen van de Lakenhal naar de omgeving van de historisch verantwoord herbouwde Stevenskerk. De toren van de Stevenskerk stak volgens hem anderhalve meter boven de Eusebiuskerk in het rivaliserende Arnhem uit. De toren zelf is minder hoog dan die van de Eusebiuskerk, maar het positieve verschil voor de Stevenskerk wordt veroorzaakt door de hogere ligging in Nijmegen.

Latijnse School Stevenskerkhof

Op het Stevenskerkhof bevindt zich de uit de 16de eeuw stammende Latijnse school met beelden van de twaalf apostelen. De huidige, witte beelden zijn enkele jaren geleden vervaardigd met gebruikmaking van 3D techniek

Na de oorlog werd voorrang gegeven aan herbouw van de verwoeste binnenstad. Het oude stadsgedeelte (de benedenstad) tussen het centrum en de Waal werd aan zijn lot overgelaten hetgeen tot verpaupering en verkrotting leidde. Daar kwam pas een einde aan toen staatssecretaris Jan – in gelul kun je niet wonen – Schaefer medio jaren 70 subsidie toezegde voor sanering. Schaefer stelde wel als voorwaarde dat het oude stratenpatroon intact moest blijven en dat van de nieuwbouw 70% uit sociale woningen moest bestaan. Helaas werd de oude bebouwing afgebroken. De nieuwbouw heeft erin geresulteerd dat tussen het centrum en de Waal een rustige wijk met veel sociale woningen is ontstaan terwijl in andere steden een dergelijk gebied dicht bij een rivier vaak het domein is van beter gesitueerden.

 

Stadsgids Wim

Vanuit deze nieuwe wijk met uitzicht op de Stevenstoren zong Wim met welluidende stem het refrein van het Nijmeegse volkslied:

Al mot ik krupe, op blote voeten gaon, ik wil nog een keer de Steven heure slaon”.

In Nijmegen hingen op deze dag vlaggen van de voetbalclub NEC aan veel woningen. Toen een van de dames zei dat “Nek” de volgende dag de bekerfinale tegen Feijenoord moest spelen, kwam er direct een gespeeld boze reactie van Wim. Het was niet “Nek” – die zit onder een hoofd – maar NEC, uitgesproken als “En Ee Cee”.

De enige toegestane uitzondering was als NEC tegen NAC  speelde. Dan mocht er van NEK-NAK gesproken worden.

Wim zei dat hij met zijn drie zonen, veertigers, de volgende dag naar Rotterdam zou gaan voor de bekerfinale Feijenoord-NEC. Eventueel verlies van NEC deerde hem niet, het ging hem om de sfeer. 

 

Besienderhuis

In de benedenstad bevindt zich de oude synagoge. Deze is na restauratie vanwege oorlogsschade door de gemeente Nijmegen voor een symbolisch bedrag overgedragen aan de door de Nazi`s gedecimeerde Joodse gemeenschap en thans weer als synagoge in gebruik.

Iets verder naar beneden met uitzicht op de Waal ligt het Besienderhuis, een 16de eeuws koopmanshuis. Een besiender was een tollenaar, die de lading van schepen op de Waal controleerde en voor betaling van tolgelden zorgde.

Muurschildering leven keizerin Theophanu

Wim stond enige tijd stil bij een muurschildering die het leven van keizerin Theophanu uitbeeldde. Theophanu was een prinses uit Constantinopel die werd uitgehuwelijkt aan keizer Otto II.

Na het overlijden op jonge leeftijd van Otto II in 893, regeerde keizerin Theophanu als regentes van haar enige zoon, de latere keizer Otto III, over een uitgestrekt rijk: een bijzonderheid in een door mannen gedomineerde wereld.

Theophanu stierf in 991 in Nijmegen en werd per boot naar Keulen gebracht waar zij werd begraven.

 

Waalbrug Nijmegen

Vanaf de kade van de Waal hadden we zicht op een icoon van Nijmegen, de boogvormige Waalbrug, gebouwd in 1936. Het Nederlandse leger blies op 10 mei 1940 de brug op in een poging de Duitse opmars te stoppen of te vertragen.

De Duitsers herstelden in de oorlog de brug. Aan het einde van de oorlog viel die onbeschadigd in handen van de geallieerden. Toen Wim tijdens een rondleiding aan Duitse bezoekers zei dat de Duitsers met staal van Krupp de brug hadden hersteld, reageerde een Duitser met: “Da brauchen wir die Fahrräder nicht mehr zurück zu geben”.

Aandenken aanleg spoorlijn Nijmegen-Kleef

Nijmegen was vroeger vóór de bouw van de Waalbrug meer gericht op Duitsland, Brabant en Limburg dan op Holland. Dat blijkt onder meer uit het monument dat is opgericht naar aanleiding van de aanleg van de spoorlijn Nijmegen-Kleef in 1865.

Als laatste onderdeel van de rondleiding konden we een blik werpen op het stadhuis.

Stadhuis Nijmegen

Het oude stadhuis van Nijmegen is in de oorlog nagenoeg geheel uitgebrand. De voorgevel is in de oude stijl hersteld. De rondleiding eindigde op de plek waar hij begon: bij het beeld van Mariken van Nimwegen.

Uw verslaglegger heeft vele gidsen meegemaakt maar deze Wim was van grote klasse.  Humoristisch, enthousiast, duidelijk sprekend, met kennis van zaken, ad rem en inspelend op de groep. De deelnemers aan de groep van gids Rob waren ook enthousiast over de kwaliteiten van hun gids. Hij was uit hetzelfde, uitstekende hout gesneden als Wim.  En ook hij was supporter van En Ee Ce en dat al vijftig jaar. Chapeau voor beide heren, die voor de deelnemers niet alleen een leerzame maar zeker ook een plezierige rondleiding hebben verzorgd.

 

Kasteel Doorwerth

Kasteel Doorwerth

Na de lunch was iedereen stipt op tijd bij de bus en ging de reis verder naar kasteel Doorwerth, prachtig in het groen gelegen niet ver van de Rijn.

Onderste deel stam Robinia in de voorhof van kasteel Doorwerth.

Op de binnenplaats van het kasteel werd het gezelschap verdeeld in drie groepen voor een rondleiding met gids. Uw verslaglegger werd in de groep van gids Marianne ingedeeld. De rondleiding begon in de voorhof bij een prachtige, drie eeuwen oude robinia, een van de oudste bomen van Nederland. Deze boom heeft vele stormen en oorlogen doorstaan.

 

Johan Albrecht Schellart van Obbendorf

In het kasteel vertelde Marianne over de ontstaansgeschiedenis van het kasteel. Oorspronkelijk was er alleen een houten toren. Die werd

Charlotte Sophie Bentinck – van Aldenburg

in opdracht van de graaf van Gelre in brand gestoken omdat die de tolheffing op de Rijn door de `kasteelheer`

van Doorwerth niet duldde. Later werd op die plaats een rechthoekige stenen toren opgericht. Diverse kasteelheren vergrootten het kasteel. In het midden van de 17de eeuw werd het kasteel verbouwd en verfraaid door leden van de familie van Schellaert van Obbendorf.

Nadien kwam het kasteel in het bezit van de graven van Aldenburg en de familie Bentinck. Hella Haase heeft over een van lid van deze laatste familie, mevrouw Charlotte Sophie Bentinck – van Aldenburg een boek geschreven.

 

Philippe baron van Brakel

In de 19de eeuw kwam het kasteel in het bezit van Philippe baron van Brakel, die er met zijn gezin met negen kinderen ging wonen. Het kasteel werd aan die nieuwe situatie aangepast.

Nieuwe kaart van de hele wereld, overgenomen van de beste ontwerpers.

Tijdens het laatste oorlogsjaar werd het kasteel zwaar beschadigd. Het is na een zorgvuldige en langjarige restauratie weer in oude luister hersteld.

Marianne leidde ons rond door verscheidene vertrekken van het kasteel. Van de rechthoekige toren dateert alleen de onderste verdieping nog uit de beginperiode. In een kamer hangt een mooie oude wereldkaart.

 

Keuken kasteel Doorwerth

We namen ook een kijkje in de keuken. Deze is ingericht naar de tijd van de Van Brakels.

Eetkamer Kasteel Doorwerth

De tafel in eetkamer was gedekt. Marianne wees op de geribbelde dikke steel van de wijnglazen. De reden van daarvan was dat met de handen gegeten werd en dat die, zeker bij het eten van vlees, vettig werden. Om toch grip op de glazen te hebben, dienden die ribbels.

 

 

 

In een vertrek met wapenuitrustingen uit de middeleeuwen trok Marianne een maliënkolder, die hoofd en hals moest beschermen, aan. Het was letterlijk een gewichtig stuk bescherming.

Een van de bezoekers vroeg of er ook een spook aan het kasteel verbonden was. Een andere bezoeker merkte snedig op dat je een spook niet kon zien. Maar hij had dat nauwelijks gezegd of er klonk een dof geluid uit het plafond. Tot geruststelling kon worden vastgesteld dat dat veroorzaakt werd door een andere groep. Het vermeende spook liet zich zien noch horen.

 

Kasteelcafé De Zalmen

Wapen van Diderik Louis baron van Brakel

Na de rondleiding in het kasteel kon iedereen een drankje nuttigen in het drukbezochte kasteelcafé De Zalmen, gevestigd in een van de bijgebouwen van het kasteel. De naam van het café bleek ontleend te zijn aan de twee zalmen op het wapen van Diderik Louis baron van Brakel.

Na het gezellige en sociale samenzijn in het café bracht chauffeur Walter Verbelen ons veilig terug naar Weert en Thorn. Opvallend was dat een eindje ten zuiden van Eindhoven het frisgroen van de bladeren van bomen en struiken veranderde in bronsgroen.

De deelnemers aan deze excursie hebben kunnen genieten van een boeiende, leerzame, aangename en gezellige dag.

Film „Aber der Kirche passiert nichts“ 3x getoond in Duitse Twistringen

krantenartikel over film “Aber der Kirche passiert nichts”

Een bijzondere mijlpaal voor ons lid, cineast Peter Crins. De film van hem en Peter Hermans over de Tweede Wereldoorlog in onze regio werd afgelopen maart maar liefst drie keer vertoond in het Duitse Twistringen. (ten zuiden van Bremen).

Hier kwam de Dutise militair Christoph Ahlers van af die in 1944 door het verzet om het leven werd gebracht. Zijn trouwring bleef achter in Leveroy. Vorig jaar overhandigde  de zonen van een verzetsman de trouwring aan de zoon van Christoph Ahlers, die zijn vader nimmer gekend had. Dit was aanleiding voor de bioscoop in Twistringen om deze film te programmeren.

Nieuw boek De razzia: het waargebeurde verhaal achter een doodgezwegen oorlogsdrama

De Razzia: het waargebeurde verhaal achter een doodgezwegen oorlogsdrama

Bij een razzia in Molenbeersel op 22 augustus 1944, net voor de bevrijding, wordt de familie van de historicus, journalist en goede bekende van de Aldenborgh, Timmie van Diepen zwaar getroffen. Vijf mensen van hetzelfde gezin overleven de oorlog niet, onder wie zijn overgrootvader Willem Dirkx, die op 14 juni 1908 in Tungelroy aan de Maaseikerweg werd geboren.

De actie blijkt een vergelding voor de aanslag op een Duitse soldaat. Vreemd genoeg lijkt niemand achteraf te weten waarom de herberg van deze familie net het doelwit werd. Volgens de officiële versie van het verhaal was het een vergissing, maar klopt dat wel? Wie schoot de Duitse soldaat neer? En waarom was er na de oorlog geen herdenking voor de toevallige slachtoffers?

In het boek De razzia, dat begin mei 2024 verschijnt, gaat Timmie van Diepen op zoek naar antwoorden. Hij reconstrueert de bewuste dag aan de hand van duizenden pagina’s processtukken, getuigenverhoren en interviews met tientallen betrokkenen en nabestaanden.

Klik hier voor meer informatie.

Cultuurhistorische Zomer 2024

De data en plaatsen zijn bekend.

Programma

Gluren bij de buren (`s avonds):

dinsdag  2 juli: Neer

dinsdag 16 juli: Ell

dinsdag  30 juli: Roosteren

dinsdag   6 augustus: Dorne bij Opoeteren

dinsdag  20 augustus: Bree

dinsdag  27 augustus: Nederweert-Eind

donderdagmiddag 22 augustus: Bocholt – Symposium over Filips van Montmorency en Walburgis van Nieuwenaar.

Zodra meer bekend is over deze activiteiten zullen wij u nader informeren. U kunt de data en plaatsen nu al in uw agenda reserveren. Wij hopen u ook dit jaar weer in groten getale te mogen verwelkomen bij de activiteiten van de Cultuurhistorische Zomer.

Weerterlogie – start cursus in najaar 2024

Dankzij blijvende belangstelling is besloten om al komend najaar te starten met een nieuwe reeks van de cursus Weerterlogie. Liefst 46 getuigschriften Weerterlogie werden onlangs uitgereikt. Samen met deze nieuwe Weerterlogen werd er getoast op de geschiedenis van Weert, die zich in een sterk toenemende belangstelling mag verheugen.

 

Weerterlogen voorjaar 2024

De cursus Weerterlogie bestaat uit een serie van 8 lessen op dinsdagavonden. Vanaf 8 oktober verzorgen enkele enthousiaste experts een gevarieerde introductie in de geschiedenis en cultuur van de stad Weert. Op het eind van de cursus volgt de feestelijke installatie als Weerterloog.

 

08 oktober              dr. Henk Hiddink over prehistorie en oudheid

15 oktober              drs. John van Cauteren over de Middeleeuwen tot de Tachtigjarige Oorlog

22 oktober              dr. Jos Wassink over de 17de en 18de eeuw

29 oktober              dr. Joost Welten over de Franse tijd

05 november          Peter Korten over de 19de eeuw

12 november          drs. John van Cauteren over de Weerter kunst

19 november          drs. Theo Schers over de beide Wereldoorlogen en het interbellum

26 november          drs. Frits Nies over opbouw en afbraak na WO I

 

Stichting De Aldenborgh wil de belangstelling voor en kennis van de lokale geschiedenis vergroten. Met de opgedane kennis kunnen deelnemers na afloop gemakkelijk hun familie en vrienden rondleiden door Weert. En samen nog meer genieten van deze stad en regio.

 

Voor wie?

De cursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen minimumvooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen. Het maximumaantal deelnemers is 50 om een soort klassikaal contact tussen docenten en deelnemers te garanderen.

 

Praktische Informatie

Tijdstip:                     19.00 – 21.00 uur

Cursuslocatie:           Cwartier, Beekstraat 54

Deelnameprijs:          € 121,-  (betaling geldt als inschrijving).

Aanmelden:               door overmaking van € 121 op bankrekening NL31RABO0176968334 t.n.v.  stichting De Aldenborgh Weert onder vermelding van ‘cursus’ en uw naam.

Deelname ook graag doorgeven aan ons secretariaat via info@dealdenborgh.nl.

2-daagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze

Ter gelegenheid van het 85-jarig bestaan van De Aldenborgh organiseren we een tweedaagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze op zaterdag 25 mei en zondag 26 mei 2024. Hieronder lees u daar meer over en vindt u praktische informatie. Wij hopen dat velen van u in de gelegenheid zijn om deel te nemen aan deze jubileumexcursie.

 

In Flanders Fields

Het ‘In Flanders Fields Museum’ is in de Lakenhal van Ieper gevestigd.

Op zaterdag 25 mei vertrekken we om 07.30 uur richting Ieper. Na een kop koffie bezoeken we het interactieve “In Flanders Fields Museum” in de Lakenhal van Ieper. We maken een reis terug in de tijd naar de “Grote Oorlog” van 1914-1918.

Het “In Flanders Fields Museum” wil zijn bezoekers confronteren met het verleden, maar ook met het heden. Met het verhaal van één bepaalde oorlog op één bepaalde plaats, WO I in de Westhoek, maar ook met het universele thema van de oorlog, die helaas nog altijd op vele plaatsen woedt. Met officiële feiten, data en getallen, maar ook en vooral met persoonlijke getuigenissen van honderden gewone mensen. Het “In Flanders Fields museum” is een interactief herinnerings- en belevingsmuseum, met Wereld Oorlog I als uitgangspunt voor een universele vredesboodschap.

Ieper was een van de grote martelaarssteden van de Eerste Wereldoorlog. Enkele maanden na de Duitse inval in België op 4 augustus 1914 liep het front vast bij deze kleine, middeleeuwse stad. Van oktober 1914 tot oktober 1918 bevond het slagveld zich op luttele kilometers van het centrum van de stad. De loopgraven lagen van noord naar zuid in een boog rond Ieper. In die fameuze Ieperboog of Ypres Salient werden maar liefst vijf bloedige veldslagen uitgevochten.

Op 22 april 1915 begon de Tweede Slag bij Ieper met de eerste grote gasaanval ooit. Het chloorgas doodde duizenden geallieerde militairen, vooral Franse troepen met heel wat Noord-Afrikanen. Het was de eerste keer in de geschiedenis dat een massavernietigingswapen werd ingezet. Ook later in de oorlog bleek de Ypres Salient een experimenteel slagveld te zijn: hier werd in juli 1915 voor de eerste keer een vlammenwerper ingezet. In juli 1917 was het de beurt aan het verschrikkelijke mosterdgas, ook wel ypérite genoemd.

 

De Lakenhal van Ieper na het bombardement.

Van 31 juli tot 10 november 1917 woedde de Derde Slag bij Ieper, naar zijn eindfase wel eens als “Slag bij Passendale” aangeduid. Het was een slachting zonder weerga. Over de zin van dit Britse offensief wordt nog altijd gediscussieerd.

In de loopgraven en in het niemandsland rond de stad sneuvelden tussen 1914 en 1918 ongeveer een half miljoen mensen.  Onder hen niet alleen Duitsers, Fransen, Britten en Belgen maar ook Marokkanen, Algerijnen, Tunesiërs, Senegalezen, Canadezen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Zuid-Afrikanen, Chinezen, Indiërs, Jamaicanen en soldaten van vele andere nationaliteiten.

 

De wederopbouw

Tijdens die vier jaar oorlog werd de stad in het hart van de Ieperboog letterlijk met de grond gelijkgemaakt. De laatst overgebleven inwoners werden reeds begin mei 1915 verplicht geëvacueerd. Vanaf dan woonde er niemand in de spookstad Ieper. Begin 1919 keerden de eerste bewoners naar hun vernietigde stad terug en begon schoorvoetend de wederopbouw.

De eerste jaren woonden de teruggekeerde en de nieuwe Ieperlingen in houten noodwoningen. Vanaf 1921 kwam de wederopbouw pas echt op gang. Nog in de jaren twintig werden meer dan honderdvijftig militaire begraafplaatsen in en om de stad aangelegd. Ook werden monumenten gebouwd waarvan de Menenpoort de belangrijkste is. Die monumenten en begraafplaatsen, maar ook de al dan niet getrouw heropgebouwde huizen en andere gebouwen herinneren ons tot op vandaag aan de zinloosheid van de oorlog en aan de meest tragische periode uit de geschiedenis van Ieper.

 

In de voetsporen van Jantje Kiggen

Jantje Kiggen uit Weert

Na het bezoek aan het museum kunt op eigen gelegenheid lunchen. Daarna treden we in de voetsporen van kindsoldaat Jantje Kiggen (1898-1979), een geboren Weertenaar die op zeer jeugdige leeftijd gedurende de hele oorlog in dienst van het Belgische leger aan het front in de Westhoek verbleef.

Rob Troubleyn

Aldenborgh-lid en specialist over de Eerste Wereldoorlog Rob Troubleyn zal ons als gids meenemen langs de plaatsen waar ook Jantje Kiggen vier jaar lang de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog meemaakte.

 

 

 

We bezoeken met Rob Troubleyn onder andere Essex Farm Cemetery (Steenstraat), Vladslo (Diksmuide), Dodengang (Diksmuide), een Belgische militaire begraafplaats (Keiem) en Westvleteren.

Loopgraaf in Diksmuide.

 

 

Diksmuide

De rouwende ouders van Käthe Kollwitz

 

 

 

 

 

 

 

 

Last Post

Omstreeks 17.30 uur zijn we weer terug in Ieper waar men op eigen gelegenheid het avondeten kan nuttigen. Daarna verzamelen we ons omstreeks 19.30 uur om naar de Menenpoort te gaan. De Menenpoort is in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van Ieper, ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld zijn op de slagvelden rond Ieper en wier lichamen nooit werden teruggevonden of geïdentificeerd. Hun namen staan gebeiteld in de wanden van de Menenpoort. De stoffelijke overschotten van deze soldaten liggen ofwel ergens verborgen in de Ieperse velden, ofwel op een oorlogskerkhof rond Ieper, met als vermelding op de grafsteen Only Known Unto God (alleen gekend bij God).

De poort is ontworpen door Sir Reginald Blomfield en heeft de vorm van een Romeinse triomfboog. De poort is opgericht op de plaats waar vroeger de middeleeuwse stadspoort stond, Later stonden bij die stadspoort twee leeuwen aan weerszijden van de weg. Sinds 1929 wordt hier iedere avond, klokslag acht uur, de Last Post opdat we niet vergeten (Lest we forget …) gespeeld; in het begin door een groep klaroenblazers van de Stedelijke Brandweer, nu door een groep Klaroenblazers, leden van de Last Post Association.

 

Kortrijk

Historische centrum van de stad Kortrijk.

Na het bezoek aan de Menenpoort rijden we naar hotel The Market by Parkhotel, Graanmarkt 6 te Kortrijk. Na het inchecken kunt u op eigen gelegenheid het avondleven van Kortrijk verkennen.

Op zondag na het ontbijt staat een stadsgids klaar om ”Kortrijk te ontdekken”. Samen met de gids bezoeken we het historische centrum van de stad met bezienswaardigheden zoals het stadhuis, het belfort, de Broeltorens, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en het begijnhof.

 

 

Deinze

Na het bezoek aan Kortrijk rijden we naar Deinze. Deinze viert dit jaar dat het 500 jaar geleden op kasteel Ooidonk Filips van Montmorency, jawel onze graaf van Horne, is geboren.

Rond de middag gaan we naar Kasteel Ooidonk, waar we als eregast een optocht kunnen aanschouwen met Harmonie Gendt-historisch genootschap Keizer Karel en schutters.

Kasteel Ooidonk

We wonen de voorstelling nieuwe Erfgoedsprokkel “In de sporen van Filips Van Montmorency” bij en gaan luisteren naar Foodarcheoloog Jeroen Van Vaerenbergh.

In het kasteelpark is de evocatie: De Beul, Zijn Vrouw en De Zwijger met Steve De Schepper en Jits Van Belle onder regie van Domien Van Der Meire.

De groep Lattemiele uit Brugge zal met muziek de feestvreugde verhogen. Nancy Lemay brengt de “roddelende keukenmeid” met verhalen over de adel tot leven.

Met een deskundige gids bezoeken we later nog het museum van Deinze om vervolgens de terugreis naar Weert te aanvaarden waar we rond 19.30 uur terug hopen te arriveren.

 

‍Praktische Informatie

 

Wat: tweedaagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze
Wanneer: zaterdag 25 mei & zondag 26 mei 2024
Tijd: 07.30 uur
Vertrekpunt: Kupers Touringcars – Kelvinstraat 1 0- 6003 DH Weert

(parkeren is daar mogelijk)

 

Kosten deelname

Leden en gezinsleden LGOG en Vrienden Aldenborgh:

(op basis van een t2-persoonskamer)

€ 185,00 per persoon
Niet-leden: € 210,00 per persoon
Toeslag 1-persoonskamer: € 42,50

 

Inbegrepen:

  • buskosten + fooi chauffeur
  • 1 overnachting met ontbijt in The Market by Parkhotel, Graanmarkt 6 te Kortrijk
  • entree en ontvangst met koffie “In Flanders Fields museum” te Ieper
  • gids in en om Ieper, Kortrijk en Deinze

 

Aanmelding

Door overmaking van het verschuldigde bedrag vóór donderdag 25 april 2024 op Rabobank-nummer NL31RABO176968334 ten name van stichting De Aldenborgh te Weert onder vermelding van Excursie Ieper. Bij afmelding (alleen bij het secretariaat), waarvoor geen vervanging gevonden wordt, kan helaas geen terugbetaling plaatsvinden.

Deze excursie is voorbereid door onze voorzitter Peter Korten. Voor meer informatie kunt u bij hem terecht (tel. 06-53284665). Wij hopen dat velen van u in de gelegenheid zijn om deel te nemen aan deze jubileumexcursie.

Verslag lezing ’70 jaar welzijnswerk in Weert’ door Paul Horsmans en Pierre Snijders op 8 april 2024 – Wil Filott

Nadat dr. Liesbeth Theunissen op 4 maart 2024 een lezing had gehouden over de prehistorisch grafvelden op Boshoverheide, lag het onderwerp van vanavond nog dichter bij huis en bij het heden, de geschiedenis van het welzijnswerk in Weert.

Voorzitter Peter Korten heette de bezoekers en in het bijzonder de sprekers van vanavond, de heren Paul Horsmans en Pierre Snijders, welkom. De sprekers kondigde hij aan als Petrus en Paulus. Paul Horsmans verzorgde de presentatie, bijgestaan door Pierre Snijders. Beide heren stelden zich kort voor.

Paul Horsmans

Pierre Snijders

 

Paul Horsmans

is na de sociale academie werkzaam geweest in het welzijnswerk in

Eindhoven en Utrecht en sinds 1999 bij Welzijnsopbouw Weert, de voorganger van Punt Welzijn. Thans is hij bestuurder van Unitus, een koepel van welzijnsorganisaties in Noord- en Midden-Limburg.

Pierre Snijders is na de sociale academie werkzaam geweest in jongerencentra in Brabant en vanaf 1971-2004 in Weert. Na zijn pensionering heeft hij het archief van het welzijnswerk in Weert geordend en beschreven.

 

 

 

Het welzijnswerk in Nederland in historisch perspectief

Paul Horsmans schetste de ontwikkeling van het welzijnswerk in Nederland aan de hand van het hierna opgenomen historisch overzicht.

Specifiek voor Weert vermeldde hij dat in Weert en Maastricht na de strenge winter van 1853-1854 de eerste Vincentiusverenigingen in Limburg werden opgericht, in Weert met de naam Weerter Martinusconferentie. Vincentiusverenigingen hielden zich bezig met de zorg voor armen, zowel in natura als met geestelijke (katholieke) hulp.

 

Hij wees ook op de rol van dr. Poels die zich inzette voor het katholiek sociaal werk ter voorkoming van invloed van het socialisme.

 

Welzijnswerk tijdens de wederopbouw na WO II

Toeslagzegels. Afbeelding toegevoegd door verslaglegger

Na de bevrijding werd het welzijnswerk weer opgestart met de oprichting van Nederlands Volksherstel. Dit is een organisatie die zich bezighield met stoffelijke en geestelijke hulp aan mensen die, mede ten gevolge van de oorlog, in nood verkeerden. Vermeldenswaard is dat de

kosten van Volksherstel deels gefinancierd werden met de verkoop van Amerikaanse sigaretten en toeslagen op speciale postzegels.

Cirkeldiagram levenswijze

 

In 1947 werden neutrale Provinciale Opbouworganen in het leven geroepen voor het bestrijden van ‘onmaatschappelijken en asocialen’. Voor het bepalen van mate van onmaatschappelijkheid werd een cirkeldiagram gebruikt, waarbij aan verschillende aspecten van levenswijze punten werden toegekend.

In Weert werd in 1949 bij het Interparochieel Sociaal-Caritief Centrum een betaalde kracht aangesteld. In 1950 opende in Weert een Caritaswinkel. In 1952 kwam er een nieuw ministerie voor maatschappelijk werk met dr. Marga Klompé als eerste vrouwelijke minister in Nederland.

 

Onderzoek in Centrum Weert en wijk Fatima

Flatgebouw in de Sint Jozefstraat in Keent

Begin jaren vijftig vond er in Weert door het Provinciaal Opbouworgaan Limburg een belangrijk onderzoek plaats naar de ‘onmaatschappelijkheid in Centrum en Fatima’. De uitkomst daarvan was dat een deel van de binnenstad (Hegstraat en Hoge Steenweg) als sloppenwijk werd aangeduid, dat de woningen (krotten) moesten worden afgebroken en dat de bewoners geherhuisvest dienden te worden in nieuwe woningen in Keent.

 

Stichting Bijzondere Zorg Weert

In 1956 werd een stichting Bijzondere Zorg Weert in het leven geroepen, die zich bezig ging houden met wijkgericht maatschappelijk werk, in het bijzonder de verhuizing van bewoners naar Keent en de begeleiding van gezinnen. Er werd een beroepskracht aangesteld die deel ging uitmaken van de selectiecommissie van “onmaatschappelijken”.  De gezinnen waren groot. Het gemiddelde aantal kinderen per gezin bedroeg zeven.

 

In 1962 kwam het tot de oprichting van de stichting Bijzondere Sociale Zorg St. Jozef Keent, die haar werkterrein uitbreidde tot onder meer opbouwactiviteiten, peuterwerk en immigranten. In 1967 kwam er een nieuw buurthuis in Keent, nadat er vanaf 1962 al een tijdelijk buurthuis in een woning was geweest.

 

Andere ontwikkelingen in vogelvlucht en steekwoorden

De jaren 60 en 70

Jaren 60: toename welvaart, mijnsluitingen, afzetten tegen kerk, ‘hippies’, verdere democratisering, opkomst buurthuizen.

1965: Stedelijke Jeugdraad met meer dan 50 aangesloten organisaties.

1965: Algemene Bijstandswet, waardoor de materiële armenzorg verschoof van particuliere instellingen naar de overheid.

1968: regionaal samenwerkingsverband voor maatschappelijk werk en gezinszorg.

Jaren 70: oliecrisis. Onder invloed van Den Uijl kreeg welzijn prioriteit boven welvaart.

1970: jongerencentrum Subway in Fatima.

1971: Stichting Samenlevingsopbouw Streekgewest Weert (7 gemeenten) met een bestuur van 21 (!) personen.

1975: Ouderenwerk (De Roos).

1981 Stichting Welzijn Ouderen regio Weert

1979 Buurtopbouwwerk Weert.

 

De jaren ’80

1980: oprichting REJOIN (Regionale jeugd- en jongeren instelling Weert).

1982: Sociaal Culturele Raad Weert.

Opkomst vrouwengroepen, peuterspeelzalen, vrouwen in de bijstand en VOS-cursussen (vrouwen oriënteren zich op de samenleving).

Nieuwe doelgroepen: ouderen en buitenlandse werknemers, gezinshereniging.

No-nonsens politiek van kabinet Lubbers met minister Elco Brinkman. Bezuinigingen op sociaal werk. Verschuiving van zwaartepunt van subsidies naar gemeenten.

 

De jaren ’90

Decentralisering: minister Ien Dales vond financiering van maatschappelijk werk geen taak van het Rijk, maar van gemeenten. Bewoners moesten zelf hun buurt aanpakken (voorbeeld: Opzoomeren in Rotterdam). In Weert wijk- en dorpsraden. Veel projecten op basis van een tijdelijke financiering hetgeen belemmerend was voor professionalisering.

 

De jaren 2000

Fietskar met medewerkers Punt Welzijn

De decentraliseringstendens werd doorgezet. Er kwam een professionaliseringsslag. In 2002 werd in Weert de fusie-organisatie Punt Welzijn opgericht, die sinds 2021 ook in de gemeente Nederweert werkzaam is.

Het werkveld beslaat een aantal thema`s zoals buurtwerk, vrijwilligersinzet, mantelzorg, jeugd-, jongeren- en ouderenwerk, begeleiding nieuwkomers en het bevorderen van een gezonde levensstijl.

 

 

De organisatie kent thans ca. 60 professionals, 60 stagiaires en 300 vrijwilligers. Punt Welzijn maakt sinds 2010 deel uit van Unitus, een koepelorganisatie van van welzijnsorganisaties in Midden- en Noord-Limburg

Terugkijkend meende Paul Horsmans te kunnen stellen dat in de afgelopen 70 jaar het sociaal werk in Weert zich steeds ontwikkeld heeft in overeenstemming met de maatschappelijke ontwikkelingen.  Vooruitblikkend is het van belang om duurzaam te blijven investeren in de inwoners en hun mogelijkheden.

 

Vooruitzichten

De zorg in zijn algemeenheid dreigt vast te lopen. Dat komt deels door de toename van het aantal ouderen en de afname van het aantal werkenden. Thans werkt één van de zeven werkenden in de zorg. In de toekomst zou dat één op de drie moeten zijn, een onmogelijke opgave. Als voorbeeld van toenemende zorgvraag werd vermeld dat er voor veel problemen, waarmee mensen bij de huisarts komen, geen medische oplossingen zijn.  Inwonersinitiatieven, ondersteund door sociaal werk, zouden in die opgave (deels) kunnen voorzien.

 

Vragen en discussie

Overzicht bezoekers

Na de pauze was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Er werd gevraagd naar de rol van de Maastrichtse sociaal-geograaf dr. Litjens bij het onderzoek naar de onmaatschappelijkheid in het Centrum en Fatima en de gevolgde werkwijze bij de selectie van gezinnen. Dat leidde tot een geanimeerde discussie tussen bezoekers die in het verleden nauw bij het welzijnswerk in Weert betrokken waren.

De vraag werd opgeworpen of de verhuizing van tientallen gezinnen wel ingegeven was door maatschappelijke misstanden in een deel van het centrum of door de politiek, die tot afbraak van de woningen en nieuwbouw wilde overgaan.

 

Ook werd door een bezoekster gewezen op het nagenoeg ontbreken van buurthuizen in Weert. Er kon een voorbeeld worden genomen aan België, waar in bijna ieder dorp of wijk een dergelijke voorziening aanwezig is. Als reden voor de sluiting van buurthuizen in Nederland werd naar voren gebracht dat deze een sluitende exploitatie moeten hebben.

Ook de toegenomen individualisering werd als oorzaak genoemd. Een bezoeker vroeg zich af of invoering van een sociale dienstplicht geen remedie zou kunnen zijn. Hij verwees in dat verband naar de maatschappelijk stage die enkele jaren geleden in zwang was. Er werd verder naar voren gebracht dat bibliotheken hun werkterrein hebben uitgebreid.

De voorzitter merkte op dat er mogelijk een relatie is tussen enerzijds de sociale problematiek en anderzijds de leegloop van de kerken, de vermindering van het aantal cafés en buurthuizen. Plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Tijdig : rede uitgesproken door Dr. H. Poels op den 5en Limburgschen Katholiekendag, Weert 1 juni 1903.

Wat betreft dr. Poels betreurde hij het dat in de recente Canon van Limburg geen venster meer is gewijd aan deze sociale voorman. Maar in Weert blijft zijn naam niet alleen voortleven in een naar hem genoemde straat maar ook in de Tijdigstraat. Deze straatnaam verwijst naar een door dr. Poels op 1 juni 1903 in Weert uitgesproken rede.

Peter Korten bedankte de heren voor hun interessante en onderhoudende lezing en overhandigde hen als dank een exemplaar van het boek ‘Weert, Parel van de heide’.