Werd in 1889 een meisje uit Weert geschaakt?

door Wil Fillot

In De Nieuwe koerier, Provinciale en Roermondse courant, van donderdag 9 mei 1889 verscheen een bericht over een onttrekking aan het ouderlijk gezag. Het begin van het bericht luidt als volgt:

Weert, 7 mei. Een zeldzaam geval heeft zich alhier voorgedaan. Door zekere G. werd aan den rijksveldwachter den 28 april jl. aangifte gedaan, dat zekere H.S.-koopman te gehucht Zwartbroek onder deze gemeente, zijne minderjarige dochter H.G. aan zijn gezag had onttrokken. Door den rijksveldwachter werd een onderzoek ingesteld, dat ten gevolge had, dat bovengenoemde G., H.S en H.G., werden opgeroepen om voor den heer rechter-commissaris bij de rechtbank te Roermond te verschijnen en wel op heden”.

Een geval van schaking: een meisje dat tegen de zin van haar vader was ontvoerd.

 

Een dergelijk bericht wekt nieuwsgierigheid op, althans bij de schrijver van dit verhaal. Was onttrekking aan het gezag strafbaar? Wie was de rijksveldwachter? Wie zijn de met hun initialen aangeduide personen? Waarom werd in deze zaak een minderjarige aan het gezag onttrokken? Was de schaking tegen de wil van het meisje? Hoe is die aangifte van onttrekking aan het gezag afgelopen?

Op basis van de summiere gegevens in vorenvermeld citaat heb ik onderzoek verricht met als resultaat dit verhaal.

 

Onttrekking aan het gezag strafbaar?

In het in 1886 in werking getreden Wetboek van Strafrecht was in artikel 279 het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan het gezag strafbaar gesteld. In die tijd was men tot het bereiken van het 23ste levensjaar minderjarig.[i]

[i] Artikel 385 van het toen geldende Burgerlijk Wetboek luidde: “Minderjarigen zijn zij, die den ouderdom van drie en twintig jaren niet hebben vervuld, en niet vroeger in den echt zijn getreden”.

Artikel 279 Wetboek van Strafrecht

Wie was de rijksveldwachter?

De rijksveldwachter aan wie door G. aangifte van de onttrekking aan het gezag was gedaan, bleek Jannis Jacobus Zonnevijlle te zijn, geboren op 9 december 1857 te Groede.[i]

Jannis Jacobus Zonnevijlle is op 31 juli 1884 te Hulst getrouwd met Clementina Maria Rotteveel, geboren op 7 juli 1859 te Hulst. Hij was toen zonder beroep; zijn bruid was naaister. Bij gelegenheid van dat huwelijk heeft hij Maria Johanna Petronella Rotteveel, de op 5 mei 1884 te Hulst geboren dochter van de ongehuwde Clementina Maria Rotteveel erkend. De geboorteaangifte van die dochter was gedaan door de vroedvrouw Josephina Coleta Anthonia van Aerde.

Een jaar later, in 1885, is Jannis Johannes Zonnevijlle benoemd tot rijksveldwachter te Hoogeloon. Op 1 mei 1885 is in de gemeente Hoogeloon, Hapert en Casteren dochter Natalia Elisabeth Maria geboren [ii]

 

In 1886 wordt Zonnevijlle benoemd tot rijksveldwachter in Weert. Daar is hij op 12 maart 1886 ingeschreven in het bevolkingsregister. Hij woonde met zijn gezin op de Biest in de woning met het toenmalige huisnummer 513.

 

In dat huis aan de Biest woonde ook korte tijd Josephina Maria Clementina Rotteveel, een zus van de vrouw des huizes. Zij is volgens het bevolkingsregister op 5 november 1887 vertrokken naar “Hautmont Lievin bij Alost”. Dat blijkt Sint Lievens Houtem bij Aalst, België, te zijn.

Op 7 februari 1894 is in het gezin een neefje, Jan Jacob Zonnevijlle, opgenomen, geboren op 28 april 1892 te Schoondijke, Zeeuws-Vlaanderen. Deze is op 14 februari 1916 te Venlo getrouwd met de 17-jarige Adriana Johanna Rommers, geboren in Oudenbosch.

 

In 1898 werd Jannis Jacobus Zonnevijlle, brigadier-titulair der rijksveldwacht te Weert, bevorderd tot brigadier. Per 12 april 1898 werd hij benoemd tot commandant van de brigade Venlo.[iii] Hij is op 15 september 1923 op 65-jarige leeftijd overleden te Venlo. In de overlijdensakte is als zijn beroep brigadier der rijksveldwacht vermeld.

 

Wie waren G. en zijn dochter H.G?

G, die aangifte had gedaan van onttrekking aan het gezag, is Joannes Mathias Geelen. Deze Joannes Mathias Geelen is op 9 juni 1835 geboren te Weert. Zijn vader Jean Mathieu Geelen was hoefsmid. Jean Mathieu Geelen woonde met zijn echtgenote Maria Helena Verdonck en zijn gezin in de Maaspoort. Johannes Mathias Geelen was evenals zijn vader smid in de Maaspoort.

[i] Groede is een plaats in westelijk Zeeuws-Vlaanderen.

[ii] Brabant Historical Information Centre in Brabant, Civil registration birth.
Part: 4445, Period: 1885, Hoogeloon, Hapert en Casteren, archief 50, inventory number 4445, May 1, 1885, Geboorteregister Hoogeloon, Hapert en Casteren 1885, record number 17

[iii] Kanton Weert, 2 april 1898.

Met een punaise aangegeven ligging van de woning van Geelen in de Maaspoort

Johannes Mathias Geelen is op 2 mei 1859 te Weert getrouwd met Maria Elisabeth Driessen, geboren op 20 juni 1829 te Weert en op 12 mei 1870 overleden te Weert. Het echtpaar

Geelen-Driessen heeft vier kinderen gekregen, waarvan er een jong gestorven is. Bijzonder is dat twee dochters volgens hun geboorteakten exact dezelfde voornamen, Maria Helena, hebben gekregen.[i] Een is geboren op 12 december 1867 en de ander op 28 december 1868. De roepnamen zullen wel verschillend zijn geweest.

Na het overlijden van Maria Elisabeth Driessen is Joannes Mathias Geelen vier maanden later op 9 september 1870 in tweede huwelijk getrouwd met Joanna Maria Vreijs, geboren op 8 december 1830 te Weert en overleden op 2 september 1896 te Weert.

Het echtpaar Geelen-Vreijs woonde met de twee hiervoor vermelde Maria Helena`s in de Maaspoort met als toenmalig huisnummer 543, mogelijk op hetzelfde adres als vader Jean Mathieu Geelen.

[i] Het geven van dezelfde voornamen aan kinderen uit een gezin kwam wel meer voor, maar dat was meestal het geval als het eerste kind was overleden. Dat was hier echter niet het geval.

Bevolkingsregister gemeente Weert 1880-1900, waarin wat ‘geknoeid’ is met de voornamen van de dochters

De aangifte van onttrekking aan het gezag betrof de jongste, op 28 december 1868 geboren Maria Helena (roepnaam: Leen) Geelen.

 

Wie was H.S?

Na enig onderzoek bleek de vermeende dader Henricus Josephus (roepnaam: Driek) Smeets te zijn, geboren op 27 juli 1863 op de Millert (Mildert), gemeente Nederweert.[i]

Ten tijde van de aangifte van onttrekking aan het gezag woonde hij met zijn moeder, Maria Elisabeth Koolen, weduwe van Joannes Smeets, en zijn broer en een zus in Swartbroek.

[i] Feit 7262 · Details · AEZEL.

Ligging Millert en Swartbroek

Maria Elisabeth Koolen is op 3 maart 1824 op Swartbroek geboren. Zij is een dochter van Jacobus Koolen, landbouwer op het gehucht Swartbroek, en zijn vrouw Maria Gertrudis Kuppens.[i]

Volgens het kadaster stonden op 31 december 1845 19 percelen grond in en rond Swartbroek op naam van Jacobus Koolen.[ii] Hij was dus niet onbemiddeld. Jacobus Koolen en zijn gezin woonden in Swartboek tegenover de toenmalige Corneliuskapel.[iii] Maria Elisabeth Koolen is op 10 november 1855 te Weert getrouwd met Joannes Smeets, geboren 18 augustus 1822 te Swartbroek.

Zij is na het overlijden van haar man op 11 januari 1883 te Leveroy, met haar kinderen, waaronder Driek, in februari 1884 verhuisd naar een woning in Swartbroek.

[i] De aangifte van de geboorte werd op 6 maart 1824 gedaan.

[ii] Minuutplans Eigenaren · Geografie · Ontdekken · AEZEL.

[iii] De Corneliuskapel is in 1965 gesloopt.

Uitsnede kaart Swartbroek 1845, 1 Huis Jacobus Koolen; 2 Corneliuskapel; 3 School; 4 Plaats (toekomstige) Rectorij

De verrassende ontknoping

Zoals in het hiervoor geciteerde krantenbericht vermeld, waren vader Johannes Mathias Geelen, zijn dochter Leen Geelen en Driek Smeets opgeroepen om op 7 mei 1889 te verschijnen voor de rechter-commissaris van de rechtbank te Roermond om gehoord te worden over de onttrekking aan het gezag.

Zij melden zich die dag samen bij de rechtbank aan. Dat verbaasde de rechter-commissaris. Maar tot zijn grote verrassing deelden de jongelieden hem mee dat zij op 2 mei 1889 te Weert voor de wet getrouwd waren. Vader Johannes Mathias Geelen had aan zijn dochter toestemming voor dat huwelijk gegeven. Op de ochtend voor hun bezoek aan de rechtbank in Roermond waren Driek en Leen overigens ook kerkelijk getrouwd in de Sint Martinuskerk te Weert.

Deel huwelijksakte Henricus Josephus Smeets en Maria Helena Geelen van 2 mei 1889

Van strafrechtelijke onttrekking aan het gezag was toen geen sprake meer. Door het huwelijk was Leen Geelen wettelijk meerderjarig geworden.[i] Haar vader had daardoor het ouderlijk gezag over haar verloren. Maar daar kwam een andere gezagsverhouding voor in de plaats. Volgens het toen geldende Burgerlijk Wetboek stond een gehuwde vrouw onder het gezag van haar man en was zij handelingsonbekwaam.

In de wet stond onder meer:

“*De man is het hoofd der echtvereniging.

* De vrouw is haren man gehoorzaamheid verschuldigd.

* Zij is verplicht met hem te wonen, en hem te volgen naar alle plaatsen, alwaar hij het nodig oordeelt zijn verblijf te houden.

* De vrouw kan zonder toestemming van haren man geen overeenkomsten aangaan.”[ii] ,[iii]

 

De toekomstige echtelieden Smeets-Geelen hadden echter daarop in zekere zin geanticipeerd. Op 2 mei 1889 hadden zij, enkele uren voor het sluiten van het burgerlijk huwelijk, bij notariële akte, verleden voor notaris Clerckx te Weert, huwelijkse voorwaarden gemaakt. Daarin werd iedere gemeenschap van goederen uitgesloten en werd vastgelegd dat Helena Geelen zich het vrije beheer van haar roerende en onroerende goederen en het genot van haar inkomsten voorbehield.

 

Waarom vader Geelen op 28 april 1889 aangifte had gedaan van onttrekking aan het gezag van zijn dochter en vier dagen later toestemming voor haar huwelijk heeft gegeven, is niet bekend. Was die aangifte een opwelling na een hevige ruzie? Vond hij de huwelijkspartner te min? Vreesde hij voor het familievermogen? We weten het niet. Van een schaking tegen de wil van Leen Geelen was naar alle waarschijnlijkheid geen sprake. Het lijkt er meer op dat zij het ouderlijk huis ontvlucht is en naar haar vrijer in Swartbroek is gegaan.

 

Hoe ging het verder met het echtpaar Smeets-Geelen?

Het echtpaar Smeets-Geelen heeft wat kinderen betreft een vruchtbaar huwelijk gehad. Zij hebben niet minder dan dertien kinderen gekregen. Alle kinderen zijn in Swartbroek geboren.

 

Driek Smeets was een zakenman. In geboorteakten van zijn kinderen zijn als zijn beroepen vermeld: landbouwer, winkelier en koopman. Het echtpaar Smeets-Geelen exploiteerde in Swartbroek een winkel en herberg.

 

Driek Smeets is op 9 april 1914 op 50-jarige leeftijd te Swartbroek overleden. Als zijn beroep is in de overlijdensakte koopman vermeld.

[i] Zie noot 1.

[ii] Artikel 160 e.v.  Burgerlijk Wetboek.

[iii] De handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw is pas per 1 januari 1957 opgeheven.

Overlijdensregister Weert 1914

Leen Geelen is op 10 februari 1933 op 64 -jarige leeftijd te Swartbroek overleden. Als haar beroep is in de overlijdensakte herbergierster vermeld.

Resumé

De aanleiding voor dit artikel is een bericht in een krant in 1889 over de aangifte van onttrekking aan het gezag van een minderjarige. Die aangifte kreeg een vervolg met een verrassende ontknoping; de vermeende ontvoerder en de ontvoerde bleken namelijk getrouwd te zijn. In dit verhaal heb ik verder aandacht besteed aan de bij die aangifte betrokken personen.[i]

[i] Meer informatie over het echtpaar Smeets-Geelen is te vinden in het boek ‘De Kroniek ”SMEETS’, pag. 218 e.v.., J.F. Coolen, Heel. Van de in dit verhaal beschreven schaking wordt echter geen melding gemaakt.

Herrie in de Hegstraat in 1851

Een verhaal van Wil Filott

Burenruzies en scheldpartijen zijn van alle tijden. Dit verhaal gaat over een scheldpartij in 1851 in de Hegstraat te Weert. Op zich geen wereldschokkende gebeurtenis. Het leek mij toch wel aardig om daar een artikel aan te wijden, mede gelet op de kring van de daarbij betrokken personen.

Wat was er op 19 augustus 1851 in Weert aan de hand?

Op 19 augustus 1851 vond er een ruzie met een hevige woordenwisseling in de Hegstraat in Weert plaats tussen de 49-jarige Maria Elisabeth Joosten, echtgenote van Willem Warnotte, en de 21-jarige Hendrik Gijbels.[i] De19-jarige zus van Hendrik Gijbels, Petronella Gijbels, bemoeide zich ermee. Ze zei tegen haar broer: “houd u stil, laat ze loopen, want zij stinkt een uur onder de wind”. Maria Elisabeth Joosten ging daarna tekeer tegen Petronella en schold haar uit voor canaille, tooi en loeder.

Dat gebeurde op de stoep voor de woning van Joosten in de Hegstraat. Petronella deed bij de politie aangifte van belediging. Johannes Petrus Pex, commissaris van politie van de stad Weert, maakte daar op 20 augustus 1851 een ambtsedig proces-verbaal van op.[ii]

De Hegstraat is een van de oudste straten van Weert. In het midden van de 19de eeuw was de bebouwing nog niet helemaal gesloten in tegenstelling tot de andere straten in Weert. De bewoners waren hoofdzakelijk ambachtslieden: wever, schoenmaker, bakker, smid, kleermaker.

De scheldende dames waren waarschijnlijk buren. Volgens het bevolkingsregister 1850-1860 woonde de familie Gijbels op het toenmalige adres Hegstraat 173. Van de woning van de familie Warnotte is in dat bevolkingsregister geen huisnummer vermeld. Mogelijk woonde zij in het huis dat volgens het kadaster in 1843 toebehoorde aan de Fundatie Berlo.

[i] De achternaam Gijbels wordt in documenten ook als Geijbels vermeld.

[ii] Joannes Petrus Pex is op 20 september 1797 geboren te Leiden, op 5 april 1823 te `s Hertogenbosch getrouwd met Clara Maria Wassing, op 9 november 1846 te Weert in tweede huwelijk getrouwd met Catharina Gertrudis Wilhelmina Erdwegh en op 20 november 1848 te Weert in derde huwelijk getrouwd met Wilhelmina Gubbels. Hij is op 4 februari 1874 op 76-jarige leeftijd te Weert overleden.

Uitsnede plattegrond Weert 1842. 1: Woning Gijbels, 2: Woning Joosten (waarschijnlijk), 3: Stadhuis, 4: Sint Martinuskerk

Kantongerecht Weert, eerste bedrijf[i]

Het Openbaar Ministerie bij het kantongerecht te Weert, vertegenwoordigd door commissaris Pex, dagvaardde Maria Elisabeth Joosten, huisvrouw van Wilhelmus Wernot, voor de kantonrechter te Weert.[ii] Haar werd overtreding van een aantal wetsartikelen inzake belediging, waaronder artikel 471 lid 11 Wetboek van Strafregt, ten laste gelegd.[iii] Het Openbaar Ministerie eiste dat Joosten daaraan schuldig werd verklaard en veroordeeld zou worden tot een boete van 50 cent tot 2 gulden 50 cent ten bate van de stad Weert, desnoods invorderbaar met lijfsdwang.

[i] Weert heeft van 1842 tot 1934 een kantongerecht gehad.

[ii] In de gerechtelijke stukken wordt als naam van de echtgenoot van Maria Elisabeth Joosten Wilhelmus Wernot vermeld. Na onderzoek bleek de juiste achternaam Guillaume Warnotte te zijn.

[iii] In het Franse keizerrijk, waartoe vanaf 1795 tot 1813/1814 de huidige provincie Limburg behoorde, was op 1 januari 1811 de Code pénal (wetboek van strafrecht) in werking getreden. Na de Franse tijd vaardigde Willem I een besluit uit “houdende bepalingen ten aanzien van de Lijfstraffelijke Regstuitoefening in de Vereenigde Nederlanden”: het zogenaamde “Gesel- en Worgbesluit”. Daarin werd onder meer de Franse Code pénal “bij provisie “gehandhaafd ‘totdat daaromtrent nader zal zijn voorzien’. Dat “bij provisie” heeft lang geduurd. De Code pénal/Wetboek van strafregt bleef met wijzigingen tot 1886 in Nederland van kracht.

Artikel 471 aanhef en lid 11Wetboek van Strafregt

Na het horen van een tweetal getuigen overwoog kantonrechter Hector Frederik Theodoor van Schaeck dat wettig en overtuigend was bewezen dat Maria Elisabeth Joosten “in den avond van den negentienden augustus laatstleden op de stoep harer woning op de openbare straat te Weert aan Petronella Gijbels heeft toegevoegd de woorden canaille, tooi en loeder”.[i] Niets leek een veroordeling van Maria Elisabeth Joosten meer in de weg te staan. Maar dat pakte anders uit.

De kantonrechter was van oordeel dat de belediging met het woord “loeder” van een zwaarder kaliber was dan canaille en tooi, namelijk een “ondeugd”. Daarop was een ander wetsartikel, namelijk 375 van het Wetboek van Strafregt, met een hogere geldboete, van toepassing en niet artikel 471 lid 11.

[i] Hector Frederique Theodore van Schaeck is op 22 oktober 1838 geboren in Mons, België, en overleden op 26 februari 1893 te `s Hertogenbosch. Hij is slechts gedurende korte tijd kantonrechter te Weert geweest.

Artikel 375 Wetboek van Strafregt

De beoordeling van die zwaardere belediging viel volgens de kantonrechter buiten zijn bevoegdheid, maar behoorde tot die van de rechtbank. De kantonrechter was ook van oordeel dat de beschuldiging van de scheldwoorden “canaille” en “tooi” dan ook maar door die rechtbank moesten worden beoordeeld. Kortom: hij verklaarde zich onbevoegd. Maria Elisabeth Joosten, zangeres van beroep, leek in deze zaak het hoogste lied te kunnen zingen, maar zij had buiten de waard, in dit geval commissaris Pex gerekend.

Commissaris Pex, in zijn hoedanigheid van waarnemer van het Openbaar Ministerie, kon zich niet vinden in het oordeel van de kantonrechter. Hij besloot in cassatie te gaan bij de Hoge Raad, maar alleen voor het woord “loeder”. Franciscus Geene, deurwaarder bij het kantongerecht Weert, betekende op 18 oktober 1851 het beroep in cassatie aan Maria Elisabeth Joosten, zangeres, persoonlijk in haar woning.[i]

De Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelde op 23 december 1851 dat de woorden canaille, tooi en loeder kunnen worden gekwalificeerd als scheldwoorden in de zin van artikel 471 lid 11 Strafregt. Het woord loeder kon weliswaar gezien worden als een ondeugd (belediging) in de zin van artikel 375 Strafregt, maar dat woord had in de dagelijkse volkstaal volgens de Hoge Raad in het algemeen betrekking op een gemeen persoon. De Hoge Raad verklaarde de cassatie gegrond, vernietigde de uitspraak van de kantonrechter en verwees de zaak terug naar dezelfde kantonrechter te Weert om de zaak alsnog te berechten [ii]

Kantongerecht Weert, tweede bedrijf

Maria Elisabeth Joosten moest dus weer terechtstaan voor kantonrechter Hector Frederik Theodoor van Schaeck op beschuldiging van de woorden canaille, tooi en loeder gebruikt te hebben tegen Petronella Gijbels.

De kantonrechter overwoog dat het door de beëdigde verklaringen van getuigen en de bekentenis van Joosten voor de kantonrechter wettig en overtuigend was bewezen dat op de avond van negentien augustus 1851 Joosten een hevige woordenwisseling had met Hendrik Gijbels. Ook stond vast dat de zus van Hendrik Gijbels zich met de ruzie bemoeid had en aan haar broer gezegd had “houd u stil, laat ze loopen, want zij stinkt een uur onder de wind”. Joosten verklaarde dat zij door die woorden “uitgetergd “was.[iii]

Getuige Petronella Pouwels, huisvrouw van Arnold Joseph Korten, verklaarde dat zij op de bewuste avond gehoord had dat Joosten met de broer van Petronella Gijbels een dispuut had. Petronella Gijbels had toen tegen Joosten gezegd “Gij stinkt een uur onder de wind”. Joosten had daarop gereageerd met “bemoei je er niet mee” Vanaf de stoep van haar woning had Joosten op de openbare straat Petronella Gijbels de woorden toegevoegd “canaille” en “tooi”. Zij had niet gehoord dat Joosten het woord “loeder” had gebruikt.

De kantonrechter was van oordeel dat Joosten door de woorden van Petronella Gijbels “uitgetergd” was tot het uiten van de woorden canaille en tooi aan Gijbels.[iv] Na een dergelijke “uitterging” vielen die woorden niet onder het bereik van het strafrecht. Wat betreft het woord “loeder” achtte de kantonrechter niet bewezen dat Joosten dat woord aan Gijbels had toegevoegd.

Kantonrechter Van Schaeck deed op 21 januari 1852 uitspraak. Hij ontsloeg Joosten voor het gebruik van de woorden canaille en tooi van alle rechtsvervolging en sprak haar vrij voor het woord tooi.

Het was niet de eerste keer dat Maria Elisabeth Joosten, liedjeszangeres, in het beklaagdenbankje voor kantonrechter Van Schaeck te Weert zat. Op 5 december 1850 had haar hond `s morgens Hendrik Creemers, vioolspeler, aangevallen en gebeten. Maria Elisabeth Joosten moest zich voor de kantonrechter verantwoorden omdat zij de aanval van de hond niet had voorkomen. Er werden een zestal getuigen gehoord. Die waren blijkbaar zo gunstig voor Joosten dat het Openbaar Ministerie, vertegenwoordigd door commissaris Pex, vrijspraak vorderde. De kantonrechter verklaarde dat niet bewezen was dat Joosten schuld had aan de aanval en sprak haar vrij.

Wie was Maria Elisabeth Joosten?

Maria Elisabeth Joosten is tijdens de Franse tijd geboren op 28 januari 1802 te Weert. Op 3 september 1823 schonk de 21-jarige, ongehuwde Maria Elisabeth Joosten het leven aan een zoon. Haar vader, Hendrik Joosten, dagloner, wonende op de Uilenmarkt te Weert, deed aangifte van de geboorte van die jongen, aan wie hij de voornamen Pieter Lambert gaf. Maria Elisabeth Joosten, dagloonster, woonde bij de geboorte van haar zoon op de Uilenmarkt bij haar ouders. Pieter Lambert heeft maar kort geleefd. Hij is op 11 oktober 1823 te Weert overleden.

Een ongehuwde moeder was in die tijd een schande, niet alleen maar zeker ook in katholieke gemeenschappen. Het ongehuwde moederschap werd beschouwd als een gevolg van onzedelijk gedrag. De norm dat geslachtsgemeenschap alleen toegestaan was binnen het huwelijk, was dan immers overtreden. De ongehuwde moeder kwam vaak in een sociaal isolement terecht. Die afkeuring en het isolement lijken in de kring van de in dit verhaal beschreven personen overigens niet of nauwelijks het geval te zijn.

Op 3 februari 1842 is Maria Elisabeth Joosten op 40-jarige leeftijd in Weert getrouwd met de 57-jarige Willem Warnotte, geboren op 10 februari 1784 te Mortier, een plaats ten noordoosten van Luik.[v] Bruid en bruidegom woonden toen volgens de huwelijksakte beide te Weert. Als beroep van de bruid is in de akte dagloonster vermeld, als dat van de bruidegom rondreizend orgelspeler. Het was voor Willem Warnotte zijn vierde huwelijk. Het echtpaar Warnotte-Joosten is kinderloos gebleven. Maria Elisabeth Joosten is op 20 juni 1859 overleden te Weert. Zij woonde ten tijde van haar overlijden op de Hoogensteenweg te Weert.

Willem Warnotte

Willem Warnotte is met drie vrouwen uit Weert getrouwd geweest en heeft minstens 18 jaar in Weert gewoond. Hoewel hij niet betrokken is geweest bij de scheldpartij in de Hegstraat heb ik toch zijn levensloop onderzocht. Dat leverde interessante gegevens op.

Guillaume (Willem) Warnotte is op 10 april 1784 geboren te Mortier, Land van Herve. Mortier is een dorp ten noordoosten van Luik, thans behorende tot de gemeente Blegny. Guillaume Warnotte is op 3 december 1812 te Trembleur getrouwd met Marie Martine de Larue. In de huwelijksakte is als zijn beroep journalier (dagloner) vermeld Het beroep van de bruid was couturière (naaister). Op 11 september 1813 werd in Mortier hun zoon Thomas geboren. Maria Martina de Larue is op 31 juli 1830 overleden te Merksplas, provincie Antwerpen. Merksplas behoorde toen nog tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

Willem Warnotte is op 13 oktober 1832 te Venlo getrouwd met Marie Anne Lahaut, geboren op 5 april 1775 te Mortier. Zij was de weduwe van Jean François Dumont, geboren in 1780 te Warsage in de Voerstreek en overleden in 1818 te Maastricht. Als beroep van Willem Warnotte is in de huwelijksakte kramer vermeld; als dat van Marie Anne Lahaut dagloonster. In die akte staat dat de ouders van Willem Warnotte, Thomas Warnotte en Maria Agens Debij, “beide sedert lange jaren afwezig zijn”. Willem Warnotte verklaarde onder ede dat de plaats van overlijden en laatste verblijfplaats van zijn ouders hem niet bekend waren. Voor Marie Anne Lahaut gold hetzelfde.[vi] Marie Anne Lahaut is op 14 april 1833 overleden te Venlo.

Willem Warnotte is een klein jaar later, op 8 maart 1834, te Venlo getrouwd met Johanna Neijnens, geboren op 26 oktober 1803 te Weert en overleden op 10 mei 1840 te Venlo.[vii] Twee maanden na hun huwelijk is hun dochter Maria geboren te Tongeren, Koninkrijk België.

Zoals reeds vermeld, is Willem Warnotte op 3 februari 1842 te Weert getrouwd met Maria Elisabeth Joosten.

Vijf weken na het overlijden van Maria Elisabeth Joosten op 20 juni 1859 te Weert is hij op 75-jarige leeftijd getrouwd met Aldegonda Everaerts, geboren op 10 mei 1810 te Weert. Zij was weduwe van Bartholomeus van Gesteren, geboren 16 september 1791 te Schalkwijk, Utrecht, en overleden op 6 augustus 1855 te Nijmegen. Aldegonda Everaerts is op 22 juli 1880 overleden te Visé.

Willem Warnotte is op 29 oktober 1860 uit het bevolkingsregister van Weert uitgeschreven in verband met vertrek naar Luik. Hij is op 4 maart 1870 te Visé overleden.

In de overlijdensakte van Guillaume Warnotte worden de huwelijken met Marie Martine Delarue, Jeanne Neijens en Aldegonda Everaerts vermeld maar niet die met Marie Anne Lahaut en Maria Elisabeth Joosten.

[i] Franciscus Geene is op 11 augustus 1824 geboren te Ottersum. Hij is op 16 april 1861 te Weert getrouwd met Johanna Catharina Nies Zijn vader was blijkens de trouwakte op dat moment logementhouder te Weert. Franciscus Geene is op 14 april 1885 overleden te Baexem.

[ii] Weekblad van het Regt, 23 september 1852

[iii] Volgens artikel 471 lid 11 was iemand die uitgetergd was tot het uiten van scheldwoorden niet strafbaar.

[iv] Uittergen is een in onbruik geraakt woord voor provoceren. In juridische context kan uittergen betekenen dat men iemand uitlokt om een strafbaar feit te plegen.

[v] Mortier behoorde in die tijd tot het Prinsbisdom Luik.

[vi] De reden voor die onbekendheid moeten we zoeken in het feit dat sinds de Belgische opstand van 1830, waarbij België zich afscheidde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, die ouders in het koninkrijk België woonden. Nederland erkende het koninkrijk België toen nog niet.

Er waren in die jaren geen diplomatieke betrekkingen, waardoor extracten van officiële documenten, zoals overlijdensakten, niet of moeilijk te verkrijgen waren. De huidige Nederlandse provincie Limburg behoorde overigens van 1830 tot 1839 wel tot het koninkrijk België met uitzondering van Maastricht en Venlo.

[vii] De achternaam Neijens wordt in documenten ook als Neijnens en Nijnens vermeld.

Overlijdensakte Guillaume Warnotte, Burgerlijke stand stad Visé

Het echtpaar Warnotte-Joosten woonde blijkens het bevolkingsregister 1850 – 1860 van de gemeente Weert in de Hegstraat.

Behalve Willem Warnotte en Maria Elisabeth Joosten hebben in die periode in die woning, ook andere personen gewoond, namelijk:

*Maria Warnotte, geboren op 6 juli 1834 te Tongeren, België, gehuwd met Franz Hubert Stocks, kleermaker, afkomstig uit Erkelenz, Pruissen. Als beroep van Maria Warnotte is in de huwelijksakte dagloonster vermeld.

*Maria Louisa Warnotte, op 2 augustus 1837 geboren te Venlo, gehuwd met Petrus Hendrikus Bloemers, rondgaande muzijkant, afkomstig uit Beegden Als beroep van Maria Louisa Warnotte is in de huwelijksakte zangster vermeld.

Maria en Maria Louisa Warnotte zijn dochters van Willem Warnotte en zijn tweede echtgenote Johanna Neijnens.

*Jacobus Knapen, geboren op 8 juli 1823 te Weert, zoon van de bij de geboorte ongehuwde Maria Knapen, beroep werkman/marskramer/scharenslijper, op 1 mei 1849 te Weert gehuwd met Johanna Nijnens, geboren op 14 oktober 1829 te Maarheeze, dochter van de bij de geboorte ongehuwde Johanna Nijnens.[i] Johanna Nijnens was volgens de huwelijksakte zonder beroep.

*Jan Mathijs Knapen, geboren 30 september 1850, zoon van Jacobus Knapen en Johanna Nijnens.

[i] De moeder van Jacobus Knapen is Maria Knapen, dagloonster, weduwe van Pieter Claessens. Jacobus Knapen is geboren in het Gasthuis op de Biest. De vader van Jacobus Knapen is niet bekend.

Bron: Netherlands, Limburg, Civil Registration, 1792-1963; https://familysearch.org/ark:/61903/3:1:939F-1L9Q-F3?cc=2026214&wc=2KCZ-M56%3A343129301%2C34346670

Bevolkingsregister gemeente Weert 1850 – 1860

Wie was Petronella Gijbels?

Maria Petronella Gijbels is geboren op 6 juni 1832 te Weert. Op 26 maart 1850 schonk zij op 17-jarige leeftijd te Weert het leven aan Joannes Hubertus Gijbels. Zij was toen ongehuwd. De geboorteaangifte werd gedaan door haar vader, Renier Gijbels, linnenwever, wonende in de Hegstraat.

Op 11 juni 1852 werd te Broekhuizen aangifte gedaan van de geboorte van Theodorus Gijbels, zoon van Petronella Gijbels, liedjeszangeres, wonende te Weert. De geboorteaangifte werd gedaan door de 23-jarige Hubertus Beumer, zanger, wonende te Weert.

Op 28 februari 1855 is Petronella Gijbels te Weert getrouwd met deze Hubertus Beumer, geboren op 24 januari 1827 te Uden. Bij gelegenheid van dat huwelijk hebben de echtelieden Johannes Hubertus Gijbels en Theodorus Gijbels erkend en gewettigd. Beide kregen de achternaam Beumer.

Erkenning en wettiging Johannes Hubertus en Theodorus Gijbels in de huwelijksakte Beumer-Gijbels

Een kleine twee maanden na dit huwelijk werd op 15 maart 1855 in Schimmert hun dochter Maria Gertrudis Beumer geboren. Als woonplaats van de ouders is in de geboorteakte Weert vermeld, als beroep van de vader venter.

Uit het bevolkingsregister 1860- 1880 van de gemeente Weert blijkt dat Petronella Gijbels, Hubertus Beumer en hun kinderen in dezelfde woning woonden als de vader van Petronella Gijbels, Renier Gijbels. Als beroep van Renier Gijbels is wever vermeld en als dat van Hubertus Beumer ”rondloopend muzykant”. Ook woonden daar de bij de scheldpartij in 1851 betrokken broer Hendrik Gijbels en de in Gorinchem geboren Theresia Maria van Burg.

Bevolkingsregister gemeente Weert 1860- 1880

De overlijdensplaatsen en -data van Petronella Gijbels en Hubertus Beumer heb ik niet achterhaald. Eind 1883 waren beide nog in leven. Dat blijkt uit de huwelijksakte van hun zoon Johannes Hubertus Beumer.

Johannes Hubertus Beumer, de gewettigde oudste zoon van Petronella Gijbels en Hubertus Beumer, is op 15 november 1883 te Luik getrouwd met Barbara Mols. Hij had toen de Nederlandse nationaliteit. Als zijn beroep is colporteur vermeld. De ouders van de bruidegom, Hubert Beumer, colporteur, en Petronella Gijbels, zonder beroep, waren niet bij de huwelijksvoltrekking aanwezig maar hadden hun toestemming verleend bij notariële akte van 24 september 1883, verleden voor notaris Goetsbloets te Hasselt[i]

Johannes Hubertus Beumer is op 25 februari 1882 op- 31-jarige leeftijd in Tongeren overleden.

Barbaar Mols is op 9 juni 1848 te Halle Booienhoven, Vlaams-Brabant, geboren en op 6 september 1912 op 64- jarige leeftijd overleden te Tongeren. Als haar beroep is rondleurster vermeld. Het echtpaar Beumer-Mols heeft vijf kinderen gekregen, waarvan er drie jong zijn gestorven.

Wie was Hendrik Gijbels?

Hendrik Gijbels is 30 september 1827 geboren te Weert. Op 4 september 1863 is hij te Weert getrouwd met Theresia Maria van Burg, geboren op 15 december 1840 te Gorinchem. Voor het huwelijk woonde Theresia Maria van Burg al in het huis van haar toekomstige schoonvader en man. Op 19 februari 1868 zijn de echtelieden Gijbels en van Burg in Weert uitgeschreven in verband met vertrek naar Rotterdam. Daar hebben zij op verschillende adressen gewoond: 7 nummer 233 Bagijnenhof, Binnenweg 74, 26 en Jan van Loonslaan 28, 3. Hendrik Gijbels was sjouwer van beroep[ii] Hij is op 30 december 1896 te Rotterdam overleden. Zijn weduwe Theresia Maria van Burg woonde op Warmoezenierstaat 19/6 te Rotterdam. Haar beroep was waschvrouw.[iii] Zij is overleden op 16 januari 1910 te Rotterdam. Het echtpaar Gijbels-van Burg is kinderloos gebleven.

Epiloog

De banale scheldpartij in de Hegstraat in1851 leidde tot een tweetal rechtszaken voor het kantongerecht te Weert. Het verloop en de uitkomst daarvan geeft aanleiding tot de gedachte dat kantonrechter Van Schaeck een greep in de juridische gereedschapskist heeft gedaan om een veroordeling van de scheldende mevrouw Joosten te voorkomen.

Uit het onderzoek naar de betrokken personen rijst het beeld op dat die niet behoorden tot de doorsnee bevolking. De mannen hadden beroepen waar ze veel voor op pad waren: liedjeszanger, orgelspeler, vioolspeler, marskramer. Een aantal vrouwen is ongehuwd moeder geworden. Wat verder opvalt is dat er nogal wat zogenaamde samengestelde gezinnen waren, niet ten gevolge van echtscheidingen, zoals in onze tijd, maar van overlijden.

[i] Ville de Liège, Actes de Mariages 1883, 939.

[ii] Archief Rotterdam

[iii] Bron: diverse Adresboeken Rotterdam.

nieuw boek: De Arbeitseinsatz ontvlucht – Twee Limburgse jongens, 1941

Dat is de titel van een boek dat binnenkort verschijnt, in een heel kleine oplage, samengesteld door Jo Brunenberg in samenwerking met historicus Jan Brauer.

Aan het begin van de tweede wereldoorlog, in 1941, ging Lei Brunenberg (de vader van Jo Brunenberg) , die toen in Stramproy woonde, werken in Duitsland in een fabriek in Velbert, vlakbij Essen. Het bleek een fabriek te zijn waar granaten werden geproduceerd. Na ongeveer een half jaar vluchtte hij terug naar Nederland, samen met een vriend die hij daar ontmoet had: Sjraar Brauer uit Belfeld. Beiden waren toen pas 17 jaar oud.

Door Jo Brunenberg en historicus Jan Brauer, zonen van Lei respectievelijk van Sjraar, is dit avontuur ‘gereconstrueerd’. Ook de familieherinneringen hieraan zijn vastgelegd. In 2008 en 2009 hebben de auteurs de route die beide jongemannen indertijd volgden naar die wapenfabriek in Duitsland en hun vluchtroute terug naar Nederland, overgedaan. De fabriek waar hun vaders werkten, bleek er na zoveel jaren nog steeds te staan, nu leeg en verlaten. Het boek bevat ook een dertigtal foto’s die dit ‘spoor terug’ volgen.
Het ‘avontuur’ van beide jongemannen is zeker niet uniek of spectaculair te noemen want vele duizenden Nederlanders hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog, soms vrijwillig maar meestal verplicht, in Duitsland gewerkt. Toch heeft dit ‘avontuur’ bij beide Limburgers ontegenzeglijk een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Het boek wordt gedrukt op mooi stevig mat papier, het formaat van het boek is 20x 25 cm. gebonden met harde kaft en telt 80 pagina’s. De oplage van het boek zal heel klein zijn en daardoor wordt het helaas wel wat prijzig. De prijs is : € 53 inclusief bezorging.

Bestellen kan per mail : jo@jobrunenberg.com
Met vermelding van: Naam, volledig adres en eventueel telefoonnummer.
Betalingen via: NL90 SNSB 0783 2590 85 Jo Brunenberg

Sluitingsdatum voor bestellingen: 25 juli aanstaande.

Jo Brunenberg is een goede bekende. Hij verzorgde de vormgeving en een deel van de muziek van de bekroonde film ‘GRENSGEVAL’ van Peter Crins.
www.jobrunenberg.com

 

Succesboek 19e eeuw: Weert, Parel van de Heide weer verkrijgbaar

Omslag boek Weert parel van de heideOp 4 december verscheen een herdruk van Weert ‘Parel van de heide’ …in de 19e eeuw. Hét boek over de (ruime) negentiende eeuw van Weert (en omgeving) was na eerste verschijning in maart 2019 in een oogwenk uitverkocht. Aangemoedigd door de aanhoudend grote vraag naar dit succesvolle boek heeft Stichting Cultuurhistorische Publicaties voor de regio Weert, onder de vlag van stichting De Aldenborgh, besloten tot een tweede druk van dit voor een breed publiek toegankelijke, populair-historische uitgave. 
Schrijver en samensteller is de Weerter publicist en amateurhistoricus Frits Nies, met behulp in research van enkele leden en voorzitter Peter Korten van De Aldenborgh/LGOG Weert en het Gemeentearchief Weert. Het betreft een gebonden uitgave op staand formaat 21×30 cm, in harde kaft, 256 pagina’s verdeeld over acht hoofdstukken, rijk aan veelal nog niet eerder gepubliceerde beelden in full colour en zwart-wit, en aangevuld met een handig namenregister.

Wakker gekust
Leidend thema van Parel van de heide is hoe Weert in de negentiende eeuw werd wakker gekust door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart en de IJzeren Rijn. Er ontstond een bedrijvige ‘stichtstad’ met o.a. revolutionairen, migranten, kloosterlingen, burgers en buitenlui, internaten, Mariadevotie, sociëteiten, armbestuur, ziekenbussen, brouwers, tinnegieters, zilversmeden, molenaars, bakkers, muzikanten, schutters, kunstenaars, ontginners, boeren, regenten, carnavalisten, kermisgasten, zoeaven en missionarissen…

Weert ‘Parel van de heide’ …in de 19e eeuw is te koop in de regionale boekhandel.