an het einde van de achttiende eeuw is Weert een arm stadje. Boeren, burgers en buitenlui leven een eenvoudig bestaan op de schrale zandgronden. In Frankrijk woedt een revolutie, waarbij de leus “vrijheid, gelijkheid en broederschap” luid klinkt. Daarmee verdwijnen oude zekerheden en doen nieuwe ideeën hun intrede. Zij klinken veelbelovend, maar brengen ook dwang, oorlog en offers met zich mee.
De Franse generaal Napoleon Bonaparte wordt in 1804 keizer. Hij verovert grote delen van Europa, waaronder Nederland. Ook Weert komt onder het Franse gezag. Honderden Weerter jonge mannen worden onder de Franse wapen geroepen. Tot verdriet van menige moeder of geliefde. Weert beleeft in veel opzichten een bewogen tijd. Als de Fransen weer de aftocht blazen blijft de Franse invloed merkbaar in het dagelijke leven: de Code Napoleon. De burgerlijke stand wordt ingevoerd, het verkeer moet rechts gaan rijden, in het kadaster wordt met standaardmaten gemeten. De Noordervaart wordt aangelegd als onderdeel van het Grand Canal du Nord.
In zijn monumentale werk “Napoleons Europese droom (2007)” heeft historicus en docent Weerterlogie, dr. Joost Welten, de ingrijpende gevolgen van Napoleons invloed op het leven van de plattelandsbevolking in Weert en de regio beschreven. Het boek, een gedetailleerde sociaal-historische studie, biedt een diepgaande analyse van de Franse overheersing in Weert, waarbij de “Europese droom” wordt gekoppeld aan de economische en bestuurlijke impact.
Op dit belangrijke werk van Welten is “Code Napoleon” geïnspireerd, een interdisciplinair muziekspektakel, waarin koorzang, theater, muziek en lokale geschiedenis samenkomen. Het spektakel verbindt verleden en heden met elkaar en maakt de menselijke verhalen achter historische gebeurtenissen toegankelijk voor een breed publiek. Die verhalen staan centraal in de voorstellingen die op 16, 17 en 18 april 2027 in het Munttheater ter stede worden opgevoerd.
De uitvoeringen zijn bedoeld voor iedereen met liefde voor geschiedenis, muziek en ons lokale erfgoed. Of u nu Welten’s boek kent of niet, u wordt meegenomen in een verhaal dat dichtbij komt en raakt.
Het verleden blijkt verrassend actueel: vragen over macht, identiteit en Europese verbondenheid klinken vandaag nog altijd door. Laat u meevoeren door de geschiedenis en de muziek en ontdek hoe Napoleons Europese droom in Weert werd beleefd en hoe die echo’s, eeuwen later, nog steeds hoorbaar zijn.
Vier 200 jaar Zuid-Willemsvaart met een bijzondere rondvaart in Weert
In 1826 werd in Weert de Zuid-Willemsvaart geopend, het kanaal dat onder koning Willem I werd gegraven om een betere verbinding te creëren tussen Maastricht en ’s-Hertogenbosch.
Twee eeuwen later is deze waterweg nog altijd van grote betekenis. Voor Weert betekende de komst van het kanaal een belangrijke economische impuls: handel, ontwikkeling landbouw, industrie en scheepvaart kregen er nieuwe kansen door, terwijl de stad zich ontwikkelde tot een belangrijke schakel in de regio.
Ter gelegenheid van het 200-jarig jubileum van de Zuid-Willemsvaart organiseert De Aldenborgh een unieke reeks rondvaarten. Gedurende één week vaart een speciaal gecharterde rondvaartboot over het kanaal langs Weert.
Onder begeleiding van de Stadsgidsen van Weert maakt u kennis met de rijke geschiedenis van de Zuid-Willemsvaart en ontdekt u hoe het kanaal het aanzien van de stad door de eeuwen heen heeft veranderd.
Tijdens de tocht wordt verteld over de aanleg van het kanaal, de bedrijvigheid langs het water, de vroegere havenactiviteiten en de betekenis van de scheepvaart voor Weert en omgeving. Maar ook verhalen over de invloed die het kanaal heeft gehad op de Weertenaren. Uiteraard krijgt u onderweg ook een bijzonder uitzicht op de stad vanaf het water — een perspectief dat maar weinig mensen kennen.
Vertrek- en eindpunt:
Aanlegsteiger Industriekade nabij de Roeivereniging Industriekade 50 6006 SJ Weert
Voor vrienden van De Aldenborgh en leden van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap geldt tot en met 10 juni een speciale voorintekenprijs van € 17,50 per persoon.
Daarna bedraagt de reguliere prijs € 20,00 per persoon per rondvaart.
Het aantal plaatsen is beperkt, dus tijdig reserveren wordt aanbevolen.
De boottocht wordt mede mogelijk gemaakt door de stichting Cultuurhistorische Publicaties voor de Regio Weert, Weert Marketing en VVV Hart van Limburg.
Unieke filmvoorstelling over Weert en de bevrijding
Weertenaar Jos Peeters zag in 1993 een aankondiging dat Huub van den Bosch, bijgenaamd Huub van Gonnebertje, een diavoorstelling zou geven in zalencentrum Poort van Limburg. Aanleiding was het zestig jarig bestaan van de VVV Weert e.o.. De diavoorstelling was een enorm succes en trok honderden enthousiaste bezoekers, reden waarom de VVV zelfs een tweede dia-avond organiseerde.
Met zijn videocamera maakte Jos opnamen van de diavoorstelling, inclusief het commentaar van meesterverteller Huub van den Bosch.
Op dinsdag 22 september a.s., de dag dat Weert in 1944 is bevrijd, worden deze unieke filmbeelden opnieuw vertoond in het Munttheater inclusief het authentieke en soms hilarische commentaar in Weertlands dialect van Huub van den Bosch. Deze voorstelling wordt mede mogelijk gemaakt door Geschied- en Oudheidkundig Genootschap de Aldenborgh en Stichting 4 en 5 mei Weert.
De film begint met opnamen van Weert in vroeger tijden, met onder andere beelden van de aanleg van de spoorlijn naar Eindhoven, de bouw van het station, het opblazen van de spoor- en stadsbrug in de oorlog, de processie bij de kerk en wordt omlijst met tot de verbeelding sprekende anekdotes. Er zijn ook beelden te zien van de bevrijding van Weert en de herinneringen daaraan van de jonge Mulo-student Huub van den Bosch. “Zoeë keumptj ’t schoeëns van Wieërt weer stillekes vuuër d’n daag”.
Huub van den Bosch
Huub van den Bosch (1930-1999), bijgenaamd Huub van Gonnebertje, werd geboren in de Langstraat, boven de bakkerij van zijn vader. Hij schreef de nodige boeken, veelal in of over het Weerts dialect. Hij werd onder meer bekend als hoofd van de Hieronymusschool op de Biest en als fervent en vooraanstaand lid van de Rogstaekers. Velen kennen hem ook nog van zijn deskundige commentaar, samen met Joop van Zijl van het NOS Journaal, bij de rechtstreekse uitzending van de Weerter vastelaovendjoptocht in 1993. Huub was een meesterlijke en humorvolle verteller. Dat is ook goed te horen in de film die Jos Peeters heeft gemaakt van de diavoorstellingen van Huub in de Poort van Limburg.
Jos Peeters
Jos Peeters (71) is al zijn hele leven geïnteresseerd in de geschiedenis van Weert en de regio. Daarover heeft hij meerdere film- en video-opnamen gemaakt en heeft hij ook diverse publicaties op zijn naam staan, waaronder het boek ‘Kampershoek en Rosveld’. Door een verkeersongeluk liep hij op 29-jarige leeftijd een ernstige whiplash op, waardoor hij arbeidsongeschikt werd. Over zijn ervaringen met dit toen nog betrekkelijk onbekend letsel schreef hij in samenwerking met de Whiplash Vereniging Nederland eveneens een boek. Vanaf 2002 lijdt Jos aan de ziekte Parkinson. Hij woont daarom in zorgcentrum Hieronymus, waar hij lid is van de cliëntenraad. Jos is een doorzetter en een voorbeeld van positieve gezondheid. Ondanks zijn ziekte die het hem moeilijk maakt te lopen, bezoekt hij veelvuldig voorstellingen in het Munttheater. Hij is dan ook erg blij dat hij, met steun van het theater, zijn unieke film uit 1993 nu hier kan laten zien.
Voorstelling
Munttheater Weert
Dinsdag 22 september 2026
Tijdstip: 14.00-16.00 uur
Entree: € 12,50 pp, inclusief na afloop koffie en vlaai
Deze voorstelling wordt mede mogelijk gemaakt door het Munttheater, Geschied- en Oudheidkundig Genootschap de Aldenborgh, Stichting 4 en 5 mei Weert en het gemeentearchief.
In de bijbel staat dat Adam en Eva alle vruchten in het aards paradijs mochten eten, behalve de vruchten van de boom die in het midden van de hof stond. Eva werd door een slang aangezet om toch van die vrucht te genieten. Eva kon de verleiding niet weerstaan. De bijbel zegt daarover:
“En de vrouw zag dat het goed eten was van die boom en dat hij een lust was voor het oog en hoe aantrekkelijk het was er inzicht door te krijgen. Zij plukte dus een vrucht en zij at ervan; zij gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at ervan.
Nu gingen hun ogen open en ze ontdekten dat ze naakt waren. Daarom hechtten zij vijgebladen aaneen en maakten daar lendenschorten van”.[i]
Op de Moesdijk stond in 1877 ook een boom in een hof. Geen appelboom zoals beweerd wordt van de boom in het aards paradijs. Op de paradijselijke Moesdijk stond een grote kersenboom.
Kersen zijn heerlijke vruchten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat rijpe kersen een grote aantrekkingskracht hebben met name op jeugdige personen. Dat was ook in 1877 het geval op de Moesdijk. In dit verhaal beschrijf ik wat er half juli van dat jaar daar gebeurde en de nasleep daarvan.
Verder vermeld ik enige genealogische gegevens van een aantal personen, die genoemd worden in dit verhaal.
Moesdijk, half juli 1877
In de tuin achter het huis van Jacob Lamers op de Moesdijk stond die bewuste kersenboom. Half juli waren de kersen rijp. De buurkinderen van Jacob Lamers, Godfried (12 jaar), Mathijs (15 jaar) en Catharina (14 jaar) Verwijlen, konden de verleiding van die kersen niet weerstaan.[ii] Zij dachten onopgemerkt te kunnen genieten van de voor hen verboden vruchten. Dat was echter een misrekening. Jacob Lamers kreeg hen in het vizier.
[i] Oude testament, Genesis, vers 6 en 7, Willibrordvertaling 1975.
[ii] De achternaam Verwijlen wordt in documenten, zoals in de in dit verhaal vermelde processtukken, ook als Verwielen vermeld.
Ligging Op de Moesdijk. Bron: Kuyperkaart Gemeente Weert
Aangifte en naar de rechtbank te Roermond
Jacob Lamers deed aangifte van het stelen van kersen.[i] De Weerter veldwachter Antoon van der Heiden maakte daarvan op 20 juli 1877 een proces-verbaal op. De kinderen Verwijlen werden voor de rechtbank te Roermond gedagvaard, een dagtocht van heen en terug van zo`n 40 kilometer. Bij de zitting bij de rechtbank erkenden zij dat zij kersen hadden geplukt en gegeten van de kersenboom in de tuin van Lamers. De rechtbank oordeelde dat dat een overtreding van artikel 471 onder 9 van het Wetboek van Strafregt opleverde. Maar de rechtbank oordeelde zelf niet over die overtreding maar verwees bij vonnis van 9 oktober 1877 de zaak naar het kantongerecht te Weert.
[i] De achternaam Lamers wordt in documenten ook vermeld als Laemers en Lammers.
Artikel 417 aahef en lid 9 Wetboek van Strafregt
Aangifte en naar de rechtbank te Roermond
Jacob Lamers deed aangifte van het stelen van kersen.[i] De Weerter veldwachter Antoon van der Heiden maakte daarvan op 20 juli 1877 een proces-verbaal op. De kinderen Verwijlen werden voor de rechtbank te Roermond gedagvaard, een dagtocht van heen en terug van zo`n 40 kilometer. Bij de zitting bij de rechtbank erkenden zij dat zij kersen hadden geplukt en gegeten van de kersenboom in de tuin van Lamers. De rechtbank oordeelde dat dat een overtreding van artikel 471 onder 9 van het Wetboek van Strafregt opleverde. Maar de rechtbank oordeelde zelf niet over die overtreding maar verwees bij vonnis van 9 oktober 1877 de zaak naar het kantongerecht te Weert.
[i] De achternaam Lamers wordt in documenten ook vermeld als Laemers en Lammers.
Kantongerecht Weert
Het kantongerecht te Weert maakte geen haast bij het behandelen van de zaak.[i] Deurwaarder Frans Geene betekende op 6 februari 1878 een dagvaarding aan de kinderen Verwijlen. Daarin werden zij beschuldigd van “tezamen en in vereeniging den 15 Julij 1800 zeven en zeventig uit de onafgesloten tuin, gelegen achter de woning en ten nadele van Jacobus Lammers, onder de gemeente Weert, arglistig te hebben weggenomen en zich toegeëigend een hoeveelheid kersen, de eerste beklaagde bovendien van terzelfder plaats op den twaalfden Julij 1800 zeven en zeventig en ten nadele van genoemden Lammers eene hoeveelheid kersen arglistig te hebben weggenomen en zich toegeëigend”.
De kinderen Verwijlen herriepen bij de kantonrechter de bekentenis voor de rechtbank te Roermond. Kantonrechter mr. Godfried Loix overwoog daaromtrent dat de kinderen Verwijlen weliswaar bij de zitting voor de rechtbank in Roermond erkend hadden op de in de dagvaarding vermelde tijd en plaats kersen afgeplukt en gegeten te hebben, maar dat die erkenning niet als bewijs voor de procedure bij het kantongerecht gold.[ii] Er stond immers niet in de wet dat een erkenning voor een rechter ook gold voor een andere rechterlijke instantie. Een dergelijke erkenning moest plaatsvinden voor de rechter die over de zaak inhoudelijk moest beslissen.
Die herroeping mocht de kinderen Verwijlen echter niet baten. De kantonrechter oordeelde dat voor die herroeping geen gronden waren aangevoerd en dat de bekentenis voor de rechtbank te Roermond van kracht bleef. Er werden verder twee getuigen gehoord.
Getuige Jacobus Lammers, eigenaar van de bewuste kersenboom, verklaarde onder ede dat hij gezien had dat op 15 juli Godfried en Mathijs Verwijlen in de kersenboom zaten. Catharina Verwijlen stond toen onder de boom, maar hij had niet gezien dat zij kersen at.
Getuige Hendrik Seerden verklaarde onder ede dat hij op 12 juli Godfried en op 15 juli Godfried en Mathijs in de kersenboom had zien zitten. Op 15 juli had hij gezien dat Catharina onder de boom stond. Hij had echter niet gezien dat zij kersen aten of plukten.
[i] Weert heeft van 1842 tot 1934 een kantongerecht gehad.
[ii] Kantonrechter mr. Godefridus Antonius Hubertus Loix, is geboren op 7 oktober 1824 te Stratum, Eindhoven, en overleden op 4 mei 1896 te Weert.
Schets van de situatie op 15 juli 1877
De kantonrechter overwoog dat de bij de rechtbank afgelegde bekentenis samen met de onder ede bezwarende verklaringen het wettig en overtuigend bewijs opleverden van de twee ten laste gelegde feiten. De feiten werden door de kantonrechter als volgt gekwalificeerd:
“1 Het door drie vereenigde personen plukken en eten van vruchten aan een ander toebehoordende op de plaats zelve zonder dat er eenige omstandigheid is, waaromtrent de wet voorziening doet.[i]
2 Het plegen van hetzelfde feit door een enkel persoon op een ander tijdstip, beide feiten gepleegd te Weert, overtredingen voorzien en strafbaar gesteld bij art. 471 aanvangen no.9 van het Srafwetboek…”.
Vonnis
Kantonrechter Loix velde op 6 april 1878 het volgende vonnis:
“ In naam de Konings rechtdoende, verklaren de drie beklaagden overtuigd van en schuldig aan het in de eerste plaats gequalificeerde feit en bovendien de gedaagde Godfried Verwielen aan het in de tweede plaats gequalificeerde feit.
Veroordeelen de schuldig verklaarde Mathijs en Catharina Verwielen ieder in eene en Godfried Verwielen in twee boeten, elk van vijftig cent en allen hoofdelijk in de proceskosten, deze invorderbaar bij lijfsdwang”.[ii]
Of de boetes betaald zijn, is niet bekend, maar is wel aannemelijk.
Volgens het toen geldende strafrecht moest een jeugdige onder zestien jaar worden vrijgesproken tenzij hij met “het oordeel des onderscheids” had gehandeld. In dit geval heeft de kantonrechter blijkbaar geconcludeerd dat de kinderen Verwijlen met het “oordeel des onderscheids” hadden gehandeld. Zij wisten dat het verboden was kersen uit andermans tuin te plukken.
Waar woonden Jacob Lamers, de kinderen Verwijlen en Hendrik Seerden?
De hoofdpersonen in dit verhaal woonden vlakbij elkaar op de Moesdijk, meer precies aan het einde van het oostelijk deel van de huidige Koekoeksweg.
[i] De laatste bijzin betekent: “zonder dat daarbij sprake is van een bijzondere omstandigheid waarvoor de wet een afzonderlijke regeling bevat
Woning 2: Cornelis Meulen met gezin Verwijlen/Verwielen
Woning 3: Hendrik Seerden
Jacob Lamers woonde samen met zus Joanna Laemers, weduwe van Jacobus Kneepkens, in het laatste huis van de huidige Koekoeksweg, links voor de spoorlijn Weert – Roermond.[i]. Zijn moeder, Maria Gertruida Breuckers, weduwe van Joannes Francisus Laemers was op 22 februari 1873 overleden.
[i] De spoorlijn Weert- Roermond is een onderdeel van de in 1879 geopende zogenaamde IJzeren Rijn.
Woning Breuckers-Laemers. Bevolkingsregister gemeente Weert 1860-1880
Op de plek van de woning Breuckers-Laemers staat thans het pand Koekoeksweg met de huisnummers 29 en 31. In de tuin van nummer 29 staat anno 2026 weer een kersenboom.
Pand Koekoeksweg 29 anno 2026
De veroordeelde kinderen Verwijlen/Verwielen woonden met hun ouders Christiaan Verwijlen en Maria Geertrui Meulen in de woning van hun grootvader Cornelis Meulen.
Jan Mathijs Verwijlen is op 17 juli 1861 geboren te Weert. Hij is op 28 september 1887 te Weert getrouwd met Joanna Verstappen. Het echtpaar Verwijlen-Verstappen heeft 10 kinderen gekregen. Op 22 mei 1945 is Jan Mathijs te Weert overleden
Anna Catharine Verwijlen is op 2 april 1865 geboren te Weert. Zij is op 6 april 1925 ongehuwd en kinderloos te Weert overleden.
Godefridus Verwijlen is op 9 december 1864 te Weert geboren. Hij is getrouwd met Margaretha Nouwkens uit Reppel (Bocholt). Margaretha Nouwkens is overleden op 2 maart 1938 in het gesticht te Hamont. Uit haar bidprentje blijkt dat Godefridus Verwijlen toen nog in leven was. Het echtpaar Verwijlen-Nouwkes is kinderloos gebleven. De overlijdensplaats en -datum van Godfridus Verwijlen heb ik niet achterhaald. Waarschijnlijk is hij in België overleden.
Bewoners woning Cornelis Meulen. Bevolkingsregister gemeente Weert 1860- 1880, Leuken no 680
Hendrik Seerden woonde met zijn vrouw Petronella Verstappen en zoon Peter naast de woning van Meulen. Hendrik is op 4 juni 1823 geboren te Weert. Hij is op 25 mei 1853 te Grathem getrouwd met Petronella Verstappen. Henricus Seerden is 24 mei 1904 overleden te Weert.
Bewoners woning Hendrik Seerden. Bevolkingsregister gemeente Weert 1860- 1880, Leuken no 681
Het stropen van fruit is nog steeds strafbaar als een vorm van diefstal. Meer specifiek bepaalt artikel 314 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht:
“Hij die …ongeplukte boomvruchten …wegneemt, met het oogmerk die zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt als schuldig aan stroperij, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twee maanden of geldboete van tweede categorie.”[i]
In vergelijking met 1877 is nu bij stropen van vruchten gevangenisstraf mogelijk maar het eten ter plaatse daarvan is niet meer strafbaar gesteld
Maar de soep wordt in de huidige praktijk niet zo heet gegeten als zij opgediend kan worden. Meestal wordt er geen aangifte van stroperij door kinderen gedaan. De eigenaar jaagt de plukkers weg of spreekt hen aan. Als er al aangifte wordt gedaan, wordt die vaak afgedaan met een waarschuwing of een gesprek bij het bureau Halt. Tot een rechtszaak komt het zelden.
Epiloog
Na deze rechtszaak – en wellicht ook daarvoor – zullen de verhoudingen tussen de bewoners van de laatste huizen aan de Moesdijk niet optimaal zijn geweest. Met buurman Jacob Lamers was het in ieder geval kwaad kersen eten.
[i] Een geldboete van tweede categorie bedraagt in 2026 maximaal € 5500.
Op 9 mei 2026, vond de voorjaarsexcursie van de Aldenborgh, LGOG, kring Weert en GHK “Land van Thorn” plaats. De weergoden waren ons deze keer, evenals bij de vorige excursies naar Mechelen en Sint-Truiden, weer uitermate goed gezind. Met een met 56 deelnemers nagenoeg volle bus werd koers gezet naar Dordrecht. Op de bok zat Paul uit Leivere.
Exact op de geplande tijd arriveerde de bus op de uitstapplaats in Dordrecht, waar we werden afgehaald door Jan Stal van Stadswandelingen Dordrecht. Na een korte wandeling konden we in het etablissement “Dordts Genoegen” genieten van een kop koffie of thee en een stuk appeltaart, desgewenst aangevuld met een flinke dot slagroom.
Een deel van het gezelschap aan de koffie met appeltaart
De stadswandeling
Het gezelschap was al vooraf door de organisatie in vier groepen verdeeld zodat we snel van start konden gaan voor een stadswandeling. Uw verslaglegger kan alleen verhalen van zijn indrukken in zijn groep met als gids Mark Benjamin.
Mark vertelde dat Dordrecht de oudste stad van Holland is, al is daarover nog strijd met het nu in Noord-Brabant gelegen Geertruidenberg. De naam Dordrecht is afgeleid van het stroompje Thuredrith. De eerste bebouwing vond plaats op de dijken van het stroompje. Hoewel Dordrecht ver van de Noordzee ligt, reiken de getijden van de zee tot in de stad. Ook hoogwater van de Rijn heeft invloed. Er is af en toe wat wateroverlast maar tot grote problemen leidt dat niet. In de Voorstraat zijn uit voorzorg bij de woningen haken aangebracht, waarin bij dreigende overstroming vloedplanken geplaatst kunnen worden
Door een met een smal huisje overbouwde steeg, genaamd de Donkere Steiger, bereikten we de Hofstraat. Daar staat sinds enkele jaren een meer dan levensgroot standbeeld van Willem van Oranje. Het idee om een standbeeld voor Willem van Oranje te plaatsen ondervond in de Dordtse samenleving weerstand. Er werd een actiegroep opgericht met de naam “ikwillemniet”. Ondanks een door velen ondertekende petitie tegen het beeld is het er toch gekomen.
Standbeeld Willem van Oranje
In een deel van de Hofstraat staan oude huizen met trapgevels. Dat deel is vaak gebruikt als decor bij filmopnames.
Hofstraat
Aan het einde van de Hofstraat ligt het voormalige Augustijnenklooster. Dat is in de Nederlandse geschiedenis bekend geworden omdat in dat gebouw de eerste vrije Statenvergadering van Holland plaatsvond. Deze vergadering was de eerste Statenvergadering die bijeengeroepen werd buiten de koning om. In die vrije Statenvergadering werd door twaalf Hollandse steden koning Filips II van Spanje afgezworen en Willem van Oranje tot stadhouder aangesteld.
Op de plaats van de huidige Dordtse dependance van de Rechtbank Rotterdam stond vroeger de Kloveniersdoelen. In 1618 en 1691 werd in de Kloveniersdoelen de zogenaamde Dordtse Synode gehouden. Deze synode vormde het strijdtoneel tussen de Preciezen (streng, orthodox) en de Rekkelijken (flexibel, ruimdenkend) in het protestantisme. De Preciezen wonnen de strijd. Tijdens de Dordtse synode werd besloten tot een vertaling van de Bijbel in de landstaal. Dat heeft geresulteerd in de zogenaamde Statenbijbel, die veel invloed heeft gehad op de Nederlandse taal.
Plaquette Synode van Dordrecht
Van de Voorstraat leidt een smal steegje met hoogopgaande, naar binnen hellende muren naar de haven: de zakkendragersstraat, de op een na smalste straat van Dordrecht. Als er een schip met handelswaar in de Wijnhaven aanmeerde, werd er een klok geluid, die nog steeds aan het begin van de zakkendragersstraat hangt. De leden van het zakkendragersgilde werden daarmee opgeroepen om zich te melden voor het dragen van de zakken met handelswaar naar de pakhuizen. Het werk werd verdeeld door middel van dobbelen.
Zakkendragersstraat
In de Wijnstraat, waarvan de naam eraan herinnert dat Dordrecht ook belangrijk was voor de invoer van wijn, staat een mooi pand uit 1556, genaamd “Dit is in Bevereburch”. Het pand is gebouwd door de belangrijke Dordtse familie Van Beveren, wier naam ook terug te vinden is in de Grote Kerk.
Een ander oud pand in de Wijnstraat is `t Zeepaert. De naam van het pand heeft niets te maken met het waterdier ‘zeepaardje’ maar met het beroep van de eigenaar, een zeepzieder.
Huis Dit is in Bevereburch
Huis `t Zeepaert
Een van de belangrijkste monumenten van Dordrecht is de Groothoofdspoort. De poort ligt aan het Groothoofd, lang een belangrijke aanlegplaats voor schepen. De poort vormde de verbinding tussen de haven en de stad. Aan de waterzijde van de poort is in een medaillon de stedemaagd afgebeeld. Het medaillon is omlijst met wapens van Hollandse plaatsen.
De Groothoofdspoort aan de waterzijde
In de Wolweverstraat bevindt zich het prachtige patriciërshuis De Meerminnen.
Raam boven de toegangsdeur huis De Meerminnen
Dordtenaren hebben de bijnaam schapenkoppen. Volgens de gids ligt de oorsprong daarvan in de volgende gebeurtenis.
Dordrecht hief hoge belastingen op de invoer van goederen, onder andere van schapen. Een tweetal inwoners bedacht een mooi plannetje om die belasting te ontduiken. Zij kochten buiten de stad een schaap en trokken het beestje kleren aan. De opzet was het schaap bij de poort rechtop tussen hen in te laten lopen en zo bij de poortwachters de indruk te wekken dat zij een kind bij zich hadden. Het plannetje was bijna gelukt maar voordat ze de poort gepasseerd waren begon het schaap te mekkeren. De smokkelaars werden gearresteerd. De Dordtenaren hebben sindsdien de bijnaam schapenkoppen.
Een groep deelnemers op de Roobrug met zicht op de Nieuwe Haven en de Grote Kerk
Op de Visbrug bezichtigden we het monument voor de Gebroeders de Witt, geboren in Dordrecht en om politieke reden gelyncht in het rampjaar 1672 (trefwoorden: redeloos, reddeloos, radeloos) te Den Haag.
Standbeeld voor Johan en Cornelis de Witt
De stadswandeling eindigende voor onze groep bij het stadhuis, waar speciaal voor ons een bruidspaar poseerde op de trappen van het stadhuis.
Stadhuis Dordrecht
De Grote Kerk
Na de lunch stond een bezoek aan de Grote Kerk op het programma. De gids van onze groep was Jan Verschoor.
Hij vertelde dat de bouw van de toren niet zonder problemen verliep. Toen de toren een hoogte van 59 meter had bereikt, ontstond er beweging in de toren. De toren, gebouwd op drassige grond begon over te hellen. Hij stond 2.25 meter uit het lood. Men was genoodzaakt te stoppen met de bouw. In 1626 werden er nog vier wijzerplaten geplaatst die de toren zijn karakteristieke aanblik geven. De toren is sinds de Franse tijd eigendom van de burgerlijke gemeente. De kerk is eigendom van de Protestantse Kerk in Nederland.
De toren stond, naar bleek bij een restauratie, op een fundering van dikke eikenhouten balken. De balken waren gebroken waardoor de toren scheef was komen te staan. In de jaren twintig van de vorig eeuw is een betonnen fundering onder de toren aangebracht, waardoor deze nu stabiel is.
De Grote Kerk
De Grote Kerk was oorspronkelijk een Rooms-Katholieke kerk. In 1572 kwam hij in protestantse handen. Er is geen beeldenstorm geweest maar de heiligenbeelden zijn toen wel verwijderd. De haken waarmee de beelden vastgezet waren zijn nu nog zichtbaar. De gebrandschilderde ramen werden ook verwijderd. Ze zijn vervangen door blank glas. De prachtige koorbanken zijn bewaard gebleven. De kerk is verdeeld in een “katholiek” gedeelte en een protestants deel, gescheiden door een koperen koorhek. Dat koorhek is gebouwd met geld van een legaat van een zekere Diodati, een in Nederlands-Indië rijk geworden Dordtenaar in Batavia.
Koperen koorhek
In de vensters rond het koor zijn weer gebrandschilderde ramen aangebracht. In de Jeruzalemskapel zijn in het begin van de 20ste eeuw drie gebrandschilderde “wereldse” ramen geplaatst, geschonken door de familie Stoop. In de ramen worden drie rampen afgebeeld die Dordrecht in de 15de eeuw hebben getroffen: de Sint Elisabethsvloed (links), de Grote Brand (midden) en de aanval van Kabeljauwers met schepen, waar onder een lading hout soldaten waren verborgen (rechts).
“Wereldse “ramen
Op de vloer van de kerk liggen nog veel grafzerken. Van bijna alle zerken zijn de afbeeldingen op wapenschilden weggebeiteld op last van de overheid tijdens de Bataafse Republiek. Die afbeeldingen werden strijdig geacht met het gelijkheidsbeginsel uit de Franse revolutie. Er is nog een fraaie ongeschonden grafsteen van Mr. Ocker. Gevaerts te bewonderen.
Grafzerk Mr. Ocker Gevaerts
Een blikvanger in de Grote Kerk is de prachtige marmeren preekstoel met Bijbelse afbeeldingen, geschonken bij legaat door Hendricus van der Vugt. De preekstoel wordt bekroond door een mahoniehouten klankkast. De trap naar de kansel is voorzien van een koperen trapleuning waar twee jaar aan is gewerkt.
Preekstoel
De rondleiding eindigde met een blik op het orgel. Volgens de gids is een organist pas “geslaagd” als hij op dit orgel heeft gespeeld. Probleem is wel dat het orgel vaak ontstemd raakt door het vochtige klimaat in de kerk, waar geen verwarming aanwezig is.
Orgel
Na afloop van het excursieprogramma was er voor de deelnemers nog voldoende tijd en gelegenheid om te genieten van het mooie weer en een drankje. Iedereen was toch op tijd bij de bus.
Paul kon na een discussie met een lijnbuschauffeur om half vijf de bus starten voor de thuisreis. Vanwege wegwerkzaamheden in Dordrecht en op de A16 kregen we nog een sightseeing door de stad en een tochtje door de Betuwe. Na het passeren van de Maas trakteerde Paul het gezelschap op waargebeurde (?) verhalen uit zijn chaufeursloopbaan. De gemene deler daarvan was dat ze allemaal op een hilarische wijze eindigden. Het gelach in de bus was dan ook niet van de lucht.
Namens de deelnemers werd Paul bedankt met enveloppe met inhoud. Hij vertelde dat er veel geld nodig was voor de restauratie van een kapel in Leivere. Terwijl iedereen dacht dat hij de gulle gave zou besteden voor die restauratie vertelde hij dat tegenover de kapel een café met terras was en dat we hem bij een bezoek aan Leivere daar konden treffen, genietend van onze fooi.
Volgens uw verslaglegger was deze excursie zeer geslaagd en kunnen de deelnemers terugzien op een leerzame, nuttige en gezellige dag.
Burenruzies en scheldpartijen zijn van alle tijden. Dit verhaal gaat over een scheldpartij in 1851 in de Hegstraat te Weert. Op zich geen wereldschokkende gebeurtenis. Het leek mij toch wel aardig om daar een artikel aan te wijden, mede gelet op de kring van de daarbij betrokken personen.
Wat was er op 19 augustus 1851 in Weert aan de hand?
Op 19 augustus 1851 vond er een ruzie met een hevige woordenwisseling in de Hegstraat in Weert plaats tussen de 49-jarige Maria Elisabeth Joosten, echtgenote van Willem Warnotte, en de 21-jarige Hendrik Gijbels.[i] De19-jarige zus van Hendrik Gijbels, Petronella Gijbels, bemoeide zich ermee. Ze zei tegen haar broer: “houd u stil, laat ze loopen, want zij stinkt een uur onder de wind”. Maria Elisabeth Joosten ging daarna tekeer tegen Petronella en schold haar uit voor canaille, tooi en loeder.
Dat gebeurde op de stoep voor de woning van Joosten in de Hegstraat. Petronella deed bij de politie aangifte van belediging. Johannes Petrus Pex, commissaris van politie van de stad Weert, maakte daar op 20 augustus 1851 een ambtsedig proces-verbaal van op.[ii]
De Hegstraat is een van de oudste straten van Weert. In het midden van de 19de eeuw was de bebouwing nog niet helemaal gesloten in tegenstelling tot de andere straten in Weert. De bewoners waren hoofdzakelijk ambachtslieden: wever, schoenmaker, bakker, smid, kleermaker.
De scheldende dames waren waarschijnlijk buren. Volgens het bevolkingsregister 1850-1860 woonde de familie Gijbels op het toenmalige adres Hegstraat 173. Van de woning van de familie Warnotte is in dat bevolkingsregister geen huisnummer vermeld. Mogelijk woonde zij in het huis dat volgens het kadaster in 1843 toebehoorde aan de Fundatie Berlo.
[i] De achternaam Gijbels wordt in documenten ook als Geijbels vermeld.
[ii] Joannes Petrus Pex is op 20 september 1797 geboren te Leiden, op 5 april 1823 te `s Hertogenbosch getrouwd met Clara Maria Wassing, op 9 november 1846 te Weert in tweede huwelijk getrouwd met Catharina Gertrudis Wilhelmina Erdwegh en op 20 november 1848 te Weert in derde huwelijk getrouwd met Wilhelmina Gubbels. Hij is op 4 februari 1874 op 76-jarige leeftijd te Weert overleden.
Het Openbaar Ministerie bij het kantongerecht te Weert, vertegenwoordigd door commissaris Pex, dagvaardde Maria Elisabeth Joosten, huisvrouw van Wilhelmus Wernot, voor de kantonrechter te Weert.[ii] Haar werd overtreding van een aantal wetsartikelen inzake belediging, waaronder artikel 471 lid 11 Wetboek van Strafregt, ten laste gelegd.[iii] Het Openbaar Ministerie eiste dat Joosten daaraan schuldig werd verklaard en veroordeeld zou worden tot een boete van 50 cent tot 2 gulden 50 cent ten bate van de stad Weert, desnoods invorderbaar met lijfsdwang.
[i] Weert heeft van 1842 tot 1934 een kantongerecht gehad.
[ii] In de gerechtelijke stukken wordt als naam van de echtgenoot van Maria Elisabeth Joosten Wilhelmus Wernot vermeld. Na onderzoek bleek de juiste achternaam Guillaume Warnotte te zijn.
[iii] In het Franse keizerrijk, waartoe vanaf 1795 tot 1813/1814 de huidige provincie Limburg behoorde, was op 1 januari 1811 de Code pénal (wetboek van strafrecht) in werking getreden. Na de Franse tijd vaardigde Willem I een besluit uit “houdende bepalingen ten aanzien van de Lijfstraffelijke Regstuitoefening in de Vereenigde Nederlanden”: het zogenaamde “Gesel- en Worgbesluit”. Daarin werd onder meer de Franse Code pénal “bij provisie “gehandhaafd ‘totdat daaromtrent nader zal zijn voorzien’. Dat “bij provisie” heeft lang geduurd. De Code pénal/Wetboek van strafregt bleef met wijzigingen tot 1886 in Nederland van kracht.
Artikel 471 aanhef en lid 11Wetboek van Strafregt
Na het horen van een tweetal getuigen overwoog kantonrechter Hector Frederik Theodoor van Schaeck dat wettig en overtuigend was bewezen dat Maria Elisabeth Joosten “in den avond van den negentienden augustus laatstleden op de stoep harer woning op de openbare straat te Weert aan Petronella Gijbels heeft toegevoegd de woorden canaille, tooi en loeder”.[i] Niets leek een veroordeling van Maria Elisabeth Joosten meer in de weg te staan. Maar dat pakte anders uit.
De kantonrechter was van oordeel dat de belediging met het woord “loeder” van een zwaarder kaliber was dan canaille en tooi, namelijk een “ondeugd”. Daarop was een ander wetsartikel, namelijk 375 van het Wetboek van Strafregt, met een hogere geldboete, van toepassing en niet artikel 471 lid 11.
[i] Hector Frederique Theodore van Schaeck is op 22 oktober 1838 geboren in Mons, België, en overleden op 26 februari 1893 te `s Hertogenbosch. Hij is slechts gedurende korte tijd kantonrechter te Weert geweest.
Artikel 375 Wetboek van Strafregt
De beoordeling van die zwaardere belediging viel volgens de kantonrechter buiten zijn bevoegdheid, maar behoorde tot die van de rechtbank. De kantonrechter was ook van oordeel dat de beschuldiging van de scheldwoorden “canaille” en “tooi” dan ook maar door die rechtbank moesten worden beoordeeld. Kortom: hij verklaarde zich onbevoegd. Maria Elisabeth Joosten, zangeres van beroep, leek in deze zaak het hoogste lied te kunnen zingen, maar zij had buiten de waard, in dit geval commissaris Pex gerekend.
Commissaris Pex, in zijn hoedanigheid van waarnemer van het Openbaar Ministerie, kon zich niet vinden in het oordeel van de kantonrechter. Hij besloot in cassatie te gaan bij de Hoge Raad, maar alleen voor het woord “loeder”. Franciscus Geene, deurwaarder bij het kantongerecht Weert, betekende op 18 oktober 1851 het beroep in cassatie aan Maria Elisabeth Joosten, zangeres, persoonlijk in haar woning.[i]
De Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelde op 23 december 1851 dat de woorden canaille, tooi en loeder kunnen worden gekwalificeerd als scheldwoorden in de zin van artikel 471 lid 11 Strafregt. Het woord loeder kon weliswaar gezien worden als een ondeugd (belediging) in de zin van artikel 375 Strafregt, maar dat woord had in de dagelijkse volkstaal volgens de Hoge Raad in het algemeen betrekking op een gemeen persoon. De Hoge Raad verklaarde de cassatie gegrond, vernietigde de uitspraak van de kantonrechter en verwees de zaak terug naar dezelfde kantonrechter te Weert om de zaak alsnog te berechten [ii]
Kantongerecht Weert, tweede bedrijf
Maria Elisabeth Joosten moest dus weer terechtstaan voor kantonrechter Hector Frederik Theodoor van Schaeck op beschuldiging van de woorden canaille, tooi en loeder gebruikt te hebben tegen Petronella Gijbels.
De kantonrechter overwoog dat het door de beëdigde verklaringen van getuigen en de bekentenis van Joosten voor de kantonrechter wettig en overtuigend was bewezen dat op de avond van negentien augustus 1851 Joosten een hevige woordenwisseling had met Hendrik Gijbels. Ook stond vast dat de zus van Hendrik Gijbels zich met de ruzie bemoeid had en aan haar broer gezegd had “houd u stil, laat ze loopen, want zij stinkt een uur onder de wind”. Joosten verklaarde dat zij door die woorden “uitgetergd “was.[iii]
Getuige Petronella Pouwels, huisvrouw van Arnold Joseph Korten, verklaarde dat zij op de bewuste avond gehoord had dat Joosten met de broer van Petronella Gijbels een dispuut had. Petronella Gijbels had toen tegen Joosten gezegd “Gij stinkt een uur onder de wind”. Joosten had daarop gereageerd met “bemoei je er niet mee” Vanaf de stoep van haar woning had Joosten op de openbare straat Petronella Gijbels de woorden toegevoegd “canaille” en “tooi”. Zij had niet gehoord dat Joosten het woord “loeder” had gebruikt.
De kantonrechter was van oordeel dat Joosten door de woorden van Petronella Gijbels “uitgetergd” was tot het uiten van de woorden canaille en tooi aan Gijbels.[iv] Na een dergelijke “uitterging” vielen die woorden niet onder het bereik van het strafrecht. Wat betreft het woord “loeder” achtte de kantonrechter niet bewezen dat Joosten dat woord aan Gijbels had toegevoegd.
Kantonrechter Van Schaeck deed op 21 januari 1852 uitspraak. Hij ontsloeg Joosten voor het gebruik van de woorden canaille en tooi van alle rechtsvervolging en sprak haar vrij voor het woord tooi.
Het was niet de eerste keer dat Maria Elisabeth Joosten, liedjeszangeres, in het beklaagdenbankje voor kantonrechter Van Schaeck te Weert zat. Op 5 december 1850 had haar hond `s morgens Hendrik Creemers, vioolspeler, aangevallen en gebeten. Maria Elisabeth Joosten moest zich voor de kantonrechter verantwoorden omdat zij de aanval van de hond niet had voorkomen. Er werden een zestal getuigen gehoord. Die waren blijkbaar zo gunstig voor Joosten dat het Openbaar Ministerie, vertegenwoordigd door commissaris Pex, vrijspraak vorderde. De kantonrechter verklaarde dat niet bewezen was dat Joosten schuld had aan de aanval en sprak haar vrij.
Wie was Maria Elisabeth Joosten?
Maria Elisabeth Joosten is tijdens de Franse tijd geboren op 28 januari 1802 te Weert. Op 3 september 1823 schonk de 21-jarige, ongehuwde Maria Elisabeth Joosten het leven aan een zoon. Haar vader, Hendrik Joosten, dagloner, wonende op de Uilenmarkt te Weert, deed aangifte van de geboorte van die jongen, aan wie hij de voornamen Pieter Lambert gaf. Maria Elisabeth Joosten, dagloonster, woonde bij de geboorte van haar zoon op de Uilenmarkt bij haar ouders. Pieter Lambert heeft maar kort geleefd. Hij is op 11 oktober 1823 te Weert overleden.
Een ongehuwde moeder was in die tijd een schande, niet alleen maar zeker ook in katholieke gemeenschappen. Het ongehuwde moederschap werd beschouwd als een gevolg van onzedelijk gedrag. De norm dat geslachtsgemeenschap alleen toegestaan was binnen het huwelijk, was dan immers overtreden. De ongehuwde moeder kwam vaak in een sociaal isolement terecht. Die afkeuring en het isolement lijken in de kring van de in dit verhaal beschreven personen overigens niet of nauwelijks het geval te zijn.
Op 3 februari 1842 is Maria Elisabeth Joosten op 40-jarige leeftijd in Weert getrouwd met de 57-jarige Willem Warnotte, geboren op 10 februari 1784 te Mortier, een plaats ten noordoosten van Luik.[v] Bruid en bruidegom woonden toen volgens de huwelijksakte beide te Weert. Als beroep van de bruid is in de akte dagloonster vermeld, als dat van de bruidegom rondreizend orgelspeler. Het was voor Willem Warnotte zijn vierde huwelijk. Het echtpaar Warnotte-Joosten is kinderloos gebleven. Maria Elisabeth Joosten is op 20 juni 1859 overleden te Weert. Zij woonde ten tijde van haar overlijden op de Hoogensteenweg te Weert.
Willem Warnotte
Willem Warnotte is met drie vrouwen uit Weert getrouwd geweest en heeft minstens 18 jaar in Weert gewoond. Hoewel hij niet betrokken is geweest bij de scheldpartij in de Hegstraat heb ik toch zijn levensloop onderzocht. Dat leverde interessante gegevens op.
Guillaume (Willem) Warnotte is op 10 april 1784 geboren te Mortier, Land van Herve. Mortier is een dorp ten noordoosten van Luik, thans behorende tot de gemeente Blegny. Guillaume Warnotte is op 3 december 1812 te Trembleur getrouwd met Marie Martine de Larue. In de huwelijksakte is als zijn beroep journalier (dagloner) vermeld Het beroep van de bruid was couturière (naaister). Op 11 september 1813 werd in Mortier hun zoon Thomas geboren. Maria Martina de Larue is op 31 juli 1830 overleden te Merksplas, provincie Antwerpen. Merksplas behoorde toen nog tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.
Willem Warnotte is op 13 oktober 1832 te Venlo getrouwd met Marie Anne Lahaut, geboren op 5 april 1775 te Mortier. Zij was de weduwe van Jean François Dumont, geboren in 1780 te Warsage in de Voerstreek en overleden in 1818 te Maastricht. Als beroep van Willem Warnotte is in de huwelijksakte kramer vermeld; als dat van Marie Anne Lahaut dagloonster. In die akte staat dat de ouders van Willem Warnotte, Thomas Warnotte en Maria Agens Debij, “beide sedert lange jaren afwezig zijn”. Willem Warnotte verklaarde onder ede dat de plaats van overlijden en laatste verblijfplaats van zijn ouders hem niet bekend waren. Voor Marie Anne Lahaut gold hetzelfde.[vi] Marie Anne Lahaut is op 14 april 1833 overleden te Venlo.
Willem Warnotte is een klein jaar later, op 8 maart 1834, te Venlo getrouwd met Johanna Neijnens, geboren op 26 oktober 1803 te Weert en overleden op 10 mei 1840 te Venlo.[vii]Twee maanden na hun huwelijk is hun dochter Maria geboren te Tongeren, Koninkrijk België.
Zoals reeds vermeld, is Willem Warnotte op 3 februari 1842 te Weert getrouwd met Maria Elisabeth Joosten.
Vijf weken na het overlijden van Maria Elisabeth Joosten op 20 juni 1859 te Weert is hij op 75-jarige leeftijd getrouwd met Aldegonda Everaerts, geboren op 10 mei 1810 te Weert. Zij was weduwe van Bartholomeus van Gesteren, geboren 16 september 1791 te Schalkwijk, Utrecht, en overleden op 6 augustus 1855 te Nijmegen. Aldegonda Everaerts is op 22 juli 1880 overleden te Visé.
Willem Warnotte is op 29 oktober 1860 uit het bevolkingsregister van Weert uitgeschreven in verband met vertrek naar Luik. Hij is op 4 maart 1870 te Visé overleden.
In de overlijdensakte van Guillaume Warnotte worden de huwelijken met Marie Martine Delarue, Jeanne Neijens en Aldegonda Everaerts vermeld maar niet die met Marie Anne Lahaut en Maria Elisabeth Joosten.
[i] Franciscus Geene is op 11 augustus 1824 geboren te Ottersum. Hij is op 16 april 1861 te Weert getrouwd met Johanna Catharina Nies Zijn vader was blijkens de trouwakte op dat moment logementhouder te Weert. Franciscus Geene is op 14 april 1885 overleden te Baexem.
[iii] Volgens artikel 471 lid 11 was iemand die uitgetergd was tot het uiten van scheldwoorden niet strafbaar.
[iv] Uittergen is een in onbruik geraakt woord voor provoceren. In juridische context kan uittergen betekenen dat men iemand uitlokt om een strafbaar feit te plegen.
[v] Mortier behoorde in die tijd tot het Prinsbisdom Luik.
[vi] De reden voor die onbekendheid moeten we zoeken in het feit dat sinds de Belgische opstand van 1830, waarbij België zich afscheidde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, die ouders in het koninkrijk België woonden. Nederland erkende het koninkrijk België toen nog niet.
Er waren in die jaren geen diplomatieke betrekkingen, waardoor extracten van officiële documenten, zoals overlijdensakten, niet of moeilijk te verkrijgen waren. De huidige Nederlandse provincie Limburg behoorde overigens van 1830 tot 1839 wel tot het koninkrijk België met uitzondering van Maastricht en Venlo.
[vii] De achternaam Neijens wordt in documenten ook als Neijnens en Nijnens vermeld.
Overlijdensakte Guillaume Warnotte, Burgerlijke stand stad Visé
Het echtpaar Warnotte-Joosten woonde blijkens het bevolkingsregister 1850 – 1860 van de gemeente Weert in de Hegstraat.
Behalve Willem Warnotte en Maria Elisabeth Joosten hebben in die periode in die woning, ook andere personen gewoond, namelijk:
*Maria Warnotte, geboren op 6 juli 1834 te Tongeren, België, gehuwd met Franz Hubert Stocks, kleermaker, afkomstig uit Erkelenz, Pruissen. Als beroep van Maria Warnotte is in de huwelijksakte dagloonster vermeld.
*Maria Louisa Warnotte, op 2 augustus 1837 geboren te Venlo, gehuwd met Petrus Hendrikus Bloemers, rondgaande muzijkant, afkomstig uit Beegden Als beroep van Maria Louisa Warnotte is in de huwelijksakte zangster vermeld.
Maria en Maria Louisa Warnotte zijn dochters van Willem Warnotte en zijn tweede echtgenote Johanna Neijnens.
*Jacobus Knapen, geboren op 8 juli 1823 te Weert, zoon van de bij de geboorte ongehuwde Maria Knapen, beroep werkman/marskramer/scharenslijper, op 1 mei 1849 te Weert gehuwd met Johanna Nijnens, geboren op 14 oktober 1829 te Maarheeze, dochter van de bij de geboorte ongehuwde Johanna Nijnens.[i] Johanna Nijnens was volgens de huwelijksakte zonder beroep.
*Jan Mathijs Knapen, geboren 30 september 1850, zoon van Jacobus Knapen en Johanna Nijnens.
[i] De moeder van Jacobus Knapen is Maria Knapen, dagloonster, weduwe van Pieter Claessens. Jacobus Knapen is geboren in het Gasthuis op de Biest. De vader van Jacobus Knapen is niet bekend.
Maria Petronella Gijbels is geboren op 6 juni 1832 te Weert. Op 26 maart 1850 schonk zij op 17-jarige leeftijd te Weert het leven aan Joannes Hubertus Gijbels. Zij was toen ongehuwd. De geboorteaangifte werd gedaan door haar vader, Renier Gijbels, linnenwever, wonende in de Hegstraat.
Op 11 juni 1852 werd te Broekhuizen aangifte gedaan van de geboorte van Theodorus Gijbels, zoon van Petronella Gijbels, liedjeszangeres, wonende te Weert. De geboorteaangifte werd gedaan door de 23-jarige Hubertus Beumer, zanger, wonende te Weert.
Op 28 februari 1855 is Petronella Gijbels te Weert getrouwd met deze Hubertus Beumer, geboren op 24 januari 1827 te Uden. Bij gelegenheid van dat huwelijk hebben de echtelieden Johannes Hubertus Gijbels en Theodorus Gijbels erkend en gewettigd. Beide kregen de achternaam Beumer.
Erkenning en wettiging Johannes Hubertus en Theodorus Gijbels in de huwelijksakte Beumer-Gijbels
Een kleine twee maanden na dit huwelijk werd op 15 maart 1855 in Schimmert hun dochter Maria Gertrudis Beumer geboren. Als woonplaats van de ouders is in de geboorteakte Weert vermeld, als beroep van de vader venter.
Uit het bevolkingsregister 1860- 1880 van de gemeente Weert blijkt dat Petronella Gijbels, Hubertus Beumer en hun kinderen in dezelfde woning woonden als de vader van Petronella Gijbels, Renier Gijbels. Als beroep van Renier Gijbels is wever vermeld en als dat van Hubertus Beumer ”rondloopend muzykant”. Ook woonden daar de bij de scheldpartij in 1851 betrokken broer Hendrik Gijbels en de in Gorinchem geboren Theresia Maria van Burg.
Bevolkingsregister gemeente Weert 1860- 1880
De overlijdensplaatsen en -data van Petronella Gijbels en Hubertus Beumer heb ik niet achterhaald. Eind 1883 waren beide nog in leven. Dat blijkt uit de huwelijksakte van hun zoon Johannes Hubertus Beumer.
Johannes Hubertus Beumer, de gewettigde oudste zoon van Petronella Gijbels en Hubertus Beumer, is op 15 november 1883 te Luik getrouwd met Barbara Mols. Hij had toen de Nederlandse nationaliteit. Als zijn beroep is colporteur vermeld. De ouders van de bruidegom, Hubert Beumer, colporteur, en Petronella Gijbels, zonder beroep, waren niet bij de huwelijksvoltrekking aanwezig maar hadden hun toestemming verleend bij notariële akte van 24 september 1883, verleden voor notaris Goetsbloets te Hasselt[i]
Johannes Hubertus Beumer is op 25 februari 1882 op- 31-jarige leeftijd in Tongeren overleden.
Barbaar Mols is op 9 juni 1848 te Halle Booienhoven, Vlaams-Brabant, geboren en op 6 september 1912 op 64- jarige leeftijd overleden te Tongeren. Als haar beroep is rondleurster vermeld. Het echtpaar Beumer-Mols heeft vijf kinderen gekregen, waarvan er drie jong zijn gestorven.
Wie was Hendrik Gijbels?
Hendrik Gijbels is 30 september 1827 geboren te Weert. Op 4 september 1863 is hij te Weert getrouwd met Theresia Maria van Burg, geboren op 15 december 1840 te Gorinchem. Voor het huwelijk woonde Theresia Maria van Burg al in het huis van haar toekomstige schoonvader en man. Op 19 februari 1868 zijn de echtelieden Gijbels en van Burg in Weert uitgeschreven in verband met vertrek naar Rotterdam. Daar hebben zij op verschillende adressen gewoond: 7 nummer 233 Bagijnenhof, Binnenweg 74, 26 en Jan van Loonslaan 28, 3. Hendrik Gijbels was sjouwer van beroep[ii] Hij is op 30 december 1896 te Rotterdam overleden. Zijn weduwe Theresia Maria van Burg woonde op Warmoezenierstaat 19/6 te Rotterdam. Haar beroep was waschvrouw.[iii] Zij is overleden op 16 januari 1910 te Rotterdam. Het echtpaar Gijbels-van Burg is kinderloos gebleven.
Epiloog
De banale scheldpartij in de Hegstraat in1851 leidde tot een tweetal rechtszaken voor het kantongerecht te Weert. Het verloop en de uitkomst daarvan geeft aanleiding tot de gedachte dat kantonrechter Van Schaeck een greep in de juridische gereedschapskist heeft gedaan om een veroordeling van de scheldende mevrouw Joosten te voorkomen.
Uit het onderzoek naar de betrokken personen rijst het beeld op dat die niet behoorden tot de doorsnee bevolking. De mannen hadden beroepen waar ze veel voor op pad waren: liedjeszanger, orgelspeler, vioolspeler, marskramer. Een aantal vrouwen is ongehuwd moeder geworden. Wat verder opvalt is dat er nogal wat zogenaamde samengestelde gezinnen waren, niet ten gevolge van echtscheidingen, zoals in onze tijd, maar van overlijden.
Op 29 april werden er weer 35 nieuwe Weerterlogen geïnstalleerd tijdens de laatste cursusavond van voorjaarseditie van de populaire cursus. En er is al veel interesse voor de najaarscursus. Sommige Weerterlogen hebben de cursus al twee keer gevolgd. Acht woensdagavonden op rij kennisnemen van de parel van immaterieel erfgoed, namelijk de Weerter historie. Dit kan in de cursus Weerterlogie van De Aldenborgh. Na de Wieërter Vastenaovundj start weer de voorjaarsaflevering. Inmiddels telt Weert al ruim 850 Weerterlogen. En de cursus kan zich nog steeds verheugen in belangstelling van jong (de jongste is 15) tot oud (de oudste is 94).
Dan weet je wat van je stad
Een van de parels van ons immaterieel erfgoed is dus de wetenschap van onze lokale (cultuur)historie. In een serie van acht dinsdagavonden verzorgen enthousiaste experts een gevarieerde introductie in cultuur en geschiedenis van Weert. Elke reeks eindigt met de feestelijke installatie van de nieuwe Weerterlogen door uitreiking van een fraai getuigschrift. Dit certificaat getuigt van: “Dan weet je wat van je stad.”
Voor wie?
De avondcursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen vooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen.
Met de opgedane kennis kan iedereen na afloop de naaste omgeving verrassen met een inhoudelijke rondleiding door Weert en zo nog meer genieten van stad en regio.
Praktische informatie
De cursus vindt plaats van 7 oktober t/m 25 november op woensdagavonden van 19.00 tot 21.00 uur in het Cwartier aan de Beekstraat 54 in Weert. Voor nadere informatie en het inschrijf formulier klik hier.
Voor de excursie naar Dordrecht op 9 mei zijn nog enkele plaatsen beschikbaar. Opgeven kan tot 29 april of zoveel eerder als het excursie nis volgeboekt
Met de presentatie van het jubileumbier ‘Paol 60’ is het jubileumjaar 200 jaar Zuid-Willemsvaart officieel van start gegaan.
Afgelopen donderdag kwamen in de Wertha Mouttoren aan de Zuid-Willemsvaart in Weert de besturen van diverse vrijwilligersorganisaties en erfgoedverenigingen uit de regio bijeen. De bijeenkomst vond plaats onder aanvoering van de historische erfgoedorganisatie De Aldenborgh, die het jubileumjaar coördineert. Samen werd het eerste glas van het speciaal gebrouwen bier geproefd.
Het bier is een initiatief van Stichting Wertha Mouttoren en verwijst met zijn naam naar de historische kilometerpaal Paol 60 bij Klein-Leuken, die halverwege de route van Maastricht naar ’s-Hertogenbosch staat.
Daarmee symboliseert het bier niet alleen de geschiedenis van het kanaal, maar ook ontmoeting en verbinding.
De bijeenkomst vormde tevens een moment van ontmoeting voor de vele organisaties die betrokken zijn bij het jubileumprogramma. In 2026 staan tal van activiteiten gepland rond 200 jaar Zuid-Willemsvaart. Zo worden er begin juli historische rondvaarten en optredens op het water georganiseerd, vindt een lezingenreeks en symposium plaats over de geschiedenis en bedrijvigheid langs het kanaal en zijn er een fotowedstrijd en dialectpoëziewedstrijd rond het thema van het kanaal.
Ook krijgt het jubileum een internationaal tintje: op 8 juli verzorgt de Spaanse harmonie Banda Unió Protectora Musical de Llombai uit Valencia een bijzonder optreden vanaf een boot op de Zuid-Willemsvaart. Verder zijn er rondleidingen, culturele activiteiten en educatieve projecten, met als afsluiting een groot muziektheaterspektakel “Code Napoleon” in het Munttheater.
Met deze activiteiten staan de vrijwilligersorganisaties in Weert, Bocholt en Nederweert stil bij twee eeuwen Zuid-Willemsvaart – een waterweg die handel, bedrijvigheid en ontwikkeling naar de regio bracht en tot op vandaag een belangrijke rol speelt in het landschap en de geschiedenis van de streek.
Een jubileumjaar vol ‘vaart’; muziek en geschiedenis in Weert en Nederweert
“Nu het kanaal of schipvaert is volmaekt het jaer 1826 in den maendt augustus en het eerste schip daer door gegaen den zelve maendt den 25 augustus.” (Dagboek Jan Moonen, Tungelroy)
In 2026 bestaat de Zuid-Willemsvaart 200 jaar. Twee eeuwen geleden werd het kanaal voltooid — een waterweg die Weert en de regio blijvend heeft gevormd. Het bracht handel, bedrijvigheid en welvaart en legde de basis voor de moderne stadsontwikkeling van Weert en de economische bloei van Nederweert. Het kanaalwater bevloeide de woeste gronden en schiep zo vruchtbare weiden.
Op initiatief van Geschied- en Oudheidkundige Kring De Aldenborgh organiseren tal van culturele en historische partners een feestelijk herdenkingsjaar met lezingen, muziek, theater, poëzie, educatie, een fotowedstrijd én zelfs een speciaal jubileumbier.
Vijf dagen varend erfgoed (8–11 juli 2026)
Van 8 tot en met 11 juli chartert De Aldenborgh een rondvaartboot voor een uniek programma op het water. Tijdens deze dagen beleeft het publiek de geschiedenis van het kanaal letterlijk vanaf de plek waar het allemaal gebeurt.
Hoogtepunten:
Optreden van Shantygroep Aan Paol 60 tijdens een sfeervolle rondvaart
Historische toelichtingen en re-enactment onderweg
Muzikale verrassingen en internationale ontmoetingen
Kanalenviersprong
Op dinsdag 7 juli organiseert de Erfgoedgemeenschap Nederweert een activiteit bij de Kanalenviersprong, waar drie waterwegen samenkomen: Zuid-Willemsvaart, Noordervaart en Kanaal Wessem–Nederweert. Dit historische knooppunt speelde een sleutelrol in handel, turftransport, waterbeheer en defensie.
Bijna een Spaans kanaal: een Spaanse muzikale ode aan de Fossa Peellandia
De ideeën voor een kanaal in deze regio zijn zelfs vier eeuwen oud. De Fossa Eugeniana (ook Fossa Peellandia) werd tussen 1626 en 1629 aangelegd in opdracht van Isabella Clara Eugenia tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Op woensdagmiddag 8 juli 2026 brengt Banda Unió Protectora Musical de Llombai uit Llombai Valencia een bijzondere muzikale ode aan dit project, uitgevoerd vanaf een boot. Dit optreden vormt één van de hoogtepunten van hun bezoek aan Weert, waar zij te gast zijn op uitnodiging van Harmonie St.-Joseph 1880 Weert.
De muzikale samenwerking onderstreept de culturele verbondenheid tussen Valencia en Weert en belooft een sfeervol en uniek moment te worden voor zowel deelnemers als publiek
Gluren bij de buren: Lozen en Napoleon
De Zuid-Willemsvaart is verbonden met koning Willem I der Nederlanden, die het naar hem genoemde kanaal tussen 1822 en 1826 liet aanleggen.
Maar delen van het tracé waren al eerder gegraven, in 1808 en 1809 — onder bewind van Napoleon Bonaparte. Het maakte toen deel uit van het ambitieuze Grand Canal du Nord.
In het Belgische Lozen (deelgemeente van Bocholt) ligt het historische Sas van Lozen, een tastbare herinnering aan deze internationale watergeschiedenis. Maar op 10 mei 1940 werd Lozen wereldnieuws vanwege “het gat van Lozen”.
Op dinsdagavond 21 juli staan deskundigen in Lozen klaar om te vertellen over de rijke geschiedenis van de grensdorp aan de kanaal.
Tijdens de Avond4Daagse van Altweerterheide loopt de route langs boerderijen, akkers, natuurgebieden én de jarige Zuid-Willemsvaart zal ook een thema zijn.
Ook de Stadsgidsen regio Weert laten zich niet onbetuigd en besteden op hun kenmerkende wijze aandacht aan 200 eeuwen ‘Wieërter knaal’.
De eveneens jubilerende Fotogroep Weert (75 jaar) richt bovendien een jubileumexpositie in met het kanaal als centraal thema.
Poëzie, fotografie en bier met een verhaal
📸 Fotowedstrijd – Erfgoedgemeenschap Nederweert
Thema:“De Zuid-Willemsvaart: een zegen of een steen des aanstoots?” Een zoektocht naar landschappelijke relicten van het kanaal uit 1826.
🖋 Poëziepriês Veldeke Wieërt 2026
Thema: ‘200 Jaor aanne Knaal’ De jaarlijkse dialectwedstrijd van Veldeke Wieërt krijgt in 2026 een nieuwe en bijzondere invulling met als thema: ‘200 Jaor aanne Knaal’. Hiermee sluit Veldeke Wieërt aan bij het activiteitenprogramma ter viering en herdenking van 200 jaar Zuid-Willemsvaart. De ingezonden verhäölkes & gedichte voor de Veldeke Dialectpriês 2026 (v/h Poëziepriês) én de uitslag van de jury worden gepresenteerd tijdens een grootschalig cultureel programma in het Weerter Munttheater.
🍺 Paol 60 – Jubileumbier
Stichting Wertha Mouttoren brouwt een speciaal bier: Paol 60. Na de aanleg van het kanaal markeerden kilometerpalen de afstand vanaf Maastricht naar ‘s Hertogenbosch. “Paol 60” stond halverwege de route — symbool voor verbinding en ontmoeting.
Lezingenreeks: bedrijvigheid en betekenis
Gedurende het jubileumjaar verzorgt Geschied- en Oudheidkundige Kring De Aldenborgh een bijzondere lezingenreeks over de impact van de Zuid-Willemsvaart op Weert en omgeving. Deskundige sprekers belichten de economische, historische en maatschappelijke betekenis van vier eeuwen kanaalgeschiedenis.
Sprekers en thema’s
Alfons Bruekers Spreekt over de onvoltooide zeventiende-eeuwse Fossa Peellandia in het Land van Weert. Net als de beter bekende Fossa Eugeniana een Spaanse kanaalproject dat al vroeg de strategische waarde van waterwegen in deze regio onderstreepte.
Joost Welten Gaat in op Le Grand Canal du Nord, Napoleons ambitieuze droom om Antwerpen met Maas en Rijn te verbinden — een project dat mede de basis vormde voor latere kanaalontwikkeling.
Theo Schers Belicht de bedrijvigheid langs het water: van ambacht en industrie tot handel, transport en stadsontwikkeling in Weert.
Peter Korten Spreekt over twee eeuwen “de Kanaal, welvaart en leed” — over economische bloei, maar ook over de sociale en menselijke gevolgen van het leven aan en met het kanaal.
De lezingen bieden verdieping, historische context en nieuwe inzichten in hoe het kanaal de regio heeft gevormd — economisch, landschappelijk én maatschappelijk.
Deze lezingen zullen de basis vormen voor een publicatie en historische tentoonstelling.
Muziekspektakel “Code Napoleon” – april 2027
Een absolute publieksmagneet wordt het grootschalige muziektheaterspektakel “Code Napoleon”, gepland in april 2027 in het Munttheater.
Geïnspireerd op het werk van historicus Joost Welten brengt de productie koorzang, theater en muziek samen. Hub aan den Boom maakte er een theaterspektakel van. De uitvoering is in handen van:
Zangvereniging Creatura
Muzikanten van Harmonie St.-Joseph 1880
Gastzangers en -muzikanten uit de regio
Ook basisscholen worden via een educatief project betrokken. “Code Napoleon” vormt de theatrale afsluiting van het jubileumjaar.
Een jaar vol verbinding
Met meer dan een dozijn activiteiten vieren Weert en omgeving niet alleen een kanaal, maar vooral 200 jaar ondernemerschap, cultuur en verbondenheid.
De Zuid-Willemsvaart stroomt al twee eeuwen door onze regio — in 2026 vormt zij opnieuw de slagader van het culturele leven.