De namen achter de ramen van de St. Martinuskerk

Gebrandschilderde vensters St. Martinuskerk Weert

De stichtingen Martinus Monument en De Aldenborgh organiseren samen een boeiende middag met als thema ‘De namen achter de ramen van de St. Martinuskerk’.

De meeste glas-in-loodramen in de St. Martinuskerk dateren uit de periode 1907–1928. De gebroeders Jean en Piet den Rooijen uit Roermond vervaardigden maar liefst 27 ramen voor de kerk. Welgestelde Weerter families maakten deze ramen financieel mogelijk en lieten hun naam in het glas vereeuwigen. Maar wie waren zij? En welke verhalen gaan schuil achter deze bijzondere kerkvensters? Verschillende sprekers, onder wie John van Cauteren, Peet Mertens, Hariët Blaas, Alfons Bruekers en Peter Korten, nemen je mee in deze geschiedenis.

Praktische informatie

  • Datum en tijd: 15.00 – 17.00 uur op donderdag 27 augustus 2026
  • Locatie: Theatercafé van het Munttheater
  • Inloop: vanaf 14.30 uur
  • Na afloop: gelegenheid om onder het genot van een drankje na te praten.

Let op: Er is plaats voor maximaal 130 bezoekers. Vol = vol. Daarom adviseren we je tijdig aanwezig te zijn.

Tussen Heide en Garnizoen

Kazernes, oefenterreinen, kampen en vliegbases in de grensstreek

SYMPOSIUM – BOCHOLT (B),
VRIJDAG 21 AUGUSTUS 2026
aanvang: 14.00 uur
Parochiehuis Bocholt, Kerkplein 11, 3950 Bocholt
Parkeersuggestie: Kerkplein of parkeerplaats Mathijsplein Bocholt.
Entree gratis.

Alweer het vijfde symposium tijdens de Cultuurhistorische Zomer, ditmaal rond een bijzonder actueel thema. Door de huidige oor­logen en internationale spanningen worden kazernes opnieuw uit­gebreid en militaire oefenterreinen weer intensiever gebruikt. Daarmee groeit ook de belangstelling voor de historische rol van defensie in onze grensstreek.

Hoe heeft de militaire aanwezigheid het landschap, de samenleving en het da­gelijks leven in Limburg en Brabant ge­vormd? Tijdens het symposium Tussen Heide en Garnizoen nemen deskundigen Martin M. Bogaert, Bèr Geelen, Jac. Bie­mans en Robert Bomans het publiek mee door twee eeuwen militaire ge­schiedenis van de grensregio.

Van het imposante Kamp Beverlo-Leo­poldsburg, dat uitgroeide tot een van de belangrijkste militaire opleidingscentra van Europa, tot de ontwikkeling van Weert als garnizoensstad waar leger en bevolking generaties lang met elkaar verweven raakten. Ook de geschiedenis van de ka­zerne van Kaulille en de strategische betekenis van de Duitse le­gerplaats Budel komen aan bod.

Daarnaast is er aandacht voor de luchtmacht en de Koude Oorlog, met bijzondere focus op de NAVO-context van vliegbasis Kleine Brogel, een site die tot vandaag een belangrijke rol speelt binnen de Europese veiligheidsarchitectuur.

Het symposium brengt niet alleen militaire geschiedenis samen, maar ook erfgoed, landschap en herinneringscultuur. Hoe ver­anderden kazernes en oefenterreinen de heidegebieden? Welke sporen liet defensie na in steden en dorpen? En hoe gaan we vandaag om met dit bijzondere militaire erfgoed?

Tussen Heide en Garnizoen biedt een unieke blik op een regio waar heide, geschiedenis en defensie al twee eeuwen onlosma­kelijk met elkaar verbonden zijn.

Verslag Lezing – Rome en de Lage Landen

Een nieuwe geschiedenis van Caesar tot Clovis

Verslag van de lezing van Robert Nouwen op 23 februari 2026

door Wil Filott

Peter Korten mocht tegen de honderd belangstellenden bij Antje van de Statie verwelkomen. Hij vroeg zich af of de grote opkomst een relatie had met het woord Rome in de titel van de lezing. Rome heeft voor katholieken immers nog steeds een speciale betekenis. 

Uw verslaglegger heeft kunnen constateren dat de bezoekers niet alleen uit Weert en directe omgeving, zoals Tungelroy en Nederweert, kwamen, maar ook van verder weg; zelfs uit plaatsen ver ten noorden en ten zuiden van een plaats, die Peter Korten pleegt aan te duiden als gelegen tussen Thorn en Asenray. Ook de opkomst van onze Vlaamse vrienden was veheugend. 

Het internationale karakter van de bezoekers werd nog onderstreept door een persoon, wiens wieg ver weg in het land van onze oosterburen heeft gestaan maar die inmiddels al vele jaren met liefde en door zijn lief verknocht is geraakt aan Weert.

Foto: Wil Filott

Peter maakte erop attent dat op 17 en 18 oktober 2026 in Grote Brogel gevierd wordt dat Pieter Breughel daar 500 geleden geboren is. Om in Belgisch Limburg te blijven memoreerde hij ook de recente Europese top in Alden Biesen. 

Daarna gaf hij het woord aan Robert Nouwen, die recent een boek gepubliceerd heeft over Rome en de Lage Landen  

 

Robert Nouwen 

Robert Nouwen lichtte zelf zijn doopceel. 

Na een klassieke opleiding met Grieks en Latijn, is hij oude geschiedenis en archeologie gaan studeren aan de KU Leuven. Zijn thesis handelde over de Tungri. Zijn professionele carrière strekte zich uit van leidinggevende functies in het Gallo Romeins museum te Tongeren, het openluchtmuseum Bokrijk, de Provinciale Bibliotheek Limburg tot de Koninklijke Bibliotheek van België.

Foto: Jack Duijf

Inleiding  

Robert Nouwen begon met de vermelding van het in 2008 verschenen het boek “De vergeten 20ste eeuw “van Tony Judt. Daarin toonde de schrijver zich bezorgd over de vervreemding in onze tijd van onze geschiedenis. Geschiedenis wordt blijkbaar pas interessant gevonden als er een directe relatie is met de huidige tijd. Geschiedenis leidt ook tot spektakelhistorie. Zo werd de vondst van een olifantsbot in Córdoba tot bewijs gebombardeerd dat Hannibal met olifanten gestreden heeft tegen de Romeinen. Een onterechte conclusie: Hannibal is nooit in Córdoba geweest en het bot bleek na onderzoek uit een andere tijdsperiode te dateren. 

Ook werd en wordt de geschiedenis gebruikt of misbruikt voor politieke en ideologische doeleinden. Zo liet Mussolini tegen de muur van de basilica van Maxentius in Rome vijf landkaarten aanbrengen met door de Romeinen in de loop der tijd veroverde gebieden. De vijfde kaart gaf een onjuist, “fascistisch” beeld en is inmiddels verwijderd. 

Ook wordt de historie aangewend voor commercieel gewin. Als voorbeeld noemde Nouwen de gladiatorspelen in de arena van Nîmes.  

Ons beeld van het oude Rome is deels gebaseerd op de Grand Tours van beroemde schrijvers zoals Edward Gibbon, Louis Couperus, Lord Byron en Johann Wolfgang von Goethe. 

Goethe in Rome. Wikipedia

De invloed van Rome  

Dat het oude Rome ook in onze tijd nog zoveel aantrekkingskracht heeft, ligt mede in de grootsheid van haar geschiedenis en haar invloed op de Lage Landen. De Romeinen brachten naar de Lage Landen onder meer infrastructuur (wegen), handel, cultuur, bestuurlijke organisatie. 

Ook de landbouw onderging in die tijd in onze streken een grote verandering. Tot de Romeinse tijd kon de landbouw als kleine boerenlandbouw – alleen produceren voor eigen gezin – betiteld worden. In de Romeinse tijd vond een omschakeling plaats naar productielandbouw: niet meer alleen voor eigen gebruik maar ook voor soldaten en stedelingen. In onze streken werden grote landbouwbedrijven gesticht zoals de Romeinse villa in Voerendaal.

“Reconstructie” Romeinse villa in Voerendaal

Er werd ook een begin gemaakt met een soort kadaster. Reminiscenties daarvan zijn terug te vinden in Orange in Zuid-Frankrijk en in de regio Tongeren.

Nouwen besteedde aandacht aan keizer Augustus, een autocraat en imperialistisch veroveraar. Augustus wordt wel eens als grondlegger van de Pax Romana en vredestichter beschouwd. Aan dat beeld heeft Augustus zelf flink bijgedragen door zijn uitgekiende propaganda. Die kwam onder meer tot uiting in de bouw van monumenten, zoals portici en de Triomfboog van Orange, met afbeeldingen van verslagen vijanden en buitgemaakte wapens.

Triomfboog van Orange

Een belangrijk monument was de Ara Pacis (altaar van de vrede) in Rome. Deze moest de boodschap brengen van vrede, welvaart en overvloed ter verheerlijking van de daden van Augustus en zijn familie. 

Ara Pacis in Rome

Gallia pacata 

In de streek tussen Schelde en Rijn bleef het na de verovering door Caesar onrustig. Het bewind van Augustus was in deze streken moorddadig. Het werd pas rustiger onder keizer Vespasianus.  

Na de onderwerping van de bevolking in de door Rome veroverde gebieden in Europa werden wegen aangelegd, steden gesticht, een bestuursstructuur in het leven geroepen en grensversterkingen (limes) aangebracht. Leden van de stamadel van de Galliërs gingen een pact aan met de Romeinen. In onze tijd zou men hen wellicht als collaborateurs betitelen. 

De tijd na Augustus er een van betrekkelijke vrede en welvaart. Dat kwam tot uiting in de benaming Pax Romana, de Romeinse vrede. 

In de pauze was er gelegenheid om een door de auteur gesigneerd exemplaar van het recent gepubliceerde boek van Nouwen “Rome en de Lage Landen” te kopen, van welke mogelijkheid gretig gebruikt werd gemaakt. De verkoop van het boek verloopt overigens uitstekend. Er wordt al gewerkt aan een tweede druk. 

Een volle zaal met geïnteresseerde toehoorders
Zegelring koning Childiric

De viae militares 

De Romeinen legden voor hun troepen wegen aan. Deze waren primair bedoeld voor snelle troepenverplaatsingen en ravitaillering van de soldaten. Maar al snel kregen deze ook economische betekenis. Er kwam via deze wegen handel tot ontwikkeling in onder meer glas en aardewerk. Het tracé van een aantal van deze wegen is in het huidige landschap nog te herkennen. Een belangrijke weg liep van Keulen via Tongeren naar Boulogne-sur-Mer  

Een van de gevolgen van de opkomst van de handel was de introductie van een geldeconomie in plaats van de traditionele ruilhandel. Dat leidde tot de opkomst van een nieuw beroep: argentarius (geldwisselaar). 

Belangrijke handelsproducten waren sal (zout), van welk woord salaris is afgeleid, garum (vissaus), sigillata (versierd rood aardewerk), wijn, olijfolie, brons en glaswerk. Ook kwamen er lokale productiecentra tot stand: smederijproducten, huishoudelijk aardewerk (in Tienen), glas (in Keulen). 

Langs de handelswegen ontwikkelden zich steden (bv Tongeren) en vici (burgerlijke nederzettingen) (bv Maastricht en Heerlen)  

 

Romeinse burgerrechten 

Burgerrechten waren in het begin voorbehouden aan de oorspronkelijke inwoners van Rome en hun nazaten. 

De Belgische premier Bart de Wever schrijft in zijn boek “Over identiteit ” dat nieuwkomers steeds werden opgenomen in de Romeinse identiteit. Niet vrijblijvend maar nadat zij zich inzake normen en waarden, cultuur en huwelijken met de Romeinen vermengd hadden. 

Maar zo gemakkelijk als Bart de Wever dat voorstelt, ging het in de praktijk, zeker in het begin, niet. Later konden leden van de met de Romeinen collaborerende stamadel als beloning Romeins burgerrecht verwerven. Ook Gallische en Germaanse krijgers in het Romeinse leger konden vanaf keizer Claudius burgerrecht krijgen. Krijsdienst was overigens een risicovolle aangelegenheid. De helft van de soldaten haalde de pensioengerechtigde leeftijd niet. 

Voor de “gewone man” was het verkrijgen van Romeins burgerrecht een moeilijke zaak. Pas in de Constitutio Antoniniana, in 212 uitgevaardigd door keizer Caracalla kregen alle mannelijke inwoners van het Romeinse rijk burgerrecht.  

 

Keerzijde van de Pax Romana 

De betrekkelijke welvaart tijdens de Pax Romana had ook zijn keerzijde. 

– Door het veelvuldige gebruik van lood trad vaak loodvergiftiging op. 

– De economische bloei leidde tot het grootschalig kappen van bomen voor: 

  • de aanleg van akkers 
  • gebouwen 
  • verwarming van woningen en thermen 
  •  industriële toepassing in o.a. de mijnbouw, pottenbakkerijen smederijen, glasproductie. 

– De grootschalige verbranding van hout leidde tot luchtvervuiling en daardoor tot een -overigens geringe – klimaatwijziging; daling van de temperatuur. 

– Ook het aantal diersoorten nam af. Aan het einde van de 4de eeuw waren de bruine beren bijna uitgestorven.  

– De uitgestrektheid van het Romeinse rijk bracht contacten met andere volkeren en culturen mee. Daardoor konden ook besmettelijke ziekten als de pest zich verspreiden. 

 

De overgang naar het christelijk tijdperk en de middeleeuwen in onze streken 

In het leger vond een zekere germanisering plaats. Huurlingen werden gerecruteerd bij lokale stammen, net zoals dat al onder Caesar het geval was. Er vond een wisselwerking plaats tussen Germanen en Romeinen. Langzamerhand wonnen nieuwe steden aan belang ten koste van oude steden. Een belangrijke reden daarvoor was de strategische ligging. Zo nam Maastricht de plaats in van Tongeren vanwege de ligging aan de Maas en de mogelijkheid van versterking van de brug op de beide oevers. Doornik verving Bavay. De invloed van Frankische krijgsheren in het westelijk deel van het Romeinse rijk werd allengs groter. Een voorbeeld daarvan is Childeric, die zich presenteerde zowel als Romeins officier en als koning van de Franken. Zijn zoon Clovis bekeerde zich tot het christendom. Het christendom wist zich in de structuur van het laat-Romeinse rijk te integreren. Bisschoppen kregen naast hun religieuze leiderschap ook macht in de politiek en de rechtspraak. Bisschoppen kwamen vaak uit welgestelde families. Voorbeelden daarvan zijn Remigius en Servatius.

Robert Nouwen beëindigde zijn lezing met het volgende citaat uit het boek “Verval en ondergang van het Romeinse Rijk” van Edward Gibbon:  

‘Te midden van de ruïnes op het Capitool vatte ik het plan op om mij toe te leggen op een werk dat bijna twintig jaar lang mijn zinnen heeft verzet en mijn aandacht heeft opgeëist, en dat ik, hoezeer het aan mijn wensen tekortdoet, tenslotte uitlever aan de nieuwsgierigheid v en het oprechte oordeel van de lezer.’ 

Met dat citaat gaf hij ook zijn drijfveer voor en intentie van zijn boek” Rome en de Lage Landen” weer.

 

Dankwoord

Peter Korten bedankte Robert Nouwen voor zijn interessante lezing. Het Romeinse Rijk werd daarin in een ander daglicht gesteld, evenals het beladen begrip collaboratie. 

Verder zei hij dat België dan wel een miskend classicus, Bart de Wever, als premier heeft, maar Nederland heeft sinds kort een klimaatdrammer, Rob Jetten, als aanvoerder. 

 

Nieuws en mededelingen 

*Het overlijden van Bert Adriaens, stadsgids, en Paul van Wegberg, echtgenoot van voormalig bestuurslid Anna van Wegberg-Veugen, en genealoog. 

*De Aldenborgh heeft een vernieuwde website  

* De historie leeft in Weert: dagelijks melden zich nieuwe vrienden aan. 

*Op 9 maart a.s. is er bij Antje van de Statie een lezing plaats over de Lichtenberg. Aanvang 19.30 uur. 

*De succesvolle cursus Weerterlogie gaat binnenkort weer van start. Er zijn nog drie plaatsen beschikbaar. 

*Op vette dinsdag (carnavalsdinsdag) is vergaderd over de Cultuurhistorische Zomer 2026. Het programma daarvan is nagenoeg rond. 

* De Zuid-Willemsvaart (het kanaal) bestaat dit jaar 200 jaar. Daaraan zal gepaste aandacht worden besteed. Het middelpunt van deze waterweg tussen Maastricht en `s Hertogenbosch ligt inmiddels in de gemeente Weert. Na grenscorrectie is de gemeente Nederweert dit belangrijke ijkpunt kwijtgeraakt. 

 

Peter Korten riep ten slotte regelmatig op de vernieuwde website te kijken. Daarop worden nieuwe activiteiten, aankondigingen van excursies en cursussen en historische verhalen gepubliceerd.

Verslag Lezing – Van zoenkruis tot guillotine

Misdaad en straf in onze regio, een evolutie (1500-1800)

Lezing van Thieu Wieërs voor de Aldenborgh op 26 januari 2026

Door Wil Filott

Voorzitter Peter Korten mocht bij de eerste activiteit van de Aldenborgh in 2026 zo`n 65 belangstellenden verwelkomen voor een lezing van de éminence grise van onze regionale historie, Thieu Wieërs uit Geistingen.  

 Peter kondigde alvast een aantal activiteiten aan voor de komende periode: 

  • lezingen o.a. op 23 februari aanstaande van dr. Robert Nouwen, directeur van het Gallo-Romeins Museum in Tongeren en schrijver van het recent verschenen boek “Rome in de Lage Landen”; 
  • een symposium over 200 jaar kanaal; 
  • een nieuwe editie van ”Gluren bij de buren”; 
  • een nieuwe cursus Weerterlogie, die na de Vastelaovend van start gaat. 

Verder reikte hij een getuigschrift uit aan een cursist van de cursus Weerterlogie uit Uden, die de cursus zelfs tweemaal had gevolgd.  Deze had daarvoor zo`n 1100 kilometer afgelegd. Een bewijs van waardering voor de kwaliteit van de cursus.

Thieu Wieërs begon zijn lezing met de mededeling dat wat onder misdaad wordt verstaan in de loop der tijd verandert. Voorbeelden van “verdwenen” misdaden: hekserij, homofilie. Voorbeeld van een nieuw misdrijf: rijden onder invloed van alcohol of drugs. 

 

In de periode, waar zijn lezing over ging, werden als misdaad onder meer beschouwd: moord, doodslag, brandstichting, bigamie, diefstal uit een kerk. 

Een groot probleem voor bestraffing was in die tijd het ontbreken van gevangenissen voor lange straffen. De oorzaken daarvoor waren te kleine territoria en het ontbreken van geld voor bouw, bewaking en onderhoud van gevangenissen. 

De eerste gevangenis voor langgestraften in de Zuidelijke Nederlanden werd pas in 1779 in Vilvoorde in het hertogdom Brabant geopend. Als men in een overlijdensakte van een persoon de vermelding aantreft dat die overleden is op het adres Langemolenstraat 19 te Vilvoorde, weet men dat die persoon overleden is in die gevangenis.  

In de Franse tijd kwam er rond 1798 in Maastricht op de Minderbroedersberg ook een gevangenis. 

 

Pelgrimage 

Alternatieven voor gevangenisstraffen waren: verbanning, pelgrimage en de doodstraf. 

Bekende pelgrimage-oorden waren: 

  • Compostella, 2000 km met als symbool de Sint Jacobsschelp; 
  • Rome, 1700 km;  
  • Jeruzalem;  
  • Wilsnack, 600 km, tussen Hannover en Berlijn; 
  • Rocamadour in Frankrijk. 

Een pelgrimstocht werd opgelegd voor de duur van twee of zeven jaren. 

Een pelgrimage was gevaarlijk. De gestrafte kende de omstandigheden en de taal van de gebieden waar hij door heen moest trekken, niet. Hij stond bloot aan regen, sneeuw, kou en berovingen. Hij was zonder middelen van bestaan en moest zich met bedelen in leven houden. De gezaghebbers in de streken waar hij doorheen moest trekken, waren hem vaak niet goed gezind. De overlevingskans was niet bijster groot. Maar dat was vaak de bijkomende gedachte bij het opleggen van een pelgrimage; de hoop dat de gestrafte onderweg zou sterven. 

De pelgrimage als straf werd allengs moeilijker door de Islam (Jeruzalem), Protestantisme (Wilsnack) en de vijandige houding van de Franse koning (Compostella, Rocamadour). Deze straf raakte langzamerhand uit beeld en werd vervangen door een geldboete.  

 

Aan de hand van een aantal misdaden in onze regio schetste Thieu de ontwikkelingen in de bestraffing daarvan. 

 

Een peijs en een zoen in Neeritter in 1572 

In Neeritter had Eeren Perren Johan van de Laer doodgeslagen. Ter voorkoming van wraak naar het Bijbelse “oog om oog, tand om tand”, wat kon uitmonden in een familievete, werd door de families van de dader en het slachtoffer een peijs gesloten. Dat gebeurde buiten het gerecht om. 

De peijs was een overeenkomst tussen de beide families die onder meer het volgende inhield:  

  1. De dader, Eeren, moest een kruis plaatsen op het graf van het slachtoffer, Johan van de Laer; een zoenkruis. 
  2. Hij moest binnen zes weken drie kloosters vragen te bidden voor Johan. 
  3. Eeren moest afstand doen van zijn bezittingen. 
  4. Voor deze afstand kreeg Eeren mede voor zijn kinderen 100 Hornse guldens 
  5. Eeren mocht een jaar lang niet op plaatsen komen waar de kinderen van Johan van de Laer zaten of dronken; een soort contactverbod.  

 

De zoen eindigde met: “en hiermede zullen ze verzoend zijn ten ewigen dage voor man, wijf en alle partijen, hoe ze gelegen zijn zo lang als zon en maan schijnen, sterren aan de hemel staan, gras op de aarde wast en zand in de zee is”. 

Het woord peijs is afkomstig van het Latijnse woord Pax en het Franse woord Paix (vrede). Bij een peijs moest de dader vaak ook een voetval doen: in de zondagse mis publiekelijk aan de familie van het slachtoffer vergiffenis vragen.  

Een bijzonder en zeldzaam zoenkruis in Groot-Gelmen met de namen van de dader, Gijsen Vasoens, en het slachtoffer, Jan Morbiers. 

 

Vrouwengratie in Thorn in 1651 

Heyn Meuwissen had Peter van Heythuysen in diens woning met een schot hagel aan zijn hoofd verwond. Ook had hij diens vrouw en dochter mishandeld. Eerder had hij op de hoeve de Grote Hegge te Thorn een knecht, genaamd Linssen, gedood. Hij moest zich voor zijn wandaden verantwoorden op de Wijngaard, het plein voor de kerk, in Thorn.  

Hij werd tot dood veroordeeld en zijn lijk zou begraven moeten worden in ongewijde aarde. Toen de beul klaar stond om het vonnis te voltrekken, vroeg Jehanne, dochter van Klaas Merten uit Geistingen, om genade. Zij zei dat ze met hem wilde trouwen. De meier van Thorn begaf zich spoorslags op zijn paard naar de abdis om dat verzoek over te brengen. De abdis willigde het verzoek in. Het koppel moest wel direct trouwen. De pastoor werd erbij gehaald en het huwelijk werd voltrokken in “den Rinck” waar normaliter het vonnis voltrokken zou worden. 

Het echtpaar kreeg 9 kinderen. De peters en meters van deze kinderen waren vaak kanunniken en adellijke dames. Bij het eerste kind was zelfs de abdis meter. 

 

Genade van de baron van Waes in 1726 

Jacobus Hallen, halfwin op de Meijseberg onder Hunsel, had zijn dienstmeid vermoord, een kar en 16 hopen koren gestolen bij Johanna Luijten en brand gesticht in de Uffelse molen door er een brandende durf in te gooien. Hij werd vanwege de brandstichting veroordeeld tot de doodstraf op de brandstapel. De heer van Waes verleende hem echter genade in die zin dat de straf iets minder en menselijker zou zijn. De beul zou hem op het hoogste van de dag, 12 uur, onthoofden.

Tortuur en bokkenrijders 

In 1532 kwam er in de Constitutio Criminalis Carolina van keizer Karel V een regeling voor het gebruik van de pijnbank, tortuur. Deze mocht alleen gebruikt worden als de rechter de overtuiging had dat de verdachte de dader was. De tortuur werd in de tijd van de bokkenrijders vaak toegepast. Een aantal schrijvers betwijfelt of bokkenrijders daadwerkelijk hebben bestaan.

Philip Mertens in 1785 

Philip Mertens uit Ophoven werd er in 1785 van beschuldigd een brandbrief gelegd te hebben. Hij werd daarvoor ter dood veroordeeld op de brandstapel. De Prins-Bisschop van Luik begenadigde hem door te beslissen dat hij eerst gewurgd zou worden en dan verbrand. Philip ontsnapte echter en na een tussenstop in het Pruisische leger kwam hij in Antwerpen terecht. Daar oefende hij min of meer illegaal het ambacht van schoenmaker uit. Ook in Antwerpen werd hij verdacht van het plegen van misdaden: het doden van zijn buurman en het stelen van zilver. Hij werd zesmaal gefolterd terwijl het maximum eigenlijk driemaal was.  De truc was een foltering op te delen zodat er meer dan 3 keer gefolterd kon worden. De laatste foltering met de halsband werd hem fataal. Het was overigens het laatste proces waarbij foltering werd toegepast.

De familie Verheijen uit Neeroeteren 

Vader en twee zonen van de familie Verheijen uit Neeroeteren werden ervan verdacht brandbrieven gelegd te hebben. Zij werden veroordeeld maar vluchtten naar Groningen, waar zij dienst namen in het Hollandse leger. Uiteindelijk werden ze uitgeleverd en kregen ze een nieuw proces met dezelfde rechters als bij de eerdere veroordeling. De tortuur was inmiddels afgeschaft. Ze werden opgesloten in Maaseik boven de Bospoort. Iedere week kregen ze nieuw stro, net als varkens. Zoals toen gebruikelijk, moesten ze leven van water en brood. Het brood werd geleverd door Jacques Schoufs, bakker te Maaseik. Uit een bewaard gebleven overzicht van het geleverde brood kan worden afgeleid dat een van de Verheijens in de gevangenis te Maaseik is gestorven. Waar voor de levering van brood in het begin 18 francs per dag in rekening werd gebracht, was dat vanaf 24 augustus nog maar 12 francs. 

De andere twee Verheijens werden veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf ‘met de ijzers’. 

Een Verheijen is in de gevangenis te Vilvoorde gestorven, de ander is teruggekeerd en zelfs tweemaal getrouwd. 

 

Terechtstellingen in Luik door middel van de guillotine in 1798 

Leonard Pendris, Leonard Fiddelaers en Carolus Donders uit het kanton Maaseik werden beschuldigd “chauffeurs” te zijn: stokers tegen het nieuwe regime. Zij werden door het Tribunal Militaire in Luik veroordeeld tot de doodstraf. In de Franse tijd was voor het voltrekken van de doodstraf de guillotine ingevoerd, vernoemd naar de arts Joseph Guillotin. Onthoofden met de guillotine zou pijnloos zijn en voor iedereen gelijk zijn.  

De veroordeelden werden op 20 juni 1798 op de Paardenmarkt te Luik onthoofd met de guillotine. 

 

Mathijs Verkennis in 1822 

Mathijs Verkennis, geboortig in Hunsel, schoenmaker, had grote financiële problemen. Hij kon bijvoorbeeld het leer voor schoenen en de notariskosten voor de aankoop van zijn huis in Thorn niet betalen. Om uit de financiële problemen te geraken zou hij een brandbrief bij bakker Boelen te Stramproy gelegd hebben. Onder een bepaalde steen moest geld gelegd worden, zo niet dan zou er brand gesticht worden in het huis van de bakker. Toen Verkennis het geld wilde ophalen, werd hij betrapt: een heterdaadje. Hij werd gevankelijk afgevoerd naar Weert. Hij ontkende echter de brandbrief geschreven te hebben. Bij huiszoeking vond men één vel papier, waar een stukje van ontbrak, gekocht in Weert. De brandbrief paste precies in het ontbrekende stuk. Het gerecht in Maastricht veroordeelde hem op 23 januari 1822 tot 25 jaar gevangenisstraf, een boete van 50 gulden en de proceskosten, voornamelijk bestaande uit kosten voor de getuigen. Mathijs Verkennis is in de gevangenis te Vilvoorde overleden. 

 

Met deze veroordeling uit het begin van de 19de eeuw beëindigde Thieu Wieërs zijn lezing. Een groot applaus viel hem ten deel. 

 

………………………………………………………………………………………………………………………………………….. 

 

Peter Korten bedankte Thieu Wieërs voor zijn interessante lezing met een ferme handdruk. 

 

Hij bracht nogmaals de lezing van Robert Nouwen onder de aandacht en adviseerde de aanwezigen de nieuwsbrief en de site van de Aldenborgh in de gaten te houden voor komende activiteiten.

Lezing 9 maart 2026:”Openluchttheater De Lichtenberg, het podium” door Jan Nies

Volgens de gepubliceerde planning zal dit voorjaar de “casco-restauratie” van openluchttheater De Lichtenberg worden afgerond. Het is onbekend hoe het daarna verder zal gaan met het theater.

Voor theatergebruik is het dan in elk geval nog niet geschikt.

Daarmee liggen de mogelijkheden open om er iets moois en bijzonders van te maken. Tegelijkertijd zijn er ook vele kansen op verdere bedreigingen van dit rijksmonument.

In deze lezing zal Jan Nies vertellen en laten zien, hoe de architectuur van dit openluchttheater zich heeft ontwikkeld vanuit het romantische inspiratievoorbeeld in Maaseik tot een toonbeeld van eigenzinnige moderniteit. Uit deze geschiedenis zal zichtbaar worden gemaakt waar de grote, maar ook kwetsbare kwaliteiten van dit podium liggen. En wat daarbij voor de toekomst van belang is.

Daarnaast zal hij ingaan op een aantal bijzondere momenten en gegevens uit de tien seizoenen (1961-1970), dat het openluchttheater structureel als theater is bespeeld.

Spreker

Jan Nies (Weert, 1951) is sinds enkele jaren bezig met een omvangrijke studie over het complex De Lichtenberg, met de intentie om zijn onderzoeksresultaten tenslotte te publiceren in een uitgave “De Lichtenberg: andere verhalen”. Dit onderzoek is mede gestoeld op zijn professionele ervaring als projectmanager en opdrachtgever van de realisatie van een groot aantal theaterzalen en andere cultuurgebouwen elders in het land.

Praktische Informatie

Wat: lezing “Openluchttheater De Lichtenberg, het podium”
Datum: maandag 9 maart 2026 om 19.30 uur
Spreker: Jan Nies
Locatie: Brasserie Antje van de Statie, Stationsplein 1, 6001 CH Weert
Entree: Vrijwillige bijdrage

Lezing 23 februari 2026: ‘Rome en de Lage Landen: een geschiedenis van Caesar tot Clovis’ door Robert Nouwen

Onlangs verscheen het het boek ‘Rome en de Lage Landen: een geschiedenis van Caesar tot Clovis’ van auteur, dr. Robert Nouwen (Bree, 1959). De auteur verzorgt op maandagavond 23 februari 2026 een lezing over het boek.  

Boek Rome en de lage landen.

Want hoe Romeins waren onze streken écht?

Na de veroveringen van Julius Caesar drukten de Romeinen een blijvende stempel op het gebied dat we vandaag kennen als België en Nederland. Wegen, steden, bestuur, handel en legerdienst: de Lage Landen werden in enkele eeuwen tijd omgevormd van een verre grenszone tot een sleutelregio van het West-Romeinse Rijk.

In deze meeslepende lezing neemt historicus en archeoloog Robert Nouwen u mee naar het leven aan de noordgrens van het Imperium. Van de brutale expansiepolitiek van keizer Augustus tot de bloeiende steden Tongeren, Nijmegen en Voorburg, en van de Pax Romana tot de crisissen die het Romeinse gezag uiteindelijk deden verdwijnen.

U ontdekt niet alleen hoe diepgaand de Romeinse invloed was, maar ook de keerzijde van de overheersing: oorlogen, opstanden, militaire controle en epidemieën. Bovendien werpt deze lezing een verrassend nieuw licht op de zogenaamde “val” van het West-Romeinse Rijk, waarbij hardnekkige mythes worden doorprikt.

Rome en de Lage Landen brengt voor het eerst alles samen wat we weten over onze regio in de Romeinse tijd – een verhaal vol macht, samenwerking, conflict en transformatie.

Spreker:

Robert Nouwen, geboren op 20 maart 1959 in Bree, groeide op in Heusden-Zolder, waar hij zijn schooltijd doorbracht, eerst in de Gemeentelijke Jongenschool in Heusden-Centrum en vervolgde in het Heilig-Hart-College in Heusden-Berkenbos. Hij studeerde geschiedenis en archeologie aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1993 onder leiding van Prof. Dr. Hubert Devijver zijn doctoraat behaalde met een proefschrift getiteld “De Tungri in het Imperium Romanum.”

Robert Nouwen was gedurende vier jaar werkzaam in het onderwijs. Sedert 1987 was hij professioneel actief in de museum- en erfgoedsector als conservator van het Gallo-Romeins Museum Tongeren (1987-1998), collectiebeheerder van het Openluchtmuseum Bokrijk (1998-2009) en archivaris van de Provincie Limburg (2009 -2014/2021-2023). Van 2014 tot 2019 was hij directeur erfgoedcollecties van de Koninklijke Bibliotheek van België.

Op dit ogenblik is Robert Nouwen actief als onafhankelijk onderzoeker en auteur. Hij publiceerde talrijke bijdragen op het vlak van Gallo-Romeinse archeologie en geschiedenis, landelijke geschiedenis van de negentiende en de vroege twintigste eeuw en museologie. Zijn recentste boeken zijn België in oude prenten (red. 2017), De Romeinse heerbaan (2021) en Ambiorix tegen Caesar (2023).

Robert Nouwen is lid van de Koninklijke Academie voor Archeologie en Kunstgeschiedenis van België.

Iedereen met interesse in geschiedenis, archeologie en het Romeinse verleden van onze streken is van harte welkom!

Praktische Informatie

Wat:Lezing over boek Rome en de lage landen: een geschiedenis van Ceasar tot Clovis
Datum:maandag 23 februari 2026 om 19.30 uur
Spreker:dr. Robert Nouwen
Locatie:Brasserie Antje van de Statie, Stationsplein 1, 6001 CH Weert
Entree:Vrijwillige bijdrage

 

Lezing – Van zoenkruis tot guillotine: misdaad en straf in onze regio (16de–19de eeuw) – 26 januari 2026

Aan de hand van een reeks goed gedocumenteerde casussen belicht spreker Thieu Wieërs de historische evolutie van misdaad, misdrijf en straf in onze regio. Daarbij gaat de aandacht niet alleen uit naar de gepleegde feiten, maar ook naar de betrokken personen: zowel daders als slachtoffers die uit dit gebied afkomstig waren.

Een centrale vaststelling is dat de aard van de misdrijven doorheen de eeuwen opvallend weinig veranderde, terwijl de opvattingen over schuld, boete en bestraffing ingrijpende transformaties ondergingen.

Foto van de guillotine opgeslagen in het voormalig stadsmagazijn in de Dominicanenkerk te Maastricht. Foto: Beeldbank Historisch Centrum Limburg. Fotocollectie GAM 21134.

De lezing behandelt onder meer het gebruik van pelgrimages als straf- of verzoeningsmiddel, met bestemmingen als Jeruzalem, Rome en Compostella, maar ook meer regionale bedevaartsoorden zoals Wilsnack en Keulen. Daarnaast komt een peijs” in Neeritter uit 1538 aan bod, evenals de oprichting van een zoenkruis na een dodelijk geweldsdelict.Verder wordt stilgestaan bij de vrouwengratie in Thorn van 15 mei 1651 naar aanleiding van een moordzaak, en bij de brandstichting in de Uffelsemolen en de moord op een dienstmeid door Jacobus Hallen, met bijzondere aandacht voor de gerechtelijke afhandeling in 1726.

Een belangrijk onderdeel vormt de bespreking van de bokkenrijderszaken uit Thorn en Geistingen (1785) en uit Neeroeteren (1790), met een late uitloper in Antwerpen in 1793. Deze dossiers maken duidelijk hoe sterk de rechtspraktijk kon verschillen tussen de lokale schepenbanken en het later ingevoerde Franse gerecht.

Ten slotte komen de guillotinering van drie inwoners uit het kanton Maaseik in Luik in 1798 aan bod – een primeur in de regio – evenals een late brandbrief uit 1822, geschreven door Mathijs Verkennis uit Hunsel aan Simon Bullens uit Stramproy.

Samen tonen deze voorbeelden een langzame maar fundamentele verschuiving: van openbare en vaak gruwelijke lijfstraffen naar vrijheidsstraffen, die de opkomst markeren van een moderner en meer gecodificeerd strafrecht. Met deze lezing deelt Thieu Wieërs zijn kennis en inzichten met ons, en nodigt hij uit tot een verdiepend begrip van het verleden van onze streek.

 

Spreker Thieu Wieërs

Thieu Wieërs

De heer Thieu Wieërs (Geistingen, 1942) was wiskundedocent bij het toenmalige Kruisherencollege in Maaseik en bouwde daarnaast gedurende meerdere decennia een indrukwekkende reputatie op als heemkundige en genealoog. Hij geldt als een autoriteit op het vlak van de lokale en regionale geschiedenis van Midden-Limburg en Belgisch-Limburg.

Hij is al 20 jaar mede-animator van de Cultuurhistorische Zomer en is al jarenlang docent van cursussen genealogie, waarin hij zijn expertise en methodiek op een toegankelijke en didactische manier overdraagt aan een breed publiek. In december 2022 kreeg hij de Cultuurprijs van de gemeente Kinrooi en de gouden speld van het LGOG voor zijn jarenlange inzet voor erfgoed, cultuur en geschiedenis.

Door zijn grondig archiefonderzoek, talrijke publicaties en lezingen heeft hij een blijvende bijdrage geleverd aan het bewaren en ontsluiten van het lokale erfgoed. Zijn werk wordt gekenmerkt door historische nauwkeurigheid, inhoudelijke diepgang en een sterke betrokkenheid bij de gemeenschap.

 

Praktische informatie

Wat:Lezing – Van zoenkruis tot guillotine: misdaad en straf in onze regio (16de–19de eeuw)
Datum:maandag 26 januari 2026
Tijd:19.30 uur
Locatie:Brasserie-hotel Antje van de Statie, Stationsplein 1, 6001 CH Weert
Kosten:5 euro (inclusief koffie/thee)

Verslag lezing Bourgondiërs in Limburg – Remco Beckers

Verslag door Wil Filott

Voorzitter Peter Korten mocht op de vooravond van het feest van Sint Martinus, patroonheilige van Weert, namen het KLGOG en de Aldenborgh zo`n 100 bezoekers verwelkomen bij Antje van de Statie voor een lezing door Remco Beckers, conservator cultuurhistorie bij het Limburgs museum te Venlo. Het onderwerp van de lezing was de Bourgondiërs In Limburg. In het Limburgs museum is momenteel een prachtige toonstelling over dat thema, opgezet door Remco Beckers.

 

Een volle zaal luistert geboeid naar Remco Beckers.

 

Remco Beckers vertelde dat hij twee jaar bezig was geweest met het organiseren van die tentoonstelling. De Bourgondiërs zijn de laatste jaren meer in de belangstelling komen te staan onder meer door een boek van Bart van Loon. In dat boek wordt nauwelijks aandacht besteed aan de rol van de Bourgondiërs in Limburg of – beter gezegd – het Maasland. Hoofdpersonen in het Maaslandse verhaal zijn Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute en Maria de Rijke.

 

De Bourgondische dynastie in Limburg

Het begin van de Bourgondiërs ligt bij Filips de Stoute, zoon van de koning van Frankrijk, uit het huis Valois. Deze had het leven van de koning gered en kreeg van hem Bourgondië als beloning.

Filips de Stoute kocht eind 14e eeuw stukje bij beetje Limburg en het land van Overmaas.
Jan zonder Vrees sloeg in 1408 een opstand van Luikenaren neer in de slag bij Othée.
Filips de Goede erfde Brabant en Limburg. Hij presenteerde zich als heer aan het volk. Hij herstelde het gebruik van de blijde intrede. Zijn vrouw Isabella van Portugal had daarbij een stimulerende rol.

Ze stond achter het behoud van de autonomie van de steden. Nederlands werd de eerste taal. De hofhouding werd verplaatst naar Brussel. Filips de Goede riep de orde van het gulden vlies in het leven. Het symbool van die orde is een gulden ram. Dat symbool ontleende Filips aan het verhaal van Jason en de Argonauten, die op zoek gingen naar een gouden vacht van een ram. Maar het was ook een knipoog naar de wolindustrie In Vlaanderen.

Tussen 1396 en 1406 krijgen Limburg en de Landen van Overmaas een eigen “regering” met als vergaderplaats Gulpen.

Remco Beckers.

Na de dood van Filips de Goede in 1467 werd hij opgevolgd door Karel de Stoute. In die tijd teisterde de Bende van de Groene Tent, gefinancierd door de Franse koning Lodewijk XI, het land van Luik en Loon. De zogenaamde Luikse oorlogen waren een strijd tegen het gezag van Karel de Stoute. Karel de Stoute won die strijd. Koning Lodewijk XI werd door Karel gevangengenomen en opgesloten in een burgerhuis in Luik. Karel liet uit wraak gedurende zeven weken Luik plunderen. Twintig procent van de bevolking werd gedood.

Karel de Stoute mengde zich in de twisten in Gelre tussen vader en zoon Adolf en Arnold van Gelre over de heerschappij van Gelre. Adolf werd gevangengenomen, maar bevrijd door Karel de Stoute. Adolf onterfde zijn zoon en benoemde Karel tot hertog van Gelre. Het resultaat daarvan was dat Karel Gelre verwierf. Na zijn dood ging Gelre weer verloren voor de Bourgondiërs. Karel nam tijdens zijn reizen zijn enorme hoeveelheid kunstschatten mee. Hij sneuvelde in de strijd tegen de Zwitsers in 1477. Veel kunstschatten werden buitgemaakt door de Zwitsers.  Zij bevinden zich heden ten dage nog in Zwitserse musea.

Na het overlijden van Karel de Stoute kwam Maria van Bourgondië onvoorbereid aan de macht. Lodewijk XI viel Bourgondië binnen. Maria had hulp nodig: kwam die uit het Duitse rijk, financieel zou die uit de Nederlanden moeten komen, maar dat was een moeizame zaak. Frankrijk veroverde Bourgondië. Maria kon zich in de Nederlanden handhaven dankzij steun van de Duitse keizer, met wiens zoon Maximiliaan van Oostenrijk zij trouwde. Na haar dood in 1482 berustte de macht feitelijk bij de Habsburgers. Deze bleven Maria echter ‘gebruiken’ als legitimatie van hun macht.

 

Lezing Remco Beckers.

Kunstschatten uit de Bourgondische tijd

Na de pauze vertoonde Remco beelden van kunstschatten die dateren uit of herinneren aan de Bourgondische periode in het Maasland en die te bewonder zijn tijdens de tentoonstelling in Venlo. Enige afbeeldingen zijn in dit verslag opgenomen met daaronder de plaats waar ze zich normaal bevinden.

Bonnefanten Maastricht.

 

 

 

Het gerechtigheidspaneel is in de 15de eeuw geschilderd en hing oorspronkelijk in het Dinghuis en later in het stadhuis van Maastricht.

 

 

 

 

 

 

Trésor de Liège.

Musée de Louvre.

 

Op de reliekhouder van Karel de Stoute staat een knielende Karel de Stoute met achter zich de staande Sint-Joris. In de koker die Karel in zijn handen houdt zou zich een vingerkootje van de heilige Lambertus, patroonheilige van Luik bevinden. Het is de eerste keer dat dit kleinood in Nederland te bewonderen is.

 

Portret van Margaretha van York, derde echtgenote van Karel de Stoute, met in de band rond haar hals de rode roos van Lancaster en de witte roos van York.

 

Foto van een deel van de tentoonstelling met o.m. banier met lijfspreuk van Karel de Stoute (Berliner Historischer Museum) en schilderij ‘Beleg van Neus” (hof van Busleyden, Mechelen). Foto: Levin den Boer voor het Limburgs Museum.

 

Jacob I graaf van Horne heeft na het overlijden van zijn echtgenote Johanna van Meurs een memorietafel laten vervaardigen. Deze is echter in de Tweede Wereldoorlog in Berlijn verloren gegaan. Enige jaren geleden is een oude foto van de memorietafel met moderne technieken ingekleurd met een fantastisch resultaat. Op de memorietafel zijn de kastelen van de Van Hornes in Horn en Weert afgebeeld.

Het Maasland kende niet veel schilders. Maar wel beeldsnijders zoals de Meester van Elsloo en Jan van Steffenwert. In het Maasland kunnen we regionaal verschillende kunststijlen ontwaren. In het Gelrese: miniatuurkunst (o.a. gebroeders van Lymborch), in het Brabantse: verfijnde schilderkunst, in het Luikse: metaalkunst, muurschilderingen.

 

Lezing Bourgondiërs in Limburg.

 

Peter Korten bedankte Remco Beckers voor zijn interessante en boeiende lezing. Hij verwachtte dat veel bezoekers aan de avond na de lezing de tentoonstelling in Venlo zullen gaan bezoeken. Hij deelde mee dat op 25 november 2025 de volgende lichting Weerterlogen afstudeert. Er zullen dan zo`n 800 gecertificeerde Weerterlogen zijn. Verder adviseert hij de komende tijd de site van de Aldenborgh nog meer te bezoeken dan normaal in verband met belangrijke, nog niet openbare informatie.

Een avond vol franciscaanse geschiedenis in Weert

Foto’s Jac Duijf

Een vol Franciscushuis genoot op vrijdag 3 oktober 2025 van een bijzondere avond over bijna zes eeuwen franciscaanse geschiedenis in Weert. Dit in het kader van 800 jaar Zonnelied van Sint Franciscus.

 

Franciscaanse geschiedenis in Weert.

Peter Korten, voorzitter van geschied- en oudheidkundig genootschap De Aldenborgh, nam met de nodige humor en ernst het publiek mee langs hoogtepunten uit de franciscaanse traditie: van het ontstaan van het klooster in 1461 en het leven van de broeders in de stad tot hun inzet voor de armen, zielzorg en missie.

 

Optreden van het koor Creatura in Franciscus Huis in Weert.

 

Ook kwamen de Derde Orde, de Zangertjes van Sint Frans, de missionarissen, het verhaal van Hasselts Heilig paterke Valentinus Paquay en de relatie van de keizerin van Oostenrijk met Leuken aan bod. Twee bijdragen van cineast Peter Crins versterkte het verhaal. Het Gemengd Koor Creatura, onder leiding van Ton van de Weem en met pianiste Marina Lazar, zorgde voor een prachtige muzikale omlijsting met werken van onder meer Vivaldi, Rutter en Sibelius. Uiteraard ontbrak het Zonnelied en Laudate Si niet die avond. Museum W presenteerde lichtbeelden religieuze kunst uit het voormalige Hieronymusklooster, terwijl het fotomozaïek van Jan Tullemans de avond visueel versterkte.

 

Broeder Gerard Heesterbeek ofm.

Broeder Gerard Heesterbeek ofm opende en sloot de bijeenkomst in aanwezigheid van de Roermondse bisschop Van den Hout met warme woorden van welkom en dank.

Zo werd het een inspirerende avond waarin geschiedenis, geloof, kunst en muziek op harmonieuze wijze samenkwamen.

Lezing – Bourgondiërs in Limburg – 10 november 2025

Wij zijn bijzonder verheugd dat conservator Remco Beckers een lezing over Bourgondiërs in Limburg voor ons wil verzorgen op maandagavond 10 november 2025. 

In zijn lezing bespreekt Beckers de tentoonstelling Bourgondiërs in Limburg, die tot 1 februari 2026 te zien is in het Limburgs Museum te Venlo. Beckers onderzocht de lange vijftiende eeuw in het Limburgse Maasland. Van 1430 tot 1482 regeerden ook hier Bourgondische hertogen, maar hun invloed diende zich al eerder aan en zou nog veel langer beklijven. Maar hoe sterk? Vooral dankzij het bewind van Karel de Stoute en de daaropvolgende Wederopbouw hebben de verenigde landen langs de Maas een eigen identiteit proberen te ontwikkelen. Is hen dat gelukt? Wat is daar vandaag nog van te merken? 

 

Tentoonstelling Bourgondiërs in Limburg in het Limburgs Museum.

Tot 1 februari 2026 is in het Limburgs Museum te Venlo de tentoonstelling Bourgondiërs in Limburg te zien.

 

Remco Beckers
Remco Beckers
(1991) is conservator cultuurhistorie bij het Limburgs Museum. Na zijn opleidingen Cultuurwetenschappen (BA) en Cultures of Art, Science and Technology (MSc) aan Universiteit Maastricht, heeft Beckers een decennium in het Maastrichtse culturele veld gewerkt, waarvan zeven jaar als curator bij Bureau Europa, platform voor architectuur en design. Hier heeft hij een tiental tentoonstellingen gemaakt, waarvan een handvol over materiaal- en bouwgeschiedenis in de 18e (stucco), 19e (zink) en 20e (glas) eeuwen en de relatie tussen muziek en architectuur. Voor het Limburgs Museum heeft Beckers de expositie Hete Vuren gemaakt, in samenwerking met het Rijksmuseum, en nu Bourgondiërs in Limburg in samenwerking met vele internationale partners. 

 

Praktische informatie

Wat: Lezing Bourgondiërs in Limburg
Datum: maandag 10 november 2025
Tijd: 19.30 uur
Locatie: Brasserie-hotel Antje van de Statie, Stationsplein 1, 6001 CH Weert
Kosten: 5 euro (inclusief koffie/thee) – gelieve gepast contant te betalen