Mini-symposium ‘Het verhaal van het kanaal’ – 17 augustus 2023

Zuid-Willemsvaart Weert o.v.v. Erfgoed Weert

Op donderdagmiddag 17 augustus 2023 wordt een intrigerend mini-symposium georganiseerd in de grote zaal van Parochiehuis Bocholt, gelegen aan Kerkplein 11, 3950 Bocholt. Het evenement, getiteld ‘Het verhaal over het kanaal’, werpt een blik op de rijke geschiedenis van de Zuid-Willemsvaart, een cruciaal element dat onze regio gedurende de afgelopen twee eeuwen heeft beïnvloed.

Het kanaal, dat verbindt en scheidt, heeft een essentiële rol gespeeld in de ontwikkeling van de streek. Het mini-symposium biedt een kans om diepgaand inzicht te krijgen in de verschillende aspecten van de Zuid-Willemsvaart. De toegang tot dit evenement is gratis, en het begint om 14.00 uur.

 

Het programma belooft een boeiende reis door de tijd:

Alfons Bruekers: zal ons meenemen in de wereld van de Fossa Peellandia, het oudste onvoltooide kanaal.
Joost Welten: deelt het verhaal van Le Grand Canal du Nord, een ambitieuze droom van Napoleon.
Wim Cuppens: belicht de lokale impact en gevolgen van het kanaal op de plaatselijke bevolking.
Frans Medaer: neemt ons mee op een boottocht vol verhalen over het kanaal.
Philip Moreau: onthult de strategische rol van de Zuid-Willemsvaart tijdens de Tweede Wereldoorlog, inclusief de aansluiting met de Peel-Raamstelling.

Tussendoor zal Roel Kwanten, waterkwaliteitsbeheerder bij Rijkswaterstaat, enkele actuele wetenswaardigheden delen over de Zuid-Willemsvaart.

Bassin Weert o.v.v. Erfgoed Weert

Voor en na het mini-symposium kunnen geïnteresseerden de monumentale St.-Laurentiuskerk van Bocholt bezoeken, waar een tentoonstelling te zien is met foto’s van de zusters van Priorij Klaarland.

Dit waardevolle evenement wordt georganiseerd door de samenwerking van verschillende lokale organisaties, namelijk Heemkundige Kring Bocholt, de Aldenborgh, en kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap.

Het belooft een informatieve en boeiende middag te worden voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van dit belangrijke kanaal en de impact ervan op onze regio. Parkeergelegenheid wordt aanbevolen op Kerkplein of de parkeerplaats Matthijsplein in Bocholt.

 

Bassin Weert o.v.v. Erfgoed Weert

Gluren naar de buren … in Wessem – 8 augustus 2023

 

Van de vele bijzondere ijkpunten die Wessem rijk is gaan we er door middel van een wandeling een vijftal onder het vergrootglas bekijken. De totale afstand is iets meer dan 1,5 km. Het parcours is rolstoel- en rollatorvriendelijk.

 

 

 

  • Het pronkstuk is de mooie gotische kerk, verwoest in november 1944 en gerestaureerd door architect Frits Peutz. Hij heeft zich bij de restauratie laten leiden door de archeologische vondsten en heeft de twee voorgaande kerken zichtbaar gemaakt. De sluitsteen in de apsis, een tetramorf, een wijwatervat dat geschonken is door paus Leo de 13de, en de Venus van Wessem, tijdens de restauratie gevonden, zijn enkele toppers.
  • Het koeienmonument van Dolf Wong dat ‘De wijze koeien van Wessem’ voorstelt, zoals in een artikel van de Katholiek Illustratie van 1934 staat. Koeien die tot 1954 zelfstandig naar de Koeweide of de stal liepen.
  • Het havenmonument van Wim Rijvers en de eerste brug in Nederland, die via uitbouw is gebouwd en de oude en nieuwe haven.
  • Het oude markante Marktplein met zijn uit maasstenen geplaveid gemeentewapen, gemaakt door Baerke Dierx. Het oude gemeentehuis van architect Lemmens en de aanbouw van architect Corbey uit Thorn.
  • De Steenweg met zijn grote handelshuizen van 1613 in Gelderse stijl laten het rijke verleden zien.

Kortom: In de oude en de nieuwe portus aan de Maas valt u van de ene verbazing in de andere.

Organisatie: Stichting De Aldenborgh, Kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en Geschied- en Heemkundige Kring ‘Land van Thorn’

Praktische Informatie

Wanneer: dinsdag 8 augustus 2023
Aanvang: 19.00 uur
Verzamelpunt: in de Sint Medarduskerk, Groenstraat 24, 6019 AH Wessem
Deelname: gratis

Drukbezochte Gluren bij de buren in Swalmen

Fotograaf Fons Nijssen

Gisteravond op 1 augustus waren in het kader van Gluren bij de buren een 160-tal belangstellenden aanwezig in het centrum van Swalmen, waar dhr. Peter Korten (LGOG) de avond inleidde in de St. Lambertuskerk. Henri Smeets hield een korte bloemlezing over Swalmen en zijn historische plekken. Wim Evers gaf een interessante uitleg over de St. Lambertuskerk. Vervolgens ging iedereen op pad om samen met de Swalmengidsen meer te weten te komen over enkele interessante plekken in het mooie Swalmen.

 

 

 

Fotograaf Fons Nijssen

Op het Dr. Crasbornplein vertelde Piet Heijman vol enthousiasme over ‘zijn’ huisarts Dr. Crasborn. Charles Konings had de eer om bij het Mathieu Cordang monument aan de Rijksweg de aanwezigen de verhalen te vertellen over deze uitzonderlijke ‘onbekende’ Nederlandse topwielrenner. Ook deelde hij het verhaal over de eerste Nederlandse personenauto, die is gebouwd in Swalmen door zijn naamgenoot P. Konings, bekend van de latere Machinefabrie en IJzergieterij Konings.

 

Bij de Brugstraat was het de beurt aan Peter van Cruchten. Hij gaf uitleg over de historie van de brug, de heilige Nepomucenus en het ‘Tolhuis’ naast de kerk, waar je geen tol hoefde te betalen. In het Meulehoes vertelde Henri Smeets over de geschiedenis van dit bijzondere monument dat in vroeger tijden niet alleen als molen diende, maar in het dagelijks leven van vele Swalmenaren een huishoudelijke en sociale functie had. Menig Swalmenaar is hier groot geworden met het uithalen van kwajongensstreken.

Fotograaf Fons Nijssen

Terug op de markt maakten de deelnemers nog een rondje langs alle markante gebouwen aan de markt. Herm (van Pompe Koen) Geraedts vertelde hierover. Hij vergat daarbij niet de smeuïge details over de vele kroegen, die Swalmen rijk was.

Na deze vermakelijke avond zochten velen nog de geopende terrassen op om na te praten over deze editie van Gluren bij de Buren. Een geslaagde en gezellige avond. Tot weerzien in Zjwame.

 

 

Fotograaf Fons Nijssen
Fotograaf Fons Nijssen
Fotograaf Fons Nijssen
Fotograaf Fons Nijssen
Fotograaf Fons Nijssen
Fotograaf Fons Nijssen
Fotograaf Fons Nijssen
Fotograaf Fons Nijssen
Fotograaf Fons Nijssen

Reisverslag Excursie Heumen/Gave – 27 juli – door Wil Filott

‍Op 27 juli vond er in het kader van de Cultuurhistorische Zomer 2023 een excursie plaats naar Overasselt en Grave.

 

Ontvangst in De Lage Hof

Met een volle bus werd `s ochtends vroeg koers gezet naar Overasselt. Daar werden we in Buurderij De Lage Hof, een mengvorm van een agrarisch museum en een buurtcentrum, ontvangen met koffie/thee en een stuk appeltaart van wel drie centimeter hoog met slagroom.

‍De burgemeester van de gemeente Heumen, waartoe Overasselt behoort, Joerie Minses, afkomstig uit Kelpen-Oler en lid van het GOG en GHK Thorn, heette ons in het Nederlands welkom. Hij liet zich echter de gelegenheid niet ontgaan om met de bezoekers in zijn moederstaal te ‘kallen’.

Annet Mengde, voorzitster van het Erfgoedplatform Heumen, verhaalde over de geschiedenis van Overasselt. De slag op de Mokerhei en de Tweede Wereldoorlog kwamen daarin ruim aan de orde.

Vervolgens vertelde Hans van Lanen over de landing van parachutisten en 350 vliegtuigen (gliders) in de weilanden bij Overasselt en Nederasselt op zondag 17 september 1944 in het kader van de operatie Market Garden. Veel gliders werden daarbij beschadigd door het prikkeldraad en de heggen tussen de weilanden. Zijn verhaal werd geïllustreerd met originele filmpjes met unieke beelden van die luchtlanding.

‍Aansluitend was een bustour gepland. De chauffeur slaagde er echter niet in de bus te starten. Van de nood werd creatief een deugd gemaakt. In De Lage Hof werd al een deel van het middagprogramma gepresenteerd onder andere over de zogenaamde linie van prins Maurits. Deze omsingelingslinie is in 1602 door prins Maurits van Nassau aangelegd.

De bedoeling daarvan was te voorkomen dat Grave, dat sinds 1586 in Spaanse handen was, bevoorraad zou worden. Grave werd overigens in datzelfde jaar door prins Maurits veroverd.

 

Intussen was burgemeester Minses als een ware ‘crisismanager’ erin geslaagd een touringcar met chauffeur van een Nijmeegs bedrijf te organiseren waarmee na een vertraging van drie kwartier de bustour kon beginnen.

 

De bustour

Met de touringcar werd een rit door Overasselt en het buitengebied gemaakt waarbij Hans van Lanen een deskundige toelichting gaf op wat er te zien of niet meer te zien was. Zo werd het terrein bezocht waar de luchtlanding in september 1944 plaatsvond. Ter plaatse herinnert een monument, voorstellende een drietal parachutes, aan deze gebeurtenis.

‍Verder werd een bezoek gebracht aan de Sluisbrug, waar een mevrouw Eef van Hout als een ware actrice verhaalde over de avonturen van Ben Bouman bij de verovering van de sluisbrug over het Maas-Waalkanaal door de geallieerden. De in Mook ondergedoken Ben Bouman was op weg naar Heumen om via de sluisbrug zijn geliefde Truusje van Lisdonk, dochter van de dominee, te bezoeken, een gevaarlijke onderneming voor een ondergedoken persoon met een vervalste Ausweis.

 

Bij de Sluisbrug ontdekte hij tot zijn verrassing en vreugde dat geallieerde soldaten poogden de brug ongeschonden in handen te krijgen, hetgeen ook lukte. Hij kon via de bovenbrug naar de overkant gaan. Daarbij ontdekte hij twee doodsbange Duitse soldaten. Voor hem en Truusje was voortaan de weg naar elkaar zonder gevaar. De geallieerden konden de brug benutten voor hun rollend materieel.

‍De bustocht ging verder over een zeer smal weggetje door de uiterwaarden van de Maas, een gewaagde onderneming voor de grote bus. Daar bezochten we onder andere een plek waar vroeger een kerkje had gestaan, maar die nu slechts gemarkeerd werd door een kruisbeeld. Joerie Minses vertelde dat tot het plaatsen van dat kruisbeeld besloten was in de laatste vergadering van de gemeente Overasselt, voordat die opging in de gemeente Heumen.

Verder werd verteld over de aanbieding in 1891 aan koningin Wilhelmina van een herdenkingsplaquette aan het protestantse kerkje van Heumen voor de dramatisch verlopen Slag op de Mokerhei, waarbij Lodewijk en Hendrik van Nassau samen met duizenden soldaten het leven lieten.

De lunch

Na de busrit keerden we terug in De Lage Hof voor de lunch. Onze bus bleek intussen gerepareerd te zijn. Namens de Aldenborgh bood Peter Korten de deelnemers een drankje als troost voor het ondervonden ongemak vanwege de defecte bus. De keuze was jonge jenever of rode port. De vraag was overigens of de deelnemers ongemak hadden ondervonden maar dat deed niet af aan de appreciatie van het gebaar. Daarna werd een gevarieerde lunch opgediend bestaande uit soep, worstenbroodje, belegde broodjes en sneetjes rozijnenbrood.

V.l.n.r.: Peter Korten, Hans van Lanen, Annet Mengde en
burgemeester Joerie Minses.

De kazematten van Grave en het Graafs Stadsmuseum

Na de lunch stond Grave op het programma. Eerst werd een bezoek gebracht aan twee kazematten, onderdeel van het Graafs Kazemattenmuseum. De kazematten zijn gebouwd in 1936. Zij vormden een onderdeel van de Peel-Raamstelling, een verdedigingslinie van Grave tot de Belgische grens bij Weert. De bedoeling van kazematten was strategische punten te verdedigen, in dit geval de brug over de Maas.

 

De rivierkazemat Zuid is een gebouw van drie verdiepingen. De kazemat Noord telt twee verdiepingen. De kazemat Zuid is aan een zijde beschilderd met geometrische blokken als een vorm van camouflage. In de kazemat Noord is een klein museum. De kazematten werden overigens al op de eerste oorlogsdag 10 mei 1940 door de Duitsers veroverd.

‍Na het bezoek aan de Kazemat namen we een kijkje in het Stadsmuseum Grave. Dat museum geeft een overzicht van de Graafse geschiedenis. Ook staat er een grote maquette opgesteld van Grave als vestingstad. Een gids gaf daarbij een uitgebreide uitleg over de aanleg en het belang van de vesting. Helaas is van de vestingwerken haast niets meer over. De nog resterende Hampoort wordt ook met ondergang bedreigd doordat het gebouw steeds verder in de moerassige bodem verzakt.

‍Voor de Weertenaren was het verassend te zien dat zich in het museum een brokstuk van een grote graftsteen bevond waarop duidelijk de drie hoorns van het wapen van de Van Hornes  te zien waren.

 

Bezoekje aan de historische binnenstad van Grave

Na het museumbezoek was er nog ruim de tijd om een kijkje te nemen in de binnenstad van Grave. Wat in het oog sprong was dat op veel huizen het schildje van rijksmonument was aangebracht. Mede vanwege het druilerige weer werd het verblijf in Grave besloten met een bezoek aan dranklokalen, zeer belangrijk voor de onderlinge sociale contacten.

 

N. B. Weert is de stad van de rogstaekers. De rog is dus een belangrijk beest in Weert. Maar in Weert is geen straat naar de rog genoemd. In Grave is dat wel het geval. Ligt hier geen mooie taak voor de gemeente Weert bij het kiezen van straatnamen?

‍Chauffeur Lei Ramakers heeft het gezelschap veilig afgeleverd in Weert, Swartbroek en Thorn. Het einde van een geslaagde, interessante en goed georganiseerde excursie.

 

Wil Filott

Gluren bij de buren … in Swalmen – 1 augustus 2023

Wist u dat de eerste auto van Nederlands fabricaat uit Swalmen komt en geproduceerd werd door een bedrijf dat dit jaar 150 jaar bestaat Op dinsdag 1 augustus starten we met een bezoek aan Swalmen in de succesvolle reeks Gluren bij de buren.

Swalmen ligt op de oostoever van de Maas, dicht tegen de grens met Duitsland. Het riviertje de Swalm meandert van daaruit door een gevarieerd landschap richting Maas. In het Limburgs Zjwame, was tot 2007 met de kerkdorpen Boukoul en Asselt een zelfstandige gemeente. In dat jaar raakte het zijn zelfstandigheid kwijt en werd deze plaats bij een gemeentelijke herindeling toegevoegd aan Roermond.

Swalmen is een etappeplaats in de bekende Pieterpad route. Bij wandelaars en recreanten in trek vanwege zijn uitgestrekte natuurgebieden en talrijke monumenten. Wat dit laatste betreft noemen we bijvoorbeeld de Grafheuvels uit de Bronstijd, de Romeinse weg, de monumentale juweeltjes zoals de grote carré-boerderijen en het beschermd dorpsgezicht Asselt. Maar ook het schitterend gelegen kasteel Hillenraad in Boukoul.

Programma

Na een welkom in de kerk, nemen de gidsen u mee op een reis door de tijd en vertellen ze op vijf plaatsen telkens 10 minuten over de geschiedenis van een markant punt. Daarna draaien we, volgens het carrouselmodel, door naar het volgende punt.

Aan bod komen:

  • de R.K. St.Lambertuskerk
  • de watermolen
  • de Swalmbrug, (zie foto)
  • het Mathieu Cordangpark met omgeving,
  • en het dokter Crasbornplein

In 16e eeuw wordt al melding gemaakt van de Swalmbrug met daarop een standbeeld van de H. Nepomucenus. En dan wilt u natuurlijk weten waarom er een beeld van deze heilige uit Bohemen op deze historische brug werd geplaatst. We gaan het u vertellen! Kom luisteren en verbaas u. Van harte welkom in Zjwame!

Praktische informatie

Wanneer: dinsdag 1 augustus
Aanvang: 19.00 uur
Startlocatie: in de St. Lambertuskerk aan de Markt in Swalmen. De kerk is vanaf de richting Roermond goed te zien.
Deelname: gratis

Gluren bij de buren … in Tongerlo – Bree 18 juli

Tongerlo is het enige kerkdorp van Groot-Bree, waarvan de dorpskern aan de oostzijde van de Zuid-Willemsvaart ligt.Dit kanaal, aangelegd in 1826, vormt aan de westkant de scheiding met Opitter. Het jaagpad langs het kanaal is geïntegreerd in het fietsroutenetwerk en uitspanning ‘De Kieper’ met terras biedt gelegenheid voor een aangename verpozing.

Tongerlo was op kerkelijk gebied een filiaal van Elen, dat oorspronkelijk tot het patrimonium van Sint Adelardus, neef van Karel de Grote, behoorde. Bij zijn dood in circa 826 ging zijn erfenis naar de benedictijnenabdij van Corbie (Picardië, Frankrijk). De graven Van Loon hadden de voogdij over de goederen van Corbie in deze streken. Zeker sinds de 13de -14de eeuw behoorde Tongerlo echter tot het domein van de graven Van Loon, dat in 1366 overging in de handen van de prins-bisschop van Luik. Op juridisch gebied viel Tongerlo onder de bevoegdheid van de schepenbank van het naburige Opitter, die Loons recht sprak en in beroep ging van het Oppergerecht van Vliermaal. De schepenbank zetelde beurtelings in Opitter en in Tongerlo.

Bezienswaardigheden

De gotische Sint-Pieterskerk uit de 15de en 16e eeuw werd op de fundamenten van een Romaanse kerk gebouwd. Een gedeelte is bewaard gebleven in de muren van het koor. Aan het einde van de 18de eeuw werd de kerk verbouwd. De toren werd gerestaureerd in 1868, de kerk in 1898 en in 1980 werd het geheel opnieuw volledig gerestaureerd. In het interieur is vooral het beeld van Maria met kind op de maansikkel belangrijk, een gesigneerd werk van Jan van Steffenweert.

Als beekdalzetting langs de oever van de Itterbeek zijn de twee resterende watermolens: de Keyartmolen (1139) en de Galdermansmolen (1633) vermeldingswaard. De eerste is van het onderslagtype, later vervangen door een turbine. De tweede werd gebouwd als oliemolen.

In Tongerlo staat ook het geboortehuis (einde Kerkhofstraat) van de romanschrijver Jaak Langens, de schepper van Rosse Lei. Deze figuur was een guitige kerel, die met zijn streken Tongerlo en omgeving in de ban hield. Een gedenksteen in de gevel verwijst naar de schrijver, die in 1892 in Tongerlo geboren werd. Jaak Langens overleed in 1965 in Merksem. Zijn meest bekende boek zijn ‘Rosse lei’, ‘Een leeuw uit de Kempen’ en ‘De kermis van tante Catho’. Merkwaardig is dat deze kleine gemeenschap meer schrijver kende: Jan Mathijs Ballings, Martinus Ballings, de erg omstreden Jaak Boonen, Lambert Engelen (borstbeeld aan de kerk) en Martinus Stoffels. Onderwijzer Jozef Theuwissen steunde dit literaire talent door samen met pastoor Steyvers een vrije bibliotheek op te richten, die later zou uitgroeien tot een modelbibliotheek onder de naam ‘Het Flambeeuwke’, nu het onderkomen van de Geschied- en heemkundekring Groot-Bree.

Praktische informatie

Aanvang: 19.00 uur
Locatie: Sint-Pieterskerk, Dorpsstraat 10 in Tongerlo
Parkeersuggesties: vrij parkeren op het dorpsplein en de parking achter de sporthal De Bongerd, Bosstraat 15 in Tongerlo
Deelname: gratis

Excursie naar Overasselt, Nederasselt en Grave – 27 juli

Na ons zeer geslaagde reis naar Turnhout en Eersel zijn wij blij u weer een nieuwe excursie te kunnen presenteren, donderdag 27 juli a.s. naar Overasselt, Nederasselt en Grave.

Overasselt en Nederasselt

Ons lid Joerie Minses (Weert, 1980), burgemeester van Heumen, waartoe Overasselt en Nederasselt behoren, zal ons verwelkomen in museum De Lage Hof in Overasselt.

Burgemeester Minses en mevrouw Mengde bij de presentatie van een nieuw cahier in de erfgoedreeks van het Erfgoedplatform Gemeente Heumen.
Burgemeester Minses en mevrouw Mengde bij de presentatie van een nieuw cahier in de erfgoedreeks van het Erfgoedplatform Gemeente Heumen.

Mevrouw Annette Mengde, voorzitter van het Erfgoed Platform Heumen, zal vervolgens een inleiding houden over de geschiedenis van met name Overasselt, met als sluitstuk de Tweede Wereldoorlog. Aansluitend worden er filmbeelden getoond ter introductie op een rondrit met als thema de Tweede Wereldoorlog. Met onze gids Hans van Lanen gaan we naar Heumen waar we te horen krijgen wat er zich afspeelde tijdens de Tweede Wereldoorlog tussen de twee bruggen van Heumen en Grave. Eef van Hout, historisch onderzoeker, zal ons daar nog meer vertellen.

Luchtlanding in Overasselt, zondag 17 september 1944.

Daarna vervolgen we de bustour, onder andere langs de zogenoemde “Glider” opstelplaats. Op zondag 17 september 1944 vond in het kader van de bevrijdingsoperatie Market Garden in Overasselt en Nederasselt een van de grootste luchtlandingsoperaties aller tijden plaats. In de weilanden ten noorden van beide kerkdorpen landde toen het 504de Parachutisten Infanterie Regiment.

 

 

Na een lunch in agrarisch museum Lage Hof gaan we met de gids in de bus richting Grave langs Kroonwerk Coehoorn (1702) met een blik op Grave.

Agrarisch museum Lage Hof.

Grave

Daarna bezoeken we het Graafs Kazemattenmuseum. Hier begint de Peel-Raamstelling, een Nederlandse verdedigingslinie tussen Grave en de Belgisch-Nederlandse grens bij Lozen-Weert. Deze verdedigingslinie, die in 1939 werd aangelegd, is al op 10 mei 1940, de eerste oorlogsdag, gevallen. Aansluitend bezoeken we het Graafs Museum.

De uit 1688 stammende stadspoort Hampoort en de plattegrond uit 1649 van Grave van J. Blaeu.

Na het museumbezoek is er nog vrije tijd om een kijkje te nemen in de historische vestingstad Grave. Om 17.30 uur vertrekken we richting Weert.

Programma

Overzicht van het programma (tijden bij benadering):

07.45 uur: Vertrek vanuit Thorn, parkeerplaats sportpark Ter Koel, Ittervoorterweg 51
08.00 uur: Vertrek vanuit Swartbroek, Sint Corneliusplein (bij de kerk)
08.15 uur: Vertrek vanuit Weert, Kupers, Kelvinstraat 1, Kampershoek
09.30 uur: Aankomst in Overasselt; koffie en gebak in museum De Lage Hof
10.30 uur: Bustour met deskundige gidsen
12.30 uur: Lunch in museum De Lage Hof
13.30 uur: Vertrek met gids naar Grave
14.00 uur: Aankomst in het Kazemattenmuseum in Grave, aansluitend naar Het Graafs Museum.
Op eigen gelegenheid kan men dan de stad Grave bezoeken.
17.30 uur: Vertrek naar Weert
18.45 uur: Aankomst in Weert
19.00 uur: Aankomst in Swartbroek
19.15 uur: Aankomst Thorn

Deelname en kosten

Deelnemers die lid zijn van de GHK ‘Het Land van Thorn’, het LGOG of de Aldenborgh betalen een bedrag van € 60,00, niet-leden betalen € 70,00. In de deelnemersbijdrage zijn begrepen: de kosten van de bus, koffie met gebak, lunch, gidsen, entree musea en fooi voor de buschauffeur.

Museumkaarthouders krijgen de reductie bij de musea achteraf teruggestort. Neem dus uw Museumkaart mee.

De verschuldigde deelnemersbijdrage dient bij opgave van deelname gelijktijdig voldaan te worden door overschrijving op bankrekening NL31 RABO 01769 68334 ten name van Stichting de Aldenborgh.

Er zijn voor deze excursie slechts 50 plaatsen beschikbaar.  Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval vóór 21 juli a.s.

Indien u na aanmelding/betaling om de een af andere reden alsnog moet afzien van deelname en indien de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dient u zelf voor vervanging te zorgen. Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.

Aanmelding

De aanmelding voor deelname aan de excursie dient te geschieden op één adres en wel bij de secretaris van de Aldenborgh, de heer Paul Lammeretz, en wel via het e-mailadres: info@dealdenborgh.nl.

U vermeldt in uw aanmelding:

  • naam/namen van de deelnemer(s)
  • wel/geen lid GHKT, LGOG of vriend Aldenborgh
  • opstapplaats
  • eventuele dieetwensen

Deze excursie is georganiseerd door voorzitter Peter Korten. Voor meer informatie: 06-53284665.

 

 

 

 

Succesvolle start van Gluren bij de Buren in Altweerterheide

Dinsdagavond 4 juli vond de aftrap van de Cultuurhistorische zomer 2023 plaats in Altweerterheide. De belangstelling voor de geschiedenis van dit jongste en groenste kerkdorp van Weert was groot. De kerk was helemaal vol met bijna 250 bezoekers. Menig pastoor zou jaloers zijn op zo’n grote opkomst.

Na toespraken van Peter Korten, Ron Peeters van de organiserende dorpsraad Altweerterheide en de ‘burgemeester van Altweerterheide’, mr. Vlecken, volgde een rondleiding in groepen door en in de omgeving van het dorp. Op een aantal plaatsen vertelden deskundige en enthousiaste inleiders over de ontstaansgeschiedenis van Altweerterheide. Het gebied bestond eeuwenlang uit bos, hei en moeras. Pas begin 20ste eeuw werd begonnen met de ontginning van de woeste gronden. Na aankoop van de grond door kapitaalkrachtige lieden werd door arbeiders met schop en ploeg de ontginning ter hand genomen.

 

   

Een belangrijk persoon voor Altweerterheide was `Bolle Jan`, Jan Henderiks. Bolle Jan was een ondernemend persoon. Hij kocht eind 19de eeuw een lading bollen in een gezonken schip te Rotterdam, vermengde de bollen met graan en verkocht dat mengsel met flinke winst aan boeren. Mede met het geld dat hij daarmee verdiende, kocht hij bos en heidegrond in Altweerderheide. Na ontginning daarvan werden daarop boerderijen gebouwd. Nu resteren daarvan nog Klein Karelke, dat helaas in slechte staat verkeert, en Groot Karelke. Enthousiaste vrijwilligers zijn nu bezig het ´ bakkes` bij Klein Karelke opnieuw op te bouwen. Groot Karelke is al 100 jaren in het bezit van de familie Schram, die er vanaf het begin tot nu het veehouderijbedrijf heeft uitgeoefend.

 

Een ander onderwerp dat ter plaatse werd toegelicht waren de geschiedenis van café De Paol en het belang van dit etablissement voor de gemeenschap. Helaas is De Paol recent definitief gesloten. Ook de avonturen van Charles Scheefhals die voor de eerste wereldoorlog een groot warenhuis in Sint Petersburg in Rusland had met 1000 werknemers en wiens grafkelder zich op het kerkhof van Altweerterheide bevindt, kwamen aan bod.

In de kerk werd de geschiedenis van het merkwaardige Mariabeeld in de kerk uit de doeken gedaan. Naast de meer recent historie van het jonge Altweerterheide konden de deelnemers ook letterlijk een blik werpen op de aardlagen onder Altweerterheide zoals die zich in de loop van miljoenen jaren hebben gevormd.

 

De Dorpsraad van Altweerterheide en de talrijke bezoekers kunnen terugzien op een geslaagde avond met een gezellige nazit in de sporthal, mede dankzij de inzet en enthousiasme van vele vrijwilligers.

De volgende Gluren bij de buren is op 18 juli in Tongelro bij Bree.

Gluren bij de buren … in Altweerterheide – 4 juli 2023

Foto rechten-vrij o.v.v. Jos Hebben

De zeventiende jaargang van de Cultuurhistorische Zomer 2023 van geschied- en oudheidkundig genootschap De Aldenborgh start dit jaar met Gluren bij de buren … in Altweerterheide op dinsdagavond 4 juli 2023. Deelname is gratis. Na een korte historische inleiding in de kerk gaan we het jongste kerkdorp van Weert bezichtigen. Dit allemaal in samenwerking met de dorpsraad Altweerterheide.

Het dorp telde in 2022 ongeveer 1060 inwoners en heeft een oppervlakte van 3.000 hectare. Altweerterheide is vooral een agrarisch dorp. Het dorp dankt zijn naam aan het bos-, moeras- en heidegebied in het zuidwesten van Weert. Alt betekent oud, Weerter stamt af van de stad Weert en heide van de heidegronden; letterlijk vertaald is het dus Oudeweertseheide.

De ontginning van het gebied rond Altweerterheide is pas begonnen in het begin van de twintigste eeuw. Dit leidde tot de bouw van verschillende boerderijen in het gebied. In de nabijheid bestond een kapel uit 1723. Later ontstond er een echte woonkern met het houten kerkje uit 1925 als centraal punt. Tot aan de Tweede Wereldoorlog woonden er slechts enkele tientallen gezinnen in de kleine woonkern rond de parochiekerk.

Na de oorlog trokken veel jongeren uit het dorp weg om in de stad beter werk te zoeken. Dit zorgde voor een leegloop van het dorp. Na de oorlog werd er een grensovergang met België geopend en werd er een verharde weg aangelegd, de Bocholterweg. Hierdoor ontstond er een route van België naar Weert, waar veel Belgische arbeiders dankbaar gebruik van maakten. Maar ook veel Nederlanders, die werkten in de steenkoolmijnen in België, kozen vaak de weg door Altweerterheide. Nu is Altweerterheide vooral bekend als het groene hart van Weert stad in het groen. Met prachtige wandel- en fietsgebieden waarvan we deze avond een stukje van meekrijgen.

Tijdens gluren bij de buren zal er aandacht zijn voor de binnenlandse migranten en pioniers die naar Altweerterheide kwamen, de opbouw van het landschap, een bijzonder Russisch verhaal, de ontstaansgeschiedenis van De Paol en het Bakkes van Klein Karelke in combinatie met Bolle Jan.

Na afloop kan er in de kantine van Sportpark Op den Das nog nagepraat worden.

Aanvang: 19.00 uur

 

Verzamelpunt:

 

kerk H. Hart van Jezus

Bocholterweg 112

6006 TN Altweerterheide-Weert

 

Parkeersuggestie: Sportpark Op den Das
Bocholterweg 89
6006 TL Weert

In de kantine van Sportpark Op den Das
eindigt ook de avond.

 

Deelname: gratis

 

Programma Cultuurhistorische Zomer 2023

Hieronder staan alle activiteiten van de Cultuurhistorische Zomer 2023

 

 

Wanneer Wat

04-07-2023

Gluren bij de buren……Altweerterheide
18-07-2023 Gluren bij de buren……Tongerlo
27-07-2023 Dagtocht Heumen-Grave
01-08-2023 Gluren bij de buren……Swalmen
08-08-2023 Gluren bij de buren……Wessem
17-08-2023 Symposium Bocholt over de Zuid-Willemsvaart
22-08-2023 Gluren bij de buren……Hunsel

Een inbraak en diefstal in Weert in 1817 (van je familie moet je het hebben) – door Wil Filott

Inleiding

Diefstal is van alle tijden en culturen. Diefstal kan omschreven worden als het wegnemen van een goed van een ander met de bedoeling dat zich permanent toe te eigenen. Diefstal is schending van het eigendomsrecht. Op diefstal staat in alle rechtstelsels straf. In de Bijbel zijn in het Boek Exodus, 22, 1-4 straffen opgenomen voor diefstal van vee. In de Twaalftafelenwet, de oudst geschreven wetgeving van de Romeinen, werd onderscheid gemaakt tussen diefstal met of zonder betrappen op heterdaad. Het 7de gebod van de 10 geboden van de katholieke kerk luidt: ‘Gij zult niet stelen’.

De straffen op diefstal varieerden in diverse rechtstelsels van brandmerken, verbanning, hand afhakken, gevangenisstraf, boetes, werkstraffen tot de doodstraf. In het huidige Nederlands Wetboek van Strafrecht is in artikel 310 diefstal strafbaar gesteld met een maximumgevangenisstraf van vier jaren.

In de `Journal de la province de Limbourg` van 2 oktober 1817 wordt in een kort artikel in het Frans verslag gedaan van het strafproces tegen een dief en een heler uit Weert.[1] Ik geef de inhoud van de gebeurtenissen in mijn bewoordingen hierna weer. Ook vermeld ik enige gegevens van de bij deze zaak betrokken personen.

Een inbraak in Weert in 1817

In de nacht van donderdag 20 februari op vrijdag 21 februari 1817 werd er ingebroken in het huis van Jean François Vinkers, landbouwer, in Weert. Dat huis lag naar alle waarschijnlijkheid in de Beekpoort, een zogenaamde voorpoort, een gebied buiten de Beekpoort, waar de Bocholterbeek de stad binnenstroomde. Bij die inbraak werden een zilveren horloge met sleutel, een zilveren ketting, een zilveren stempel, twee paar zilveren gespen, zes hemden en 8 Franse kronen gestolen.

Als verdacht van die diefstal werd Jacques Luys uit Weert aangehouden. Hij had de gestolen goederen blijkbaar al van de hand gedaan, want er werd ook een zekere Albert Albers gearresteerd op verdenking van heling van de gestolen goederen. Beide heren werden vanwege deze verdenkingen voor het Hof van Assisen te Maastricht gedagvaard.[2] De zittingen van het Hof vonden plaats in het stadhuis van Maastricht. [3]

Stadhuis van Maastricht, waar de zittingen van het Hof van Assisen plaatsvonden

De zaak voor het Hof van Assisen van de provincie Limburg

Ongeveer zeven maanden na de inbraak diende op 29 september 1817 de rechtszaak tegen Jacques Luys en Albert Abers voor het Hof van Assisen te Maastricht. De berechting vond plaats volgens de Franse Code pénal.

 

Deze Code pénal was op 1 januari 1811 in het Franse keizerrijk, waartoe ook het bij decreet van 10 oktober 1795 bij Frankrijk ingelijfde Weert behoorde, in werking getreden. Na het vertrek in 1813 van de Franse troepen uit Nederland vaardigde Willem I, “Souverein Vorst der Vereenigde Nederlanden”, op 11 december 1813 een Besluit uit, “houdende bepalingen ten aanzien van de Lijfstraffelijk Regts-oefening in de Verënigde Nederlanden”: het zogenaamde “Gesel- en Worgbesluit”.[4] Daarin werd onder meer de Franse Code pénal ‘bij provisie’ gehandhaafd, “totdat daaromtrent nader zal zijn voorzien”. Dat `bij provisie` heeft lang geduurd. Wel werd er een vertaling van de Code pénal in het Nederlands vervaardigd: het Wetboek van Strafregt. De Code pénal bleef met wijzigingen tot 1886 in Nederland van kracht. Toen pas werd die overigens vaak gewijzigde code vervangen door het Nederlandse Wetboek van Strafrecht.   

 

Jacques Luys, 38 jaar, landbouwer en dagloner, geboren en wonend in Weert, werd beschuldigd in de nacht van 20 op 21 februari 1817 ingebroken te hebben in het huis van Jean Francois Vinkers, en daar een aantal zilveren voorwerpen en andere zaken frauduleus ontvreemd te hebben.

Albert Albers, 50 jaar, handelaar in kruidkoek en dagloner, geboren te Arnhem en wonend in Weert, werd beschuldigd van medeplichtigheid aan die diefstal door deze voorwerpen geheel of gedeeltelijk bewust geheeld te hebben. De gestolen voorwerpen bleken eigendom te zijn van een zekere Godfroid Vinkers.

De uitspraak van het Hof

Het Hof verklaarde beide heren schuldig aan de hen ten laste gelegde feiten. In principe stond volgens de Code pénal op heling dezelfde straf als op diefstal.  Het Hof maakte echter een aanmerkelijk onderscheid tussen de opgelegde straffen.

Jacques Luys werd wegens diefstal veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid[5] en openbare tentoonstelling aan de schandpaal.[6] Bij het bepalen van de strafmaat nam het Hof in aanmerking dat Jacques Luys in 1800 door la Cour de justice criminelle (het Hof van Strafrecht) van het Département de la Meuse wegens diefstal tot een gevangenisstraf was veroordeeld. Hij was later ook in `s Hertogenbosch veroordeeld, maar erin geslaagd te ontsnappen.[7] Hij was dus in het strafrechtelijk jargon een recidivist. Na zijn terugkeer in Weert was hij de schrik van de inwoners van die gemeente. Hij had geen bekende middelen van bestaan. Hoewel hij verdacht werd van verschillende diefstallen, durfden zijn medeburgers hem niet bij de autoriteiten aan te geven zoveel angst boezemde hij hen in.

Strafbepaling diefstal gedurende de nacht (artikel 384 van de Code pénal/Wetboek van strafregt)

 

Albert Albers daarentegen was nimmer opgepakt door Justitie, hoewel hij sinds enige tijd onder verdenking stond door zijn banden met Luys en andere ongunstig bekendstaande personen. Albert Albers werd door het Hof wegens heling veroordeeld tot 5 jaar opsluiting.

 

Strafbepaling heling (artikel 380 slotzin van de Code pénal/Wetboek van strafregt)

Ook werden Luys en Albers veroordeeld de gestolen zaken terug te geven en tot betaling van de door de staat gemaakte kosten.

In de ogen van een burger in de 21ste eeuw zijn de door het Hof van Assisen op grond van de Code pénal opgelegde straffen hoog. Het lijkt daarom nuttig enige aandacht te besteden aan ontwikkelingen in de rechtspraak in die tijd. In Weert werd eeuwenlang recht gesproken door de schepenen op basis van lokale en regionale rechtsregels. Daar kwam tijdens de Franse periode verandering in. In Weert gingen de Franse wetten, waaronder de Code pénal, gelden.

De Code pénal beoogde onder meer eenheid en continuïteit van het strafrecht in het hele Franse keizerrijk te bewerkstelligen. De code bevatte afschrikwekkende en intimiderende straffen. De straffen waren zwaar en wreed. De rol van de rechter was beperkt. De rechter had bij een straftoemeting de keuze tussen een in de wet vastgelegd maximum en een minimum; een in onze ogen rigide systeem. Misdrijven moesten volgens de Franse Code d` Instruction Criminelle (wetboek van strafvordering) worden berecht door een Hof van Assisen. Als misdrijven werden in de Code Pénal onder meer aangemerkt moord, doodslag, verkrachting, diefstal en mishandeling. Er werd geen onderscheid gemaakt in zwaarte en omstandigheden van een misdrijf. In het rigide karakter van de Code pénal was na het vertrek van de Fransen in het Gesel- en Worgbesluit van 1813 al wel een aantal veranderingen doorgevoerd. In het Gesel- en Worgbesluit was bijvoorbeeld in artikel 9 opgenomen dat de rechters in de keus van hun straffen “acht zullen geven op den aard der misdaad, den Persoon des misdadigers, en de verzwarende of mitigerende omstandigheden, bij de misdaad hebbende plaats gehad”. Ook was een aantal straffen vervangen, gewijzigd of gemitigeerd. Een voorbeeld daarvan is de vervanging van tentoonstelling aan de kaak. Het starre systeem van de Code pénal werd daardoor versoepeld.

Artikel 9 van het “Gesel- en Worgbesluit”
Hoewel de straffen voor de diefstal en de heling van goederen in onze ogen hoog lijken, heeft het Hof van Assisen te Maastricht niet anders gedaan dan de toen geldende Code pénal letterlijk toepassen. Het Hof kon gelet op de dwingende bepalingen van de wet ook niet anders. Men dient wel te bedenken dat de tenuitvoerlegging van de straffen ten gevolge van het Gesel- en Worgbesluit milder kon zijn. Waar de veroordeelden hun straf hebben ondergaan is mij niet bekend. Mogelijk is dat voor Luys het Tuchthuis van Vilvoorde.[8]

Wie waren de slachtoffers?[9]

De inbraak vond plaats bij Jean François Vinkers. Joannes Franciscus Vinkers is op 4 oktober 1770 te Weert gedoopt en op 11 december 1847 op 77-jarige leeftijd te Weert overleden. In de overlijdensakte is als zijn beroep landbouwer vermeld. Joannes Franciscus Vinkers was gehuwd met Joanna Catharina Huiken/Huijken/Heuken, geboren circa 1879 te Bocholt en op 60-jarige leeftijd op 31 januari 1840 overleden te Weert. Hij woonde ten tijde van zijn overlijden aan de Beekpoort te Weert. Als zijn beroep is landbouwer vermeld.

Overlijdensakte Joannes Franciscus Vinckers. Bron: register burgerlijke stand gemeente Weert

Het echtpaar Vinkers-Huiken woonde in de Beekpoort te Weert. Zij hebben voor zover mij bekend geen kinderen gekregen. De ouders van Joannes Franciscus Vinkers zijn Thomas Vinkers, gedoopt op 21 december 1742 te Weert en overleden op 17 april 1792 te Weert, en Joanna Maria Peeten, geboren circa 1740 en begraven op 14 december 1791 te Weert. Het echtpaar Vinkers-Peeten is op 21 januari 1770 kerkelijk getrouwd te Weert en heeft 10 kinderen gekregen.

De gestolen voorwerpen behoorden toe aan Godfroid Vinkers. Wie met deze Godefridus Vinkers wordt bedoeld is onzeker. In eerste instantie dacht ik aan een jongere broer van Joannes Franciscus Vinkers. Deze Godefridus Vinkers is op 11 augustus 1772 te Weert gedoopt.[10] Hij is echter op 7-jarige leeftijd op 25 september 1779 te Weert overleden en de volgende dag in Weert begraven ‘in ense kercke’. In de overlijdensmelding in het register van de Martinuskerk staat dat hij is overleden ‘aan de Beukport”, de Beekpoort. Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat deze reeds lang geleden op jonge leeftijd overleden Godefridus Vinkers de eigenaar van de gestolen voorwerpen zou zijn.

Overlijden Godefridus Vinckers, zoon van Thomas Vinckers en Joanna Maria Peeten . Bron: register Martinuskerk Weert

De eigenaar van de gestolen voorwerpen zou een andere Godefridus Vinckers kunnen zijn. Deze Godefridus Vinkers is geboren op 20 mei 1793 en gedoopt op 21 mei 1793 te Weert.

Doop Godefridus Vinckers op 21 mei 1793. Bron: register Martinuskerk Weert

Deze Godefridus Vinckers is priester geweest in Antwerpen. Dat blijkt onder meer uit de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels van 15-5-1844 van het Kadaster. Godefridus Vinckers wordt daarin vermeld als eigenaar van een een aantal onroerende goederen in Weert. Als zijn eigendom worden vermeld 2 percelen in Valenakker, een perceel in Hulderbemd, een akker in Altweert, bouwland in het Molenveld en een huis met tuin en erf in de Maasstraat.

Rood omrand: onroerend goed van Godefridus Vinckers, priester te Antwerpen, in de Maasstraat. Bron: Kadaster, Weert, 15-05-1844, oorspronkelijk aanwijzende tafels, NL/LI/WEE01/O0096

Het kan zijn dat deze Godfroid Vinkers tijdens zijn afwezigheid uit Weert de gestolen voorwerpen bij Jean François Vinkers, een familielid, had achtergelaten.

Deze Godefridus Vinckers is op 28 januari 1859 op 65-jarige leeftijd overleden te Altweert.

Overlijdensakte Godefridus Vinckers, Roomsch Catholijk Priester. Bron: register burgerlijke stand gemeente Weert

Wie waren de veroordeelden?

De heler van de gestolen voorwerpen was Albert Albers. Het heeft moeite gekost om deze persoon te traceren, omdat in diverse bronnen een andere voornaam is vermeld. Hij is op 5 mei 1795 te Weert gehuwd met Anne Marie (Joanna Maria) Gijsen/Giesen, gedoopt 6 juni 1760 te Weert en op 72-jarige leeftijd op 18 februari 1833 te Weert overleden. In de huwelijksakte is als voornaam van Albers Bernardus vermeld, evenals bij het overlijden van Anna Marie Gijsen. Volgens de huwelijksakte zou hij geboren zijn in ‘Zaerdate’ (?). Volgens een andere bron zou hij op 21 december 1766 te Arnhem gedoopt zijn.

Huwelijksakte Bernardus (Albert) Albers en Anna Maria Giesen. Bron: register Martinuskerk Weert

Bij de doop van een zoon van Albers en Giesen, Wulhelmus, op 7 maart 1796 wordt als voornaam van Albers Lambertus vermeld.

In de geboorteakte van Marie Albers, dochter van Albert Albers en Marie Giesen, van 5 Thermidor l`an 6 (23 juli 1798) wordt als zijn voornaam Albert vermeld.[11] Het echtpaar woonde op de ‘Hoogensteenweg’.  De voornaam Albert wordt ook vermeld in de geboorteakte van Anne Albers, 3 Frimaire l`an 9 (24 november 1800).  Dat is ook het geval in de geboorteakte van Henry Guillaume Hubert Albers, van 15 februari 1815. Het echtpaar woonde toen aan de ‘uijlenmerckt’.

Als zijn beroep wordt dagloner vermeld. Hij was de schrijfkunst niet machtig.

Geboorteaangifte Marie Albers. Bron: register burgerlijke stand gemeente Weert

Het echtpaar Albers-Giesen heeft voor zover mij bekend vijf kinderen gekregen. Ik heb geen overlijdensdatum en- plaats van Albert/Lambertus/Bernardus Albers gevonden.

De dief was Jacques Luys. Jacobus Luys is op 26 januari 1777 geboren te Weert en op 52-jarige leeftijd overleden op 13 februari 1829 te Weert. Hij is op 30 maart 1799 gehuwd met Jeanne (Joanna) Vinckers, geboren 23 december 1776 te Weert en op 4 februari 1841 overleden en te Weert. Jeanne Vinckers is een dochter van Thomas Vinkers en Joanna Maria Peeten en dus een zus van Jean François Vinckers. Jacques Luys had dus ingebroken in het huis van zijn zwager Jean François Vinckers. Dat verklaart de ondertitel van de aanhef van dit artikel.

Het echtpaar Luys-Vinckers heeft 5 kinderen gekregen. Bij het huwelijk van zoon Joannes met Petronella van Mol op 5 maart 1825 is vermeld dat Joanna Vinkers dagloonster was en dat Jacobus Luijs zonder beroep was. Gelet op de hem opgelegde straf zal hij niet bij dat huwelijk aanwezig zijn geweest.

 

Geografische aanduidingen, vermeld in het artikel, aangegeven op de Ferrariskaart 1777. Bron: www.kbr.be/en/the-ferraris-map.

1 Beekpoort, 2 Hogensteenweg, 3 Uijlenmerckt, 4 Maasstraat.

Resumé

In dit artikel heb ik de inbraak in 1817 in de woning van Jean François Vinkers in Weert en de diefstal van onder meer een aantal zilveren voorwerpen beschreven. De dief en de heler zijn door het Hof van Assisen te Maastricht tot 10 jaar dwangarbeid resp. vijf jaar opsluiting veroordeeld. De dief, Jacques Luys, bleek een zwager van Jean François Vinkers te zijn.

Bronnen

[1] De “Journal de la province de Limbourg” was een Franstalige krant die van 1816 tot 1829 te Maastricht verscheen.
[2] Een Hof van Assisen oordeelde over personen die verdacht werden van het plegen van een ernstig misdrijf. Hoven van Assisen waren in Frankrijk in 1791 ingesteld. Tijdens de Franse inlijving werd deze rechtsinstelling ook in het huidige België en Nederland ingevoerd. Een Hof van Assisen bestond uit vijf raadsheren. De in de Franse tijd bij het Hof van Assisen ingevoerde juryrechtspraak was in Nederland al op 11 december 1813 afgeschaft in artikel 16 van het besluit “houdende bepalingen ten aanzien van de Lijfstraffelijk Regts-oefening in de Verënigde Nederlanden”: het zogenaamde Gesel- en Worgbesluit. Het Hof van Assisen bleef in Limburg in stand zowel tijdens het (Verenigd) Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) als tijdens de Belgische periode (1830-1839). Bij de opheffing per 1 januari 1842 van de uitzonderingstoestand in de Nederlands provincie Limburg werd het Hof opgeheven.

[3] Ik gebruik in dit artikel verschillende schrijfwijzen van de namen omdat die ook in documenten en bronnen verschillend kunnen zijn.
[4] Het Gesel- en Worgbesluit heeft zijn benaming te danken aan de volgende bepaling (artikel 7) in het besluit: “De straf van altoosdurende dwang-arbeid (travaux forcés à perpétuité) …wordt gesubstitueerd (vervangen) door de straf van geeseling, met de strop om den hals, aan de galg vastgemaakt…”. De straf “met de strop om de hals aan de galg vastgemaakt” stond symbool voor de doodstraf door worgen.

[5] In het vonnis staat conform de tekst in de Code pénal “dix années de travaux forcés” (tien jaar dwangarbeid). Ingevolge het Gesel- en Worgbesluit werd die straf omgezet in tien jaar tuchthuisstraf.

[6] De tekst van de veroordeling is “l`exposition publique au carcan” (openbare tentoonstelling aan de kaak). De kaak is een schandpaal, waaraan de veroordeelde zodanig werd bevestigd dat hij zich niet of nauwelijks kon bewegen. Boven het hoofd van de veroordeelde werd een bord geplaatst worden waarop met grote en leesbare letters zijn naam, beroep, woonplaats, misdaad en straf werd vermeld. Het aan de kaak stellen had een dubbele functie. Op de eerste plaats was het de bedoeling dat de veroordeelde publiekelijk werd vernederd en te schand gezet. Het publiek kon de veroordeelde beschimpen of op een andere wijze van zijn afkeer doen blijken. Op de tweede plaats moest er ook een afschrikwekkende werking voor de burgers van uit gaan om zich aan de wet te houden. In het Gesel- en Worgbesluit werd de schandpaal afgeschaft en bleef de publieke tentoonstelling op het schavot als straf over.

[7] `s Hertogenbosch behoorde van 1795 tot 1806 bij de Bataafsche Republiek en van 1806 tot 1809 tot het Koninkrijk Holland, en was vanuit Weert gezien buitenland. In 1809 werd het Koninkrijk Holland ook bij Frankrijk ingelijfd.

[8] In Vilvoorde was eind 18de eeuw een grote ’moderne’ gevangenis gebouwd. Deze heeft als zodanig ook dienst gedaan tijdens de periode 1815-1830, de tijd waarin België en Nederland het Koninkrijk der Nederlanden vormden. Een inwoner van Thorn, die in 1822 wegens moord op zijn echtgenote tot een langdurige tuchthuisstraf was veroordeeld, heeft die straf ondergaan in de gevangenis van Vilvoorde, waar hij overigens ook gestorven is. Bronnen: “Een echtelijk drama in Thorn in 1822”, Wil Filott, De Kroetwès, jaargang 28, nr. 3, september 2020, en “Het echtelijk drama in Thorn in 1822 en de Langemolenstraete te Vilvoorde”, Thieu Wieërs, De Kroetwès, jaargang 29, nr. 2, augustus 2021.De Kroetwès is het verenigingsblad van de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn”.

[9] De gegevens van de slachtoffers en de veroordeelden heb ik bij elkaar “gesprokkeld” via diverse genealogische sites op het internet.

[10] In de doopakte van Godefridus Vinckers staat: “11 in suburbia torrentis natus eadem baptizatus est Godefridus filius legitimus Thomas Vinckers et Joanna Maria Peeten”. Met “in suburbia torrentis” wordt een plek aangeduid. Het woord “torrentis” intrigeerde mij. In het Latijn betekent het: bruisend, woelig, snel stromend, onstuimig”. Ik kan me slecht voorstellen dat aan ”torrentis” in combinatie met “suburbia” een dergelijke betekenis zou moeten worden toegekend. Mijn vermoeden is dat “torrentis” een verwijzing is naar stromend water. Dan zou de combinatie ”in suburbia torrentis” kunnen betekenen “in de buitenwijk bij de beek”: de Beekpoort. De vertaling luidt dan: “op 11 (augustus) is in de Beekpoort geboren en op dezelfde dag gedoopt Godefridus, wettige zoon van Thomas Vinckers en Joanna Maria Peeten”. De omschrijving “in suburbia torrentis” komt ook voor in de doopakte van Joannes Franciscus Vinckers.

[11]  In Frankrijk was in 1795 een nieuwe tijdrekening (kalender) ingevoerd. In die tijdrekening werd een jaar verdeeld in 12 maanden van elk 30 dagen (aangevuld met 5 extra dagen). De maanden werden genoemd naar een in een maand voorkomend overheersend weertype of oogst. Voorbeelden: Nivôse: sneeuwmaand, december; Fructose: fruitmaand, augustus; Germinal: kiemmaand, maart. Een maand werd verdeeld in 3 tijdvakken (décades) van 10 dagen. Een dag telde 10 uren en een uur 100 minuten. Deze tijdrekening werd per 1 januari 1806 weer afgeschaft. Men keerde vanaf die datum weer terug naar de Gregoriaanse kalender.