Gluren bij de buren … in Swalmen – 1 augustus 2023

Wist u dat de eerste auto van Nederlands fabricaat uit Swalmen komt en geproduceerd werd door een bedrijf dat dit jaar 150 jaar bestaat Op dinsdag 1 augustus starten we met een bezoek aan Swalmen in de succesvolle reeks Gluren bij de buren.

Swalmen ligt op de oostoever van de Maas, dicht tegen de grens met Duitsland. Het riviertje de Swalm meandert van daaruit door een gevarieerd landschap richting Maas. In het Limburgs Zjwame, was tot 2007 met de kerkdorpen Boukoul en Asselt een zelfstandige gemeente. In dat jaar raakte het zijn zelfstandigheid kwijt en werd deze plaats bij een gemeentelijke herindeling toegevoegd aan Roermond.

Swalmen is een etappeplaats in de bekende Pieterpad route. Bij wandelaars en recreanten in trek vanwege zijn uitgestrekte natuurgebieden en talrijke monumenten. Wat dit laatste betreft noemen we bijvoorbeeld de Grafheuvels uit de Bronstijd, de Romeinse weg, de monumentale juweeltjes zoals de grote carré-boerderijen en het beschermd dorpsgezicht Asselt. Maar ook het schitterend gelegen kasteel Hillenraad in Boukoul.

Programma

Na een welkom in de kerk, nemen de gidsen u mee op een reis door de tijd en vertellen ze op vijf plaatsen telkens 10 minuten over de geschiedenis van een markant punt. Daarna draaien we, volgens het carrouselmodel, door naar het volgende punt.

Aan bod komen:

  • de R.K. St.Lambertuskerk
  • de watermolen
  • de Swalmbrug, (zie foto)
  • het Mathieu Cordangpark met omgeving,
  • en het dokter Crasbornplein

In 16e eeuw wordt al melding gemaakt van de Swalmbrug met daarop een standbeeld van de H. Nepomucenus. En dan wilt u natuurlijk weten waarom er een beeld van deze heilige uit Bohemen op deze historische brug werd geplaatst. We gaan het u vertellen! Kom luisteren en verbaas u. Van harte welkom in Zjwame!

Praktische informatie

Wanneer: dinsdag 1 augustus
Aanvang: 19.00 uur
Startlocatie: in de St. Lambertuskerk aan de Markt in Swalmen. De kerk is vanaf de richting Roermond goed te zien.
Deelname: gratis

Gluren bij de buren … in Tongerlo – Bree 18 juli

Tongerlo is het enige kerkdorp van Groot-Bree, waarvan de dorpskern aan de oostzijde van de Zuid-Willemsvaart ligt.Dit kanaal, aangelegd in 1826, vormt aan de westkant de scheiding met Opitter. Het jaagpad langs het kanaal is geïntegreerd in het fietsroutenetwerk en uitspanning ‘De Kieper’ met terras biedt gelegenheid voor een aangename verpozing.

Tongerlo was op kerkelijk gebied een filiaal van Elen, dat oorspronkelijk tot het patrimonium van Sint Adelardus, neef van Karel de Grote, behoorde. Bij zijn dood in circa 826 ging zijn erfenis naar de benedictijnenabdij van Corbie (Picardië, Frankrijk). De graven Van Loon hadden de voogdij over de goederen van Corbie in deze streken. Zeker sinds de 13de -14de eeuw behoorde Tongerlo echter tot het domein van de graven Van Loon, dat in 1366 overging in de handen van de prins-bisschop van Luik. Op juridisch gebied viel Tongerlo onder de bevoegdheid van de schepenbank van het naburige Opitter, die Loons recht sprak en in beroep ging van het Oppergerecht van Vliermaal. De schepenbank zetelde beurtelings in Opitter en in Tongerlo.

Bezienswaardigheden

De gotische Sint-Pieterskerk uit de 15de en 16e eeuw werd op de fundamenten van een Romaanse kerk gebouwd. Een gedeelte is bewaard gebleven in de muren van het koor. Aan het einde van de 18de eeuw werd de kerk verbouwd. De toren werd gerestaureerd in 1868, de kerk in 1898 en in 1980 werd het geheel opnieuw volledig gerestaureerd. In het interieur is vooral het beeld van Maria met kind op de maansikkel belangrijk, een gesigneerd werk van Jan van Steffenweert.

Als beekdalzetting langs de oever van de Itterbeek zijn de twee resterende watermolens: de Keyartmolen (1139) en de Galdermansmolen (1633) vermeldingswaard. De eerste is van het onderslagtype, later vervangen door een turbine. De tweede werd gebouwd als oliemolen.

In Tongerlo staat ook het geboortehuis (einde Kerkhofstraat) van de romanschrijver Jaak Langens, de schepper van Rosse Lei. Deze figuur was een guitige kerel, die met zijn streken Tongerlo en omgeving in de ban hield. Een gedenksteen in de gevel verwijst naar de schrijver, die in 1892 in Tongerlo geboren werd. Jaak Langens overleed in 1965 in Merksem. Zijn meest bekende boek zijn ‘Rosse lei’, ‘Een leeuw uit de Kempen’ en ‘De kermis van tante Catho’. Merkwaardig is dat deze kleine gemeenschap meer schrijver kende: Jan Mathijs Ballings, Martinus Ballings, de erg omstreden Jaak Boonen, Lambert Engelen (borstbeeld aan de kerk) en Martinus Stoffels. Onderwijzer Jozef Theuwissen steunde dit literaire talent door samen met pastoor Steyvers een vrije bibliotheek op te richten, die later zou uitgroeien tot een modelbibliotheek onder de naam ‘Het Flambeeuwke’, nu het onderkomen van de Geschied- en heemkundekring Groot-Bree.

Praktische informatie

Aanvang: 19.00 uur
Locatie: Sint-Pieterskerk, Dorpsstraat 10 in Tongerlo
Parkeersuggesties: vrij parkeren op het dorpsplein en de parking achter de sporthal De Bongerd, Bosstraat 15 in Tongerlo
Deelname: gratis

Excursie naar Overasselt, Nederasselt en Grave – 27 juli

Na ons zeer geslaagde reis naar Turnhout en Eersel zijn wij blij u weer een nieuwe excursie te kunnen presenteren, donderdag 27 juli a.s. naar Overasselt, Nederasselt en Grave.

Overasselt en Nederasselt

Ons lid Joerie Minses (Weert, 1980), burgemeester van Heumen, waartoe Overasselt en Nederasselt behoren, zal ons verwelkomen in museum De Lage Hof in Overasselt.

Burgemeester Minses en mevrouw Mengde bij de presentatie van een nieuw cahier in de erfgoedreeks van het Erfgoedplatform Gemeente Heumen.
Burgemeester Minses en mevrouw Mengde bij de presentatie van een nieuw cahier in de erfgoedreeks van het Erfgoedplatform Gemeente Heumen.

Mevrouw Annette Mengde, voorzitter van het Erfgoed Platform Heumen, zal vervolgens een inleiding houden over de geschiedenis van met name Overasselt, met als sluitstuk de Tweede Wereldoorlog. Aansluitend worden er filmbeelden getoond ter introductie op een rondrit met als thema de Tweede Wereldoorlog. Met onze gids Hans van Lanen gaan we naar Heumen waar we te horen krijgen wat er zich afspeelde tijdens de Tweede Wereldoorlog tussen de twee bruggen van Heumen en Grave. Eef van Hout, historisch onderzoeker, zal ons daar nog meer vertellen.

Luchtlanding in Overasselt, zondag 17 september 1944.

Daarna vervolgen we de bustour, onder andere langs de zogenoemde “Glider” opstelplaats. Op zondag 17 september 1944 vond in het kader van de bevrijdingsoperatie Market Garden in Overasselt en Nederasselt een van de grootste luchtlandingsoperaties aller tijden plaats. In de weilanden ten noorden van beide kerkdorpen landde toen het 504de Parachutisten Infanterie Regiment.

 

 

Na een lunch in agrarisch museum Lage Hof gaan we met de gids in de bus richting Grave langs Kroonwerk Coehoorn (1702) met een blik op Grave.

Agrarisch museum Lage Hof.

Grave

Daarna bezoeken we het Graafs Kazemattenmuseum. Hier begint de Peel-Raamstelling, een Nederlandse verdedigingslinie tussen Grave en de Belgisch-Nederlandse grens bij Lozen-Weert. Deze verdedigingslinie, die in 1939 werd aangelegd, is al op 10 mei 1940, de eerste oorlogsdag, gevallen. Aansluitend bezoeken we het Graafs Museum.

De uit 1688 stammende stadspoort Hampoort en de plattegrond uit 1649 van Grave van J. Blaeu.

Na het museumbezoek is er nog vrije tijd om een kijkje te nemen in de historische vestingstad Grave. Om 17.30 uur vertrekken we richting Weert.

Programma

Overzicht van het programma (tijden bij benadering):

07.45 uur: Vertrek vanuit Thorn, parkeerplaats sportpark Ter Koel, Ittervoorterweg 51
08.00 uur: Vertrek vanuit Swartbroek, Sint Corneliusplein (bij de kerk)
08.15 uur: Vertrek vanuit Weert, Kupers, Kelvinstraat 1, Kampershoek
09.30 uur: Aankomst in Overasselt; koffie en gebak in museum De Lage Hof
10.30 uur: Bustour met deskundige gidsen
12.30 uur: Lunch in museum De Lage Hof
13.30 uur: Vertrek met gids naar Grave
14.00 uur: Aankomst in het Kazemattenmuseum in Grave, aansluitend naar Het Graafs Museum.
Op eigen gelegenheid kan men dan de stad Grave bezoeken.
17.30 uur: Vertrek naar Weert
18.45 uur: Aankomst in Weert
19.00 uur: Aankomst in Swartbroek
19.15 uur: Aankomst Thorn

Deelname en kosten

Deelnemers die lid zijn van de GHK ‘Het Land van Thorn’, het LGOG of de Aldenborgh betalen een bedrag van € 60,00, niet-leden betalen € 70,00. In de deelnemersbijdrage zijn begrepen: de kosten van de bus, koffie met gebak, lunch, gidsen, entree musea en fooi voor de buschauffeur.

Museumkaarthouders krijgen de reductie bij de musea achteraf teruggestort. Neem dus uw Museumkaart mee.

De verschuldigde deelnemersbijdrage dient bij opgave van deelname gelijktijdig voldaan te worden door overschrijving op bankrekening NL31 RABO 01769 68334 ten name van Stichting de Aldenborgh.

Er zijn voor deze excursie slechts 50 plaatsen beschikbaar.  Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval vóór 21 juli a.s.

Indien u na aanmelding/betaling om de een af andere reden alsnog moet afzien van deelname en indien de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dient u zelf voor vervanging te zorgen. Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.

Aanmelding

De aanmelding voor deelname aan de excursie dient te geschieden op één adres en wel bij de secretaris van de Aldenborgh, de heer Paul Lammeretz, en wel via het e-mailadres: info@dealdenborgh.nl.

U vermeldt in uw aanmelding:

  • naam/namen van de deelnemer(s)
  • wel/geen lid GHKT, LGOG of vriend Aldenborgh
  • opstapplaats
  • eventuele dieetwensen

Deze excursie is georganiseerd door voorzitter Peter Korten. Voor meer informatie: 06-53284665.

 

 

 

 

Succesvolle start van Gluren bij de Buren in Altweerterheide

Dinsdagavond 4 juli vond de aftrap van de Cultuurhistorische zomer 2023 plaats in Altweerterheide. De belangstelling voor de geschiedenis van dit jongste en groenste kerkdorp van Weert was groot. De kerk was helemaal vol met bijna 250 bezoekers. Menig pastoor zou jaloers zijn op zo’n grote opkomst.

Na toespraken van Peter Korten, Ron Peeters van de organiserende dorpsraad Altweerterheide en de ‘burgemeester van Altweerterheide’, mr. Vlecken, volgde een rondleiding in groepen door en in de omgeving van het dorp. Op een aantal plaatsen vertelden deskundige en enthousiaste inleiders over de ontstaansgeschiedenis van Altweerterheide. Het gebied bestond eeuwenlang uit bos, hei en moeras. Pas begin 20ste eeuw werd begonnen met de ontginning van de woeste gronden. Na aankoop van de grond door kapitaalkrachtige lieden werd door arbeiders met schop en ploeg de ontginning ter hand genomen.

 

   

Een belangrijk persoon voor Altweerterheide was `Bolle Jan`, Jan Henderiks. Bolle Jan was een ondernemend persoon. Hij kocht eind 19de eeuw een lading bollen in een gezonken schip te Rotterdam, vermengde de bollen met graan en verkocht dat mengsel met flinke winst aan boeren. Mede met het geld dat hij daarmee verdiende, kocht hij bos en heidegrond in Altweerderheide. Na ontginning daarvan werden daarop boerderijen gebouwd. Nu resteren daarvan nog Klein Karelke, dat helaas in slechte staat verkeert, en Groot Karelke. Enthousiaste vrijwilligers zijn nu bezig het ´ bakkes` bij Klein Karelke opnieuw op te bouwen. Groot Karelke is al 100 jaren in het bezit van de familie Schram, die er vanaf het begin tot nu het veehouderijbedrijf heeft uitgeoefend.

 

Een ander onderwerp dat ter plaatse werd toegelicht waren de geschiedenis van café De Paol en het belang van dit etablissement voor de gemeenschap. Helaas is De Paol recent definitief gesloten. Ook de avonturen van Charles Scheefhals die voor de eerste wereldoorlog een groot warenhuis in Sint Petersburg in Rusland had met 1000 werknemers en wiens grafkelder zich op het kerkhof van Altweerterheide bevindt, kwamen aan bod.

In de kerk werd de geschiedenis van het merkwaardige Mariabeeld in de kerk uit de doeken gedaan. Naast de meer recent historie van het jonge Altweerterheide konden de deelnemers ook letterlijk een blik werpen op de aardlagen onder Altweerterheide zoals die zich in de loop van miljoenen jaren hebben gevormd.

 

De Dorpsraad van Altweerterheide en de talrijke bezoekers kunnen terugzien op een geslaagde avond met een gezellige nazit in de sporthal, mede dankzij de inzet en enthousiasme van vele vrijwilligers.

De volgende Gluren bij de buren is op 18 juli in Tongelro bij Bree.

Gluren bij de buren … in Altweerterheide – 4 juli 2023

Foto rechten-vrij o.v.v. Jos Hebben

De zeventiende jaargang van de Cultuurhistorische Zomer 2023 van geschied- en oudheidkundig genootschap De Aldenborgh start dit jaar met Gluren bij de buren … in Altweerterheide op dinsdagavond 4 juli 2023. Deelname is gratis. Na een korte historische inleiding in de kerk gaan we het jongste kerkdorp van Weert bezichtigen. Dit allemaal in samenwerking met de dorpsraad Altweerterheide.

Het dorp telde in 2022 ongeveer 1060 inwoners en heeft een oppervlakte van 3.000 hectare. Altweerterheide is vooral een agrarisch dorp. Het dorp dankt zijn naam aan het bos-, moeras- en heidegebied in het zuidwesten van Weert. Alt betekent oud, Weerter stamt af van de stad Weert en heide van de heidegronden; letterlijk vertaald is het dus Oudeweertseheide.

De ontginning van het gebied rond Altweerterheide is pas begonnen in het begin van de twintigste eeuw. Dit leidde tot de bouw van verschillende boerderijen in het gebied. In de nabijheid bestond een kapel uit 1723. Later ontstond er een echte woonkern met het houten kerkje uit 1925 als centraal punt. Tot aan de Tweede Wereldoorlog woonden er slechts enkele tientallen gezinnen in de kleine woonkern rond de parochiekerk.

Na de oorlog trokken veel jongeren uit het dorp weg om in de stad beter werk te zoeken. Dit zorgde voor een leegloop van het dorp. Na de oorlog werd er een grensovergang met België geopend en werd er een verharde weg aangelegd, de Bocholterweg. Hierdoor ontstond er een route van België naar Weert, waar veel Belgische arbeiders dankbaar gebruik van maakten. Maar ook veel Nederlanders, die werkten in de steenkoolmijnen in België, kozen vaak de weg door Altweerterheide. Nu is Altweerterheide vooral bekend als het groene hart van Weert stad in het groen. Met prachtige wandel- en fietsgebieden waarvan we deze avond een stukje van meekrijgen.

Tijdens gluren bij de buren zal er aandacht zijn voor de binnenlandse migranten en pioniers die naar Altweerterheide kwamen, de opbouw van het landschap, een bijzonder Russisch verhaal, de ontstaansgeschiedenis van De Paol en het Bakkes van Klein Karelke in combinatie met Bolle Jan.

Na afloop kan er in de kantine van Sportpark Op den Das nog nagepraat worden.

Aanvang: 19.00 uur

 

Verzamelpunt:

 

kerk H. Hart van Jezus

Bocholterweg 112

6006 TN Altweerterheide-Weert

 

Parkeersuggestie: Sportpark Op den Das
Bocholterweg 89
6006 TL Weert

In de kantine van Sportpark Op den Das
eindigt ook de avond.

 

Deelname: gratis

 

Programma Cultuurhistorische Zomer 2023

Hieronder staan alle activiteiten van de Cultuurhistorische Zomer 2023

 

 

Wanneer Wat

04-07-2023

Gluren bij de buren……Altweerterheide
18-07-2023 Gluren bij de buren……Tongerlo
27-07-2023 Dagtocht Heumen-Grave
01-08-2023 Gluren bij de buren……Swalmen
08-08-2023 Gluren bij de buren……Wessem
17-08-2023 Symposium Bocholt over de Zuid-Willemsvaart
22-08-2023 Gluren bij de buren……Hunsel

Een inbraak en diefstal in Weert in 1817 (van je familie moet je het hebben) – door Wil Filott

Inleiding

Diefstal is van alle tijden en culturen. Diefstal kan omschreven worden als het wegnemen van een goed van een ander met de bedoeling dat zich permanent toe te eigenen. Diefstal is schending van het eigendomsrecht. Op diefstal staat in alle rechtstelsels straf. In de Bijbel zijn in het Boek Exodus, 22, 1-4 straffen opgenomen voor diefstal van vee. In de Twaalftafelenwet, de oudst geschreven wetgeving van de Romeinen, werd onderscheid gemaakt tussen diefstal met of zonder betrappen op heterdaad. Het 7de gebod van de 10 geboden van de katholieke kerk luidt: ‘Gij zult niet stelen’.

De straffen op diefstal varieerden in diverse rechtstelsels van brandmerken, verbanning, hand afhakken, gevangenisstraf, boetes, werkstraffen tot de doodstraf. In het huidige Nederlands Wetboek van Strafrecht is in artikel 310 diefstal strafbaar gesteld met een maximumgevangenisstraf van vier jaren.

In de `Journal de la province de Limbourg` van 2 oktober 1817 wordt in een kort artikel in het Frans verslag gedaan van het strafproces tegen een dief en een heler uit Weert.[1] Ik geef de inhoud van de gebeurtenissen in mijn bewoordingen hierna weer. Ook vermeld ik enige gegevens van de bij deze zaak betrokken personen.

Een inbraak in Weert in 1817

In de nacht van donderdag 20 februari op vrijdag 21 februari 1817 werd er ingebroken in het huis van Jean François Vinkers, landbouwer, in Weert. Dat huis lag naar alle waarschijnlijkheid in de Beekpoort, een zogenaamde voorpoort, een gebied buiten de Beekpoort, waar de Bocholterbeek de stad binnenstroomde. Bij die inbraak werden een zilveren horloge met sleutel, een zilveren ketting, een zilveren stempel, twee paar zilveren gespen, zes hemden en 8 Franse kronen gestolen.

Als verdacht van die diefstal werd Jacques Luys uit Weert aangehouden. Hij had de gestolen goederen blijkbaar al van de hand gedaan, want er werd ook een zekere Albert Albers gearresteerd op verdenking van heling van de gestolen goederen. Beide heren werden vanwege deze verdenkingen voor het Hof van Assisen te Maastricht gedagvaard.[2] De zittingen van het Hof vonden plaats in het stadhuis van Maastricht. [3]

Stadhuis van Maastricht, waar de zittingen van het Hof van Assisen plaatsvonden

De zaak voor het Hof van Assisen van de provincie Limburg

Ongeveer zeven maanden na de inbraak diende op 29 september 1817 de rechtszaak tegen Jacques Luys en Albert Abers voor het Hof van Assisen te Maastricht. De berechting vond plaats volgens de Franse Code pénal.

 

Deze Code pénal was op 1 januari 1811 in het Franse keizerrijk, waartoe ook het bij decreet van 10 oktober 1795 bij Frankrijk ingelijfde Weert behoorde, in werking getreden. Na het vertrek in 1813 van de Franse troepen uit Nederland vaardigde Willem I, “Souverein Vorst der Vereenigde Nederlanden”, op 11 december 1813 een Besluit uit, “houdende bepalingen ten aanzien van de Lijfstraffelijk Regts-oefening in de Verënigde Nederlanden”: het zogenaamde “Gesel- en Worgbesluit”.[4] Daarin werd onder meer de Franse Code pénal ‘bij provisie’ gehandhaafd, “totdat daaromtrent nader zal zijn voorzien”. Dat `bij provisie` heeft lang geduurd. Wel werd er een vertaling van de Code pénal in het Nederlands vervaardigd: het Wetboek van Strafregt. De Code pénal bleef met wijzigingen tot 1886 in Nederland van kracht. Toen pas werd die overigens vaak gewijzigde code vervangen door het Nederlandse Wetboek van Strafrecht.   

 

Jacques Luys, 38 jaar, landbouwer en dagloner, geboren en wonend in Weert, werd beschuldigd in de nacht van 20 op 21 februari 1817 ingebroken te hebben in het huis van Jean Francois Vinkers, en daar een aantal zilveren voorwerpen en andere zaken frauduleus ontvreemd te hebben.

Albert Albers, 50 jaar, handelaar in kruidkoek en dagloner, geboren te Arnhem en wonend in Weert, werd beschuldigd van medeplichtigheid aan die diefstal door deze voorwerpen geheel of gedeeltelijk bewust geheeld te hebben. De gestolen voorwerpen bleken eigendom te zijn van een zekere Godfroid Vinkers.

De uitspraak van het Hof

Het Hof verklaarde beide heren schuldig aan de hen ten laste gelegde feiten. In principe stond volgens de Code pénal op heling dezelfde straf als op diefstal.  Het Hof maakte echter een aanmerkelijk onderscheid tussen de opgelegde straffen.

Jacques Luys werd wegens diefstal veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid[5] en openbare tentoonstelling aan de schandpaal.[6] Bij het bepalen van de strafmaat nam het Hof in aanmerking dat Jacques Luys in 1800 door la Cour de justice criminelle (het Hof van Strafrecht) van het Département de la Meuse wegens diefstal tot een gevangenisstraf was veroordeeld. Hij was later ook in `s Hertogenbosch veroordeeld, maar erin geslaagd te ontsnappen.[7] Hij was dus in het strafrechtelijk jargon een recidivist. Na zijn terugkeer in Weert was hij de schrik van de inwoners van die gemeente. Hij had geen bekende middelen van bestaan. Hoewel hij verdacht werd van verschillende diefstallen, durfden zijn medeburgers hem niet bij de autoriteiten aan te geven zoveel angst boezemde hij hen in.

Strafbepaling diefstal gedurende de nacht (artikel 384 van de Code pénal/Wetboek van strafregt)

 

Albert Albers daarentegen was nimmer opgepakt door Justitie, hoewel hij sinds enige tijd onder verdenking stond door zijn banden met Luys en andere ongunstig bekendstaande personen. Albert Albers werd door het Hof wegens heling veroordeeld tot 5 jaar opsluiting.

 

Strafbepaling heling (artikel 380 slotzin van de Code pénal/Wetboek van strafregt)

Ook werden Luys en Albers veroordeeld de gestolen zaken terug te geven en tot betaling van de door de staat gemaakte kosten.

In de ogen van een burger in de 21ste eeuw zijn de door het Hof van Assisen op grond van de Code pénal opgelegde straffen hoog. Het lijkt daarom nuttig enige aandacht te besteden aan ontwikkelingen in de rechtspraak in die tijd. In Weert werd eeuwenlang recht gesproken door de schepenen op basis van lokale en regionale rechtsregels. Daar kwam tijdens de Franse periode verandering in. In Weert gingen de Franse wetten, waaronder de Code pénal, gelden.

De Code pénal beoogde onder meer eenheid en continuïteit van het strafrecht in het hele Franse keizerrijk te bewerkstelligen. De code bevatte afschrikwekkende en intimiderende straffen. De straffen waren zwaar en wreed. De rol van de rechter was beperkt. De rechter had bij een straftoemeting de keuze tussen een in de wet vastgelegd maximum en een minimum; een in onze ogen rigide systeem. Misdrijven moesten volgens de Franse Code d` Instruction Criminelle (wetboek van strafvordering) worden berecht door een Hof van Assisen. Als misdrijven werden in de Code Pénal onder meer aangemerkt moord, doodslag, verkrachting, diefstal en mishandeling. Er werd geen onderscheid gemaakt in zwaarte en omstandigheden van een misdrijf. In het rigide karakter van de Code pénal was na het vertrek van de Fransen in het Gesel- en Worgbesluit van 1813 al wel een aantal veranderingen doorgevoerd. In het Gesel- en Worgbesluit was bijvoorbeeld in artikel 9 opgenomen dat de rechters in de keus van hun straffen “acht zullen geven op den aard der misdaad, den Persoon des misdadigers, en de verzwarende of mitigerende omstandigheden, bij de misdaad hebbende plaats gehad”. Ook was een aantal straffen vervangen, gewijzigd of gemitigeerd. Een voorbeeld daarvan is de vervanging van tentoonstelling aan de kaak. Het starre systeem van de Code pénal werd daardoor versoepeld.

Artikel 9 van het “Gesel- en Worgbesluit”
Hoewel de straffen voor de diefstal en de heling van goederen in onze ogen hoog lijken, heeft het Hof van Assisen te Maastricht niet anders gedaan dan de toen geldende Code pénal letterlijk toepassen. Het Hof kon gelet op de dwingende bepalingen van de wet ook niet anders. Men dient wel te bedenken dat de tenuitvoerlegging van de straffen ten gevolge van het Gesel- en Worgbesluit milder kon zijn. Waar de veroordeelden hun straf hebben ondergaan is mij niet bekend. Mogelijk is dat voor Luys het Tuchthuis van Vilvoorde.[8]

Wie waren de slachtoffers?[9]

De inbraak vond plaats bij Jean François Vinkers. Joannes Franciscus Vinkers is op 4 oktober 1770 te Weert gedoopt en op 11 december 1847 op 77-jarige leeftijd te Weert overleden. In de overlijdensakte is als zijn beroep landbouwer vermeld. Joannes Franciscus Vinkers was gehuwd met Joanna Catharina Huiken/Huijken/Heuken, geboren circa 1879 te Bocholt en op 60-jarige leeftijd op 31 januari 1840 overleden te Weert. Hij woonde ten tijde van zijn overlijden aan de Beekpoort te Weert. Als zijn beroep is landbouwer vermeld.

Overlijdensakte Joannes Franciscus Vinckers. Bron: register burgerlijke stand gemeente Weert

Het echtpaar Vinkers-Huiken woonde in de Beekpoort te Weert. Zij hebben voor zover mij bekend geen kinderen gekregen. De ouders van Joannes Franciscus Vinkers zijn Thomas Vinkers, gedoopt op 21 december 1742 te Weert en overleden op 17 april 1792 te Weert, en Joanna Maria Peeten, geboren circa 1740 en begraven op 14 december 1791 te Weert. Het echtpaar Vinkers-Peeten is op 21 januari 1770 kerkelijk getrouwd te Weert en heeft 10 kinderen gekregen.

De gestolen voorwerpen behoorden toe aan Godfroid Vinkers. Wie met deze Godefridus Vinkers wordt bedoeld is onzeker. In eerste instantie dacht ik aan een jongere broer van Joannes Franciscus Vinkers. Deze Godefridus Vinkers is op 11 augustus 1772 te Weert gedoopt.[10] Hij is echter op 7-jarige leeftijd op 25 september 1779 te Weert overleden en de volgende dag in Weert begraven ‘in ense kercke’. In de overlijdensmelding in het register van de Martinuskerk staat dat hij is overleden ‘aan de Beukport”, de Beekpoort. Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat deze reeds lang geleden op jonge leeftijd overleden Godefridus Vinkers de eigenaar van de gestolen voorwerpen zou zijn.

Overlijden Godefridus Vinckers, zoon van Thomas Vinckers en Joanna Maria Peeten . Bron: register Martinuskerk Weert

De eigenaar van de gestolen voorwerpen zou een andere Godefridus Vinckers kunnen zijn. Deze Godefridus Vinkers is geboren op 20 mei 1793 en gedoopt op 21 mei 1793 te Weert.

Doop Godefridus Vinckers op 21 mei 1793. Bron: register Martinuskerk Weert

Deze Godefridus Vinckers is priester geweest in Antwerpen. Dat blijkt onder meer uit de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels van 15-5-1844 van het Kadaster. Godefridus Vinckers wordt daarin vermeld als eigenaar van een een aantal onroerende goederen in Weert. Als zijn eigendom worden vermeld 2 percelen in Valenakker, een perceel in Hulderbemd, een akker in Altweert, bouwland in het Molenveld en een huis met tuin en erf in de Maasstraat.

Rood omrand: onroerend goed van Godefridus Vinckers, priester te Antwerpen, in de Maasstraat. Bron: Kadaster, Weert, 15-05-1844, oorspronkelijk aanwijzende tafels, NL/LI/WEE01/O0096

Het kan zijn dat deze Godfroid Vinkers tijdens zijn afwezigheid uit Weert de gestolen voorwerpen bij Jean François Vinkers, een familielid, had achtergelaten.

Deze Godefridus Vinckers is op 28 januari 1859 op 65-jarige leeftijd overleden te Altweert.

Overlijdensakte Godefridus Vinckers, Roomsch Catholijk Priester. Bron: register burgerlijke stand gemeente Weert

Wie waren de veroordeelden?

De heler van de gestolen voorwerpen was Albert Albers. Het heeft moeite gekost om deze persoon te traceren, omdat in diverse bronnen een andere voornaam is vermeld. Hij is op 5 mei 1795 te Weert gehuwd met Anne Marie (Joanna Maria) Gijsen/Giesen, gedoopt 6 juni 1760 te Weert en op 72-jarige leeftijd op 18 februari 1833 te Weert overleden. In de huwelijksakte is als voornaam van Albers Bernardus vermeld, evenals bij het overlijden van Anna Marie Gijsen. Volgens de huwelijksakte zou hij geboren zijn in ‘Zaerdate’ (?). Volgens een andere bron zou hij op 21 december 1766 te Arnhem gedoopt zijn.

Huwelijksakte Bernardus (Albert) Albers en Anna Maria Giesen. Bron: register Martinuskerk Weert

Bij de doop van een zoon van Albers en Giesen, Wulhelmus, op 7 maart 1796 wordt als voornaam van Albers Lambertus vermeld.

In de geboorteakte van Marie Albers, dochter van Albert Albers en Marie Giesen, van 5 Thermidor l`an 6 (23 juli 1798) wordt als zijn voornaam Albert vermeld.[11] Het echtpaar woonde op de ‘Hoogensteenweg’.  De voornaam Albert wordt ook vermeld in de geboorteakte van Anne Albers, 3 Frimaire l`an 9 (24 november 1800).  Dat is ook het geval in de geboorteakte van Henry Guillaume Hubert Albers, van 15 februari 1815. Het echtpaar woonde toen aan de ‘uijlenmerckt’.

Als zijn beroep wordt dagloner vermeld. Hij was de schrijfkunst niet machtig.

Geboorteaangifte Marie Albers. Bron: register burgerlijke stand gemeente Weert

Het echtpaar Albers-Giesen heeft voor zover mij bekend vijf kinderen gekregen. Ik heb geen overlijdensdatum en- plaats van Albert/Lambertus/Bernardus Albers gevonden.

De dief was Jacques Luys. Jacobus Luys is op 26 januari 1777 geboren te Weert en op 52-jarige leeftijd overleden op 13 februari 1829 te Weert. Hij is op 30 maart 1799 gehuwd met Jeanne (Joanna) Vinckers, geboren 23 december 1776 te Weert en op 4 februari 1841 overleden en te Weert. Jeanne Vinckers is een dochter van Thomas Vinkers en Joanna Maria Peeten en dus een zus van Jean François Vinckers. Jacques Luys had dus ingebroken in het huis van zijn zwager Jean François Vinckers. Dat verklaart de ondertitel van de aanhef van dit artikel.

Het echtpaar Luys-Vinckers heeft 5 kinderen gekregen. Bij het huwelijk van zoon Joannes met Petronella van Mol op 5 maart 1825 is vermeld dat Joanna Vinkers dagloonster was en dat Jacobus Luijs zonder beroep was. Gelet op de hem opgelegde straf zal hij niet bij dat huwelijk aanwezig zijn geweest.

 

Geografische aanduidingen, vermeld in het artikel, aangegeven op de Ferrariskaart 1777. Bron: www.kbr.be/en/the-ferraris-map.

1 Beekpoort, 2 Hogensteenweg, 3 Uijlenmerckt, 4 Maasstraat.

Resumé

In dit artikel heb ik de inbraak in 1817 in de woning van Jean François Vinkers in Weert en de diefstal van onder meer een aantal zilveren voorwerpen beschreven. De dief en de heler zijn door het Hof van Assisen te Maastricht tot 10 jaar dwangarbeid resp. vijf jaar opsluiting veroordeeld. De dief, Jacques Luys, bleek een zwager van Jean François Vinkers te zijn.

Bronnen

[1] De “Journal de la province de Limbourg” was een Franstalige krant die van 1816 tot 1829 te Maastricht verscheen.
[2] Een Hof van Assisen oordeelde over personen die verdacht werden van het plegen van een ernstig misdrijf. Hoven van Assisen waren in Frankrijk in 1791 ingesteld. Tijdens de Franse inlijving werd deze rechtsinstelling ook in het huidige België en Nederland ingevoerd. Een Hof van Assisen bestond uit vijf raadsheren. De in de Franse tijd bij het Hof van Assisen ingevoerde juryrechtspraak was in Nederland al op 11 december 1813 afgeschaft in artikel 16 van het besluit “houdende bepalingen ten aanzien van de Lijfstraffelijk Regts-oefening in de Verënigde Nederlanden”: het zogenaamde Gesel- en Worgbesluit. Het Hof van Assisen bleef in Limburg in stand zowel tijdens het (Verenigd) Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) als tijdens de Belgische periode (1830-1839). Bij de opheffing per 1 januari 1842 van de uitzonderingstoestand in de Nederlands provincie Limburg werd het Hof opgeheven.

[3] Ik gebruik in dit artikel verschillende schrijfwijzen van de namen omdat die ook in documenten en bronnen verschillend kunnen zijn.
[4] Het Gesel- en Worgbesluit heeft zijn benaming te danken aan de volgende bepaling (artikel 7) in het besluit: “De straf van altoosdurende dwang-arbeid (travaux forcés à perpétuité) …wordt gesubstitueerd (vervangen) door de straf van geeseling, met de strop om den hals, aan de galg vastgemaakt…”. De straf “met de strop om de hals aan de galg vastgemaakt” stond symbool voor de doodstraf door worgen.

[5] In het vonnis staat conform de tekst in de Code pénal “dix années de travaux forcés” (tien jaar dwangarbeid). Ingevolge het Gesel- en Worgbesluit werd die straf omgezet in tien jaar tuchthuisstraf.

[6] De tekst van de veroordeling is “l`exposition publique au carcan” (openbare tentoonstelling aan de kaak). De kaak is een schandpaal, waaraan de veroordeelde zodanig werd bevestigd dat hij zich niet of nauwelijks kon bewegen. Boven het hoofd van de veroordeelde werd een bord geplaatst worden waarop met grote en leesbare letters zijn naam, beroep, woonplaats, misdaad en straf werd vermeld. Het aan de kaak stellen had een dubbele functie. Op de eerste plaats was het de bedoeling dat de veroordeelde publiekelijk werd vernederd en te schand gezet. Het publiek kon de veroordeelde beschimpen of op een andere wijze van zijn afkeer doen blijken. Op de tweede plaats moest er ook een afschrikwekkende werking voor de burgers van uit gaan om zich aan de wet te houden. In het Gesel- en Worgbesluit werd de schandpaal afgeschaft en bleef de publieke tentoonstelling op het schavot als straf over.

[7] `s Hertogenbosch behoorde van 1795 tot 1806 bij de Bataafsche Republiek en van 1806 tot 1809 tot het Koninkrijk Holland, en was vanuit Weert gezien buitenland. In 1809 werd het Koninkrijk Holland ook bij Frankrijk ingelijfd.

[8] In Vilvoorde was eind 18de eeuw een grote ’moderne’ gevangenis gebouwd. Deze heeft als zodanig ook dienst gedaan tijdens de periode 1815-1830, de tijd waarin België en Nederland het Koninkrijk der Nederlanden vormden. Een inwoner van Thorn, die in 1822 wegens moord op zijn echtgenote tot een langdurige tuchthuisstraf was veroordeeld, heeft die straf ondergaan in de gevangenis van Vilvoorde, waar hij overigens ook gestorven is. Bronnen: “Een echtelijk drama in Thorn in 1822”, Wil Filott, De Kroetwès, jaargang 28, nr. 3, september 2020, en “Het echtelijk drama in Thorn in 1822 en de Langemolenstraete te Vilvoorde”, Thieu Wieërs, De Kroetwès, jaargang 29, nr. 2, augustus 2021.De Kroetwès is het verenigingsblad van de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn”.

[9] De gegevens van de slachtoffers en de veroordeelden heb ik bij elkaar “gesprokkeld” via diverse genealogische sites op het internet.

[10] In de doopakte van Godefridus Vinckers staat: “11 in suburbia torrentis natus eadem baptizatus est Godefridus filius legitimus Thomas Vinckers et Joanna Maria Peeten”. Met “in suburbia torrentis” wordt een plek aangeduid. Het woord “torrentis” intrigeerde mij. In het Latijn betekent het: bruisend, woelig, snel stromend, onstuimig”. Ik kan me slecht voorstellen dat aan ”torrentis” in combinatie met “suburbia” een dergelijke betekenis zou moeten worden toegekend. Mijn vermoeden is dat “torrentis” een verwijzing is naar stromend water. Dan zou de combinatie ”in suburbia torrentis” kunnen betekenen “in de buitenwijk bij de beek”: de Beekpoort. De vertaling luidt dan: “op 11 (augustus) is in de Beekpoort geboren en op dezelfde dag gedoopt Godefridus, wettige zoon van Thomas Vinckers en Joanna Maria Peeten”. De omschrijving “in suburbia torrentis” komt ook voor in de doopakte van Joannes Franciscus Vinckers.

[11]  In Frankrijk was in 1795 een nieuwe tijdrekening (kalender) ingevoerd. In die tijdrekening werd een jaar verdeeld in 12 maanden van elk 30 dagen (aangevuld met 5 extra dagen). De maanden werden genoemd naar een in een maand voorkomend overheersend weertype of oogst. Voorbeelden: Nivôse: sneeuwmaand, december; Fructose: fruitmaand, augustus; Germinal: kiemmaand, maart. Een maand werd verdeeld in 3 tijdvakken (décades) van 10 dagen. Een dag telde 10 uren en een uur 100 minuten. Deze tijdrekening werd per 1 januari 1806 weer afgeschaft. Men keerde vanaf die datum weer terug naar de Gregoriaanse kalender.

Valse noten bij een concert van de harmonie Maaseik in Weert in 1880 – door Wil Filott

Inleiding

In het weekblad Het Kanton Weert van 12 september 1880 stond het volgende bericht: “Wij vernemen met warme belangstelling dat de koninklijke harmonie onzer zusterstad Maeseijck op zondag 12 dezer maand ter gelegenheid van een uitspanningsfeest deze gemeente bezoeken, en onder leiding van haar talentvolle en verdienstelijke Directeur, den heer Van Dooren, vader, ten 4 ure namiddag op de markt eene muzikale uitvoering zal geven.[1] Men verwacht dat de ingezetenen niet minder blijk van voldoening zullen geven, in de gelegenheid gesteld te zijn, genotrijke oogenblikken te kunnen doorbrengen, wijl welgemeld gezelschap als dan eenige keurige stukken van haar repertoire ten gehoore zal brengen, waaronder onze geliefde volksliederen tevens een waardige plaats zullen innemen. Op dit bezoek mag te meer prijs gesteld worden, omdat het de kiem kan leggen, dat onder de jongelingschap in de gemeente ruimere opgewektheid tot beoefening der edele toonkunst te weeg gebracht worde, om op dit gebied in de toekomst goede vruchten te dragen.”

Uit dit nogal hoogdravende bericht sprak de verwachting dat het Weerter publiek zou kunnen genieten van een mooi zondagmiddagconcert van muzikanten uit Maaseik. In dit artikel kunt u lezen of die verwachting bewaarheid is geworden. De inhoud van het artikel is gebaseerd op verslagen in verschillende dag- en weekbladen over het bezoek van de harmonie van Maaseik op deze dag aan Weert. De beschrijving van de gebeurtenissen en de duiding daarvan zijn, zoals u kunt lezen, gekleurd naar gelang de signatuur van de bladen.

Processiezondag 12 september 1880

De koninklijke harmonie van Maaseik zou dus op zondag 12 september 1880 in Weert een concert geven. Wie het initiatief daartoe had genomen, is niet geheel duidelijk. Waarschijnlijk is dat de harmonie van Maaseik geweest, die jaarlijks een uitstapje organiseerde. Voor het bezoek van de harmonie en het geven van een dergelijk concert was natuurlijk medewerking nodig vanuit Weert. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat het gemeentebestuur van Weert daar toestemming voor heeft gegeven.

Blijkbaar had men zich niet gerealiseerd dat op die zondag in Weert de jaarlijkse processie plaats zou vinden. Toen dat doordrong zou de burgemeester per telegram de harmonie gevraagd hebben niet voor 12 uur te arriveren, ruim na afloop van de processie.[2] Ook zou hij maatregelen hebben genomen om verspreiding van het programma te voorkomen, ook omdat de muziekuitvoering op de markt zondagsmiddags zou plaatsvinden, terwijl er kerkelijke diensten in de kerk plaats vonden. Volgens Het Kanton Weert was het een ‘liberaal programmetje’, waarmee een anonieme commissie ´Leve Weert´ liever niet mee geassocieerd wilde worden.[3]

De Sint Martinuskerk in Weert voor het plaatsen van de toren “De Lange Jan” in 1887 Bron: Weert in kaart.

Gedoe over een kiosk

Voor het geven van het concert was een kiosk nodig. Daar zorgde de gemeente niet voor, maar een ‘belanghebbende ingezetene’, die daarvoor verlof van de gemeente had gekregen. Op zaterdag 11 september 1880 begon Frans van de Laar, beheerder van de sociëteit Amicitia,[4] met het opbouwen van een kiosk op de markt.[5] Volgens De Volksvriend vroegen een paar kapelaans hem wat hij aan het doen was.[6] Van de Laar antwoordde hen dat hij een kiosk aan het oprichten was, waar de harmonie van Maaseik de volgende middag om vier uur op zou spelen.

De kapelaans zeiden dat dat niet mocht omdat dat hinderlijk zou zijn voor de processie. Van de Laar zou geantwoord hebben dat hij handelde op last van de burgemeester. De kapelaans dropen af maar gingen naar de deken.[7] Deze stapte op Van de Laar af en vroeg en gelastte deze met de opbouw van de kiosk te stoppen. Hij kreeg hetzelfde antwoord als de kapelaans. Ook de deken droop onverrichter zake af. Hij ging regelrecht naar de burgemeester. Deze was niet thuis maar op jacht. Ondertussen ging de bouw van de kiosk gewoon door. De geestelijken konden dat niet verkroppen. Zij bleven echter niet stilzitten. Ze gingen de parochianen bewerken. In de woorden van De Volksvriend: “De huizen van de inwoners worden platgeloopen. Zouden ze zieken hebben gaan vertroosten? Zooveel priesterlijke deugd had men tot hieraan in niemand van hen bespeurd.”

Kapelaan A. Meuwissen.[8] Bron: De Sint Josephsvereniging 1870 – 1898

De Nieuwe Rotterdamsche Courant (N.R.C.) publiceerde een iets andere versie van de gebeurtenissen inzake de kiosk.[9] In het krantenbericht stond: “Tegelijkertijd (met de processie) was door muziekliefhebbers een festival georganiseerd, waaraan een dertigtal dilettanten uit het naburige Maeseijck (België) zoude deelnemen. Om aan dit feest zooveel mogelijk luister bij te zetten, liet het gemeentebestuur een kiosk op de markt opslaan; doch de fanatieke menigte was van oordeel dat dit voor de processie hinderlijk zou zijn en dreigde de muziektempel te verpletteren, zoodat deze reeds des nacht te voren bewaakt moest worden”.  De tekst van het korte artikel in N.R.C. was overigens aan die krant gestuurd door Le courrier de la Meuse.[10]

De komst van de koninklijke harmonie van Maaseik

Op zondagmorgen om kwart voor elf vertrok de president van de Societé royale d`Harmonie, Joseph Magniet, met zijn familie vanuit Maaseik in een chic rijtuig met drie schimmels bespannen paarden naar Weert. Iets later gingen de burgemeester van Maaseik, van de liberale partij, en andere notabelen met hun dames en de leden van de harmonie in een groot aantal rijtuigen op weg naar Weert.[11]

Augustus Gasparus Josephus Hubertus (Joseph) Magniet is geboren op 6 januari 1839 te Tongeren als buitenechtelijke zoon van Anna Gertrudis Hubertina Van der Donck (Aldeneik, 2 april 1806 – Maaseik, 26 november 1857). Hij werd door Auguste Delis Magniet (Maaseik, 13 november 1802 – Maaseik, 14 maart 1859) gewettigd bij zijn huwelijk op 8 augustus 1843 met Anna van der Donck.

Joseph Magniet was exploitant van postwagendiensten vanuit Maaseik. Hij is op 26 november 1862 te Susteren getrouwd met Sophia Maria Hubertina Rutten, geboren en gedoopt te Maaseik op 23 juli 1839 en op 8 maart 1903 overleden te Maaseik. Het echtpaar Magniet – Rutten heeft vier kinderen gekregen. Zij woonden in de Posterij in de Grote Kerkstraat te Maaseik.

Joseph Magniet is enkele maanden na het optreden van de harmonie van Maaseik in Weert op tragische wijze aan zijn einde gekomen. Rond de kerst 1880 was de Maas buiten haar oevers getreden. Het enkele jaren daarvoor geopende treinstation van Maaseik was door snelstromend water afgesneden van de stad. Bij een poging om met een bootje van het station naar de stad te komen, raakte het bootje met 13 passagiers in de problemen. Drie personen kwamen daarbij om het leven, onder wie Joseph Magniet. Joseph Magniet is op 24 december 1880 overleden te Maaseik. Behalve president van de harmonie was Joseph Magniet ook schepen van Maaseik.

Joseph Magniet en zijn vrouw Sophia Rutten met hun vier kinderen. Bron: De Maaseikenaar, XI -1980, nr. 4, pag. 40.

Het gezelschap muzikanten uit Maaseik arriveerde zondags na de middag, ruim nadat de processie was afgelopen, in Weert. Volgens Het Kanton Weert trok de “Koninklijke Harmonie onder het uitvoeren van verschillende stukken door de straten, hield halt bij den Heer Burgemeester om hem als hoofd der Gemeente te begroeten, keerde vervolgens naar haar hotel terug en bracht van 4 ure tot 5½ op de Markt, ten aanhoore van een groote volksmenigte verschillende schoone stukken ten uitvoer, eindigde met  ons “Wiens Neerlands bloed” en vertrok om 6 ure onder dankbare toejuichingen van het aanwezige publiek en onder achterlating van de beste herinneringen naar Maeseijck terug”.[12]

De liberale Nieuwe Rotterdamsche Courant had een ander beeld van de gebeurtenissen. De krant schreef: “Zodra des ochtends de Belgische toonkunstenaar verschenen, werden zij door een opgewonden menigte uitgejouwd en voor ’vrijmetselaars’ gescholden, en na het ten gehoore brengen van één stuk waren zij genoodzaakt de vlucht te nemen en naar hun vaderland terug te keeren, wilden zij niet aan handtastelijkheden zijn blootgesteld”.[13]

Berichtgeving in De Volksvriend, weekblad van Roermond

De Volksvriend gaf een uitvoerige, maar weer een andere, beschrijving van het gebeuren. Ik citeer: “Na eene den Burgemeester, den heer Coenen gebragte aubade, trok de Harmonie naar de Markt; geen ander levend wezen op de straten ontmoetende dan hier en daar een musch, die zich vergastte aan iets dat men vroeger haver had genoemd. Eindelijk is men op het Marktplein voor het Sociëteitsgebouw gekomen, waar de receptie moest plaats hebben. Geen mensch echter van degenen die er moesten zijn, was daar om om de Maeseykenaren, die niet alleen geheel belangeloos naar Weert een concert kwamen aanbieden maar er tevens eenige honderde guldens verteeren, te ontvangen. Twee heeren – en zeggen wij er al spoedig bij – twee van de weinige MENSCHEN die Weert telt, bevonden er zich, en deze namen de honneurs waar”.

De Volksvriend maakte er ook gewag van dat de wachtmeester van de marechaussee te Weert de commanderende officier te Roermond gevraagd had de nodige versterking achter de hand te houden. De reden voor dat verzoek was dat hem ter ore was gekomen dat het plebs, “dat in Weert nog al tamelijk vertegenwoordigd is”, de liberalen, de vrijmetselaars van Maaseik `s avonds zou stenigen. Twee heren uit Weert zouden in verband met die dreiging president Magniet gesmeekt hebben de avond niet in Weert door te brengen, “daar ze dan hun leven niet zeker waren”.

Wat betreft de muziekuitvoering zelf was het commentaar van De Volksvriend beperkt tot een zinsdeel “Op de kiosk werden eenige stukken uitgevoerd”. Wet werd er melding gemaakt van de aanwezigheid van de heren Truijens, Wiertz, Esser en Jansen, die zo wellevend waren geweest om “uit achting voor de dames van Maeseyck, ook de hunne mee te brengen”.[14]

Burgemeester Coenen vertoonde zich pas later. Hij verontschuldigde zich dat hij niet steeds bij de Maaseikenaren aanwezig had kunnen zijn.

De Volksvriend sloot het artikel af met: “En toen het 5 uur was, vond men het raadzaam de rijtuigen te laten inspannen. Men verkoos een aftocht in vollen dag en sans tambour ni trompette, boven een brullend uitgeleide bij avond, van het met straatstenen gewapende gemeen, onder aanvoering der geestelijken. Om half zes vertrokken de heeren en dames van Maeseyck, zeer zeker om er nimmermeer teug te komen”.

Burgemeester Antoon Coenen. Bron: Historisch overzicht van burgemeesters van de gemeente Weet vanaf 1800

Reacties op het bericht in de N.R.C.

De Tijd, godsdienstig-staatkundig dagblad gaf het volgende commentaar op de berichtgeving in N.R.C.: “In afwachting, dat wel spoedig zal blijken, wat er achter dit ‘muziekliefhebbers-festival’ schuilde, waarvoor opzettelijk belgische ‘toonkunstenaars’ moesten overkomen, veroorloven wij ons voor heden alleen de vragen: Wat kon toch wel die ’fanatiek menigte’ van overigens zeer vreedzame Weertenaren zoo erg opwinden; en Welke was de reden, waarom het festival ‘tegelijkertijd’ met de processie zou plaats hebben? Zouden wij er misschien een poging in te zien hebben, om, waar de politie geen middel tot wering der processies overblijft, daar onderhands, door het in dienst nemen van een troep belgische logebroeders, deze gehate ultramontaansche stoutigheden feitelijk onmogelijk te maken”. [15]

Het artikel in N.R.C. van 13 september 1880 leidde ook tot een reactie uit Weert, die in de Maas- en Roerbode werd gepubliceerd. Deze reactie beoogde een aantal zaken recht te zetten en te verklaren.

Er was op die zondag geen festival geweest, maar alleen de harmonie van Maaseik was toegelaten, naar gezegd werd, op aandringen van een van haar bestuursleden. Dat er bij aankomst onaangenaamheden waren geweest, had men met de beste wil van de wereld niet kunnen vaststellen. Tijdens de uitvoering waren er door enkele aanwezigen minder “vleiende uitdrukkingen” gebezigd, die de Maaseikenaren hadden doen besluiten eerder te vertrekken.

De reden voor de ontevredenheid zou men moeten zoeken “in de ongunstige opinie, die de weldenkenden van het Belgisch muziekkorps hebben moesten”. Onder de directie van het ultra-liberaal gezelschap bevonden zich coryfeeën van de liberale partij van Maaseik. De Maaseiker katholieken hadden grievende aanvallen van hun liberale tegenstanders te verduren gehad. Ook hadden alle aanwezigen in de kerk zich geërgerd aan het onbetamelijke gedrag van enige muzikanten tijdens de namiddagdienst. Verder kon de wrevel van de rustige Weerter bevolking verklaard worden door het gerucht, dat terecht of ten onrechte verspreid was dat de heren Maaseikenaren gezegd zouden hebben: “wij gaan Weert verlichten”. De reactie eindigde met: “en het is niet te verwonderen dat er in zulke omstandigheden, onder een talrijk publiek, enkelen gevonden worden die hunnen ontevredenheid ook door woorden te kennen geven”.[16]

Wat waren de gebeurtenissen volgens Het Kanton Weert?

Het Kanton Weert gaf in zijn editie van 19 september 1880 in een artikel met de kop ‘VERSCHRIKKELIJK’ de volgende duiding van de gebeurtenissen.

Het blad schrijft: “De jaarlijksche Processie heeft zondag met den meest mogelijken luister plaats gehad.” “Geen festival was georganiseerd.” ”Alleen de koninklijke harmonie van Maeseijck, die gewoon is jaarlijksch een uitstapje te doen, had gevraagd, om bij een bezoek aan onze stad muziek te mogen maken; niemand zou er aan gedacht hebben haar dit beleefd verzoek te weigeren en in de verste verte was er niet op gerekend dat deze dag juist processie Zondag was.”

“Laag is de bewering van den Courrier dat Zondag wanordelijkheden hebben plaats gehad, geprovoceerd door de liberalen van Maeseijck.” “Vraagt men ons nu is alles dan zo rozenkleurig verloopen, dan moeten wij tot onzen spijt voor de eer van Weert bekennen dat ook ons na het vertrek der Maeseijcker Muziekliefhebbers ter oore is gekomen, dat hier en daar woorden zijn gewisseld, die niet van de beste bedoelingen getuigden; maar waar valt dit al niet voor! en vraagt men ons verder welke waren die balleboozen, dan antwoorden wij geene fanatieke menigte en ook niet die vrome schaar van den Courrier, maar hoogstens 3 of 4 opgeschroefde machinen, die bij vroegere verkiezingen voor zeer intelligent moesten doorgaan, van teleurgestelde liberalen, die liever met veel bombast zouden geschreven hebben dat ook zonder tusschenkomst der politie in hun liberale Weert door het verlichte volk geene processie meer in de tegenwoordigen tijd geduld worden. O Jammerlijk teleurstelling”.

Epiloog

In het voorgaande hebt u kunnen lezen dat het optreden van de harmonie van Maaseik in 1880 in Weert geleid heeft tot behoorlijk verschillende berichtgeving. Het Kanton Weert spreekt in zijn editie van 19 september 1880 van een ‘déclaration de guerrre’, een oorlogsverklaring, door Le courrier de la Meuse. En het eerste slachtoffer in een oorlog is de waarheid.[17]

Wat was de oorzaak van die verschillen? Daarvoor is het nodig om met name de positie van de katholieken in die tijd in ogenschouw te nemen.

In de liberale grondwet van 1848 waren godsdienstvrijheid en gelijkberechtiging van kerkgenootschapen vastgelegd.[18] Dat maakte het mogelijk de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland te herstellen. Dat gebeurde in 1853 door de paus. Nederland werd een kerkprovincie met vijf bisdommen, waaronder Roermond. De katholieken streefden naar een volwaardige positie in de maatschappij na vele jaren van achterstelling.

Aanvankelijk waren de liberalen een belangrijke bondgenoot voor de katholieken in hun strijd voor een rechtvaardige plaats in de samenleving. Dat veranderde naarmate het bewustzijn en zelfvertrouwen van de katholieken toenamen. Met name de roep om financiering van onderwijs op religieuze grondslag leidde tot verwijdering tussen liberalen en katholieken.[19] Ook de handhaving van het zogenaamde processieverbod gaf aanleiding tot problemen.[20] Liberalen waren van mening dat religie binnen de muren van de kerk moest blijven. Dat leidde in de jaren zeventig van de 19de eeuw tot een verwijdering en strijd tussen katholieken en liberalen. Dat zien we weerspiegeld in de signatuur van en berichtgeving in de in dit artikel ten tonele gevoerde kranten.

Hoe het bezoek van de harmonie van Maaseik aan Weert in 1880 ook verlopen moge zijn, uit de berichtgevingen kan geconcludeerd worden dat dit niet harmonieus en zonder wanklank is verlopen.

Bronnen

[1] Als beroep van Antonius van Dooren (Thorn, 9 januari 1813 – Maaseik, 17 oktober 1885) wordt muziekmeester te Maaseik vermeld. Aan hem is in 1885 te Maaseik het Burgerkruis van eerste klas toegekend. Het Burgerkruis eerste klasse is een Belgische onderscheiding voor uitzonderlijke daden van moed, toewijding of menselijkheid. Het wordt postuum toegekend.

[2] Die burgemeester was Antonius Jacobus Dominicus (Antoon) Coenen (Weert, 15 augustus 1848 – Weert, 26 november 1889). Hij was in 1877 op 29-jarige leeftijd zijn vader Winandus Jacobus Dominicus Coenen als burgemeester van Weert opgevolgd. Hij vervulde die functie tot zijn overlijden in 1889.

[3] Het Kanton Weert, Nieuws- en Advertentieblad, zondag den 19 september 1889.
[4] De sociëteit Amicitia was in 1842 opgericht. In 1871 had zij een pand gekocht aan de markt te Weert, schuin tegenover de Martinuskerk. In dat pand vinden thans nog activiteiten van de sociëteit plaats.

[5] Na het overlijden van kastelein Wissing in 1868 werd het pand van Amicitia gehuurd door Francisca Maria Elisabeth Coumans, die op 2 oktober 1869 te Weert trouwde met Frans van de Laar. Als beroep van Frans van de Laar is bij dat huwelijk “commissionair” vermeld. Deze werd nadien huurder en kastelein van Amicitia.

Franciscus van de Laar (Geldrop, 2 oktober 1831 – Weert 7 juli 1892) was bij het bezoek van de harmonie van Maaseik begin september 1880 lid en kastelein van Amicitia. Kort daarna nam hij ontslag – of werd hij ontslagen – als kastelein van Amicitia. Of er een direct verband was tussen de gebeurtenissen met de harmonie van Maaseik en het ontslag heb ik niet gevonden. Volgens “Weert, parel van de heide …in de 19de eeuw” hield het ontslag verband met de ook achter de sociëteitsdeur woedende, maatschappelijke strijd tussen liberalen en katholieken. In de plaats van Frans van de Laar als kastelein werd op 20 september 1880 de heer Bardoel benoemd.

[6] De Volksvriend, weekblad van Roermond, 18 september 1880. De Volksvriend was een liberaal weekblad, dat van 1859 tot 1893 in Roermond werd uitgegeven. Drijvende kracht achter De Volksvriend was Jos Raemaekers. Deze had in Roermond een drukkerij en was uitgever en redacteur van het weekblad. Hij streed met grote inzet en een scherpe pen tegen de machtspositie van de kerk. Zijn zoon Louis Raemaekers is de beroemde tekenaar van spotprenten, naar wie de brug over de Maas bij Roermond genoemd is

[7] Die deken was Jacobus van Mulken, (Stein, 9 oktober 1827 – Weert, 27 februari 1883). Hij was van december 1877 tot zijn overlijden in februari 1883 pastoor-deken te Weert.

[8] Henricus Alexander Hubertus Meuwissen, (Echt, 16 juli 1838 – Nederweert, 25 oktober 1892) was al in 1873 kapelaan te Weert. In april 1883 werd hij door ‘zijn Doorluchtige Hoogwaarde Monseigneur J.A. Paredis’, bisschop van Roermond, tot pastoor in Roggel benoemd. In 1889 volgde zijn benoeming tot pastoor te Nederweert, waar hij op 56-jarige leeftijd overleed.

[9] Nieuwe Rotterdamsche Courant (N.R.C.,) 13 september 1880. N.R.C was een krant met een liberale signatuur.

[10] Le courier de la Meuse, Journal quotidien, religieux, politique et litteraire was een Franstalig blad, uitgegeven te Maastricht van 1851 tot 1892.

[11] Die burgemeester van Maaseik was Henricus Hubertus Adolphus (Henri) Schoolmeesters (Maaseik, 17 juli 1845 – Sint-Joost-ten-Noode, 25 mei 1916). Henri Schoolmeesters was notaris en van 1879 tot 1881 burgemeester van Maaseik. Veel leden van de familie Schoolmeesters hebben het burgemeestersambt bekleed, niet alleen in Maaseik maar ook gedurende bijna 100 jaar in Roosteren.

[12] Het Kanton Weert, Nieuws- en Advertentieblad, zondag den 19 september 1889.
[13] Nieuwe Rotterdamsche Courant, 13 september 1880.
[14] Deze heren waren allen prominente leden van de sociëteit Amicitia.

Edouard Peter Frans Janssen was na het overlijden van president Coenen, burgemeester van Weert, in november 1879 gedurende korte tijd tot 30 april 1880 president van Amicitia.

Hendrik Godfried Hubert Truijens, apotheker, volgde Janssen op en was president van Amicitia van mei 1880 tot 1896.

Johannes Josephus Wiertz, griffier van het kantongerecht en vele jaren lid van de gemeenteraad van Weert, was na 1880 directeur van Amicitia.

Jozef Camille Esser, goud – en zilversmid, was later directeur van de koninklijke Kunstwerkplaatsen voor gouden, zilveren en koperen kerksieraden in Weert.

[15] De Tijd, godsdienstig-staatkundig dagblad, 16 september 1880. De Tijd was een katholiek dagblad, dat verscheen van 1845 tot 1974.

[16] Maas- en Roerbode, 18 september 1880. De Maas- en Roerbode was een uitgave van drukkerij Romen in Roermond. Het blad werd opgericht in 1856. Het had een katholiek signatuur.

[17] “The first casualty when war comes is truth”. Hiram Warren Johnson, Amerikaans politicus, (1866-1945).

[18] Artikelen 164 en 165 Grondwet 1848.
[19] In de Grondwet van 1848 was wel in artikel 194 opgenomen dat het geven van onderwijs vrij was maar niets geregeld over de financiering daarvan. In de Onderwijswet van 1857 was bepaald dat alleen openbare scholen recht hadden op financiële steun van de overheid. Pas in 1917 werd in de Grondwet in artikel 23 opgenomen dat het bijzonder onderwijs naar dezelfde maatstaven als het openbaar onderwijs uit de openbare kas wordt bekostigd.

[20] Het processieverbod hield in dat het verboden was godsdienstoefeningen buiten gebouwen en besloten plaatsen te houden, waar ze in 1848 niet waren toegestaan (artikel 167 Grondwet 1848).  Het processieverbod is overigens pas in 1983 in de Grondwet geschrapt.

Cursus Weerterlogie – het stillen van honger naar historie

55 nieuwe Weerterlogen_voorjaar_2023

Maar liefst 55 Weerterlogen leverde de laatste aflevering gisteravond op van Aldenborghs voorjaarscursus Weerterlogie bij Antje van de Statie in Weert. De stilte van de coronajaren heeft de honger naar Weerter historie bepaald niet gestild. Integendeel, de cursus kent inmiddels een voorjaars- én najaarsversie om te kunnen voldoen aan de groeiende belangstelling. Dan weet je wat van je stad.

 

Weert e.o. telt al ruim 550 Weerterlogen, de jongste is 15 en de oudste 82. Voor alle leeftijden dus! Wie wordt dit najaar de 600e Weerterloog? In een serie van acht dinsdagavonden verzorgen enkele enthousiaste experts een gevarieerde introductie in cultuur en geschiedenis van Weert. Elke reeks eindigt met de feestelijke installatie van de nieuwe Weerterlogen, die een passend getuigschrift ontvangen.

Voor wie?

De avondcursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen vooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen. Met de opgedane kennis kan iedereen na afloop bijvoorbeeld familie en vrienden rondleiden door Weert en zo samen nog meer genieten van de stad en regio.

Cursusdata Weerterlogie najaar 2023:

03 oktober                dr. Henk Hiddink                    – prehistorie en oudheid

10 oktober                 dr. Jos Wassink                    – zeventiende en achttiende eeuw

17 oktober                 drs. John van Cauteren        – middeleeuwen / Tachtigjarige Oorlog

24 oktober                 dr. Joost Welten                    – Franse tijd

31 oktober                 Peter Korten                         – negentiende eeuw

07 november             drs. John van Cauteren         – Weerter kunst

14 november             drs. Theo Schers                   – twee wereldoorlogen en interbellum

21 november             drs. Frits Nies                        – opbouw en afbraak na WO II

 

Tijdstip:                     19.00 – 21.00 uur

Cursuslocatie:           Antje van de Statie, Stations[plein 1, 6001 CH Weert

 

Deelnameprijs:          € 121,-  (betaling geldt als inschrijving).

Aanmelden:               door overmaking van € 121 op bankrekening

NL31RABO0176968334 t.n.v.  stichting De Aldenborgh Weert onder vermelding van ‘cursus’ en uw naam.

Deelname ook graag doorgeven aan ons secretariaat via info@dealdenborgh.nl

Kijk verder op: www.dealdenborgh.nl

Lezing over de geschiedenis van arbeidsverhoudingen

De wereld aan het werk

Sinds eind 19de eeuw wordt 1 mei als Dag van de Arbeid aangemerkt. Ook in Weert wordt op die dag in bepaalde kringen de Dag van de Arbeid gevierd. Een mooie aanleiding om prof. dr. Jan Lucassen uit te nodigen om op maandagavond 1 mei 2023 voor ons een lezing te houden over de geschiedenis van arbeidsverhoudingen. Aanvang 19.30 uur in Brasserie-hotel Antje van de Statie, Stationsplein 1 in Weert. Toegang is gratis.

Tijdens de lezing zullen ook twee toepasselijke korte films – over de lakenstad Weert en de aanleg van het spoor – van ons lid, cineast Peter Crins uit Leveroy, vertoond worden. U zult weer bekende gezichten zien en horen spreken over het verleden.

Het onderwerp van de lezing

Professor Jan Lucassen heeft recent een boek geschreven over de geschiedenis van werk en arbeidsverhoudingen. Dat boek is het resultaat van jarenlang onderzoek. Het boek, getiteld “The Story of Work: A New History of Humankind”, is in 2021 gepubliceerd door Yale University Press. Dit boek kreeg veel lovende kritieken in de internationale pers. In 2022 verscheen de Nederlandse vertaling hiervan met als titel “De wereld aan het werk. Van de prehistorie tot nu”. Dit boek is tijdens deze avond te koop.

N.V. Tricotagefabrieken Frans Beeren & Zonen 1941-1943
Foto ALB.2.06 Erfgoedcluster Weert.

 

 

 

 

 

 

 

Zjaak van de Schoor in zijn smederij (Vrakker 1) met zijn medewerkers. V.l.n.r. Zjaak, Wullem Verdonschot en Janus. Foto A12079 Erfgoedcluster.

Jan Lucassen zal ons vertellen over de noodzaak van werken en de ontwikkeling van werk: van de prehistorische jager/verzamelaar tot de kantoormens in de huidige tijd met onder andere internet. Hij zal daarbij aandacht besteden aan de wijze waarop werk georganiseerd is en de rol van de mensen daarbij: in het huishouden, de stam, de stad en de staat. Ook de verdeling van het werk tussen man en vrouw, de invloed van geld en de opkomst van vakbonden komen aan de orde. Arbeidsmigratie, slavernij en arbeidsverhoudingen zijn andere onderwerpen.

De spreker

Jan Lucassen (1947) is in Meijel geboren als oudste zoon van onderwijzer Leo J. Lucassen en diens vrouw Maria Crijns.

Opgegroeid in een katholiek milieu, wilde Jan aanvankelijk missionaris in Afrika worden. Als twaalfjarige ging hij naar de seminarieschool van de Congregatie van de Heilige Geest aan de Coenraad Abelstraat in Weert. Op deze streng gereglementeerde kostschool kwam hij tot de conclusie dat het priesterschap en een celibatair leven niets voor hem was.

In plaats van het Groot Seminarie koos hij in 1966 voor de studie archeologie aan de universiteit van Leiden. In Leiden verruilde hij al snel archeologie voor geschiedenis. De liefde voor geschiedenis had hij niet van een vreemde. Samen met zijn vader heeft hij publicaties verzorgd over de lokale geschiedenis van zijn geboortestreek. In een daarvan, “De arbeiders aan het Grand Canal du Nord, het traject Weert-Meijel-Venlo”, uit 1983, blijkt al zijn liefde voor het onderwerp van deze lezing.

In 1973 behaalde hij zijn doctoraal met als hoofdvak sociale en economische geschiedenis. Na een kort intermezzo als docent aan een lerarenopleiding, werd hij wetenschappelijk onderzoeker aan de universiteit in Utrecht. In 1984 promoveerde hij op een proefschrift over arbeidsmigratie in Europa tussen 1600 en 1900.

Sinds 1990 is Jan Lucassen bijzonder hoogleraar Internationale en Comparatieve Sociale Geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Van 1988 tot 2000 was hij onderzoeksdirecteur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Hij is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Praktische informatie

Wat: Lezing over de geschiedenis van arbeidsverhoudingen
Wanneer: maandag 1 mei 2023
Tijd:19.30 uur (deelname gratis)
Waar: Brasserie-hotel Antje van de Statie, Stationsplein 1 in Weert

Presentatie 600 jaar Laken- en linnennijverheid in Stramproy

Recent is het weefgetouw door vrijwilligers van Heemkunde Stramproy gerestaureerd en weer gemonteerd. Daarbij was het ook nodig om onderdelen te vervangen door ze via handwerk na te maken. Het vervolgens knopen van de nieuwe draden en het bespannen van het raamwerk was een immens karwei, dat opnieuw ‘geleerd’ moest worden.

Harry Seevens houdt een uitgebreide presentatie over de rol van de Laken- en linnen nijverheid in de geschiedenis van Stramproy. Eeuwenlang was de laken- en linnennijverheid een zeer belangrijke economische activiteit in het dorp.

Vele thuiswevers en thuisspinsters produceerden een kwaliteitslaken. Geen beddenlakens, maar: ‘van hetzelfde laken een pak’. Een verfijnde wollen geweven en vervilte stof; zeg maar het kwaliteits-fleece van de middeleeuwen. Deze stof werd lange tijd tot buiten het dorp verhandeld.

Op het lakenambacht waren strenge regels van toepassing van de Abdis van Thorn om de kwaliteit te bewaken.

Zowel de tentoonstelling in het molenmagazijn als de presentatie in ‘De Zaal’ zijn gratis te bezoeken. U bent van harte welkom; ook bij de opening op zaterdag 13 mei. Organisatie: Heemkunde Stramproy.

Praktische informatie

Wat: Presentatie 600 jaar Laken- en linnennijverheid in Stramproy
Wanneer: dinsdag 9 mei
Tijd:19.30 uur (deelname gratis)
Waar: De Zaal, Mariastraat 1 in Stramproy