E‍en Blijde Inkomst voor de prins van de heerlijkheden Weert en Nederweert? – door Alfons Bruekers

Biermerk Chimay.

Wie het woord ‘Chimay’ hoort of leest, denkt dan misschien het eerst aan een bekend biermerk. Maar voor het land van Weert heeft de naam Chimay nog een heel andere betekenis dan die van   een stad, kasteel en familie in het Belgische Henegouwen. Want eeuwenlang waren de heren, prinsen en hertogen van Chimay en aanverwante families letterlijk heer en meester in Weert en Nederweert. ‘Chimay’ was eeuwenlang een bekend begrip in onze regio. Hoewel de formele relaties van deze adellijke familie met Weert en Nederweert in de negentiende eeuw ophielden te bestaan, zijn de eeuwenlange historische banden nooit vergeten.

Overlijden

De adellijke familie bestaat nog steeds. De Aldenborgh kreeg vorige maand het droeve bericht door dat prinses Elisabeth De Riquet de Chimay op 97-jarige leeftijd op 2 augustus 2023 is overleden. Zij werd geboren in 1926 in Bordeaux en woonde vanaf haar huwelijk in 1947 met Élie de Riquet, de 20e prins van Caraman en Chimay, op het voorvaderlijk kasteel van Chimay. Elisabeth was hofdame van de Belgische koningin Fabiola en schreef enkele boeken onder meer over een prinses van Chimay. Zij onderhield jarenlang warme contacten met diverse amateurhistorici uit Weert en Nederweert. Al jaren wordt vanuit Stichting Geschiedschrijving Nederweert en de Aldenborgh Weert onderzoek gedaan in de in Chimay bewaard gebleven familie-archieven. Die bevatten namelijk een rijke en nog lang niet uitgeputte bron aan informatie over Weert en Nederweert.

Elisabeth De Riquet de Chimay (1926-2023).
Hofdame en vriendin van koningin Fabiola (1928-2014).

Tachtigjarige oorlog

Hoe kwam de relatie tussen onze gemeenten en de familie Chimay tot stand? Daarvoor moeten we terug naar de Tachtigjarige Oorlog. In 1568 werd Philips van Montmorency, graaf van Horne en Heer van Weert en Nederweert, samen met graaf Lamoraal van Egmont op last van de koning van Spanje in Brussel onthoofd. Met die gebeurtenis wordt het begin van de Tachtigjarige Oorlog gemarkeerd. Philips had geen kinderen en na het overlijden van zijn weduwe, Walburgis van Nieuwenaaer, in 1599 gingen de heerlijkheden Weert en Nederweert over naar Sabina van Egmont. Via de familie van Egmont kwamen de heerlijkheden in 1617 in handen van haar schoonfamilie.

Einde aan de rol van de adel

En zo werd Alexander van Ligne-Arenberg, prins van Chimay, hertog van Croy en graaf van Beaumont,  heer van Weert en Nederweert. Zijn nazaten bleven in het bezit van de heerlijkheden tot 1686, toen de familie d’Alsace-Hénin-Liétard het voor het zeggen kreeg. Via die lijn kwam op het einde van de achttiende eeuw de aan haar verwante familie De Riquet de Caraman in beeld. Steeds als er een nieuwe machthebber kwam, maakte die kennis met zijn onderdanen in de vorm van een zogenaamde ‘Blijde Inkomst’, een oude traditie die we in de huidige tijd nog herkennen in de vorm van Koningsdag.

Heerlijke gerechten

Wat betekende het ‘Heer’ zijn eigenlijk? In feite betrof dit een verzameling van erfelijke rechten. Zoals het benoemen van het bestuur van Weert en Nederweert, de rechtspraak (en de inkomsten daaruit), het verpachten van het vis-, jacht-, bos- en molenrecht, het benoemingsrecht van pastoors en niet te vergeten het tiendrecht (een belasting op landbouw en veeteelt). Hoewel ook het kasteel van Weert tot het bezit van de Heren behoorde, verbleven zij daar zelden of nooit. De facto werden Weert en Nederweert vanuit Brussel, Henegouwen en elders bestuurd, plaatselijk vertegenwoordigd door een rentmeester. Totdat de Franse revolutie een eind maakte aan de rol van de adel, ook in Weert en Nederweert. Hoewel de heerlijke rechten toen werden afgeschaft, bleef de familie de Riquet de Caraman een deel van hun bezittingen houden, zoals het kasteel op de Biest, delen van het Weerterbos en de watermolen en een windmolen van Nederweert.

Blije Inkomst

Met het overlijden van prinses Elisabeth de Chimay is een icoon uit die familie heengegaan. De erfgoedorganisaties condoleren de familie met dit grote verlies. Gelukkig wordt het historisch onderzoek in het familie-archief door de Stichting Geschiedschrijving Nederweert en de Aldenborgh Weert voortgezet. We kennen allen het aloude motto ‘de koning is dood, leve de koning’. Het is dat de Franse revolutie roet in het eten heeft gegooid. Anders hadden Weert en Nederweert nu haar zoon Philippe, de 21e prins van Caraman en Chimay, als nieuwe ‘Heer’ van Weert en Nederweert kunnen inluiden. Philippe is getrouwd met een erfgename van InBev, het grootste bierconcern van de wereld.

Prins Philippe de Chimay trad in 2015 in het huwelijk met Françoise Bautier, één van de erfgenamen van de groep InBev.

 

 

 

 

 

 

 

Misschien is het een idee om voor de prins, als virtuele erfgenaam van de heerlijkheden Weert en Nederweert, in de Weerter Stadsbrouwerij een keer ‘n traditionele Blijde Inkomst te organiseren?

Alfons Bruekers, Erfgoedgemeenschap Nederweert

Ernest van Dijck – tenor met roots in Weert

Het verhaal van de markante tenorheld Ernest van Dijck. Vandaag is het precies 100 jaar geleden dat hij is overleden.

Mocht uzelf een mooi of interessant verhaal hebben/willen schrijven over iemand, een gebeurtenis of periode die voor de lezers van deze nieuwsbrief interessant is? Neem gerust even contact op met Paul Lammeretz, secretaris van De Aldenborgh via plammeretz@ziggo.nl.

Ernest Van Dijck en Amalia Materna als ‘Parsifal’ en ‘Kundry’ in Bayreuth, 1889.

‍De heldentenor Ernest Van Dijck, zoon van een Weerter ‘maegdje’ (1861-1923)

‍Het Jordaenshuis in Antwerpen aan de Hoogstraat is zeer bekend. Hier woonde de bekende Vlaamse schilder en etser Jacob Jordaens (1593-1678). Het naastgelegen pand heette ‘de Stadt Weert’. Dit pand was eigendom van het Weerter lakengilde.

Dit gilde, dat in Antwerpen het Weerter laken aan de man bracht, was ook eigenaar van de nabij gelegen ‘Halle van Weert’, waar het Weerter laken werd opgeslagen.

‍Deze panden werden door het Weerter lakengilde eind 18de eeuw verkocht aan Laurentius Petrus Solvijns.

Vlak om de hoek van de Hoogstraat ligt in Antwerpen de Grote Pieter Potstraat waar op 2 april 1861 Ernest Van Dijck geboren werd: zoon van een Antwerpse industrieel en een Weerter moeder.

‍En laten nu de belangrijkste kaaien van Antwerpen naar de schilder Jordaens en operatenor Van Dijck zijn genoemd.

‍Terug naar Weert waar de uit Hamont afkomstige Joannes Mathias Rijcken, ‘doctoor in de medecijnen’, zich vestigde toen hij huwde met de rentenierster Joanna Maria Margaretha Claessens. Van huis uit was ‘doctoor’ Rijcken al een vermogend man. Zijn vader was een rijke teut (handelaar) en landbouwer en zijn moeder Maria Ballings een rentenierster.

Het gezin Rijcken-Claessens kreeg een zoon en een dochter. Toen de dochter, Joanna Maria Margaretha Rijcken, in 1833 werd geboren, sloeg het noodlot toe. Moeder overleed in het kraambed.

Vader Rijcken hertrouwde 6 jaar later met Maria Catharina Elisabeth Truijens, zus van apotheker Truijens van de Oelemarkt.

Apotheker Henri Truijens (1825-1896), van 1880-1896 president van Sociëteit Amicitia in Weert.

Apotheker Henri Truijens (1825-1896), van 1880-1896 president van Sociëteit Amicitia in Weert.

‍Het is die apotheker Truijens die van Joanna Maria Margaretha Rijcken in 1855 haar ouderlijk huis aan de Maasstraat kocht voor fl. 1.170.

‍Na het overlijden van haar vader en haar broer huwde Joanna Maria Margaretha Rijcken op 24 april 1860 met de steenrijke fabrikant ‘in gebreide stoffen’ Joannes Baptista Maria Josephus Antonius Hubertus Van Dijck uit Antwerpen, waar het echtpaar ook ging wonen.

Een jaar later werd hun eerste kind Ernest geboren, die na een opleiding in het roemrijke Jezuïetencollege tot de Antwerpse elitejongeren hoorde. Hij leerde schermen, zwemmen en paardrijden. Hij kreeg grote belangstelling voor muziek, theater en literatuur.

Ernest Van Dijck leek voorbestemd om rechter of notaris te worden. Vandaar dat hij zich in 1878 liet inschrijven bij de faculteit rechtsgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij raakte er bevriend met de studentenleider en latere Vlaamse schrijver Albrecht Rodenbach (1856-1880) uit de bekende brouwersfamilie, die aan de wieg stond van het Koninkrijk België.

Albrecht Rodenbach en Ernest Van Dijck hadden beiden bewondering voor het werk van de componist Richard Wagner (1813-1883). In 1879 maakte Ernest Van Dijck zijn debuut als baritonzanger op een muziekavond van de ‘Cercle Catholique’  van de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging in Antwerpen.

‍Onder druk van zijn ouders maakte hij toch zijn universitaire studies af, terwijl muziek zijn passie was . Hij werd journalist bij het blad La Patrie.
‍Wat daarna volgde is een succesverhaal; operaoptredens in binnen- en buitenland, zoals in Parijs, Wenen en New York, met de composities van Richard Wagner als rode draad.

‍Tien jaar lang speelde hij de rol van Parsifal tijdens de Bayreuther Festspiele. Ook was hij lange tijd lid van de Weense opera.

Hij was tot 1914 schouwburgdirecteur in Parijs en tot aan zijn dood leraar aan de conservatoria van Antwerpen (1906) en Brussel (1909).

Zijn actieve zangerscarrière sloot hij af op 15 juni 1917 waar hij in de Notre Dame van Parijs het ‘Pater Noster’ van Niedermeyer zong tijdens een plechtige Mis, die werd opgedragen voor de gesneuvelden van het Belgische leger.

‍Na zijn huwelijk met Augusta Servais, jongste dochter van de beroemde cellist en componist Adrien-Francois Servais (1807-1866) leefde hij op het kasteeldomein Berlaarhof buiten Antwerpen.

Op het terras van zijn kasteel overleed hij, deze week precies een eeuw geleden, op 31 augustus 1923.

‍In 1936 zou de stad Antwerpen een kaai naar Ernest Van Dijck vernoemen. Op zijn geboortehuis is een herinneringsplaquette aangebracht. In 1997 werd een postzegel van 17 Belgische Frank met zijn beeltenis uitgegeven. Verder zijn nog veel tentoonstellingen en manifestaties aan hem gewijd.

 

Van de beroemde kleinzoon van de Weerter geneesheer Rijcken zijn ook nog oude unieke geluidsopnamen (opgenomen met Bettine- en Pathé-cilinders) te beluisteren op internet.

En zo blijft de stem van de beroemde heldentenor Ernest Van Dijck te horen, die in zijn jeugd jaarlijks met zijn moeder in Weert is geweest, om daar een bezoek te brengen aan haar stiefmoeder Rijcken-Truijens.

Wellicht was de band van Joanna Maria Margaretha Van Dijck – Rijken met haar stiefmoeder niet erg hecht.Toen deze stiefmoeder op 29 juni 1876 overleed,  bestond haar vermogen uitvier woningen, diverse percelen grond, kapitalen en uitstaande rente en leningen, ter waarde van fl 13.394,94.Van dit vermogen ging slechts 300 Francs naar Maria Van Dijck-Rijcken in Antwerpen.

Wellicht zal tenor Ernest Van Dijck als hij Parsifal in de Wagners gelijknamige opera vertolkte hebben gedacht aan zijn Weerter stiefgrootmoeder en haar erfenis.

Wo irrtest du hin, ihrer vergessend,
deiner, deiner vergessend?

‍Geschreven door Peter Korten

Bronnen:

Kanton Weert, 14 september 1923

Boek Genealogie van de familie Truijen, Truijens en Troeijen (1450-2010) door Jan Truijen

Boek Ernest Van Dijck door Henri de Curzon

Website Delpher

Prive-Collectie Antwerpen

Gemeente-archief Weert

Wie wordt dit najaar de 600ste Weerterloog?

Afgestudeerden voorjaar 2023 – Jack Duijf

De stilte van de coronajaren heeft de honger naar Weerter historie bepaald niet gestild. Integendeel, de cursus Weerterlogie kent inmiddels een voorjaars- én najaarsversie om te kunnen voldoen aan de groeiende belangstelling.

Maar liefst 55 Weerterlogen leverde de laatste aflevering op van de Aldenborghs voorjaarscursus Weerterlogie bij Antje van de Statie in Weert. Weert e.o. telt al ruim 550 Weerterlogen, de jongste is 15 en de oudste 82. Voor alle leeftijden dus!

In een serie van 8 dinsdagavonden verzorgen enkele enthousiaste experts een gevarieerde introductie in de cultuur en geschiedenis van Weert. Elke reeks eindigt met de feestelijke installatie van de nieuwe Weerterlogen, die een passend getuigschrift ontvangen.

Voor wie?

De avondcursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen vooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen. Met de opgedane kennis kan iedereen na afloop bijvoorbeeld familie en vrienden rondleiden door Weert en zo samen nog meer genieten van de stad en regio.

Cursusdata Weerterlogie najaar 2023

Datum Onderwerp Door
03 oktober 2023 Prehistorie en Oudheid dr. Henk Hiddink
10 oktober 2023 17e en 18e eeuw dr. Jos Wassink
 17 oktober 2023 Franse tijd dr. Joost Welten
24 oktober 2023 Middeleeuwen / Tachtigjarige Oorlog drs. John van Cauteren
31 oktober 2023 19e eeuw Peter Korten
07 november 2023 Weerter kunst  drs. John van Cauteren
14 november 2023 WOI, WOII  en Interbellum drs. Theo Schers
21 november 2023 Opbouw en afbraak na WO II drs. Frits Nies

Praktische Info

Tijdstip: 19.00 tot 21.00 uur

Cursuslocatie: Antje van de Statie, Stationsplein 1, 6001 CH Weert

Deelnameprijs: € 121,- (betaling geldt als inschrijving)

Aanmelden: door overmaking van € 121 op bankrekening NL31RABO0176968334 t.n.v.  stichting De Aldenborgh Weert

onder vermelding van ‘cursus’ en uw naam.

Deelname ook graag doorgeven aan ons secretariaat via info@dealdenborgh.nl

 

Hunsel, een voortreffelijke finale van Gluren bij de Buren 2023

Hunsel – Op dinsdagavond 22 augustus vond in het kader van de Cultuurhistorische Zomer 2023 de laatste Gluren bij de Buren plaats, en wel in Hunsel. De belangstelling voor deze avond was overweldigend. Meer dan 300 bezoekers hadden de weg gevonden naar de Sint Jacobuskerk. Zij waren overigens niet de eersten. Reeds vele eeuwen – en tot op de dag van vandaag – is de kerk van Hunsel een belangrijke halteplaats voor pelgrims op de route naar Santiago de Compostela.

Kerk helemaal vol

Voor de deelnemers aan deze Gluren bij de Buren had de kerk te weinig zitplaatsen; een aantal bezoekers moest zich tevredenstellen met een staanplaats achter in de kerk. Menig pastoor zou zich verheugen op een dergelijke opkomst.

Peter Korten vertelde dat in de 18-jarige geschiedenis van Gluren bij de Buren nog nooit een bezoek aan Hunsel was gebracht. Toen voor de editie van 2023 contact met Hunsel werd gezocht, was het enthousiasme groot. Binnen de kortste keren hadden zich 36 vrijwilligers aangemeld. Na de collecte aanbevolen te hebben, gaf hij het woord aan deken Miltenburg van Thorn.

Deken Miltenburg verhaalde dat hij bij zijn eerste bezoek aan Hunsel door de navigatieapparatuur via een omweg door de landelijke omgeving naar de kerk was gestuurd. Later had hij de kortste weg naar de kerk gevonden.

Rondleiding

Na deze toespraken volgde een rondleiding in groepen door Hunsel. Op verschillende plaatsen vertelden enthousiaste en deskundige inleiders over gebouwen en gebeurtenissen in Hunsel.

Tegenover de kerk ligt een oude, mooie pastorie in neoclassicistische stijl. De huidige eigenaar, Leo Stratermans, vertelde op geestige wijze iets over dat gebouw. Hunsel werd in de eerste helft van de 19de eeuw een zelfstandige parochie. Dat vroeg volgens de toenmalige pastoor ook om een passende pastorie. De pastorie werd gebouwd met “veldbrandbrikken,” vervaardigd van leem die in de loop der eeuwen door de Uffelse beek in de nabijheid was afgezet. Het bezoek aan de pastorie werd afgesloten met een wandeling door de mooi aangelegde tuin met aan de bomen rijpende peren en druiven.

Herbouwde boerderij

Een ander bezienswaardig gebouw is een boerderij, die na een brand herbouwd is op de fundamenten van een eeuwenoude boerderij. Deze dateerde uit de tijd dat Hunsel deel uitmaakte van de heerlijkheid Kessenich van de heren Van Waes. De rijksheerlijkheden Kessenich, Thorn en Neeritter vormden de zogenaamde “Drie Eigen.”

Geheimzinnig en streng bewaakt kamp

Maan Verheyen vertelde in de speeltuin dat tijdens de bezetting in de omgeving van Hunsel door de Duitsers een geheimzinnig en streng bewaakt kamp werd gebouwd. In het kamp waren ook jonge vrouwen gehuisvest, zogenaamde Blitzmädel, genoemd naar de bliksemschicht op hun uniform. Hun verschijning veroorzaakte nogal wat opwinding in Hunsel, waar de vrouwen zedig gekleed gingen met rokken tot onder de knie en daaronder kousen. Het kamp bleek een onderdeel te zijn van een radarsysteem met ook een post in Weert om vliegtuigen van de geallieerden te lokaliseren. Als dat het geval was, volgde een poging om met Nachtjäger het vliegtuig neer te halen, hetgeen helaas ook wel met succes gebeurde.

In de nacht van 20 op 21 juli werd een Lancaster, een Engelse bommenwerper, in de buurt van Hunsel door een Duits jachtvliegtuig neergeschoten. De zeven bemanningsleden kwamen daarbij om. Zij hebben hun laatste rustplaats gevonden bij de kerk in Hunsel. De inleider, Ton Bosmans, verhaalde hoe hij erin geslaagd was om in contact te komen met familieleden van de omgekomenen en foto’s van hen te krijgen.

Zichtborden

In een bocht van de Kallestraat verwelkomde Rob Adams het gezelschap. Op die plaats staan een aantal zogenaamde zichtborden. Op deze borden zijn verdwenen gebouwen afgebeeld die vanaf deze plaats zichtbaar waren, zoals een in de oorlog opgeblazen windmolen en het enkele jaren geleden afgebroken herenhuis Velter, annex bouwbedrijf, op een plek waar nu een parkje is.

Schutterij

In het gebouw van de KPJ werd door Harry Houben de geschiedenis van de schutterij Sint Jacobus belicht. In de tijd van de heren Van Waes had de schutterij onder meer een taak bij de verdediging van de landsgrenzen van de heerlijkheid Kessenich. De beloning daarvoor bestond vaak uit een aam bier, zo’n 150 liter, dat de leden van de schutterij niet versmaadden. Het gezegde “als het kalf niet wil drinken, doe het dan maar bij de schutterij” duidt erop dat de leden van de schutterij de naam hadden niet vies te zijn van alcoholische drank.

Beeld van Sint Rochus

Na de geslaagde rondleiding volgde een primeur in het 18-jarig bestaan van Gluren bij de Buren. Het kerkbestuur van Hunsel bood alle bezoekers een drankje aan in het parochiehuis; een geste die zeer op prijs werd gesteld en navolging verdient.

Thieu Wieërs verhaalde in de kerk over het beeld van Sint Rochus, patroonheilige van de pestlijders. Aan de voet van het beeld is een hond afgebeeld, als verbeelding van honden die voedsel naar pestlijders brachten. Rochus wijst met zijn hand naar een pestbuil op zijn bovenbeen. Vermeldenswaard is dat het blote been bij een restauratie voorzien is van kleding. Een bloot been werd blijkbaar als onzedelijk beschouwd.

Geslaagde editie

In het bomvolle parochiehuis bedankte Peter Korten uitvoerig de organisatie en in het bijzonder de vrijwilligers die voor deze prachtige avond gezorgd hadden. Ook andere sprekers meldden zich, waaronder een wethouder van de gemeente Leudal.

De organisatie van Gluren bij de Buren in Hunsel en de vele bezoekers kunnen terugkijken op een zeer geslaagd en vlekkeloos verlopen evenement, mede dankzij de inzet en het enthousiasme van vele vrijwilligers, met een zeer drukbezochte nazit in het parochiehuis.

Bron: Weertdegekste – 26 augustus 2023

Impressie van het mini-symposium ‘Het verhaal over het kanaal’

Op donderdagmiddag 17 augustus 2023 vond er in Bocholt een mini-symposium plaats met als titel ‘Het verhaal over het kanaal’. Aanleiding voor het evenement was dat het bijna 200 jaar geleden is dat de Zuid-Willemsvaart, het kanaal tussen Maastricht en ’s Hertogenbosch, voor het scheepvaartverkeer werd geopend. Het kanaal heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de regio.

Mini-symposium ‘het verhaal van het kanaal’

Verhaal over het kanaal
De opkomst voor het symposium was groot, 300 deelnemers. De feestzaal van het Parochiehuis in Bocholt was helemaal vol. Er moesten zelfs stoelen worden bijgeplaatst. Peter Korten heette de bezoekers welkom. Hij deelde mee dat vanwege de verwachte grote opkomst was uitgeweken van het brouwerijmuseum naar deze zaal. Dat zou echter geen reden behoeven te zijn om niet te genieten van het bier van de plaatselijke brouwerij. Niet minder dan zes sprekers stonden op het programma.

Alfons Bruekers verhaalde dat begin 17de eeuw het stadsbestuur van Den Bosch het plan had opgevat om een waterwegverbinding, door de spreker Fossa Peellandia gedoopt, tot stand te brengen tussen Den Bosch en Maaseik. De redenen daarvoor waren van tweeërlei aard. Enerzijds was er ter bevordering van het handelsverkeer behoefte aan een stabiele verbinding met Luik, onafhankelijk van de waterstanden van de Maas. Anderzijds kon het kanaal de Peel ontsluiten voor de winning van turf. Na de verovering van Den Bosch in 1629 had het stadsbestuur andere zorgen en werden de werkzaamheden gestaakt. Alleen het traject Den Bosch-Helmond was gereedgekomen.

Joost Welten besteedde aandacht aan het plan van Napoleon om een waterwegverbinding tot stand te brengen tussen Antwerpen en de Rijn. Een van de belangrijkste doelen was de aanvoer van eiken uit Midden-Europa voor de scheepswerven van Antwerpen. Daar werden seriematig oorlogsbodems gebouwd omdat dat in havens aan de Franse westkust moeilijk was vanwege de overmacht van de Engelse vloot. In 1810 werden de werken aan het kanaal gestaakt.

Wim Cuppens vertelde over de gevolgen die de aanleg van de Zuid-Willemsvaart had voor de regio. Boeren werden door het kanaal gescheiden van hun gronden. Dat leidde tot veel onenigheid over de bouw van bruggen. Het kanaal maakte ook de komst van – naar later werd onderkend – vervuilende industrie mogelijk.

Frans Medaer kreeg de lachers op zijn hand met smakelijke verhalen rond het kanaal. Vermeldenswaard is dat de brugwachter van de brug over het kanaal te Lanaken op advies van de eigenaar van het hotel Beausejour aan de overkant van kanaal vanuit het kleine brugwachtershuisje naar het hotel verkaste. De reden was dat dan de dochters van de brugwachter meer kans zouden hebben om aan een welgestelde man te geraken. Dat is ook gelukt. Tot grote hilariteit van het publiek vertelde Cuppens dat een dochter zelfs een hoge belastingambtenaar aan de haak had geslagen.

Philip Moreau belichtte, ondersteund door veel afbeeldingen, de rol van het kanaal voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Langs het kanaal werden zowel in Nederland als in België een reeks bunkers gebouwd. De linie sloot echter niet helemaal. Tussen de Nederlandse grens en Lozen stonde er geen bunkers, het zogenaamde Gat bij Bocholt. De bunkers hebben overigens nauwelijks een rol gespeeld bij de inval van de Duitsers in mei 1940. Aan het einde van de oorlog werden de bruggen over het kanaal door terugtrekkende Duitse troepen opgeblazen

Roel Kwanten bracht de bij verdrag overeengekomne verdeling van het Maaswater over de diverse waterwegen, die door de Maas worden gevoed, zoals de Zuid-Willemsvaart en het Julianakanaal, helder in beeld. Ook vertelde hij over de zoektocht naar de oorsprong van een gevaarlijk stofje in de Maas, waarvan de concentratie vele malen hoger is dan verantwoord. De bron bleek te liggen in de vervuilde bodem van een voormalig fabriekterrein in Maastricht, die nu gesaneerd wordt. Roel Kwanten mag gelden als een symbool van de verbondenheid van de Nederlandse en Belgische provincies Limburg. Als Belg, woonachtig in Bocholt, werkt hij bij Rijkswaterstaat in Maastricht waar hij zich bezighoudt met de kwaliteitsbewaking van het Maaswater, een onmisbare bron van leven voor plant, dier en mens in de regio.

Stijn Van Baelen, burgemeester van Bocholt, schetste in gloedvolle bewoordingen het belang van de kanalen voor Bocholt. Zonder enige zweem van ironie te vertonen, betitelde hij Bocholt als het “Venetië van het Midden”.

Peter Korten sloot deze geslaagde middag met enthousiaste en deskundige sprekers over interessante onderwerpen af met dank aan de sprekers en aan de vrijwilligers van de heemkundige kring Bocholt voor de perfecte organisatie.

Door: Wil Filott
Foto: Jack Duijf

Gluren bij de buren … in Hunsel – dinsdag 22 augustus 2023

Hunsel, een klein kerkdorp in Midden-Limburg, grotendeels agrarisch gebied in de gemeente Leudal met ca. 950 inwoners. Hunsel ligt op een hoogte van 30 meter. Dwars door Hunsel stroomt de Uffelse Beek.

Hunsel heeft een rijk verenigingsleven, kampeerplaatsen, woon-/zorgcomplex, zorgboerderij en enkele oude boerderijen.
De Sint Jacobus de Meerdere Kerk ligt aan de ‘Jacobus de Compostella-route’ komend vanuit Den Helder-Amsterdam-Den Bosch-Weert-Hunsel en zo door naar Maastricht. Een dorp met veel vrijwilligers onder andere voor de speeltuin ‘Zeevershof’, de Sint Jacobus de Meerdere kerk, het park Velter, Wereld Oorlog II monumenten, de Groels- en Óngerbrögker kapel. U krijgt ook het verhaal van de Hunseler Ziekte te horen. In de parochiezaal is de afsluiting met nog een presentatie.
Kortom: ontdek onder deskundige historische begeleiding Hunsel.

Praktische informatie

Aanvang: 19.00 uur
Startpunt: in de St. Jacobus de Meerderekerk, Jacobustraat 14 – 6013 RK Hunsel
Parkeergelegenheid: parkeerplaats bij de St Jacobus de Meerderekerk
Deelname: gratis

Mini-symposium ‘Het verhaal van het kanaal’ – 17 augustus 2023

Zuid-Willemsvaart Weert o.v.v. Erfgoed Weert

Op donderdagmiddag 17 augustus 2023 wordt een intrigerend mini-symposium georganiseerd in de grote zaal van Parochiehuis Bocholt, gelegen aan Kerkplein 11, 3950 Bocholt. Het evenement, getiteld ‘Het verhaal over het kanaal’, werpt een blik op de rijke geschiedenis van de Zuid-Willemsvaart, een cruciaal element dat onze regio gedurende de afgelopen twee eeuwen heeft beïnvloed.

Het kanaal, dat verbindt en scheidt, heeft een essentiële rol gespeeld in de ontwikkeling van de streek. Het mini-symposium biedt een kans om diepgaand inzicht te krijgen in de verschillende aspecten van de Zuid-Willemsvaart. De toegang tot dit evenement is gratis, en het begint om 14.00 uur.

 

Het programma belooft een boeiende reis door de tijd:

Alfons Bruekers: zal ons meenemen in de wereld van de Fossa Peellandia, het oudste onvoltooide kanaal.
Joost Welten: deelt het verhaal van Le Grand Canal du Nord, een ambitieuze droom van Napoleon.
Wim Cuppens: belicht de lokale impact en gevolgen van het kanaal op de plaatselijke bevolking.
Frans Medaer: neemt ons mee op een boottocht vol verhalen over het kanaal.
Philip Moreau: onthult de strategische rol van de Zuid-Willemsvaart tijdens de Tweede Wereldoorlog, inclusief de aansluiting met de Peel-Raamstelling.

Tussendoor zal Roel Kwanten, waterkwaliteitsbeheerder bij Rijkswaterstaat, enkele actuele wetenswaardigheden delen over de Zuid-Willemsvaart.

Bassin Weert o.v.v. Erfgoed Weert

Voor en na het mini-symposium kunnen geïnteresseerden de monumentale St.-Laurentiuskerk van Bocholt bezoeken, waar een tentoonstelling te zien is met foto’s van de zusters van Priorij Klaarland.

Dit waardevolle evenement wordt georganiseerd door de samenwerking van verschillende lokale organisaties, namelijk Heemkundige Kring Bocholt, de Aldenborgh, en kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap.

Het belooft een informatieve en boeiende middag te worden voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van dit belangrijke kanaal en de impact ervan op onze regio. Parkeergelegenheid wordt aanbevolen op Kerkplein of de parkeerplaats Matthijsplein in Bocholt.

 

Bassin Weert o.v.v. Erfgoed Weert

Gluren naar de buren … in Wessem – 8 augustus 2023

 

Van de vele bijzondere ijkpunten die Wessem rijk is gaan we er door middel van een wandeling een vijftal onder het vergrootglas bekijken. De totale afstand is iets meer dan 1,5 km. Het parcours is rolstoel- en rollatorvriendelijk.

 

 

 

  • Het pronkstuk is de mooie gotische kerk, verwoest in november 1944 en gerestaureerd door architect Frits Peutz. Hij heeft zich bij de restauratie laten leiden door de archeologische vondsten en heeft de twee voorgaande kerken zichtbaar gemaakt. De sluitsteen in de apsis, een tetramorf, een wijwatervat dat geschonken is door paus Leo de 13de, en de Venus van Wessem, tijdens de restauratie gevonden, zijn enkele toppers.
  • Het koeienmonument van Dolf Wong dat ‘De wijze koeien van Wessem’ voorstelt, zoals in een artikel van de Katholiek Illustratie van 1934 staat. Koeien die tot 1954 zelfstandig naar de Koeweide of de stal liepen.
  • Het havenmonument van Wim Rijvers en de eerste brug in Nederland, die via uitbouw is gebouwd en de oude en nieuwe haven.
  • Het oude markante Marktplein met zijn uit maasstenen geplaveid gemeentewapen, gemaakt door Baerke Dierx. Het oude gemeentehuis van architect Lemmens en de aanbouw van architect Corbey uit Thorn.
  • De Steenweg met zijn grote handelshuizen van 1613 in Gelderse stijl laten het rijke verleden zien.

Kortom: In de oude en de nieuwe portus aan de Maas valt u van de ene verbazing in de andere.

Organisatie: Stichting De Aldenborgh, Kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en Geschied- en Heemkundige Kring ‘Land van Thorn’

Praktische Informatie

Wanneer: dinsdag 8 augustus 2023
Aanvang: 19.00 uur
Verzamelpunt: in de Sint Medarduskerk, Groenstraat 24, 6019 AH Wessem
Deelname: gratis

Drukbezochte Gluren bij de buren in Swalmen

Fotograaf Fons Nijssen

Gisteravond op 1 augustus waren in het kader van Gluren bij de buren een 160-tal belangstellenden aanwezig in het centrum van Swalmen, waar dhr. Peter Korten (LGOG) de avond inleidde in de St. Lambertuskerk. Henri Smeets hield een korte bloemlezing over Swalmen en zijn historische plekken. Wim Evers gaf een interessante uitleg over de St. Lambertuskerk. Vervolgens ging iedereen op pad om samen met de Swalmengidsen meer te weten te komen over enkele interessante plekken in het mooie Swalmen.

 

 

 

Fotograaf Fons Nijssen

Op het Dr. Crasbornplein vertelde Piet Heijman vol enthousiasme over ‘zijn’ huisarts Dr. Crasborn. Charles Konings had de eer om bij het Mathieu Cordang monument aan de Rijksweg de aanwezigen de verhalen te vertellen over deze uitzonderlijke ‘onbekende’ Nederlandse topwielrenner. Ook deelde hij het verhaal over de eerste Nederlandse personenauto, die is gebouwd in Swalmen door zijn naamgenoot P. Konings, bekend van de latere Machinefabrie en IJzergieterij Konings.

 

Bij de Brugstraat was het de beurt aan Peter van Cruchten. Hij gaf uitleg over de historie van de brug, de heilige Nepomucenus en het ‘Tolhuis’ naast de kerk, waar je geen tol hoefde te betalen. In het Meulehoes vertelde Henri Smeets over de geschiedenis van dit bijzondere monument dat in vroeger tijden niet alleen als molen diende, maar in het dagelijks leven van vele Swalmenaren een huishoudelijke en sociale functie had. Menig Swalmenaar is hier groot geworden met het uithalen van kwajongensstreken.

Fotograaf Fons Nijssen

Terug op de markt maakten de deelnemers nog een rondje langs alle markante gebouwen aan de markt. Herm (van Pompe Koen) Geraedts vertelde hierover. Hij vergat daarbij niet de smeuïge details over de vele kroegen, die Swalmen rijk was.

Na deze vermakelijke avond zochten velen nog de geopende terrassen op om na te praten over deze editie van Gluren bij de Buren. Een geslaagde en gezellige avond. Tot weerzien in Zjwame.

 

 

Fotograaf Fons Nijssen

Fotograaf Fons Nijssen

Fotograaf Fons Nijssen

Fotograaf Fons Nijssen

Fotograaf Fons Nijssen

Fotograaf Fons Nijssen

Fotograaf Fons Nijssen

Fotograaf Fons Nijssen

Fotograaf Fons Nijssen

Reisverslag Excursie Heumen/Gave – 27 juli – door Wil Filott

‍Op 27 juli vond er in het kader van de Cultuurhistorische Zomer 2023 een excursie plaats naar Overasselt en Grave.

 

Ontvangst in De Lage Hof

Met een volle bus werd `s ochtends vroeg koers gezet naar Overasselt. Daar werden we in Buurderij De Lage Hof, een mengvorm van een agrarisch museum en een buurtcentrum, ontvangen met koffie/thee en een stuk appeltaart van wel drie centimeter hoog met slagroom.

‍De burgemeester van de gemeente Heumen, waartoe Overasselt behoort, Joerie Minses, afkomstig uit Kelpen-Oler en lid van het GOG en GHK Thorn, heette ons in het Nederlands welkom. Hij liet zich echter de gelegenheid niet ontgaan om met de bezoekers in zijn moederstaal te ‘kallen’.

Annet Mengde, voorzitster van het Erfgoedplatform Heumen, verhaalde over de geschiedenis van Overasselt. De slag op de Mokerhei en de Tweede Wereldoorlog kwamen daarin ruim aan de orde.

Vervolgens vertelde Hans van Lanen over de landing van parachutisten en 350 vliegtuigen (gliders) in de weilanden bij Overasselt en Nederasselt op zondag 17 september 1944 in het kader van de operatie Market Garden. Veel gliders werden daarbij beschadigd door het prikkeldraad en de heggen tussen de weilanden. Zijn verhaal werd geïllustreerd met originele filmpjes met unieke beelden van die luchtlanding.

‍Aansluitend was een bustour gepland. De chauffeur slaagde er echter niet in de bus te starten. Van de nood werd creatief een deugd gemaakt. In De Lage Hof werd al een deel van het middagprogramma gepresenteerd onder andere over de zogenaamde linie van prins Maurits. Deze omsingelingslinie is in 1602 door prins Maurits van Nassau aangelegd.

De bedoeling daarvan was te voorkomen dat Grave, dat sinds 1586 in Spaanse handen was, bevoorraad zou worden. Grave werd overigens in datzelfde jaar door prins Maurits veroverd.

 

Intussen was burgemeester Minses als een ware ‘crisismanager’ erin geslaagd een touringcar met chauffeur van een Nijmeegs bedrijf te organiseren waarmee na een vertraging van drie kwartier de bustour kon beginnen.

 

De bustour

Met de touringcar werd een rit door Overasselt en het buitengebied gemaakt waarbij Hans van Lanen een deskundige toelichting gaf op wat er te zien of niet meer te zien was. Zo werd het terrein bezocht waar de luchtlanding in september 1944 plaatsvond. Ter plaatse herinnert een monument, voorstellende een drietal parachutes, aan deze gebeurtenis.

‍Verder werd een bezoek gebracht aan de Sluisbrug, waar een mevrouw Eef van Hout als een ware actrice verhaalde over de avonturen van Ben Bouman bij de verovering van de sluisbrug over het Maas-Waalkanaal door de geallieerden. De in Mook ondergedoken Ben Bouman was op weg naar Heumen om via de sluisbrug zijn geliefde Truusje van Lisdonk, dochter van de dominee, te bezoeken, een gevaarlijke onderneming voor een ondergedoken persoon met een vervalste Ausweis.

 

Bij de Sluisbrug ontdekte hij tot zijn verrassing en vreugde dat geallieerde soldaten poogden de brug ongeschonden in handen te krijgen, hetgeen ook lukte. Hij kon via de bovenbrug naar de overkant gaan. Daarbij ontdekte hij twee doodsbange Duitse soldaten. Voor hem en Truusje was voortaan de weg naar elkaar zonder gevaar. De geallieerden konden de brug benutten voor hun rollend materieel.

‍De bustocht ging verder over een zeer smal weggetje door de uiterwaarden van de Maas, een gewaagde onderneming voor de grote bus. Daar bezochten we onder andere een plek waar vroeger een kerkje had gestaan, maar die nu slechts gemarkeerd werd door een kruisbeeld. Joerie Minses vertelde dat tot het plaatsen van dat kruisbeeld besloten was in de laatste vergadering van de gemeente Overasselt, voordat die opging in de gemeente Heumen.

Verder werd verteld over de aanbieding in 1891 aan koningin Wilhelmina van een herdenkingsplaquette aan het protestantse kerkje van Heumen voor de dramatisch verlopen Slag op de Mokerhei, waarbij Lodewijk en Hendrik van Nassau samen met duizenden soldaten het leven lieten.

De lunch

Na de busrit keerden we terug in De Lage Hof voor de lunch. Onze bus bleek intussen gerepareerd te zijn. Namens de Aldenborgh bood Peter Korten de deelnemers een drankje als troost voor het ondervonden ongemak vanwege de defecte bus. De keuze was jonge jenever of rode port. De vraag was overigens of de deelnemers ongemak hadden ondervonden maar dat deed niet af aan de appreciatie van het gebaar. Daarna werd een gevarieerde lunch opgediend bestaande uit soep, worstenbroodje, belegde broodjes en sneetjes rozijnenbrood.

V.l.n.r.: Peter Korten, Hans van Lanen, Annet Mengde en
burgemeester Joerie Minses.

De kazematten van Grave en het Graafs Stadsmuseum

Na de lunch stond Grave op het programma. Eerst werd een bezoek gebracht aan twee kazematten, onderdeel van het Graafs Kazemattenmuseum. De kazematten zijn gebouwd in 1936. Zij vormden een onderdeel van de Peel-Raamstelling, een verdedigingslinie van Grave tot de Belgische grens bij Weert. De bedoeling van kazematten was strategische punten te verdedigen, in dit geval de brug over de Maas.

 

De rivierkazemat Zuid is een gebouw van drie verdiepingen. De kazemat Noord telt twee verdiepingen. De kazemat Zuid is aan een zijde beschilderd met geometrische blokken als een vorm van camouflage. In de kazemat Noord is een klein museum. De kazematten werden overigens al op de eerste oorlogsdag 10 mei 1940 door de Duitsers veroverd.

‍Na het bezoek aan de Kazemat namen we een kijkje in het Stadsmuseum Grave. Dat museum geeft een overzicht van de Graafse geschiedenis. Ook staat er een grote maquette opgesteld van Grave als vestingstad. Een gids gaf daarbij een uitgebreide uitleg over de aanleg en het belang van de vesting. Helaas is van de vestingwerken haast niets meer over. De nog resterende Hampoort wordt ook met ondergang bedreigd doordat het gebouw steeds verder in de moerassige bodem verzakt.

‍Voor de Weertenaren was het verassend te zien dat zich in het museum een brokstuk van een grote graftsteen bevond waarop duidelijk de drie hoorns van het wapen van de Van Hornes  te zien waren.

 

Bezoekje aan de historische binnenstad van Grave

Na het museumbezoek was er nog ruim de tijd om een kijkje te nemen in de binnenstad van Grave. Wat in het oog sprong was dat op veel huizen het schildje van rijksmonument was aangebracht. Mede vanwege het druilerige weer werd het verblijf in Grave besloten met een bezoek aan dranklokalen, zeer belangrijk voor de onderlinge sociale contacten.

 

N. B. Weert is de stad van de rogstaekers. De rog is dus een belangrijk beest in Weert. Maar in Weert is geen straat naar de rog genoemd. In Grave is dat wel het geval. Ligt hier geen mooie taak voor de gemeente Weert bij het kiezen van straatnamen?

‍Chauffeur Lei Ramakers heeft het gezelschap veilig afgeleverd in Weert, Swartbroek en Thorn. Het einde van een geslaagde, interessante en goed georganiseerde excursie.

 

Wil Filott