Maas- en Roerbode 26 november 1881
De openbare verkoop: tweede zitting
Op 28 november 1881 vond weer ten herberge van Jan Mathijs Boonen aan de Biest de tweede zitting plaats, gevolgd door de toewijzing.(16)
Uit de van de van toewijzing op 28 november 1881 door notaris Le Brun opgemaakte akte blijkt dat het woonhuis voor een bedrag van drieduizend vijfhonderd twee-en-zestig gulden werd toegewezen aan Jan Tullemans, klompenmaker en winkelier te Weert. Hij verklaarde de woning gekocht te hebben namens Willem Princen, theoloog te Roermond, en diens broer Jacobus Princen, kantoorbediende te Amsterdam. Deze Willem en Jacobus Princen zijn zonen van Frans Princen en Maria Isabella Bovens. Zij kochten dus hun ouderlijk huis, waarschijnlijk om zeker te stellen dat hun moeder, de weduwe Princen – Bovens daar kon blijven wonen.
De pannenbakkerij en de vijf woningen samen werden voor een bedrag van tweeduizend zeshonderd twintig gulden verkocht aan Petrus Judocus Michiel Joosten, graanhandelaar te Weert, die handelde voor zich en voor Isidorus Casimir Franciscus Hubertus van der Heijden, banketbakker te Weert.
Petrus Judocus Michiel Joosten is op 23 oktober 1854 geboren te Weert en op 27 maart 1924 te Weert overleden. Hij is getrouwd met Maria Petronella Hubertina Hobus uit Nederweert.
Het echtpaar Joosten-Hobus heeft negen kinderen gekregen. Behalve graanhandelaar zijn als zijn beroepen in documenten ook slager en veekoopman vermeld.
Isidorus Casimir Franciscus Hubertus van der Heijden is geboren op 6 september 1829 te Weert en op 6 mei 1900 te Weert overleden. Hij is op 13 juni 1853 te Weert getrouwd met Jacomina Rietjens. Het echtpaar Van der Heijden-Rietjens heeft, voor zover mij bekend acht kinderen gekregen. Bij de aangifte van de geboorten van zijn kinderen woonde hij in de Maasstraat en is als zijn beroep bakker vermeld.
De percelen bouwland werden voor een bedrag van driehonderd zesennegentig gulden en zestig cent toegewezen aan Godefridus Jozef Knapen, landbouwer en koopman, te Weert.(17)
Godefridus Josephus Knapen is op 19 maart 1827 geboren te Weert en op 19 december 1897 overleden te Weert. Hij is op 25 november 1851 te Weert getrouwd met Elizabeth Nies. Het echtpaar Knapen-Nies heeft, voor zover mij bekend, tien kinderen gekregen
Een probleem
Met de toewijzing op 28 november 1881 leek de zaak van de openbare verkoop van het onroerend goed van moeder en zoon Princen tot een einde te zijn gekomen maar dat was buiten de spreekwoordelijke waard gerekend. De waard in deze zaak was de heer Beke Combret uit Kortrijk. Hij weigerde namelijk doorhaling van zijn hypotheek op de aan Joosten en Van der Heijden verkochte goederen. Joosten en Van der Heijden vonden dat zij een kat in de zak gekocht hadden en eisten van de notaris dat hij zou regelen dat die hypotheek doorgehaald werd. Zonder medewerking van Beke Crombet lukte dat niet en deze bleef halsstarrig weigeren. De notaris zat blijkbaar behoorlijk klem. Op 24 augustus 1882 gaf hij de volgende verklaring af:
“De ondergeteekende J. Th. H. le Brun, notaris te Nederweert, provincie Limburg, verklaart op den 21 Nov. in openbare en op den 28 dezelfde maand finaaal bjj akte van openbare toewijzing ingevolge art. 1223 B.W. vrij en onbelast verkocht te hebben aan P. J.M. Joosten en I. C. F. H. van der Heyden, beiden wonende te Weert een pannebakkerij met toebehoor en huizen gelegen te Weert sectie D, nos784, 832, 833, 834, 835en 836. Hij verklaart dat hij zal zorgen dat de hypotheekschulden die op 28 Nov. 1881 nog op genoemde pannebakkerij stonden voor 1 Jan. 1883 doorgehaald of afbetaald worden en dat hij voor zijne rekening neemt alle kosten en interesten tot zelf de hoofdsom zoo deze van genoemde heeren mocht teruggeeischt worden.
Nederweert 24 Aug. 1882 (getekend) J. le Brun, notaris”.
Wie was Charles Beke Crombet?
Charles Beke Crombet bleek na onderzoek Jules Charles Beke te zijn, geboren in 1837 te Wervicq, Frankrijk, en overleden aan tuberculose in 1912 in Kortrijk, België. Hij is in 1866 getrouwd met Emma Crombet, geboren in 1835 te Kortrijk en in 1913 overleden in de Begijnhofstraat te Kortrijk. Charles Beke voegde na het huwelijk de achternaam van zijn vrouw aan de zijne toe. Het beroep van Charles Beke was “négociant en toiles” (handelaar in stoffen). Het echtpaar stond in Kortrijk in aanzien en was daar actief in het kerkelijk leven.
Opmerkelijk is dat de priester-dichter Guido Gezelle een uitgebreide correspondentie in het Frans onderhield met Emma Crombet.(18) In de correspondentie met deze mevrouw, gekweld door angsten en scrupules, legt Gezelle ook zijn gevoelsleven bloot. In een brief van hem aan Emma Crombet staat een raadselachtig zin die vertaald als volgt luidt: “Ik ga ervan uit dat het bezoek zich beperkt tot beleefdheden tenzij er van uw kant vorderingen in een andere richting zijn”.
Charles Beke Crombet had niet alleen aan Princen geld geleend maar ook aan ten minste een andere inwoner van Weert. Dat blijkt uit een advertentie in de Limburger Koerier van 10 augustus 1893, waarin de verkoop van onroerende goederen van Mechtildis Seerden, weduwe van Jan Voncken, werd aangekondigd “ten verzoeke van den heer Charles Beke-Crombet, fabrikant, wonende te Kortrijk (België)”.
Naar de rechtbank te Roermond
Op 1 januari 1882 had er nog geen doorhaling van de hypotheek van
Beke Crombet plaatsgevonden. De kopers, Joosten en Van der Heijden, spraken notaris Le Brun aan en sommeerden hem op 18 april 1883 om voor doorhaling te zorgen, echter zonder resultaat. Zij dagvaarden de notaris op 30 april 1883 voor de rechtbank te Roermond om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de inschrijving te doen doorhalen. Als dat niet zou gebeuren, eisten zij dat de notaris onmiddellijk aan hen de koopprijs van fl. 2680,- zou teruggeven. Zij zouden die koopprijs dan onder zich mogen houden tot de doorhaling zou hebben plaatsgevonden.
De notaris voerde het verweer dat hij zich alleen verplicht had voor de doorhaling te zorgen zodra dat op grond van een gerechtelijke rangregeling mogelijk was. Anders gezegd: hij was afhankelijk van anderen. Hij vond dat kopers niet-ontvankelijk verklaard moesten worden.
De rechtbank in Roermond nam aan dat de verplichting “om te zorgen” geen verplichting was voor de notaris om zelf de doorhaling te bewerkstelligen maar om een poging te doen dat dat gebeurde. De verplichting om ervoor “te zorgen” was volgens de rechtbank te beschouwen als een morele verplichting. De rechtbank verklaarde de kopers niet-ontvankelijk in hun vordering.