Vol theatercafé voor verhalen achter de ramen van de St. Martinuskerk

Een vol foyer en volop verhalen uit Weert en omgeving: ruim 120 belangstellenden bezochten donderdag 27 augustus in het Munttheater de lezing De namen achter de ramen van de St. Martinuskerk. Het theatercafé was tot de laatste stoel gevuld.

De kleurrijke glas-in-loodramen van de St. Martinuskerk zijn voor veel Weertenaren een vertrouwd gezicht. Minder bekend zijn de verhalen achter de namen die in de ramen te vinden zijn. Veel ramen werden tussen 1907 en 1928 gemaakt door de Roermondse gebroeders Jean en Piet den Rooijen en geschonken door families en andere betrokkenen uit Weert en omgeving.

Tijdens de lezing namen Harriët Blaas, John van Cauteren, Alfons Bruekers, Peet Mertens en Peter Korten het publiek mee in deze bijzondere familiegeschiedenissen. En die bleken soms verrassend ver buiten Weert te voeren.

Zo was er aandacht voor pastoor Caris uit Ospel, die als missionaris in de Amerikaanse staat Virginia werkte voordat hij pastoor in Ospel werd. Ook Victor de Stuers passeerde de revue. Hij speelde samen met architect Pierre Cuypers een belangrijke rol bij het behoud van Nederlandse monumenten en had eveneens een bijzondere band met de Weerter ramen.

Maar er waren veel meer bekende en minder bekende namen om te ontdekken. Onder andere de orgelbouwfamilie Vermeulen-Hermans, het gezin van dr. Peeters, de Heilige Familie van Weert, de families Smeets en Waelbers en de familie Janssens van ‘het kasteeltje’ aan de Emmasingel kwamen aan bod. Zo vormden de ramen het vertrekpunt voor een middag vol verhalen over families, geloof, kunst en de geschiedenis van Weert.

De grote belangstelling onderstreepte hoezeer het lokale erfgoed leeft. Na afloop werd tijdens de gezellige nazit dan ook nog volop nagepraat en werden herinneringen en verhalen uitgewisseld. De middag werd georganiseerd door Stichting Martinus Monument en De Aldenborgh, in samenwerking met Erfgoedgemeenschap Nederweert.

Foto’s Erfgoedgemeenschap Nederweert en De Aldenborgh

Verslag Excursie Lier 12 september 2026

Foto`s en tekst: Wil Filott

Op 12 september 2026 vond de najaarsexcursie van GHK ”Land van Thorn”, de Aldenborgh en LGOG, kring Weert, plaats. De weergoden waren ons deze keer, evenals bij de vorige excursies naar Sint-Truiden en Dordrecht, weer goed gezind. Met een goedgevulde bus werd koers gezet naar Lier, de geboortestad van de schrijver Felix Timmermans. De start was enigszins mistig. Onze chauffeur, Maurice, zette tot verbazing van de passagiers koers richting Lozen. Was hij – al dan niet door de mist – de weg kwijt? Dat bleek niet het geval. We kregen een sight seeing door het Vlaamse land. Enigszins later dan gepland maar toch nog op tijd arriveerden we in Lier. Na een korte wandeling door het centrum, waar de drukke zaterdagmarkt in volle gang was, arriveerden we bij restaurant Het Moment. Wat uw verslaglegger tijdens die wandeling opviel, was het grote aantal horecagelegenheden en terrassen. In Het Moment werden we getrakteerd op koffie of thee met een Liers vlaaike, een lokale specialiteit. Dat Liers vlaaike bleek een rond gebakje te zijn op basis van kandijstroop en vier kruiden.

Nadat de deelnemers in drie groepen waren ingedeeld, begon de stadswandeling door het compacte centrum van Lier. De eerste stop voor de groep, waarin uw verslaglegger was ingedeeld, was bij de voormalige zogenaamde pachterswoningen van de familie Van Acker. Deze kleine woningen, aan een hofje, waren bedoeld voor oude, gewezen pachters van boerderijen van de familie Van Acker. De woningen zijn opgetrokken in een neogotische stijl en prima gerestaureerd. Thans is het complex in gebruik als hotel.

 De centrale pachterswoning en de geveltop daarvan

Vervolgens werd stilgestaan bij de Gevangenenpoort, de enige poort die nog resteert van de eerste stadsomwalling van Lier. In de middeleeuwen fungeerde de poort als gevangenis voor mannen en vrouwen, die in aparte vertrekken werden ondergebracht. De latrines loosden van boven rechtstreeks in de inmiddels gedempte gracht. Boven de poort is een beeldje aangebracht van Sint Rochus, de beschermheilige tegen de pest.

Gevangenenpoort en beeldje Sint Rochus

Via een poort betraden we het voormalige oefenterrein van de handboogschutters. Op het terrein bevindt zich een rij kleine woningen. Deze zijn in de 18de eeuw gebouwd door rijken maar bestemd voor armen, die overigens wel moesten werken. Per huisje was achter de voordeur een vertrek. De wc was buiten. De woningen zijn mooi gerestaureerd. Nu is er achter twee voordeuren een woning.

Geen bewoner van een huisje maar een tevreden deelnemer aan de excursie die met een gelukzalige glimlach even uitrust.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een van de bezienswaardigheden in Lier is het begijnhof. Dat lag oorspronkelijk buiten de omwalling van Lier. Aan de grachtkant bevindt zich een lange rij grote woningen, gebouwd in de eerste helft van de 18de eeuw voor rijke begijnen. Ook deze woningen zijn prachtig gerestaureerd en aangepast voor bewoning in de 21ste eeuw.

In de 17de eeuw woonden in het begijnhof, dat overigens veel groter was dan de gebouwen aan de grachtkant, zo`n 300 vrouwen. De begijnen legden minder vergaande geloften dan kloosterzusters af. Zij beloofden sober, tijdens hun verblijf in het begijnhof kuis te leven en gehoorzaamheid aan de grootmeesteres. Na de verovering van Lier door de Fransen eind 18de eeuw kwam er een eind aan het begijnhof. De begijnen, die allemaal dezelfde kleding droegen, werden betiteld als een kloosterorde. Kloosterordes werden door de Fransen opgeheven en hun bezittingen geconfisqueerd. Rijke begijnen kochten een deel van het onroerend goed van het begijnhof. Later kwamen er weer arme begijnen en kunstenaars in de gebouwen wonen.

Een gedeelte van de woningen van het begijnhof aan de grachtkant

Via de grote monumentale Pastorij kwamen we bij de Begijnhofpoort, de toegangspoort tot het Begijnhof.

Begijnhofpoort

Naast de Begijnhofpoort bevindt zich een beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Remedie met daaronder een bord met de volgende tekst.

Tekst onder het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Remedie

In Lier waren vroeger veel kantwerksters werkzaam, met name in het interbellum. De vrouwen verdienden met hun kantwerk een schamel inkomen. Voor een lange dag werk konden ze twee broden voor hun kinderen kopen. Dat was belangrijk voor het geval zij alleenstaand waren, hun man werkeloos was of die zijn inkomen verdronk in het café. De vader van de schrijver Felix Timmermans was koper van dat kantwerk. Met een kar ging hij in de omgeving zijn waar aan de vrouw brengen.

In het Kantmuseum kregen we te horen dat Liers kantwerk anders is dan het Brugse kloskant. In Lier is het kantwerk borduurwerk. Op een raamwerk wordt een stuk stof gespannen. Met een crochet, een speciale haaknaald, word dan met een dunne katoendraad een patroon ingevuld. Het Lierse kantwerk is kostbaarder dan het Brugse. Trots vertelde onze gids dat koningin Astrid bij haar huwelijk een bruidssluier van Liers kant droeg.

Voorbeeld van Liers kantwerk in het Kantmuseum

Door het smalste straatje van Lier, Hemdsmouwken, liepen we naar de Sint Margaretakerk. Het Hemdsmouwken is aangelegd als een brandstraatje. Een steegje waarmee beoogd werd het overslaan van brand te voorkomen. De naam Hemdsmouwken is ontleend aan de vorm van de straat die doet denken aan een hemdsmouw.

De Sint-Margaretakerk is de kerk van het begijnhof. De bouw heeft een tijd stil gelegen vanwege een pestepidemie. Dat is te zien is aan het jaartal 1664 in het cartouche boven de deur en het jaartal 1767 boven de beeldnis.

Portaal en jaartallen Sint Margaretakerk

 

De inwoners van Lier hebben de bijnaam schapenkoppen. De naam schapenkoppen is ontstaan in de 14de eeuw. Hertog Jan II, Hertog van Brabant, had een dispuut met Mechelen. Lier koos de kant van de hertog. Nadat de Mechelaars in de strijd de duimen hadden gelegd, wilde de hertog de Lierenaars belonen voor hun bijdrage aan de strijd. Ze mochten kiezen uit twee beloningen voor de stad: een universiteit of een veemarkt. De Lierenaars kozen voor de veemarkt. De gedachte was: een veemarkt kost niets maar levert wat op; een universiteit kost alleen maar geld. De universiteit ging naar Leuven.

Het Schapenkoppenmonument van de Lierse kunstenaar Bertro  

We stonden een poos stil bij de Jubelklok in de Zimmertoren, het icoon van de stad Lier. Deze klok is in 1930 door de uurwerkmaker Zimmer aan de stad Lier geschonken ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van België. De Jubelklok is een bijzonder uurwerk, bestaande uit één moederklok die twaalf andere tijdmechanismen volledig aanstuurt. Het uurwerk bevindt zich in een toren, waarvan het benedenste gedeelte is gebouwd op resten van een oude stadspoort.

Zimmertoren met jubelklok

De stadswandeling werd afgesloten met een korte wandeltocht over het Felix Timmermansplein naar de Grote Markt. Daarbij passeerden we het borstbeeld van Felix Timmermans, een ook in Nederland bekend Vlaams schrijver o.a van het boek Pallieter.

Na de stadswandeling had iedereen ruim de tijd om in een van de vele restaurants of op een terras de lunch te gebruiken.

Na de lunch stonden bezoeken aan de Zimmertoren en het Zimmermuseum op het programma.

Louis Zimmer was een amateurastronoom, die als autodidact zich opwerkte tot de top van de uurwerkmakerij. Hij ontwierp de Jubelklok, die te bewonderen valt op de naar hem genoemde Zimmertoren. In de bovenste verdieping van de toren bevindt zich het ingenieuze mechanische uurwerk. Met een met gewichten aangedreven moederklok worden ook twaalf andere tijdsmechanismen aangestuurd.

            Deel mechanisme in de Zimmertoren

 

In het Zimmermuseum wordt behalve aan het leven en werk van Louis Zimmer ook veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van de tijdmeting van mechanisch naar elektronisch. Op een afbeelding worden de centrale wijzerplaat en de twaalf kleine wijzerplaten van de Jubelklok weergegeven met hun functies. Deze functies zijn: fasen van de maan, maancirkel tijdsvereffening, dierenriem, zonnecirkel, week, wereldbol, maanden, datum, jaargetijden, watertijden en ouderdom maan.

Hieruit blijkt hoe bijzonder dit uurwerk is om op deze wijzerplaten precies op het juiste moment de juiste stand weer te geven.

Afbeelding centrale wijzerplaat en 12 kleine wijzerplaten

Na het bezoek aan de Zimmertoren en het Zimmermuseum gingen we op weg naar de aanlegplaats van de boten van de Koninklijke Moedige Bootvissers. Een ijsverkoper had zijn ijskar daar zeer strategisch opgesteld. Veel deelnemers konden de verleiding niet weerstaan om bij het mooie weer zich tegoed te doen aan een ijskoude versnapering.

 

Met fluisterboten voeren we over de Binnennete. Wat uw verslaglegger opviel was de stilte binnen in de stad. Vanuit de boot konden we Lier van een andere kant bewonderen.

Het Spuihuis aan de Binnennete

 

Na het keren van de boot bij het Spuihuis voeren we terug naar de botenstalling. Op de terugtocht zagen we een boot voor ons een aantal malen met grote snelheid een pirouette maken tot groot jolijt van de jeugdige passagiers. Of de volwassenen aan boord van die boot last hebben gehad van een draaierig gevoel in hun hoofd of hun maag, weet uw verslaglegger niet. Onze boot is  -gelukkig of helaas -rustig zonder gedraai teruggekeerd naar de uitstapplaats.

Deelnemers in de boot

Na de boottocht was het nog ruim de tijd om op zoek te gaan naar de bus. Uw verslaglegger maakte, samen met enkele andere deelnemers, van de gelegenheid gebruik om nog even op een terras voor het eerst in zijn leven een glas Liefmans, een rood kersenbier, te drinken. Dat smaakte overigens niet zo goed als de La Chouffe bij de lunch.

Iedereen was tijdig bij de bus voor de terugreis. Deze ging weer door de Vlaamse binnenlanden. Eens de sluis van Lozen gepasseerd, reden we het thuisland van de meeste deelnemers binnen.

Organisator Hub aan den Boom dankte chauffeur Maurice voor de veilige tocht en overhandigde hem namens deelnemers een kleine attentie. Ook bedankte hij de deelnemers voor hun deelname aan de excursie en het feit dat zij zich zo keurig aan de tijden van het programma hadden gehouden.

De deelnemers kunnen terugzien op een geslaagde, aangename en gezellige excursie. De stad Lier deed recht aan zijn bijnaam ”Lierke Plezierke”.

De verkoop van de pannenbakkerij van Princen in het Laarveld in Weert in 1881

Wil Filott

Een minder bekende industriële bedrijvigheid in de 18de en 19de eeuw in Weert is de pannen- en steenbakkerij. Zo werden de stenen voor de muren van het nieuwe kerkhof bij de Sint Rumolduskapel eind 18de eeuw in de buurt van Hushoven gebakken in een veldbrandoven.

Het oprichten van een steen- en/of pannenbakkerij was medio 19de eeuw in Weert niet ongebruikelijk. Redenen daarvoor waren de aanwezigheid, zij het in beperkte mate, van klei als grondstof en turf uit de Peel als brandstof Ook speelde de aanwezigheid van het kanaal als aan- en afvoerroute een rol De opkomst van pannenbakkerijen was mede het gevolg van betere technieken. Ook waren dakpannen veel brandveiliger en duurzamer dan stro en riet, waarmee tot die tijd nog veel huizen, schuren en stallen gedekt waren.

Van 1842 tot 1857 werden er in Weert de volgende steen- en/of pannenbakkerijen opgericht.
1842 steenbakkerij Neven, Boshoven
1842 steenbakkerij van Calis, Laar
1849 pannenbakkerij Coenen, bij Bassin
1851 steenbakkerij Princen, Biest
1852 pannenbakkerij van Aubel, bij Bassin
1854 steenbakkerij Coenen, bij Bassin
1856 steenbakkerij Verhagen, bij Sluis 16
1856 steenbakkerij Stultiëns, Boshoven
1857 Steenbakkerij Kiggen, Roermondseweg
1857 steenbakkerij Hoeben, Tungelroy
1857 pannen- en steenbakkerij Princen, Biest.(1)

In een beschrijving van de economische activiteiten in Weert in die tijd staat: ”De hoofdbestanddelen zijn landbouw, veeteelt en handel… en men vindt er…2 pannenbakkerijen”. (2)

De pannen- en steenbakkerij van Princen
In 1857 richtte een zekere Princen, wonende aan de Biest, een pannen- en steenbakkerij op. Afgaande op de vermelding van de kadastrale percelen lag de pannenbakkerij in het Laarveld aan de overzijde van het kanaal aan de Kleine weg van Nederweert. Ter bepaling van de gedachten: de pannenbakkerij lag ongeveer ter plaatse van de huidige straat Paltrokmolen in de wijk Molenakker. De verbinding over het kanaal tussen de Biest en de overzijde werd aanvankelijk verzorgd door een pontveer. In 1867 kwam er een ophaalbrug, waardoor het verkeer tussen beide oevers vergemakkelijkt werd.

De pannen- en steenbakkerij op Laarveld is opgericht door Franciscus Hubertus (Frans) Princen, geboren op 28 februari 1835 te Weert en overleden op 22 mei 1890 te Weert, zoon van Anna Maria Princen en Willem Jan Princen.

Anne Marie Princen is geboren te Weert op 29 maart 1806 en overleden te Weert op 24 februari 1883. Zij is op 16 september 1829 te Weert getrouwd met Guillaume Jean (Willem Jan) Princen, geboren op 26 floréal an 13 (16 mei 1805) te Weert en overleden op 17 december 1841 te Weert.(3) Het echtpaar Princen – Princen woonde bij de geboorte van hun zoon Franciscus Hubertus op de Biest.

Willem Jan Princen was voerman van beroep.

Geboorteakte Franciscus Hubertus Princen

 

Franciscus Hubertus Princen is op 18 oktober 1856 te Beek getrouwd met Maria Isabella Bovens, geboren op 7 augustus 1832 te Elsloo. Het echtpaar Princen-Bovens heeft, voor zover mij bekend, twee kinderen gekregen.

Wilhelmus Franciscus Hubertus Princen, geboren op 12 september 1859 te Weert en overleden op 39-jarige leeftijd op 19 maart 1899 te Molenbeersel, waar hij pastoor was.

Jacobus Antonius Hubertus Princen, geboren 5 november 1861 te Weert, overlijdensdatum en plaats niet bekend.(4) Hij is op 20 augustus 1889 te Valkenburg getrouwd met Hortense Anna Maria Hubertina Antoinette de Guasco, geboren op 18 oktober 1865 te Valkenburg en op 12 december 1943 overleden te Deventer.(5) Het echtpaar Princen-de Guasco heeft op het Singel en de Nieuwendijk in Amsterdam gewoond, waar hun kinderen zijn geboren. (6)

In 1880 sloeg het noodlot voor pannenbakker Princen toe. Op 8 april 1880 brak er brand uit in de pan(nenbakkerij). Het gebouw met twee daaraan grenzende arbeiderswoningen en stallen en de inboedel werden een prooi van de vlammen. Ook kwamen twee geiten in de vlammen om. De oorzaak van de brand is niet bekend.  De schade bedroeg naar schatting fl.6.600,-.

Princen was wel verzekerd.(7) Hij had al financiële problemen maar het gezegde “in de brand, uit de brand” gold niet voor hem.

               Maas- en Roerbode, 10 april 1880

 

Wat waren die financiële problemen?

De financiële problemen bestonden blijkbaar al enige jaren. Uit door mij geraadpleegde bronnen bleek dat Andries Hubertus Walkers, gemeenteontvanger van Nederweert, in 1876 en 1879 aan Joanna Maria Princen, weduwe van Willem Jan Princen, en haar zoon Frans Princen geldleningen van fl. 500,- fl. 1000,- en fl. 2000,- had verstrekt. (8) Van deze geldleningen waren notariële akten opgemaakt door notaris Clerx te Weert en notaris Le Brun te Nederweert. Tot zekerheid voor de terugbetaling van de geleende bedragen was telkens hypotheek gevestigd op het onroerend goed vanmoeder en zoon Princen, waaronder de woning van de Princens aan de Biest en de pannenbakkerij. Met deze geldlening was de financiële nood van Princen blijkbaar niet gelenigd.

In 1880 verstrekte een zekere Charles Beke Crombet, fabrikant en koopman te Kortrijk, aan de weduwe Princen en F. Princen een lening van fl.10.271,-. Als zekerheid voor de terugbetaling daarvan kreeg ook hij het recht van hypotheek op het onroerend goed van moeder en zoon Princen.

Deze Princens waren voordien niet onbemiddeld. De weduwe van Willem Jan Princen staat in 1842 vermeld als eigenaresse van vier percelen bouwland op de Biest, een perceel aan de Middelstesteeg en een perceel in de kleine heide. Jacobus Princen, de vader van Willem Jan Princen en grootvader van Frans Princen, bezat verspreid in de gemeente Weert 36 percelen grond, waaronder de percelen sectie E 1114 (huis) en 1116 (tuin) op de Biest.(9)

Omdat moeder en zoon Princen in gebreke bleven met betaling van de rente over het van Beke Crombet geleende bedrag, legde deze op 30 september 1881 beslag op hun goederen. Toen hij tot verkoop van de in beslag genomen goederen wilde overgaan, deed hij een voor hem vervelende ontdekking.

De hypotheken van Walkers waren eerder gevestigd dan die van Beke Crombet en dus hoger in rang. In de hypotheekakten van Walkers stond dat bij beslaglegging op de verhypothekeerde goederen zijn vorderingen terstond opeisbaar zouden zijn. Ook was in de hypotheekakten overeengekomen dat in dat geval Walkers gemachtigd was de goederen, waarop de hypotheek rustte, te verkopen. Moeder en zoon Princen waren overigens ook in gebreke de rente over de geldleningen van Walkers te betalen. Deurwaarder Frans Geene uit Weert had moeder en zoon Princen op 11 oktober 1881 bij deurwaardersexploot gesommeerd om te betalen maar zij hadden aan die sommatie geen gevolg gegeven. (10) De deurwaarder had Walkers al eerder op 8 oktober 1881 in kennis gesteld van het beslag van Beke Crombet.

Andries Hubert Walkers is geboren op 23 januari 1825 te Nederweert en op 71-jarige leeftijd overleden op 24 oktober 1896 te Nederweert. Zijn vader is Franciscus Walkers en zijn moeder Joanna Maria Gerarts. Andries Walkers is meer dan 40 jaar gemeenteontvanger van Nederweert geweest. Uit onderzoek van notariële akten is gebleken dat de vrijgezel Walkers regelmatig geld uitleende.  

De openbare verkoop: eerste zitting

Walkers maakte gebruik van de volmacht tot verkoop. De verkoop moest in het openbaar plaatsvinden in twee zittingen. De verkoop werd een aantal malen aangekondigd in de Maas- en Roerbode en Kanton Weert.(11)

 Op 21 november 1881 vond ten herberge van Jan Mathijs Boonen aan de Biest de eerste zitting plaats in aanwezigheid van mr. Godefridus Antonius Hubertus Loix, kantonrechter te Weert.(12) Te koop werden aangeboden:

  1. Een woonhuis met erf, tuin, schuur en stallingen, gelegen aan de Biest, sectie E nummers 1114 en 1116.
  2. Een pannenbakkerij met de daarbij behorende ovens, leemmolen, droogschaben, vormen, wagengangen en bakken voor het maken van pannen en plavuizen, alsmede het daarachter liggende huisje op afgepaalde gedeelten van sectie D nummers 784 en 834.
  3. Vijf woningen met schop, sectie D nummers 832, 833, 835 en 836.(13)
  4. Drie percelen bouwland, sectie E nummers 1245, 1246 en 1694.

Met punaise aangegeven waarschijnlijke ligging van de pannenbakkerij en met nummer E 1114 de woning van Princen op de Biest op Kadasterkaart 1842. Aezel Geografie

 

Op de woning werd eerst geboden door Jan Mathijs Boonen, molenaar te Weert, en vervolgens door Jozef Anton Hubert Clerx, notaris te Weert, die optrad voor Charles Beke Crombet te Kortrijk.

Op de pannenbakkerij en de vijf woningen afzonderlijk werd geen bod uitgebracht. Peter Jan Linssen, bierbouwer aan de Biest, bracht wel een bod uit op de pannenbakkerij en de vijf woningen samen.(14)

Op de percelen bouwland bood Eduard Kemmere, zonder beroep wonend in Weert.(15)

Van de eerste zitting werd door notaris Le Brun een akte opgemaakt op 21 november 1881 in tegenwoordigheid van Henricus Antonius Grollenberg, kandidaat-notaris, en Peter Jan Coolen, touwslager, beide wonend in Nederweert.

           Maas- en Roerbode 26 november 1881

 

De openbare verkoop: tweede zitting

Op 28 november 1881 vond weer ten herberge van Jan Mathijs Boonen aan de Biest de tweede zitting plaats, gevolgd door de toewijzing.(16)

Uit de van de van toewijzing op 28 november 1881 door notaris Le Brun opgemaakte akte blijkt dat het woonhuis voor een bedrag van drieduizend vijfhonderd twee-en-zestig gulden werd toegewezen aan Jan Tullemans, klompenmaker en winkelier te Weert. Hij verklaarde de woning gekocht te hebben namens Willem Princen, theoloog te Roermond, en diens broer Jacobus Princen, kantoorbediende te Amsterdam. Deze Willem en Jacobus Princen zijn zonen van Frans Princen en Maria Isabella Bovens. Zij kochten dus hun ouderlijk huis, waarschijnlijk om zeker te stellen dat hun moeder, de weduwe Princen – Bovens daar kon blijven wonen.

De pannenbakkerij en de vijf woningen samen werden voor een bedrag van tweeduizend zeshonderd twintig gulden verkocht aan Petrus Judocus Michiel Joosten, graanhandelaar te Weert, die handelde voor zich en voor Isidorus Casimir Franciscus Hubertus van der Heijden, banketbakker te Weert.

Petrus Judocus Michiel Joosten is op 23 oktober 1854 geboren te Weert en op 27 maart 1924 te Weert overleden. Hij is getrouwd met Maria Petronella Hubertina Hobus uit Nederweert.

Het echtpaar Joosten-Hobus heeft negen kinderen gekregen. Behalve graanhandelaar zijn als zijn beroepen in documenten ook slager en veekoopman vermeld.

Isidorus Casimir Franciscus Hubertus van der Heijden is geboren op 6 september 1829 te Weert en op 6 mei 1900 te Weert overleden. Hij is op 13 juni 1853 te Weert getrouwd met Jacomina Rietjens. Het echtpaar Van der Heijden-Rietjens heeft, voor zover mij bekend acht kinderen gekregen. Bij de aangifte van de geboorten van zijn kinderen woonde hij in de Maasstraat en is als zijn beroep bakker vermeld.

De percelen bouwland werden voor een bedrag van driehonderd zesennegentig gulden en zestig cent toegewezen aan Godefridus Jozef Knapen, landbouwer en koopman, te Weert.(17)

Godefridus Josephus Knapen is op 19 maart 1827 geboren te Weert en op 19 december 1897 overleden te Weert. Hij is op 25 november 1851 te Weert getrouwd met Elizabeth Nies. Het echtpaar Knapen-Nies heeft, voor zover mij bekend, tien kinderen gekregen

 

Een probleem

Met de toewijzing op 28 november 1881 leek de zaak van de openbare verkoop van het onroerend goed van moeder en zoon Princen tot een einde te zijn gekomen maar dat was buiten de spreekwoordelijke waard gerekend. De waard in deze zaak was de heer Beke Combret uit Kortrijk. Hij weigerde namelijk doorhaling van zijn hypotheek op de aan Joosten en Van der Heijden verkochte goederen. Joosten en Van der Heijden vonden dat zij een kat in de zak gekocht hadden en eisten van de notaris dat hij zou regelen dat die hypotheek doorgehaald werd. Zonder medewerking van Beke Crombet lukte dat niet en deze bleef halsstarrig weigeren. De notaris zat blijkbaar behoorlijk klem. Op 24 augustus 1882 gaf hij de volgende verklaring af:

“De ondergeteekende J. Th. H. le Brun, notaris te Nederweert, provincie Limburg, verklaart op den 21 Nov. in openbare en op den 28 dezelfde maand finaaal bjj akte van openbare toewijzing ingevolge art. 1223 B.W. vrij en onbelast verkocht te hebben aan P. J.M. Joosten en I. C. F. H. van der Heyden, beiden wonende te Weert een pannebakkerij met toebehoor en huizen gelegen te Weert sectie D, nos784, 832, 833, 834, 835en 836. Hij verklaart dat hij zal zorgen dat de hypotheekschulden die op 28 Nov. 1881 nog op genoemde pannebakkerij stonden voor 1 Jan. 1883 doorgehaald of afbetaald worden en dat hij voor zijne rekening neemt alle kosten en interesten tot zelf de hoofdsom zoo deze van genoemde heeren mocht teruggeeischt worden.

Nederweert 24 Aug. 1882 (getekend) J. le Brun, notaris”.

 

Wie was Charles Beke Crombet?

Charles Beke Crombet bleek na onderzoek Jules Charles Beke te zijn, geboren in 1837 te Wervicq, Frankrijk, en overleden aan tuberculose in 1912 in Kortrijk, België. Hij is in 1866 getrouwd met Emma Crombet, geboren in 1835 te Kortrijk en in 1913 overleden in de Begijnhofstraat te Kortrijk. Charles Beke voegde na het huwelijk de achternaam van zijn vrouw aan de zijne toe. Het beroep van Charles Beke was “négociant en toiles” (handelaar in stoffen). Het echtpaar stond in Kortrijk in aanzien en was daar actief in het kerkelijk leven.

Opmerkelijk is dat de priester-dichter Guido Gezelle een uitgebreide correspondentie in het Frans onderhield met Emma Crombet.(18) In de correspondentie met deze mevrouw, gekweld door angsten en scrupules, legt Gezelle ook zijn gevoelsleven bloot. In een brief van hem aan Emma Crombet staat een raadselachtig zin die vertaald als volgt luidt: “Ik ga ervan uit dat het bezoek zich beperkt tot beleefdheden tenzij er van uw kant vorderingen in een andere richting zijn”.

Charles Beke Crombet had niet alleen aan Princen geld geleend maar ook aan ten minste een andere inwoner van Weert. Dat blijkt uit een advertentie in de Limburger Koerier van 10 augustus 1893, waarin de verkoop van onroerende goederen van Mechtildis Seerden, weduwe van Jan Voncken, werd aangekondigd “ten verzoeke van den heer Charles Beke-Crombet, fabrikant, wonende te Kortrijk (België)”.

 

Naar de rechtbank te Roermond

Op 1 januari 1882 had er nog geen doorhaling van de hypotheek van

Beke Crombet plaatsgevonden. De kopers, Joosten en Van der Heijden, spraken notaris Le Brun aan en sommeerden hem op 18 april 1883 om voor doorhaling te zorgen, echter zonder resultaat. Zij dagvaarden de notaris op 30 april 1883 voor de rechtbank te Roermond om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de inschrijving te doen doorhalen. Als dat niet zou gebeuren, eisten zij dat de notaris onmiddellijk aan hen de koopprijs van fl. 2680,- zou teruggeven. Zij zouden die koopprijs dan onder zich mogen houden tot de doorhaling zou hebben plaatsgevonden.

De notaris voerde het verweer dat hij zich alleen verplicht had voor de doorhaling te zorgen zodra dat op grond van een gerechtelijke rangregeling mogelijk was. Anders gezegd: hij was afhankelijk van anderen. Hij vond dat kopers niet-ontvankelijk verklaard moesten worden.

De rechtbank in Roermond nam aan dat de verplichting “om te zorgen” geen verplichting was voor de notaris om zelf de doorhaling te bewerkstelligen maar om een poging te doen dat dat gebeurde. De verplichting om ervoor “te zorgen” was volgens de rechtbank te beschouwen als een morele verplichting. De rechtbank verklaarde de kopers niet-ontvankelijk in hun vordering.

Het gebouw in de Pollartstraat in Roermond anno 2026 waarin van 1822 tot 1996 de rechtbank te Roermond was gevestigd (het voormalig bisschoppelijk paleis). Foto met toestemming van Alard van der Varst makelaars

Joseph Theodor Hubert Le Brun is op 26 januari 1824 geboren te Kessel en overleden op 13 juni 1907 te Venray. Híj was kandidaat-notaris te Helden voordat hij bij Koninklijk Besluit van 12 mei 1886 werd benoemd tot notaris te Nederweert. (19) In hetzelfde jaar werd hij benoemd tot plaatsvervangend kantonrechter te Weert.(20) Na enkele herbenoemingen werd aan hem op 24 juli 1889 eervol ontslag als plaatsvervangend kantonrechter verleend. 

In 1871 bouwde Le Brun in de Kerkstraat te Nederweert een groot huis met stallingen voor zijn gezin en de notarispraktijk. Dat pand werd later aangekocht door dokter van de Wouw. Het bestaat nog steeds en staat bekend als huis Van de Wouw.

Huis Van de Wouw, Kerkstraat Nederweert. Foto: Wil Filott

 

Bij Koninklijk Besluit van 7 september 1893 is aan J. Th. H Le Brun op zijn verzoek eervol ontslag verleend als notaris te Nederweert.(21) Daarvoor was hij al door de rechtbank in staat van kennelijk onvermogen gesteld, zoals uit het Weekblad voor administratie der directe belastingen van 9 september 1893 blijkt.(22)  Die staat van kennelijk onvermogen was een gevolg van de royale levensstijl die het echtpaar Le Brun erop nahield.

Ingevolge de toenmalige wetgeving kon voor een particulier de staat van kennelijke onvermogen worden ingesteld als hij zijn schulden niet betaalde. De gevolgen waren nagenoeg hetzelfde als van een faillietverklaring.(23) Er werden twee bewindvoerders (curatoren) aangesteld namelijk mr. J.G. Tasset, advocaat te Roermond, en P.G. Hobus, wethouder te Nederweert, om de boedel af te wikkelen.(24)

Naar het gerechtshof te `s Hertogenbosch

De heren Van der Heijden en Joosten pikten niet dat de rechtbank te Roermond hen niet ontvankelijk hadden verklaard. Zij gingen in beroep bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch. Zij vorderden vernietiging van het vonnis van de rechtbank te Roermond en toewijzing van hun vordering. Zij voerden aan dat de goederen ten onrechte vrij van lasten verkocht waren en dat de notaris dat ook erkend had door de bewuste verklaring af te geven.

De notaris schetste de feiten en omstandigheden waaronder de verklaring tot stand was gekomen. Hij bracht naar voren dat op het verkochte goed vier inschrijvingen rustten, drie ten behoeve van Walkers en een ten behoeve van Beke Crombet. De opbrengst was niet eens voldoende geweest om Walkers te betalen.

Van der Heijden en Joosten brachten naar voren da Beke Crombet op 26 november 1881 een gerechtelijke procedure tegen Walkers begonnen was om diens inschrijvingen nietig te laten verklaren. Die vordering was afgewezen maar Van der Heijden en Joosten wisten dat Beke Crombet in beroep zou gaan. Zij vreesden dat zij aan Beke Crombet zouden moeten betalen als zijn beroep zou slagen. Zij verlangden dat de notaris zich zou verplichten de kooppenningen terug te betalen voor het geval in beroep de inschrijvingen van Walkers zou vernietigen en Beke Crombet dan als eerste hypotheekhouder de kooppenningen van hen zou vorderen.

Het gerechtshof overwoog dat ook al zou uit het eerste gedeelte van de verklaring van 24 augustus 1882 kunnen worden afgeleid dat die slechts een belofte bevatte om pogingen in het werk te stellen om de doorhaling te bewerkstelligen dat niet te rijmen was met de rest van de verklaring. Wat betreft het gebruik van het woord “van” in de zinsnede “’zoo deze (de hoofdsom) van genoemde heeren mocht teruggeeischt worden” was het hof van mening dat dit niet anders kan betekenen ”door” omdat anders de tekst zonder zin of doel zou zijn. Het hof meende dat het gebruik van het woord “van” in plaats van “door” in die zin als een germanisme beschouwd kon worden. In de nabijheid van de grens met Duitsland, aldus het hof, sluipt menig germanisme in de taal, zoals ook in de processtukken in deze zaak te zien was.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank van Roermond en veroordeelde notaris Le Brun om binnen een maand na betekening van het arrest de betreffend onroerende goederen te ontlasten van alle inschrijvingen en, voor het geval dat hij dat niet zou gebeuren, onmiddellijk aan Van der Heijden en Joosten de koopprijs van fl. 2680 terug te betalen welke kooprijs zij onder zich mochten houden totdat de inschrijvingen zouden zijn doorgehaald.

Waarschijnlijk heeft de notaris dat bedrag aan Joosten en Van der Heijden betaald, maar zekerheid daarover is er niet gelet op de hiervoor vermelde financiële positie van de notaris.

Het voormalige Paleis van Justitie in `s Hertogenbosch rond 1900, waarin het Gerechtshof gevestigd was. Bron: Erfgoed `s Hertogenbosch

De juridische procedure tussen Walkers en Beke Crombet

Zoals we hiervoor hebben gezien, was de vordering van Joosten en Van der Heijden ingegeven door de vrees dat zij nogmaals aan Beke Crombet de koopsom van de pannenbakkerij en de vijf woningen moesten betalen als Beke Crombet de procedure tegen Walkers zou winnen. Beke Crombet stelde in die procedures dat de hypotheken van Walkers nietig waren omdat de daaraan ten grondslag liggende overeenkomsten gefingeerd waren. Beke Crombet werd zowel door de rechtbank te Roermond als het gerechtshof in `s Hertogenbosch niet ontvankelijk verklaard. De juridische redenen daarvoor was dat – kort gezegd- een overeenkomst alleen tussen partijen geldt en dat, uitzondering daargelaten, derden zo`n overeenkomst niet kunnen aantasten. De Hoge Raad bevestigde dat in zijn arrest van 24 januari 1892, meer dan tien jaren na het begin van de zaak op 26 november 1881.(25)

Daarmee kwam een eind aan de onzekerheid over de inschrijving van de hypotheek van Beke Crombet.

L`histoire se répète?

Tien jaren na de hiervoor vermelde openbare verkoop in 1881, verscheen in oktober en november 1891 een aantal advertenties in het blad de Zuid- Willemsvaart, waarin de openbare verkoop van exact hetzelfde huis op de Biest, de pannenbakkerij in de buurt van het kanaal en vier arbeiderswoningen aan de kleine weg van Nederweert werd aangekondigd. De verkoop vond plaats in het Bruin Paard (thans de Umbelder) op de Markt te Weert. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat er na 1881 met dat onroerend goed is gebeurd.

         De Zuid-Willemsvaart, 14 november 1891

De oplettende lezer van de advertentie in de Zuid-Willemsvaart zal gezien hebben dat in de ogen van de opsteller van de advertentie Weert ingelijfd was bij Nederweert.

Epiloog

In dit verhaal is de oprichting maar met name de gedwongen verkoop van de pannenbakkerij van Princen in het Laarveld aan de orde geweest. Vervolgens zijn de juridische problemen na die verkoop vermeld. In het verhaal zijn verder genealogische gegevens van een aantal personen opgenomen.

Gluren bij de Buren in Heppeneert, 25 augustus 2026, een verslag in woord en beeld

Foto`s en tekst: Wil Filott

 

Na de verassend grote opkomst op 11 augustus 2025 in Geldrop hadden zo`n 200 liefhebbers van regionale cultuurhistorie op deze mooie avond de weg naar het Heppeneert gevonden. De deelnemers aan ”Gluren bij de Buren” werden ontvangen in de plaatselijke kerk. Het aantal zitplaatsen in de kerk was niet toereikend voor alle bezoekers. Dit grote aantal deelnemers is weer een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden trekt. Geschiedenis is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst.

Een volle kerk met deelnemers

Ontvangst in de kerk

Jos Henckens, voorzitter van de Pater Sangerskring, verontschuldigde zich voor het beperkte aantal zitplaatsen in de kerk. Heppeneert is maar een klein dorp met een dito kerk. Hij zei dat Gluren bij de Buren in Heppeneert de laatste bijeenkomst was van de 20ste jaargang van Gluren bij de Buren.

Peter Korten heette de bezoekers namens De Aldenborgh, de kring Weert van het LGOG en de GHK “Land van Thorn” welkom in Heppeneert. Hij memoreerde dat op 18 augustus 2015 al een Gluren bij de Buren in Heppeneert had plaatsgevonden. Voorde editie  Gluren bij de Buren 2027 waren er al aanmeldingen om die te mogen organiseren.

Hij bracht het ruimen van graven op het kerkhof onder de aandacht. Hij riep schepen Fransen van Maaseik op het funeraire erfgoed in stand te houden.

Hij dankte de gidsen, de pater Sangerskring en de kerkfabriek voor hun medewerking aan deze avond. De naamgever van de kring, pater Willem Sangers, is 40 jaar geleden begraven op het kerkhof van Heppeneert.

De bezoekers hadden kunnen zien dat er al flink gewerkt wordt aan een nieuwe brug over de Maas. Peter sprak de hoop uit dat ook de nieuwe brug de naam Sangersbrug zou krijgen en dat op die brug het symbool van de verbondenheid tussen de beide Limburgen, twee paar handen die een knoop aantrekken, weer een plaats zou krijgen.

Ine Fransen, schepen van cultuur van de stad Maaseik, heette namens het stadsbestuur de aanwezigen welkom. Zij wenste de organiserende verenigingen proficiat met Gluren bij de Buren, inmiddels een vaste waarde in het regionale cultuurhistorische landschap. Heppeneert is een eeuwenoud bedevaartsoord met daarenboven als kenmerken natuur en gastvrijheid. Zij bracht ook de stad Maaseik onder de aandacht met zijn mooie markt, de gebroeders van Eijck en het museum.

Jos Henckens dankte de initiatiefnemers van Gluren bij de Buren, Peter Korten en Thieu Wieërs, voor het fantastische intiatief, 20 jaar geleden, om Gluren bij de Buren te organiseren. Heemkundeverenigingen zijn vaak gefocust op de eigen plaats. Gluren bij de Buren is een uitstekende mogelijkheid om over gemeente- en landsgrenzen heen te kijken. Hij deed een oproep aan de besturen van heemkundeverenigingen om meer regionaal samen te werken. Hij hoopte dat Maaseik volgend jaar Gluren bij de Buren zou organiseren.

 

Enige historie

Jos Henckens zei dat Heppeneert voor het eerst in 1202 werd genoemd. Heppeneert behoorde tot Maaseik, dat in 1244 stadsrechten kreeg van de Graaf van Loon. Heppeneert had wel een eigen burgemeester en een eigen schutterij. In de loop der tijd vond er landaanwas plaats door verplaatsing van de rivierbedding van de Maas. Heppeneert ligt daardoor nu niet meer aan de Maas maar aan de uiterwaarden van die rivier. Die landaanwas is nog zichtbaari n een sloot op de plaats waar de oude Maas liep.

In 1567 werd Heppeneert een zelfstandige parochie, bediend door de Kruisheren.

In de 17de en 18de eeuw had Heppeneert veel te lijden van oorlogen.

In de tweede helft van de 18e eeuw zou een koster van de kerk een bokkenrijder zijn geweest die terecht werd gesteld.

Tijdens de Franse tijd werden kerkelijke goederen geconfisqueerd. In Heppeneert werden kerkelijke gewaden, kelken en ander kerkelijke goederen “geroofd” voordat confiscatie zou plaatsvinden. Nadat de toestand voor de kerk enigszins genormaliseerd was, kwamen de “geroofde” goederen weer tevoorschijn en kregen zij hun plaats terug in de kerk.

In 1842 werd Heppeneert weer een zelfstandige parochie.

 

De pastorie

De eerste statie van de groep, waarin uw verslaglegger was ingedeeld, was de pastorie. Het gebouw dateert uit het einde van de 19e eeuw. De reden voor die betrekkelijk late bouw is gelegen in het feit dat de kruisheren die de parochie bedienden, verplicht de nacht in het klooster in Maaseik moesten doorbrengen. Voor de pastorie staat een muurtje, gebouwd met Maaskeien en Maaszand, met daarop de tekst “Laad me met rust”. De “d” aan het einde van ”laad” is geen fout maar een bewuste keuze. Laad heeft hier de betekenis van inladen, vervullen. Bijzonder is dat de zitbank verwarmd is.

Tekst “Laad me met rust” op de bank

Aan de overzijde van de pastorie is in 1926 na een grote overstroming van de Maas een muur gebouwd als waterkering. In 2021 bleek de muur te laag te zijn. Hij werd opgehoogd met zandzakken; dat hielp. Heppeneert kreeg toch natte voeten. Niet door de Maas in het oosten maar door overstroming van de Zanderbeek aan de westzijde van het dorp.

De pastorie van Heppeneert

Sint Gertrudiskerk

De tweede statie was een bezoek aan de Sint Gertrudiskerk. Op het linker zijaltaar van de kerk staat een beeldje van Onze Lieve Vrouw van Rust. Het beeldje is een fragment van een retabel dat waarschijnlijk In Antwerpen is vervaardigd. Opvallend zijn de kunstige draperieën van de gewaden van Maria en Joannes. Het beeldje is in 1948 opnieuw gepolychromeerd.

Het verhaal wil dat het beeldje oorspronkelijk In de Maas bij Elen is aangedreven. In 1794 heeft pastoor Coopmans het beeldje verborgen voor de Fransen. In 1801 is het in Heppeneert terechtgekomen.

Beeldje O.L.V. van Rust

Het rechter zijaltaar is gewijd aan de patroonheilige van de kerk, Gertrudis van Nijvel, dochter van Pepijn van Landen en abdis van de abdij in Nijvel. Zij zou gastvrij geweest zijn voor pelgrims. Zij werd aanbeden tegen besmettelijke ziekten en tegen muizen en ratten.

Aan een muur op het koor bevinden zich beelden van 3 vrouwelijke maagden: Genoveva Bertilia en Eutropia.

De drie maagden

Op de binnenmuren van de kerk zijn veel votieftegels aangebracht. Een van die tegels, enigszins verborgen, is afkomstig van de familie van de Vlaamse schrijver Gerard Walschap, wiens boek “Houtekiet” jarenlang op de index van de katholieke kerk heeft gestaan. Het kan verkeren.

Votieftegels

Het kerkhof

De derde statie voerde naar het kerkhof. Eind 18de eeuw werd het verboden doden in of bij een kerk te begraven. De doden moesten buiten de omwalling begaven worden. Heppeneert had geen omwalling en kon de begraafplaats bij de kerk behouden. Deze was alleen bestemd voor mensen uit Heppeneert en Kruisheren en Ursulinen uit Maaseik. De Kruisheren en de Ursulinen werden overigens op een apart gedeelte van het kerkhof begraven.

In 2019 is er bij het kerkhof een strooiweide aangelegd waarop de as van gecremeerden, ook van buiten Heppeneert, uitgestrooid kan worden.

Een groep deelnemers op het kerkhof

De gids stond stil bij graven van twee personen. Het eerste was dat van pater Sangers, een groot voorvechter en propagandist van de grensoverschrijdende Limburgse cultuur en historie.

Grafkruis Willem Sangers, kruisheer

Het tweede graf was dat van Gerty Vanhoef, een parochiane van Heppeneert, die op 28 augustus 2018 in haar huis vermoord werd. Deze moord is tot op heden niet opgelost.

Grafsteen Gerty Vanhoef

Mariapark met kaartridder

De vierde statie was het Mariapark, gewijd aan de zeven smarten van Maria. Daar werd de legende van de kaartridder fantastisch verteld door een man, die met lof afgestudeerd leek te zijn van een gerenommeerde toneelschool. De legende luidt als volgt:

“Ridder Riddart bezat een groot kasteel, Borckhof. Hij was getrouwd met een mooie vrouw. Zijn vrouw stierf jong. De ridder was ontroostbaar. Hij verloor het geloof in God, die hem zijn vrouw op zo jonge leeftijd had ontnomen. Hij raakte verslaafd aan gokken, kaartspelen en liederlijke braspartijen. Hij verloor daarmee al zijn geld. De duivel kwam hem te hulp. Deze beloofde hem alles te geven wat hij nodig had in ruil voor zijn ziel.  Tijdens een groot feestmaal vertelde de ridder zijn vrienden dat de duivel op zijn ziel wachtte bij een bruggetje. Riddardt vertrok te paard naar het bruggetje. Ongemerkt voor de ridder reed de heilige Gertrudis achter hem mee. Toen de duivel haar opmerkte, verdween hij. Riddardt keerde terug naar zijn kasteel en leidde vanaf die gebeurtenis een sober en deugdzaam leven zonder kaarten, gokken en braspartijen. Het bruggetje heet sindsdien het Duvelsbrökske.

Standbeeld van de kaartridder

Gasthof

De vijfde statie was bij het Gasthof van Onze Lieve Vrouw van Rust. Na het vertrek van de Fransen nam de Mariadevotie toe, vooral in de tweede helft van de 19de eeuw. In 1854 werd door paus Pius IX het dogma van Maria onbevlekte ontvangenis afgekondigd. Dat wil zeggen dat Maria vrij is van de erfzonde.  In 1858 vond in Lourdes de verschijning plaats van Maria aan Bernadette Soubirous.

Vanaf 1883 wist pastoor Froyen van de kerk van Heppeneert, waar het beeldje van Onze Lieve Vrouw van Rust stond, een centrum van Mariaverering te maken. In 1886 bleef een kind van twee jaar van de familie Severijns-Jennen op wonderbaarlijke wijze ongedeerd onder een omgehakte boom. Dat werd aan Onze Lieve Vrouw van Rust toegeschreven want het kind had een medaille met haar beeltenis om. De pastoor buitte de gebeurtenis uit door daarover artikelen te schrijven voor een groot aantal kranten. Dat leidde tot een forse toename van pelgrims naar Heppeneert. Voor de huisvesting daarvan werd in 1895 het Gasthof van O.L. Vrouw van Rust gebouwd.

Gasthof van O.L. Vrouw van Rust

Na afloop van de rondleiding werden de twee horeca-etablissementen die het kleine Heppeneert rijk is, druk bezocht voor een gezellige nazit.

De namen achter de ramen van de St. Martinuskerk

Gebrandschilderde vensters St. Martinuskerk Weert

De stichtingen Martinus Monument en De Aldenborgh organiseren samen een boeiende middag met als thema ‘De namen achter de ramen van de St. Martinuskerk’.

De meeste glas-in-loodramen in de St. Martinuskerk dateren uit de periode 1907–1928. De gebroeders Jean en Piet den Rooijen uit Roermond vervaardigden maar liefst 27 ramen voor de kerk. Welgestelde Weerter families maakten deze ramen financieel mogelijk en lieten hun naam in het glas vereeuwigen. Maar wie waren zij? En welke verhalen gaan schuil achter deze bijzondere kerkvensters? Verschillende sprekers, onder wie John van Cauteren, Peet Mertens, Hariët Blaas, Alfons Bruekers en Peter Korten, nemen je mee in deze geschiedenis.

Praktische informatie

  • Datum en tijd: 15.00 – 17.00 uur op donderdag 27 augustus 2026
  • Locatie: Theatercafé van het Munttheater
  • Inloop: vanaf 14.30 uur
  • Na afloop: gelegenheid om onder het genot van een drankje na te praten.

Let op: Er is plaats voor maximaal 130 bezoekers. Vol = vol. Daarom adviseren we je tijdig aanwezig te zijn.

Tussen Heide en Garnizoen

Kazernes, oefenterreinen, kampen en vliegbases in de grensstreek

SYMPOSIUM – BOCHOLT (B),
VRIJDAG 21 AUGUSTUS 2026
aanvang: 14.00 uur
Parochiehuis Bocholt, Kerkplein 11, 3950 Bocholt
Parkeersuggestie: Kerkplein of parkeerplaats Mathijsplein Bocholt.
Entree gratis.

Alweer het vijfde symposium tijdens de Cultuurhistorische Zomer, ditmaal rond een bijzonder actueel thema. Door de huidige oor­logen en internationale spanningen worden kazernes opnieuw uit­gebreid en militaire oefenterreinen weer intensiever gebruikt. Daarmee groeit ook de belangstelling voor de historische rol van defensie in onze grensstreek.

Hoe heeft de militaire aanwezigheid het landschap, de samenleving en het da­gelijks leven in Limburg en Brabant ge­vormd? Tijdens het symposium Tussen Heide en Garnizoen nemen deskundigen Martin M. Bogaert, Bèr Geelen, Jac. Bie­mans en Robert Bomans het publiek mee door twee eeuwen militaire ge­schiedenis van de grensregio.

Van het imposante Kamp Beverlo-Leo­poldsburg, dat uitgroeide tot een van de belangrijkste militaire opleidingscentra van Europa, tot de ontwikkeling van Weert als garnizoensstad waar leger en bevolking generaties lang met elkaar verweven raakten. Ook de geschiedenis van de ka­zerne van Kaulille en de strategische betekenis van de Duitse le­gerplaats Budel komen aan bod.

Daarnaast is er aandacht voor de luchtmacht en de Koude Oorlog, met bijzondere focus op de NAVO-context van vliegbasis Kleine Brogel, een site die tot vandaag een belangrijke rol speelt binnen de Europese veiligheidsarchitectuur.

Het symposium brengt niet alleen militaire geschiedenis samen, maar ook erfgoed, landschap en herinneringscultuur. Hoe ver­anderden kazernes en oefenterreinen de heidegebieden? Welke sporen liet defensie na in steden en dorpen? En hoe gaan we vandaag om met dit bijzondere militaire erfgoed?

Tussen Heide en Garnizoen biedt een unieke blik op een regio waar heide, geschiedenis en defensie al twee eeuwen onlosma­kelijk met elkaar verbonden zijn.

HEPPENEERT-MAASEIK, GbdB dinsdag 25 Augustus 2026

Gluren bij de Buren … Heppeneert

Aanvang: 19.00 uur Sint Gertrudiskerk

Heppeneert 22 – 3680 Maaseik

Parkeersuggestie: ruime parkeergelegenheid rond de kerk.

Heppeneert is een langgerekt kerkdorp nabij Maaseik, gelegen op de Maasdijk langs de oever van de Oude Maas. De oudste vermelding van het dorp dateert uit 1202, toen het werd aange­duid als Heppenardt. Toch gaat de geschiedenis van deze streek veel verder terug: archeologische vondsten uit het neolithicum en de bronstijd tonen aan dat hier al duizenden jaren bewoning was.

Oorspronkelijk lag Heppeneert rechtstreeks aan de Maas, maar door de eeuwen heen verlegde de rivier haar loop geleidelijk meer oostwaarts. Tal van heerlijke rechten, zoals het veer- en visrecht, waren in handen van de abdij van Thorn. Die rechten zouden in de 10de eeuw geschonken zijn door graaf Ansfried.

 

Al vóór 1202 beschikte Heppeneert over een kerk, die onder de parochie van Neeroeteren ressorteerde. Het gebied viel bestuur­lijk gedeeltelijk onder de abdij van Thorn en gedeeltelijk onder het gezag van de graaf van Loon.

 

Onze-Lieve-Vrouw van Rust

Heppeneert groeide uit tot een geliefd bedevaartsoord dankzij de verering van het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Rust. Oor­spronkelijk werd dit Mariabeeld vereerd in de kapel van de Ka­pellerhof in Elen, de middeleeuwse Hof aen die Capelle. Volgens de overlevering spoelde het beeld daar eeuwen geleden aan tij­dens een overstroming van de Maas.

In 1706 kwamen de pachthoeve en de kapel in handen van de kruisheren van Maaseik, onder wier invloed de Mariadevotie sterk toenam. Tijdens de Franse periode bracht pastoor Coopmans uit Heppeneert het beeld in veiligheid. In 1801 kreeg het een plaats in de Sint-Gertrudiskerk van Heppeneert.

Hoewel de bedevaart naar Elen bleef bestaan, maakte pastoor Froyen in 1883 van Heppeneert het centrale bedevaartsoord voor de verering van Onze-Lieve-Vrouw van Rust. Tot op vandaag blijft deze traditie levendig aanwezig.

Wat de uitdrukking “In Heppeneert bakke ze de kook (pannekoek) aan eine kant” betekent, zult u deze avond wel horen. En wat heeft Max Verstappen, de legendarische “van de brug en pae­perkook” pater Sangers (1915-1987) met Heppeneert te maken? U hoort het allemaal tijdens de laatste Gluren bij de Buren van het seizoen.

Heppeneert

Werd in 1889 een meisje uit Weert geschaakt?

door Wil Fillot

In De Nieuwe koerier, Provinciale en Roermondse courant, van donderdag 9 mei 1889 verscheen een bericht over een onttrekking aan het ouderlijk gezag. Het begin van het bericht luidt als volgt:

“Weert, 7 mei. Een zeldzaam geval heeft zich alhier voorgedaan. Door zekere G. werd aan den rijksveldwachter den 28 april jl. aangifte gedaan, dat zekere H.S.-koopman te gehucht Zwartbroek onder deze gemeente, zijne minderjarige dochter H.G. aan zijn gezag had onttrokken. Door den rijksveldwachter werd een onderzoek ingesteld, dat ten gevolge had, dat bovengenoemde G., H.S en H.G., werden opgeroepen om voor den heer rechter-commissaris bij de rechtbank te Roermond te verschijnen en wel op heden”.

Een geval van schaking: een meisje dat tegen de zin van haar vader was ontvoerd.

 

Een dergelijk bericht wekt nieuwsgierigheid op, althans bij de schrijver van dit verhaal. Was onttrekking aan het gezag strafbaar? Wie was de rijksveldwachter? Wie zijn de met hun initialen aangeduide personen? Waarom werd in deze zaak een minderjarige aan het gezag onttrokken? Was de schaking tegen de wil van het meisje? Hoe is die aangifte van onttrekking aan het gezag afgelopen?

Op basis van de summiere gegevens in vorenvermeld citaat heb ik onderzoek verricht met als resultaat dit verhaal.

 

Onttrekking aan het gezag strafbaar?

In het in 1886 in werking getreden Wetboek van Strafrecht was in artikel 279 het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan het gezag strafbaar gesteld. In die tijd was men tot het bereiken van het 23ste levensjaar minderjarig.[i]

[i] Artikel 385 van het toen geldende Burgerlijk Wetboek luidde: “Minderjarigen zijn zij, die den ouderdom van drie en twintig jaren niet hebben vervuld, en niet vroeger in den echt zijn getreden”.

Artikel 279 Wetboek van Strafrecht

Wie was de rijksveldwachter?

De rijksveldwachter aan wie door G. aangifte van de onttrekking aan het gezag was gedaan, bleek Jannis Jacobus Zonnevijlle te zijn, geboren op 9 december 1857 te Groede.[i]

Jannis Jacobus Zonnevijlle is op 31 juli 1884 te Hulst getrouwd met Clementina Maria Rotteveel, geboren op 7 juli 1859 te Hulst. Hij was toen zonder beroep; zijn bruid was naaister. Bij gelegenheid van dat huwelijk heeft hij Maria Johanna Petronella Rotteveel, de op 5 mei 1884 te Hulst geboren dochter van de ongehuwde Clementina Maria Rotteveel erkend. De geboorteaangifte van die dochter was gedaan door de vroedvrouw Josephina Coleta Anthonia van Aerde.

Een jaar later, in 1885, is Jannis Johannes Zonnevijlle benoemd tot rijksveldwachter te Hoogeloon. Op 1 mei 1885 is in de gemeente Hoogeloon, Hapert en Casteren dochter Natalia Elisabeth Maria geboren [ii]

 

In 1886 wordt Zonnevijlle benoemd tot rijksveldwachter in Weert. Daar is hij op 12 maart 1886 ingeschreven in het bevolkingsregister. Hij woonde met zijn gezin op de Biest in de woning met het toenmalige huisnummer 513.

 

In dat huis aan de Biest woonde ook korte tijd Josephina Maria Clementina Rotteveel, een zus van de vrouw des huizes. Zij is volgens het bevolkingsregister op 5 november 1887 vertrokken naar “Hautmont Lievin bij Alost”. Dat blijkt Sint Lievens Houtem bij Aalst, België, te zijn.

Op 7 februari 1894 is in het gezin een neefje, Jan Jacob Zonnevijlle, opgenomen, geboren op 28 april 1892 te Schoondijke, Zeeuws-Vlaanderen. Deze is op 14 februari 1916 te Venlo getrouwd met de 17-jarige Adriana Johanna Rommers, geboren in Oudenbosch.

 

In 1898 werd Jannis Jacobus Zonnevijlle, brigadier-titulair der rijksveldwacht te Weert, bevorderd tot brigadier. Per 12 april 1898 werd hij benoemd tot commandant van de brigade Venlo.[iii] Hij is op 15 september 1923 op 65-jarige leeftijd overleden te Venlo. In de overlijdensakte is als zijn beroep brigadier der rijksveldwacht vermeld.

 

Wie waren G. en zijn dochter H.G?

G, die aangifte had gedaan van onttrekking aan het gezag, is Joannes Mathias Geelen. Deze Joannes Mathias Geelen is op 9 juni 1835 geboren te Weert. Zijn vader Jean Mathieu Geelen was hoefsmid. Jean Mathieu Geelen woonde met zijn echtgenote Maria Helena Verdonck en zijn gezin in de Maaspoort. Johannes Mathias Geelen was evenals zijn vader smid in de Maaspoort.

[i] Groede is een plaats in westelijk Zeeuws-Vlaanderen.

[ii] Brabant Historical Information Centre in Brabant, Civil registration birth.
Part: 4445, Period: 1885, Hoogeloon, Hapert en Casteren, archief 50, inventory number 4445, May 1, 1885, Geboorteregister Hoogeloon, Hapert en Casteren 1885, record number 17

[iii] Kanton Weert, 2 april 1898.

Met een punaise aangegeven ligging van de woning van Geelen in de Maaspoort

Johannes Mathias Geelen is op 2 mei 1859 te Weert getrouwd met Maria Elisabeth Driessen, geboren op 20 juni 1829 te Weert en op 12 mei 1870 overleden te Weert. Het echtpaar

Geelen-Driessen heeft vier kinderen gekregen, waarvan er een jong gestorven is. Bijzonder is dat twee dochters volgens hun geboorteakten exact dezelfde voornamen, Maria Helena, hebben gekregen.[i] Een is geboren op 12 december 1867 en de ander op 28 december 1868. De roepnamen zullen wel verschillend zijn geweest.

Na het overlijden van Maria Elisabeth Driessen is Joannes Mathias Geelen vier maanden later op 9 september 1870 in tweede huwelijk getrouwd met Joanna Maria Vreijs, geboren op 8 december 1830 te Weert en overleden op 2 september 1896 te Weert.

Het echtpaar Geelen-Vreijs woonde met de twee hiervoor vermelde Maria Helena`s in de Maaspoort met als toenmalig huisnummer 543, mogelijk op hetzelfde adres als vader Jean Mathieu Geelen.

[i] Het geven van dezelfde voornamen aan kinderen uit een gezin kwam wel meer voor, maar dat was meestal het geval als het eerste kind was overleden. Dat was hier echter niet het geval.

Bevolkingsregister gemeente Weert 1880-1900, waarin wat ‘geknoeid’ is met de voornamen van de dochters

De aangifte van onttrekking aan het gezag betrof de jongste, op 28 december 1868 geboren Maria Helena (roepnaam: Leen) Geelen.

 

Wie was H.S?

Na enig onderzoek bleek de vermeende dader Henricus Josephus (roepnaam: Driek) Smeets te zijn, geboren op 27 juli 1863 op de Millert (Mildert), gemeente Nederweert.[i]

Ten tijde van de aangifte van onttrekking aan het gezag woonde hij met zijn moeder, Maria Elisabeth Koolen, weduwe van Joannes Smeets, en zijn broer en een zus in Swartbroek.

[i] Feit 7262 · Details · AEZEL.

Ligging Millert en Swartbroek

Maria Elisabeth Koolen is op 3 maart 1824 op Swartbroek geboren. Zij is een dochter van Jacobus Koolen, landbouwer op het gehucht Swartbroek, en zijn vrouw Maria Gertrudis Kuppens.[i]

Volgens het kadaster stonden op 31 december 1845 19 percelen grond in en rond Swartbroek op naam van Jacobus Koolen.[ii] Hij was dus niet onbemiddeld. Jacobus Koolen en zijn gezin woonden in Swartboek tegenover de toenmalige Corneliuskapel.[iii] Maria Elisabeth Koolen is op 10 november 1855 te Weert getrouwd met Joannes Smeets, geboren 18 augustus 1822 te Swartbroek.

Zij is na het overlijden van haar man op 11 januari 1883 te Leveroy, met haar kinderen, waaronder Driek, in februari 1884 verhuisd naar een woning in Swartbroek.

[i] De aangifte van de geboorte werd op 6 maart 1824 gedaan.

[ii] Minuutplans Eigenaren · Geografie · Ontdekken · AEZEL.

[iii] De Corneliuskapel is in 1965 gesloopt.

Uitsnede kaart Swartbroek 1845, 1 Huis Jacobus Koolen; 2 Corneliuskapel; 3 School; 4 Plaats (toekomstige) Rectorij

De verrassende ontknoping

Zoals in het hiervoor geciteerde krantenbericht vermeld, waren vader Johannes Mathias Geelen, zijn dochter Leen Geelen en Driek Smeets opgeroepen om op 7 mei 1889 te verschijnen voor de rechter-commissaris van de rechtbank te Roermond om gehoord te worden over de onttrekking aan het gezag.

Zij melden zich die dag samen bij de rechtbank aan. Dat verbaasde de rechter-commissaris. Maar tot zijn grote verrassing deelden de jongelieden hem mee dat zij op 2 mei 1889 te Weert voor de wet getrouwd waren. Vader Johannes Mathias Geelen had aan zijn dochter toestemming voor dat huwelijk gegeven. Op de ochtend voor hun bezoek aan de rechtbank in Roermond waren Driek en Leen overigens ook kerkelijk getrouwd in de Sint Martinuskerk te Weert.

Deel huwelijksakte Henricus Josephus Smeets en Maria Helena Geelen van 2 mei 1889

Van strafrechtelijke onttrekking aan het gezag was toen geen sprake meer. Door het huwelijk was Leen Geelen wettelijk meerderjarig geworden.[i] Haar vader had daardoor het ouderlijk gezag over haar verloren. Maar daar kwam een andere gezagsverhouding voor in de plaats. Volgens het toen geldende Burgerlijk Wetboek stond een gehuwde vrouw onder het gezag van haar man en was zij handelingsonbekwaam.

In de wet stond onder meer:

“*De man is het hoofd der echtvereniging.

* De vrouw is haren man gehoorzaamheid verschuldigd.

* Zij is verplicht met hem te wonen, en hem te volgen naar alle plaatsen, alwaar hij het nodig oordeelt zijn verblijf te houden.

* De vrouw kan zonder toestemming van haren man geen overeenkomsten aangaan.”[ii] ,[iii]

 

De toekomstige echtelieden Smeets-Geelen hadden echter daarop in zekere zin geanticipeerd. Op 2 mei 1889 hadden zij, enkele uren voor het sluiten van het burgerlijk huwelijk, bij notariële akte, verleden voor notaris Clerckx te Weert, huwelijkse voorwaarden gemaakt. Daarin werd iedere gemeenschap van goederen uitgesloten en werd vastgelegd dat Helena Geelen zich het vrije beheer van haar roerende en onroerende goederen en het genot van haar inkomsten voorbehield.

 

Waarom vader Geelen op 28 april 1889 aangifte had gedaan van onttrekking aan het gezag van zijn dochter en vier dagen later toestemming voor haar huwelijk heeft gegeven, is niet bekend. Was die aangifte een opwelling na een hevige ruzie? Vond hij de huwelijkspartner te min? Vreesde hij voor het familievermogen? We weten het niet. Van een schaking tegen de wil van Leen Geelen was naar alle waarschijnlijkheid geen sprake. Het lijkt er meer op dat zij het ouderlijk huis ontvlucht is en naar haar vrijer in Swartbroek is gegaan.

 

Hoe ging het verder met het echtpaar Smeets-Geelen?

Het echtpaar Smeets-Geelen heeft wat kinderen betreft een vruchtbaar huwelijk gehad. Zij hebben niet minder dan dertien kinderen gekregen. Alle kinderen zijn in Swartbroek geboren.

 

Driek Smeets was een zakenman. In geboorteakten van zijn kinderen zijn als zijn beroepen vermeld: landbouwer, winkelier en koopman. Het echtpaar Smeets-Geelen exploiteerde in Swartbroek een winkel en herberg.

 

Driek Smeets is op 9 april 1914 op 50-jarige leeftijd te Swartbroek overleden. Als zijn beroep is in de overlijdensakte koopman vermeld.

[i] Zie noot 1.

[ii] Artikel 160 e.v.  Burgerlijk Wetboek.

[iii] De handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw is pas per 1 januari 1957 opgeheven.

Overlijdensregister Weert 1914

Leen Geelen is op 10 februari 1933 op 64 -jarige leeftijd te Swartbroek overleden. Als haar beroep is in de overlijdensakte herbergierster vermeld.

Resumé

De aanleiding voor dit artikel is een bericht in een krant in 1889 over de aangifte van onttrekking aan het gezag van een minderjarige. Die aangifte kreeg een vervolg met een verrassende ontknoping; de vermeende ontvoerder en de ontvoerde bleken namelijk getrouwd te zijn. In dit verhaal heb ik verder aandacht besteed aan de bij die aangifte betrokken personen.[i]

[i] Meer informatie over het echtpaar Smeets-Geelen is te vinden in het boek ‘De Kroniek ”SMEETS’, pag. 218 e.v.., J.F. Coolen, Heel. Van de in dit verhaal beschreven schaking wordt echter geen melding gemaakt.

Excursie naar Lier 12 september 2026

Na onze geslaagde excursie van afgelopen mei naar Dordrecht nodigen de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn”, de Kring Weert van het Koninklijk L.G.O.G. en de Aldenborgh u met veel genoegen uit voor een nieuwe excursie. Deze keer ligt onze reisbestemming in België.

Doel van onze excursie, die plaats vindt op zaterdag 12 september a.s., is Lier, provincie Antwerpen.

Vertrek vanuit Thorn: 07.45 uur, parkeerplaats sportpark Ter Koel, Ittervoorterweg 51;

Vertrek vanuit Weert: 08.15 uur, Sint Jozefskerkplein 3 Weert (Keent)

Er is op beide vertrekplaatsen voldoende gratis parkeergelegenheid

 

In de ochtend zullen we eerst kunnen genieten van koffie/thee en een Liers vlaaike, een erkend Vlaams streekproduct. Daarna maken we onder leiding van deskundige gidsen een historische stadswandeling. Vervolgens is er ruim gelegenheid om te lunchen. In de namiddag brengen we een bezoek aan het Zimmermuseum en de Zimmertoren. We sluiten het bezoek aan Lier af met een boottocht op de Binnennete.

Over het reisdoel het volgende

De stad Lier ligt ten zuidoosten van de stad Antwerpen. Lier heeft ongeveer 38.000 inwoners. De stad ligt aan de samenvloeiing van de Grote Nete en de Kleine Nete. De inwoners van Lier hebben, evenals die van Dordrecht, als spotnaam schapenkoppen. De oorsprong daarvan is in Lier anders dan in Dordrecht. Tijdens de stadswandeling zal daar ongetwijfeld aandacht aan worden besteed.

Het schapenkoppenmonument. Garnhami, CC BY-SA 4.0

De stad Lier heeft als bijnaam “Lierke Plezierke, een verwijzing naar het gezellige, feestelijke en bourgondische karakter van de stad. De benaming ‘Lierke Plezieke’ is bedacht door de bekende Lierse schrijver Felix Timmermans.

 

De eerste bebouwing van Lier begon waarschijnlijk in de 7de of 8ste eeuw. Lier kreeg in 1212 stadsrechten van hertog Hendrik I van Brabant.

In de 14de en 15de eeuw kende Lier een grote bloei dankzij het privilege van de veemarkt en de lakennijverheid. In 1496 vond in Lier het gearrangeerde huwelijk plaats tussen Filips de Schone en Johanna van Castilië. De toekomstige echtelieden hadden elkaar nog niet eerder gezien, maar het was letterlijk liefde op het eerste gezicht. Of het echtpaar in Lier een of twee keer in de echt is verbonden, hoort u tijdens de rondleiding. Het huwelijksfeest was een groots en luisterrijk evenement met helaas een dramatische afloop voor een deel van de Lierse bevolking.

 

De historische stadswandeling

Lier is redelijk ongeschonden de beide wereldoorlogen doorgekomen. De stad kent daardoor nogal wat historische gebouwen. Op de Grote Markt zijn het stadhuis en het Belfort te bewonderen. Het Belfort stamt uit de 14de eeuw en staat op de Werelderfgoedlijst.

De Grote Markt met het stadhuis en het Belfort.

In Lier bevindt zich een van de oudste begijnhoven van België. Het begijnhof is geheel omsloten en telt 162 begijnhuizen in 11 straten. Op het begijnhof bevindt zich de Sint -Margarita kerk met een fraai interieur. Veel huisjes in het begijnhof zijn gerestaureerd.

De huizenrij van het begijnhof aan de Grachtkant

Een van de vele kerken in Lier is de Sint-Gummaruskerk. De toren van de kerk is de oudste toren van Brabant. De bouw is gestart in 1378. Het interieur van de kerk bevat onder meer een mooi hoofdaltaar en de zogenaamde Colibrantriptiek. Verder heeft de kerk een van de grootste beiaarden van West-Europa. In de kerk zijn ook glas-in-loodramen te bewonderen, daterende van de 16de eeuw tot de huidige tijd.

De 83 meter hoge Sint-Gummarustoren

Het Zimmermuseum en de Zimmertoren

Een van de blikvangers van Lier is de Zimmertoren, genoemd naar de uurwerkmaker Louis Zimmer. Deze schonk in 1928 aan de stad Lier een ingenieus uurwerkmechanisme dat werd ondergebracht in de oude Corneliustoren.

De Zimmertoren met de zogenaamde Jubelklok

De boottocht op de Binnennete

Als afsluiting van een dag Lier staat een tocht met rondvaartboten op de Binnennete op het programma. U zult verhalen over de historie van de stad en anekdotes horen. Zo kunt u stad vanuit een ander perspectief bewonderen.

Met een klassieke palingschuit door Lier

Overzicht van het programma  

07.45 uur: Vertrek vanuit Thorn, parkeerplaats sportpark Ter Koel, Ittervoorterweg 51

08.15 uur: Vertrek vanuit Weert, Sint Jozefskerkplein 3 Weert (Keent)

09.45 uur: Aankomst Lier, Leuvensevest; wandeling naar Het Moment, Grote Markt 40, Lier

10.00 uur: Het Moment: koffie en Liers vlaaike

10.45 uur: Historische stadswandeling onder leiding van gidsen 

12.45 uur: Einde stadswandeling; gelegenheid tot lunchen 

14.30 uur: Bezoek Zimmermuseum en Zimmertoren, Zimmerplein 18 en 19, Lier

15.30 uur: Einde bezoek museum en toren

15.45 uur: Boottocht op de Binnennete, vertrek Jan Hendrickx-steiger aan het einde van de Schapekoppenstraat

16.30 uur: Einde boottocht

17.00 uur: Vertrek vanaf Leuvensveste naar Weert en Thorn 

18.30 uur: aankomst Weert

19.00 uur: aankomst Thorn

 

Deelnamekosten en aanmelding 

Deelnemers die lid zijn van de GHK “Het Land van Thorn”, het LGOG of vriend van de Aldenborgh betalen een bedrag van € 52,50, niet-leden betalen € 57.50.

Museumkaart is niet geldig.

De aanmelding voor deelname aan de excursie dient te geschieden op één manier en wel bij de penningmeester van de G.H.K. “Het Land van Thorn” door overschrijving van het deelnamebedrag op bankrekening NL75 RABO 0151 0192 66 ten name van Geschied- en Heemkundige Kring “Het land van Thorn”.

Uw betaling geldt als aanmelding. U dient bij de omschrijving duidelijk te vermelden:

1) Na(a)m(en) van de deelnemer(s) 

2) Lier 

3) Uw opstapplaats 

 

U krijgt geen bevestiging van uw betaling/aanmelding. Zonder tegenbericht gaat de excursie door!

 

In de deelnemersbijdrage zijn begrepen de kosten van de bus, koffie/thee met Liers vlaaike, historische stadswandeling met gidsen, bezoek Zimmermuseum, boottocht en fooi voor de chauffeur.

 

Er zijn voor deze excursie slechts 50 plaatsen beschikbaar. Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval uiterlijk vóór 29 augustus a.s.. Aanmeldingen na 29 augustus kunnen niet meer in behandeling genomen worden.

Indien u na aanmelding/betaling om de een of andere reden alsnog moet afzien van deelname en indien de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dient u zelf voor vervanging te zorgen. 

Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.

 

Deze excursie is namens de GHK “Het Land van Thorn”, het L.G.O.G, Kring Weert en de Aldenborgh georganiseerd door Hub aan den Boom en Wil Filott. Zij zijn respectievelijk bereikbaar onder telefoonnummer 06-18845998 en 06-83138322.

 

Deelname geschiedt voor eigen risico. De organisatie is niet aansprakelijk voor schade of verlies. Tijdens de excursie kunnen opnamen gemaakt worden voor publicatie.

Aankondiging Gluren bij de Buren…. Geldrop

GELDROP, DINSDAG 11 AUGUSTUS 2026

Gluren bij de Buren… in Geldrop

Aanvang: 19.00 uur: H. Brigidakerk

Nieuwendijk 2, 5664 HM  Geldrop

Parkeren: diverse parkeerterreinen in het centrum. Vanaf 18.00 uur gratis.

De eerste vermelding van “Gheldorpe” stamt uit 1296 en duidt een enclave van Gelre aan in het hertogdom Brabant. De meest logische verklaring van de naam is dan ook ‘dorp van Gelre’. In de eerste helft van de veertiende eeuw wordt buiten de woonkernen van de nederzetting een versterkt huis De Burght gebouwd, waarna in 1340 op een andere locatie de bouw van een woontoren volgt, de eerste fase van het huidige kasteel. Op het hoogste punt van de nederzetting, op de locatie van de huidige H. Brigidakerk, laat de heer in dezelfde periode een gotische kerk bouwen, die diverse opvolgers krijgt. In de oorspronkelijke landbouwnederzetting wordt het weversambacht steeds belangrijker en verschijnen de fabrikeurs, voorlopers van de textielfabrikanten. In de negentiende eeuw zorgen diverse ontwikkelingen voor een enorme groei van de textielindustrie. Geldrop wordt dan een dorp met fabrieksgebouwen en schoorstenen, arbeidershuisjes en statige fabrikantenhuizen.

Met dit rijke cultuurerfgoed maakt u kennis tijdens de tocht door het centrum, waar gidsen u bijpraten over de Geldropse geschiedenis. Na afloop kunt u op het Horecaplein (Heuvel) nog even nagenieten.