Voorjaarsexcursie naar Nijmegen en kasteel Doorwerth
een persoonlijk verslag in woord en beeld – Wil Filott

Op 20 april 2024 vond de voorjaarsexcursie van LGOG, kring Weert, De Aldenborgh en GHK  Thorn plaats.  De reis ging deze keer naar Nijmegen en kasteel Doorwerth. In tegenstelling tot de zonnige najaarsexcursie waren de weergoden ons deze keer minder goed gezind. In de loop van de dag deed Boreas zich met een frisse noordoostenwind gelden, zorgde Pluvius voor enige nattigheid, maar gelukkig trakteerde Sol ons af en toe op verwarmende stralen.

Met een volle bus werd koers gezet naar Nijmegen. Het reisgezelschap kende een internationaal tintje: behalve Nederlanders bleken er ook enkele Belgen aan boord te zijn, de buschauffeur woonde in Vlaams-Brabant en de luxe bus was van Spaanse makelij.

Nijmegen

Mariken van Nimwegen

In Nijmegen konden we in de eeuwenoude Waagh genieten van een kop koffie of thee en een stuk appeltaart, naar wens voorzien van een dot slagroom. Na deze versnapering werden we voor het beeld van Mariken van Nimwegen in twee groepen verdeeld voor een stadswandeling met deskundige gidsen.

Uw verslaglegger werd ingedeeld in de groep van gids Wim. Deze vertelde afkomstig te zijn uit Brunssum en vijf jaar op het Bisschoppelijk College te Weert gezeten te hebben.

Een gids in opleiding die onze groep vergezelde bleek ook een connectie met Weert te hebben. Familie van haar had gewoond in de Keulerstraat. Dat schiep al een band tussen de groep en de gids.

 

Na angstvallig gevraagd te hebben of er zich Maastrichtenaren in de groep bevonden, zei Wim dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is. Het strategisch gelegen Nijmegen heeft vanaf de Romeinse tijd vele malen geleden onder oorlogsgeweld. De laatste keer was op 22 februari 1944 toen door een bombardement door Amerikaanse vliegtuigen de binnenstad en de Stevenskerk werden verwoest. Het bombardement kostte zo`n 800 burgers het leven.

Wim leidde ons door een van de twee poorten onder eeuwenoude gebouwen van de Lakenhal naar de omgeving van de historisch verantwoord herbouwde Stevenskerk. De toren van de Stevenskerk stak volgens hem anderhalve meter boven de Eusebiuskerk in het rivaliserende Arnhem uit. De toren zelf is minder hoog dan die van de Eusebiuskerk, maar het positieve verschil voor de Stevenskerk wordt veroorzaakt door de hogere ligging in Nijmegen.

Latijnse School Stevenskerkhof

Op het Stevenskerkhof bevindt zich de uit de 16de eeuw stammende Latijnse school met beelden van de twaalf apostelen. De huidige, witte beelden zijn enkele jaren geleden vervaardigd met gebruikmaking van 3D techniek

Na de oorlog werd voorrang gegeven aan herbouw van de verwoeste binnenstad. Het oude stadsgedeelte (de benedenstad) tussen het centrum en de Waal werd aan zijn lot overgelaten hetgeen tot verpaupering en verkrotting leidde. Daar kwam pas een einde aan toen staatssecretaris Jan – in gelul kun je niet wonen – Schaefer medio jaren 70 subsidie toezegde voor sanering. Schaefer stelde wel als voorwaarde dat het oude stratenpatroon intact moest blijven en dat van de nieuwbouw 70% uit sociale woningen moest bestaan. Helaas werd de oude bebouwing afgebroken. De nieuwbouw heeft erin geresulteerd dat tussen het centrum en de Waal een rustige wijk met veel sociale woningen is ontstaan terwijl in andere steden een dergelijk gebied dicht bij een rivier vaak het domein is van beter gesitueerden.

 

Stadsgids Wim

Vanuit deze nieuwe wijk met uitzicht op de Stevenstoren zong Wim met welluidende stem het refrein van het Nijmeegse volkslied:

Al mot ik krupe, op blote voeten gaon, ik wil nog een keer de Steven heure slaon”.

In Nijmegen hingen op deze dag vlaggen van de voetbalclub NEC aan veel woningen. Toen een van de dames zei dat “Nek” de volgende dag de bekerfinale tegen Feijenoord moest spelen, kwam er direct een gespeeld boze reactie van Wim. Het was niet “Nek” – die zit onder een hoofd – maar NEC, uitgesproken als “En Ee Cee”.

De enige toegestane uitzondering was als NEC tegen NAC  speelde. Dan mocht er van NEK-NAK gesproken worden.

Wim zei dat hij met zijn drie zonen, veertigers, de volgende dag naar Rotterdam zou gaan voor de bekerfinale Feijenoord-NEC. Eventueel verlies van NEC deerde hem niet, het ging hem om de sfeer. 

 

Besienderhuis

In de benedenstad bevindt zich de oude synagoge. Deze is na restauratie vanwege oorlogsschade door de gemeente Nijmegen voor een symbolisch bedrag overgedragen aan de door de Nazi`s gedecimeerde Joodse gemeenschap en thans weer als synagoge in gebruik.

Iets verder naar beneden met uitzicht op de Waal ligt het Besienderhuis, een 16de eeuws koopmanshuis. Een besiender was een tollenaar, die de lading van schepen op de Waal controleerde en voor betaling van tolgelden zorgde.

Muurschildering leven keizerin Theophanu

Wim stond enige tijd stil bij een muurschildering die het leven van keizerin Theophanu uitbeeldde. Theophanu was een prinses uit Constantinopel die werd uitgehuwelijkt aan keizer Otto II.

Na het overlijden op jonge leeftijd van Otto II in 893, regeerde keizerin Theophanu als regentes van haar enige zoon, de latere keizer Otto III, over een uitgestrekt rijk: een bijzonderheid in een door mannen gedomineerde wereld.

Theophanu stierf in 991 in Nijmegen en werd per boot naar Keulen gebracht waar zij werd begraven.

 

Waalbrug Nijmegen

Vanaf de kade van de Waal hadden we zicht op een icoon van Nijmegen, de boogvormige Waalbrug, gebouwd in 1936. Het Nederlandse leger blies op 10 mei 1940 de brug op in een poging de Duitse opmars te stoppen of te vertragen.

De Duitsers herstelden in de oorlog de brug. Aan het einde van de oorlog viel die onbeschadigd in handen van de geallieerden. Toen Wim tijdens een rondleiding aan Duitse bezoekers zei dat de Duitsers met staal van Krupp de brug hadden hersteld, reageerde een Duitser met: “Da brauchen wir die Fahrräder nicht mehr zurück zu geben”.

Aandenken aanleg spoorlijn Nijmegen-Kleef

Nijmegen was vroeger vóór de bouw van de Waalbrug meer gericht op Duitsland, Brabant en Limburg dan op Holland. Dat blijkt onder meer uit het monument dat is opgericht naar aanleiding van de aanleg van de spoorlijn Nijmegen-Kleef in 1865.

Als laatste onderdeel van de rondleiding konden we een blik werpen op het stadhuis.

Stadhuis Nijmegen

Het oude stadhuis van Nijmegen is in de oorlog nagenoeg geheel uitgebrand. De voorgevel is in de oude stijl hersteld. De rondleiding eindigde op de plek waar hij begon: bij het beeld van Mariken van Nimwegen.

Uw verslaglegger heeft vele gidsen meegemaakt maar deze Wim was van grote klasse.  Humoristisch, enthousiast, duidelijk sprekend, met kennis van zaken, ad rem en inspelend op de groep. De deelnemers aan de groep van gids Rob waren ook enthousiast over de kwaliteiten van hun gids. Hij was uit hetzelfde, uitstekende hout gesneden als Wim.  En ook hij was supporter van En Ee Ce en dat al vijftig jaar. Chapeau voor beide heren, die voor de deelnemers niet alleen een leerzame maar zeker ook een plezierige rondleiding hebben verzorgd.

 

Kasteel Doorwerth

Kasteel Doorwerth

Na de lunch was iedereen stipt op tijd bij de bus en ging de reis verder naar kasteel Doorwerth, prachtig in het groen gelegen niet ver van de Rijn.

Onderste deel stam Robinia in de voorhof van kasteel Doorwerth.

Op de binnenplaats van het kasteel werd het gezelschap verdeeld in drie groepen voor een rondleiding met gids. Uw verslaglegger werd in de groep van gids Marianne ingedeeld. De rondleiding begon in de voorhof bij een prachtige, drie eeuwen oude robinia, een van de oudste bomen van Nederland. Deze boom heeft vele stormen en oorlogen doorstaan.

 

Johan Albrecht Schellart van Obbendorf

In het kasteel vertelde Marianne over de ontstaansgeschiedenis van het kasteel. Oorspronkelijk was er alleen een houten toren. Die werd

Charlotte Sophie Bentinck – van Aldenburg

in opdracht van de graaf van Gelre in brand gestoken omdat die de tolheffing op de Rijn door de `kasteelheer`

van Doorwerth niet duldde. Later werd op die plaats een rechthoekige stenen toren opgericht. Diverse kasteelheren vergrootten het kasteel. In het midden van de 17de eeuw werd het kasteel verbouwd en verfraaid door leden van de familie van Schellaert van Obbendorf.

Nadien kwam het kasteel in het bezit van de graven van Aldenburg en de familie Bentinck. Hella Haase heeft over een van lid van deze laatste familie, mevrouw Charlotte Sophie Bentinck – van Aldenburg een boek geschreven.

 

Philippe baron van Brakel

In de 19de eeuw kwam het kasteel in het bezit van Philippe baron van Brakel, die er met zijn gezin met negen kinderen ging wonen. Het kasteel werd aan die nieuwe situatie aangepast.

Nieuwe kaart van de hele wereld, overgenomen van de beste ontwerpers.

Tijdens het laatste oorlogsjaar werd het kasteel zwaar beschadigd. Het is na een zorgvuldige en langjarige restauratie weer in oude luister hersteld.

Marianne leidde ons rond door verscheidene vertrekken van het kasteel. Van de rechthoekige toren dateert alleen de onderste verdieping nog uit de beginperiode. In een kamer hangt een mooie oude wereldkaart.

 

Keuken kasteel Doorwerth

We namen ook een kijkje in de keuken. Deze is ingericht naar de tijd van de Van Brakels.

Eetkamer Kasteel Doorwerth

De tafel in eetkamer was gedekt. Marianne wees op de geribbelde dikke steel van de wijnglazen. De reden van daarvan was dat met de handen gegeten werd en dat die, zeker bij het eten van vlees, vettig werden. Om toch grip op de glazen te hebben, dienden die ribbels.

 

 

 

In een vertrek met wapenuitrustingen uit de middeleeuwen trok Marianne een maliënkolder, die hoofd en hals moest beschermen, aan. Het was letterlijk een gewichtig stuk bescherming.

Een van de bezoekers vroeg of er ook een spook aan het kasteel verbonden was. Een andere bezoeker merkte snedig op dat je een spook niet kon zien. Maar hij had dat nauwelijks gezegd of er klonk een dof geluid uit het plafond. Tot geruststelling kon worden vastgesteld dat dat veroorzaakt werd door een andere groep. Het vermeende spook liet zich zien noch horen.

 

Kasteelcafé De Zalmen

Wapen van Diderik Louis baron van Brakel

Na de rondleiding in het kasteel kon iedereen een drankje nuttigen in het drukbezochte kasteelcafé De Zalmen, gevestigd in een van de bijgebouwen van het kasteel. De naam van het café bleek ontleend te zijn aan de twee zalmen op het wapen van Diderik Louis baron van Brakel.

Na het gezellige en sociale samenzijn in het café bracht chauffeur Walter Verbelen ons veilig terug naar Weert en Thorn. Opvallend was dat een eindje ten zuiden van Eindhoven het frisgroen van de bladeren van bomen en struiken veranderde in bronsgroen.

De deelnemers aan deze excursie hebben kunnen genieten van een boeiende, leerzame, aangename en gezellige dag.

Film „Aber der Kirche passiert nichts“ 3x getoond in Duitse Twistringen

krantenartikel over film “Aber der Kirche passiert nichts”

Een bijzondere mijlpaal voor ons lid, cineast Peter Crins. De film van hem en Peter Hermans over de Tweede Wereldoorlog in onze regio werd afgelopen maart maar liefst drie keer vertoond in het Duitse Twistringen. (ten zuiden van Bremen).

Hier kwam de Dutise militair Christoph Ahlers van af die in 1944 door het verzet om het leven werd gebracht. Zijn trouwring bleef achter in Leveroy. Vorig jaar overhandigde  de zonen van een verzetsman de trouwring aan de zoon van Christoph Ahlers, die zijn vader nimmer gekend had. Dit was aanleiding voor de bioscoop in Twistringen om deze film te programmeren.

Nieuw boek De razzia: het waargebeurde verhaal achter een doodgezwegen oorlogsdrama

De Razzia: het waargebeurde verhaal achter een doodgezwegen oorlogsdrama

Bij een razzia in Molenbeersel op 22 augustus 1944, net voor de bevrijding, wordt de familie van de historicus, journalist en goede bekende van de Aldenborgh, Timmie van Diepen zwaar getroffen. Vijf mensen van hetzelfde gezin overleven de oorlog niet, onder wie zijn overgrootvader Willem Dirkx, die op 14 juni 1908 in Tungelroy aan de Maaseikerweg werd geboren.

De actie blijkt een vergelding voor de aanslag op een Duitse soldaat. Vreemd genoeg lijkt niemand achteraf te weten waarom de herberg van deze familie net het doelwit werd. Volgens de officiële versie van het verhaal was het een vergissing, maar klopt dat wel? Wie schoot de Duitse soldaat neer? En waarom was er na de oorlog geen herdenking voor de toevallige slachtoffers?

In het boek De razzia, dat begin mei 2024 verschijnt, gaat Timmie van Diepen op zoek naar antwoorden. Hij reconstrueert de bewuste dag aan de hand van duizenden pagina’s processtukken, getuigenverhoren en interviews met tientallen betrokkenen en nabestaanden.

Klik hier voor meer informatie.

Cultuurhistorische Zomer 2024

De data en plaatsen zijn bekend.

Programma

Gluren bij de buren (`s avonds):

dinsdag  2 juli: Neer

dinsdag 16 juli: Ell

dinsdag  30 juli: Roosteren

dinsdag   6 augustus: Dorne bij Opoeteren

dinsdag  20 augustus: Bree

dinsdag  27 augustus: Nederweert-Eind

donderdagmiddag 22 augustus: Bocholt – Symposium over Filips van Montmorency en Walburgis van Nieuwenaar.

Zodra meer bekend is over deze activiteiten zullen wij u nader informeren. U kunt de data en plaatsen nu al in uw agenda reserveren. Wij hopen u ook dit jaar weer in groten getale te mogen verwelkomen bij de activiteiten van de Cultuurhistorische Zomer.

Weerterlogie – start cursus in najaar 2024

Dankzij blijvende belangstelling is besloten om al komend najaar te starten met een nieuwe reeks van de cursus Weerterlogie. Liefst 46 getuigschriften Weerterlogie werden onlangs uitgereikt. Samen met deze nieuwe Weerterlogen werd er getoast op de geschiedenis van Weert, die zich in een sterk toenemende belangstelling mag verheugen.

 

Weerterlogen voorjaar 2024

De cursus Weerterlogie bestaat uit een serie van 8 lessen op dinsdagavonden. Vanaf 8 oktober verzorgen enkele enthousiaste experts een gevarieerde introductie in de geschiedenis en cultuur van de stad Weert. Op het eind van de cursus volgt de feestelijke installatie als Weerterloog.

 

08 oktober              dr. Henk Hiddink over prehistorie en oudheid

15 oktober              drs. John van Cauteren over de Middeleeuwen tot de Tachtigjarige Oorlog

22 oktober              dr. Jos Wassink over de 17de en 18de eeuw

29 oktober              dr. Joost Welten over de Franse tijd

05 november          Peter Korten over de 19de eeuw

12 november          drs. John van Cauteren over de Weerter kunst

19 november          drs. Theo Schers over de beide Wereldoorlogen en het interbellum

26 november          drs. Frits Nies over opbouw en afbraak na WO I

 

Stichting De Aldenborgh wil de belangstelling voor en kennis van de lokale geschiedenis vergroten. Met de opgedane kennis kunnen deelnemers na afloop gemakkelijk hun familie en vrienden rondleiden door Weert. En samen nog meer genieten van deze stad en regio.

 

Voor wie?

De cursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen minimumvooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen. Het maximumaantal deelnemers is 50 om een soort klassikaal contact tussen docenten en deelnemers te garanderen.

 

Praktische Informatie

Tijdstip:                     19.00 – 21.00 uur

Cursuslocatie:           Cwartier, Beekstraat 54

Deelnameprijs:          € 121,-  (betaling geldt als inschrijving).

Aanmelden:               door overmaking van € 121 op bankrekening NL31RABO0176968334 t.n.v.  stichting De Aldenborgh Weert onder vermelding van ‘cursus’ en uw naam.

Deelname ook graag doorgeven aan ons secretariaat via info@dealdenborgh.nl.

2-daagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze

Ter gelegenheid van het 85-jarig bestaan van De Aldenborgh organiseren we een tweedaagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze op zaterdag 25 mei en zondag 26 mei 2024. Hieronder lees u daar meer over en vindt u praktische informatie. Wij hopen dat velen van u in de gelegenheid zijn om deel te nemen aan deze jubileumexcursie.

 

In Flanders Fields

Het ‘In Flanders Fields Museum’ is in de Lakenhal van Ieper gevestigd.

Op zaterdag 25 mei vertrekken we om 07.30 uur richting Ieper. Na een kop koffie bezoeken we het interactieve “In Flanders Fields Museum” in de Lakenhal van Ieper. We maken een reis terug in de tijd naar de “Grote Oorlog” van 1914-1918.

Het “In Flanders Fields Museum” wil zijn bezoekers confronteren met het verleden, maar ook met het heden. Met het verhaal van één bepaalde oorlog op één bepaalde plaats, WO I in de Westhoek, maar ook met het universele thema van de oorlog, die helaas nog altijd op vele plaatsen woedt. Met officiële feiten, data en getallen, maar ook en vooral met persoonlijke getuigenissen van honderden gewone mensen. Het “In Flanders Fields museum” is een interactief herinnerings- en belevingsmuseum, met Wereld Oorlog I als uitgangspunt voor een universele vredesboodschap.

Ieper was een van de grote martelaarssteden van de Eerste Wereldoorlog. Enkele maanden na de Duitse inval in België op 4 augustus 1914 liep het front vast bij deze kleine, middeleeuwse stad. Van oktober 1914 tot oktober 1918 bevond het slagveld zich op luttele kilometers van het centrum van de stad. De loopgraven lagen van noord naar zuid in een boog rond Ieper. In die fameuze Ieperboog of Ypres Salient werden maar liefst vijf bloedige veldslagen uitgevochten.

Op 22 april 1915 begon de Tweede Slag bij Ieper met de eerste grote gasaanval ooit. Het chloorgas doodde duizenden geallieerde militairen, vooral Franse troepen met heel wat Noord-Afrikanen. Het was de eerste keer in de geschiedenis dat een massavernietigingswapen werd ingezet. Ook later in de oorlog bleek de Ypres Salient een experimenteel slagveld te zijn: hier werd in juli 1915 voor de eerste keer een vlammenwerper ingezet. In juli 1917 was het de beurt aan het verschrikkelijke mosterdgas, ook wel ypérite genoemd.

 

De Lakenhal van Ieper na het bombardement.

Van 31 juli tot 10 november 1917 woedde de Derde Slag bij Ieper, naar zijn eindfase wel eens als “Slag bij Passendale” aangeduid. Het was een slachting zonder weerga. Over de zin van dit Britse offensief wordt nog altijd gediscussieerd.

In de loopgraven en in het niemandsland rond de stad sneuvelden tussen 1914 en 1918 ongeveer een half miljoen mensen.  Onder hen niet alleen Duitsers, Fransen, Britten en Belgen maar ook Marokkanen, Algerijnen, Tunesiërs, Senegalezen, Canadezen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Zuid-Afrikanen, Chinezen, Indiërs, Jamaicanen en soldaten van vele andere nationaliteiten.

 

De wederopbouw

Tijdens die vier jaar oorlog werd de stad in het hart van de Ieperboog letterlijk met de grond gelijkgemaakt. De laatst overgebleven inwoners werden reeds begin mei 1915 verplicht geëvacueerd. Vanaf dan woonde er niemand in de spookstad Ieper. Begin 1919 keerden de eerste bewoners naar hun vernietigde stad terug en begon schoorvoetend de wederopbouw.

De eerste jaren woonden de teruggekeerde en de nieuwe Ieperlingen in houten noodwoningen. Vanaf 1921 kwam de wederopbouw pas echt op gang. Nog in de jaren twintig werden meer dan honderdvijftig militaire begraafplaatsen in en om de stad aangelegd. Ook werden monumenten gebouwd waarvan de Menenpoort de belangrijkste is. Die monumenten en begraafplaatsen, maar ook de al dan niet getrouw heropgebouwde huizen en andere gebouwen herinneren ons tot op vandaag aan de zinloosheid van de oorlog en aan de meest tragische periode uit de geschiedenis van Ieper.

 

In de voetsporen van Jantje Kiggen

Jantje Kiggen uit Weert

Na het bezoek aan het museum kunt op eigen gelegenheid lunchen. Daarna treden we in de voetsporen van kindsoldaat Jantje Kiggen (1898-1979), een geboren Weertenaar die op zeer jeugdige leeftijd gedurende de hele oorlog in dienst van het Belgische leger aan het front in de Westhoek verbleef.

Rob Troubleyn

Aldenborgh-lid en specialist over de Eerste Wereldoorlog Rob Troubleyn zal ons als gids meenemen langs de plaatsen waar ook Jantje Kiggen vier jaar lang de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog meemaakte.

 

 

 

We bezoeken met Rob Troubleyn onder andere Essex Farm Cemetery (Steenstraat), Vladslo (Diksmuide), Dodengang (Diksmuide), een Belgische militaire begraafplaats (Keiem) en Westvleteren.

Loopgraaf in Diksmuide.

 

 

Diksmuide
De rouwende ouders van Käthe Kollwitz

 

 

 

 

 

 

 

 

Last Post

Omstreeks 17.30 uur zijn we weer terug in Ieper waar men op eigen gelegenheid het avondeten kan nuttigen. Daarna verzamelen we ons omstreeks 19.30 uur om naar de Menenpoort te gaan. De Menenpoort is in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van Ieper, ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld zijn op de slagvelden rond Ieper en wier lichamen nooit werden teruggevonden of geïdentificeerd. Hun namen staan gebeiteld in de wanden van de Menenpoort. De stoffelijke overschotten van deze soldaten liggen ofwel ergens verborgen in de Ieperse velden, ofwel op een oorlogskerkhof rond Ieper, met als vermelding op de grafsteen Only Known Unto God (alleen gekend bij God).

De poort is ontworpen door Sir Reginald Blomfield en heeft de vorm van een Romeinse triomfboog. De poort is opgericht op de plaats waar vroeger de middeleeuwse stadspoort stond, Later stonden bij die stadspoort twee leeuwen aan weerszijden van de weg. Sinds 1929 wordt hier iedere avond, klokslag acht uur, de Last Post opdat we niet vergeten (Lest we forget …) gespeeld; in het begin door een groep klaroenblazers van de Stedelijke Brandweer, nu door een groep Klaroenblazers, leden van de Last Post Association.

 

Kortrijk

Historische centrum van de stad Kortrijk.

Na het bezoek aan de Menenpoort rijden we naar hotel The Market by Parkhotel, Graanmarkt 6 te Kortrijk. Na het inchecken kunt u op eigen gelegenheid het avondleven van Kortrijk verkennen.

Op zondag na het ontbijt staat een stadsgids klaar om ”Kortrijk te ontdekken”. Samen met de gids bezoeken we het historische centrum van de stad met bezienswaardigheden zoals het stadhuis, het belfort, de Broeltorens, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en het begijnhof.

 

 

Deinze

Na het bezoek aan Kortrijk rijden we naar Deinze. Deinze viert dit jaar dat het 500 jaar geleden op kasteel Ooidonk Filips van Montmorency, jawel onze graaf van Horne, is geboren.

Rond de middag gaan we naar Kasteel Ooidonk, waar we als eregast een optocht kunnen aanschouwen met Harmonie Gendt-historisch genootschap Keizer Karel en schutters.

Kasteel Ooidonk

We wonen de voorstelling nieuwe Erfgoedsprokkel “In de sporen van Filips Van Montmorency” bij en gaan luisteren naar Foodarcheoloog Jeroen Van Vaerenbergh.

In het kasteelpark is de evocatie: De Beul, Zijn Vrouw en De Zwijger met Steve De Schepper en Jits Van Belle onder regie van Domien Van Der Meire.

De groep Lattemiele uit Brugge zal met muziek de feestvreugde verhogen. Nancy Lemay brengt de “roddelende keukenmeid” met verhalen over de adel tot leven.

Met een deskundige gids bezoeken we later nog het museum van Deinze om vervolgens de terugreis naar Weert te aanvaarden waar we rond 19.30 uur terug hopen te arriveren.

 

‍Praktische Informatie

 

Wat: tweedaagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze
Wanneer: zaterdag 25 mei & zondag 26 mei 2024
Tijd: 07.30 uur
Vertrekpunt: Kupers Touringcars – Kelvinstraat 1 0- 6003 DH Weert

(parkeren is daar mogelijk)

 

Kosten deelname

Leden en gezinsleden LGOG en Vrienden Aldenborgh:

(op basis van een t2-persoonskamer)

€ 185,00 per persoon
Niet-leden: € 210,00 per persoon
Toeslag 1-persoonskamer: € 42,50

 

Inbegrepen:

  • buskosten + fooi chauffeur
  • 1 overnachting met ontbijt in The Market by Parkhotel, Graanmarkt 6 te Kortrijk
  • entree en ontvangst met koffie “In Flanders Fields museum” te Ieper
  • gids in en om Ieper, Kortrijk en Deinze

 

Aanmelding

Door overmaking van het verschuldigde bedrag vóór donderdag 25 april 2024 op Rabobank-nummer NL31RABO176968334 ten name van stichting De Aldenborgh te Weert onder vermelding van Excursie Ieper. Bij afmelding (alleen bij het secretariaat), waarvoor geen vervanging gevonden wordt, kan helaas geen terugbetaling plaatsvinden.

Deze excursie is voorbereid door onze voorzitter Peter Korten. Voor meer informatie kunt u bij hem terecht (tel. 06-53284665). Wij hopen dat velen van u in de gelegenheid zijn om deel te nemen aan deze jubileumexcursie.

Verslag lezing ’70 jaar welzijnswerk in Weert’ door Paul Horsmans en Pierre Snijders op 8 april 2024 – Wil Filott

Nadat dr. Liesbeth Theunissen op 4 maart 2024 een lezing had gehouden over de prehistorisch grafvelden op Boshoverheide, lag het onderwerp van vanavond nog dichter bij huis en bij het heden, de geschiedenis van het welzijnswerk in Weert.

Voorzitter Peter Korten heette de bezoekers en in het bijzonder de sprekers van vanavond, de heren Paul Horsmans en Pierre Snijders, welkom. De sprekers kondigde hij aan als Petrus en Paulus. Paul Horsmans verzorgde de presentatie, bijgestaan door Pierre Snijders. Beide heren stelden zich kort voor.

Paul Horsmans
Pierre Snijders

 

Paul Horsmans

is na de sociale academie werkzaam geweest in het welzijnswerk in

Eindhoven en Utrecht en sinds 1999 bij Welzijnsopbouw Weert, de voorganger van Punt Welzijn. Thans is hij bestuurder van Unitus, een koepel van welzijnsorganisaties in Noord- en Midden-Limburg.

Pierre Snijders is na de sociale academie werkzaam geweest in jongerencentra in Brabant en vanaf 1971-2004 in Weert. Na zijn pensionering heeft hij het archief van het welzijnswerk in Weert geordend en beschreven.

 

 

 

Het welzijnswerk in Nederland in historisch perspectief

Paul Horsmans schetste de ontwikkeling van het welzijnswerk in Nederland aan de hand van het hierna opgenomen historisch overzicht.

Specifiek voor Weert vermeldde hij dat in Weert en Maastricht na de strenge winter van 1853-1854 de eerste Vincentiusverenigingen in Limburg werden opgericht, in Weert met de naam Weerter Martinusconferentie. Vincentiusverenigingen hielden zich bezig met de zorg voor armen, zowel in natura als met geestelijke (katholieke) hulp.

 

Hij wees ook op de rol van dr. Poels die zich inzette voor het katholiek sociaal werk ter voorkoming van invloed van het socialisme.

 

Welzijnswerk tijdens de wederopbouw na WO II

Toeslagzegels. Afbeelding toegevoegd door verslaglegger

Na de bevrijding werd het welzijnswerk weer opgestart met de oprichting van Nederlands Volksherstel. Dit is een organisatie die zich bezighield met stoffelijke en geestelijke hulp aan mensen die, mede ten gevolge van de oorlog, in nood verkeerden. Vermeldenswaard is dat de

kosten van Volksherstel deels gefinancierd werden met de verkoop van Amerikaanse sigaretten en toeslagen op speciale postzegels.

Cirkeldiagram levenswijze

 

In 1947 werden neutrale Provinciale Opbouworganen in het leven geroepen voor het bestrijden van ‘onmaatschappelijken en asocialen’. Voor het bepalen van mate van onmaatschappelijkheid werd een cirkeldiagram gebruikt, waarbij aan verschillende aspecten van levenswijze punten werden toegekend.

In Weert werd in 1949 bij het Interparochieel Sociaal-Caritief Centrum een betaalde kracht aangesteld. In 1950 opende in Weert een Caritaswinkel. In 1952 kwam er een nieuw ministerie voor maatschappelijk werk met dr. Marga Klompé als eerste vrouwelijke minister in Nederland.

 

Onderzoek in Centrum Weert en wijk Fatima

Flatgebouw in de Sint Jozefstraat in Keent

Begin jaren vijftig vond er in Weert door het Provinciaal Opbouworgaan Limburg een belangrijk onderzoek plaats naar de ‘onmaatschappelijkheid in Centrum en Fatima’. De uitkomst daarvan was dat een deel van de binnenstad (Hegstraat en Hoge Steenweg) als sloppenwijk werd aangeduid, dat de woningen (krotten) moesten worden afgebroken en dat de bewoners geherhuisvest dienden te worden in nieuwe woningen in Keent.

 

Stichting Bijzondere Zorg Weert

In 1956 werd een stichting Bijzondere Zorg Weert in het leven geroepen, die zich bezig ging houden met wijkgericht maatschappelijk werk, in het bijzonder de verhuizing van bewoners naar Keent en de begeleiding van gezinnen. Er werd een beroepskracht aangesteld die deel ging uitmaken van de selectiecommissie van “onmaatschappelijken”.  De gezinnen waren groot. Het gemiddelde aantal kinderen per gezin bedroeg zeven.

 

In 1962 kwam het tot de oprichting van de stichting Bijzondere Sociale Zorg St. Jozef Keent, die haar werkterrein uitbreidde tot onder meer opbouwactiviteiten, peuterwerk en immigranten. In 1967 kwam er een nieuw buurthuis in Keent, nadat er vanaf 1962 al een tijdelijk buurthuis in een woning was geweest.

 

Andere ontwikkelingen in vogelvlucht en steekwoorden

De jaren 60 en 70

Jaren 60: toename welvaart, mijnsluitingen, afzetten tegen kerk, ‘hippies’, verdere democratisering, opkomst buurthuizen.

1965: Stedelijke Jeugdraad met meer dan 50 aangesloten organisaties.

1965: Algemene Bijstandswet, waardoor de materiële armenzorg verschoof van particuliere instellingen naar de overheid.

1968: regionaal samenwerkingsverband voor maatschappelijk werk en gezinszorg.

Jaren 70: oliecrisis. Onder invloed van Den Uijl kreeg welzijn prioriteit boven welvaart.

1970: jongerencentrum Subway in Fatima.

1971: Stichting Samenlevingsopbouw Streekgewest Weert (7 gemeenten) met een bestuur van 21 (!) personen.

1975: Ouderenwerk (De Roos).

1981 Stichting Welzijn Ouderen regio Weert

1979 Buurtopbouwwerk Weert.

 

De jaren ’80

1980: oprichting REJOIN (Regionale jeugd- en jongeren instelling Weert).

1982: Sociaal Culturele Raad Weert.

Opkomst vrouwengroepen, peuterspeelzalen, vrouwen in de bijstand en VOS-cursussen (vrouwen oriënteren zich op de samenleving).

Nieuwe doelgroepen: ouderen en buitenlandse werknemers, gezinshereniging.

No-nonsens politiek van kabinet Lubbers met minister Elco Brinkman. Bezuinigingen op sociaal werk. Verschuiving van zwaartepunt van subsidies naar gemeenten.

 

De jaren ’90

Decentralisering: minister Ien Dales vond financiering van maatschappelijk werk geen taak van het Rijk, maar van gemeenten. Bewoners moesten zelf hun buurt aanpakken (voorbeeld: Opzoomeren in Rotterdam). In Weert wijk- en dorpsraden. Veel projecten op basis van een tijdelijke financiering hetgeen belemmerend was voor professionalisering.

 

De jaren 2000

Fietskar met medewerkers Punt Welzijn

De decentraliseringstendens werd doorgezet. Er kwam een professionaliseringsslag. In 2002 werd in Weert de fusie-organisatie Punt Welzijn opgericht, die sinds 2021 ook in de gemeente Nederweert werkzaam is.

Het werkveld beslaat een aantal thema`s zoals buurtwerk, vrijwilligersinzet, mantelzorg, jeugd-, jongeren- en ouderenwerk, begeleiding nieuwkomers en het bevorderen van een gezonde levensstijl.

 

 

De organisatie kent thans ca. 60 professionals, 60 stagiaires en 300 vrijwilligers. Punt Welzijn maakt sinds 2010 deel uit van Unitus, een koepelorganisatie van van welzijnsorganisaties in Midden- en Noord-Limburg

Terugkijkend meende Paul Horsmans te kunnen stellen dat in de afgelopen 70 jaar het sociaal werk in Weert zich steeds ontwikkeld heeft in overeenstemming met de maatschappelijke ontwikkelingen.  Vooruitblikkend is het van belang om duurzaam te blijven investeren in de inwoners en hun mogelijkheden.

 

Vooruitzichten

De zorg in zijn algemeenheid dreigt vast te lopen. Dat komt deels door de toename van het aantal ouderen en de afname van het aantal werkenden. Thans werkt één van de zeven werkenden in de zorg. In de toekomst zou dat één op de drie moeten zijn, een onmogelijke opgave. Als voorbeeld van toenemende zorgvraag werd vermeld dat er voor veel problemen, waarmee mensen bij de huisarts komen, geen medische oplossingen zijn.  Inwonersinitiatieven, ondersteund door sociaal werk, zouden in die opgave (deels) kunnen voorzien.

 

Vragen en discussie

Overzicht bezoekers

Na de pauze was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Er werd gevraagd naar de rol van de Maastrichtse sociaal-geograaf dr. Litjens bij het onderzoek naar de onmaatschappelijkheid in het Centrum en Fatima en de gevolgde werkwijze bij de selectie van gezinnen. Dat leidde tot een geanimeerde discussie tussen bezoekers die in het verleden nauw bij het welzijnswerk in Weert betrokken waren.

De vraag werd opgeworpen of de verhuizing van tientallen gezinnen wel ingegeven was door maatschappelijke misstanden in een deel van het centrum of door de politiek, die tot afbraak van de woningen en nieuwbouw wilde overgaan.

 

Ook werd door een bezoekster gewezen op het nagenoeg ontbreken van buurthuizen in Weert. Er kon een voorbeeld worden genomen aan België, waar in bijna ieder dorp of wijk een dergelijke voorziening aanwezig is. Als reden voor de sluiting van buurthuizen in Nederland werd naar voren gebracht dat deze een sluitende exploitatie moeten hebben.

Ook de toegenomen individualisering werd als oorzaak genoemd. Een bezoeker vroeg zich af of invoering van een sociale dienstplicht geen remedie zou kunnen zijn. Hij verwees in dat verband naar de maatschappelijk stage die enkele jaren geleden in zwang was. Er werd verder naar voren gebracht dat bibliotheken hun werkterrein hebben uitgebreid.

De voorzitter merkte op dat er mogelijk een relatie is tussen enerzijds de sociale problematiek en anderzijds de leegloop van de kerken, de vermindering van het aantal cafés en buurthuizen. Plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Tijdig : rede uitgesproken door Dr. H. Poels op den 5en Limburgschen Katholiekendag, Weert 1 juni 1903.

Wat betreft dr. Poels betreurde hij het dat in de recente Canon van Limburg geen venster meer is gewijd aan deze sociale voorman. Maar in Weert blijft zijn naam niet alleen voortleven in een naar hem genoemde straat maar ook in de Tijdigstraat. Deze straatnaam verwijst naar een door dr. Poels op 1 juni 1903 in Weert uitgesproken rede.

Peter Korten bedankte de heren voor hun interessante en onderhoudende lezing en overhandigde hen als dank een exemplaar van het boek ‘Weert, Parel van de heide’.

 

 

Lezing – 70 jaar welzijnswerk in Weert – 8 april 2024

Na de succesvolle lezing van dr. Liesbeth Theunissen op 4 maart 2024 over het prehistorisch grafveld op de Boshoverheide voor een gezelschap van zo`n 100 liefhebbers van de Weerter geschiedenis, presenteren wij u nu weer een lezing over Weert. Deze keer gaat het over het recente verleden en over een totaal ander onderwerp, namelijk 70 jaar welzijnswerk in Weert.

 

Lezing – 70 jaar welzijnswerk in Weert – 8 april

In de lezing passeren deze ontwikkelingen van het professioneel welzijnswerk in Weert de revue.  Er wordt duidelijk gemaakt hoe het sociale werk zich voortdurend aanpast aan lokale en landelijke ontwikkelingen. Thema’s als armoede, emancipatie, opkomst van de kinderopvang, instroom van arbeidsmigranten en vluchtelingen, werkloosheid, laaggeletterdheid en ouderenwerk zijn een greep uit de onderwerpen die van grote invloed waren en zijn op de naoorlogse ontwikkelingen in Nederland en Weert.

 

Sprekers

Pierre Snijders (1942) is van 1971 tot 2004 in Weert werkzaam geweest als coördinator vanhet sociale werk.

Paul Horsmans (1961) is vanaf 1999 in Weert werkzaam geweest als directeur. Hij is thans bestuurder van Unitus, de overkoepelde organisaties van welzijnsstichtingen, waaronder Punt Welzijn.

De heren Snijders en Horsmans baseren zich in hun lezing niet op uitgebreid onderzoek, maar spreken vanuit hun jarenlange praktijkervaring in het Weertse. Naast een historische terugblik zal ingegaan worden op hedendaagse ontwikkelingen en werkzaamheden.

 

Historie zorg in Nederland

Er zijn altijd personen geweest die niet voor zichzelf kunnen zorgen. Lange tijd was het zo dat familie de zorg op zich nam voor geestelijk en lichamelijk gehandicapten, bejaarden, wezen en andere personen die niet (meer) voor zichzelf konden zorgen. Ook kerkelijke en bijzondere instellingen namen die zorg op zich.

In de Franse tijd ging ook de staat zich min of meer noodgedwongen bezighouden met die zorg. Dat was mede een gevolg van het feit dat kerkelijke instellingen die zich daarmee bezighielden, opgeheven en hun goederen genationaliseerd waren.

In het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd de lijn van zorg van staatswege doorgezet. In de Grondwet van 1815 was opgenomen dat armenzorg een onderwerp was van aanhoudende zorg voor de regering. De lokale overheid – de gemeente – werd belast met die zorg als die niet geboden kon worden door familie, vrienden, kerken of instellingen van liefdadigheid. In 1854 trad de Wet tot regeling van het armbestuur in werking. Deze Armenwet hield in dat het zwaartepunt van de armenzorg primair bij de kerken kwam te liggen. De gemeenten hadden slechts een aanvullende rol. Tot na de Tweede Wereldoorlog bleef het zwaartepunt van de zorg voor zieken en armen bij particuliere liefdadigheidsorganisaties liggen.

Straattoneeltje in Weert

Begin jaren vijftig van de vorige eeuw kwam daar na de wederopbouw verandering in mede door de opkomst van de verzorgingsstaat. De aandacht ging meer uit naar verzorging, talentontwikkeling en ondersteuning van mensen. Voor financiële ondersteuning kwamen aparte regelingen, zoals de Bijstandswet. Huisvesting werd een onderdeel van het brede aandachtsgebied. Dat leidde er in Weert toe dat rond 1980 oude, vaak schilderachtige maar verpauperde volksbuurten zoals de Hoge Kei en het Morregat werden gesloopt. Veel bewoners werden gehuisvest in nieuwbouw op Keent.

 

De opkomst en ontwikkeling van het welzijnswerk in Weert

Begin jaren vijftig kwam er, naast de armenzorg, veel aandacht voor het zogenaamde “onmaatschappelijke, asociale “gezin.

In 1952 werd een provinciaal onderzoek naar ‘onmaatschappelijkheid’ in Weert verricht. Dat was in het bijzonder gericht op het centrum en de wijk Fatima. Een gevolg van dat onderzoek was de oprichting van de Stichting Sociale Zorg Weert en een Wijkhuis op Keent, de wijk waar veel inwoners vanuit de binnenstad waren gehuisvest.

Het werkveld van de welzijnssector werd steeds uitgebreider, meer omvattend en geprofessionaliseerd. Er werden nieuwe stichtingen opgericht op het gebied van onder meer jongerenwerk, ouderenwerk en vluchtelingenwerk. Later vonden er diverse fusies plaats, hetgeen geleid heeft tot de stichting Punt Welzijn in Weert.

 

Praktische informatie

Datum: maandagavond 8 april 2024
Tijd: 19.30 uur
Locatie: Brasserie-Hotel Antje van de Statie, Stationsplein 1 Weert
Deelname: gratis

Wij hopen u te mogen begroeten.

Excursie naar Nijmegen en Doorwerth – 20 april 2024

De Kring Weert van het Koninklijk L.G.O.G., de Aldenborgh en de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” nodigen u hierbij van harte uit om deel te nemen aan deze excursie, die plaatsvindt op zaterdag 20 april 2024.

In de ochtend reist u naar Nijmegen voor een rondleiding met gidsen door de stad Nijmegen. In de namiddag geniet u van een bezoek aan en een rondleiding in het prachtige kasteel Doorwerth, waar u na afloop nog kunt genieten van een drankje. Over beide reisdoelen het volgende:

 

Nijmegen

Nijmegen_grote markt met waaggebouw

Nijmegen wordt beschouwd als de oudste stad van Nederland. Al rond het begin van onze jaartelling werd Nijmegen dankzij de gunstige ligging een belangrijke uitvalsbasis voor het Romeinse leger.

Rond het jaar 100 na Chr. was er een volledige stad door de Romeinen neergezet met de naam Ulpia Noviomagus Batavorum en ontving Nijmegen van keizer Trajanus het stads- en marktrecht.

Niet alleen de Romeinen hebben een stempel gedrukt op de stad. Zo was Nijmegen de meest noordelijk gelegen verblijfplaats van Keizer Karel de Grote en hierdoor een bloeiende keizerstad.

 

Helaas is Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog niet ongeschonden gebleven. Op 22 februari 1944 werd een groot deel van de binnenstad verwoest door een bombardement door geallieerden. Wanneer je op de Grote Markt staat zie je hierdoor een duidelijk verschil in gebouwen wanneer je met je rug naar het waaggebouw toe staat of met je gezicht ernaartoe.

 

Nijmegen Valkhofkapel

Het Valkhof is het beroemdste en belangrijkste stuk grond van Nijmegen. De Romeinen stichtten hier het Oppidum Batavorum, dat rond het jaar 70 door de Bataafse opstandeling Julius Civilis in brand werd gestoken.  In de laat-Romeinse tijd (3e-4e eeuw) lag hier een militaire versterking. Keizer Karel de Grote bouwde hier aan het eind van de 8e eeuw een paleis, dat uitgroeide tot één van zijn belangrijkste residenties.

Zelfs de Noormannen hadden het Valkhof een winter in hun bezit. Ook latere keizers van het Rooms-Duitse Rijk waren er geregeld te vinden. Keizer Frederik Barbarossa bouwde het in 1155 om tot een burcht. Deze burcht heeft vele eeuwen standgehouden, maar viel in 1796 ten prooi aan de slopershamer. Gelukkig zijn de Nijmeegse burgers toen in opstand gekomen zodat de Valkhofkapel en de Barbarossa-ruïne gespaard zijn gebleven.

 

Kasteel Doorwerth

Kasteel Doorwerth is een waterburcht gelegen in de uiterwaarden van de Rijn.

Wapen Schellaert

De eerste vermelding van het kasteel dateert uit 1260. Een zekere Reinald van Homoet verwierf het kasteel in 1435 en liet het flink vergroten.

Het kasteel heeft een Limburgs tintje. Rond 1560 zijn er door Adam Schellaert van Obbendorf, heer van Gürzenich, Schinnen, Geijsteren en Vlodrop verbouwingen uitgevoerd, die het kasteel zijn huidige uiterlijk gaven. In opdracht van zijn kleinzoon Johan Vincent van Schellaert van Obbendorf, heer van Oirlo, Oostrum, Geijsteren en Wanssum, en burgemeester van Roermond, van circa 1634 tot 1683, is het poortgebouw gebouwd.

 

Een spook in kasteel Doorwerth?

Isabelle Peters was een dienstbode van Johan Vincent, baron Schellaert van Obbendorf, de burgemeester van Roermond. Johan Vincent was iemand die de katjes in het donker kneep. Isabelle Peters werd door de baron meermalen verkracht. Toen haar minnaar, Jochem Janssen, dat ontdekte, was hij zo kwaad dat hij de baron wilde vermoorden. Maar de baron was hem voor. Jochem Janssen werd vermoord en zijn lijk in de gracht geworpen. Isabelle werd levend in het kasteel ingemetseld en stierf een hongerdood. Spookt Isabelle sindsdien in het kasteel?

 

Kasteel Doorwerth

De eigenaren van het kasteel verbleven er niet vaak. Dat droeg mede toe aan het verval. Jacob Adriaan Prosper van Brakell kocht het kasteel in 1837 en liet het restaureren. Na het overlijden van zijn weduwe ging het echter weer bergafwaarts. In 1910 verwierf de vereniging De Doorwerth het kasteel en die liet weer een restauratie uitvoeren. Het kasteel raakte in de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd, waarna het van 1950 tot 1983 weer volledig hersteld is. U kunt het kasteel en de monumentale vertrekken op 20 april aanstaande in volle glorie aanschouwen.

In het kasteel is ook een drietal musea gehuisvest: het museum Veluwezoom, het Nederlands Jachtmuseum en de Nationale Bosbouwcollectie.

 

Programma

07.45 uur: vertrek vanuit Thorn, parkeerplaats sportpark Ter Koel, Ittervoorterweg 51

08.15 uur: vertrek vanuit Weert, Sint Jozefskerkplein, Sint Jozefskerkplein 3, Keent

09.45 uur: aankomst in Nijmegen, uitstapplaats Kelfkensbos. 5 minuten lopen naar De Waagh, Grote markt, voor koffie-thee en gebak

10.30 uur: historische wandeling met gidsen vanaf Grote markt

12.00 uur: einde wandeling; gelegenheid tot lunchen

13.30 uur: vertrek vanaf Kelfkensbos naar kasteel Doorwerth

14.05 uur: aankomst kasteel Doorwerth, Fonteinlaan 2b, Doorwerth

14.15 uur: rondleiding door gidsen in kasteel Doorwerth

15.30 uur: nazit met drankje in kasteelcafé De Zalmen

16.15 uur: vertrek naar Weert, respectievelijk Thorn

Genoemde tijden zijn bij benadering

 

Deelname

Voor deelname gelden verschillende tarieven:

  • deelnemers die lid zijn van het LGOG, vriend van de Aldenborgh of de GHK “Het Land van Thorn”, betalen een bedrag van € 65,-
  • niet-leden betalen € 70,-
  • deelnemers die lid zijn van een van beide verenigingen of vriend van de Aldenborgh en in het bezit zijn van een museumkaart betalen € 51,50
  • deelnemers die geen lid zijn, maar wel in het bezit van een museumkaart betalen € 56,50

De aanschaf van een museumkaart is dus zonder meer het overwegen waard!

 

In de deelnemersbijdrage zijn begrepen:

  • de kosten van de bus
  • koffie met gebak
  • begeleide stadsrondleiding Nijmegen
  • entree kasteel Doorwerth
  • gidsen kasteel Doorwerth
  • een drankje in kasteelcafé De Zallmen
  • fooi voor de chauffeur

 

Aanmelden

Aanmelding voor deelname aan de excursie dient uitsluitend te geschieden door overschrijving van het deelnamebedrag op bankrekening NL31 RABO 01769 68334 ten name van De Aldenborgh. De overschrijving geldt als aanmelding. U dient bij de omschrijving wel uitdrukkelijk te vermelden:

1) Na(a)men van de deelnemer(s)

2) Nijmegen/Doorwerth

3) uw opstapplaats

4) Museumkaart J/N

Er zijn voor deze excursie 50 plaatsen beschikbaar. Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval vóór 2 april 2024.

Indien u na aanmelding/betaling om de een of andere reden alsnog moet afzien van deelname en indien de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dan dient u zelf voor vervanging te zorgen. Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.

Deze excursie is namens het L.G.O.G, Kring Weert, de Aldenborgh en de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” georganiseerd door Wil Filott en Hub aan den Boom. Zij zijn respectievelijk bereikbaar onder telefoonnummer 06-83138322 en 06-18845998.

 

Wij wensen u voor 20 april a.s. een heel leerzame en aangename excursie toe.

 

Let op: De opstapplaats in Weert is Sint Jozefskerkplein! Daar is voldoende gratis parkeergelegenheid. Vergeet uw museumkaart niet!

Verslag van de lezing Het prehistorisch grafveld van de Boshoverheide bij Weert – terugblik en toekomst van dr. Liesbeth Theunissen – door Wil Filott

Dr. Liesbeth Theunissen.

Exact 14 dagen nadat dr. Henk Hiddink de aftrap had verzorgd voor de nieuwste aflevering van de cursus Weerterlogie met als onderwerp “Prehistorie en Oudheid”, hield dr. Liesbeth Theunissen op 4 maart 2024 voor een gezelschap van zo`n 100 liefhebbers van de Weerter geschiedenis een bijzondere lezing over het prehistorisch grafveld op de Boshoverheide.

Bouke Kouters, de amateur-archeoloog in het bestuur, heette de bezoekers en in het bijzonder de spreekster van deze avond, dr. Liesbeth Theunissen, welkom. Hij toonde zich verheugd en blij verrast over de geweldige opkomst.

De grafvelden op de Boshoverheide

 Op de Boshoverheide tussen Weert en Budel bevindt zich het grootste prehistorische grafveld van Noordwest- Europa. Grafvelden bieden enig inzicht in begrafenisrituelen in de prehistorie. Doden werden gecremeerd. De asresten werden begraven. Het was traditie om graven te markeren. Uit crematieresten kan onder meer de leeftijdsklasse en geslacht van een overledene worden afgeleid. De gemiddelde leeftijd van de gecremeerden op de Boshoverheide was ongeveer 25-30 jaar. Deze was mede zo laag vanwege de hoge kindersterfte. Naar schatting werd overigens in de bronstijd maar 10 à 15% van de bevolking begraven onder grafheuvels. In latere tijd werd wel vrijwel iedereen begraven. In de graven zijn veel urnen gevonden.

 

Het Pestrupergrafveld in Noord-Duitsland is het enige urnenveld in Europa dat net zo uitgestrekt en groot is als de Boshoverheide.

Urnenvelden zijn niet zeldzaam in Nederland. Er zijn inmiddels zo`n 750 plaatsen met urnenvelden gelokaliseerd, met name in de oostelijke helft van Nederland op zandgronden.

Het urnenveld van Boshoverheide beslaat zo`n 30 hectare. Het is een rijksmonument, maar ook recreatiegebied en militair oefenterrein. Landschappelijk ligt het op een hoog zandplateau, met veel stuifduinen.

 

 

 

 

 

Onderzoeken

De eerste “onderzoekers” van de urnenvelden op de Boshoverheide waren in de tweede helft van de 19de eeuw

Pier en Bèr Houben uit Nederweert-Eind.

Casimir Ubaghs en Josef Habets. Een speciale vermelding verdienen de broers Pier en Bèr Houben, amateur-archeologen uit Nederweert-Eind. De door hen in het begin van de 20ste eeuw gedane ontdekkingen leidden tot de eerste opgravingen door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB).

In 1968 is er noodonderzoek op de schietbaan gedaan.

Belangrijk werk is er tussen 1984 en 1994 verricht door studenten van de Universiteit van Amsterdam. In die periode hebben 500 archeologen in opleiding gewerkt aan restauratie en consolidatie van grafvelden.

 

Het project Odyssee

Resultaten van het project Odyssee.

In 2010 werd op de Boshoverheide gestart met het project Odyssee. Vanwege de beperkte duur van het project werd gekozen voor onderzoek in de breedte en niet in de diepte. Het eerste doel was het creëren van een ruimtelijk raamwerk: een kaart waarop aangegeven was waar zich belangrijke vindplaatsen bevonden en wat daar te vinden was. Zo werden 400 heuvels en 110 plaatsen met crematieresten in kaart gebracht.

Bij het onderzoek naar plaatsen waar zich vondsten van de Boshoverheide

Plaatsen waar zich vondsten van de Boshoverheide bevinden.

bevonden werden 9 locaties achterhaald, waaronder het Limburgs museum in Venlo. Een bijzondere vondst werd gedaan in een museum te Mannheim. Daar werden in een magazijn 47 urnen ontdekt, afkomstig uit de collectie van Casimir Ubaghs.

 

Enige bevindingen

Bij onderzoek naar crematieresten werden onder meer fragmenten van kleine glazen kralen afkomstig uit Libanon en Syrië gevonden, een teken dat er ook al in de prehistorie uitwisseling en contacten over grote afstanden plaatsvonden.

Uit crematieresten werd aanvankelijk afgeleid dat er hoofdzakelijk mannen en kinderen begraven waren maar dat beeld is later bijgesteld. Een nieuwe studie wees uit dat er ook vrouwen in het grafveld zijn begraven.

Van het terrein van 30 hectare is bijna 3 hectare onderzocht. Naar schatting hebben er in de periode van 1000 tot 500 voor Christus 3135 begrafenissen plaatsgevonden. De bevolkingsgroep wordt geschat op zo`n 180 personen. Dat is een uitzonderlijk groot aantal mensen. Dat leidt tot een aantal vragen. Is de Boshoverheide van regionale betekenis geweest? Zo ja, betekent dat dat overledenen van heinde en verre naar het grafveld zijn gebracht om daar begraven te worden? Of is de Boshoverheide gewoon uitzonderlijk goed bewaard gebleven

 

Archeoscience

 Na de pauze ging Liesbeth Theunissen in op ontwikkelingen in de archeologie.

Een belangrijk persoon daarbij is Kristian Kristiansen. In 2014 maakte hij gewag van een derde revolutie in de archeologisch wetenschapsbeoefening. Die ontwikkelingen kunnen als volgt geduid worden.

1. De eerste revolutie (1850-1860) wordt gekenmerkt door de ontwikkeling van archeologie als wetenschap en ordenen van data.

2. De tweede revolutie is de periode na de Tweede Wereldoorlog toen het met gebruik van de koolstofmethode 14 C mogelijk werd om vondsten exact te dateren.

3. De derde revolutie (2014-2024) is het gebruik van big data, modelling, oud-DNA, isotopenanalyse en volgens de spreekster ook Artificial Intelligence.

Reconstructie van het meisje van Egtved.

Archeoscience is meer en meer teamwork geworden: van de archeoloog die nauw samenwerkt met experts in het laboratorium.

Een belangrijke methode is oud DNA–onderzoek, met name het bemonsteren van kiezen en het rotsbeen. Besmetting met hedendaags DNA moet daarbij worden voorkomen. Archeologen moeten zich nu inpakken in beschermende kleding, met handschoenen en mondkapjes. Met dit DNA-onderzoek kunnen biologische- en familierelaties worden aangetoond.

Een recente ontwikkeling is de zogenaamde strontiumisotopentechniek. Strontium komt vanuit de grond via voedsel in het lichaam. Het gehalte aan strontium verschilt per streek. Door deze techniek kan nauwkeuriger de plaatsen worden bepaald waar een persoon heeft geleefd of tijdelijk heeft verbleven. Het geeft inzicht in hoe mobiel de mensen van toen waren.

Een in de archeologie bekend voorbeeld van de resultaten van deze techniek is het zogenaamde meisje van Egtved, een skelet uit de Bronstijd gevonden in Egtved in Jutland. Men heeft lang gedacht dat het een Deense was totdat via het gebruik van strontiumisotopen vastgesteld kon worden dat ze een Duitse was uit het Zwarte Woud.

 

Sinds kort is het mogelijk om strontiumanalyse op verbrande resten, zoals crematieresten, toe te passen.

Met het tonen van bovenstaand beeld sloot Liesbeth Theunissen haar lezing af.

Door onderzoek naar verschillende skeletonderdelen, zoals tanden, rotsbeen, pijpbeen en ribben, kan ook de mobiliteit van een onderzocht persoon nauwkeurig worden bepaald. De strontiumisotopen in het rotsbeen (gevormd tijdens de eerste 2 levensjaren) kan een ander signaal geven dan het ribfragment (gevormd tijdens de laatste 5 jaar). Is iemand lokaal of komt hij/zij uit een andere regio?

Het zou mooi zijn als deze techniek toegepast zou worden op crematieresten van de Boshoverheide die in het depot worden bewaard.

Vragen

Van de gelegenheid tot het stellen van vragen werd druk gebruik gemaakt. Ook werden er enkele aanvullende opmerkingen gemaakt. Een deelnemer merkte op dat eind 19de eeuw mogelijk nogal wat archeologisch materiaal verloren is gegaan door opgravingen van particulieren, die de urnen verhandelden. Een geluk was volgens een andere deelnemer dat een grootgrondbezitter op de Boshoverheide een verbod had ingesteld om op zijn terrein te komen.

Peter Korten bedankte Liesbeth Theunissen voor haar interessante en boeiende lezing. In zijn enthousiasme voor het promoten van het erfgoed van Weert riep hij ter plekke Weert uit tot archeologische hoofdstad van Europa.

—————————————————————————————————————————————————————————————-

Veel dank aan Liesbeth Theunissen voor het nazien van een eerdere versie van dit verslag en het ter beschikking stellen van afbeeldingen.