20 augustus 2024 – Gluren bij de buren … in Bree

Nog een uitstapje naar België. Op dinsdag 20 augustus gluren we bij de buren in Bree. We wandelen naar het stadhuis, het recent volledig gerestaureerde interieur van de St.-Michielskerk, de restanten van het oude refugiehuis van Postel en het stadspark met oude dekenij naar het nieuwe culturele centrum en de nieuwe woonzone St.-Michiels- park. Het oude centrum is autoluw, de totale wandelafstand bedraagt ± 1500 m en is rollator en scootmobiel vriendelijk. Deelname is gratis. Voor een natje na afloop is er een ruime keuze aan drankgelegenheden rond het Vrijthof, de Markt en de Hoogstraat.

 

 

Stadsplattegrond Bree

In een document van 1078 is er voor het eerst sprake van Bree. In 1366 kreeg het stadrechten als een van de Goede steden van het prinsbis- dom Luik, waarvan het perron een symbool is. Het centrum heeft zijn oude ei-vorm bewaard met een radiale wegenstructuur via vier poorten (Itterpoort, Kloosterpoort, Nieuwstadpoort en Gerdingerpoort) die leidt naar het Vrijthof. De middeleeuwse stadsgracht werd in de 20ste eeuw vervangen door de kleine ring.

Maar het functionele gebruik van het centrum is gedurende de laatste decennia volop in verandering. De onderwijsinstellingen (TISM-tech- nische school-, het St.-Michielcollege en St.-Augustinus-onderwijs voor meisjes- hebben de stadskern verlaten en gingen samen naar de onderwijscampus buiten de tweede ring.

 

 

Zeepziederij Bree

De vrijgekomen panden kregen een nieuwe bestemming. Zo werd het St.-Michielcollege (een klooster uit het midden van de 17de eeuw) na een grondige sanering en restauratie het nieuwe stadhuis. De technische school werd afgebroken en kreeg een uitgesproken bewoningsbestemming met de naam St.-Michielspark met tientallen villa-appartementen. Het cultureel centrum en de Breugelzaal vonden een nieuw onderkomen in de zeepziederij (de gebouwen van de vroegere groothandel in koloniale waren Janssen-Gilissen (Limburgia) aan Malta.

 

Praktische informatie

datum dinsdag 20 augustus 2024
aanvang: 19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar: in de St.-Michielskerk Hoogstraat – 3960 Bree (België)
deelname: gratis
parkeren: gratis parkeren op de kleine ring, op het stadplein en achter de bibliotheek
Voor een natje na afloop is er een ruime keuze aan drankgelegen- heden rond het Vrijthof, de Markt en de Hoogstraat

 

Gluren bij de buren … in Dorne – 6 augustus 2024

Dit keer gluren we bij onze zuiderburen in Dorne (België). Tijdens de wandeling vertellen lokale gidsen over de geschiedenis van het dorp en bijzondere gebouwen. De verkenning van Dorne volgt een tracé van ± 1500 m en is gebruiksvriendelijk voor zowel van rollator- als scootmobielgebruikers. Deelname is gratis.

Omstreeks 1900 was Dorne een agrarische buurtgemeenschap van Opoeteren en telde 13 boerderijen. In 1977 werden Opoeteren en Neeroeteren gefuseerd met Maaseik. Wonen in Dorne had heel wat nadelen: de grote afstand tot de kerk en de school in Opoeteren en slechte wegen.

Onder impuls van rector Theodoor Hoedemaekers kreeg Dorne in 1923 een eigen kerk en werd een kapelanie gebouwd. Voor de oprichting van een schooltje ondertekenden 47 gezinshoofden een petitie in 1919. Er werd gevolg gegeven aan hun eis. In het begin was het wat behelpen met noodlokalen. In 1923 waren 2 klaslokalen klaar, werden een onderwijzer en een onderwijzeres aangesteld en een schoolhuis gebouwd. Met de komst van de zusters Jozefienen kon ook een kleuterafdeling worden opgericht. Uiteraard werden ook de zusters in een nieuw klooster gehuisvest.

Intussen was de aantrekkingskracht voor het landbouwleven sterk afgenomen. De mijnen zorgden voor een grote tewerkstelling en later ook de Fordfabriek. De bevolking nam sterk toe. De kerk was te klein en in 1991 werd een nieuwe moderne St.-Donatuskerk ingewijd door monseigneur Schreurs van Hasselt. Leo Reulens, was de aannemer van dit gebouw. Hij heeft aan de hand van een uitgebreide fototentoonstelling het bouw- proces uitvoerig gedocumenteerd. Niet alleen wat betreft de tewerkstelling hadden er de laatste decennia grote veranderingen plaats. Door een gebrek aan priesterwijdingen kreeg Dorne geen eigen pastoor meer en met het vertrek van de zusters in 2010 kwam ook het onderwijs in profane handen.

De vrijgekomen gebouwen kregen een nieuwe bestemming: de kerk uit 1923 werd verkocht en omgebouwd tot een gezinswoning. Het klooster werd geïntegreerd in de school en de kapelanie kreeg naast een woonfunctie ook een vergaderbestemming.Uiteraard zijn er ook nog boerderijen in bedrijf. Daarover vertellen de gidsen u meer tijdens de rondleiding.

 

Praktische informatie

datum dinsdag 6 augustus 2024
aanvang: 19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar: in de St. Donatuskerk – We naar As 66, 3680 Maaseik (België)
deelname: gratis
parkeren: Op het plein voor en achter de kerk. En op de parking van de school ‘VBS Kornuit’ (vrij parkeren)
Voor een drankje na de wandeling kan u terecht in zaal ‘De Bempt’ aan de school.

 

Gluren bij de buren … in Roosteren 30 juli 2024

Op dinsdag 30 juli gaan we gluren in Roosteren. Na een inleiding in de St. Jacobus de Meerderekerk, een waterstaatskerk, vertellen de lokale gidsen over enkele karakteristieke gebouwen in de nabijheid van de Kerk en over het ontstaan van Roosteren. Gluren bij de buren … in Roosteren wordt georganiseerd door deStichting Tristan Foundation (https://www.tristan-foundation.com) in samenwerking met de Gemeente Echt-Susteren. Deelname is gratis.

Roosteren

Roosteren (Roostere) is een kerkdorp met ongeveer 1.500 inwoners in de gemeente Echt-Susteren. De plaats is geografisch gezien de noordelijkste plaats van Zuid-Limburg, hoewel het tegenwoordig formeel gezien bij Midden-Limburg hoort. Roosteren ligt aan de Maas, tegenover het Belgische stadje Maaseik. Aan de oostelijke zijde van het dorp aan de andere kant van het Julianakanaal ligt Oud-Roosteren. Aan de westkant de buurt Kokkelert.

Roosteren is waarschijnlijk ontstaan in de 8ste eeuw als ontginning vanuit de abdij van Susteren. Roosteren is een typisch (rijk) maasdorp wat onder ander blijkt uit de 15 mooie grote Maaslandhoeves en een tweetal kastelen die hier stonden.

Jammer genoeg is een aantal van deze boerderijen gesloopt en binnenkort moet ook de Tramhalte wijken voor woningbouw. Deze tramhalte was een zijtak van de tram Sittard-Roer- mond en er stopte vijf keer per dag een tram die naar Maaseik reed.

In het pas gerenoveerde Gemeenschapshuis volgt nog een mooie interessante presentatie van markante gebouwen, die de laatste 100 jaar ten prooi zijn gevallen aan de ‘vooruitgang’ en verdwenen zijn.Tot slot wordt natuurlijk afgesloten met een kopje koffie/vlaai en eventueel een drankje.

Praktische informatie

datum dinsdag 30 juli 2024
aanvang: 19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar: in de kerk van de H. Jacobus de Meerdere – Maasheuvel 6 – 6116 BT Roosteren
deelname: gratis
parkeren: Markt, tegenover de kerk
Afsluiting in Gemeenschapshuis Roosteren

 

Verslag Gluren bij de buren in … Neer

Foto’s: Jack Duijf; tekst: Wil Filott 

Op 2 juli 2024 vond de aftrap plaats van de 18de editie van de Cultuurhistorische zomer met een bezoek aan Neer. Ondanks het feit dat op dezelfde tijd een 22-tal jongemannen uit Nederland en Roemenië in München een balletje aan het trappen waren, wat ook nog rechtstreeks op schermen in huizen, cafés en pleinen te zien was, was de opkomst in Neer groot te noemen. Zo’n 150 liefhebbers van regionale cultuurhistorie hadden plaatsgenomen in de banken van de statige Sint-Martinuskerk.

 

Een goed gevulde Sint-Martinus kerk met bezoekers aan Gluren bij de buren.

De bezoekers werden welkom geheten door Tjeu Scheepers en pastoor Patrick Lipsch. Ook Peter Korten sprak een welkomstwoord uit. Hij deelde mee dat Nederland tegen Roemenië leidde. Gejuich bleef achterwege. Dat was uiteraard passend in deze gewijde omgeving.

Verder vertoonde Peter een foto waarop hij de Paus de folder van Gluren bij de buren, editie 2024, overhandigde. De Paus leek er zeer verguld mee te zijn. Wegens omstandigheden was het voor hem helaas niet mogelijk om in Neer aanwezig te zijn.

Peter bedankte de organisatie in Neer en het kerkbestuur.  Gluren bij de buren is gratis maar niet kosteloos. Daarom was er een collecte voor een vrijwillige bijdrage. Tjeu Scheepers zorgde voor de verdeling van de bezoekers in 6 groepen die 6 locaties zouden bezoeken.  

     

Jaen Driessen vertelde dat Neer een laaggelegen plaats in Midden-Limburg is.

In de Romeinse tijd werd de plaats Nera genoemd. Langs Neer loopt de Neerbeek. Neer had de bijnaam watermolendorp. Op het hoogtepunt telde het dorp 5 watermolens. Ook andere bedrijven waren goed vertegenwoordigd. In de 18de eeuw telde Neer 5 bakkerijen, 4 timmerbedrijven, 3 hoefsmeden, 1 zadelmaker, 5 brouwerijen en 23 café s. Een van de oude monumentale gebouwen in Neer is de voormalige school, die in 1818 gebouwd is nabij de kerk. Omdat de gezinnen in Neer kinderrijk waren, was er al gauw behoefte aan een groter schoolgebouw. Er werd dan ook in 1850 een nieuwe school gebouwd. De oude school werd omgebouwd tot gemeentehuis en stalling voor de brandspuit. Thans is het een horecagelegenheid.     

 

Luchtfoto van het kerkplein met de kerk en rechtsonder het witte, voormalige schoolgebouw, later gemeentehuis.

Het huis van de veldwachter, die ook lantaarnopsteker was, lag op een hoog punt in dorp, vanwaar hij de hele bevolking in de gaten kon houden.

Een aantal inwoners van Neer was van mening dat Neer verfraaid moest worden met een kunstwerk. De plaatselijke kunstenaar Jos Dirix werd gevraagd om daar zijn gedachte eens over te laten gaan. Tijdens een wandeling zag hij een tochtige koe lonken naar een stier in een naburig weiland. Helaas stond er prikkeldraad tussen de weilanden.

 

 

 

 

 

 

Na enkele vergeefse pogingen lukte het de stier toch de hindernis te nemen en bij het koetje te komen. Jos Dirix kwam toen op het idee een standbeeld van een stier te maken. Een beeld dat kracht en doorzettingsvermogen uitstraalt; symbool voor eigenschappen van de bevolking van Neer.

 

Peter van der Horst verhaalde over de geschiedenis van de Friedesse Molen aan de Neerbeek.

De eerste molen zou rond 1343 gebouwd zijn. Het huidige molenaarshuis dateert volgens de muurankers uit 1717. Het molengebouw is waarschijnlijk in dezelfde periode gebouwd. Op een luik van de molen staat wel “Anno 1796“(Franse Tijd!), maar dat jaartal verwijst niet naar het jaar van de bouw. 

Het molenhuis links en het molengebouw rechts.

De molen vervulde, naast de maalfunctie, eeuwenlang ook een sociale functie in het dorp. Het was een ontmoetingspunt waar de dorpsbewoners nieuwtjes uitwisselden.

In 1964 is de stuw die het water voor de molen opstuwde om voldoende kracht te ontwikkelen om het molenrad in beweging te brengen, afgebroken. De molen is in 2002 gerestaureerd en na een jarenlange “strijd“ met het waterschap is ook de stuw hersteld. De molen is nu weer maalvaardig.

 

 

Het molenhuis is na jarenlange leegstand en vandalisme in 2016 door twee ondernemende mensen uit Neer aangekocht, gerestaureerd en verbouwd. Er zijn nu 5 appartementen en een horecagelegenheid in het molenhuis. Zowel het molenhuis als het molengebouw zijn rijksmonumenten. Op een tweetal stenen in de gevel van het molengebouw is aangegeven hoe hoog het water stond bij het hoogwater in 1993 en 1995. 

Pierre Kuijpers stond met een kleindochter aan de oever van de Neerbeek.

Hij vertelde over de verontreiniging met cadmium van de Neerbeek. De Neerbeek wordt onder meer gevoed door de Tungelroyse beek. Deze laatste beek was in het verleden sterk vervuild door de Budelse zinkfabriek. Het vervuilde water kwam ook in de Neerbeek terecht. Bij overstromingen kwamen de vervuilende stoffen ook op het overstroomde land terecht. Er is een begin gemaakt met het schonen van de grond.

Bij het hoogwater in 1993 en 1995 hadden zo`n 130 woningen in Neer water in huis. Op advies van de commissie Boertien II kwam er een fysieke bescherming voor die woningen. Burgerinitiatief leidde ertoe dat er een stuw met bypass in de Neerbeek kwam. Neer zou nu beschermd moeten zijn tegen wateroverlast.

 

 

 

Bayer, thans BASF, eigenaar van Nunhems Zaden, heeft als “natuurcompensatie” voor de uitbreiding van kassenareaal gelden ter beschikking gesteld voor onder meer de reconstructie van de Schans van Neer. Die schans werd in 1624 met toestemming van de graaf van Horne aangelegd als schuilplaats voor de inwoners van Neer voor het geval er plunderende troep kwamen.

 

Aan de oever van de Neerbeek met de Sint-Martinus op de achtergrond.

Op de schans werden houten huisjes gebouwd. De verhoopte bescherming op de schans bleek ijdel. In 1646 werden het dorp en de schans in brand gestoken door troepen uit Hessen. Bij archeologisch onderzoek zijn slechts weinig resten van de schans gevonden.

De Kwirloop is een klein stroompje dat in de dorpskern onder de weg door stroomt naar de Neerbeek. In 1483 stond er de Kwirmolen, een molen waar schors van eiken werd vermalen voor het looien van dierenhuiden tot leer.

 

 

 

 

 

Har Kuijpers stond bij de verborgen Kwir.

Over de Kwirloop lag de gasthuisbrug, vernoemd naar een huis waar pelgrims en hulpbehoevenden onderdak konden vinden. De Kwirmolen lag bij een van de poorten van Neer.

Het gebied tussen de Kwir en de kerk heette “De Vrieheyt”. De Kwirloop heeft altijd water, ook in zeer droge tijden. Dat komt omdat dat beekje gevoed wordt door kwelwater uit de Peellandbreuk.

 

 

 

 

 

 

 

 

De “symbolische“ Kwir.

Bij de Kwir ligt een in 1667 door notaris Johannes Tobben gebouwd huis. Daarin is later een jeneverstokerij gevestigd geweest. Vermeldenswaard is dat de ketel van die stokerij is omgesmolten om een klok voor de kerk te maken. Heden ten dage is in het huis een 3D printbedrijf gevestigd. 

De Heemkundekamer is een mooie ruimte waar de heemkundevereniging ”Oos Naer” terecht trots op mag zijn. Voor deze locatie was gekozen omdat een voettocht naar het onderwerp van zijn praatje, namelijk het klooster Keijzersbosch, te ver zou zijn.

Jo Kuijpers ontving ons in de Heemkundekamer.

 

 

 

De eerste vermelding van het klooster Keijzersbosch, Curtis Cheijserbosch, dateert uit 1185. De naam Keijzersbosch heeft niets met een keizer van doen maar duidt op een veldnaam “Geijs(er)” voor hogere zandgronden; een benaming die in Limburg wel meer voorkomt.

De echte stichtingsdatum van het klooster is niet achterhaald. Wel is bekend dat in 1246 zusters van het klooster van Averbode naar Neer zijn gekomen.

In de 13de eeuw verwierf het klooster patronaatrechten van onder meer Heeze, Leende, Helden, Nunhem, Haelen, Buggenum en Roggel. Aan die patronaatsrechten waren inkomsten verbonden. In 1350 was Aleyda van Horne priorin van het klooster. Het klooster mocht zich verheugen in de gunst van de Van Hornes. Vijf leden van het geslacht van Horne hebben hun laatste rustplaats in het klooster gevonden.

 

De zusters waren allengs meer en meer afkomstig uit de lage adel. Dat had voor het kloosterleven funeste gevolgen. De regels werden versoepeld. De zusters hoefden niet meer als slotzusters te leven. Zij gingen burgerkleding dragen. De kloostergemeenschap ging in 1617 teloor toen wegens misstanden de laatste 4 zusters naar huis werden gezonden.

De Heemkundekamer van “oos Naer”.

Er vond wel – wat we nu zouden noemen – een doorstart plaats. Er waren geen adellijke zusters meer, de gebouwen werden hersteld. Er ontstond een bloeiende gemeenschap. Tijdens de Franse tijd kwam er een definitief einde aan dit klooster.

Op 10 februari 1797 werden de zusters het klooster uitgezet. Er waren toen 22 slotzusters en 8 lekenzusters. Van de kloostergebouwen resteert alleen nog de voormalige proosdij. Deze is een tijd in gebruik geweest als boerderij maar is nu in zekere zin in oude glorie hersteld.  

Tjeu Scheepers vertelde in de kerk over de Sint-Martinuskerk.

 

 

De eerste kerk in Neer bestond waarschijnlijk al onder Karel de Grote. De huidige kerk is gebouwd in 1909 en is een neogotische kruisbasiliek. Het onderste deel van de toren dateert uit de 14de eeuw. In de muur van de toren bevindt zich een steen met in het latijn de tekst “gewijd in het jaar des Heren 1447 op de feestdag van de Heilige Egidius”.

De toren is in de oorlog opgeblazen. In 1954 is de toren weer opgebouwd. De kerk bezit veel kerkschatten zoals oude beelden van heiligen, een neogotische monstrans uit de 19de eeuw en het oudste wierookvat van Nederland.

 

 

 

De preekstoel en de twee communiebanken zijn rijk versierd met houtsnijwerk. Het hoofdaltaar heeft een mooi drieluik. Het interieur van de kerk is diverse malen veranderd naar de luimen van de dienstdoende pastoors. In de kerk zijn in het koor een aantal gebrandschilderde ramen aangebracht, vervaardigd door Max Weiss. In de westgevel bevindt zich een gebrandschilderd raam van Charles Eyck. De kerk is in 2018 gerestaureerd en het interieur ziet er fris en mooi uit.

Deel van het interieur van de Sint-Martinus met achter het scherm een deel van het drieluik en gebrandschilderde ramen.

Na de rondleiding was er gelegenheid om van een drankje te genieten in gemeenschapshuis De Hamaeker. De meeste bezoekers maakten daar gebruik van. De zaal in het De Hamaeker was tot de laatste plaats gevuld. 

Ook deze Gluren bij de buren was weer geslaagd. De organisatie was prima. De sprekers deskundig. De nazit gezellig en goed voor het aanhalen van oude contacten en het leggen van nieuwe. De bezoekers hebben kunnen genieten van een boeiende, interessante, leerzame en gezellige avond. 

Dank aan de vele vrijwilligers uit Neer. 

Let op – gewijzigde begintijd – boekpresentatie ‘De Razzia’ maandag 1 juli 2024

Vanwege de voetbalwedstrijd Frankrijk-België zal de Nederlandse boekvoorstelling ‘De Razzia’ op maandag 1 juli 2024 om 20.00 uur beginnen in Café de HoêsKmr/MFA Kimpeveld, Barbaraplein 4 in Tungelroy. Entree is gratis. De zaal is open om 18.30 uur, waar de tweede helft te zien is op een groot scherm.

Klik hier voor achtergrondinformatie over de boekvoorstelling ‘De Razzia’.

 

Gluren bij de Buren … in Ell – dinsdag 16 juli 2024

Het gehucht Ell was er zeker al in de 13de eeuw en ontstond op de relatief droge strook zandgrond tussen het dal van de Tungelroyse beek en de vele heidevennen die Ell in die tijd omring- den. Ell/(H)Elle(n)/E(e)l lag aan de ‘vaerwech’ die vanuit Stramproy en achterland leidde naar Kelpen waar deze weg aansloot op de weg Weert-Roermond. De boerenbevolking leverde landbouw- producten aan de abdis en het kapittel van Thorn.

Rond 1725 lagen er zo’n 30 boerderijtjes waarvan het aantal in de 19de eeuw snel steeg door ontginning van door de gemeente Hunsel-Ell verkochte heidegronden. Ook tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw groeide de agrarische activiteit flink.

De Boeren- bond telde meer dan 100 leden in de jaren 1920. Onder invloed van de toenemende mechanisatie daalde het aantal boerderijen snel in de jaren 1960 mede door een grootscheepse ruilverkave- ling. Van de 80 bedrijfjes van de jaren 1950 zijn anno 2024 nog ca. 15 agrarische bedrijven over op een kleine 1500 inwoners.

 

Organisatie

Gluren bij de Buren .. in Ell is onderdeel van de Cultuurhistorische Zomer 2024. Het wordt georganiseerd door: Stichting De Aldenborgh, Kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap én Geschied- en Heemkundige Kring ‘Land van Thorn’. Voor vragen kunt u bellen met telefoonnummer 00 31 (0) 6 53 28 46 65.

 

Praktische informatie

datum dinsdag 16 juli 2024
aanvang: 19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar: in de kerk van St. Antonius Abt in Ell – Niesstraat 1 – 6011 RB Ell
deelname: gratis
parkeren: gratis parkeergelegenheid op plein en straten nabij de kerk

 

Gluren bij de buren … in Neer – dinsdag 2 juli 2024

Luchtfoto Neer

Tot 1991 was Neer een zelfstandige gemeente. In 1991 vond de samenvoeging met Roggel plaats en in 2007 werd Neer een van de 16 kerkdorpen van de nieuwe gemeente Leudal. Op 1 januari 2024 telde Neer 3350 inwoners verdeeld over 1506 woningen. Het Midden-Limburgse maasdorp Neer staat bekend om zijn landelijke en pittoreske karakter, omgeven door groene natuur en uitgestrekte landbouwgronden. In de omgeving van Neer zijn ook tal van wandel- en fietspaden, die door schilderachtige landschappen leiden.

 

Monumentale Sint-Martinuskerk Neer

Neer heeft een negental rijksmonumenten, waarvan een aantal wordt bezocht tijdens Gluren bij de Buren op 2 juli 2024.In het centrum van Neer ligt de statige monumentale Sint-Martinuskerk die hoog boven alles uitrijst. Verder vindt men hier het oude raadhuis uit 1818 en het Maxe-Grete huis uit 1661. Neer wordt ook wel het watermolendorp genoemd. In het verleden lagen er 5 watermolens aan de Neerbeek. Nu is de eeuwenoude gerestaureerde Friedesse molen nog als enige molen maalvaardig. Al sinds 1343 wordt hier graan gemalen.

Een opvallend kenmerk van Neer is verder het rijke verenigingsleven en de sterke gemeenschapszin. Tijdens Gluren bij de Buren maakt u kennis met een aantal mooie plekjes en objecten in Neer.

 

Organisatie

Gluren bij de Buren .. in Ell is onderdeel van de Cultuurhistorische Zomer 2024. Het wordt georganiseerd door: Stichting De Aldenborgh, Kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap én Geschied- en Heemkundige Kring ‘Land van Thorn’. Voor vragen kunt u bellen met telefoonnummer 00 31 (0) 6 53 28 46 65.

 

Praktische Informatie

Hieronder vindt u praktische informatie over Gluren bij de Buren … in Neer.

datum dinsdag 2 juli 2024
aanvang: 19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar: in Sint-Martinuskerk – Kerkplein 4 – 6086 AK Neer
deelname: gratis
parkeren: gratis parkeergelegenheid rondom de kerk en parkeerplaats Steeg in Neer

 

Zeer geslaagde 85 jarige jubileumreis Aldenborgh – sfeerverslag

Tekst en foto’s: Paul en Anneke Ronteltap en Peter Korten

Met Aldenborgh-vriend en chauffeur, Lei Ramakers, aan het stuur vertrokken de leden van de Aldenborgh op zaterdag 25 mei 2024 om 07.30 vanuit Weert richting Ieper, met regen. Na een korte file nabij Nazareth reden we de zonovergoten Westhoek binnen.

In Ieper werd na het nuttigen van koffie met een Ieperse specialiteit, de Kattenklauw, het indrukwekkende Flanders Fields museum bezocht. Nadat de wekelijkse markt en de terrassen voor de lunch waren bezocht, stapte het reisgezelschap in de bus.

 

 

 

De gids en Aldenborgh-lid Rob Troubeyn gaf een inleiding over het programma. Hij is deskundige op het gebied van de Eerste Wereldoorlog.

De Dodengang in Diksmuide werd bezocht, waar ook kind-soldaat Jantje Kiggen uit Weert was gelegerd. Daarna werd de Duitse begraafplaats van Vladso bezocht, met de indrukwekkende beeldengroep “Het treurende ouderpaar” van beeldhouwster Käthe Kollwitz.

 

 

Vervolgens werd stilgestaan tussen Steenstrate en Schreiboom. Hier gebruikten op  22 april 1915 Duitse militairen voor de eerste keer in de geschiedenis het chemisch wapen: gifgas. Daarna werd uitgestapt bij Essex Farm Cemetery, waar John McCrae begin mei 1915 zijn beroemde gedicht “In Flanders Fields” schreef.

 

 

 

 

Rob Troubleyn sloot af bij het graf van Valentine Joe Strudwick, die op 14 januari 1916 vlakbij in Boezinghe sneuvelde, slechts 15 jaar en 11 maanden oud.

Hij kwam uit Dorking in Surrey en stond bekend als Joe. Hij loog, net zoals onze Weerter Jantje Kiggen over zijn leeftijd om dienst te kunnen nemen toen hij nog maar 14 was. Zijn moeder, Louisa, koos de inscriptie die op zijn grafsteen te zien is: “Not Gone From Memory Or From Love”.

 

Nadat iedereen gedineerd had ging het richting Menenpoort. De Menenpoort is in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van Ieper, ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog kwamen meevechten en van wie nooit meer iets werd vernomen. Dankzij de bemoeienis van Rob Troubleyn hadden de Aldenborghers een prominente plaats.

 

Zo konden zij de dagelijkse ceremonie met klaroenblazers volledig meemaken. Daarna ging het gezelschap naar hotel The Market by Parkhotel te Kortrijk, waar nog nagepraat werd over deze indrukwekkende dag.

Zondagmorgen 26 mei om 9 uur stonden twee stadsgidsen klaar om ”Kortrijk te ontdekken”. Bezienswaardigheden zoals het stadhuis, het belfort, de Broeltorens, de Onze-Lieve-rouwekerk en het Begijnhof werden bezocht.

 

 

Daarna ging het spoorslags richting Bachte-Maria-Leerne, gemeente Deinze. Toen het Weerter gezelschap daar aankwam, luidden de klokken van de plaatselijke parochiekerk. Hier werd tijdens een feestelijke H. Mis herdacht dat het 500 jaar geleden was dat Filips van Horne op het nabijgelegen kasteel Ooidonk werd geboren.

 

 

Net zoals bij de onthulling van het ruiterstandbeeld in Weert was er na de dienst “de vloek van graaf Van Horne”: een hoosbui trok over Deinze.

Rondom kasteel Ooidonk vonden er tal van activiteiten plaats, zoals een lezing van een foodarcheoloog en ook werd er een stripboek in het kader van 500 jaar Filips van Montmorency gepresenteerd.

Nadat An Vervliet, deputé Erfgoed van de provincie Oost-Vlaanderen het Weerter gezelschap had toegesproken ging het richting Deinze. De gemeente Deinze had hiervoor politiebegeleiding geregeld, zodat het gezelschap tijdig in Museum Mudel aan zou komen.

 

Het gemeentebestuur van Deinze had geregeld dat het Weerter gezelschap door niemand minder dan John de Vlieger, zelf nog onderdeel van de tentoonstelling, werd rondgeleid. Centraal stond het werk van Emile Claus met zijn meesterwerk “De Bietenoogst”.

 

 

 

 

 

 

Aan het eind van de middag vertrok het gezelschap richting Weert. Het was een zeer geslaagde jubileumexcursie.

Nederlandse boekvoorstelling “De Razzia” en lezing – Timmie van Diepen

Op maandag 1 juli 2024 vindt om 20.00 uur de Nederlandse boekvoorstelling De Razzia en lezing door schrijver Timmie van Diepen plaats in Café de HoêsKmr van MFA Kimpeveld aan de Barbaraplein 4 in Tungelroy. Deelname is gratis.

Omslag boek De Razzia, geschreven door Timmie van Diepen

Sinds enkele weken staat zijn boek De razzia, al kort na de verschijning, op plaats 5 in de top 10 van bestverkochte non-fictieboeken in Vlaanderen.

Het is voor de Aldenborgh uit Weert een grote eer om samen met de auteur de Nederlandse boekvoorstelling in Tungelroy te mogen organiseren. En daar zijn historische gronden voor.

Op 22 augustus 1944, een maand voor de bevrijding van Molenbeersel, speelde zich in herberg In de dorstige herten in Molenbeersel, een kilometer over de Nederlands-Belgische grens, een groot drama af.

 

Cauterhof, voorheen herberg “In de dorstige herten” van de familie Dirkx-Houben aan de Weertersteenweg/Fosheistraat (vlak bij Villa Pax) in Molenbeersel, dorpje aan de grens.

Bij een razzia van de Duitsers wordt de familie van auteur Timmie van Diepen zwaar getroffen. Vijf mensen van hetzelfde gezin overleven de oorlog niet, onder wie zijn overgrootvader Willem. Ook zijn betovergrootvader Lambert (getrouwd met de uit Tungelroy afkomstige To Houben) wordt ter plekke vermoord.

 

Lambert Dirkx (Molenbeersel 1875-Weert 1944) en echtgenote To Houben. 
© Timmie van Diepen
Willem Dirkx (Tungelroy 1906- Weert
1944) en echtgenote Nel Schaekers.
© Timmie van Diepen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De actie blijkt een vergelding voor de aanslag op een Duitse soldaat in Kessenich, maar vreemd genoeg lijkt niemand achteraf te weten waarom de herberg van deze familie het doelwit van de wraakactie werd.

Volgens de officiële versie van het verhaal was het een vergissing, maar klopt dat wel? Wie schoot de Duitse soldaat neer? En waarom was er na de oorlog geen herdenking voor de toevallige slachtoffers?

 

Groepsfoto uit de oorlogsjaren van herberg “In de dorstige herten”. Sfeerbeeld van een bijeenkomst van jongemannen uit de buurt of vergadering van een verzetsgroep? © Timmie van Diepen
Op 21 juli 1946 werd in de bossen van Rotem, een dorp vijftien kilometer ten zuiden van Molenbeersel, de Kapel van de Weerstand ingezegend. Weduwe To Dirkx-Houben (Tungelroy 1888 – Molenbeersel 1961) krijgt tijdens de plechtigheid van provinciecommandant Arthur Mary enkele eretekens opgesteld. Van haar gezicht valt de pijn nog steeds af te lezen. © Timmie van Diepen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In zijn boek “De razzia” gaat historicus en journalist Timmie van Diepen op zoek naar antwoorden. Hij reconstrueert de bewuste dag aan de hand van duizenden pagina’s processtukken, getuigenverhoren en interviews met tientallen betrokkenen en nabestaanden.

Tijdens de lezing neemt de auteur ons mee in zijn onderzoek en de tientallen interviews. Hij toont unieke videogetuigenissen, die hij opnam samen met documentairemaker Peter Crins uit Leveroy. Het boek is na de lezing te koop en kan desgewenst door de auteur gesigneerd worden.

Wij rekenen op een grote opkomst voor het verhaal over dit voor velen nog onbekend oorlogsdrama.

 

Auteur Timmie van Diepen (1987) bij de herinneringsplaquette aan Cauterhof in Molenbeersel. Hij studeerde geschiedenis (KUL) en journalistiek (VUB). Hij werkt sinds 2010 voor dagblad Het Belang van Limburg, waar hij als commentator en journalist over politiek en maatschappij schrijft.

 

 

 

Programma Cultuurhistorische Zomer is bekend

De zomer komt eraan. Met trots presenteren we het programma van de Cultuurhistorische Zomer 2024. Met daarin de succesvolle Gluren bij de Buren. Het is gelukt om plaatsen aan te doen, waar we nog niet eerder zijn geweest. Het overzicht vindt u hieronder. Klik hier voor uitleg van het programma.