Na onze succesvolle excursie van afgelopen april naar Nijmegen en Kasteel Doorwerth nodigen de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn’’ en de Kring Weert van het Koninklijk L.G.O.G., de Aldenborgh, u met veel genoegen uit voor een nieuwe excursie. Deze vindt plaats op zaterdag 31 augustus a.s.
We vertoeven de hele dag in Breda. Daar zullen wij in de ochtend, na te hebben genoten van koffie en gebak, onder leiding van deskundige gidsen een historische stadswandeling maken. In de namiddag brengen wij, wederom onder leiding van gidsen, een bezoek aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk, ook wel Grote Kerk geheten, een schitterend tophonderd monument. Na afloop krijgt u de gelegenheid om onder het genot van een glaasje nog een uurtje te genieten van deze mooie stad.
De stad Breda
Kasteel van Breda
Breda is van oudsher de voornaamste stad van West-Brabant. Het was de hoofdstad van de Baronie van Breda. De stad telde per 1 januari 2024 188.217 inwoners en is daarmee in grootte de derde gemeente van Noord-Brabant en de negende gemeente van Nederland.
De stad was eeuwenlang een belangrijke garnizoens- en vestingstad en speelt nog steeds een zichtbare rol binnen de Nederlandse krijgsmacht door de aanwezigheid van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) en als hoofdkwartier van de Koninklijke Luchtmacht.
Breda is sinds 1853 de zetel van het gelijknamige bisdom. De aanwezigheid van eerst het hof van de Heren van Breda, en later van instellingen als de rechtbank, Kamer van Koophandel en het bisdom hebben ervoor gezorgd dat Breda van oudsher het politieke, administratieve en religieus-bestuurlijke hart van West-Brabant vormt. De stad bezat en bezit ook veel handel en industrie. Zij ligt aan een knooppunt van water- spoor- en autowegen. Breda koestert een historische band met het huis Nassau.
Begijnhof Breda
Tot 1795 waren de burgers van Breda onderdanen van de heer van Breda, die vanaf 1403 tevens graaf van Nassau was en vanaf 1538 ook prins van Oranje-Nassau. Sinds 1815 is een van de historische titels van de koning(in) Baron(esse)van Breda. Daardoor is Breda niet alleen een Oranjestad, maar geldt deze ook als dé Nassaustad bij uitstek.
Tweede Wereldoorlog
Kort na de Duitse inval op 10 mei 1940 dreigde Breda tussen de fronten van de oprukkende Nazi-Duitsers en Fransen terecht te komen. De omstreeks 50.000 inwoners kregen op 12 mei 1940 het bevel de stad te evacueren. De Bredanaars spreken zelf van ‘De Vlucht’. De evacuatie vond plaats op gezag van burgemeester Van Slobbe, al of niet op last of bevel van de Fransen. In het begin van de oorlog kwam er nog een Franse troepenmacht uit België naar Breda, maar deze bereikte de stad niet.
De nazi-Duitse bezetters vestigden zich snel in de aanwezige militaire bouwwerken van de stad. In 1942 werd de bezetting aangescherpt, toen de vijand begon met het registreren van Joden vanwege de geplande deportaties. Deze was in december voltooid en de ongeveer 225 Bredase Joden verdwenen naar concentratiekampen of doken onder. Op 4 september 1944 kondigde Radio Oranje aan, dat Breda bevrijd was. Dat bericht bleek vals en werd later die dag ingetrokken. Veel bezetters en collaborateurs ontvluchtten toen de stad. Op 29 oktober 1944 werd de stad bevrijd door Poolse soldaten, onder generaal Maczek.
In de jaren 60 van de 20e eeuw vonden er grootschalige ingrepen plaats, zoals de aanleg van een cityring om de binnenstad, en het dempen van de Oude Haven in 1966. In 2008 werd deze echter weer in gebruik genomen, na opnieuw te zijn uitgegraven. Ook de sloop van de neogotische kerken in de binnenstad vond plaats in de jaren 70 van de 20e eeuw. Eind 20e eeuw was Breda opnieuw uitgegroeid tot een belangrijk knooppunt halverwege de havensteden Rotterdam en Antwerpen. Vanaf de jaren 80 van de 20e eeuw werden ook omvangrijke uitbreidingsplannen ten noorden van de stad uitgevoerd, met name de Haagse Beemden, waar woningen en kantoren verrezen.
Onze Lieve-Vrouwekerk of Grote Kerk
Onze-Lieve-VrouweKerk of Grote Kerk in Breda
In 1269 wordt voor het eerst melding gemaakt van de Grote Kerk, een stenen kerk, ‘denne stenne monster’. Van buiten én van binnen maakt de kerk veel indruk. Zij draagt niet voor niets het predicaat topmonument Brabant. De kerk bezit een rijke inventaris met onder andere de indrukwekkende grafmonumenten van de Nassaus. In de Prinsenkapel, met gewelfschilderingen met details van puur bladgoud, rusten namelijk de voorvaderen van de Nederlandse koninklijke familie. De geschiedenis van het koningshuis begint in Breda. De kerk staat in het centrum van Breda aan de Grote Markt.
Programma
08.30 uur:
Vertrek vanuit Thorn
Parkeerplaats Sportpark Ter Koel – Ittervoorterweg 51 Breda
09.00 uur:
Vertrek vanuit Weert, Sint Jozefskerkplein,
Sint Jozefskerkplein 3 Keent
10.30 uur:
Aankomst in Breda, Vlaszak; vanaf daar lopen we
(3-4 minuten) naar restaurant Latour
:11.15 uur
Historische wandeling met gidsen vanaf Grote Markt
12.45 uur:
Einde wandeling; gelegenheid tot lunchen
14.15 uur:
Rondleiding Grote Kerk
15.30 uur:
Einde rondleiding; gelegenheid tot het nuttigen van
drankje/hapje in centrum
16.30 uur:
Vertrek vanaf Vlaszak naar Weert en Thorn
Genoemde tijden zijn bij benadering.
Deelname en kosten
Deelnemers die lid zijn van het LGOG, vriend van de Aldenborgh of lid van de GHK “Het Land van Thorn”, betalen een bedrag van € 45,00, niet-leden betalen € 50,00. Museumkaart is niet geldig.
In de deelnemersbijdrage zijn begrepen: de kosten van de bus, koffie/thee met gebak, begeleide stadswandeling Breda, rondleiding Grote Kerk, fooi voor de chauffeur.
De aanmelding voor deelname aan de excursie dient te geschieden op één adres en wel bij de penningmeester van de G.H.K. “Het Land van Thorn” door overschrijving van het deelnamebedrag op bankrekening IBAN NL75 RABO 0151 0192 66 ten name van Geschied- en Heemkundige Kring “Het land van Thorn”.
Uw betaling geldt als aanmelding. U dient bij de omschrijving duidelijk te vermelden:
1) Na(a)m(en) van de deelnemer(s)
2) Breda
3) Uw opstapplaats
Er zijn voor deze excursie 50 plaatsen beschikbaar. Bij overboeking hanteren we de volgorde van aanmelding. Gezien de te verwachten belangstelling is aanmelding per omgaande aan te bevelen. Doe het dus liever vandaag dan morgen, maar in elk geval vóór 20 augustus a.s.
Indien u na aanmelding/betaling om de een of andere reden alsnog moet afzien van deelname en indien de organisatie geen deelnemers op de wachtlijst heeft staan, dan dient u zelf voor vervanging te zorgen.
Teruggave van de deelnemersbijdrage is niet van toepassing.
Deze excursie is namens het L.G.O.G, Kring Weert, de Aldenborgh en de Geschied- en Heemkundige Kring “Het Land van Thorn” georganiseerd door Wil Filott en Hub aan den Boom. Zij zijn respectievelijk bereikbaar onder telefoonnummer 06-83138322 en 06-18845998. Wij wensen u voor 31 augustus a.s. een heel leerzame en aangename excursie toe.
Enige tijd geleden kreeg ik van de heer en mevrouw Crewe-Jones – Van Mierlo te Susteren een aantal documenten uit de eerste helft van de 19de eeuw, die betrekking hebben op de familie De Plevits d` Alfens (i). Een van die documenten, een afschrift van een notariële akte, trok mijn speciale aandacht. In dat document worden drie plaatsen vermeld die voor mij een speciale betekenis hebben.
Susteren, de plaats waar ik geboren en opgegroeid ben en met vrucht de lagere school heb doorlopen. Roosteren, de geboorteplaats van mijn moeder en Weert, mijn huidige woonplaats. Verder wist ik dat de desbetreffende notaris is geboren en opgegroeid in Echt, de plaats waar mijn vrouw vandaan komt en ik een aantal jaren heb gewoond. Mijn interesse was gewekt. Ik besloot aan de hand van dat afschrift van die notariële akte, nader onderzoek te doen.
Het resultaat van mijn onderzoek kunt u hierna lezen. Het is une petite histoire, zeker gezien in het licht van grote historische gebeurtenissen.
Een lening in 1813 aan Henry van Geffen
Op 9 juli 1813 leende Baron Georges Jacques de Plevits, wonende te Roosteren, aan de echtelieden Henry van Geffen, landbouwer, en Hendrina Seerden, wonende op het gehucht Hushoven in de gemeente Weert, een bedrag van vierhonderd drieënnegentig francs en drieëntachtig centimen. Daarover moest een rente betaald worden van twee en een half procent, jaarlijks op 9 juli. Dat de lening in francs luidde is niet vreemd als men in ogenschouw neemt dat zowel Roosteren als Weert in 1813 tot l` EmpireFrançais, het Franse keizerrijk onder Napoleon, hoorde. De lening werd vastgelegd in een akte, verleden op 9 juli 1813 voor notaris Ignace Vos, te Maaseik.
Banken voor de gewone burgers bestonden in die tijd nog niet. Als iemand geld nodig had, wendde hij zich tot vermogende lieden, zoals personen van adel, of kerkelijke instellingen. Voor wat de laatste categorie betreft, verwijs ik naar het artikel ‘Een inventarisstaat van de Sint Martinuskerk in 1816 en de oprichting van een nieuw kerkhof te Weert’ op de site van de Aldenborgh. Daarin staat onder meer dat in de inventarisstaat van de kerk een groot aantal rentebrieven en obligaties zijn vermeld. Rentebrieven en obligaties zijn documenten waarin vastgelegd is aan wie de kerk geld had uitgeleend en tegen welke voorwaarden.
Eenhypotheek voor de lening in 1818
Na het vertrek van de Fransen kwamen Weert, Roosteren en Maaseik te liggen in een nieuwe staatkundig eenheid: het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De nieuwe staat kreeg eigen wetgeving. Akten uit de Franse tijd werden vernieuwd. Zo ook de akte betreffende de lening van 1813. Daartoe verschenen op 16 september 1818 voor koninklijk notaris Henry Geoffroi Bloemarts, residerende in Weert (ii) enerzijds Henry van Geffen, landbouwer, en zijn echtgenote Hendrina Seerden, wonende in de gemeente Weert in het gehucht Hushoven, en anderzijds ridder Georges Jacques de Plevits, lid van de ridderschap van de provincie Limburg, wonende in Roosteren (iii). Zij wilden de titel vernieuwen van de lening vermeld in de notariële akte van 1813 en zekerheid voor de in die akte vermelde lening. De nieuwe akte werd handgeschreven in de Franse taal opgesteld. Het bedrag van de lening in francs werd omgezet in guldens, de munteenheid van het nieuwe koninkrijk: 233 gulden, 33 centen. Een afschrift van de akte van 1813, verleden voor notaris Vos te Maaseik, werd overigens als bijlage bij die nieuwe akte gevoegd.
De echtelieden Van Geffen-Seerden verklaarden zich te verplichten de betaling van de rente jaarlijks op de vervaldag te continueren ten gunste van De Plevits, die dat aanvaardde. Verder verleenden de echtelieden tot zekerheid voor de lening en de rente een recht van hypotheek op:
een huis met schuur en andere bijgebouwen en een aangrenzende boomgaard, gelegen in Weert in het gehucht Hushoven, gewoonlijk genoemd “bij Haags Siske”, grenzend aan een kant aan de straat, aan de andere kant aan Jean Gielis;
een moestuin tegenover het huis, groot ongeveer 8 roeden, 50 ellen, aan een kant grenzend aan Nicolas Kneepkens, aan de andere kant aan Antoine Stokken;
een stuk akkerland, gewoonlijk genoemd “op Schaekenakker”, groot ongeveer 42 aren, grenzend aan een kant aan Nicolas Kneepkens en aan de ander kant de erven Gielis Gielessen.
De akte werd op 16 september 1818 voormiddag te Weert in het kantoor van de notaris ondertekend door de getuigen Joseph Borckelmans, verver (iv) en Thomas Jacques Beelen, schoenmaker (v) beiden wonende in Weert, de notaris, G. J. De Plevits, Hendrina Seerden en de notaris.
Henry van Geffen heeft de akte niet ondertekend. Hij verklaarde niet te kunnen schrijven noch tekenen.
Handtekeningen onder de notariële akte van 16 september 1818.
Wie is Baron Georges Jacques de Plevits?
Georgius(Georges) Jacobus (Jacques)de Plevits is geboren op 15 februari 1757 te Roosteren en daar op dezelfde dag gedoopt. Hij is in 1782 voor dekerk te Echt getrouwd met Joanna Francisca Hendrica vonHolthausende Horst, geboren op 8 april 1764 te Echt en overleden op 8 oktober 1791 te Roosteren. De voorouders van Georges Jacques de Plevitskwamen uit het huidige Belgisch Limburg, meer bepaald uit de streek van Sint-Truiden, Groot-Gelmen, Borgloon en, via huwelijk, Maaseik. Georges Jacques en zijn kinderen voegden “d`Alfens” toe aan “de Plevits” naar de Wasserburg en de pachthof “Alfens” te Millen (Selfkant, Duitsland), die Joanna Francisca Hendrica vonHolthausende Horst, door vererving had verkregen.Bij organiek besluit van 13 september 1817 werd Georges Jacques de Plevitsd`Alfens “geadmitteerd”(toegelaten) in de Ridderschap van Limburg. Bij besluit van 30 juli 1822 werd bepaald dat alle leden van het geslacht De Plevits de titel van Baron of Barones mochten voeren (vi).
Georgius Jacobus de Plevits is op 17 april 1825 overleden in het herenhuis Ter Borch te Roosteren. Hij liet als erfgenamen zijn vier nog in leven zijnde kinderen na.
Het huidige kasteel Ter Borgh te Roosteren, in 1880 gebouwd in opdracht van J.A.O. Barbou, een nazaat van Georges Jacques de Plevits.
Georges Jacques de Plevits was een vermogend man. Bij zijn overlijden bleek hij niet minder dan 346 percelen grond alsmede een aantal pachthoeves en herenhuizen te bezitten in onder meer België (o.a. in Borgloon, Ophoven, Maaseik) Nederland (o.a. in Echt, Susteren, Sint Joost) en Duisland (o.a. Millen). Naast het bezit van onroerend bleek hij ook veel leningen verstrekt te hebben, meestal aan burgers maar ook aan enkele gemeenten (vii). Voor zover ik heb kunnen nagaan, komt op de lijsten die van die leningen zijn opgemaakt en die ik heb ingezien, de lening aan Henry van Geffen niet voor. Vergeten, verzwegen, op een andere lijst opgenomen? Wie zal het zeggen. In ieder geval was die lening bij zijn overlijden niet afgelost.
Wie is Henry van Geffen?
Henry/Hendrik/Henricus van Geffen/Geeven/van Geven (viii) is geboren en gedoopt op 8 december 1763 te Someren. Zijn ouders zijn Johannes Geeven en Johanna Maria Henrica van Helmont. Henry van Geffen is op 31 oktober 1802 te Weert getrouwd met Hendrica Seerden, geboren 11 april 1768 te Weert en overleden op 9 november 1842 te Weert. Haar ouders zijn Francis Seerden, geboren en gedoopt op 28 oktober 1732 te Weert en overleden op 24 december 1815 te Weert, en Mechtildis Goofers/Govers, geboren 10 augustus 1738 te Stramproy en overleden op 3 maart 1801 te Weert. Henry van Geffen is op 31 januari 1840 te Weert overleden.
De weduwe van Henry van Geffen is in de Kadasterkaart 1832-1844 vermeld als eigenaresse van een huis en een dertiental percelen grond, gelegen ten noorden van de huidige Eindhovenseweg, in gebieden met toponiemen als Schakenakkerveld, Hushoverheggen en Voorste Banen.
Oranje omkaderd – percelen van de weduwe Hendrik van Geffen volgens de Kadasterkaart 1832-1844. Bron: https://aezel.eu/ontdekken/geografie/minuutplans-grondgebruik?pos=14.055%252C5.68728%25
Het echtpaar Van Geffen-Seerden heeft, voor zover mij bekend, twee kinderen gekregen. Mechtildis van Geffen, geboren op 4 Fructidor an 11 (22 augustus 1803) te Weert en Anna Maria van Geffen, geboren op 4 Messidor an 14 (2 juli 1806). Mechtildis van Geffen is op 14 mei 1825 te Weert getrouwd met Michael Koppen, geboren op 6 Ventôse an 7 (15 maart 1799) te Nederweert (ix).
De Zuidelijk Nederlanden waren van 1795 tot 1814 ingelijfd bij Frankrijk. In Frankrijk was in 1795 een nieuwe tijdrekening (kalender) ingevoerd. In die tijdrekening werd een jaar verdeeld in 12 maanden van elk 30 dagen (aangevuld met 5 extra dagen). De maanden werden genoemd naar een in een maand voorkomend overheersend weertype of oogst. De maanden liepen niet gelijk met de huidige maanden. Voorbeelden: Messidor, oogstmaand, juni-juli; Fructidor: fruitmaand, augustus-september; Ventôse, windmaand, februari-maart. Deze tijdrekening werd per 1 januari 1806 weer afgeschaft. Men keerde vanaf die datum weer terug naar de Gregoriaanse kalender.
Handtekeningen onder de huwelijksakte van 14 mei 1825 van Michael Koppen en Mechtildis van Geffen (x).
Mechtildis van Geffen is overleden op Hushoven, Weert, op 2 april 1869. Michael Koppen is overleden op Hushoven, Weert, op 30 november 1868.
Overlijdensakte Michael Koppen.
Een notariële akte van 1850
Op 1 oktober 1850 heeft Michael Koppen zich naar Susteren begeven, vanaf Hushoven een afstand van zo`n 30 kilometer. Hij zal de reis te voet of te paard afgelegd hebben, meer dan een dagtocht. Het doel van zijn bezoek was notaris Jan Frans Hubert Meuwissen in Susteren om een notariële akte te doen verlijden. Ik geef hieronder de tekst van de akte weer:
In naam des Konings
Voor Jan Frans Hubert Meuwissen, openbaar notaris, residerende in Susteren, Arrondissement Maastricht, Hertogdom Limburg verscheen Michiel Koppen, landbouwer in huwelijk met Mechtildis van Geffen, wonende in de gemeente Weert op het gehugt Hunshoven,
Welke Comparant willende nieuwen titel geven tot zekerheid eener hoofdsom van vier honderd drie en vijftig francs drie en negentig centimen, doende twee honderd drie en dertig gulden drie en negentig cente ,ten renten geconstitueerd op den voet van twee en een half percent, verschijnende jaarlijks op den negenden Julij, verschuld primitivelijk door de echtelieden Henri van Geffen en Hendrina Seerden, in leven landbouwers te Weert, overleden schoonouders van de comparant, aan en ten behoeve van wijle den Heer Baron Gorge Jaques De Plevits te Roosteren blijkens akte verleden voor den notaris Ignace Vos, residerende te Maaseik den negenden Julij achttien honderd dertien behoorlijk geregistreerd, vernieuwd bij nadere akte op den zestiende September duizend acht honderd achttien, gepasseerd voor notaris Hendrik Godfried Bloemarts, residerende ter Stad Weert, ook behoorlijk geregistreerd,
Verklaarde mits deze de bedoelde hoofdsom thans ten zijne laste te zijn, daarvan zijn eigen zake te zullen maken en zich mitsdien te verbinden, de betaling der voornoemde rente jaarlijks op den bepaalden verschijndag te zullen continueren aan en ten behoeve van den Weledelgestrenge Heer Baron Willem Xaverius De Plevits (xi) grondeigenaar, op het landgoed Alfens, gemeente Millen. Pruissen, wonende, voor denwelken hier present stipulerende en aannemende is den heer Jan vandebergh, particulier, wonende te Nieuwstad.
De Comparant Michiel Koppen verklaarde voorts tot zeekerheid van bovenvermeld kapitale som en daarop te verlopene renten bijzonderlijk en bij eerste voorregt te verpanden en te verbinden.
Een huis met schuur, stalling en aanbehoren, gelegen te Weert in het gehugt Hushoven bij Haags Siske, palende de straat, en weduwe van der Poelen, Secundo, Eenen moestuin ter zelver plaatse gelegen voor bedoeld huis, naast Nicolas Kneepkens en Stokken, groot acht roeden vijfig ellen, en Tertio, een perceel bouwlandter zelver plaatse gelegen, gewoonlijk gezegd Schakenakker, groot omtrent twee en veertig roeden, palende de erfgenamen Nicolas Kneepkens en de straat, welke goederen de comparant verklaarde hem vrij en onbelast in eigendom toe te behoren, en bij het Kadaster bekend te zijn Sectie C Nummer 245, hooiland groot zeven en twintig roeden negentig ellen, sectie C Nummer 246, huis groot drie roeden vijf en veertig ellen en Sectie C Nummer 247 tuin groot negen roeden vijf en zestig ellen (xii).
Ten uitvoer dezer akte verklaarden de Comparanten woonsteden te kiezen in het kantoor van ons notaris te Susteren. Waarvan akte.
Gedaan en verleden te Susteren, in de schrijfkamer van mij notaris den eersten October duizend achthonderd vijftig in tegenwoordigheid van Johan Engelbert en van Lourens Engelbert, beide schoenmakers van beroep, wonende te Susteren, getuigen, ten deze verzocht, de welke met de Comparant Debiteur Michiel Koppen, den acceptant vandenbergh en ons notaris deze Minuut na voorlezing hebben geteekend.
Ook uit deze akte blijkt niet dat er een aflossing van de lening was overeengekomen.
Percelen vermeld in de notariële akte van 1 oktober 1850.
Een poging tot afkoop van de schuld
Bij het afschrift van de notariële akte vond ik een handgeschreven brief van 28 mei 1874 van Victor Bongaerts, notaris te Weert, gericht aan een `Geacht Collega`(xiii) Wie die collega was, is niet vermeld, mogelijk een notaris in Susteren.
Bij die brief stuurde notaris Bongaerts aan die collega “de grosse en het borderel van de inschrijving betrekkelijk de jaarrente ten laste van Francis Koppen, zoon van Michiel, te Weert, verschuldigd aan erfgenaam baron de Plevits d` Alfens mij toegezonden …. den 21sten April”. De laatste baron de Plevits d`Alfens, Xaverius Wilhelmus Sidonius Franciscus, was een jaar eerder, in 1873, overleden. Zijn erfgenamen waren de kinderen Barbou van zijn overleden zus, Agnes Sibilla de Plevits, die getrouwd was met Jan Baptist Barbou.
Verder schreef notaris Bongaerts in de brief dat hij een schrijven van 15 april had meegedeeld aan de ‘rentschuldige’, Francis Koppen. Hij had geprobeerd Koppen over te halen zijn bod tot afkoop van de lening te verhogen. Francis Koppen wilde daar niets van horen; zijn buurman had ook op “die voet” afgekocht (xiv).
Franciscus Koppen is geboren op 1 februari 1836 op Hushoven. Hij, oud 27 jaar, landbouwer, meerderjarige zoon van Michael Koppen en Mechtildis van Geven, is op 14 februari 1863 te Weert getrouwd met Maria Catharina Buchters, oud 20 jaar, zonder beroep, minderjarige dochter (xv) van Henricus Buchters en Anna Maria van Goor. Maria Catharina Buchters is op 12 maart 1842 geboren te Weert en op 19 juni 1815 overleden te Nederweert
Francis Koppen is op 67-jarige leeftijd op 28 november 1903 te Weert overleden.
Geboorteakte Franciscus Koppen.
Epiloog
Hoe het verder is afgelopen met de lening heb ik niet nagegaan. Maar er mag gevoeglijk van worden uitgegaan dat de lening, meer dan 200 jaar na de verstrekking, inmiddels afgelost is en dat de hypotheek is doorgehaald.
Bronvermeldingen
i
De heer Crewe-Jones is een afstammeling in de vrouwelijk lijn van de familie De Plevits.
ii
Henricus Godefridus Carolus Josephus Bloemarts is behalve notaris ook burgemeester van Weert, vrederechter en lid van provinciale staten van Limburg geweest. Hij woonde in de Hoogstraat, thans nummer 27 te Weert. In het pand is heden ten dage apotheek Hupperetz gevestigd.
iii
Dank aan Zef Coenen voor het opzoeken en fotograferen van de in het Frans gestelde, handgeschreven notariële akte in het archief van de gemeente Weert.
iv
Joseph Borckelmans was verver, iemand die laken verft. Hij woonde in de Hoogstraat te Weert.
v
Thomas Jacobus Beelen is op 31 december 1840 te Diest overleden.
vi
Lang heeft de familie De Plevits niet van die titulatuur gebruik kunnen maken. Met het overlijden in 1873 van Xaverius Wilhelmus Sidonius Franciscus Baron de Plevits d` Alfens, een zoon van Georges Jacques de Plevits, is deze familie in de mannelijke lijn uitgestorven.
vii
Meer over deze Georges Jacques de Plevits is te vinden in het artikel “Georgius Jacobus de Plevits (1757 – 1825), Wil Filott, Jaarboek Echter Landj, uitgave Heemkundekring “Echter Landj”, nummer 16, pag. 21 e.v.
viii
In de door mij gevonden documenten worden deze voor- en achternamen gebruikt. Ik gebruik in dit artikel verder de naam Van Geffen.
ix
De jongere zus van Mechtildis van Geffen, Anna Maria van Geffen, is enkele weken voor het huwelijk van Mechtildis op 26 april 1828 te Weert getrouwd met een oudere broer van Michael Koppen, Matthijs Koppen, geboren op 11 januari 1791 te Nederweert
x
De in dit artikel opgenomen uittreksels uit akten van geboorten, doop, huwelijk en overlijden zijn veelal afkomstig van https://aezel.eu. Veel dank aan de vele, anonieme vrijwilligers die ervoor hebben gezorgd dat genealogische gegevens digitaal raadpleegbaar en beschikbaar zijn.
xi
Blijkbaar had Xaverius Xaverius Wilhelmus Sidonius Franciscus baron de Plevits d`Alfens de lening, die zijn vader in 1813 aan Henry van Geffen had verstrekt na diens overlijden in 1825 geërfd.
xii
De percelen zijn inmiddels vernummerd. Huis en bouwland zijn thans WEEO1-Z-703 met een huis met het adres Rietstraat 19.
xiii
Gerardus Hubertus Victor Bongaerts is op 5 juli 1825 geboren te Roermond. Hij werd in 1866 benoemd tot notaris te Weert. In 1878 werd het hem “vergund” zijn standplaats over te brengen naar Roermond. In Weert werd toen P.M. Goijarts, kandidaat-notaris te Weert, tot notaris benoemd, Nederlandsche Staatscourant, 5 mei 1878.
xiv
Blijkbaar was er ook een lening door De Plevits aan een buurman van Francis Koppen verstrekt. Deze buurman zou die lening – bedoeld zal zijn de aan de lening verbonden lasten – voor een lager bedrag afgekocht hebben.
xv
De meerderjarigheidsleeftijd was in die tijd 23 jaar.
Nog een uitstapje naar België. Op dinsdag 20 augustus gluren we bij de buren in Bree. We wandelen naar het stadhuis, het recent volledig gerestaureerde interieur van de St.-Michielskerk, de restanten van het oude refugiehuis van Postel en het stadspark met oude dekenij naar het nieuwe culturele centrum en de nieuwe woonzone St.-Michiels- park. Het oude centrum is autoluw, de totale wandelafstand bedraagt ± 1500 m en is rollator en scootmobiel vriendelijk. Deelname is gratis. Voor een natje na afloop is er een ruime keuze aan drankgelegenheden rond het Vrijthof, de Markt en de Hoogstraat.
Stadsplattegrond Bree
In een document van 1078 is er voor het eerst sprake van Bree. In 1366 kreeg het stadrechten als een van de Goede steden van het prinsbis- dom Luik, waarvan het perron een symbool is. Het centrum heeft zijn oude ei-vorm bewaard met een radiale wegenstructuur via vier poorten (Itterpoort, Kloosterpoort, Nieuwstadpoort en Gerdingerpoort) die leidt naar het Vrijthof. De middeleeuwse stadsgracht werd in de 20ste eeuw vervangen door de kleine ring.
Maar het functionele gebruik van het centrum is gedurende de laatste decennia volop in verandering. De onderwijsinstellingen (TISM-tech- nische school-, het St.-Michielcollege en St.-Augustinus-onderwijs voor meisjes- hebben de stadskern verlaten en gingen samen naar de onderwijscampus buiten de tweede ring.
Zeepziederij Bree
De vrijgekomen panden kregen een nieuwe bestemming. Zo werd het St.-Michielcollege (een klooster uit het midden van de 17de eeuw) na een grondige sanering en restauratie het nieuwe stadhuis. De technische school werd afgebroken en kreeg een uitgesproken bewoningsbestemming met de naam St.-Michielspark met tientallen villa-appartementen. Het cultureel centrum en de Breugelzaal vonden een nieuw onderkomen in de zeepziederij (de gebouwen van de vroegere groothandel in koloniale waren Janssen-Gilissen (Limburgia) aan Malta.
Praktische informatie
datum
dinsdag 20 augustus 2024
aanvang:
19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar:
in de St.-Michielskerk Hoogstraat – 3960 Bree (België)
deelname:
gratis
parkeren:
gratis parkeren op de kleine ring, op het stadplein en achter de bibliotheek
Voor een natje na afloop is er een ruime keuze aan drankgelegen- heden rond het Vrijthof, de Markt en de Hoogstraat
Dit keer gluren we bij onze zuiderburen in Dorne (België). Tijdens de wandeling vertellen lokale gidsen over de geschiedenis van het dorp en bijzondere gebouwen. De verkenning van Dorne volgt een tracé van ± 1500 m en is gebruiksvriendelijk voor zowel van rollator- als scootmobielgebruikers. Deelname is gratis.
Omstreeks 1900 was Dorne een agrarische buurtgemeenschap van Opoeteren en telde 13 boerderijen. In 1977 werden Opoeteren en Neeroeteren gefuseerd met Maaseik. Wonen in Dorne had heel wat nadelen: de grote afstand tot de kerk en de school in Opoeteren en slechte wegen.
Onder impuls van rector Theodoor Hoedemaekers kreeg Dorne in 1923 een eigen kerk en werd een kapelanie gebouwd. Voor de oprichting van een schooltje ondertekenden 47 gezinshoofden een petitie in 1919. Er werd gevolg gegeven aan hun eis. In het begin was het wat behelpen met noodlokalen. In 1923 waren 2 klaslokalen klaar, werden een onderwijzer en een onderwijzeres aangesteld en een schoolhuis gebouwd. Met de komst van de zusters Jozefienen kon ook een kleuterafdeling worden opgericht. Uiteraard werden ook de zusters in een nieuw klooster gehuisvest.
Intussen was de aantrekkingskracht voor het landbouwleven sterk afgenomen. De mijnen zorgden voor een grote tewerkstelling en later ook de Fordfabriek. De bevolking nam sterk toe. De kerk was te klein en in 1991 werd een nieuwe moderne St.-Donatuskerk ingewijd door monseigneur Schreurs van Hasselt. Leo Reulens, was de aannemer van dit gebouw. Hij heeft aan de hand van een uitgebreide fototentoonstelling het bouw- proces uitvoerig gedocumenteerd. Niet alleen wat betreft de tewerkstelling hadden er de laatste decennia grote veranderingen plaats. Door een gebrek aan priesterwijdingen kreeg Dorne geen eigen pastoor meer en met het vertrek van de zusters in 2010 kwam ook het onderwijs in profane handen.
De vrijgekomen gebouwen kregen een nieuwe bestemming: de kerk uit 1923 werd verkocht en omgebouwd tot een gezinswoning. Het klooster werd geïntegreerd in de school en de kapelanie kreeg naast een woonfunctie ook een vergaderbestemming.Uiteraard zijn er ook nog boerderijen in bedrijf. Daarover vertellen de gidsen u meer tijdens de rondleiding.
Praktische informatie
datum
dinsdag 6 augustus 2024
aanvang:
19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar:
in de St. Donatuskerk – We naar As 66, 3680 Maaseik (België)
deelname:
gratis
parkeren:
Op het plein voor en achter de kerk. En op de parking van de school ‘VBS Kornuit’ (vrij parkeren)
Voor een drankje na de wandeling kan u terecht in zaal ‘De Bempt’ aan de school.
Op dinsdag 30 juli gaan we gluren in Roosteren. Na een inleiding in de St. Jacobus de Meerderekerk, een waterstaatskerk, vertellen de lokale gidsen over enkele karakteristieke gebouwen in de nabijheid van de Kerk en over het ontstaan van Roosteren. Gluren bij de buren … in Roosteren wordt georganiseerd door deStichting Tristan Foundation (https://www.tristan-foundation.com) in samenwerking met de Gemeente Echt-Susteren. Deelname is gratis.
Roosteren
Roosteren (Roostere) is een kerkdorp met ongeveer 1.500 inwoners in de gemeente Echt-Susteren. De plaats is geografisch gezien de noordelijkste plaats van Zuid-Limburg, hoewel het tegenwoordig formeel gezien bij Midden-Limburg hoort. Roosteren ligt aan de Maas, tegenover het Belgische stadje Maaseik. Aan de oostelijke zijde van het dorp aan de andere kant van het Julianakanaal ligt Oud-Roosteren. Aan de westkant de buurt Kokkelert.
Roosteren is waarschijnlijk ontstaan in de 8ste eeuw als ontginning vanuit de abdij van Susteren. Roosteren is een typisch (rijk) maasdorp wat onder ander blijkt uit de 15 mooie grote Maaslandhoeves en een tweetal kastelen die hier stonden.
Jammer genoeg is een aantal van deze boerderijen gesloopt en binnenkort moet ook de Tramhalte wijken voor woningbouw. Deze tramhalte was een zijtak van de tram Sittard-Roer- mond en er stopte vijf keer per dag een tram die naar Maaseik reed.
In het pas gerenoveerde Gemeenschapshuis volgt nog een mooie interessante presentatie van markante gebouwen, die de laatste 100 jaar ten prooi zijn gevallen aan de ‘vooruitgang’ en verdwenen zijn.Tot slot wordt natuurlijk afgesloten met een kopje koffie/vlaai en eventueel een drankje.
Praktische informatie
datum
dinsdag 30 juli 2024
aanvang:
19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar:
in de kerk van de H. Jacobus de Meerdere – Maasheuvel 6 – 6116 BT Roosteren
Op 2 juli 2024 vond de aftrap plaats van de 18de editie van de Cultuurhistorische zomer met een bezoek aan Neer. Ondanks het feit dat op dezelfde tijd een 22-tal jongemannen uit Nederland en Roemenië in München een balletje aan het trappen waren, wat ook nog rechtstreeks op schermen in huizen, cafés en pleinen te zien was, was de opkomst in Neer groot te noemen. Zo’n 150 liefhebbers van regionale cultuurhistorie hadden plaatsgenomen in de banken van de statige Sint-Martinuskerk.
Een goed gevulde Sint-Martinus kerk met bezoekers aan Gluren bij de buren.
De bezoekers werden welkom geheten door Tjeu Scheepers en pastoor Patrick Lipsch. Ook Peter Korten sprak een welkomstwoord uit. Hij deelde mee dat Nederland tegen Roemenië leidde. Gejuich bleef achterwege. Dat was uiteraard passend in deze gewijde omgeving.
Verder vertoonde Peter een foto waarop hij de Paus de folder van Gluren bij de buren, editie 2024, overhandigde. De Paus leek er zeer verguld mee te zijn. Wegens omstandigheden was het voor hem helaas niet mogelijk om in Neer aanwezig te zijn.
Peter bedankte de organisatie in Neer en het kerkbestuur. Gluren bij de buren is gratis maar niet kosteloos. Daarom was er een collecte voor een vrijwillige bijdrage. Tjeu Scheepers zorgde voor de verdeling van de bezoekers in 6 groepen die 6 locaties zouden bezoeken.
Jaen Driessen vertelde dat Neer een laaggelegen plaats in Midden-Limburg is.
In de Romeinse tijd werd de plaats Nera genoemd. Langs Neer loopt de Neerbeek. Neer had de bijnaam watermolendorp. Op het hoogtepunt telde het dorp 5 watermolens. Ook andere bedrijven waren goed vertegenwoordigd. In de 18de eeuw telde Neer 5 bakkerijen, 4 timmerbedrijven, 3 hoefsmeden, 1 zadelmaker, 5 brouwerijen en 23 café s. Een van de oude monumentale gebouwen in Neer is de voormalige school, die in 1818 gebouwd is nabij de kerk. Omdat de gezinnen in Neer kinderrijk waren, was er al gauw behoefte aan een groter schoolgebouw. Er werd dan ook in 1850 een nieuwe school gebouwd. De oude school werd omgebouwd tot gemeentehuis en stalling voor de brandspuit. Thans is het een horecagelegenheid.
Luchtfoto van het kerkplein met de kerk en rechtsonder het witte, voormalige schoolgebouw, later gemeentehuis.
Het huis van de veldwachter, die ook lantaarnopsteker was, lag op een hoog punt in dorp, vanwaar hij de hele bevolking in de gaten kon houden.
Een aantal inwoners van Neer was van mening dat Neer verfraaid moest worden met een kunstwerk. De plaatselijke kunstenaar Jos Dirix werd gevraagd om daar zijn gedachte eens over te laten gaan. Tijdens een wandeling zag hij een tochtige koe lonken naar een stier in een naburig weiland. Helaas stond er prikkeldraad tussen de weilanden.
Na enkele vergeefse pogingen lukte het de stier toch de hindernis te nemen en bij het koetje te komen. Jos Dirix kwam toen op het idee een standbeeld van een stier te maken. Een beeld dat kracht en doorzettingsvermogen uitstraalt; symbool voor eigenschappen van de bevolking van Neer.
Peter van der Horst verhaalde over de geschiedenis van de Friedesse Molen aan de Neerbeek.
De eerste molen zou rond 1343 gebouwd zijn. Het huidige molenaarshuis dateert volgens de muurankers uit 1717. Het molengebouw is waarschijnlijk in dezelfde periode gebouwd. Op een luik van de molen staat wel “Anno 1796“(Franse Tijd!), maar dat jaartal verwijst niet naar het jaar van de bouw.
Het molenhuis links en het molengebouw rechts.
De molen vervulde, naast de maalfunctie, eeuwenlang ook een sociale functie in het dorp. Het was een ontmoetingspunt waar de dorpsbewoners nieuwtjes uitwisselden.
In 1964 is de stuw die het water voor de molen opstuwde om voldoende kracht te ontwikkelen om het molenrad in beweging te brengen, afgebroken. De molen is in 2002 gerestaureerd en na een jarenlange “strijd“ met het waterschap is ook de stuw hersteld. De molen is nu weer maalvaardig.
Het molenhuis is na jarenlange leegstand en vandalisme in 2016 door twee ondernemende mensen uit Neer aangekocht, gerestaureerd en verbouwd. Er zijn nu 5 appartementen en een horecagelegenheid in het molenhuis. Zowel het molenhuis als het molengebouw zijn rijksmonumenten. Op een tweetal stenen in de gevel van het molengebouw is aangegeven hoe hoog het water stond bij het hoogwater in 1993 en 1995.
Pierre Kuijpers stond met een kleindochter aan de oever van de Neerbeek.
Hij vertelde over de verontreiniging met cadmium van de Neerbeek. De Neerbeek wordt onder meer gevoed door de Tungelroyse beek. Deze laatste beek was in het verleden sterk vervuild door de Budelse zinkfabriek. Het vervuilde water kwam ook in de Neerbeek terecht. Bij overstromingen kwamen de vervuilende stoffen ook op het overstroomde land terecht. Er is een begin gemaakt met het schonen van de grond.
Bij het hoogwater in 1993 en 1995 hadden zo`n 130 woningen in Neer water in huis. Op advies van de commissie Boertien II kwam er een fysieke bescherming voor die woningen. Burgerinitiatief leidde ertoe dat er een stuw met bypass in de Neerbeek kwam. Neer zou nu beschermd moeten zijn tegen wateroverlast.
Bayer, thans BASF, eigenaar van Nunhems Zaden, heeft als “natuurcompensatie” voor de uitbreiding van kassenareaal gelden ter beschikking gesteld voor onder meer de reconstructie van de Schans van Neer. Die schans werd in 1624 met toestemming van de graaf van Horne aangelegd als schuilplaats voor de inwoners van Neer voor het geval er plunderende troep kwamen.
Aan de oever van de Neerbeek met de Sint-Martinus op de achtergrond.
Op de schans werden houten huisjes gebouwd. De verhoopte bescherming op de schans bleek ijdel. In 1646 werden het dorp en de schans in brand gestoken door troepen uit Hessen. Bij archeologisch onderzoek zijn slechts weinig resten van de schans gevonden.
De Kwirloop is een klein stroompje dat in de dorpskern onder de weg door stroomt naar de Neerbeek. In 1483 stond er de Kwirmolen, een molen waar schors van eiken werd vermalen voor het looien van dierenhuiden tot leer.
Har Kuijpers stond bij de verborgen Kwir.
Over de Kwirloop lag de gasthuisbrug, vernoemd naar een huis waar pelgrims en hulpbehoevenden onderdak konden vinden. De Kwirmolen lag bij een van de poorten van Neer.
Het gebied tussen de Kwir en de kerk heette “De Vrieheyt”. De Kwirloop heeft altijd water, ook in zeer droge tijden. Dat komt omdat dat beekje gevoed wordt door kwelwater uit de Peellandbreuk.
De “symbolische“ Kwir.
BijdeKwir ligt een in 1667 door notaris Johannes Tobben gebouwd huis. Daarin islater eenjeneverstokerij gevestigd geweest. Vermeldenswaard isdat deketel van die stokerij isomgesmolten om een klok voor de kerk te maken. Heden ten dage is in het huis een 3D printbedrijf gevestigd.
De Heemkundekamer is een mooie ruimte waar de heemkundevereniging ”Oos Naer” terecht trots op mag zijn. Voor deze locatie was gekozen omdat een voettocht naar het onderwerp van zijn praatje, namelijk het klooster Keijzersbosch, te ver zou zijn.
Jo Kuijpers ontving ons in de Heemkundekamer.
De eerste vermelding van het klooster Keijzersbosch, Curtis Cheijserbosch, dateert uit 1185. De naam Keijzersbosch heeft niets met een keizer van doen maar duidt op een veldnaam “Geijs(er)” voor hogere zandgronden; een benaming die in Limburg wel meer voorkomt.
De echte stichtingsdatum van het klooster is niet achterhaald. Wel is bekend dat in 1246 zusters van het klooster van Averbode naar Neer zijn gekomen.
In de 13de eeuw verwierf het klooster patronaatrechten van onder meer Heeze, Leende, Helden, Nunhem, Haelen, Buggenum en Roggel. Aan die patronaatsrechten waren inkomsten verbonden. In 1350 was Aleyda van Horne priorin van het klooster. Het klooster mocht zich verheugen in de gunst van de Van Hornes. Vijf leden van het geslacht van Horne hebben hun laatste rustplaats in het klooster gevonden.
De zusters waren allengs meer en meer afkomstig uit de lage adel. Dat had voor het kloosterleven funeste gevolgen. De regels werden versoepeld. De zusters hoefden niet meer als slotzusters te leven. Zij gingen burgerkleding dragen. De kloostergemeenschap ging in 1617 teloor toen wegens misstanden de laatste 4 zusters naar huis werden gezonden.
De Heemkundekamer van “oos Naer”.
Er vond wel – wat we nu zouden noemen – een doorstart plaats. Er waren geen adellijke zusters meer, de gebouwen werden hersteld. Er ontstond een bloeiende gemeenschap. Tijdens de Franse tijd kwam er een definitief einde aan dit klooster.
Op 10 februari 1797 werden de zusters het klooster uitgezet. Er waren toen 22 slotzusters en 8 lekenzusters. Van de kloostergebouwen resteert alleen nog de voormalige proosdij. Deze is een tijd in gebruik geweest als boerderij maar is nu in zekere zin in oude glorie hersteld.
Tjeu Scheepers vertelde in de kerk over de Sint-Martinuskerk.
De eerste kerk in Neer bestond waarschijnlijk al onder Karel de Grote. De huidige kerk is gebouwd in 1909 en is een neogotische kruisbasiliek. Het onderste deel van de toren dateert uit de 14de eeuw. In de muur van de toren bevindt zich een steen met in het latijn de tekst “gewijd in het jaar des Heren 1447 op de feestdag van de Heilige Egidius”.
De toren is in de oorlog opgeblazen. In 1954 is de toren weer opgebouwd. De kerk bezit veel kerkschatten zoals oude beelden van heiligen, een neogotische monstrans uit de 19de eeuw en het oudste wierookvat van Nederland.
De preekstoel en de twee communiebanken zijn rijk versierd met houtsnijwerk. Het hoofdaltaar heeft een mooi drieluik. Het interieur van de kerk is diverse malen veranderd naar de luimen van de dienstdoende pastoors. In de kerk zijn in het koor een aantal gebrandschilderde ramen aangebracht, vervaardigd door Max Weiss. In de westgevel bevindt zich een gebrandschilderd raam van Charles Eyck. De kerk is in 2018 gerestaureerd en het interieur ziet er fris en mooi uit.
Deel van het interieur van de Sint-Martinus met achter het scherm een deel van het drieluik en gebrandschilderde ramen.
Na de rondleiding was er gelegenheid om van een drankje te genieten in gemeenschapshuis De Hamaeker. De meeste bezoekers maakten daar gebruik van. De zaal in het De Hamaeker was tot de laatste plaats gevuld.
Ook deze Gluren bij de buren was weer geslaagd. De organisatie was prima. De sprekers deskundig. De nazit gezellig en goed voor het aanhalen van oude contacten en het leggen van nieuwe. De bezoekers hebben kunnen genieten van een boeiende, interessante, leerzame en gezellige avond.
Vanwege de voetbalwedstrijd Frankrijk-België zal de Nederlandse boekvoorstelling ‘De Razzia’ op maandag 1 juli 2024 om 20.00 uur beginnen in Café de HoêsKmr/MFA Kimpeveld, Barbaraplein 4 in Tungelroy. Entree is gratis. De zaal is open om 18.30 uur, waar de tweede helft te zien is op een groot scherm.
Klik hier voor achtergrondinformatie over de boekvoorstelling ‘De Razzia’.
Het gehucht Ell was er zeker al in de 13de eeuw en ontstond op de relatief droge strook zandgrond tussen het dal van de Tungelroyse beek en de vele heidevennen die Ell in die tijd omring- den. Ell/(H)Elle(n)/E(e)l lag aan de ‘vaerwech’ die vanuit Stramproy en achterland leidde naar Kelpen waar deze weg aansloot op de weg Weert-Roermond. De boerenbevolking leverde landbouw- producten aan de abdis en het kapittel van Thorn.
Rond 1725 lagen er zo’n 30 boerderijtjes waarvan het aantal in de 19de eeuw snel steeg door ontginning van door de gemeente Hunsel-Ell verkochte heidegronden. Ook tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw groeide de agrarische activiteit flink.
De Boeren- bond telde meer dan 100 leden in de jaren 1920. Onder invloed van de toenemende mechanisatie daalde het aantal boerderijen snel in de jaren 1960 mede door een grootscheepse ruilverkave- ling. Van de 80 bedrijfjes van de jaren 1950 zijn anno 2024 nog ca. 15 agrarische bedrijven over op een kleine 1500 inwoners.
Organisatie
Gluren bij de Buren .. in Ell is onderdeel van de Cultuurhistorische Zomer 2024. Het wordt georganiseerd door: Stichting De Aldenborgh, Kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap én Geschied- en Heemkundige Kring ‘Land van Thorn’. Voor vragen kunt u bellen met telefoonnummer 00 31 (0) 6 53 28 46 65.
Praktische informatie
datum
dinsdag 16 juli 2024
aanvang:
19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar:
in de kerk van St. Antonius Abt in Ell – Niesstraat 1 – 6011 RB Ell
deelname:
gratis
parkeren:
gratis parkeergelegenheid op plein en straten nabij de kerk
Tot 1991 was Neer een zelfstandige gemeente. In 1991 vond de samenvoeging met Roggel plaats en in 2007 werd Neer een van de 16 kerkdorpen van de nieuwe gemeente Leudal. Op 1 januari 2024 telde Neer 3350 inwoners verdeeld over 1506 woningen. Het Midden-Limburgse maasdorp Neer staat bekend om zijn landelijke en pittoreske karakter, omgeven door groene natuur en uitgestrekte landbouwgronden. In de omgeving van Neer zijn ook tal van wandel- en fietspaden, die door schilderachtige landschappen leiden.
Monumentale Sint-Martinuskerk Neer
Neer heeft een negental rijksmonumenten, waarvan een aantal wordt bezocht tijdens Gluren bij de Buren op 2 juli 2024.In het centrum van Neer ligt de statige monumentale Sint-Martinuskerk die hoog boven alles uitrijst. Verder vindt men hier het oude raadhuis uit 1818 en het Maxe-Grete huis uit 1661. Neer wordt ook wel het watermolendorp genoemd. In het verleden lagen er 5 watermolens aan de Neerbeek. Nu is de eeuwenoude gerestaureerde Friedesse molen nog als enige molen maalvaardig. Al sinds 1343 wordt hier graan gemalen.
Een opvallend kenmerk van Neer is verder het rijke verenigingsleven en de sterke gemeenschapszin. Tijdens Gluren bij de Buren maakt u kennis met een aantal mooie plekjes en objecten in Neer.
Organisatie
Gluren bij de Buren .. in Ell is onderdeel van de Cultuurhistorische Zomer 2024. Het wordt georganiseerd door: Stichting De Aldenborgh, Kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap én Geschied- en Heemkundige Kring ‘Land van Thorn’. Voor vragen kunt u bellen met telefoonnummer 00 31 (0) 6 53 28 46 65.
Praktische Informatie
Hieronder vindt u praktische informatie over Gluren bij de Buren … in Neer.
datum
dinsdag 2 juli 2024
aanvang:
19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur in de kerk)
waar:
in Sint-Martinuskerk – Kerkplein 4 – 6086 AK Neer
deelname:
gratis
parkeren:
gratis parkeergelegenheid rondom de kerk en parkeerplaats Steeg in Neer
Tekst en foto’s: Paul en Anneke Ronteltap en Peter Korten
Met Aldenborgh-vriend en chauffeur, Lei Ramakers, aan het stuur vertrokken de leden van de Aldenborgh op zaterdag 25 mei 2024 om 07.30 vanuit Weert richting Ieper, met regen. Na een korte file nabij Nazareth reden we de zonovergoten Westhoek binnen.
In Ieper werd na het nuttigen van koffie met een Ieperse specialiteit, de Kattenklauw, het indrukwekkende Flanders Fields museum bezocht. Nadat de wekelijkse markt en de terrassen voor de lunch waren bezocht, stapte het reisgezelschap in de bus.
De gids en Aldenborgh-lid Rob Troubeyn gaf een inleiding over het programma. Hij is deskundige op het gebied van de Eerste Wereldoorlog.
De Dodengang in Diksmuide werd bezocht, waar ook kind-soldaat Jantje Kiggen uit Weert was gelegerd. Daarna werd de Duitse begraafplaats van Vladso bezocht, met de indrukwekkende beeldengroep “Het treurende ouderpaar” van beeldhouwster Käthe Kollwitz.
Vervolgens werd stilgestaan tussen Steenstrate en Schreiboom. Hier gebruikten op 22 april 1915 Duitse militairen voor de eerste keer in de geschiedenis het chemisch wapen: gifgas. Daarna werd uitgestapt bij Essex Farm Cemetery, waar John McCrae begin mei 1915 zijn beroemde gedicht “In Flanders Fields” schreef.
Rob Troubleyn sloot af bij het graf van Valentine Joe Strudwick, die op 14 januari 1916 vlakbij in Boezinghe sneuvelde, slechts 15 jaar en 11 maanden oud.
Hij kwam uit Dorking in Surrey en stond bekend als Joe. Hij loog, net zoals onze Weerter Jantje Kiggen over zijn leeftijd om dienst te kunnen nemen toen hij nog maar 14 was. Zijn moeder, Louisa, koos de inscriptie die op zijn grafsteen te zien is: “Not Gone From Memory Or From Love”.
Nadat iedereen gedineerd had ging het richting Menenpoort. De Menenpoort is in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van Ieper, ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog kwamen meevechten en van wie nooit meer iets werd vernomen. Dankzij de bemoeienis van Rob Troubleyn hadden de Aldenborghers een prominente plaats.
Zo konden zij de dagelijkse ceremonie met klaroenblazers volledig meemaken. Daarna ging het gezelschap naar hotel The Market by Parkhotel te Kortrijk, waar nog nagepraat werd over deze indrukwekkende dag.
Zondagmorgen 26 mei om 9 uur stonden twee stadsgidsen klaar om ”Kortrijk te ontdekken”. Bezienswaardigheden zoals het stadhuis, het belfort, de Broeltorens, de Onze-Lieve-rouwekerk en het Begijnhof werden bezocht.
Daarna ging het spoorslags richting Bachte-Maria-Leerne, gemeente Deinze. Toen het Weerter gezelschap daar aankwam, luidden de klokken van de plaatselijke parochiekerk. Hier werd tijdens een feestelijke H. Mis herdacht dat het 500 jaar geleden was dat Filips van Horne op het nabijgelegen kasteel Ooidonk werd geboren.
Net zoals bij de onthulling van het ruiterstandbeeld in Weert was er na de dienst “de vloek van graaf Van Horne”: een hoosbui trok over Deinze.
Rondom kasteel Ooidonk vonden er tal van activiteiten plaats, zoals een lezing van een foodarcheoloog en ook werd er een stripboek in het kader van 500 jaar Filips van Montmorency gepresenteerd.
Nadat An Vervliet, deputé Erfgoed van de provincie Oost-Vlaanderen het Weerter gezelschap had toegesproken ging het richting Deinze. De gemeente Deinze had hiervoor politiebegeleiding geregeld, zodat het gezelschap tijdig in Museum Mudel aan zou komen.
Het gemeentebestuur van Deinze had geregeld dat het Weerter gezelschap door niemand minder dan John de Vlieger, zelf nog onderdeel van de tentoonstelling, werd rondgeleid. Centraal stond het werk van Emile Claus met zijn meesterwerk “De Bietenoogst”.
Aan het eind van de middag vertrok het gezelschap richting Weert. Het was een zeer geslaagde jubileumexcursie.