door Wil Filott
Dit verhaal gaat over een rechtszaak in 1876 voor het kantongerecht in Weert over de kwaliteit van geleverde hammen.i Behalve aan het proces zal ik ook aandacht besteden aan de hoofpersonen in deze zaak, waarbij een uitstapje naar naaste familieleden niet wordt geschuwd.
Wat was er aan de hand?
Een zekere J.L. Koeks bestelde in juli 1875 bij Lodewijk Jozef Franssen, winkelier aan de Markt te Weert, voor zijn handel een aantal hammen. Franssen leverde op 5 augustus 1875 vier hammen af bij Koeks. Deze reclameerde bij brief van 18 augustus 1875 aan Franssen dat drie van de geleverde hammen bedorven waren. Op 27 augustus 1875 stuurde hij de vier hammen terug naar Franssen omdat daar volgens hem wormen in zaten. Franssen weigerde de hammen terug te nemen.
Koeks wilde vanwege de slechte kwaliteit van de hammen de overeengekomen prijs voor de hammen niet betalen. Franssen liet het er niet bij zitten en daagde Koeks voor het kantongerecht te Weert.
In Weert was van 1842 tot 1934 een kantongerecht. Het werd opgericht op 1 januari 1842, toen de Nederlandse wetgeving op de rechterlijke organisatie – na de afscheiding van België – ook in Limburg van kracht werd. Het kantongerecht werd opgeheven per 1 januari 1934 als gevolg van een landelijke reorganisatie van de rechterlijke macht.
Wie was J.L. Koeks?
In het verslag in Het paleis van justitie wordt als achternaam van de koper van de hammen Koeks vermeld. De enige J.L. Koeks die ik heb kunnen vinden is Jacobus Ludovicus Koeks uit Antwerpen. Deze is volgens een huwelijksakte op 5 juni 1893 getrouwd met Maria Theresia Lembrechts. Als zijn geboortedatum is in die akte 3 december 1867 vermeld. Gelet op zijn leeftijd in 1875 zal hij niet de koper van de hammen geweest zijn.
Omdat mogelijk in het verslag niet de juiste achternaam vermeld is, ben ik verder onderzoek gaan doen. Na langdurig onderzoek naar onder andere de achternaam Hoeks ben ik gestuit op een zekere Joannes Ludovicus Kocks als getuige bij een kerkelijk huwelijk in Vaals op 20 mei 1841. Nader onderzoek leverde op dat deze Jan Lodewijk Kocks op 26 april 1813 te Vaals is geboren en op 11 mei 1886 te Vaals is overleden. In zijn overlijdensakte is als zijn beroep winkelier vermeld. Ik meen uit deze gegevens te mogen concluderen dat J.L. Koeks Jan Lodewijk Kocks uit Vaals is. Hierna zal ik de naam Kocks gebruiken.

Jan Lodewijk Kocks. Bron:Bevolkingsregister Vaals
Jan Lodewijk Kocks was blijkbaar een actief en ondernemend persoon. In mei 1870 werd hij gekozen tot raadslid van de gemeente Vaals. Als zijn beroep is toen koopman vermeld. Op 16 januari 1877 is hij een vennootschap onder firma aangegaan met een zekere Michaël Hubert Noppen. Het doel van die samenwerking was de papierfabricage in de fabriek van Noppen te Mechelen en het malen van graan in de daarbij gelegen Onderste Molen. Zowel de papierfabriek als de molen werd aangedreven door de rivier de Geul. De vennootschap was geen succes. In 1881 ging zij failliet. De papierfabriek en de molen werden verkocht.

Plaquette op de Onderste Molen in Mechelen.
Wie was Lodewijk Josef Franssen?
Lodewijk Josef Franssen is op 18 juni 1843 geboren te Horst. Zijn ouders waren Jan Christiaan Franssen, orgelmaker, en Johanna Janssen.

Geboorteakte Lodewijk Josef Franssen. Bron: Bevolkingsregister Horst.
Op 18 juni 1874 is hij in Roermond uitgeschreven wegens vertrek naar Weert. Hij had toen blijkbaar voor wat betreft de orgelbouw de (orgel)pijp aan Maarten gegeven. In het bevolkingsregister stond vermeld dat hij zonder beroep was. Als zijn godsdienst is in het register Nederlands Hervormd vermeld.
In september 1866 is Lodewijk Josef Franssen van Horst verhuisd naar Roermond. Hij is daar op 27 september 1866 ingeschreven in het bevolkingsregister. Als zijn beroep is orgelmakersgezel vermeld. Waarschijnlijk werkte hij bij zijn oudere broer Frans Mathijs Franssen. Deze was toentertijd in het bevolkingsregister geregistreerd als orgelfabrikant. Op 30 juni 1867 is Lodewijk Josef Franssen uit het bevolkingsregister van Roermond uitgeschreven vanwege vertrek naar `s Hertogenbosch. Op 11 februari 1868 is hij weer ingeschreven in Roermond, komend uit `s Hertogenbosch. Als zijn beroep is nu orgelmaker vermeld. Mogelijk is hij in `s Hertogenbosch in de leer geweest bij een orgelbouwer.
De vermelding Nederlands Hervormd is een foutje van een Roermondse ambtenaar. In de rij ingeschrevenen in het Roermondse bevolkingsregister, waarin ook Lodewijk Jozef Franssen staat, is bij iedere ingeschrevene “idem” vermeld, terwijl bij de bovenste ingeschreven persoon, de in Haarlem geboren ritmeester Hubrecht van Landschot, als godsdienst Nederlands Hervormd is vermeld. Bij de eerdere inschrijvingen van Lodewijk Josef Franssen is als zijn godsdienst Rooms-Katholiek opgenomen.
Lodewijk Joseph Franssen is op 29 mei 1874 te Weert getrouwd met Anna Maria Theunissen. Als zijn woonplaats is in de huwelijksakte Roermond vermeld. Anna Maria Theunissen was weduwe van Jean Winand Severens, afkomstig uit Sittard, woonachtig in Weert.

Visitekaartje Camille Esser. Bron: erfgoedhuis Weert.
Bij de geboorte op 10 februari 1852 van dochter Maria Judith Severens van het echtpaar Severens – Theunissen woonde datechtpaar aan de “Meikuil” te Weert. Jean Winand Severens was toen logementhouder van beroep. Hij is op 1 augustus 1873 te Weert overleden. In de Dood-akte is vermeld dat hij laatstelijk woonde op de Markt te Weert.
Maria Judith Severens is getrouwd met Camille Esser van de bekende firma Esser, gevestigd in de Maasstraat, gespecialiseerd in religieuze sieraden.
Anna Maria Theunissen is op 26 november 1824 geboren in Weert. Als beroep van haar vader is in de geboorteakte koopman vermeld.

Deel akte geboorteaangifte Anna Maria Theunissen. Bron: bevolkingsregister Weert.
De vader van Anna Maria Theunissen, Jacobus Theunissen, exploiteerde in 1844 op de hoek Markt-Maasstraat te Weert een herberg. Later is daar hotel De Hemel in gevestigd. Anno 2026 bevindt zich in dat pand, Markt 2, de winkel van Foto-Groep Weert. Let op de zonnewijzer die nu ook nog te zien is aan het pand.

Ingekleurde foto van hotel De Hemel, hoek Markt-Maasstraat. Originele bron: Weert is veranderd.
In de huwelijksakte van Lodewijk Josef Franssen en Anna Maria Theunissen is als beroep van de bruidegom koopman vermeld en van de bruid winkelierster. De getuigen bij het huwelijk waren Martinus Jacobus Hubertus Janssens, winkelier, Paulus Groenen, winkelier, Peter Mathijs Dirix, horlogemaker en Joseph Kneepkens, stadsbediende, allen bekenden van de bruid en woonachtig in Weert.

Deel huwelijksakte Lodewijk Jozef Franssen en Anna Maria Theunissen. Bron: bevolkingsregister Weert.
Lodewijk Jozef Franssen is op 17 februari 1877 op 33- jarige leeftijd overleden te Weert. De twee aangevers van zijn overlijden, Peter Matthijs Dirix en Paulus Groenen, waren ook getuigen geweest bij zijn huwelijk nog geen drie jaar eerder.

Overlijdensakte Lodewijk Jozef Franssen.
Exact twee jaar na het overlijden van Lodewijk Joseph Franssen is Anna Maria Theunissen op 17 februari 1879 in derde huwelijk getrouwd met de weduwnaar Michiel Mommersteeg, koopman, uit Hedikhuizen, thans gemeente Heusden. Michiel Mommersteeg is op 7 september 1902 te Weert overleden; Anna Maria Theunissen is op 14 maart 1903 te Weert overleden.
De zaak voor het kantongerecht te Weert
De zaak tussen Franssen en Kocks diende op de zitting van 7 januari 1876 van het kantongerecht te Weert. Kantonrechter was mr. Godefridus Antonius Hubertus Loix, geboren op 7 oktober 1824 te Stratum, Eindhoven, en overleden op 4 mei 1896 te Weert.

Hammen. Bron: https://pixabay.com/nl
Franssen eiste van Kocks betaling van de door hem geleverde hammen. Over de opdracht tot levering van hammen, de datum van levering, het gewicht en de te betalen koopprijs waren partijen het eens, maar niet over de kwaliteit van de hammen.
Kocks beweerde dat de door hem ontvangen hammen geheel of gedeeltelijk inwendig bedorven waren. Hij weigerde vanwege die bedorven staat de koopprijs te betalen. Hij zei ook dat Franssen aan hem had geschreven waarin hij had toegezegd de hammen terug te willen nemen. Op 27 augustus 1875 had hij de vier hammen, waarin volgens hem wormen zaten, teruggezonden aan Franssen, maar deze had geweigerd de hammen terug te nemen.
Franssen bracht daartegen in dat de hammen in goede staat waren afgeleverd. Hij ontkende verder een brief geschreven te hebben waarin hij toezegde de hammen terug te nemen. Kocks eiste als tegenvordering ontbinding van de koopovereenkomst met Franssen en subsidiair schadevergoeding.
Het vonnis van de kantonrechter
Kantonrechter Loix moest een antwoord op de hamvraag geven. Hij oordeelde dat Kocks er niet in geslaagd was te bewijzen dat Franssen een brief had geschreven waarin hij toegezegd had de hammen terug te zullen nemen. Hij had zo`n brief niet overgelegd.
Verder had Kocks de hammen in ontvangst genomen en deze zonder te reclameren langer onder zich te houden dan nodig was om de toestand van de hammen te onderzoeken. Kocks wist blijkbaar hoe een onderzoek naar de toestand van de hammen kon plaatsvinden. Hij had in zijn brief van 29 juli 1875 immers aan Franssen geschreven: “Dus onderzoek ze (de hammen) wel vóór het afzenden door het insteken van een metalen naald of mes, waaraan men dan kan ruiken of zij goed zijn of niet”.
Bovendien had Kocks in een aan de kantonrechter overgelegde conclusie van 10 december 1875 geschreven dat hij een deel van die hammen had verkocht en een deel had laten roken. Daardoor had hij volgens de kantonrechter in feite de levering goedgekeurd.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van de in de procedure aan de orde gekomen gegevens de koop, levering en prijs van de hammen als onbetwist vaststonden. En verder dat Kocks geacht moest worden de levering goedgekeurd te hebben.
De vordering van Franssen tot betaling van de koopprijs achtte de kantonrechter gegrond. De tegenvordering van Kocks tot ontbinding van de koopovereenkomst wees hij af. Kocks werd veroordeeld om aan Franssen een bedrag van fl. 40.22 voor de hammen te betalen en tot betaling van alle kosten van het proces. Of Kocks betaald heeft, is verborgen in de schoot der goden.
Bronvermelding
i. Dit verhaal is mede gebaseerd op een verslag in Het paleis van justitie, 3 mei 1876.






