Gluren bij de Buren in Heppeneert, 25 augustus 2026, een verslag in woord en beeld

Foto`s en tekst: Wil Filott

 

Na de verassend grote opkomst op 11 augustus 2025 in Geldrop hadden zo`n 200 liefhebbers van regionale cultuurhistorie op deze mooie avond de weg naar het Heppeneert gevonden. De deelnemers aan ”Gluren bij de Buren” werden ontvangen in de plaatselijke kerk. Het aantal zitplaatsen in de kerk was niet toereikend voor alle bezoekers. Dit grote aantal deelnemers is weer een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden trekt. Geschiedenis is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst.

Een volle kerk met deelnemers

Ontvangst in de kerk

Jos Henckens, voorzitter van de Pater Sangerskring, verontschuldigde zich voor het beperkte aantal zitplaatsen in de kerk. Heppeneert is maar een klein dorp met een dito kerk. Hij zei dat Gluren bij de Buren in Heppeneert de laatste bijeenkomst was van de 20ste jaargang van Gluren bij de Buren.

Peter Korten heette de bezoekers namens De Aldenborgh, de kring Weert van het LGOG en de GHK “Land van Thorn” welkom in Heppeneert. Hij memoreerde dat op 18 augustus 2015 al een Gluren bij de Buren in Heppeneert had plaatsgevonden. Voorde editie  Gluren bij de Buren 2027 waren er al aanmeldingen om die te mogen organiseren.

Hij bracht het ruimen van graven op het kerkhof onder de aandacht. Hij riep schepen Fransen van Maaseik op het funeraire erfgoed in stand te houden.

Hij dankte de gidsen, de pater Sangerskring en de kerkfabriek voor hun medewerking aan deze avond. De naamgever van de kring, pater Willem Sangers, is 40 jaar geleden begraven op het kerkhof van Heppeneert.

De bezoekers hadden kunnen zien dat er al flink gewerkt wordt aan een nieuwe brug over de Maas. Peter sprak de hoop uit dat ook de nieuwe brug de naam Sangersbrug zou krijgen en dat op die brug het symbool van de verbondenheid tussen de beide Limburgen, twee paar handen die een knoop aantrekken, weer een plaats zou krijgen.

Ine Fransen, schepen van cultuur van de stad Maaseik, heette namens het stadsbestuur de aanwezigen welkom. Zij wenste de organiserende verenigingen proficiat met Gluren bij de Buren, inmiddels een vaste waarde in het regionale cultuurhistorische landschap. Heppeneert is een eeuwenoud bedevaartsoord met daarenboven als kenmerken natuur en gastvrijheid. Zij bracht ook de stad Maaseik onder de aandacht met zijn mooie markt, de gebroeders van Eijck en het museum.

Jos Henckens dankte de initiatiefnemers van Gluren bij de Buren, Peter Korten en Thieu Wieërs, voor het fantastische intiatief, 20 jaar geleden, om Gluren bij de Buren te organiseren. Heemkundeverenigingen zijn vaak gefocust op de eigen plaats. Gluren bij de Buren is een uitstekende mogelijkheid om over gemeente- en landsgrenzen heen te kijken. Hij deed een oproep aan de besturen van heemkundeverenigingen om meer regionaal samen te werken. Hij hoopte dat Maaseik volgend jaar Gluren bij de Buren zou organiseren.

 

Enige historie

Jos Henckens zei dat Heppeneert voor het eerst in 1202 werd genoemd. Heppeneert behoorde tot Maaseik, dat in 1244 stadsrechten kreeg van de Graaf van Loon. Heppeneert had wel een eigen burgemeester en een eigen schutterij. In de loop der tijd vond er landaanwas plaats door verplaatsing van de rivierbedding van de Maas. Heppeneert ligt daardoor nu niet meer aan de Maas maar aan de uiterwaarden van die rivier. Die landaanwas is nog zichtbaari n een sloot op de plaats waar de oude Maas liep.

In 1567 werd Heppeneert een zelfstandige parochie, bediend door de Kruisheren.

In de 17de en 18de eeuw had Heppeneert veel te lijden van oorlogen.

In de tweede helft van de 18e eeuw zou een koster van de kerk een bokkenrijder zijn geweest die terecht werd gesteld.

Tijdens de Franse tijd werden kerkelijke goederen geconfisqueerd. In Heppeneert werden kerkelijke gewaden, kelken en ander kerkelijke goederen “geroofd” voordat confiscatie zou plaatsvinden. Nadat de toestand voor de kerk enigszins genormaliseerd was, kwamen de “geroofde” goederen weer tevoorschijn en kregen zij hun plaats terug in de kerk.

In 1842 werd Heppeneert weer een zelfstandige parochie.

 

De pastorie

De eerste statie van de groep, waarin uw verslaglegger was ingedeeld, was de pastorie. Het gebouw dateert uit het einde van de 19e eeuw. De reden voor die betrekkelijk late bouw is gelegen in het feit dat de kruisheren die de parochie bedienden, verplicht de nacht in het klooster in Maaseik moesten doorbrengen. Voor de pastorie staat een muurtje, gebouwd met Maaskeien en Maaszand, met daarop de tekst “Laad me met rust”. De “d” aan het einde van ”laad” is geen fout maar een bewuste keuze. Laad heeft hier de betekenis van inladen, vervullen. Bijzonder is dat de zitbank verwarmd is.

Tekst “Laad me met rust” op de bank

Aan de overzijde van de pastorie is in 1926 na een grote overstroming van de Maas een muur gebouwd als waterkering. In 2021 bleek de muur te laag te zijn. Hij werd opgehoogd met zandzakken; dat hielp. Heppeneert kreeg toch natte voeten. Niet door de Maas in het oosten maar door overstroming van de Zanderbeek aan de westzijde van het dorp.

De pastorie van Heppeneert

Sint Gertrudiskerk

De tweede statie was een bezoek aan de Sint Gertrudiskerk. Op het linker zijaltaar van de kerk staat een beeldje van Onze Lieve Vrouw van Rust. Het beeldje is een fragment van een retabel dat waarschijnlijk In Antwerpen is vervaardigd. Opvallend zijn de kunstige draperieën van de gewaden van Maria en Joannes. Het beeldje is in 1948 opnieuw gepolychromeerd.

Het verhaal wil dat het beeldje oorspronkelijk In de Maas bij Elen is aangedreven. In 1794 heeft pastoor Coopmans het beeldje verborgen voor de Fransen. In 1801 is het in Heppeneert terechtgekomen.

Beeldje O.L.V. van Rust

Het rechter zijaltaar is gewijd aan de patroonheilige van de kerk, Gertrudis van Nijvel, dochter van Pepijn van Landen en abdis van de abdij in Nijvel. Zij zou gastvrij geweest zijn voor pelgrims. Zij werd aanbeden tegen besmettelijke ziekten en tegen muizen en ratten.

Aan een muur op het koor bevinden zich beelden van 3 vrouwelijke maagden: Genoveva Bertilia en Eutropia.

De drie maagden

Op de binnenmuren van de kerk zijn veel votieftegels aangebracht. Een van die tegels, enigszins verborgen, is afkomstig van de familie van de Vlaamse schrijver Gerard Walschap, wiens boek “Houtekiet” jarenlang op de index van de katholieke kerk heeft gestaan. Het kan verkeren.

Votieftegels

Het kerkhof

De derde statie voerde naar het kerkhof. Eind 18de eeuw werd het verboden doden in of bij een kerk te begraven. De doden moesten buiten de omwalling begaven worden. Heppeneert had geen omwalling en kon de begraafplaats bij de kerk behouden. Deze was alleen bestemd voor mensen uit Heppeneert en Kruisheren en Ursulinen uit Maaseik. De Kruisheren en de Ursulinen werden overigens op een apart gedeelte van het kerkhof begraven.

In 2019 is er bij het kerkhof een strooiweide aangelegd waarop de as van gecremeerden, ook van buiten Heppeneert, uitgestrooid kan worden.

Een groep deelnemers op het kerkhof

De gids stond stil bij graven van twee personen. Het eerste was dat van pater Sangers, een groot voorvechter en propagandist van de grensoverschrijdende Limburgse cultuur en historie.

Grafkruis Willem Sangers, kruisheer

Het tweede graf was dat van Gerty Vanhoef, een parochiane van Heppeneert, die op 28 augustus 2018 in haar huis vermoord werd. Deze moord is tot op heden niet opgelost.

Grafsteen Gerty Vanhoef

Mariapark met kaartridder

De vierde statie was het Mariapark, gewijd aan de zeven smarten van Maria. Daar werd de legende van de kaartridder fantastisch verteld door een man, die met lof afgestudeerd leek te zijn van een gerenommeerde toneelschool. De legende luidt als volgt:

“Ridder Riddart bezat een groot kasteel, Borckhof. Hij was getrouwd met een mooie vrouw. Zijn vrouw stierf jong. De ridder was ontroostbaar. Hij verloor het geloof in God, die hem zijn vrouw op zo jonge leeftijd had ontnomen. Hij raakte verslaafd aan gokken, kaartspelen en liederlijke braspartijen. Hij verloor daarmee al zijn geld. De duivel kwam hem te hulp. Deze beloofde hem alles te geven wat hij nodig had in ruil voor zijn ziel.  Tijdens een groot feestmaal vertelde de ridder zijn vrienden dat de duivel op zijn ziel wachtte bij een bruggetje. Riddardt vertrok te paard naar het bruggetje. Ongemerkt voor de ridder reed de heilige Gertrudis achter hem mee. Toen de duivel haar opmerkte, verdween hij. Riddardt keerde terug naar zijn kasteel en leidde vanaf die gebeurtenis een sober en deugdzaam leven zonder kaarten, gokken en braspartijen. Het bruggetje heet sindsdien het Duvelsbrökske.

Standbeeld van de kaartridder

Gasthof

De vijfde statie was bij het Gasthof van Onze Lieve Vrouw van Rust. Na het vertrek van de Fransen nam de Mariadevotie toe, vooral in de tweede helft van de 19de eeuw. In 1854 werd door paus Pius IX het dogma van Maria onbevlekte ontvangenis afgekondigd. Dat wil zeggen dat Maria vrij is van de erfzonde.  In 1858 vond in Lourdes de verschijning plaats van Maria aan Bernadette Soubirous.

Vanaf 1883 wist pastoor Froyen van de kerk van Heppeneert, waar het beeldje van Onze Lieve Vrouw van Rust stond, een centrum van Mariaverering te maken. In 1886 bleef een kind van twee jaar van de familie Severijns-Jennen op wonderbaarlijke wijze ongedeerd onder een omgehakte boom. Dat werd aan Onze Lieve Vrouw van Rust toegeschreven want het kind had een medaille met haar beeltenis om. De pastoor buitte de gebeurtenis uit door daarover artikelen te schrijven voor een groot aantal kranten. Dat leidde tot een forse toename van pelgrims naar Heppeneert. Voor de huisvesting daarvan werd in 1895 het Gasthof van O.L. Vrouw van Rust gebouwd.

Gasthof van O.L. Vrouw van Rust

Na afloop van de rondleiding werden de twee horeca-etablissementen die het kleine Heppeneert rijk is, druk bezocht voor een gezellige nazit.

HEPPENEERT-MAASEIK, GbdB dinsdag 25 Augustus 2026

Gluren bij de Buren … Heppeneert

Aanvang: 19.00 uur Sint Gertrudiskerk

Heppeneert 22 – 3680 Maaseik

Parkeersuggestie: ruime parkeergelegenheid rond de kerk.

Heppeneert is een langgerekt kerkdorp nabij Maaseik, gelegen op de Maasdijk langs de oever van de Oude Maas. De oudste vermelding van het dorp dateert uit 1202, toen het werd aange­duid als Heppenardt. Toch gaat de geschiedenis van deze streek veel verder terug: archeologische vondsten uit het neolithicum en de bronstijd tonen aan dat hier al duizenden jaren bewoning was.

Oorspronkelijk lag Heppeneert rechtstreeks aan de Maas, maar door de eeuwen heen verlegde de rivier haar loop geleidelijk meer oostwaarts. Tal van heerlijke rechten, zoals het veer- en visrecht, waren in handen van de abdij van Thorn. Die rechten zouden in de 10de eeuw geschonken zijn door graaf Ansfried.

 

Al vóór 1202 beschikte Heppeneert over een kerk, die onder de parochie van Neeroeteren ressorteerde. Het gebied viel bestuur­lijk gedeeltelijk onder de abdij van Thorn en gedeeltelijk onder het gezag van de graaf van Loon.

 

Onze-Lieve-Vrouw van Rust

Heppeneert groeide uit tot een geliefd bedevaartsoord dankzij de verering van het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Rust. Oor­spronkelijk werd dit Mariabeeld vereerd in de kapel van de Ka­pellerhof in Elen, de middeleeuwse Hof aen die Capelle. Volgens de overlevering spoelde het beeld daar eeuwen geleden aan tij­dens een overstroming van de Maas.

In 1706 kwamen de pachthoeve en de kapel in handen van de kruisheren van Maaseik, onder wier invloed de Mariadevotie sterk toenam. Tijdens de Franse periode bracht pastoor Coopmans uit Heppeneert het beeld in veiligheid. In 1801 kreeg het een plaats in de Sint-Gertrudiskerk van Heppeneert.

Hoewel de bedevaart naar Elen bleef bestaan, maakte pastoor Froyen in 1883 van Heppeneert het centrale bedevaartsoord voor de verering van Onze-Lieve-Vrouw van Rust. Tot op vandaag blijft deze traditie levendig aanwezig.

Wat de uitdrukking “In Heppeneert bakke ze de kook (pannekoek) aan eine kant” betekent, zult u deze avond wel horen. En wat heeft Max Verstappen, de legendarische “van de brug en pae­perkook” pater Sangers (1915-1987) met Heppeneert te maken? U hoort het allemaal tijdens de laatste Gluren bij de Buren van het seizoen.

Heppeneert

Gluren bij de buren in Lozen, 21 juli 2026

Foto’s en tekst: Wil Filot

Op de 21ste juli hadden zich zo`n 270 liefhebbers van regionale cultuurhistorie begeven naar Lozen voor de tweede “Gluren bij de buren” van de editie 2026 van de cultuurhistorische zomer.  

Deze dag was voor de Belgische deelnemers wel heel bijzonder. Niet alleen was het de nationale feestdag in België, maar Remco Evenepoel had ook de tijdrit in de Tour de France gewonnen. “Gluren bij de buren “ in Lozen voelde voor hen als de spreekwoordelijke kers op de taart.  

De deelnemers werden in de Sint Benedictuskerk ontvangen. Het aantal zitplaatsen in de kerk was niet toereikend voor het grote aantal bezoekers. Alle stoelen en banken, ook in de zijbeuken, waren bezet. Een aantal deelnemers moest zich tevredenstellen met een staanplaats achter in de kerk. Passend in deze omgeving werd ook kort het orgel bespeeld. Dit grote aantal deelnemers is een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden uit de wijde omgeving trekt. 

Een volle Benedictuskerk in Lozen

Peter Korten heette namens de Aldenborgh, de kring Weert van het koninklijk L.G.O.G en GHK Thorn de bezoekers welkom. Hij memoreerde dat Lozen 13 jaar geleden ook al “Gluren bij buren” had georganiseerd.  

Hij dankte de kerkfabriek van Lozen en de gemeente Bocholt voor hun medewerking.  

Hij deed een dappere, maar niet helemaal geslaagde poging om de achternaam van de pastoor uit te spreken. Voor de nieuwgierige lezer: de voornaam en achternaam van deze uit Rwanda afkomstige priester is: Gaspard Bijyiyobyenda. 

Peter bracht ook dank aan de organisatie en de begeleiding. De organisatie was in handen van de Heemkundekring Bocholt. De begeleiding van de groepen gebeurde door leden van de Landelijke Gilden.  

Hij kondigde een collecte aan voor een vrijwillige bijdrage ter dekking van de kosten en het onderhoud van de kerk. 

 

Wat betreft de nationale feestdag deelde hij mee dat op deze dag gevierd wordt dat op 21 juli 1831 de inhuldiging van Leopold I, de eerste koning der Belgen, plaatsvond. Ter gelegenheid van die feestdag had in Brussel een militaire parade plaatsgevonden, met in het zwerk straaljagers van de Belgische luchtmacht. Deze stonden 10 minuten later weer aan de grond in Kleine-Brogel. Een kwestie van heimwee of een bewuste daad van de piloten om tijdig in Lozen voor “Gluren bij de buren” te kunnen zijn? 

 

Marc Voets, schepen van Bocholt, vertelde over de geschiedenis van Lozen. Lozen heeft altijd deel uitgemaakt van Bocholt. Het was een gehucht met in 1846 een dertigtal huizen. Voor de aanleg van de Zuid-Willemsvaart, het kanaal, was het een moerassige streek. Een van de activiteiten van de bevolking was het delven van leem. Door de aanleg van het kanaal kwam er meer nering. Het gehucht ontwikkelde zich snel tot een dorp met winkels en herbergen. Die ontwikkeling werd sterk bevorderd door de zogenaamde stop van Lozen. Door de kleine sluizen in het kanaal was de wachttijd van schepen erg lang. De schippersfamilies deden dan inkopen in Lozen en de schippers verpoosden zich in een van de herbergen. 

Het kanaal zorgde ook voor een verbetering van de landbouwstructuur. Lozen ligt op een relatief hoog punt. Het kanaal wordt gevoed door Maaswater. Daarmee konden grote gebieden bevloeid worden voor hooilanden. De eerste snee was voor de militairen, de tweede snee voor de boeren als veevoer voor de winter. Het belang van het kanaal is in de loop der tijd sterk afgenomen. 

 

De Sint Benedictuskerk van Lozen  

De ontwikkeling van Lozen is tot stand gekomen rond sluis 17 van het kanaal. Tot 1890 moest de bevolking van Lozen naar de kerk in Bocholt. In 1887 werd besloten in Lozen een kerk te bouwen. De grond daarvoor werd geschonken door een rijke dame. De architect, Johan Kayser, liet zich bij het ontwerp inspireren door de Noord-Duitse baksteengothiek. De kerk werd gebouwd door aannemer Urlings uit Maasbracht. Zij werd ingewijd in 1890  

In 1931 werd in verband met de toegenomen bevolking de kerk uitgebreid met een nieuw koor en zijbeuken. Ook werd er een toren aan toegevoegd. Merkwaardigerwijs is er vanuit de kerk geen toegang tot de toren maar alleen van buiten. De bouwstijl van de nieuwbouw wijkt af van het oorspronkelijke deel. 

In de zijbeuken bevinden zich altaren met gepolychromeerde beelden van Sint Benediktus en Maria Het altaar is voorzien van een tabernakel en een Christusbeeld .in messing.

Het tabernakel en Christusbeeld

De Leemskuil 

Buiten de kerk werd verhaald over het ontstaan van de naam Leemskuil van het gemeenschapshuis. In vroegere tijden werd er in de omgeving van Lozen leem gedolven. Die werd gebruikt voor vloeren in boerenschuren. Leem is een beetje veerkrachtig. Daardoor werden bij het dorsen met een vlegel de korrels van het graan niet stukgeslagen. 

In het midden van de 19de eeuw kwam er een verplichting tot ontginning van de woeste gronden. Daarvoor moest het moerassige gebied ontwaterd worden. Dat zou een probleem opleveren voor de Uffelse molen. Om dat te omzeilen werd een lossing aangelegd naar Maaseik. Een andere belangrijke ontwikkeling was de verharding van de weg naar Hamond met kasseien: de huidige Hamonder steenweg. 

Later kwam er werkgelegenheid in iets verder gelegen industrieën zoals de mijnen en de zinkfabriek in Budel. Het vervoer naar de mijnen geschiedde met bussen: de zogenaamde klakkenbussen; een verwijzing naar de klak (pet) die de mijnwerkers droegen.  

 

Het oude jaagpad 

Op het oude jaagpad van het kanaal, thans geasfalteerd en in gebruik als fietspad, werd meer verteld over de totstandkoming van de Zuid-Willemsvaart. Eeuwenlang is er gedroomd over een verbinding over water tussen de Rijn, de Maas en de Schelde.  

De Spanjaarden begonnen in 1626 met de onvoltooide aanleg van de Fossa Eugenia.  

In de Oostenrijkse tijd werd het idee geopend een kanaal aan te leggen tussen Tongeren en `Den Bosch. De reden was dat de Maas tussen Maastricht en Den Bosch nauwelijks bevaarbaar was. Napoleon wilde een vaarweg tussen Antwerpen en de Rijn aanleggen. Dat werk werd aangevangen maar niet voltooid. 

Koning Willem I van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, bijgenaamd de kanalenkoning, wilde een verbinding over het water tot stand brengen tussen Maastricht en den Bosch ten behoeve van de industrie in Luik en de Hollandse havens. Omdat Lozen het hoogste punt in dat traject vormde, werd er een voedingskanaal tussen Maastricht en Lozen gegraven. Van dat kanaal is nu nog een klein stuk te zien.  

Het besluit tot het graven van de Zuid-Willemsvaart werd in 1819 genomen, in 182nuen de werken en in 1826 werd het kanaal al geopend. De korte graaftijd werd mede mogelijk gemaakt dankzij oude studies. Het kanaal is 122 kilometer lang, waarvan 47 kilometer in België. In 1840 werd het kanaal al verbreed.

Zicht op het brede kanaal

In het zicht van de stop van Lozen 

Bij de zwaaikom met zicht op sluis 17 werden weetjes en anekdotes, die een verband hebben met het kanaal verteld 

Als het ten tijde van Napoleon geplande kanaal tot stand was gekomen, was het de bedoeling dat bij lozen één 25 beter hoog standbeeld van Napoleon geplaatst zou worden.  

Aan het graven van het kanaal tussen 1822 en 1826 hebben 7000 mannen, maar ook vrouwen gewerkt. Dat samenwerken leidde wel eens tot meer dan graven: namelijk zwangerschappen. De pastoor hield in een memoriaal het aantal onwettige kinderen bij. 

De opening van het kanaal op 24 augustus 1826, de verjaardag van koning Willem I, werd luisterrijk gevierd met veel bier: ongeveer 1,5 liter per persoon. De kosten daarvan waren voor rekening van de gemeente.  

In april 1914, voor de Eerste Wereldoorlog, voer de Nederlandse torpedoboot Christiaan Cornelis via België door de Zuid -Willemsvaart naar Maastricht. De boot bleef in Maastricht. Op 13 mei 1940 werd hij door de eigen bemanning tot zinken gebracht om te voorkomen dat hij in Duitse handen zou vallen. 

In de Tweede Wereldoorlog werden Nederlandse kunstschatten waaronder de Nachtwacht van Rembrandt via het kanaal naar Maastricht gebracht om veilig in grotten te worden ondergebracht. In 1948 werden de kunstschatten weer in omgekeerde richting via het kanaal naar Nederland teruggebracht. Een van de bezoeksters merkte op dat zij gezien had dat op de boot ook de gouden koets had gestaan. Uw verslaglegger heeft dat gecontroleerd maar het lijkt een wijd verbreid “broodje aap ”verhaal te zijn.

Zicht op sluis 17

Prisendoor 

De aanleg van het kanaal had ook impact op de natuurlijke omgeving. Lozen was een typisch Kempisch dorp omgeven door heide, akkerland en grasland in de beekdalen. Tot de Franse tijd waren er gemene gronden. Deze werden door de boeren gebruikt voor het houden van schapen en het steken van plaggen. De plaggen werden in de potstal gebruikt. De potstal werd pas leeggemaakt als het vee het plafond bereikte. Het mengsel van de mest van de dieren en de plaggen werd als meststof voor het akkerland gebruikt 

Door de aanleg van het kanaal ontstond de mogelijkheid om de heide te ontginnen door irrigatie via zogenaamde wateringen. Er werden vloeiweiden aangelegd voor hooi. De eerste snee van het gras was bestemd voor de kazerne van Leopoldsburg de tweede snee pas voor de boeren. Het doel was 200.000 hectare te ontginnen. Dat was irreëel. Daarvoor was er veel te weinig water in de Maas. Er is slechts 3000 hectare ontgonnen. De naam Prisendoor is een lokale verbastering van het Franse woord prise d`eau, waterinname.

Prisendoor

De ontginning van het moerassige land 

In 1847 werden gemeenten wettelijk verplicht tot ontginning van woeste gronden over te gaan. Omdat de gemeente Bocholt daarvoor geen geld had, verkocht ze 2700 hectare grond aan de maatschappij Banque Générale pour Favoriser l`Agriculture et les Travaux Publics, een onderneming met Engels kapitaal. De ontwatering wilde de maatschappij laten verlopen via Nederlands grondgebied. Omdat de Nederlanders weigerden de stuw van de Uffelse molen open te zetten, moest naar een andere oplossing gezocht worden. Dat werd een lossing naar de Maas bij Maaseik. In 1880 waren er grote overstromingen langs die lossing. Dat leidde tot het faillissement van de maatschappij. De gronden werden toen gekocht door baron Charles Moreau de Bellaing, de burgemeester van Rotem. Deze deed er niet veel mee. Begin 20ste eeuw werd in samenwerking tussen de Belgische boerenbond en de Nederlandse Heidemaatschappij de ontwatering goed aangepakt. Tussen 1925 in 1938 werden alle gronden verkocht aan plaatselijke boeren. Er kwam een verkaveling tot stand en er werden wegen aangelegd. 

 

Kamerverhuur 

Dit verhaal werd verteld voor een groot, wit, leegstaand pand met de naam Café Royal. Nieuwsgierig geworden door het opschrift “Café Kamerverhuur” op een raam, vroeg een bezoeker wat dat betekende. De gids vertelde dat er vroeger een slagerij in gevestigd was. Later werd het een café. Het was het stamcafé van de inmiddels ter ziele gegaan zijnde voetbalclub van Lozen. In Lozen was er niet alleen een rood licht bij de sluis maar ook in dit pand hadden rode lichten gebrand. De betekenis daarvan liet hij over aan de fantasie van de bezoekers.

Daarmee eindigde de interessante en goed georganiseerde rondleiding door Lozen. Veel bezoekers gingen daarna naar het gemeenschapshuis de Leemskuil voor de nazit.

De nazit in gemeenschapshuis de Leemskuil

Komende activiteiten  

De volgende edities van “Gluren bij de buren” 2026 zijn: 

  • op dinsdag 11 augustus Geldrop, een dorp dat naar de woorden van Peter sinds 1913 per spoor is verbonden met – in de woorden vanPeter- de metropool Weert; 
  • op 25 augustus Heppeneert, waar zich het graf van de bekende historicus pater Willem Sangers bevindt. 

Op vrijdag 21 augustus vindt er in het Parochiehuis van Bocholt een symposium plaats over de militaire aanwezigheid in verleden en heden in de grensstreek. 

 Op maandag 31 augustus is er een excursie naar Neuss, een partnerstad van Weert.  

Op zaterdag 12 september is er de jaarlijkse najaarsexcursie naar Lier bij Antwerpen.