Gluren bij de Buren in Heppeneert, 25 augustus 2026, een verslag in woord en beeld

Foto`s en tekst: Wil Filott

 

Na de verassend grote opkomst op 11 augustus 2025 in Geldrop hadden zo`n 200 liefhebbers van regionale cultuurhistorie op deze mooie avond de weg naar het Heppeneert gevonden. De deelnemers aan ”Gluren bij de Buren” werden ontvangen in de plaatselijke kerk. Het aantal zitplaatsen in de kerk was niet toereikend voor alle bezoekers. Dit grote aantal deelnemers is weer een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden trekt. Geschiedenis is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst.

Een volle kerk met deelnemers

Ontvangst in de kerk

Jos Henckens, voorzitter van de Pater Sangerskring, verontschuldigde zich voor het beperkte aantal zitplaatsen in de kerk. Heppeneert is maar een klein dorp met een dito kerk. Hij zei dat Gluren bij de Buren in Heppeneert de laatste bijeenkomst was van de 20ste jaargang van Gluren bij de Buren.

Peter Korten heette de bezoekers namens De Aldenborgh, de kring Weert van het LGOG en de GHK “Land van Thorn” welkom in Heppeneert. Hij memoreerde dat op 18 augustus 2015 al een Gluren bij de Buren in Heppeneert had plaatsgevonden. Voorde editie  Gluren bij de Buren 2027 waren er al aanmeldingen om die te mogen organiseren.

Hij bracht het ruimen van graven op het kerkhof onder de aandacht. Hij riep schepen Fransen van Maaseik op het funeraire erfgoed in stand te houden.

Hij dankte de gidsen, de pater Sangerskring en de kerkfabriek voor hun medewerking aan deze avond. De naamgever van de kring, pater Willem Sangers, is 40 jaar geleden begraven op het kerkhof van Heppeneert.

De bezoekers hadden kunnen zien dat er al flink gewerkt wordt aan een nieuwe brug over de Maas. Peter sprak de hoop uit dat ook de nieuwe brug de naam Sangersbrug zou krijgen en dat op die brug het symbool van de verbondenheid tussen de beide Limburgen, twee paar handen die een knoop aantrekken, weer een plaats zou krijgen.

Ine Fransen, schepen van cultuur van de stad Maaseik, heette namens het stadsbestuur de aanwezigen welkom. Zij wenste de organiserende verenigingen proficiat met Gluren bij de Buren, inmiddels een vaste waarde in het regionale cultuurhistorische landschap. Heppeneert is een eeuwenoud bedevaartsoord met daarenboven als kenmerken natuur en gastvrijheid. Zij bracht ook de stad Maaseik onder de aandacht met zijn mooie markt, de gebroeders van Eijck en het museum.

Jos Henckens dankte de initiatiefnemers van Gluren bij de Buren, Peter Korten en Thieu Wieërs, voor het fantastische intiatief, 20 jaar geleden, om Gluren bij de Buren te organiseren. Heemkundeverenigingen zijn vaak gefocust op de eigen plaats. Gluren bij de Buren is een uitstekende mogelijkheid om over gemeente- en landsgrenzen heen te kijken. Hij deed een oproep aan de besturen van heemkundeverenigingen om meer regionaal samen te werken. Hij hoopte dat Maaseik volgend jaar Gluren bij de Buren zou organiseren.

 

Enige historie

Jos Henckens zei dat Heppeneert voor het eerst in 1202 werd genoemd. Heppeneert behoorde tot Maaseik, dat in 1244 stadsrechten kreeg van de Graaf van Loon. Heppeneert had wel een eigen burgemeester en een eigen schutterij. In de loop der tijd vond er landaanwas plaats door verplaatsing van de rivierbedding van de Maas. Heppeneert ligt daardoor nu niet meer aan de Maas maar aan de uiterwaarden van die rivier. Die landaanwas is nog zichtbaari n een sloot op de plaats waar de oude Maas liep.

In 1567 werd Heppeneert een zelfstandige parochie, bediend door de Kruisheren.

In de 17de en 18de eeuw had Heppeneert veel te lijden van oorlogen.

In de tweede helft van de 18e eeuw zou een koster van de kerk een bokkenrijder zijn geweest die terecht werd gesteld.

Tijdens de Franse tijd werden kerkelijke goederen geconfisqueerd. In Heppeneert werden kerkelijke gewaden, kelken en ander kerkelijke goederen “geroofd” voordat confiscatie zou plaatsvinden. Nadat de toestand voor de kerk enigszins genormaliseerd was, kwamen de “geroofde” goederen weer tevoorschijn en kregen zij hun plaats terug in de kerk.

In 1842 werd Heppeneert weer een zelfstandige parochie.

 

De pastorie

De eerste statie van de groep, waarin uw verslaglegger was ingedeeld, was de pastorie. Het gebouw dateert uit het einde van de 19e eeuw. De reden voor die betrekkelijk late bouw is gelegen in het feit dat de kruisheren die de parochie bedienden, verplicht de nacht in het klooster in Maaseik moesten doorbrengen. Voor de pastorie staat een muurtje, gebouwd met Maaskeien en Maaszand, met daarop de tekst “Laad me met rust”. De “d” aan het einde van ”laad” is geen fout maar een bewuste keuze. Laad heeft hier de betekenis van inladen, vervullen. Bijzonder is dat de zitbank verwarmd is.

Tekst “Laad me met rust” op de bank

Aan de overzijde van de pastorie is in 1926 na een grote overstroming van de Maas een muur gebouwd als waterkering. In 2021 bleek de muur te laag te zijn. Hij werd opgehoogd met zandzakken; dat hielp. Heppeneert kreeg toch natte voeten. Niet door de Maas in het oosten maar door overstroming van de Zanderbeek aan de westzijde van het dorp.

De pastorie van Heppeneert

Sint Gertrudiskerk

De tweede statie was een bezoek aan de Sint Gertrudiskerk. Op het linker zijaltaar van de kerk staat een beeldje van Onze Lieve Vrouw van Rust. Het beeldje is een fragment van een retabel dat waarschijnlijk In Antwerpen is vervaardigd. Opvallend zijn de kunstige draperieën van de gewaden van Maria en Joannes. Het beeldje is in 1948 opnieuw gepolychromeerd.

Het verhaal wil dat het beeldje oorspronkelijk In de Maas bij Elen is aangedreven. In 1794 heeft pastoor Coopmans het beeldje verborgen voor de Fransen. In 1801 is het in Heppeneert terechtgekomen.

Beeldje O.L.V. van Rust

Het rechter zijaltaar is gewijd aan de patroonheilige van de kerk, Gertrudis van Nijvel, dochter van Pepijn van Landen en abdis van de abdij in Nijvel. Zij zou gastvrij geweest zijn voor pelgrims. Zij werd aanbeden tegen besmettelijke ziekten en tegen muizen en ratten.

Aan een muur op het koor bevinden zich beelden van 3 vrouwelijke maagden: Genoveva Bertilia en Eutropia.

De drie maagden

Op de binnenmuren van de kerk zijn veel votieftegels aangebracht. Een van die tegels, enigszins verborgen, is afkomstig van de familie van de Vlaamse schrijver Gerard Walschap, wiens boek “Houtekiet” jarenlang op de index van de katholieke kerk heeft gestaan. Het kan verkeren.

Votieftegels

Het kerkhof

De derde statie voerde naar het kerkhof. Eind 18de eeuw werd het verboden doden in of bij een kerk te begraven. De doden moesten buiten de omwalling begaven worden. Heppeneert had geen omwalling en kon de begraafplaats bij de kerk behouden. Deze was alleen bestemd voor mensen uit Heppeneert en Kruisheren en Ursulinen uit Maaseik. De Kruisheren en de Ursulinen werden overigens op een apart gedeelte van het kerkhof begraven.

In 2019 is er bij het kerkhof een strooiweide aangelegd waarop de as van gecremeerden, ook van buiten Heppeneert, uitgestrooid kan worden.

Een groep deelnemers op het kerkhof

De gids stond stil bij graven van twee personen. Het eerste was dat van pater Sangers, een groot voorvechter en propagandist van de grensoverschrijdende Limburgse cultuur en historie.

Grafkruis Willem Sangers, kruisheer

Het tweede graf was dat van Gerty Vanhoef, een parochiane van Heppeneert, die op 28 augustus 2018 in haar huis vermoord werd. Deze moord is tot op heden niet opgelost.

Grafsteen Gerty Vanhoef

Mariapark met kaartridder

De vierde statie was het Mariapark, gewijd aan de zeven smarten van Maria. Daar werd de legende van de kaartridder fantastisch verteld door een man, die met lof afgestudeerd leek te zijn van een gerenommeerde toneelschool. De legende luidt als volgt:

“Ridder Riddart bezat een groot kasteel, Borckhof. Hij was getrouwd met een mooie vrouw. Zijn vrouw stierf jong. De ridder was ontroostbaar. Hij verloor het geloof in God, die hem zijn vrouw op zo jonge leeftijd had ontnomen. Hij raakte verslaafd aan gokken, kaartspelen en liederlijke braspartijen. Hij verloor daarmee al zijn geld. De duivel kwam hem te hulp. Deze beloofde hem alles te geven wat hij nodig had in ruil voor zijn ziel.  Tijdens een groot feestmaal vertelde de ridder zijn vrienden dat de duivel op zijn ziel wachtte bij een bruggetje. Riddardt vertrok te paard naar het bruggetje. Ongemerkt voor de ridder reed de heilige Gertrudis achter hem mee. Toen de duivel haar opmerkte, verdween hij. Riddardt keerde terug naar zijn kasteel en leidde vanaf die gebeurtenis een sober en deugdzaam leven zonder kaarten, gokken en braspartijen. Het bruggetje heet sindsdien het Duvelsbrökske.

Standbeeld van de kaartridder

Gasthof

De vijfde statie was bij het Gasthof van Onze Lieve Vrouw van Rust. Na het vertrek van de Fransen nam de Mariadevotie toe, vooral in de tweede helft van de 19de eeuw. In 1854 werd door paus Pius IX het dogma van Maria onbevlekte ontvangenis afgekondigd. Dat wil zeggen dat Maria vrij is van de erfzonde.  In 1858 vond in Lourdes de verschijning plaats van Maria aan Bernadette Soubirous.

Vanaf 1883 wist pastoor Froyen van de kerk van Heppeneert, waar het beeldje van Onze Lieve Vrouw van Rust stond, een centrum van Mariaverering te maken. In 1886 bleef een kind van twee jaar van de familie Severijns-Jennen op wonderbaarlijke wijze ongedeerd onder een omgehakte boom. Dat werd aan Onze Lieve Vrouw van Rust toegeschreven want het kind had een medaille met haar beeltenis om. De pastoor buitte de gebeurtenis uit door daarover artikelen te schrijven voor een groot aantal kranten. Dat leidde tot een forse toename van pelgrims naar Heppeneert. Voor de huisvesting daarvan werd in 1895 het Gasthof van O.L. Vrouw van Rust gebouwd.

Gasthof van O.L. Vrouw van Rust

Na afloop van de rondleiding werden de twee horeca-etablissementen die het kleine Heppeneert rijk is, druk bezocht voor een gezellige nazit.

De namen achter de ramen van de St. Martinuskerk

Gebrandschilderde vensters St. Martinuskerk Weert

De stichtingen Martinus Monument en De Aldenborgh organiseren samen een boeiende middag met als thema ‘De namen achter de ramen van de St. Martinuskerk’.

De meeste glas-in-loodramen in de St. Martinuskerk dateren uit de periode 1907–1928. De gebroeders Jean en Piet den Rooijen uit Roermond vervaardigden maar liefst 27 ramen voor de kerk. Welgestelde Weerter families maakten deze ramen financieel mogelijk en lieten hun naam in het glas vereeuwigen. Maar wie waren zij? En welke verhalen gaan schuil achter deze bijzondere kerkvensters? Verschillende sprekers, onder wie John van Cauteren, Peet Mertens, Hariët Blaas, Alfons Bruekers en Peter Korten, nemen je mee in deze geschiedenis.

Praktische informatie

  • Datum en tijd: 15.00 – 17.00 uur op donderdag 27 augustus 2026
  • Locatie: Theatercafé van het Munttheater
  • Inloop: vanaf 14.30 uur
  • Na afloop: gelegenheid om onder het genot van een drankje na te praten.

Let op: Er is plaats voor maximaal 130 bezoekers. Vol = vol. Daarom adviseren we je tijdig aanwezig te zijn.

Tussen Heide en Garnizoen

Kazernes, oefenterreinen, kampen en vliegbases in de grensstreek

SYMPOSIUM – BOCHOLT (B),
VRIJDAG 21 AUGUSTUS 2026
aanvang: 14.00 uur
Parochiehuis Bocholt, Kerkplein 11, 3950 Bocholt
Parkeersuggestie: Kerkplein of parkeerplaats Mathijsplein Bocholt.
Entree gratis.

Alweer het vijfde symposium tijdens de Cultuurhistorische Zomer, ditmaal rond een bijzonder actueel thema. Door de huidige oor­logen en internationale spanningen worden kazernes opnieuw uit­gebreid en militaire oefenterreinen weer intensiever gebruikt. Daarmee groeit ook de belangstelling voor de historische rol van defensie in onze grensstreek.

Hoe heeft de militaire aanwezigheid het landschap, de samenleving en het da­gelijks leven in Limburg en Brabant ge­vormd? Tijdens het symposium Tussen Heide en Garnizoen nemen deskundigen Martin M. Bogaert, Bèr Geelen, Jac. Bie­mans en Robert Bomans het publiek mee door twee eeuwen militaire ge­schiedenis van de grensregio.

Van het imposante Kamp Beverlo-Leo­poldsburg, dat uitgroeide tot een van de belangrijkste militaire opleidingscentra van Europa, tot de ontwikkeling van Weert als garnizoensstad waar leger en bevolking generaties lang met elkaar verweven raakten. Ook de geschiedenis van de ka­zerne van Kaulille en de strategische betekenis van de Duitse le­gerplaats Budel komen aan bod.

Daarnaast is er aandacht voor de luchtmacht en de Koude Oorlog, met bijzondere focus op de NAVO-context van vliegbasis Kleine Brogel, een site die tot vandaag een belangrijke rol speelt binnen de Europese veiligheidsarchitectuur.

Het symposium brengt niet alleen militaire geschiedenis samen, maar ook erfgoed, landschap en herinneringscultuur. Hoe ver­anderden kazernes en oefenterreinen de heidegebieden? Welke sporen liet defensie na in steden en dorpen? En hoe gaan we vandaag om met dit bijzondere militaire erfgoed?

Tussen Heide en Garnizoen biedt een unieke blik op een regio waar heide, geschiedenis en defensie al twee eeuwen onlosma­kelijk met elkaar verbonden zijn.

HEPPENEERT-MAASEIK, GbdB dinsdag 25 Augustus 2026

Gluren bij de Buren … Heppeneert

Aanvang: 19.00 uur Sint Gertrudiskerk

Heppeneert 22 – 3680 Maaseik

Parkeersuggestie: ruime parkeergelegenheid rond de kerk.

Heppeneert is een langgerekt kerkdorp nabij Maaseik, gelegen op de Maasdijk langs de oever van de Oude Maas. De oudste vermelding van het dorp dateert uit 1202, toen het werd aange­duid als Heppenardt. Toch gaat de geschiedenis van deze streek veel verder terug: archeologische vondsten uit het neolithicum en de bronstijd tonen aan dat hier al duizenden jaren bewoning was.

Oorspronkelijk lag Heppeneert rechtstreeks aan de Maas, maar door de eeuwen heen verlegde de rivier haar loop geleidelijk meer oostwaarts. Tal van heerlijke rechten, zoals het veer- en visrecht, waren in handen van de abdij van Thorn. Die rechten zouden in de 10de eeuw geschonken zijn door graaf Ansfried.

 

Al vóór 1202 beschikte Heppeneert over een kerk, die onder de parochie van Neeroeteren ressorteerde. Het gebied viel bestuur­lijk gedeeltelijk onder de abdij van Thorn en gedeeltelijk onder het gezag van de graaf van Loon.

 

Onze-Lieve-Vrouw van Rust

Heppeneert groeide uit tot een geliefd bedevaartsoord dankzij de verering van het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Rust. Oor­spronkelijk werd dit Mariabeeld vereerd in de kapel van de Ka­pellerhof in Elen, de middeleeuwse Hof aen die Capelle. Volgens de overlevering spoelde het beeld daar eeuwen geleden aan tij­dens een overstroming van de Maas.

In 1706 kwamen de pachthoeve en de kapel in handen van de kruisheren van Maaseik, onder wier invloed de Mariadevotie sterk toenam. Tijdens de Franse periode bracht pastoor Coopmans uit Heppeneert het beeld in veiligheid. In 1801 kreeg het een plaats in de Sint-Gertrudiskerk van Heppeneert.

Hoewel de bedevaart naar Elen bleef bestaan, maakte pastoor Froyen in 1883 van Heppeneert het centrale bedevaartsoord voor de verering van Onze-Lieve-Vrouw van Rust. Tot op vandaag blijft deze traditie levendig aanwezig.

Wat de uitdrukking “In Heppeneert bakke ze de kook (pannekoek) aan eine kant” betekent, zult u deze avond wel horen. En wat heeft Max Verstappen, de legendarische “van de brug en pae­perkook” pater Sangers (1915-1987) met Heppeneert te maken? U hoort het allemaal tijdens de laatste Gluren bij de Buren van het seizoen.

Heppeneert

Gluren bij de buren in Lozen, 21 juli 2026

Foto’s en tekst: Wil Filot

Op de 21ste juli hadden zich zo`n 270 liefhebbers van regionale cultuurhistorie begeven naar Lozen voor de tweede “Gluren bij de buren” van de editie 2026 van de cultuurhistorische zomer.  

Deze dag was voor de Belgische deelnemers wel heel bijzonder. Niet alleen was het de nationale feestdag in België, maar Remco Evenepoel had ook de tijdrit in de Tour de France gewonnen. “Gluren bij de buren “ in Lozen voelde voor hen als de spreekwoordelijke kers op de taart.  

De deelnemers werden in de Sint Benedictuskerk ontvangen. Het aantal zitplaatsen in de kerk was niet toereikend voor het grote aantal bezoekers. Alle stoelen en banken, ook in de zijbeuken, waren bezet. Een aantal deelnemers moest zich tevredenstellen met een staanplaats achter in de kerk. Passend in deze omgeving werd ook kort het orgel bespeeld. Dit grote aantal deelnemers is een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden uit de wijde omgeving trekt. 

Een volle Benedictuskerk in Lozen

Peter Korten heette namens de Aldenborgh, de kring Weert van het koninklijk L.G.O.G en GHK Thorn de bezoekers welkom. Hij memoreerde dat Lozen 13 jaar geleden ook al “Gluren bij buren” had georganiseerd.  

Hij dankte de kerkfabriek van Lozen en de gemeente Bocholt voor hun medewerking.  

Hij deed een dappere, maar niet helemaal geslaagde poging om de achternaam van de pastoor uit te spreken. Voor de nieuwgierige lezer: de voornaam en achternaam van deze uit Rwanda afkomstige priester is: Gaspard Bijyiyobyenda. 

Peter bracht ook dank aan de organisatie en de begeleiding. De organisatie was in handen van de Heemkundekring Bocholt. De begeleiding van de groepen gebeurde door leden van de Landelijke Gilden.  

Hij kondigde een collecte aan voor een vrijwillige bijdrage ter dekking van de kosten en het onderhoud van de kerk. 

 

Wat betreft de nationale feestdag deelde hij mee dat op deze dag gevierd wordt dat op 21 juli 1831 de inhuldiging van Leopold I, de eerste koning der Belgen, plaatsvond. Ter gelegenheid van die feestdag had in Brussel een militaire parade plaatsgevonden, met in het zwerk straaljagers van de Belgische luchtmacht. Deze stonden 10 minuten later weer aan de grond in Kleine-Brogel. Een kwestie van heimwee of een bewuste daad van de piloten om tijdig in Lozen voor “Gluren bij de buren” te kunnen zijn? 

 

Marc Voets, schepen van Bocholt, vertelde over de geschiedenis van Lozen. Lozen heeft altijd deel uitgemaakt van Bocholt. Het was een gehucht met in 1846 een dertigtal huizen. Voor de aanleg van de Zuid-Willemsvaart, het kanaal, was het een moerassige streek. Een van de activiteiten van de bevolking was het delven van leem. Door de aanleg van het kanaal kwam er meer nering. Het gehucht ontwikkelde zich snel tot een dorp met winkels en herbergen. Die ontwikkeling werd sterk bevorderd door de zogenaamde stop van Lozen. Door de kleine sluizen in het kanaal was de wachttijd van schepen erg lang. De schippersfamilies deden dan inkopen in Lozen en de schippers verpoosden zich in een van de herbergen. 

Het kanaal zorgde ook voor een verbetering van de landbouwstructuur. Lozen ligt op een relatief hoog punt. Het kanaal wordt gevoed door Maaswater. Daarmee konden grote gebieden bevloeid worden voor hooilanden. De eerste snee was voor de militairen, de tweede snee voor de boeren als veevoer voor de winter. Het belang van het kanaal is in de loop der tijd sterk afgenomen. 

 

De Sint Benedictuskerk van Lozen  

De ontwikkeling van Lozen is tot stand gekomen rond sluis 17 van het kanaal. Tot 1890 moest de bevolking van Lozen naar de kerk in Bocholt. In 1887 werd besloten in Lozen een kerk te bouwen. De grond daarvoor werd geschonken door een rijke dame. De architect, Johan Kayser, liet zich bij het ontwerp inspireren door de Noord-Duitse baksteengothiek. De kerk werd gebouwd door aannemer Urlings uit Maasbracht. Zij werd ingewijd in 1890  

In 1931 werd in verband met de toegenomen bevolking de kerk uitgebreid met een nieuw koor en zijbeuken. Ook werd er een toren aan toegevoegd. Merkwaardigerwijs is er vanuit de kerk geen toegang tot de toren maar alleen van buiten. De bouwstijl van de nieuwbouw wijkt af van het oorspronkelijke deel. 

In de zijbeuken bevinden zich altaren met gepolychromeerde beelden van Sint Benediktus en Maria Het altaar is voorzien van een tabernakel en een Christusbeeld .in messing.

Het tabernakel en Christusbeeld

De Leemskuil 

Buiten de kerk werd verhaald over het ontstaan van de naam Leemskuil van het gemeenschapshuis. In vroegere tijden werd er in de omgeving van Lozen leem gedolven. Die werd gebruikt voor vloeren in boerenschuren. Leem is een beetje veerkrachtig. Daardoor werden bij het dorsen met een vlegel de korrels van het graan niet stukgeslagen. 

In het midden van de 19de eeuw kwam er een verplichting tot ontginning van de woeste gronden. Daarvoor moest het moerassige gebied ontwaterd worden. Dat zou een probleem opleveren voor de Uffelse molen. Om dat te omzeilen werd een lossing aangelegd naar Maaseik. Een andere belangrijke ontwikkeling was de verharding van de weg naar Hamond met kasseien: de huidige Hamonder steenweg. 

Later kwam er werkgelegenheid in iets verder gelegen industrieën zoals de mijnen en de zinkfabriek in Budel. Het vervoer naar de mijnen geschiedde met bussen: de zogenaamde klakkenbussen; een verwijzing naar de klak (pet) die de mijnwerkers droegen.  

 

Het oude jaagpad 

Op het oude jaagpad van het kanaal, thans geasfalteerd en in gebruik als fietspad, werd meer verteld over de totstandkoming van de Zuid-Willemsvaart. Eeuwenlang is er gedroomd over een verbinding over water tussen de Rijn, de Maas en de Schelde.  

De Spanjaarden begonnen in 1626 met de onvoltooide aanleg van de Fossa Eugenia.  

In de Oostenrijkse tijd werd het idee geopend een kanaal aan te leggen tussen Tongeren en `Den Bosch. De reden was dat de Maas tussen Maastricht en Den Bosch nauwelijks bevaarbaar was. Napoleon wilde een vaarweg tussen Antwerpen en de Rijn aanleggen. Dat werk werd aangevangen maar niet voltooid. 

Koning Willem I van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, bijgenaamd de kanalenkoning, wilde een verbinding over het water tot stand brengen tussen Maastricht en den Bosch ten behoeve van de industrie in Luik en de Hollandse havens. Omdat Lozen het hoogste punt in dat traject vormde, werd er een voedingskanaal tussen Maastricht en Lozen gegraven. Van dat kanaal is nu nog een klein stuk te zien.  

Het besluit tot het graven van de Zuid-Willemsvaart werd in 1819 genomen, in 182nuen de werken en in 1826 werd het kanaal al geopend. De korte graaftijd werd mede mogelijk gemaakt dankzij oude studies. Het kanaal is 122 kilometer lang, waarvan 47 kilometer in België. In 1840 werd het kanaal al verbreed.

Zicht op het brede kanaal

In het zicht van de stop van Lozen 

Bij de zwaaikom met zicht op sluis 17 werden weetjes en anekdotes, die een verband hebben met het kanaal verteld 

Als het ten tijde van Napoleon geplande kanaal tot stand was gekomen, was het de bedoeling dat bij lozen één 25 beter hoog standbeeld van Napoleon geplaatst zou worden.  

Aan het graven van het kanaal tussen 1822 en 1826 hebben 7000 mannen, maar ook vrouwen gewerkt. Dat samenwerken leidde wel eens tot meer dan graven: namelijk zwangerschappen. De pastoor hield in een memoriaal het aantal onwettige kinderen bij. 

De opening van het kanaal op 24 augustus 1826, de verjaardag van koning Willem I, werd luisterrijk gevierd met veel bier: ongeveer 1,5 liter per persoon. De kosten daarvan waren voor rekening van de gemeente.  

In april 1914, voor de Eerste Wereldoorlog, voer de Nederlandse torpedoboot Christiaan Cornelis via België door de Zuid -Willemsvaart naar Maastricht. De boot bleef in Maastricht. Op 13 mei 1940 werd hij door de eigen bemanning tot zinken gebracht om te voorkomen dat hij in Duitse handen zou vallen. 

In de Tweede Wereldoorlog werden Nederlandse kunstschatten waaronder de Nachtwacht van Rembrandt via het kanaal naar Maastricht gebracht om veilig in grotten te worden ondergebracht. In 1948 werden de kunstschatten weer in omgekeerde richting via het kanaal naar Nederland teruggebracht. Een van de bezoeksters merkte op dat zij gezien had dat op de boot ook de gouden koets had gestaan. Uw verslaglegger heeft dat gecontroleerd maar het lijkt een wijd verbreid “broodje aap ”verhaal te zijn.

Zicht op sluis 17

Prisendoor 

De aanleg van het kanaal had ook impact op de natuurlijke omgeving. Lozen was een typisch Kempisch dorp omgeven door heide, akkerland en grasland in de beekdalen. Tot de Franse tijd waren er gemene gronden. Deze werden door de boeren gebruikt voor het houden van schapen en het steken van plaggen. De plaggen werden in de potstal gebruikt. De potstal werd pas leeggemaakt als het vee het plafond bereikte. Het mengsel van de mest van de dieren en de plaggen werd als meststof voor het akkerland gebruikt 

Door de aanleg van het kanaal ontstond de mogelijkheid om de heide te ontginnen door irrigatie via zogenaamde wateringen. Er werden vloeiweiden aangelegd voor hooi. De eerste snee van het gras was bestemd voor de kazerne van Leopoldsburg de tweede snee pas voor de boeren. Het doel was 200.000 hectare te ontginnen. Dat was irreëel. Daarvoor was er veel te weinig water in de Maas. Er is slechts 3000 hectare ontgonnen. De naam Prisendoor is een lokale verbastering van het Franse woord prise d`eau, waterinname.

Prisendoor

De ontginning van het moerassige land 

In 1847 werden gemeenten wettelijk verplicht tot ontginning van woeste gronden over te gaan. Omdat de gemeente Bocholt daarvoor geen geld had, verkocht ze 2700 hectare grond aan de maatschappij Banque Générale pour Favoriser l`Agriculture et les Travaux Publics, een onderneming met Engels kapitaal. De ontwatering wilde de maatschappij laten verlopen via Nederlands grondgebied. Omdat de Nederlanders weigerden de stuw van de Uffelse molen open te zetten, moest naar een andere oplossing gezocht worden. Dat werd een lossing naar de Maas bij Maaseik. In 1880 waren er grote overstromingen langs die lossing. Dat leidde tot het faillissement van de maatschappij. De gronden werden toen gekocht door baron Charles Moreau de Bellaing, de burgemeester van Rotem. Deze deed er niet veel mee. Begin 20ste eeuw werd in samenwerking tussen de Belgische boerenbond en de Nederlandse Heidemaatschappij de ontwatering goed aangepakt. Tussen 1925 in 1938 werden alle gronden verkocht aan plaatselijke boeren. Er kwam een verkaveling tot stand en er werden wegen aangelegd. 

 

Kamerverhuur 

Dit verhaal werd verteld voor een groot, wit, leegstaand pand met de naam Café Royal. Nieuwsgierig geworden door het opschrift “Café Kamerverhuur” op een raam, vroeg een bezoeker wat dat betekende. De gids vertelde dat er vroeger een slagerij in gevestigd was. Later werd het een café. Het was het stamcafé van de inmiddels ter ziele gegaan zijnde voetbalclub van Lozen. In Lozen was er niet alleen een rood licht bij de sluis maar ook in dit pand hadden rode lichten gebrand. De betekenis daarvan liet hij over aan de fantasie van de bezoekers.

Daarmee eindigde de interessante en goed georganiseerde rondleiding door Lozen. Veel bezoekers gingen daarna naar het gemeenschapshuis de Leemskuil voor de nazit.

De nazit in gemeenschapshuis de Leemskuil

Komende activiteiten  

De volgende edities van “Gluren bij de buren” 2026 zijn: 

  • op dinsdag 11 augustus Geldrop, een dorp dat naar de woorden van Peter sinds 1913 per spoor is verbonden met – in de woorden vanPeter- de metropool Weert; 
  • op 25 augustus Heppeneert, waar zich het graf van de bekende historicus pater Willem Sangers bevindt. 

Op vrijdag 21 augustus vindt er in het Parochiehuis van Bocholt een symposium plaats over de militaire aanwezigheid in verleden en heden in de grensstreek. 

 Op maandag 31 augustus is er een excursie naar Neuss, een partnerstad van Weert.  

Op zaterdag 12 september is er de jaarlijkse najaarsexcursie naar Lier bij Antwerpen.

Verslag in woord en beeld – Gluren bij de buren in Valkenswaard – 26 augustus 2025

Foto`s en tekst: Wil Filott

Na “Gluren bij de buren” op 19 augustus 2025 in Budel-Dorplein hadden 186 liefhebbers van regionale cultuurhistorie op deze prachtige avond de weg naar het Brabantse Valkenswaard gevonden. De deelnemers aan deze laatste ”Gluren bij de buren”, editie 2025, werden ontvangen in de Sint Nicolaaskerk.

 

Deelnemers in de Sint Nicolaaskerk in Valkenswaard.
Sjef Tooten.

Namens de Valkenswaardse organisatie heette Sjef Tooten de bezoekers van harte welkom. Hij was blij dat Valkenswaard “Gluren bij de buren” voor de eerste keer mocht organiseren. Hij dankte pastoor van der Sluis voor de toestemming de kerk te mogen gebruiken voor de ontvangst van de deelnemers. Hij bracht ook dank aan Heemkundekring Weerderheem Valkenswaard en de rondleiders van de VVV. Er stonden 4 plaatsen op het programma; de oude begraafplaats, de kleine markt, de markt en de Sint Nicolaaskerk. Hij bracht naar voren dat Valkenswaard twee keer per jaar de bevrijding van de Tweede Wereldoorlog viert: een keer op 5 mei en een keer op 17 september, de dag waarop in 1944 Valkenswaard werd bevrijd.

 

Egbert Buiter van “Valkenswaard marketing” omschreef Valkenswaard als een plaats voor levensgenieters en voor cultuursnuivers. Ook natuurliefhebbers komen aan hun trekken in de heide en het bos dat Valkenswaard omgeeft. Hij deelde enige wetenswaardigheden over Valkenswaard mee. Valkenswaard heeft twee prachtige musea die herinneren aan het verleden van de plaats: het valkerij- en sigarenmakersmuseum en het steendrukmuseum. Valkenswaard stond bekend vanwege de valkerij. Deze vorm van jacht met roofvogels is inmiddels tot immaterieel erfgoed verklaard. Op 21 september aanstaande vindt er in Valkenswaard het jaarlijkse bloemencorso plaats dat steevast meer dan 100.000 bezoekers trekt.

 

Peter Korten.

Peter Korten bracht namens De Aldenborgh en GHK “Land van Thorn” dank aan de pastoor van de kerk, de heemkundekring van Valkenswaard en de plaatselijke VVV. “Gluren bij de buren” in Valkenswaard vormde de afsluiting van de geslaagde cultuurhistorische zomer 2025. Uiteraard moest er, zoals gebruikelijk, in zijn toespraak ook een relatie met Weert gelegd worden. Die werd gevonden in de plaatsnamen. Valkenswaard heette vroeger Weerd. Om verwarring met Weert te voorkomen werd de naam veranderd in Verckensweerd. Peter deelde nog mee dat de volgende activiteit een dagexcursie op 20 september aanstaande naar Sint-Truiden is. Er zijn nog plaatsen beschikbaar. Klik hier voor meer informatie.

De deelnemers werden ingedeeld in 4 groepen. Uw verslaglegger werd ingedeeld in groep 1. Hierna geeft hij zijn persoonlijke impressie van “Gluren bij de buren” in Valkenswaard in deze groep.

Groep 1.

De oude begraafplaats

Grafsteen Karel Mollen en zijn echtgenote.

Wil Coolen vertelde dat hij gids was van de VVV maar ook bestuurslid van de stichting “Op den Rösheuvel”, die zich bekommert om de oude graven op de begraafplaats. De oude begraafplaats was oorspronkelijk onderverdeeld in 4 begraafplaatsen, twee voor katholieken een voor protestanten en een algemene. In 1970 werd in Valkenswaard een nieuwe begraafplaats aangelegd. De bedoeling was de oude begraafplaats op te ruimen. Dat is gelukkig niet gebeurd. Sinds 2012 wordt er weer begraven. De begraafplaats bestaat nu uit twee delen; een met oude en monumentale grafmonumenten en een met nieuwe graven. De vormgeving van nieuwe grafmonumenten is in beginsel vrij.

Er zijn wel grafmonumenten geruimd. Maar het ruimen is beperkt gebleven tot de bovengrond. De lichamen zijn niet verwijderd. Die liggen nog steeds onder het gras. Je loopt er dus letterlijk over lijken. Op de begraafplaatsstond van ongeveer 1500 tot 1860 een kerk. Priesters werden begraven in de kerk en de elite dicht bij de kerk. Voor veel oude graven zijn eeuwigdurende grafrechten bedongen. Op de begraafplaats bevindt zich het graf van de laatste valkenier, Karel Mollen. Ook is de as van de voetbaltrainer Rinus Michels en zijn echtgenote bijgezet in het graf van zijn schoonouders.

Herinneringsplaat Rinus Michels en zijn echtgenote.

Uw verslaglegger vond de begraafplaats ook mooi vanwege de prachtige bomen en struiken, die de begraafplaats een bijzondere uitstraling geven. Een nieuwsgierig eekhoorntje kwam vanachter een boom gluren naar het grote aantal indringers in zijn anders zo rustige domein.

 

De kleine markt

Jan Michiels bracht op de kleine markt twee dingen onder de aandacht van de bezoekers: het protestantse kerkje en de gebouwen rondom de kleine markt.

Verliefd stelletje op de kleine markt in Valkenswaard.

Valkenswaard was van ongeveer 1650 tot eind 18e eeuw generaliteitsgebied. De kerk op de oude begraafplaats werd overgedragen aan de protestanten. In het Koninkrijk Holland wees Lodewijk Napoleon de kerk toe aan die religie die in een plaats de meeste aanhangers. Dat waren in Valkenswaard de katholieken. De protestanten verloren daarmee hun kerk. In 1810 werd voor hen het protestantse kerkje gebouwd. Dit kerkje heeft wel een katholieke allure door zijn neogotische bouwstijl. In 1970 is het kerkje voor een symbolisch bedrag gekocht door de gemeente Valkenswaard Het dient nu onder meer als trouwlocatie. Voor het kerkje staat een standbeeld van een verliefd stelletje. Hebben zij de trouwlocatie al in gedachte?

Een aantal gebouwen rond de kleine markt is gebouwd in opdracht van rijke “sigarenboeren”. In 1860 begon Frans van Best In Valkenswaard een sigarenfabriek. Dat bleek een lucratieve zaak te zijn. Er kwamen meer grote sigarenfabrieken maar ook tientallen kleine “fabriekjes. De rijke fabrikanten bouwden villa`s rondom de kleine markt zoals de Villa Antoinette.

 

Voor die tijd, van 1600 tot 1800, vormde de valkerij een belangrijke bron van inkomsten. Valken werden gevangen op de heide in de buurt van Valkenswaard en tam gemaakt. Ze werden dan verkocht aan rijke, adellijke lieden die ze gebruikten voor de jacht. Door de Franse revolutie kwam een einde aan deze handel onder meer doordat de adel privileges zoals het jachtrecht verloor.

Jan Michiels wees ook naar het oorlogsmonument in het parkje. Een standbeeld van een vrouw, een symbool voor vrouwen die in oorlogstijd de zaak draaiende moesten houden.

 

De markt

Christ van de Besselaar stond op de markt In de Valkenswaard. Hij vertelde dat op die markt vroeger varkens werden verhandeld. De prijs die daar tot stand kwam gold voor de wijde omgeving. Hij vertelde ook dat de naam Verckensweerd in de hoogtijdagen van de valkerij werd vervangen door Valkenswaard. Dat werd chiquer geacht dan de verwijzing in de naam naar varkens. De weg die nu over de markt loopt was de eerste verharde weg in Nederland. Hij liep van Luik naar Den Bosch. Het wegdeel Lommel-Stratum is in 1830 aangelegd. Op de markt stond café de Posthoorn waar de paarden gewisseld werden.

De huidige Sint Nicolaaskerk is gebouwd rond 1925 met als architect Jan Stuyt. De toren van de kerk is om de toren van de oude kerk heen gebouwd. Op de plaats waar nu Bureau Aard is gevestigd, werd het eerste gebouw met twee verdiepingen in Valkenswaard gebouwd. De markt was jarenlang in heel Nederland bekend vanwege het café van Jo d`n Urste. Het huis met de valk in top was vroeger hotel De Valk.

 

In de Sint Nicolaaskerk

Sint Nicolaaskerk in Valkenswaard.

Frans Brom sprak in de Sint Nicolaaskerk over de geschiedenis van deze kerk. Helaas sprak hij erg zacht zodat uw verslaggever een deel van zijn verhaal is ontgaan.

De kerk is een rijksmonument. De kerk, van architect Jan Stuyt, is medio jaren twintig van de vorige eeuw gebouwd ter vervanging van een kerk die vanaf 1860 op deze plaats stond maar te klein was geworden. Een deel van de glas-in-loodramen van Joep Nicolas in de oude kerk is in de nieuwe kerk herplaatst. De slotzusters Franciscanessen die een klooster achter de kerk hadden, konden de kerk bezoeken via een aparte deur.

De organisatoren mogen trots zijn op de goede voorbereiding en uitvoering van deze voor hen eerste “Gluren bij de buren”. De gidsen van de VVV hebben op een voortreffelijke manier enkele aspecten van Valkenswaard belicht.

Veel dank aan de organisatoren en de vrijwilligers zonder wier medewerking een dergelijk evenement niet georganiseerd kan worden.

Verslag in woord en beeld van Gluren bij de buren in Dorplein op 19 augustus 2025

Foto`s en tekst: Wil Filott

Meer dan 400 liefhebbers van regionale cultuurhistorie hadden op deze zonnige en nagenoeg windstille avond de weg naar het Brabantse Budel-Dorplein gevonden. De deelnemers aan ”Gluren bij de buren” werden ontvangen in de plaatselijke kerk. Het aantal zitplaatsen in de kerk was net toereikend voor het aantal bezoekers. Dit aantal deelnemers is weer een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden trekt. Geschiedenis is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst.

 

Ontvangst in de kerk van Budel-Dorplein.
Toon van Cranenbroek.

Toon van Cranenbroek, secretaris van de erfgoedvereniging ‘Baronie van Cranendonck’ heette de bezoekers in de kerk welkom. Hij dankte de eigenaresse van de kerk voor het beschikbaar stellen van het gebouw en de cicerones en de vrijwilligers voor het mogelijk maken van deze “Gluren bij de buren” in het prachtige fabrieksdorp Dorplein. Hij wenste de deelnemers een plezierige en interessante avond toe.

Peter Korten.

Peter Korten heette de bezoekers welkom namens De Aldenborgh en de GHK “Land van Thorn”. Het ontstaan van de cicerones van Dorplein lag in “Gluren bij de buren” van 2011 in Dorplein. Dat was toen ook een succes met zo`n 200 deelnemers. De oorsprong van de benaming cicerone in Dorplein voor gidsen lag –

hoe kan het ook anders – in Weert. Rond 1900 kregen leerlingen van het Bisschoppelijk College van Weert een rondleiding in Dorplein. Na afloop sprak een leerling in keurig Frans een dankwoord uit waarin hij de gidsen als “cicerones” als betitelde. Dat woord is oorspronkelijk afkomstig uit het Italiaans. Het is afgeleid van de Romeinse wijsgeer en redenaar Cicero.

Cicerone Dorplein.
Roland van Kessel, burgemeester Cranendonck.

Roland van Kessel sprak zijn waardering uit voor de organisatie van deze ”Gluren bij de buren”: De Baronie van Cranendonck, de Aldenborgh en de cicerones van Dorplein. De cicerones brengen volgens hem de stenen tot leven. Hij was trots op de gemeenschap van Dorplein. Hij wenste de bezoekers toe te genieten van een uniek stukje erfgoed. De burgemeester van Cranendonck in 2011 was Meinema, nu een Limburger, Roland van Kessel, geboren en getogen in Kessel.

 

Toon van Cranenbroek vertelde in de kerk over enige wetenswaardigheden over Dorplein. De Franstalige Belgen Emile en Lucien Dor wilden eind 19de eeuw een zinkfabriek oprichten. In België was daar verzet tegen vanwege milieuproblemen. Ze zochten verder in Nederland. Hun oog viel op een gebied rond Weert. Daar was goedkope grond en goedkope arbeid beschikbaar en, wat misschien nog belangrijker was, goede verbindingen via het water en het spoor voor de aanvoer van grondstoffen. Als vestigingsplaats viel Weert af vanwege verzet van de pastoor en de burgemeester, die zedelijke ondergang van de plaatselijke bevolking vreesden door de komst van vreemd volk.

 

De gemeente Budel reageerde wel positief. De gebroeders Dor kochten 628 hectare grond in een uithoek van die gemeente. De zinkfabriek werd opgericht door de Societé Anonyme des Zincs de la Campine (Kempensche Zinkmaatschappij). De werkzaamheden voor de bouw van een fabriek werden snel opgepakt. In 1893 was de fabriek al klaar. Er kwamen 130 werknemers uit Wallonië, die kennis en ervaring meebrachten. Die moesten ook gehuisvest worden. Er werden huizen gebouwd in Waalse stijl. Het hele gebied was eigendom van de gebroeders Dor. De toegangswegen tot het gebied waren afgesloten met slagbomen. De straten en de nutsvoorzieningen waren eigendom van de fabriek.  Deze zijn verkocht aan de gemeente Budel voor twee gulden. De woningen zijn later ook verkocht. Dorplein had een eigen veldwachter en een eigen rector, beide betaald door de fabriek

De gemeente Budel had als voorwaarde voor de vergunning voor de zinkfabriek gesteld dat de zinkfabriek moest zorgen voor de geestelijke verzorging van de werknemers. Eerst was er een gebedsruimte in de fabriek. Later kwam een kapel in de Cantine. In 1907 waren er al plannen voor een echte kerk. Door de Eerste Wereldoorlog, de crisisperiode en de Tweede Wereldoorlog is daar tot 1951 niets van terecht gekomen. In 1951 werd de eerste steen gelegd voor een echte kerk, betaald door de zinkfabriek. Het is een bakstenen neo-romaanse kerk geworden die in 1952 in gebruik is genomen. Vanwege het afnemend kerkbezoek is de kerk in 2014 aan de eredienst onttrokken. Thans is de kerk in particuliere handen.

De kerk heeft twee achtkantige torens met in iedere toren een klok. Deze klokken dragen de namen Emile en Lucien, vernoemd naar de gebroeders Dor.

Voormalige Rooms-katholieke kerk H. Jozef te Dorplein.

Voor de rondleiding werden deelnemers in acht groepen verdeeld. Uw verslaggever werd ingedeeld in groep zes. Hierna geeft hij zijn persoonlijke impressie van “Gluren bij de buren” in Dorplein in deze groep.

 

Groep 6
De witte villa.

Franca Soers stond stil bij de witte villa van Emile Dor. Emile Dor heeft niet alleen de fabriek ontworpen maar het hele dorp: le projet de Dorplein.  De witte villa was voor die tijd heel modern. Er was elektriciteit, stromend water en centrale verwarming via de spouwmuren.  Het hele pand is onderkelderd. Vanuit de voordeur is er een rechte zichtlijn op de deur van de kerk.

 

Leo Smits verhaalde over het interneringskamp dat in de Eerste Wereldoorlog in Dorplein werd gebouwd voor gevluchte Belgische militairen. In het begin van die oorlog vluchtten bijna 1 miljoen Belgen naar Nederland. De militairen onder hen werden ondergebracht in aparte kampen. Het kamp in Dorplein bestond uit houten barakken met naast woonruimten een ziekenzaal, een recreatieruimte, een keuken en een eetzaal. De militairen die in Dorplein werden ondergebracht waren Waalse soldaten die Frans spraken. Het interneringskamp heeft tot in de jaren 20 van de vorige eeuw gefunctioneerd omdat er militairen waren die niet naar België wilden of durfden terugkeren. In de zestiger jaren is het kamp gesloopt.

 

Woningen in de Rector van Nestestraat.

Philomène Timmermans vertelde in de rector van Nestestraat over de bijzondere woningen in die straat en de naamgever van de straat. De oorspronkelijke woningen bestaan uit 10 dubbele woonblokken gebouwd in Waalse stijl. Een tweetal woningen is tot rijksmonument verklaard. Pater van Neste is in 1898 door Dor naar Dorplein gehaald. Hij was tweetalig. Hij sprak Frans en Nederlands. Hij was geliefd in Dorplein. Hij is in 1908 overleden aan een bloedvergiftiging. Omdat er in Dorplein nog geen begraafplaats was, is hij in Budel begraven.

 

 

Lenie Feijen zei dat Emile Dor het hele stratenplan van Dorplein heeft ontworpen.  Van de 11 door hem gedachte straten zijn er slechts 3 gerealiseerd. Bijzonder zijn de dos-à dos (rug-aan-rug) woningen, gebouwen met 4 woningen, in split level met 6 verdiepingen met ruime voor- en zijtuinen. Deze woningen zijn gebouwd naar voorbeelden in Mulhouse. De woningen waren ruim en voor die tijd modern, voorzien van elektriciteit en stromend water. In de jaren 70 zijn alle huizen verkocht. In 2006 zijn de tuinen gesaneerd vanwege vervuiling met cadmium. In de woningen zijn ook kleine winkeltjes geweest. Bijzonder is de huisnummering in Dorplein. De nummers beginnen bij de zinkfabriek en zonder onderscheid in even en oneven kanten van de straat. Uniek In Nederland.

 

Prisonneke.

Ron de Man stond voor een uniek gebouwtje in Nederland. Ook dit gebouw is in opdracht van Dor opgericht. Het is een stevig gebouw gemaakt van Waalse rode baksteen en voorzien van steunberen om het zware dak te dragen. Het was bestemd voor tijdelijke bewoning. De naam van het gebouw is “Prison”, het Franse woord voor gevangenis. In Dorplein spreekt men van het prisonneke. In Dorplein was Frans oorspronkelijk de voertaal. Er was ook een gard (bewaker) met een chien (hond). In het prisonneke kwamen vechtersbazen en dronkaards terecht. Ook zou er eens een dame van lichte zeden, die gezorgd had dat vrijgezellen in Dorplein aan hun gerief kwamen, zijn ondergebracht. Nadat het in verval was geraakt, is het vanaf 2012 in oude glorie hersteld en in 2014 heropend, niet als gevangenis maar als getuigenis van het bijzondere verleden van Dorplein.

Gebroeders Looijmans.

In de laan staat een bordje dat verhaalt van de moord door SS`ers op zes verzetsstrijders, waaronder de gebroeders Looijmans.

Hoewel een bezoek aan dit monument niet in het programma was opgenomen, vindt uw verslaglegger een vermelding hiervan en een afbeelding van hun portretten op zijn plaats, al is het maar uit respect voor deze zes mannen.

Op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, liet een aantal verzetsmensen een trein ontsporen bij de Zinkfabriek te Dorplein. De SS ging op zoek naar de daders en vond er vier bij het Ringelsven, mogelijk door verraad. De vier werden ter plekke geëxecuteerd. Later werden de broers Looymans, die ook in het verzet zaten, gearresteerd en op gruwelijke wijze vermoord bij de plek waar de trein ontspoord was. Voor deze verzetsstrijders is achter de kerk een monument opgericht.

Het monument voor de zes vermoorde verzetsstrijders van Dorplein.

Voor de katholieke broers Leo en Martin Looymans is bij het monument een kruis opgericht. De andere vier waren geen katholieken maar “andersdenkenden”.

Portretten van de vermoorde verzetsstrijders op het monumen.

Piet Stolman stond stil bij de oprichting en het gebruik van hôtel Saint-Joseph. Dit kloosterachtige gebouw is tussen 1896 en 1898 gebouwd om onderdak te bieden aan vrijgezellen die in de zinkfabriek werkten. De architect was Anton Neeskens uit Weert. Het gebouw had allerlei voorzieningen: een ontspanningszaal, kinderopvang, centrale verwarming, een bakkerij, onderwijslokalen en een winkel. Het gebouw werd al snel de Cantine genoemd naar een belangrijk onderdeel ervan, de eetzaal.

 

De Cantine.

Ook was er het onderkomen voor de zusters, die het complex beheerden en de zorg hadden voor de bewoners. De eerste zusters kwamen uit Frankrijk en behoorden tot de orde van Carolus Borromeus uit Nancy. In 1932 werden ze afgelost door de Dochters der Liefde van de Heilige Vincentius à Paulo uit Nuth, vanwege hun grote kappen vliegende nonnen genoemd.

De Cantine speelde ook een rol in het muzikale leven in Dorplein.  In 1899 was er in de Cantine al een concert door een koor uit Neer na afloop van de sacramentsprocessie. In 1900 werd de fanfare, later harmonie, “Les echos de Dorplein” opgericht. In 1927 draaide er de eerste stomme film, begeleid door pianomuziek. De ontspanningszaal had een geweldige akoestiek. Johnny Hoes nam er grammofoonplaten op.

Stolman vertelde met enige jaloezie dat zijn broer in een achtergrondkoor zong bij platenopnames. Hij werd dan thuis met een limousine opgehaald door Johnny Hoes.  De zangbijdrage van zijn broer was overigens beperkt.  Zo hoefde hij bij de opname van een lied van Ria Valk alleen maar mee te zingen bij “Janus, pak me nog een keer”. De bewoners van het gebouw wisselden in de loop der jaren. In de Eerste Wereldoorlog vonden Belgische vluchtelingen er een onderkomen, in 1953 slachtoffers van de watersnoodramp en later Spaanse gastarbeiders. Nu worden er Poolse arbeidsmigranten gehuisvest.

 

Villa Maurice Dor.

Naast de kantine ligt de villa van Maurice Dor, een neef van Emile en Lucien Dor en onderdirecteur van de zinkfabriek. De villa is in chaletstijl opgetrokken. De dienstmeisjes van Maurice Dor moesten Frans kunnen spreken. Vanwege zijn zwijgzame aard werd Maurice Dor in de volksmond Willem de Zwijger genoemd.

Later hebben de zusters van de Cantine in de villa gewoond.  De villa is een tijd eigendom geweest van de familie van Lier uit Aarle-Rixtel. Sinds 2021 is het gebouw eigendom van een jong stel dat de villa in volle glorie wil herstellen.

 

 

 

 

De rondleiding eindigde bij het invallen van de duisternis bij de kerk. De organisatoren mogen trots  zijn op de goede voorbereiding en uitvoering van het programma. De cicerones hebben op een voortreffelijke manier enkele aspecten van dit interessante fabrieksdorp, dat terecht als beschermd dorpsgezicht is aangewezen, belicht. Zij hebben niet alleen de stenen tot leven gebracht maar ook verdwenen objecten en overleden personen. De talrijke bezoekers hebben kunnen genieten van bijzondere gebouwen en interessante verhalen over dit unieke dorp.

Veel dank aan de vrijwilligers zonder wier medewerking een dergelijk evenement niet georganiseerd kan worden.

Na de rondleiding spoedden velen zich voor de nazit naar gemeenschapshuis “De Schakel”. Na de warme avond lieten velen zich een koude drank voor een zacht prijsje goed smaken.

Een onbeantwoorde vraag van uw verslaglegger is of een deelnemer de nacht in het prisonneke heeft moeten doorbrengen.

Gluren bij de Buren … in Valkenswaard – 26 augustus 2025

Luister naar de verhalen uit de lokale geschiedenis van Valkenswaard en laat je verrassen door de monumentale gebouwen.

Het oude Valkenswaardse kerkgebouw, van vóór 1500, stond met een kerkhof op de huidige Oude Begraafplaats aan de Kerkhofstraat. De kerk is  vanaf 1859 gesloopt. De contouren van de kerk heeft men voor bezoekers visueel gemaakt en het kerkhof wordt nog altijd gebruikt. De vervangende nieuwe kerk ligt aan het meer centraal gelegen Marktplein. Waar het sindsdien het beeld van Valkenswaard heeft bepaald. Architect Weber (1820-1908) realiseerde de nieuwe kerk (1858-1860) die in 1927 alweer wordt afgebroken. Met uitzondering van de toren. Op diezelfde plek verschijnt in 1927 de huidige Heilige Nicolaaskerk van de hand van architect J. Stuyt (1868-1937).

Weerderhuys in Valkenswaard.

Zowel de kerk als de Oude Begraafplaats ijn de moeite van het bezoek waard. Op de begraafplaats beleeft men de lokale geschiedenis. Oude en nieuwe graven van parochianen, grafmonumenten, graven van pastores en van plaatselijke industriëlen. Men vindt er ook de grafsteen, binnen een ijzeren hek, van de Engelsman Richard Hamond, die de overgang van valkerij naar sigarenindustrie markeerde. Maar ook het graf van voetbaltrainer Rinus Michels, bondscoach van Oranje dat in 1988 Europees kampioen werd. De speciale verwijzing naar oorlogslachtoffers maakt deze keurig onderhouden begraafplaats tot een waardige gedenkplek. Behalve een uiting van religiositeit door kerkdiensten, kunstzinnige ramen en voorwerpen, beelden en schilderingen presenteert de Nicolaaskerk ook de Valkenswaardse geschiedenis (gilden), tradities (Handelse Processie) en het verenigingsleven.

Het bezoek aan de kerk en begraafplaats krijgt een nadere cultuurhistorische invulling met twee andere presentaties: bezoek en uiteenzetting over het Marktplein én een uiteenzetting over begin-Leenderweg met het Weerderhuys. De huidige uitvoering uit 1890 van dit voormalige protestantse kerkje is naar ontwerp van Pierre Cuypers (1827-1921). Deze twee cultuurhistorische invullingen hebben met nadruk een hoog valkerij- en sigarenmakerijgehalte.

 

Praktische informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Valkenswaard
Datum: dinsdag 26 augustus 2025
Tijd: 19.00 uur, inloop vanaf 18.30 uur
Locatie:  Heilige Nicolaaskerk aan de Markt 53, 5554 CA Valkenswaard
Kosten: gratis
Parkeren: Kloosterplein, Molenstraat, Carillonplein en Torenstraat

 

Mini-symposium De lokroep van de grote stille heide : industrie voor de vooruitgang en welstand!? – 21 augustus 2025

In dit mini-symposium gaan we terug naar de oprichting en de beginjaren van de ‘vuile’ industrie. Een actueel onderwerp, gezien de discussie over de ereschuld van de eigenaren van grote ondernemingen, zoals Coolblue, Holland Amerika Lijn en BNP Parisbas Fortis (artikel in De Limburger, 26 juli 2026).

 

Industrie 19e eeuw.Aan het eind van de 19de eeuw ontdekten industriëlen onze grote stille heide. Tegelijkertijd werden onze voorouders geconfronteerd met de industriële revolutie, die grote veranderingen bracht voor zowel de mensen als de natuur. De toenmalige pastoor van Kaulille noemde de arbeiders die zijn parochie kwamen bevolken ‘de duvels oet de Fabriekstraot’.

Sprekers tijdens het mini-symposium zijn:

  • Bruno Indekeu vertelt over de investeerders en industriëlen die deze industrieën opzetten en zal hun familiebanden belichten.
  • Jos Vangerven gaat in op de buskruitfabriek Cooppal, die in 1881 in Kaulille werd gesticht.
  • Jac. Biemans behandelt de zinkfabriek en de fabrieksdorp, die in 1892 werd gebouw door de familie Dor.
  • Friedo Steensels geeft uitleg over de Arsenicumfabriek, die in 1895 zich vestigde in Reppel (België).

Praktische Informatie

Wat: Mini-symposium De lokroep van de Grote Stille Heide :
Industrie voor de vooruitgang en welstand!?
Datum: donderdagmiddag 21 augustus 2025
Tijd: 14.00 uur
Locatie:  Parochiehuis, Kerkplein 11 3950 Bocholt
Kosten: gratis
Parkeren: Kerkplein of parkeerplaats Matthijsplein Bocholt

 

Gluren bij de buren … in Budel-Dorplein – 19 augustus 2025

Dit jaar bezoeken we ook Budel-Dorplein tijdens de Cultuurhistorische Zomer 2025. Na de ontvangst en een korte toelichting op het programma in de Heilige Jozefkerk vertellen lokale cicerones over de geschiedenis van het dorp en over de bijzondere gebouwen en objecten tijdens de wandeling.

Vlak na de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht in 2011 waren we hier eerder te gast met Gluren bij de Buren. Het oude deel van dit dorp, gelegen in een uithoek van de provincie Noord-Brabant, grenzend aan Limburg en België, is nog steeds een bezienswaardigheid en steeds meer toeristen brengen een bezoek aan dit unieke fabrieksdorp.

Gevangenis in Budel-Dorplein.

De fabrieksnederzetting Budel-Dorplein werd in 1892 ontworpen en gebouwd in opdracht van de Belgische broeders Dor. Er verrees uit het niets een voor Nederlandse begrippen unieke fabrieksnederzetting. Geheel planmatig onderworpn met diverse types woningen. De woningen waren bestemd voor de huisvesting van de arbeiders van de nabijgelegen zinkfabriek. Het oude fabrieksdorp telt ca. 80 woningen, een pension/hotel, fabrikantenvilla en zelfs een kleine gevangenis. De stijl en architectuur van de gebouwen is sterk geïnspireerd op architectuur die voorkomt in de Belgisch-Waalse Borinage. Dorplein is een van de weinige fabrieksdorpen in Nederland die nog voor een groot deel de oorspronkelijke stijlkenmerken bezit.

Niet alleen Dorplein, maar ook ver daarbuiten is men zich langzamerhand bewust geworden van de unieke cultuurhistorische waarde van deze nederzetting. het verhaal van een vrij jong dorp en inmiddels gekend als uniek erfgoed.

 

Praktische informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Budel-Dorplein
Datum dinsdag 19 augustus 2025
Tijd: 19.00 uur
Locatie:  Sint Jozefkerk, Hoofdstraat 201, 6024 AB Budel-Dorplein
Kosten: gratis
Parkeren: vrij parkeren, direct naast en achter de kerk