Verslag in woord en beeld – Gluren bij de buren in Valkenswaard – 26 augustus 2025

Foto`s en tekst: Wil Filott

Na “Gluren bij de buren” op 19 augustus 2025 in Budel-Dorplein hadden 186 liefhebbers van regionale cultuurhistorie op deze prachtige avond de weg naar het Brabantse Valkenswaard gevonden. De deelnemers aan deze laatste ”Gluren bij de buren”, editie 2025, werden ontvangen in de Sint Nicolaaskerk.

 

Deelnemers in de Sint Nicolaaskerk in Valkenswaard.
Sjef Tooten.

Namens de Valkenswaardse organisatie heette Sjef Tooten de bezoekers van harte welkom. Hij was blij dat Valkenswaard “Gluren bij de buren” voor de eerste keer mocht organiseren. Hij dankte pastoor van der Sluis voor de toestemming de kerk te mogen gebruiken voor de ontvangst van de deelnemers. Hij bracht ook dank aan Heemkundekring Weerderheem Valkenswaard en de rondleiders van de VVV. Er stonden 4 plaatsen op het programma; de oude begraafplaats, de kleine markt, de markt en de Sint Nicolaaskerk. Hij bracht naar voren dat Valkenswaard twee keer per jaar de bevrijding van de Tweede Wereldoorlog viert: een keer op 5 mei en een keer op 17 september, de dag waarop in 1944 Valkenswaard werd bevrijd.

 

Egbert Buiter van “Valkenswaard marketing” omschreef Valkenswaard als een plaats voor levensgenieters en voor cultuursnuivers. Ook natuurliefhebbers komen aan hun trekken in de heide en het bos dat Valkenswaard omgeeft. Hij deelde enige wetenswaardigheden over Valkenswaard mee. Valkenswaard heeft twee prachtige musea die herinneren aan het verleden van de plaats: het valkerij- en sigarenmakersmuseum en het steendrukmuseum. Valkenswaard stond bekend vanwege de valkerij. Deze vorm van jacht met roofvogels is inmiddels tot immaterieel erfgoed verklaard. Op 21 september aanstaande vindt er in Valkenswaard het jaarlijkse bloemencorso plaats dat steevast meer dan 100.000 bezoekers trekt.

 

Peter Korten.

Peter Korten bracht namens De Aldenborgh en GHK “Land van Thorn” dank aan de pastoor van de kerk, de heemkundekring van Valkenswaard en de plaatselijke VVV. “Gluren bij de buren” in Valkenswaard vormde de afsluiting van de geslaagde cultuurhistorische zomer 2025. Uiteraard moest er, zoals gebruikelijk, in zijn toespraak ook een relatie met Weert gelegd worden. Die werd gevonden in de plaatsnamen. Valkenswaard heette vroeger Weerd. Om verwarring met Weert te voorkomen werd de naam veranderd in Verckensweerd. Peter deelde nog mee dat de volgende activiteit een dagexcursie op 20 september aanstaande naar Sint-Truiden is. Er zijn nog plaatsen beschikbaar. Klik hier voor meer informatie.

De deelnemers werden ingedeeld in 4 groepen. Uw verslaglegger werd ingedeeld in groep 1. Hierna geeft hij zijn persoonlijke impressie van “Gluren bij de buren” in Valkenswaard in deze groep.

Groep 1.

De oude begraafplaats

Grafsteen Karel Mollen en zijn echtgenote.

Wil Coolen vertelde dat hij gids was van de VVV maar ook bestuurslid van de stichting “Op den Rösheuvel”, die zich bekommert om de oude graven op de begraafplaats. De oude begraafplaats was oorspronkelijk onderverdeeld in 4 begraafplaatsen, twee voor katholieken een voor protestanten en een algemene. In 1970 werd in Valkenswaard een nieuwe begraafplaats aangelegd. De bedoeling was de oude begraafplaats op te ruimen. Dat is gelukkig niet gebeurd. Sinds 2012 wordt er weer begraven. De begraafplaats bestaat nu uit twee delen; een met oude en monumentale grafmonumenten en een met nieuwe graven. De vormgeving van nieuwe grafmonumenten is in beginsel vrij.

Er zijn wel grafmonumenten geruimd. Maar het ruimen is beperkt gebleven tot de bovengrond. De lichamen zijn niet verwijderd. Die liggen nog steeds onder het gras. Je loopt er dus letterlijk over lijken. Op de begraafplaatsstond van ongeveer 1500 tot 1860 een kerk. Priesters werden begraven in de kerk en de elite dicht bij de kerk. Voor veel oude graven zijn eeuwigdurende grafrechten bedongen. Op de begraafplaats bevindt zich het graf van de laatste valkenier, Karel Mollen. Ook is de as van de voetbaltrainer Rinus Michels en zijn echtgenote bijgezet in het graf van zijn schoonouders.

Herinneringsplaat Rinus Michels en zijn echtgenote.

Uw verslaglegger vond de begraafplaats ook mooi vanwege de prachtige bomen en struiken, die de begraafplaats een bijzondere uitstraling geven. Een nieuwsgierig eekhoorntje kwam vanachter een boom gluren naar het grote aantal indringers in zijn anders zo rustige domein.

 

De kleine markt

Jan Michiels bracht op de kleine markt twee dingen onder de aandacht van de bezoekers: het protestantse kerkje en de gebouwen rondom de kleine markt.

Verliefd stelletje op de kleine markt in Valkenswaard.

Valkenswaard was van ongeveer 1650 tot eind 18e eeuw generaliteitsgebied. De kerk op de oude begraafplaats werd overgedragen aan de protestanten. In het Koninkrijk Holland wees Lodewijk Napoleon de kerk toe aan die religie die in een plaats de meeste aanhangers. Dat waren in Valkenswaard de katholieken. De protestanten verloren daarmee hun kerk. In 1810 werd voor hen het protestantse kerkje gebouwd. Dit kerkje heeft wel een katholieke allure door zijn neogotische bouwstijl. In 1970 is het kerkje voor een symbolisch bedrag gekocht door de gemeente Valkenswaard Het dient nu onder meer als trouwlocatie. Voor het kerkje staat een standbeeld van een verliefd stelletje. Hebben zij de trouwlocatie al in gedachte?

Een aantal gebouwen rond de kleine markt is gebouwd in opdracht van rijke “sigarenboeren”. In 1860 begon Frans van Best In Valkenswaard een sigarenfabriek. Dat bleek een lucratieve zaak te zijn. Er kwamen meer grote sigarenfabrieken maar ook tientallen kleine “fabriekjes. De rijke fabrikanten bouwden villa`s rondom de kleine markt zoals de Villa Antoinette.

 

Voor die tijd, van 1600 tot 1800, vormde de valkerij een belangrijke bron van inkomsten. Valken werden gevangen op de heide in de buurt van Valkenswaard en tam gemaakt. Ze werden dan verkocht aan rijke, adellijke lieden die ze gebruikten voor de jacht. Door de Franse revolutie kwam een einde aan deze handel onder meer doordat de adel privileges zoals het jachtrecht verloor.

Jan Michiels wees ook naar het oorlogsmonument in het parkje. Een standbeeld van een vrouw, een symbool voor vrouwen die in oorlogstijd de zaak draaiende moesten houden.

 

De markt

Christ van de Besselaar stond op de markt In de Valkenswaard. Hij vertelde dat op die markt vroeger varkens werden verhandeld. De prijs die daar tot stand kwam gold voor de wijde omgeving. Hij vertelde ook dat de naam Verckensweerd in de hoogtijdagen van de valkerij werd vervangen door Valkenswaard. Dat werd chiquer geacht dan de verwijzing in de naam naar varkens. De weg die nu over de markt loopt was de eerste verharde weg in Nederland. Hij liep van Luik naar Den Bosch. Het wegdeel Lommel-Stratum is in 1830 aangelegd. Op de markt stond café de Posthoorn waar de paarden gewisseld werden.

De huidige Sint Nicolaaskerk is gebouwd rond 1925 met als architect Jan Stuyt. De toren van de kerk is om de toren van de oude kerk heen gebouwd. Op de plaats waar nu Bureau Aard is gevestigd, werd het eerste gebouw met twee verdiepingen in Valkenswaard gebouwd. De markt was jarenlang in heel Nederland bekend vanwege het café van Jo d`n Urste. Het huis met de valk in top was vroeger hotel De Valk.

 

In de Sint Nicolaaskerk

Sint Nicolaaskerk in Valkenswaard.

Frans Brom sprak in de Sint Nicolaaskerk over de geschiedenis van deze kerk. Helaas sprak hij erg zacht zodat uw verslaggever een deel van zijn verhaal is ontgaan.

De kerk is een rijksmonument. De kerk, van architect Jan Stuyt, is medio jaren twintig van de vorige eeuw gebouwd ter vervanging van een kerk die vanaf 1860 op deze plaats stond maar te klein was geworden. Een deel van de glas-in-loodramen van Joep Nicolas in de oude kerk is in de nieuwe kerk herplaatst. De slotzusters Franciscanessen die een klooster achter de kerk hadden, konden de kerk bezoeken via een aparte deur.

De organisatoren mogen trots zijn op de goede voorbereiding en uitvoering van deze voor hen eerste “Gluren bij de buren”. De gidsen van de VVV hebben op een voortreffelijke manier enkele aspecten van Valkenswaard belicht.

Veel dank aan de organisatoren en de vrijwilligers zonder wier medewerking een dergelijk evenement niet georganiseerd kan worden.

Verslag in woord en beeld van Gluren bij de buren in Dorplein op 19 augustus 2025

Foto`s en tekst: Wil Filott

Meer dan 400 liefhebbers van regionale cultuurhistorie hadden op deze zonnige en nagenoeg windstille avond de weg naar het Brabantse Budel-Dorplein gevonden. De deelnemers aan ”Gluren bij de buren” werden ontvangen in de plaatselijke kerk. Het aantal zitplaatsen in de kerk was net toereikend voor het aantal bezoekers. Dit aantal deelnemers is weer een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden trekt. Geschiedenis is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst.

 

Ontvangst in de kerk van Budel-Dorplein.
Toon van Cranenbroek.

Toon van Cranenbroek, secretaris van de erfgoedvereniging ‘Baronie van Cranendonck’ heette de bezoekers in de kerk welkom. Hij dankte de eigenaresse van de kerk voor het beschikbaar stellen van het gebouw en de cicerones en de vrijwilligers voor het mogelijk maken van deze “Gluren bij de buren” in het prachtige fabrieksdorp Dorplein. Hij wenste de deelnemers een plezierige en interessante avond toe.

Peter Korten.

Peter Korten heette de bezoekers welkom namens De Aldenborgh en de GHK “Land van Thorn”. Het ontstaan van de cicerones van Dorplein lag in “Gluren bij de buren” van 2011 in Dorplein. Dat was toen ook een succes met zo`n 200 deelnemers. De oorsprong van de benaming cicerone in Dorplein voor gidsen lag –

hoe kan het ook anders – in Weert. Rond 1900 kregen leerlingen van het Bisschoppelijk College van Weert een rondleiding in Dorplein. Na afloop sprak een leerling in keurig Frans een dankwoord uit waarin hij de gidsen als “cicerones” als betitelde. Dat woord is oorspronkelijk afkomstig uit het Italiaans. Het is afgeleid van de Romeinse wijsgeer en redenaar Cicero.

Cicerone Dorplein.
Roland van Kessel, burgemeester Cranendonck.

Roland van Kessel sprak zijn waardering uit voor de organisatie van deze ”Gluren bij de buren”: De Baronie van Cranendonck, de Aldenborgh en de cicerones van Dorplein. De cicerones brengen volgens hem de stenen tot leven. Hij was trots op de gemeenschap van Dorplein. Hij wenste de bezoekers toe te genieten van een uniek stukje erfgoed. De burgemeester van Cranendonck in 2011 was Meinema, nu een Limburger, Roland van Kessel, geboren en getogen in Kessel.

 

Toon van Cranenbroek vertelde in de kerk over enige wetenswaardigheden over Dorplein. De Franstalige Belgen Emile en Lucien Dor wilden eind 19de eeuw een zinkfabriek oprichten. In België was daar verzet tegen vanwege milieuproblemen. Ze zochten verder in Nederland. Hun oog viel op een gebied rond Weert. Daar was goedkope grond en goedkope arbeid beschikbaar en, wat misschien nog belangrijker was, goede verbindingen via het water en het spoor voor de aanvoer van grondstoffen. Als vestigingsplaats viel Weert af vanwege verzet van de pastoor en de burgemeester, die zedelijke ondergang van de plaatselijke bevolking vreesden door de komst van vreemd volk.

 

De gemeente Budel reageerde wel positief. De gebroeders Dor kochten 628 hectare grond in een uithoek van die gemeente. De zinkfabriek werd opgericht door de Societé Anonyme des Zincs de la Campine (Kempensche Zinkmaatschappij). De werkzaamheden voor de bouw van een fabriek werden snel opgepakt. In 1893 was de fabriek al klaar. Er kwamen 130 werknemers uit Wallonië, die kennis en ervaring meebrachten. Die moesten ook gehuisvest worden. Er werden huizen gebouwd in Waalse stijl. Het hele gebied was eigendom van de gebroeders Dor. De toegangswegen tot het gebied waren afgesloten met slagbomen. De straten en de nutsvoorzieningen waren eigendom van de fabriek.  Deze zijn verkocht aan de gemeente Budel voor twee gulden. De woningen zijn later ook verkocht. Dorplein had een eigen veldwachter en een eigen rector, beide betaald door de fabriek

De gemeente Budel had als voorwaarde voor de vergunning voor de zinkfabriek gesteld dat de zinkfabriek moest zorgen voor de geestelijke verzorging van de werknemers. Eerst was er een gebedsruimte in de fabriek. Later kwam een kapel in de Cantine. In 1907 waren er al plannen voor een echte kerk. Door de Eerste Wereldoorlog, de crisisperiode en de Tweede Wereldoorlog is daar tot 1951 niets van terecht gekomen. In 1951 werd de eerste steen gelegd voor een echte kerk, betaald door de zinkfabriek. Het is een bakstenen neo-romaanse kerk geworden die in 1952 in gebruik is genomen. Vanwege het afnemend kerkbezoek is de kerk in 2014 aan de eredienst onttrokken. Thans is de kerk in particuliere handen.

De kerk heeft twee achtkantige torens met in iedere toren een klok. Deze klokken dragen de namen Emile en Lucien, vernoemd naar de gebroeders Dor.

Voormalige Rooms-katholieke kerk H. Jozef te Dorplein.

Voor de rondleiding werden deelnemers in acht groepen verdeeld. Uw verslaggever werd ingedeeld in groep zes. Hierna geeft hij zijn persoonlijke impressie van “Gluren bij de buren” in Dorplein in deze groep.

 

Groep 6
De witte villa.

Franca Soers stond stil bij de witte villa van Emile Dor. Emile Dor heeft niet alleen de fabriek ontworpen maar het hele dorp: le projet de Dorplein.  De witte villa was voor die tijd heel modern. Er was elektriciteit, stromend water en centrale verwarming via de spouwmuren.  Het hele pand is onderkelderd. Vanuit de voordeur is er een rechte zichtlijn op de deur van de kerk.

 

Leo Smits verhaalde over het interneringskamp dat in de Eerste Wereldoorlog in Dorplein werd gebouwd voor gevluchte Belgische militairen. In het begin van die oorlog vluchtten bijna 1 miljoen Belgen naar Nederland. De militairen onder hen werden ondergebracht in aparte kampen. Het kamp in Dorplein bestond uit houten barakken met naast woonruimten een ziekenzaal, een recreatieruimte, een keuken en een eetzaal. De militairen die in Dorplein werden ondergebracht waren Waalse soldaten die Frans spraken. Het interneringskamp heeft tot in de jaren 20 van de vorige eeuw gefunctioneerd omdat er militairen waren die niet naar België wilden of durfden terugkeren. In de zestiger jaren is het kamp gesloopt.

 

Woningen in de Rector van Nestestraat.

Philomène Timmermans vertelde in de rector van Nestestraat over de bijzondere woningen in die straat en de naamgever van de straat. De oorspronkelijke woningen bestaan uit 10 dubbele woonblokken gebouwd in Waalse stijl. Een tweetal woningen is tot rijksmonument verklaard. Pater van Neste is in 1898 door Dor naar Dorplein gehaald. Hij was tweetalig. Hij sprak Frans en Nederlands. Hij was geliefd in Dorplein. Hij is in 1908 overleden aan een bloedvergiftiging. Omdat er in Dorplein nog geen begraafplaats was, is hij in Budel begraven.

 

 

Lenie Feijen zei dat Emile Dor het hele stratenplan van Dorplein heeft ontworpen.  Van de 11 door hem gedachte straten zijn er slechts 3 gerealiseerd. Bijzonder zijn de dos-à dos (rug-aan-rug) woningen, gebouwen met 4 woningen, in split level met 6 verdiepingen met ruime voor- en zijtuinen. Deze woningen zijn gebouwd naar voorbeelden in Mulhouse. De woningen waren ruim en voor die tijd modern, voorzien van elektriciteit en stromend water. In de jaren 70 zijn alle huizen verkocht. In 2006 zijn de tuinen gesaneerd vanwege vervuiling met cadmium. In de woningen zijn ook kleine winkeltjes geweest. Bijzonder is de huisnummering in Dorplein. De nummers beginnen bij de zinkfabriek en zonder onderscheid in even en oneven kanten van de straat. Uniek In Nederland.

 

Prisonneke.

Ron de Man stond voor een uniek gebouwtje in Nederland. Ook dit gebouw is in opdracht van Dor opgericht. Het is een stevig gebouw gemaakt van Waalse rode baksteen en voorzien van steunberen om het zware dak te dragen. Het was bestemd voor tijdelijke bewoning. De naam van het gebouw is “Prison”, het Franse woord voor gevangenis. In Dorplein spreekt men van het prisonneke. In Dorplein was Frans oorspronkelijk de voertaal. Er was ook een gard (bewaker) met een chien (hond). In het prisonneke kwamen vechtersbazen en dronkaards terecht. Ook zou er eens een dame van lichte zeden, die gezorgd had dat vrijgezellen in Dorplein aan hun gerief kwamen, zijn ondergebracht. Nadat het in verval was geraakt, is het vanaf 2012 in oude glorie hersteld en in 2014 heropend, niet als gevangenis maar als getuigenis van het bijzondere verleden van Dorplein.

Gebroeders Looijmans.

In de laan staat een bordje dat verhaalt van de moord door SS`ers op zes verzetsstrijders, waaronder de gebroeders Looijmans.

Hoewel een bezoek aan dit monument niet in het programma was opgenomen, vindt uw verslaglegger een vermelding hiervan en een afbeelding van hun portretten op zijn plaats, al is het maar uit respect voor deze zes mannen.

Op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, liet een aantal verzetsmensen een trein ontsporen bij de Zinkfabriek te Dorplein. De SS ging op zoek naar de daders en vond er vier bij het Ringelsven, mogelijk door verraad. De vier werden ter plekke geëxecuteerd. Later werden de broers Looymans, die ook in het verzet zaten, gearresteerd en op gruwelijke wijze vermoord bij de plek waar de trein ontspoord was. Voor deze verzetsstrijders is achter de kerk een monument opgericht.

Het monument voor de zes vermoorde verzetsstrijders van Dorplein.

Voor de katholieke broers Leo en Martin Looymans is bij het monument een kruis opgericht. De andere vier waren geen katholieken maar “andersdenkenden”.

Portretten van de vermoorde verzetsstrijders op het monumen.

Piet Stolman stond stil bij de oprichting en het gebruik van hôtel Saint-Joseph. Dit kloosterachtige gebouw is tussen 1896 en 1898 gebouwd om onderdak te bieden aan vrijgezellen die in de zinkfabriek werkten. De architect was Anton Neeskens uit Weert. Het gebouw had allerlei voorzieningen: een ontspanningszaal, kinderopvang, centrale verwarming, een bakkerij, onderwijslokalen en een winkel. Het gebouw werd al snel de Cantine genoemd naar een belangrijk onderdeel ervan, de eetzaal.

 

De Cantine.

Ook was er het onderkomen voor de zusters, die het complex beheerden en de zorg hadden voor de bewoners. De eerste zusters kwamen uit Frankrijk en behoorden tot de orde van Carolus Borromeus uit Nancy. In 1932 werden ze afgelost door de Dochters der Liefde van de Heilige Vincentius à Paulo uit Nuth, vanwege hun grote kappen vliegende nonnen genoemd.

De Cantine speelde ook een rol in het muzikale leven in Dorplein.  In 1899 was er in de Cantine al een concert door een koor uit Neer na afloop van de sacramentsprocessie. In 1900 werd de fanfare, later harmonie, “Les echos de Dorplein” opgericht. In 1927 draaide er de eerste stomme film, begeleid door pianomuziek. De ontspanningszaal had een geweldige akoestiek. Johnny Hoes nam er grammofoonplaten op.

Stolman vertelde met enige jaloezie dat zijn broer in een achtergrondkoor zong bij platenopnames. Hij werd dan thuis met een limousine opgehaald door Johnny Hoes.  De zangbijdrage van zijn broer was overigens beperkt.  Zo hoefde hij bij de opname van een lied van Ria Valk alleen maar mee te zingen bij “Janus, pak me nog een keer”. De bewoners van het gebouw wisselden in de loop der jaren. In de Eerste Wereldoorlog vonden Belgische vluchtelingen er een onderkomen, in 1953 slachtoffers van de watersnoodramp en later Spaanse gastarbeiders. Nu worden er Poolse arbeidsmigranten gehuisvest.

 

Villa Maurice Dor.

Naast de kantine ligt de villa van Maurice Dor, een neef van Emile en Lucien Dor en onderdirecteur van de zinkfabriek. De villa is in chaletstijl opgetrokken. De dienstmeisjes van Maurice Dor moesten Frans kunnen spreken. Vanwege zijn zwijgzame aard werd Maurice Dor in de volksmond Willem de Zwijger genoemd.

Later hebben de zusters van de Cantine in de villa gewoond.  De villa is een tijd eigendom geweest van de familie van Lier uit Aarle-Rixtel. Sinds 2021 is het gebouw eigendom van een jong stel dat de villa in volle glorie wil herstellen.

 

 

 

 

De rondleiding eindigde bij het invallen van de duisternis bij de kerk. De organisatoren mogen trots  zijn op de goede voorbereiding en uitvoering van het programma. De cicerones hebben op een voortreffelijke manier enkele aspecten van dit interessante fabrieksdorp, dat terecht als beschermd dorpsgezicht is aangewezen, belicht. Zij hebben niet alleen de stenen tot leven gebracht maar ook verdwenen objecten en overleden personen. De talrijke bezoekers hebben kunnen genieten van bijzondere gebouwen en interessante verhalen over dit unieke dorp.

Veel dank aan de vrijwilligers zonder wier medewerking een dergelijk evenement niet georganiseerd kan worden.

Na de rondleiding spoedden velen zich voor de nazit naar gemeenschapshuis “De Schakel”. Na de warme avond lieten velen zich een koude drank voor een zacht prijsje goed smaken.

Een onbeantwoorde vraag van uw verslaglegger is of een deelnemer de nacht in het prisonneke heeft moeten doorbrengen.

Gluren bij de Buren … in Valkenswaard – 26 augustus 2025

Luister naar de verhalen uit de lokale geschiedenis van Valkenswaard en laat je verrassen door de monumentale gebouwen.

Het oude Valkenswaardse kerkgebouw, van vóór 1500, stond met een kerkhof op de huidige Oude Begraafplaats aan de Kerkhofstraat. De kerk is  vanaf 1859 gesloopt. De contouren van de kerk heeft men voor bezoekers visueel gemaakt en het kerkhof wordt nog altijd gebruikt. De vervangende nieuwe kerk ligt aan het meer centraal gelegen Marktplein. Waar het sindsdien het beeld van Valkenswaard heeft bepaald. Architect Weber (1820-1908) realiseerde de nieuwe kerk (1858-1860) die in 1927 alweer wordt afgebroken. Met uitzondering van de toren. Op diezelfde plek verschijnt in 1927 de huidige Heilige Nicolaaskerk van de hand van architect J. Stuyt (1868-1937).

Weerderhuys in Valkenswaard.

Zowel de kerk als de Oude Begraafplaats ijn de moeite van het bezoek waard. Op de begraafplaats beleeft men de lokale geschiedenis. Oude en nieuwe graven van parochianen, grafmonumenten, graven van pastores en van plaatselijke industriëlen. Men vindt er ook de grafsteen, binnen een ijzeren hek, van de Engelsman Richard Hamond, die de overgang van valkerij naar sigarenindustrie markeerde. Maar ook het graf van voetbaltrainer Rinus Michels, bondscoach van Oranje dat in 1988 Europees kampioen werd. De speciale verwijzing naar oorlogslachtoffers maakt deze keurig onderhouden begraafplaats tot een waardige gedenkplek. Behalve een uiting van religiositeit door kerkdiensten, kunstzinnige ramen en voorwerpen, beelden en schilderingen presenteert de Nicolaaskerk ook de Valkenswaardse geschiedenis (gilden), tradities (Handelse Processie) en het verenigingsleven.

Het bezoek aan de kerk en begraafplaats krijgt een nadere cultuurhistorische invulling met twee andere presentaties: bezoek en uiteenzetting over het Marktplein én een uiteenzetting over begin-Leenderweg met het Weerderhuys. De huidige uitvoering uit 1890 van dit voormalige protestantse kerkje is naar ontwerp van Pierre Cuypers (1827-1921). Deze twee cultuurhistorische invullingen hebben met nadruk een hoog valkerij- en sigarenmakerijgehalte.

 

Praktische informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Valkenswaard
Datum: dinsdag 26 augustus 2025
Tijd: 19.00 uur, inloop vanaf 18.30 uur
Locatie:  Heilige Nicolaaskerk aan de Markt 53, 5554 CA Valkenswaard
Kosten: gratis
Parkeren: Kloosterplein, Molenstraat, Carillonplein en Torenstraat

 

Mini-symposium De lokroep van de grote stille heide : industrie voor de vooruitgang en welstand!? – 21 augustus 2025

In dit mini-symposium gaan we terug naar de oprichting en de beginjaren van de ‘vuile’ industrie. Een actueel onderwerp, gezien de discussie over de ereschuld van de eigenaren van grote ondernemingen, zoals Coolblue, Holland Amerika Lijn en BNP Parisbas Fortis (artikel in De Limburger, 26 juli 2026).

 

Industrie 19e eeuw.Aan het eind van de 19de eeuw ontdekten industriëlen onze grote stille heide. Tegelijkertijd werden onze voorouders geconfronteerd met de industriële revolutie, die grote veranderingen bracht voor zowel de mensen als de natuur. De toenmalige pastoor van Kaulille noemde de arbeiders die zijn parochie kwamen bevolken ‘de duvels oet de Fabriekstraot’.

Sprekers tijdens het mini-symposium zijn:

  • Bruno Indekeu vertelt over de investeerders en industriëlen die deze industrieën opzetten en zal hun familiebanden belichten.
  • Jos Vangerven gaat in op de buskruitfabriek Cooppal, die in 1881 in Kaulille werd gesticht.
  • Jac. Biemans behandelt de zinkfabriek en de fabrieksdorp, die in 1892 werd gebouw door de familie Dor.
  • Friedo Steensels geeft uitleg over de Arsenicumfabriek, die in 1895 zich vestigde in Reppel (België).

Praktische Informatie

Wat: Mini-symposium De lokroep van de Grote Stille Heide :
Industrie voor de vooruitgang en welstand!?
Datum: donderdagmiddag 21 augustus 2025
Tijd: 14.00 uur
Locatie:  Parochiehuis, Kerkplein 11 3950 Bocholt
Kosten: gratis
Parkeren: Kerkplein of parkeerplaats Matthijsplein Bocholt

 

Gluren bij de buren … in Budel-Dorplein – 19 augustus 2025

Dit jaar bezoeken we ook Budel-Dorplein tijdens de Cultuurhistorische Zomer 2025. Na de ontvangst en een korte toelichting op het programma in de Heilige Jozefkerk vertellen lokale cicerones over de geschiedenis van het dorp en over de bijzondere gebouwen en objecten tijdens de wandeling.

Vlak na de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht in 2011 waren we hier eerder te gast met Gluren bij de Buren. Het oude deel van dit dorp, gelegen in een uithoek van de provincie Noord-Brabant, grenzend aan Limburg en België, is nog steeds een bezienswaardigheid en steeds meer toeristen brengen een bezoek aan dit unieke fabrieksdorp.

Gevangenis in Budel-Dorplein.

De fabrieksnederzetting Budel-Dorplein werd in 1892 ontworpen en gebouwd in opdracht van de Belgische broeders Dor. Er verrees uit het niets een voor Nederlandse begrippen unieke fabrieksnederzetting. Geheel planmatig onderworpn met diverse types woningen. De woningen waren bestemd voor de huisvesting van de arbeiders van de nabijgelegen zinkfabriek. Het oude fabrieksdorp telt ca. 80 woningen, een pension/hotel, fabrikantenvilla en zelfs een kleine gevangenis. De stijl en architectuur van de gebouwen is sterk geïnspireerd op architectuur die voorkomt in de Belgisch-Waalse Borinage. Dorplein is een van de weinige fabrieksdorpen in Nederland die nog voor een groot deel de oorspronkelijke stijlkenmerken bezit.

Niet alleen Dorplein, maar ook ver daarbuiten is men zich langzamerhand bewust geworden van de unieke cultuurhistorische waarde van deze nederzetting. het verhaal van een vrij jong dorp en inmiddels gekend als uniek erfgoed.

 

Praktische informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Budel-Dorplein
Datum dinsdag 19 augustus 2025
Tijd: 19.00 uur
Locatie:  Sint Jozefkerk, Hoofdstraat 201, 6024 AB Budel-Dorplein
Kosten: gratis
Parkeren: vrij parkeren, direct naast en achter de kerk

 

Verslag in woord en beeld van Gluren bij de buren in Thorn – 5 augustus 2025

Foto`s: Jack Duijf, tekst: Wil Filott

Op 5 augustus 2025 hadden zich meer dan 400 (!) liefhebbers van regionale cultuurhistorie begeven naar Thorn. Waar veelal de deelnemers aan ”Gluren bij de buren” ontvangen worden in de plaatselijke kerk, was dat in Thorn in het mooie openluchttheater, met uitzicht op de toren van de abdijkerk. Het aantal zitplaatsen in het theater was te klein voor het grote aantal bezoekers. Dit aantal deelnemers is een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden trekt. Geschiedenis is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst.

Overzicht bezoekers openluchttheater.

Firmin Snijkers

Firmin Snijkers.

Firmin Snijkers, voorzitter van de geschied- en heemkundige kring “Het Land van Thorn” heette de aanwezigen welkom. Hij toonde zich verheugd over de geweldige opkomst. Hij dankte allen die deze avond mogelijk hadden gemaakt, waaronder deken van Miltenburg, Els Breukers, Peter Roost en Thieu Wieërs.

Voor de bezichtigingen en verhalen waren zes locaties uitgezocht, waarvan vijf op de Wijngaard. De bezoekers werden verdeeld in zes groepen van 70 personen. Vervolgens gaf hij het woord aan Peter Korten.

 

Peter Korten

Peter Korten.

Peter Korten verwelkomde de aanwezigen namens de Aldenborgh en de kring Weert van het LGOG. Gelet op de opkomst constateerde hij dat geschiedenis leeft, uitnodigt en verbindt. Hij memoreerde dat in Thorn veel historisch onderzoek plaats had gevonden en nog steeds plaatsvindt.  De resultaten daarvan zijn te vinden in diverse publicaties in de Kroetwès, het verenigingsblad van GHK Land van Thorn.

Een belangrijke plaats voor onderzoek is het RHIDOC (Regionaal Historisch Informatie en Documentatiecentrum) in Thorn. Hij typeerde het RHIDOC als een kraamkamer voor historische ontdekkingen. Hij riep de bestuurders van de gemeente Maasgouw in de persoon van de aanwezige wethouder Cretskens op het voortbestaan van het RHIDOC veilig te stellen.

Peter kon het niet laten de belangrijke positie van Weert in de wereldgeschiedenis, en dus ook in die van Thorn, naar voren te brengen. De uit Weert afkomstige pastoor van Thorn, Beelen, speelde volgens hem een belangrijke rol bij de opheffing (scheuring) van de harmonie van Thorn en de oprichting in 1863 van de kerkelijke harmonie van Thorn, de geiten.

Hij sloot af met een aankondiging van komende activiteiten:
op 12 augustus een lezing in de kerk van Kessenich over Suisses, ordebewaarders bij kerkdiensten, met nazit in het schutterslokaal,
op 19 augustus ”Gluren bij de buren” in Dorplein,
op 21 augustus een mini-symposium in Bocholt over de industriële ontwikkeling in onze regio.

Uw verslaglegger werd ingedeeld in groep 2. In het vervolg van dit verslag geeft hij zijn persoonlijke impressie van “Gluren bij buren” in Thorn in deze groep. 

 

Film over Thorn in de parochiezaal

In de parochiezaal Onder den Toren 5 werd een film vertoond over de historie van Thorn. De eerste aanblik van de kern van Thorn is een aaneenschakeling van kleine, lage huisjes en grote, statige, panden, veelal wit geschilderd.
In 892 werd door Ansfried een kloosterorde gesticht te Thorn. Zijn echtgenote Hilsondis is heilig verklaard en zou in Thorn in de abdijkerk begraven zijn. In november 1893 werd in de kerk haar graf opengebroken. Onder de dekplaat vond men een zware, loden kist met beenderen. Of die van Hilsondis zijn, kan niet vastgesteld worden.

De leden van de kloosterorde leefden eerst volgens de regels van Benedictus. De orde evolueerde tot een stift voor hoogadellijke dames. Thorn was gedurende 800 jaar een onafhankelijk vorstendom onder leiding van een gekozen abdis. Het vorstendom viel rechtstreeks onder de Keizer van het Duitse rijk. Om tot het stift toegelaten te worden moesten de kandidaat stiftdames met 16 kwartieren aantonen dat zij van de hoogste adel afstamden. De stiftdames kregen een prebende ( (soort toelage) afkomstig uit de inkomsten van het stift. In de 16e eeuw mochten de stiftdames hun kloosterlijke kleding afleggen en zich vrijelijk kleden. De abdis werd gekozen door de stiftdames. Zij moesten na hun verkiezing een eed afleggen op de bijbel om in Thorn te blijven.

Het vorstendom had een eigen rechtbank: een schepenbank die oordeelde in civiele en strafrechtelijke zaken. Het had geen leger. Voor handhaving van de openbare orde werd een beroep gedaan op de schutterijen uit de naburige dorpen.  Het vorstendom had wel muntrecht. Onder abdis Van Brederode werd valsemunterij bedreven.

Thorn werd tweemaal getroffen door een stadsbrand. In 1645 gingen 40 huizen en de kerk in vlammen op. In 1728 werd een deel van de huizen vernield. Uit dankbaarheid dat bij de laatste brand ook veel huizen gespaard bleven werd het Heilig Sacrament uitgesteld en een brandprocessie gehouden die tot op heden nog jaarlijks uittrekt. Na de Franse inval werd het stift opgeheven. De stiftdames waren toen al vertrokken naar het Duitse Steele. De gebouwen van het stift werden afgebroken behalve de abdijkerk. Deze werd parochiekerk. De kleine oorspronkelijke parochiekerk naast de abdijkerk werd afgebroken.

Door de Fransen werd belasting op de omvang van de ramen ingevoerd. Dat leidde ertoe dat veel ramen werden dichtgemetseld. Om dat te verhullen, werden huizen wit geverfd. Daar dankt Thorn zijn naam als het “Witte Stadje” aan.

 

Het RHIDOC en Peter Roost

Peter Roost.

In het Regionaal Historisch Informatie en Documentatiecentrum (RHIDOC) werden we verwelkomd door Peter Roost. Hij vertelde dat het RHIDOC een schat aan historische informatie bevat, niet alleen over Thorn maar ook over omliggende gemeenten aan beide zijden van de grens. Het RHIDOC verzorgt ook een tweetal cursussen: een cursus over stamboekonderzoek, gegeven door Thieu Wieërs en een cursus oud schrift lezen, gegeven door Peter Roost. Het RHIDOC drijft op vrijwilligers.

Nieuwe vrijwilligers zijn van harte welkom. Zij kunnen zich melden bij Peter Roost.

 

Thieu Wieërs

Thieu Wieërs.

Thieu Wieërs vertelde in de studiezaal dat het RHIDOC de geschiedenis van familie, dorp en vaderland bevat. Na de annexatie in 1795 van Thorn door de Fransen moesten alle teksten in het Frans worden geschreven. De bevolking was in zijn algemeenheid niet ingenomen met de Fransen, met name niet omdat de Franse revolutionaire overheid zeer anti-kerks was. De annexatie leverde ook goede dingen op zoals de invoering van de burgerlijke stand. Borelingen moesten worden aangegeven bij de burgerlijke stand en ook fysiek worden getoond aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Zo kon men het geslacht vaststellen wat van belang was voor de rekrutering van toekomstige soldaten.

Na de inlijving door de Fransen kwam de katholieke kerk onder zware druk te staan. Het gevolg was dat er bijna geen pastoors meer waren. Het kwam regelmatig voor dat kinderen niet werden aangegeven maar wel werden gedoopt door middel van een zogenaamde nooddoop. Immers: in geval van nood mag en moet iedereen dopen.

Trouwen moest ook voor de burgerlijke stand gebeuren. Aanstaande bruidsparen die dat niet wilden, trouwden wel voor de kerk. Ongehuwd samenwonen was in die tijd not done. Voor trouwen was een pastoor nodig. Bruidsparen weken dan ook uit naar een gebied dat nog niet door de Fransen was geannexeerd. Zo zijn veel kerkelijke huwelijken van bruidsparen uit de regio voltrokken in de kerk te Susteren dat nog niet door de Fransen was ingelijfd. Een vervelende bijkomstigheid was dat de kinderen uit zo’n kerkelijk huwelijk door de Fransen als onwettige kinderen werden beschouwd en bijvoorbeeld niet van hun ouders konden erven. Veel echtparen trouwden daarom later alsnog voor de wet.
Jongens in de ingelijfde gebieden moesten in Franse militaire dienst. Daarvoor werden ze gekeurd. In die keuringsverslagen zijn persoonsbeschrijvingen opgenomen over bijvoorbeeld hun lengte, kleur van de ogen en de haren. Dat de Franse legerdienst geen lolletje was moge blijken uit het feit dat Napoleon in 1812 met 625.000 soldaten naar Rusland is vertrokken en dat er maar 25.000 met hem terug zijn gekomen.

Thieu Wieërs vertelde als persoonlijke anekdote dat hij in het doopboek van Hunsel gevonden had dat zijn schoonmoeder in 1913 gedoopt was in de baarmoeder. Het was blijkbaar een moeizame bevalling geweest.

 

Het museum

Monique van Rijt in het museum in Thorn.

Het museum wordt gerund door vrijwilligers. Er is een vaste tentoonstelling. Daarnaast zijn er tijdelijke tentoonstellingen, recent over bodemvondsten en Zouaven. Op een wand in het museum is een tijdlijn afgebeeld waarin de historie van Thorn wordt weergegeven. Onderwerpen zijn onder meer prehistorische vondsten, gedaan bij baggeren in de Maas, Romeinse munten, de stichting van de abdij, de opname van Thorn in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1814, de mijnwerkers in de 20e eeuw, de harmonieën, de bevrijding in 1944 en de kunstenaars van Thorn. Als herinnering aan het museum kreeg iedere bezoeker een blauwe draagtas met inhoud van het museum met het opschrift “Hart van Limburg”.

 

De woning en tuin van Els Breukers aan de Wijngaard

Els Breukers in de voordeur van haar woning.

Els Breukers had haar woning aan de Wijngaard, daterend uit de tijd van het Stift, voor de vele bezoekers van “Gluren bij de buren” opengesteld.

De bezoekers konden de eerste etage en de kelder bezoeken. Els had bij de restauratie van het pand ernaar gestreefd zoveel mogelijk de oude sfeer te handhaven. De restauratie was wel een moeizaam proces geweest, niet in de laatste plaats door de opstelling van “deskundigen” van monumentenzorg.

Op de eerste etage hingen in de gang veel schilderijen. Daar had zij bewust voor gekozen omdat in vroegere tijden de bewoners dat ook deden omdat zij niet met hun rijkdom te koop wilden lopen. Ook de langgerekte, mooie tuin was bijzonder vanwege het hoogteverschil van zo`n zeven meter tussen het huis en de tuin, die uitkomt bij de beek.

 

Geveltekens en Frans Tonnaer

Frans Tonnaer.

Frans Tonnaer vertelde in de Hofstraat dat er een onderzoek was gedaan naar het voorkomen van gevelstenen in Thorn. Het was overigens beter om niet te spreken van gevelstenen maar van geveltekens omdat ook muurijzers en dergelijke in het onderzoek waren betrokken. In totaal zijn er in Thorn 59 geveltekens.

De eerste aangewezen gevelsteen was in de hoge toegangspoort van het paleis van de abdis. De toegangspoort is hersteld op ware grootte en de gevelsteen is geplaatst en gedateerd in het jaar dat de herstelling voltooid werd. De poort vormde de afscheiding van het immuniteitsgebied van de abdij; een gebied waar eigen regels golden. In totaal zijn er 7 immuniteitspoorten geweest. Op de binnenplaats achter de poort staat een groot standbeeld van de stichter van de abdij, Ansfried, gemaakt door de Thornse kunstenaar Harry van de Boel.

In de Hofstraat staat een aantal huizen met geveltekens. Op een woning staat in muurankers 1701. In die woning was de school van het stift gevestigd. Andere muurankers in dat pand vormen de letters Z en B. Dat zou volgens de volksmond staan voor “zonder bier”. In een ander huis zijn drie stenen kogels ingemetseld ter gelegenheid van de Vrede van Munster in 1648. De kogels zijn mogelijk afkomstig uit Stevensweert. In Thorn is er niet gevochten.

Op een gevelsteen staan de drie horens van het wapen van de Van Hornes afgebeeld. De Van Hornes waren voogd (beschermheer) van het vorstendom. In een woning in de Hofstraat woonde koster Christiaan Ex. Omdat hij de maagd van pastoor Beelen had bezwangerd, is hij als koster ontslagen.

 

De Sint Michaëlskerk en Jac. Forschelen

In de kerk werden de bezoekers welkom geheten door pastoor-deken Miltenburg. Nadat hij aandacht had gevraagd voor een collecte voor het onderhoud van de kerk gaf hij het woord aan Jac. Forschelen.

De Sint Michaëlskerk in Thorn.
Pastoor-deken Miltenburg.
Jac. Forschelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jac. Forschelen vertelde dat de kerk, oorspronkelijk een inpandige kerk van het adellijke stift, in het begin een romaanse structuur had. Daarvan resteert alleen de Romaanse westbouw. Later werd de kerk verbouwd op basis van de geloofsovertuiging van abt Suger van de abdij Saint- Denis: God is licht. De abt was ook theoloog en bouwkundige. Hij vond dat “God is licht ”ook tot uitdrukking moest komen in de architectuur van een kerk. Dat leidde tot een nieuwe bouwstijl, waarin grote ramen voor een toevloed van licht zorgden. De essentie daarvan was dat ribgewelven de zwaarte naar bepaalde punten afvoerden. Daardoor werd het mogelijk grote ramen te plaatsen. De gotische bouwstijl was daarmee geboren.

Deze stijl zien we terug in veel kerken en kathedralen in Frankrijk zoals in Chartres, maar ook in Thorn. Wegens geldgebrek bleef de verbouwing in gotische stijl in Thorn aanvankelijk beperkt tot het hoogkoor en het transept. Na het Concilie van Trente in 1566, een reactie op het opkomend protestantisme, kwam een nieuwe bouwstijl in zwang, de zogenaamde barok. Het interieur van kerken werd uitbundiger. In Thorn werden (kopieën van) schilderijen voor de kerk gekocht. In de laatste fase van de herinrichting rond 1680-1690 werden gotische elementen weggekapt en vervangen door witte gipsen ornamenten. Eind 18de eeuw werd in de kerk het prachtige hoogaltaar geplaatst, afkomstig van de kerk van de door de Oostenrijkse keizer opgeheven kartuizerorde in Roermond.

In de Franse tijd werd de kerk van afbraak gered door enige notabelen uit Thorn. De stiftkerk werd parochiekerk. De oude parochiekerk werd afgebroken. In de 19de eeuw werd door de bekende Roermondse architect Pierre Cuypers de kerk “gerestaureerd”. Hij bouwde de hoge toren. Hij wilde de kerk terugbrengen naar de gotische stijl. Dat is niet gebeurd. Toen Cuypers samen met de beroemde Franse restauratie-architect Viollet-le-Duc , een vriend van Cuypers, een bezoek aan de kerk in Thorn bracht, zou Viollet-le-Duc na binnentreden van de kerk op zijn knieën zijn gevallen en tegen Cuypers gezegd hebben: Monsieur Kwiepèr, ne touchez pas à l`interieur: meneer Cuypers, blijf van het interieur af. Thorn bezit daarom ook nu nog een kerk in barokstijl, een zeldzaamheid in Nederland.

 

Slot

Terugblikkend kan uw verslaglegger niet anders dan concluderen dat deze “Gluren bij de buren” in Thorn een groot succes was. De organisatoren mogen trots zijn dat zoveel bezoekers de weg naar Thorn hebben gevonden. De bezoekers hebben kunnen genieten van mooie gebouwen en interessante verhalen over deze historisch zo belangrijke en unieke plaats.

Veel dank ook aan de vrijwilligers zonder wier medewerking een dergelijk evenement niet georganiseerd kan worden.

 

Een indruk van het aantal mensen in de kerk.

Lezing ‘De Suisse terug van onder het stof’ – 12 augustus 2025

De kerkbaljuws (officieel kerkelijke ambt) worden ook wel de suisses genoemd. Zij handhaafden de orde in de kerk. de suisses behoren tot een uitstervend ras. Ze komen weinig aan bod in de media en zijn met uitzondering van de oudere generaties niet gekend, laat staan niet of niet meer bekend. Maar ze vervullen in de hedendaagse katholieke kerk nog altijd een rol van betekenis, op kerkelijke hoogtijdagen als ordehandhaver in de erediensten en als ceremoniemeester bij processies, huwelijken en uitvaarten. Een andere naam voor de suisses is ‘koerezels’. Een verbastering van de Franse spreuk op hun sjerp ‘Coeur et Zèle’, hart en ziel.

Kerkbaljuws of de suisse in de volksmond.

In Nederland-Limburg zijn nog 13 suisses actief. Maastricht spant de kroon met 5 suisses in wisselende diensten in de Sint Servaaskerk, 2 in de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek en 1 in de Sint Martinuskerk in Wyck. Verder zijn er nog suisses in Meerssen, Valkenburg, Heerlen, Susteren en Weert. En nog 1 in het Noord-Brabantse Best. In heel België zijn nog 6 suisses actief. Onder andere 2 in Belgisch Limburg: in Hasselt en Tongeren.

Voor zijn boek ‘De Pikman’ dook spreker Xavier Lenaers twee jaar lang in archieven en oude documenten. Kom luisteren naar de geschiedenis, anekdotes en verhalen over de mensen die ooit de orde in de kerk moesten handhaven. Na de lezing kan er in de naastgelegen Sjöttekamer van schutterij Sint Martinus Kessenich worden nagepraat.

 

Praktische informatie

Wat: Lezing ‘De suisses terug van onder het stof – door Xavier Lenaers
Datum dinsdag 12 augustus 2025
Tijd: 14.00 uur
Locatie: Sint Martinuskerk, Kerkstraat 10, 3640 Kessenich (België)
Kosten: gratis
Parkeren: vrij parkeren op parkeerplaats aan de Borgstraat

 

Reportage Gluren bij de Buren Stevensweert – 22 juli 2025

Door: heemkundevereniging OOS NAER en Amici Insulae (Vrienden van het Eiland in de Maas, Stevensweert en Ohé en Laak)

Dinsdag 22 juli bracht het programma van de Cultuurhistorische Zomer ons in Stevensweert. Maar liefst 279 bezoekers werden welkom geheten in de Sint-Stephanuskerk door Peter Korten, voorzitter van Stichting De Aldenborgh en coördinator van Gluren bij de Buren, en de bestuursleden van ‘Amici Insulae’, de lokale heemkundevereniging van Stevensweert en Ohé en Laak, ook wel ‘Het eiland in de Maas’.

In groepen werden de bezoekers rondgeleid langs 8 plekken in Stevensweert waar gidsen een korte uitleg gaven:

  • De 18e eeuwse Sint-Stephanuskerk ontworpen door Petrus Rutten met de schitterende glas-in-lood ramen van Charles Eyck
  • De maquette van het kasteel van Stevensweert op het Jan van Steffeswert plein. Hier werd ook de rol van zijn bewoner Hendrik van den Bergh, heer van Stevensweert, opperbevelhebber van de Spaanse Zuidelijke Nederlanden en neef van Prins Frederik Hendrik uit de doeken gedaan.
  • Reconstructie van een bastion en ravelijn van de vesting Stevensweert. In 1633 werd het middeleeuws Stevensweert zo goed als volledig gesloopt en vervangen door een Spaanse vesting om de opmars van het Staatse leger te kunnen stuiten en controle te kunnen houden over de vaart door de Maas.
  • De Hoofdwacht, episch centrum van de vesting met een reconstructie van een strafpaard en de schitterende muurschildering van de Graaf van Hompesch, heer van Stevensweert en Ohé en Laak vanaf 1719, opdrachtgever voor de Hompesche molen en bewoner van Kasteel Walburg te Ohé en Laak.
  • Zouaven monument: de Zouaven waren een 19e eeuws pauselijk leger ertoe gericht om de Kerkelijke Staat te beschermen. Vijf jongemannen uit Stevensweert en Ohé en Laak dienden tussen 1865 en 1870 als zouaaf. Iets verder zien we het standbeeld van dorpsfiguur Peer van de Rat, met de laarzen verkeerd om aan.
  • Bij patriciërswoning de Borcht krijgen we uitleg over de veldslag van 1702, een gevolg van de Spaanse Successieoorlogen, welke ertoe leidde dat de Spanjaarden verdreven werden uit Stevensweert, maar tevens de vesting en het kasteel onherstelbaar beschadigde.
  • Bij grenspaal 124 en het kanon genaamd ‘dikke Werta’ aan de Maas volgt uitleg over de grensmaas, Houbenhof en hun uitvloedrijke bewoners en het voormalig veerpontje wat hier lag en de verteller graag terug zou zien.
  • Tenslotte horen we bij het voormalig gemeentehuis, van de hand van beroemd architect Pierre Cuypers, welke sporen hij en zijn leerlingen hebben achtergelaten op het Eiland in de Maas.

Na afloop konden de deelnemers kosteloos een bezoek brengen aan het Streekmuseum Stevensweert/Ohé en Laak wat gevestigd is in het voormalig gemeentehuis. Het was zeker een informatieve en geslaagde avond!

Bron: bericht op website van OOS NAER

Lees ook het bericht op de facebookpagina van Amici Isulea

Gluren bij de Buren in … Thorn – 5 augustus 2025

Van Thorn, het ‘Witte Stadje,’ is algemeen bekend dat het eeuwenlang is bestuurd door adellijke dames.

Aan het einde van de tiende eeuw gesticht door graaf Ansfried en zijn gemalin Hilsondis, ontwikkelde het klooster zich al snel tot een wereldlijke ‘Stift’, waar alleen dames uit de hoogste adellijke kringen welkom waren. Een hoog-adelijk Stift zou het blijven tot het einde van de achttiende eeuw, toen de Franse revolutionairen er een einde aan maakten.

Thorn, het ‘Witte Stadje’.

De abdis en het kapittel bezaten omvangrijke goederen in de vier kwartieren van het Land van Thorn. Naast de abdij en de directe omgeving van Thorn had men bezittingen in Grathem en Baexem, in Ittervoort, Ell, Haler en Molenbeersel én in Stramproy.

De deelnemers krijgen op deze dag de gelegenheid om aan de hand van een korte film kennis te maken met de ontwikkeling van het Stift. Tijdens het bezoek wordt de geschiedenis van de fraaie stiftkerk uit de doeken gedaan. Enkele andere nog zichtbare gegevens laten een stukje van de historie zien in de vorm van geveltekens en u krijgt een kijkje in een patriciërswoning op de Wijngaard. Deskundigen staan klaar om in het Regionaal Historisch Informatie- en Documentatiecentrum (RHIDOC) uitleg te geven over de schat aan voorhanden historische informatie in onder meer doop-, trouw- en begraafregisters, burgerlijke stand, notariaat en schepenbankregisters van een groot aantal plaatsen in Midden-Limburg en het Belgische grensgebied. En het Museum Thorn verbindt op de karakteristieke historische buitenwereld van het ‘Witte Stadje’ met het boeiende verhaal van Thorn.

 

Praktische Informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Thorn
Datum dinsdag 5 augustus 2025
Tijd: 19.00 uur
Locatie: Openluchttheater, Hofstraat 17, 6017 AK Thorn
Kosten: gratis
Parkeren: parkeergelegenheid aan de Waterstraat en de Meers

 

Gluren bij de Buren … in Stevensweert – 22 juli 2025

Stevensweert ligt samen met Ohé en Laak op een eiland dat door twee armen van de Maas wordt gevormd.

Het heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot het einde van de 13e eeuw. De eerste heren van Stevensweert, uit het geslacht Pietersheim, bouwden eind 13e eeuw een imposante burcht. Deze werd door de graven Van den Bergh in het midden van de 16e eeuw verder uitgebouwd. Hiervan is nu een koperen maquette te zien in het midden van het  plein.

Het oorspronkelijke dorp werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog door de Spanjaarden in 1633 tot vestingstad omgebouwd. Om de plaats werd een aarden vestingswal met 7 bastions en 5 ravelijnen aangelegd. De originele vestingswallen bestaan niet meer, maar Stevensweert heeft zijn zevenhoekige omtrek en geometrisch stratenpatroon behouden. Op basis van historisch kaartmateriaal is een klein deel van de vestingwerken gereconstrueerd.

De parochiekerk H. Stephanus dateert uit 1781 in de vorm van een Grieks kruis en heeft prachtige glas-in-lood ramen. De straten van de kern van Stevensweert zijn recent gereconstrueerd met goten, waarin historische afbeeldingen zijn te zien. Verder zijn er twee cortenstalen poorten te zien, te weten de Maas- en Veldpoort en een drietal muurschilderingen over het verleden van Stevensweert.

Als afsluiting bestaat de mogelijkheid om het museum gratis te bezoeken. In de plaatselijke horecagelegenheden kunt u terecht voor een drankje.

 

Praktische Informatie

Wat: Gluren bij de Buren … in Stevensweert
Datum dinsdag 22 juli 2025
Tijd: 19.00 uur
Locatie: parochiekerk H. Stephanus: Jan van Steffeswertplein 3, 6107 BZ Stevensweert
Kosten: gratis
Parkeren: gratis parkeren op parkeerplaats aan de Sportlaan, volg de borden P historische kern.
Van hieruit is het circa 5 minuten lopen naar de kerk.