Foto`s en tekst: Wil Filott
Op 12 september 2026 vond de najaarsexcursie van GHK ”Land van Thorn”, de Aldenborgh en LGOG, kring Weert, plaats. De weergoden waren ons deze keer, evenals bij de vorige excursies naar Sint-Truiden en Dordrecht, weer goed gezind. Met een goedgevulde bus werd koers gezet naar Lier, de geboortestad van de schrijver Felix Timmermans. De start was enigszins mistig. Onze chauffeur, Maurice, zette tot verbazing van de passagiers koers richting Lozen. Was hij – al dan niet door de mist – de weg kwijt? Dat bleek niet het geval. We kregen een sight seeing door het Vlaamse land. Enigszins later dan gepland maar toch nog op tijd arriveerden we in Lier. Na een korte wandeling door het centrum, waar de drukke zaterdagmarkt in volle gang was, arriveerden we bij restaurant Het Moment. Wat uw verslaglegger tijdens die wandeling opviel, was het grote aantal horecagelegenheden en terrassen. In Het Moment werden we getrakteerd op koffie of thee met een Liers vlaaike, een lokale specialiteit. Dat Liers vlaaike bleek een rond gebakje te zijn op basis van kandijstroop en vier kruiden.
Nadat de deelnemers in drie groepen waren ingedeeld, begon de stadswandeling door het compacte centrum van Lier. De eerste stop voor de groep, waarin uw verslaglegger was ingedeeld, was bij de voormalige zogenaamde pachterswoningen van de familie Van Acker. Deze kleine woningen, aan een hofje, waren bedoeld voor oude, gewezen pachters van boerderijen van de familie Van Acker. De woningen zijn opgetrokken in een neogotische stijl en prima gerestaureerd. Thans is het complex in gebruik als hotel.
De centrale pachterswoning en de geveltop daarvan
Vervolgens werd stilgestaan bij de Gevangenenpoort, de enige poort die nog resteert van de eerste stadsomwalling van Lier. In de middeleeuwen fungeerde de poort als gevangenis voor mannen en vrouwen, die in aparte vertrekken werden ondergebracht. De latrines loosden van boven rechtstreeks in de inmiddels gedempte gracht. Boven de poort is een beeldje aangebracht van Sint Rochus, de beschermheilige tegen de pest.
Gevangenenpoort en beeldje Sint Rochus
Via een poort betraden we het voormalige oefenterrein van de handboogschutters. Op het terrein bevindt zich een rij kleine woningen. Deze zijn in de 18de eeuw gebouwd door rijken maar bestemd voor armen, die overigens wel moesten werken. Per huisje was achter de voordeur een vertrek. De wc was buiten. De woningen zijn mooi gerestaureerd. Nu is er achter twee voordeuren een woning.
Geen bewoner van een huisje maar een tevreden deelnemer aan de excursie die met een gelukzalige glimlach even uitrust.
Een van de bezienswaardigheden in Lier is het begijnhof. Dat lag oorspronkelijk buiten de omwalling van Lier. Aan de grachtkant bevindt zich een lange rij grote woningen, gebouwd in de eerste helft van de 18de eeuw voor rijke begijnen. Ook deze woningen zijn prachtig gerestaureerd en aangepast voor bewoning in de 21ste eeuw.
In de 17de eeuw woonden in het begijnhof, dat overigens veel groter was dan de gebouwen aan de grachtkant, zo`n 300 vrouwen. De begijnen legden minder vergaande geloften dan kloosterzusters af. Zij beloofden sober, tijdens hun verblijf in het begijnhof kuis te leven en gehoorzaamheid aan de grootmeesteres. Na de verovering van Lier door de Fransen eind 18de eeuw kwam er een eind aan het begijnhof. De begijnen, die allemaal dezelfde kleding droegen, werden betiteld als een kloosterorde. Kloosterordes werden door de Fransen opgeheven en hun bezittingen geconfisqueerd. Rijke begijnen kochten een deel van het onroerend goed van het begijnhof. Later kwamen er weer arme begijnen en kunstenaars in de gebouwen wonen.
Een gedeelte van de woningen van het begijnhof aan de grachtkant
Via de grote monumentale Pastorij kwamen we bij de Begijnhofpoort, de toegangspoort tot het Begijnhof.
Begijnhofpoort
Naast de Begijnhofpoort bevindt zich een beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Remedie met daaronder een bord met de volgende tekst.
Tekst onder het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Remedie
In Lier waren vroeger veel kantwerksters werkzaam, met name in het interbellum. De vrouwen verdienden met hun kantwerk een schamel inkomen. Voor een lange dag werk konden ze twee broden voor hun kinderen kopen. Dat was belangrijk voor het geval zij alleenstaand waren, hun man werkeloos was of die zijn inkomen verdronk in het café. De vader van de schrijver Felix Timmermans was koper van dat kantwerk. Met een kar ging hij in de omgeving zijn waar aan de vrouw brengen.
In het Kantmuseum kregen we te horen dat Liers kantwerk anders is dan het Brugse kloskant. In Lier is het kantwerk borduurwerk. Op een raamwerk wordt een stuk stof gespannen. Met een crochet, een speciale haaknaald, word dan met een dunne katoendraad een patroon ingevuld. Het Lierse kantwerk is kostbaarder dan het Brugse. Trots vertelde onze gids dat koningin Astrid bij haar huwelijk een bruidssluier van Liers kant droeg.
Voorbeeld van Liers kantwerk in het Kantmuseum
Door het smalste straatje van Lier, Hemdsmouwken, liepen we naar de Sint Margaretakerk. Het Hemdsmouwken is aangelegd als een brandstraatje. Een steegje waarmee beoogd werd het overslaan van brand te voorkomen. De naam Hemdsmouwken is ontleend aan de vorm van de straat die doet denken aan een hemdsmouw.
De Sint-Margaretakerk is de kerk van het begijnhof. De bouw heeft een tijd stil gelegen vanwege een pestepidemie. Dat is te zien is aan het jaartal 1664 in het cartouche boven de deur en het jaartal 1767 boven de beeldnis.
Portaal en jaartallen Sint Margaretakerk
De inwoners van Lier hebben de bijnaam schapenkoppen. De naam schapenkoppen is ontstaan in de 14de eeuw. Hertog Jan II, Hertog van Brabant, had een dispuut met Mechelen. Lier koos de kant van de hertog. Nadat de Mechelaars in de strijd de duimen hadden gelegd, wilde de hertog de Lierenaars belonen voor hun bijdrage aan de strijd. Ze mochten kiezen uit twee beloningen voor de stad: een universiteit of een veemarkt. De Lierenaars kozen voor de veemarkt. De gedachte was: een veemarkt kost niets maar levert wat op; een universiteit kost alleen maar geld. De universiteit ging naar Leuven.
Het Schapenkoppenmonument van de Lierse kunstenaar Bertro
We stonden een poos stil bij de Jubelklok in de Zimmertoren, het icoon van de stad Lier. Deze klok is in 1930 door de uurwerkmaker Zimmer aan de stad Lier geschonken ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van België. De Jubelklok is een bijzonder uurwerk, bestaande uit één moederklok die twaalf andere tijdmechanismen volledig aanstuurt. Het uurwerk bevindt zich in een toren, waarvan het benedenste gedeelte is gebouwd op resten van een oude stadspoort.
Zimmertoren met jubelklok
De stadswandeling werd afgesloten met een korte wandeltocht over het Felix Timmermansplein naar de Grote Markt. Daarbij passeerden we het borstbeeld van Felix Timmermans, een ook in Nederland bekend Vlaams schrijver o.a van het boek Pallieter.
Na de stadswandeling had iedereen ruim de tijd om in een van de vele restaurants of op een terras de lunch te gebruiken.
Na de lunch stonden bezoeken aan de Zimmertoren en het Zimmermuseum op het programma.
Louis Zimmer was een amateurastronoom, die als autodidact zich opwerkte tot de top van de uurwerkmakerij. Hij ontwierp de Jubelklok, die te bewonderen valt op de naar hem genoemde Zimmertoren. In de bovenste verdieping van de toren bevindt zich het ingenieuze mechanische uurwerk. Met een met gewichten aangedreven moederklok worden ook twaalf andere tijdsmechanismen aangestuurd.
Deel mechanisme in de Zimmertoren
In het Zimmermuseum wordt behalve aan het leven en werk van Louis Zimmer ook veel aandacht besteed aan de ontwikkeling van de tijdmeting van mechanisch naar elektronisch. Op een afbeelding worden de centrale wijzerplaat en de twaalf kleine wijzerplaten van de Jubelklok weergegeven met hun functies. Deze functies zijn: fasen van de maan, maancirkel tijdsvereffening, dierenriem, zonnecirkel, week, wereldbol, maanden, datum, jaargetijden, watertijden en ouderdom maan.
Hieruit blijkt hoe bijzonder dit uurwerk is om op deze wijzerplaten precies op het juiste moment de juiste stand weer te geven.
Afbeelding centrale wijzerplaat en 12 kleine wijzerplaten
Na het bezoek aan de Zimmertoren en het Zimmermuseum gingen we op weg naar de aanlegplaats van de boten van de Koninklijke Moedige Bootvissers. Een ijsverkoper had zijn ijskar daar zeer strategisch opgesteld. Veel deelnemers konden de verleiding niet weerstaan om bij het mooie weer zich tegoed te doen aan een ijskoude versnapering.
Met fluisterboten voeren we over de Binnennete. Wat uw verslaglegger opviel was de stilte binnen in de stad. Vanuit de boot konden we Lier van een andere kant bewonderen.
Het Spuihuis aan de Binnennete
Na het keren van de boot bij het Spuihuis voeren we terug naar de botenstalling. Op de terugtocht zagen we een boot voor ons een aantal malen met grote snelheid een pirouette maken tot groot jolijt van de jeugdige passagiers. Of de volwassenen aan boord van die boot last hebben gehad van een draaierig gevoel in hun hoofd of hun maag, weet uw verslaglegger niet. Onze boot is -gelukkig of helaas -rustig zonder gedraai teruggekeerd naar de uitstapplaats.
Deelnemers in de boot
Na de boottocht was het nog ruim de tijd om op zoek te gaan naar de bus. Uw verslaglegger maakte, samen met enkele andere deelnemers, van de gelegenheid gebruik om nog even op een terras voor het eerst in zijn leven een glas Liefmans, een rood kersenbier, te drinken. Dat smaakte overigens niet zo goed als de La Chouffe bij de lunch.
Iedereen was tijdig bij de bus voor de terugreis. Deze ging weer door de Vlaamse binnenlanden. Eens de sluis van Lozen gepasseerd, reden we het thuisland van de meeste deelnemers binnen.
Organisator Hub aan den Boom dankte chauffeur Maurice voor de veilige tocht en overhandigde hem namens deelnemers een kleine attentie. Ook bedankte hij de deelnemers voor hun deelname aan de excursie en het feit dat zij zich zo keurig aan de tijden van het programma hadden gehouden.
De deelnemers kunnen terugzien op een geslaagde, aangename en gezellige excursie. De stad Lier deed recht aan zijn bijnaam ”Lierke Plezierke”.