Skip to content
Gluren bij de Buren in Heppeneert, 25 augustus 2026, een verslag in woord en beeld

Foto`s en tekst: Wil Filott

 

Na de verassend grote opkomst op 11 augustus 2025 in Geldrop hadden zo`n 200 liefhebbers van regionale cultuurhistorie op deze mooie avond de weg naar het Heppeneert gevonden. De deelnemers aan ”Gluren bij de Buren” werden ontvangen in de plaatselijke kerk. Het aantal zitplaatsen in de kerk was niet toereikend voor alle bezoekers. Dit grote aantal deelnemers is weer een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden trekt. Geschiedenis is niet alleen verleden, maar ook heden en toekomst.

Een volle kerk met deelnemers

Ontvangst in de kerk

Jos Henckens, voorzitter van de Pater Sangerskring, verontschuldigde zich voor het beperkte aantal zitplaatsen in de kerk. Heppeneert is maar een klein dorp met een dito kerk. Hij zei dat Gluren bij de Buren in Heppeneert de laatste bijeenkomst was van de 20ste jaargang van Gluren bij de Buren.

Peter Korten heette de bezoekers namens De Aldenborgh, de kring Weert van het LGOG en de GHK “Land van Thorn” welkom in Heppeneert. Hij memoreerde dat op 18 augustus 2015 al een Gluren bij de Buren in Heppeneert had plaatsgevonden. Voorde editie  Gluren bij de Buren 2027 waren er al aanmeldingen om die te mogen organiseren.

Hij bracht het ruimen van graven op het kerkhof onder de aandacht. Hij riep schepen Fransen van Maaseik op het funeraire erfgoed in stand te houden.

Hij dankte de gidsen, de pater Sangerskring en de kerkfabriek voor hun medewerking aan deze avond. De naamgever van de kring, pater Willem Sangers, is 40 jaar geleden begraven op het kerkhof van Heppeneert.

De bezoekers hadden kunnen zien dat er al flink gewerkt wordt aan een nieuwe brug over de Maas. Peter sprak de hoop uit dat ook de nieuwe brug de naam Sangersbrug zou krijgen en dat op die brug het symbool van de verbondenheid tussen de beide Limburgen, twee paar handen die een knoop aantrekken, weer een plaats zou krijgen.

Ine Fransen, schepen van cultuur van de stad Maaseik, heette namens het stadsbestuur de aanwezigen welkom. Zij wenste de organiserende verenigingen proficiat met Gluren bij de Buren, inmiddels een vaste waarde in het regionale cultuurhistorische landschap. Heppeneert is een eeuwenoud bedevaartsoord met daarenboven als kenmerken natuur en gastvrijheid. Zij bracht ook de stad Maaseik onder de aandacht met zijn mooie markt, de gebroeders van Eijck en het museum.

Jos Henckens dankte de initiatiefnemers van Gluren bij de Buren, Peter Korten en Thieu Wieërs, voor het fantastische intiatief, 20 jaar geleden, om Gluren bij de Buren te organiseren. Heemkundeverenigingen zijn vaak gefocust op de eigen plaats. Gluren bij de Buren is een uitstekende mogelijkheid om over gemeente- en landsgrenzen heen te kijken. Hij deed een oproep aan de besturen van heemkundeverenigingen om meer regionaal samen te werken. Hij hoopte dat Maaseik volgend jaar Gluren bij de Buren zou organiseren.

 

Enige historie

Jos Henckens zei dat Heppeneert voor het eerst in 1202 werd genoemd. Heppeneert behoorde tot Maaseik, dat in 1244 stadsrechten kreeg van de Graaf van Loon. Heppeneert had wel een eigen burgemeester en een eigen schutterij. In de loop der tijd vond er landaanwas plaats door verplaatsing van de rivierbedding van de Maas. Heppeneert ligt daardoor nu niet meer aan de Maas maar aan de uiterwaarden van die rivier. Die landaanwas is nog zichtbaari n een sloot op de plaats waar de oude Maas liep.

In 1567 werd Heppeneert een zelfstandige parochie, bediend door de Kruisheren.

In de 17de en 18de eeuw had Heppeneert veel te lijden van oorlogen.

In de tweede helft van de 18e eeuw zou een koster van de kerk een bokkenrijder zijn geweest die terecht werd gesteld.

Tijdens de Franse tijd werden kerkelijke goederen geconfisqueerd. In Heppeneert werden kerkelijke gewaden, kelken en ander kerkelijke goederen “geroofd” voordat confiscatie zou plaatsvinden. Nadat de toestand voor de kerk enigszins genormaliseerd was, kwamen de “geroofde” goederen weer tevoorschijn en kregen zij hun plaats terug in de kerk.

In 1842 werd Heppeneert weer een zelfstandige parochie.

 

De pastorie

De eerste statie van de groep, waarin uw verslaglegger was ingedeeld, was de pastorie. Het gebouw dateert uit het einde van de 19e eeuw. De reden voor die betrekkelijk late bouw is gelegen in het feit dat de kruisheren die de parochie bedienden, verplicht de nacht in het klooster in Maaseik moesten doorbrengen. Voor de pastorie staat een muurtje, gebouwd met Maaskeien en Maaszand, met daarop de tekst “Laad me met rust”. De “d” aan het einde van ”laad” is geen fout maar een bewuste keuze. Laad heeft hier de betekenis van inladen, vervullen. Bijzonder is dat de zitbank verwarmd is.

Tekst “Laad me met rust” op de bank

Aan de overzijde van de pastorie is in 1926 na een grote overstroming van de Maas een muur gebouwd als waterkering. In 2021 bleek de muur te laag te zijn. Hij werd opgehoogd met zandzakken; dat hielp. Heppeneert kreeg toch natte voeten. Niet door de Maas in het oosten maar door overstroming van de Zanderbeek aan de westzijde van het dorp.

De pastorie van Heppeneert

Sint Gertrudiskerk

De tweede statie was een bezoek aan de Sint Gertrudiskerk. Op het linker zijaltaar van de kerk staat een beeldje van Onze Lieve Vrouw van Rust. Het beeldje is een fragment van een retabel dat waarschijnlijk In Antwerpen is vervaardigd. Opvallend zijn de kunstige draperieën van de gewaden van Maria en Joannes. Het beeldje is in 1948 opnieuw gepolychromeerd.

Het verhaal wil dat het beeldje oorspronkelijk In de Maas bij Elen is aangedreven. In 1794 heeft pastoor Coopmans het beeldje verborgen voor de Fransen. In 1801 is het in Heppeneert terechtgekomen.

Beeldje O.L.V. van Rust

Het rechter zijaltaar is gewijd aan de patroonheilige van de kerk, Gertrudis van Nijvel, dochter van Pepijn van Landen en abdis van de abdij in Nijvel. Zij zou gastvrij geweest zijn voor pelgrims. Zij werd aanbeden tegen besmettelijke ziekten en tegen muizen en ratten.

Aan een muur op het koor bevinden zich beelden van 3 vrouwelijke maagden: Genoveva Bertilia en Eutropia.

De drie maagden

Op de binnenmuren van de kerk zijn veel votieftegels aangebracht. Een van die tegels, enigszins verborgen, is afkomstig van de familie van de Vlaamse schrijver Gerard Walschap, wiens boek “Houtekiet” jarenlang op de index van de katholieke kerk heeft gestaan. Het kan verkeren.

Votieftegels

Het kerkhof

De derde statie voerde naar het kerkhof. Eind 18de eeuw werd het verboden doden in of bij een kerk te begraven. De doden moesten buiten de omwalling begaven worden. Heppeneert had geen omwalling en kon de begraafplaats bij de kerk behouden. Deze was alleen bestemd voor mensen uit Heppeneert en Kruisheren en Ursulinen uit Maaseik. De Kruisheren en de Ursulinen werden overigens op een apart gedeelte van het kerkhof begraven.

In 2019 is er bij het kerkhof een strooiweide aangelegd waarop de as van gecremeerden, ook van buiten Heppeneert, uitgestrooid kan worden.

Een groep deelnemers op het kerkhof

De gids stond stil bij graven van twee personen. Het eerste was dat van pater Sangers, een groot voorvechter en propagandist van de grensoverschrijdende Limburgse cultuur en historie.

Grafkruis Willem Sangers, kruisheer

Het tweede graf was dat van Gerty Vanhoef, een parochiane van Heppeneert, die op 28 augustus 2018 in haar huis vermoord werd. Deze moord is tot op heden niet opgelost.

Grafsteen Gerty Vanhoef

Mariapark met kaartridder

De vierde statie was het Mariapark, gewijd aan de zeven smarten van Maria. Daar werd de legende van de kaartridder fantastisch verteld door een man, die met lof afgestudeerd leek te zijn van een gerenommeerde toneelschool. De legende luidt als volgt:

“Ridder Riddart bezat een groot kasteel, Borckhof. Hij was getrouwd met een mooie vrouw. Zijn vrouw stierf jong. De ridder was ontroostbaar. Hij verloor het geloof in God, die hem zijn vrouw op zo jonge leeftijd had ontnomen. Hij raakte verslaafd aan gokken, kaartspelen en liederlijke braspartijen. Hij verloor daarmee al zijn geld. De duivel kwam hem te hulp. Deze beloofde hem alles te geven wat hij nodig had in ruil voor zijn ziel.  Tijdens een groot feestmaal vertelde de ridder zijn vrienden dat de duivel op zijn ziel wachtte bij een bruggetje. Riddardt vertrok te paard naar het bruggetje. Ongemerkt voor de ridder reed de heilige Gertrudis achter hem mee. Toen de duivel haar opmerkte, verdween hij. Riddardt keerde terug naar zijn kasteel en leidde vanaf die gebeurtenis een sober en deugdzaam leven zonder kaarten, gokken en braspartijen. Het bruggetje heet sindsdien het Duvelsbrökske.

Standbeeld van de kaartridder

Gasthof

De vijfde statie was bij het Gasthof van Onze Lieve Vrouw van Rust. Na het vertrek van de Fransen nam de Mariadevotie toe, vooral in de tweede helft van de 19de eeuw. In 1854 werd door paus Pius IX het dogma van Maria onbevlekte ontvangenis afgekondigd. Dat wil zeggen dat Maria vrij is van de erfzonde.  In 1858 vond in Lourdes de verschijning plaats van Maria aan Bernadette Soubirous.

Vanaf 1883 wist pastoor Froyen van de kerk van Heppeneert, waar het beeldje van Onze Lieve Vrouw van Rust stond, een centrum van Mariaverering te maken. In 1886 bleef een kind van twee jaar van de familie Severijns-Jennen op wonderbaarlijke wijze ongedeerd onder een omgehakte boom. Dat werd aan Onze Lieve Vrouw van Rust toegeschreven want het kind had een medaille met haar beeltenis om. De pastoor buitte de gebeurtenis uit door daarover artikelen te schrijven voor een groot aantal kranten. Dat leidde tot een forse toename van pelgrims naar Heppeneert. Voor de huisvesting daarvan werd in 1895 het Gasthof van O.L. Vrouw van Rust gebouwd.

Gasthof van O.L. Vrouw van Rust

Na afloop van de rondleiding werden de twee horeca-etablissementen die het kleine Heppeneert rijk is, druk bezocht voor een gezellige nazit.