Foto’s en tekst: Wil Filot
Op de 21ste juli hadden zich zo`n 270 liefhebbers van regionale cultuurhistorie begeven naar Lozen voor de tweede “Gluren bij de buren” van de editie 2026 van de cultuurhistorische zomer.
Deze dag was voor de Belgische deelnemers wel heel bijzonder. Niet alleen was het de nationale feestdag in België, maar Remco Evenepoel had ook de tijdrit in de Tour de France gewonnen. “Gluren bij de buren “ in Lozen voelde voor hen als de spreekwoordelijke kers op de taart.
De deelnemers werden in de Sint Benedictuskerk ontvangen. Het aantal zitplaatsen in de kerk was niet toereikend voor het grote aantal bezoekers. Alle stoelen en banken, ook in de zijbeuken, waren bezet. Een aantal deelnemers moest zich tevredenstellen met een staanplaats achter in de kerk. Passend in deze omgeving werd ook kort het orgel bespeeld. Dit grote aantal deelnemers is een bewijs dat het beproefde concept na 20 jaar nog steeds actueel is en veel belangstellenden uit de wijde omgeving trekt.
Peter Korten heette namens de Aldenborgh, de kring Weert van het koninklijk L.G.O.G en GHK Thorn de bezoekers welkom. Hij memoreerde dat Lozen 13 jaar geleden ook al “Gluren bij buren” had georganiseerd.
Hij dankte de kerkfabriek van Lozen en de gemeente Bocholt voor hun medewerking.
Hij deed een dappere, maar niet helemaal geslaagde poging om de achternaam van de pastoor uit te spreken. Voor de nieuwgierige lezer: de voornaam en achternaam van deze uit Rwanda afkomstige priester is: Gaspard Bijyiyobyenda.
Peter bracht ook dank aan de organisatie en de begeleiding. De organisatie was in handen van de Heemkundekring Bocholt. De begeleiding van de groepen gebeurde door leden van de Landelijke Gilden.
Hij kondigde een collecte aan voor een vrijwillige bijdrage ter dekking van de kosten en het onderhoud van de kerk.
Wat betreft de nationale feestdag deelde hij mee dat op deze dag gevierd wordt dat op 21 juli 1831 de inhuldiging van Leopold I, de eerste koning der Belgen, plaatsvond. Ter gelegenheid van die feestdag had in Brussel een militaire parade plaatsgevonden, met in het zwerk straaljagers van de Belgische luchtmacht. Deze stonden 10 minuten later weer aan de grond in Kleine-Brogel. Een kwestie van heimwee of een bewuste daad van de piloten om tijdig in Lozen voor “Gluren bij de buren” te kunnen zijn?
Marc Voets, schepen van Bocholt, vertelde over de geschiedenis van Lozen. Lozen heeft altijd deel uitgemaakt van Bocholt. Het was een gehucht met in 1846 een dertigtal huizen. Voor de aanleg van de Zuid-Willemsvaart, het kanaal, was het een moerassige streek. Een van de activiteiten van de bevolking was het delven van leem. Door de aanleg van het kanaal kwam er meer nering. Het gehucht ontwikkelde zich snel tot een dorp met winkels en herbergen. Die ontwikkeling werd sterk bevorderd door de zogenaamde stop van Lozen. Door de kleine sluizen in het kanaal was de wachttijd van schepen erg lang. De schippersfamilies deden dan inkopen in Lozen en de schippers verpoosden zich in een van de herbergen.
Het kanaal zorgde ook voor een verbetering van de landbouwstructuur. Lozen ligt op een relatief hoog punt. Het kanaal wordt gevoed door Maaswater. Daarmee konden grote gebieden bevloeid worden voor hooilanden. De eerste snee was voor de militairen, de tweede snee voor de boeren als veevoer voor de winter. Het belang van het kanaal is in de loop der tijd sterk afgenomen.
De Sint Benedictuskerk van Lozen
De ontwikkeling van Lozen is tot stand gekomen rond sluis 17 van het kanaal. Tot 1890 moest de bevolking van Lozen naar de kerk in Bocholt. In 1887 werd besloten in Lozen een kerk te bouwen. De grond daarvoor werd geschonken door een rijke dame. De architect, Johan Kayser, liet zich bij het ontwerp inspireren door de Noord-Duitse baksteengothiek. De kerk werd gebouwd door aannemer Urlings uit Maasbracht. Zij werd ingewijd in 1890
In 1931 werd in verband met de toegenomen bevolking de kerk uitgebreid met een nieuw koor en zijbeuken. Ook werd er een toren aan toegevoegd. Merkwaardigerwijs is er vanuit de kerk geen toegang tot de toren maar alleen van buiten. De bouwstijl van de nieuwbouw wijkt af van het oorspronkelijke deel.
In de zijbeuken bevinden zich altaren met gepolychromeerde beelden van Sint Benediktus en Maria Het altaar is voorzien van een tabernakel en een Christusbeeld .in messing.
De Leemskuil
Buiten de kerk werd verhaald over het ontstaan van de naam Leemskuil van het gemeenschapshuis. In vroegere tijden werd er in de omgeving van Lozen leem gedolven. Die werd gebruikt voor vloeren in boerenschuren. Leem is een beetje veerkrachtig. Daardoor werden bij het dorsen met een vlegel de korrels van het graan niet stukgeslagen.
In het midden van de 19de eeuw kwam er een verplichting tot ontginning van de woeste gronden. Daarvoor moest het moerassige gebied ontwaterd worden. Dat zou een probleem opleveren voor de Uffelse molen. Om dat te omzeilen werd een lossing aangelegd naar Maaseik. Een andere belangrijke ontwikkeling was de verharding van de weg naar Hamond met kasseien: de huidige Hamonder steenweg.
Later kwam er werkgelegenheid in iets verder gelegen industrieën zoals de mijnen en de zinkfabriek in Budel. Het vervoer naar de mijnen geschiedde met bussen: de zogenaamde klakkenbussen; een verwijzing naar de klak (pet) die de mijnwerkers droegen.
Het oude jaagpad
Op het oude jaagpad van het kanaal, thans geasfalteerd en in gebruik als fietspad, werd meer verteld over de totstandkoming van de Zuid-Willemsvaart. Eeuwenlang is er gedroomd over een verbinding over water tussen de Rijn, de Maas en de Schelde.
De Spanjaarden begonnen in 1626 met de onvoltooide aanleg van de Fossa Eugenia.
In de Oostenrijkse tijd werd het idee geopend een kanaal aan te leggen tussen Tongeren en `Den Bosch. De reden was dat de Maas tussen Maastricht en Den Bosch nauwelijks bevaarbaar was. Napoleon wilde een vaarweg tussen Antwerpen en de Rijn aanleggen. Dat werk werd aangevangen maar niet voltooid.
Koning Willem I van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, bijgenaamd de kanalenkoning, wilde een verbinding over het water tot stand brengen tussen Maastricht en den Bosch ten behoeve van de industrie in Luik en de Hollandse havens. Omdat Lozen het hoogste punt in dat traject vormde, werd er een voedingskanaal tussen Maastricht en Lozen gegraven. Van dat kanaal is nu nog een klein stuk te zien.
Het besluit tot het graven van de Zuid-Willemsvaart werd in 1819 genomen, in 182nuen de werken en in 1826 werd het kanaal al geopend. De korte graaftijd werd mede mogelijk gemaakt dankzij oude studies. Het kanaal is 122 kilometer lang, waarvan 47 kilometer in België. In 1840 werd het kanaal al verbreed.
In het zicht van de stop van Lozen
Bij de zwaaikom met zicht op sluis 17 werden weetjes en anekdotes, die een verband hebben met het kanaal verteld
Als het ten tijde van Napoleon geplande kanaal tot stand was gekomen, was het de bedoeling dat bij lozen één 25 beter hoog standbeeld van Napoleon geplaatst zou worden.
Aan het graven van het kanaal tussen 1822 en 1826 hebben 7000 mannen, maar ook vrouwen gewerkt. Dat samenwerken leidde wel eens tot meer dan graven: namelijk zwangerschappen. De pastoor hield in een memoriaal het aantal onwettige kinderen bij.
De opening van het kanaal op 24 augustus 1826, de verjaardag van koning Willem I, werd luisterrijk gevierd met veel bier: ongeveer 1,5 liter per persoon. De kosten daarvan waren voor rekening van de gemeente.
In april 1914, voor de Eerste Wereldoorlog, voer de Nederlandse torpedoboot Christiaan Cornelis via België door de Zuid -Willemsvaart naar Maastricht. De boot bleef in Maastricht. Op 13 mei 1940 werd hij door de eigen bemanning tot zinken gebracht om te voorkomen dat hij in Duitse handen zou vallen.
In de Tweede Wereldoorlog werden Nederlandse kunstschatten waaronder de Nachtwacht van Rembrandt via het kanaal naar Maastricht gebracht om veilig in grotten te worden ondergebracht. In 1948 werden de kunstschatten weer in omgekeerde richting via het kanaal naar Nederland teruggebracht. Een van de bezoeksters merkte op dat zij gezien had dat op de boot ook de gouden koets had gestaan. Uw verslaglegger heeft dat gecontroleerd maar het lijkt een wijd verbreid “broodje aap ”verhaal te zijn.
Prisendoor
De aanleg van het kanaal had ook impact op de natuurlijke omgeving. Lozen was een typisch Kempisch dorp omgeven door heide, akkerland en grasland in de beekdalen. Tot de Franse tijd waren er gemene gronden. Deze werden door de boeren gebruikt voor het houden van schapen en het steken van plaggen. De plaggen werden in de potstal gebruikt. De potstal werd pas leeggemaakt als het vee het plafond bereikte. Het mengsel van de mest van de dieren en de plaggen werd als meststof voor het akkerland gebruikt
Door de aanleg van het kanaal ontstond de mogelijkheid om de heide te ontginnen door irrigatie via zogenaamde wateringen. Er werden vloeiweiden aangelegd voor hooi. De eerste snee van het gras was bestemd voor de kazerne van Leopoldsburg de tweede snee pas voor de boeren. Het doel was 200.000 hectare te ontginnen. Dat was irreëel. Daarvoor was er veel te weinig water in de Maas. Er is slechts 3000 hectare ontgonnen. De naam Prisendoor is een lokale verbastering van het Franse woord prise d`eau, waterinname.
De ontginning van het moerassige land
In 1847 werden gemeenten wettelijk verplicht tot ontginning van woeste gronden over te gaan. Omdat de gemeente Bocholt daarvoor geen geld had, verkocht ze 2700 hectare grond aan de maatschappij Banque Générale pour Favoriser l`Agriculture et les Travaux Publics, een onderneming met Engels kapitaal. De ontwatering wilde de maatschappij laten verlopen via Nederlands grondgebied. Omdat de Nederlanders weigerden de stuw van de Uffelse molen open te zetten, moest naar een andere oplossing gezocht worden. Dat werd een lossing naar de Maas bij Maaseik. In 1880 waren er grote overstromingen langs die lossing. Dat leidde tot het faillissement van de maatschappij. De gronden werden toen gekocht door baron Charles Moreau de Bellaing, de burgemeester van Rotem. Deze deed er niet veel mee. Begin 20ste eeuw werd in samenwerking tussen de Belgische boerenbond en de Nederlandse Heidemaatschappij de ontwatering goed aangepakt. Tussen 1925 in 1938 werden alle gronden verkocht aan plaatselijke boeren. Er kwam een verkaveling tot stand en er werden wegen aangelegd.
Kamerverhuur
Dit verhaal werd verteld voor een groot, wit, leegstaand pand met de naam Café Royal. Nieuwsgierig geworden door het opschrift “Café Kamerverhuur” op een raam, vroeg een bezoeker wat dat betekende. De gids vertelde dat er vroeger een slagerij in gevestigd was. Later werd het een café. Het was het stamcafé van de inmiddels ter ziele gegaan zijnde voetbalclub van Lozen. In Lozen was er niet alleen een rood licht bij de sluis maar ook in dit pand hadden rode lichten gebrand. De betekenis daarvan liet hij over aan de fantasie van de bezoekers.
Daarmee eindigde de interessante en goed georganiseerde rondleiding door Lozen. Veel bezoekers gingen daarna naar het gemeenschapshuis de Leemskuil voor de nazit.
Komende activiteiten
De volgende edities van “Gluren bij de buren” 2026 zijn:
- op dinsdag 11 augustus Geldrop, een dorp dat naar de woorden van Peter sinds 1913 per spoor is verbonden met – in de woorden vanPeter- de metropool Weert;
- op 25 augustus Heppeneert, waar zich het graf van de bekende historicus pater Willem Sangers bevindt.
Op vrijdag 21 augustus vindt er in het Parochiehuis van Bocholt een symposium plaats over de militaire aanwezigheid in verleden en heden in de grensstreek.
Op maandag 31 augustus is er een excursie naar Neuss, een partnerstad van Weert.
Op zaterdag 12 september is er de jaarlijkse najaarsexcursie naar Lier bij Antwerpen.