Joannes Mathias Luijs – een niet zo gewone inwoner van Weert

Door Wil Filott 

Dit verhaal gaat niet over een belangrijk of bekend persoon, maar over een “gewone” inwoner van Weert in het midden van de 19de eeuw, Joannes Mathias Luijs. Eerst beschrijf ik de afkomst van Joannes Mathias Luijs, vervolgens zijn militaire dienst, daarna hoe hij zich in 1861 in een moeilijk parket manoeuvreerde en ten slotte hoe zijn verdere leven is verlopen. 

 

Joannes Mathias Luijs

Joannes Mathias Luijs is op 2 juni 1836 in Weert, Koninkrijk België, in de woning van zijn moeder aan de Hoogensteenweg geboren.i Die moeder was de 35-jarige, ongehuwde Aldegondis Luijs, van beroep dagloonster.ii Een ongehuwde moeder was in die tijd een schande, niet alleen maar zeker ook in katholieke gemeenschappen. Het ongehuwde moederschap werd beschouwd als een gevolg van onzedelijk gedrag.  De norm dat geslachtsgemeenschap alleen toegestaan was binnen het huwelijk, was overtreden. De ongehuwde moeder moest de gevolgen daarvan maar zelf dragen. Ze kwam in een sociaal isolement terecht, de familie werd erop aangekeken, vaak was armoede het gevolg. 

 De geboorteaangifte en het tonen van de boreling aan de ambtenaar van de burgerlijke stand werd gedaan door Antonetta Verhees, vroedvrouw in Weert.iii. Daarbij waren aanwezig Joannes Wullems, schoenmaker, en Theodorus van Mol, ook schoenmaker, beide uit Weert.iv 

  • Moeder Aldegondis Luijs is op 21 oktober 1841 te Weert op 41-jarige leeftijd getrouwd met de 18-jarige Jacob Willems, geboren 9 november 1822 te Weert en overleden op 20 maart 1904 te Weert. Jacob Willems was dagloner van beroep.

 

Joannes Mathias Luijs kreeg dus als vijfjarig jongetje een stiefvader van 18 jaar.  

 

  • Aldegondis Luijs is op 30 juli 1878 overleden te Weert. Haar echtgenoot Jacob Willems is zo`n 10 weken na haar overlijden op 7 oktober 1878 te Weert in tweede huwelijk getrouwd met Petronella Voermans.

 

Grootvader Jacobus Luijs
Aldegondis Luijs is een dochter van Jacobus Luijs, geboren op 26 januari 1777 te Weert en overleden op 13 februari 1829 te Weert, en Joanna Vinkers, geboren op 23 december 1776 te Weert en overleden op 4 februari 1841 te Weert. Het echtpaar Luijs – Vinkers woonde op de Hogensteenweg te Weert. 

Oranje omkaderd, de ligging van de woningen van de familie Luijs aan de Hoogensteenweg in 1844. Het huisje van Aldegondis Luijs van 25 vierkante meter is met een punaise aangegeven. Bron: https://aezel.eu/en/ontdekken/geografie/minuutplans-grondgebruik.

De vader van Aldegondis Luijs, en dus de grootvader van Joannes Mathias Luijs, Jacobus Luijs had in Weert geen goede reputatie.

In 1817 was hij wegens inbraak en diefstal in de woning van zijn zwager Jean François Vinkers, landbouwer, aan de Beekpoort te Weert, veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid en openbare tentoonstelling aan de schandpaal.

Al eerder, in 1800, was hij door het Cour Criminelle van het Département de la Meuse wegens diefstal tot een gevangenisstraf veroordeeld. Daarna was hij ook nog eens in `s Hertogenbosch veroordeeld, maar erin geslaagd te ontsnappen.

In Weert was hij de schrik van de inwoners van die gemeente. Hoewel hij verdacht werd van verschillende diefstallen, durfden zijn medeburgers hem niet bij de autoriteiten aan te geven zoveel angst boezemde hij hen in.v 

 

 

 

De militaire dienst van Joannes Mathia Luijs 

oannes Mathias Luijs is in militaire dienst geweest bij de Nationale Militie. Hij was soldaat in de 4de compagnie van het 2de bataljon 1ste regiment infanterie. Die diensttijd is niet geheel rimpelloos verlopen. Op 25 mei 1856 werd hij namelijk opgesloten in het Huis van Verzekering te Middelburg, verdacht van diefstal. In het register van die instelling is een aantal persoonsgegevens van hem opgenomen zoals:  

  • Godsdienstige gezindheid: Roomsch Katholijk
  • Ouderdom: 19 jaren
  • Echtelijke staat: nee
  • Lengte:1 el, 6 palmen, 6 duimen (166 centimeter).

Als zijn beroep is winkelier vermeld. 

Afbeelding van het in 1878 afgebroken Provoosthuis van Middelburg vii.

 

 

Op dezelfde dag, 25 mei 1856, werd Luijs overgebracht naar het Provoosthuis te Middelburg, een gevangenis.vi  

 

Als aanklacht tegen Joannes Mathias Luijs is in het register van het Provoosthuis genoteerd: “Diefstal in de Chambree ten nadeele van eenen kameraad”.viii De Krijgsraad in Zeeland veroordeelde Joannes Mathias Luijs op 30 mei 1856 tot vervallenverklaring uit de militaire stand en twee en een half jaar kruiwagenstraf.ix Op 17 mei 1857 werd hij op bevel van de auditeurmilitair naar het Huis van Militaire Detentie in Leiden overgebracht. 

Uitsnede uit het register van het Provoosthuis van Middelburg met vermelding van Johannes Matheus Luijs.x

 

Huwelijk Joannes Mathias Luijs 

Joannes Mathias Luijs is op 25 september 1860 te Nuth getrouwd met Maria Louisa Clootz, geboren op 7 december 1832 te Nuth. De ouders van de bruid waren toen al overleden. Als beroep van de bruidegom is in de huwelijksakte schoenmaker vermeld. Maria Louisa Clootz heeft de huwelijksakte niet ondertekend. Zij verklaarde niet te kunnen “teekenen noch schrijven”. 

Maria Louisa Clootz had op 26 juni 1856 te Nuth het leven geschonken aan een dochter. Omdat zij niet gehuwd was, werd het kind, aan wie de naam Maria werd gegeven, ingeschreven bij de Burgerlijke Stand als onwettig. Maria Clootz heeft slechts kort geleefd. Zij is na 6 weken op 11 augustus 1856 te Nuth overleden. 

Begin huwelijksakte Luis- Clootz. Bron: burgerlijks stand. gemeente Nuth-Vaesrade.

 

Het echtpaar Luijs– Clootz woonde in Weert in de Molenstraat. Daar is op 16 juli 1861 hun dochter Maria Aldegonda Luijs geboren.xi 

 

Hoe werkte Joannes Mathias Luijs zich verder in de nesten?xii 

Zoals reeds vermeld, was Joannes Mathias Luijs schoenmaker van beroep. Een schoenmaker heeft voor zijn beroepsuitoefening leer nodig. Op 7 augustus 1861, drie weken na de geboorte van zijn dochter Maria, ging Luijs naar het huis van de leerlooier Arie van den Berg te Heeze. Hij kocht van hem een partij leer ter waarde van 800 gulden. Hij beloofde dat leer binnen een paar dagen af te komen halen. Hij zei dat hij in de toekomst nog meer bestellingen bij Van den Berg wilde plaatsen. Daarvoor verzocht hij Van den Berg zijn adres op een papier te schrijven met zijn naam en voornaam.  

Luijs kwam het leer niet afhalen. In plaats daarvan eiste hij van Van den Berg betaling van een bedrag van 800 gulden. Als bewijs dat Van den Berg dat bedrag aan hem schuldig was, legde hij een gezegeld papier over waarop geschreven stond: 

 

Hees, den 21 november 1860. Den ondergeteekenden A. van den Berg bekent schuldig te zijn aan J. M. Luijs de som van achthonderd gulden te betalen den 15 Augustus 1861”,  

gevolgd door de handtekening van Van den Berg. 

 

Van den Berg betaalde het geëiste bedrag niet. Luijs wendde zich tot de rechtbank te Eindhoven met het verzoek op grond van onvermogen kosteloos te mogen procederen tegen Van den Berg. In die procedure werd door de vertegenwoordiger van Luijs bij de rechtbank het hiervoor vermelde papier overgelegd. Dat bleek voor Luijs fataal te zijn. In de schuldbekentenis stond als datum van ondertekening 21 november 1860, maar het gezegelde papier was van het jaar 1861.xiii Toen dat ontdekt werd, werden onmiddellijk twee marechaussees naar Weert gestuurd die Luijs arresteerden. 

Luijs werd op 21 september 1861 opgesloten in de gevangenis te Eindhoven. Op 1 november 1861 werd hij op bevel van de officier van justitie te Eindhoven overgedragen aan de procureur-generaal van het Provinciaal Gerechtshof van Noord-Brabant te `s Hertogenbosch waar hij terecht moest staan.xiv

 

Inschrijving Joannes Mathias Luis in het gevangenisregister te Eindhoven.

 

Wat was er op 7 augustus 1861 ten huize van Van den Berg gebeurd? Toen Luijs aan Van de Berg had gevraagd zijn naam op een papier te zetten had hij hem een gevouwen gezegeld papier gegeven, waarop de zegel voor Van den Berg niet zichtbaar was. Later had hij boven de handtekening van Van den Berg de hiervoor vermelde schuldbekentenis geschreven. 

 

Inschrijving Joannes Mathias Luis in het gevangenisregister te `s Hertogenbosch.xv

Joannes Mathias Luijs moest zich voor valsheid in geschrifte verantwoorden voor het provinciaal gerechtshof te `s Hertogenbosch. 

 

Luijs voor het provinciaal gerechtshof te `s Hertogenbosch 

Op 5 december 1861 diende de zaak tegen Luijs bij het gerechtshof te `s Hertogenbosch. Hij werd beschuldigd van valsheid in een onderhands geschrift door daarin een schuldbekentenis op te nemen en het willens en wetens gebruik maken daarvan. Juridisch was de zaak eenvoudig. Luijs erkende Van den Berg geld te hebben willen aftroggelen.

 

Artikelen 147 en 148 uit het Wetboek van Strafregt over valse akten.

 

Het gerechtshof veroordeelde Luijs op 16 januari 1862 wegens valsheid in geschrifte en het bewust gebruik maken daarvan tot een tuchthuisstraf van vijf jaren.  

Luijs was duidelijk niet gecharmeerd van het verdict. Hij uitte in de rechtszaal ernstige bedreigingen en maakte zodanig stampij dat hij met de sterke arm de rechtszaal uitgezet moest worden. Hij werd in een gevangenisrijtuig naar de gevangenis afgevoerd. Bij het uitstappen duwde hij de dienstdoende marechaussee opzij en zette het op een lopen. Hij rende door de Vughterstraat, de Postelstraat naar de Stoofstraat. Op geroep van zijn achtervolgers versperde een soldaat hem daar de weg. Luijs gaf zich niet gewonnen. Hij ging een huis binnen, liep naar boven en klom op het dak. Met veel moeite werd hij daar overmeesterd en naar de gevangenis afgevoerd. 

Luijs heeft nog cassatie aangetekend bij de Hoge Raad. Deze heeft het arrest van het provinciaal gerechtshof van Noord-Brabant op 27 maart 1862 weliswaar vernietigd maar dat kon Luis niet baten. De Hoge Raad veroordeelde hem met een andere onderbouwing tot 5 jaren tuchthuisstraf en 2 geldboetes van 50 gulden. 

 

Hoe ging het verder met de veroordeelde Joannes Mathias Luijs? 

Johannes Mathias Luijs was, zoals we gezien hebben, veroordeeld tot vijf jaar tuchthuisstraf. Hij moest deze straf ondergaan in het Rijks Tuchthuis te Leeuwarden. De leefomstandigheden in deze overbevolkte gevangenis waren zwaar.  

 

Afbeelding Rijks Tuchthuis Leeuwarden. Bron: HCL Leeuwarden.

Johannes Mathias Luijs is mogelijk het slachtoffer geworden van de slechte leefomstandigheden in de gevangenis. Hij is op 28-jarige leeftijd op 11 oktober 1865 in de Strafgevangenis te Leeuwarden overleden.xvi  

In de “aangifte van een lijk” bij de gemeente Leeuwarden staat dat hij schoenmaker was, geboren te Weert, en woonachtig te Weert. Als zijn vrouw is Maria Louisa Cloots vermeld. Verder is opgenomen dat hij zoon is van ” onbekend” en van Aldegonda Luijs.  Verder was niets van hem bekend. 

Aangifte overlijden Johannes Matthijs Luijs bij de gemeente Leeuwarden.

Epiloog

Joannes Mathias Luijs heeft waarschijnlijk een – wat tegenwoordig heet – moeilijke jeugd gehad. Kind van een ongehuwde moeder, geen vaderfiguur, een criminele grootvader, na zijn 5de jaar een stiefvader, armoede. Ingrediënten voor criminaliteit. De door Luijs gepleegde, in dit verhaal beschreven strafrechtelijke daden zijn niet van zware aard geweest, maar hebben wel geleid tot jarenlange gevangenisstraffen. Uiteindelijk is dat hem fataal geworden. Hij stierf in de gevangenis, 28 jaar jong. 

 

Bronnen

i.    Weert hoorde van 1830 – 1839 tot het Koninkrijk België.
ii.   Een dagloner heeft geen vaste dienstbetrekking. Hij is afhankelijk van tijdelijk werk. Hij wordt per dag betaald. Een onzeker en vaak slecht betaald bestaan.

iii.   In de Franse tijd gold in Nederland de Code Civil (Code Napoleon). In Hoofdstuk II, artikel 55 was het volgende bepaald: “Les déclarations  de naissance seront faite , dans les trois jours de l`accouchement, à l`officier de l`état civil du lieu: l`enfant lui sera présenté.” Vertaling: “De geboorteaangiftes zullen gedaan worden, binnen drie dagen na de bevalling, bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats: het kind zal aan hem getoond worden”In Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd die verplichting nog geruime tijd gehandhaafd. 

iv.   Geboorteakte Burgerlijke stand Weert.
v.    Voor meer informatie: “Van je familie moet je het hebben: een inbraak in Weert in 1817”, Wil Filott, op deze site.
vi.   Het Provoosthuis was een militaire gevangenis. Het is vernoemd naar de provoost, de toezichthouder op gevangenen.
vii.  Beeldbank Zeeland record nr. 550.
viii. Chambree is een slaapzaal in een kazerne.
ix.   Kruiwagenstraf is een in 1879 afgeschafte militaire straf: gedwongen zware dwangarbeid om met een kruiwagen grondwerk te verrichten, zoals (vaak zinloos) zand, stenen en dergelijke te vervoeren.
x.   Zeeuws archief.
xi.   Ik heb verder geen gegevens over Maria Aldegonda Luijs gevonden. Ik meen daaruit te mogen afleiden dat zij jong overleden is.


xii.  De gegevens over deze misstap van Joannes Mathias Luijs zijn afkomstig uit krantenverslagen, o.a. Provinciale Noordbrabantsche en `s Hertogenbossche courant, 22 november 1861 en Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant, 20 januari 1862.


xiii. Het zegelrecht was een indirecte belasting op schriftelijke akten, contracten en administratieve documenten. Het document moest worden opgesteld op gezegeld papier of worden voorzien van een zegel. Zonder dat zegel was het document niet rechtsgeldig. Behalve losse zegels kon men gezegeld papier met daarop in reliëfdruk een zegel kopen met daarop een jaartal. 


xiv. Inschrijvingsregister gedetineerden, archiefnummer 54, Gevangenissen in Eindhoven, inventarisnummer 51, Gemeente: Eindhoven, Periode: 1860-1862.
xv.  Inschrijvingsregister gedetineerde mannen, archiefnummer 52, Gevangenissen in ‘s-Hertogenbosch, inventarisnummer 280Gemeente: s-HertogenboschPeriode: 1857-1862.
xvi. Bron: www.blokhuispoort.nl/online-museum/huis-van -opsluiting/overledenen.

 

 

Verslag lezing Bourgondiërs in Limburg – Remco Beckers

Verslag door Wil Filott

Voorzitter Peter Korten mocht op de vooravond van het feest van Sint Martinus, patroonheilige van Weert, namen het KLGOG en de Aldenborgh zo`n 100 bezoekers verwelkomen bij Antje van de Statie voor een lezing door Remco Beckers, conservator cultuurhistorie bij het Limburgs museum te Venlo. Het onderwerp van de lezing was de Bourgondiërs In Limburg. In het Limburgs museum is momenteel een prachtige toonstelling over dat thema, opgezet door Remco Beckers.

 

Een volle zaal luistert geboeid naar Remco Beckers.

 

Remco Beckers vertelde dat hij twee jaar bezig was geweest met het organiseren van die tentoonstelling. De Bourgondiërs zijn de laatste jaren meer in de belangstelling komen te staan onder meer door een boek van Bart van Loon. In dat boek wordt nauwelijks aandacht besteed aan de rol van de Bourgondiërs in Limburg of – beter gezegd – het Maasland. Hoofdpersonen in het Maaslandse verhaal zijn Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute en Maria de Rijke.

 

De Bourgondische dynastie in Limburg

Het begin van de Bourgondiërs ligt bij Filips de Stoute, zoon van de koning van Frankrijk, uit het huis Valois. Deze had het leven van de koning gered en kreeg van hem Bourgondië als beloning.

Filips de Stoute kocht eind 14e eeuw stukje bij beetje Limburg en het land van Overmaas.
Jan zonder Vrees sloeg in 1408 een opstand van Luikenaren neer in de slag bij Othée.
Filips de Goede erfde Brabant en Limburg. Hij presenteerde zich als heer aan het volk. Hij herstelde het gebruik van de blijde intrede. Zijn vrouw Isabella van Portugal had daarbij een stimulerende rol.

Ze stond achter het behoud van de autonomie van de steden. Nederlands werd de eerste taal. De hofhouding werd verplaatst naar Brussel. Filips de Goede riep de orde van het gulden vlies in het leven. Het symbool van die orde is een gulden ram. Dat symbool ontleende Filips aan het verhaal van Jason en de Argonauten, die op zoek gingen naar een gouden vacht van een ram. Maar het was ook een knipoog naar de wolindustrie In Vlaanderen.

Tussen 1396 en 1406 krijgen Limburg en de Landen van Overmaas een eigen “regering” met als vergaderplaats Gulpen.

Remco Beckers.

Na de dood van Filips de Goede in 1467 werd hij opgevolgd door Karel de Stoute. In die tijd teisterde de Bende van de Groene Tent, gefinancierd door de Franse koning Lodewijk XI, het land van Luik en Loon. De zogenaamde Luikse oorlogen waren een strijd tegen het gezag van Karel de Stoute. Karel de Stoute won die strijd. Koning Lodewijk XI werd door Karel gevangengenomen en opgesloten in een burgerhuis in Luik. Karel liet uit wraak gedurende zeven weken Luik plunderen. Twintig procent van de bevolking werd gedood.

Karel de Stoute mengde zich in de twisten in Gelre tussen vader en zoon Adolf en Arnold van Gelre over de heerschappij van Gelre. Adolf werd gevangengenomen, maar bevrijd door Karel de Stoute. Adolf onterfde zijn zoon en benoemde Karel tot hertog van Gelre. Het resultaat daarvan was dat Karel Gelre verwierf. Na zijn dood ging Gelre weer verloren voor de Bourgondiërs. Karel nam tijdens zijn reizen zijn enorme hoeveelheid kunstschatten mee. Hij sneuvelde in de strijd tegen de Zwitsers in 1477. Veel kunstschatten werden buitgemaakt door de Zwitsers.  Zij bevinden zich heden ten dage nog in Zwitserse musea.

Na het overlijden van Karel de Stoute kwam Maria van Bourgondië onvoorbereid aan de macht. Lodewijk XI viel Bourgondië binnen. Maria had hulp nodig: kwam die uit het Duitse rijk, financieel zou die uit de Nederlanden moeten komen, maar dat was een moeizame zaak. Frankrijk veroverde Bourgondië. Maria kon zich in de Nederlanden handhaven dankzij steun van de Duitse keizer, met wiens zoon Maximiliaan van Oostenrijk zij trouwde. Na haar dood in 1482 berustte de macht feitelijk bij de Habsburgers. Deze bleven Maria echter ‘gebruiken’ als legitimatie van hun macht.

 

Lezing Remco Beckers.

Kunstschatten uit de Bourgondische tijd

Na de pauze vertoonde Remco beelden van kunstschatten die dateren uit of herinneren aan de Bourgondische periode in het Maasland en die te bewonder zijn tijdens de tentoonstelling in Venlo. Enige afbeeldingen zijn in dit verslag opgenomen met daaronder de plaats waar ze zich normaal bevinden.

Bonnefanten Maastricht.

 

 

 

Het gerechtigheidspaneel is in de 15de eeuw geschilderd en hing oorspronkelijk in het Dinghuis en later in het stadhuis van Maastricht.

 

 

 

 

 

 

Trésor de Liège.

Musée de Louvre.

 

Op de reliekhouder van Karel de Stoute staat een knielende Karel de Stoute met achter zich de staande Sint-Joris. In de koker die Karel in zijn handen houdt zou zich een vingerkootje van de heilige Lambertus, patroonheilige van Luik bevinden. Het is de eerste keer dat dit kleinood in Nederland te bewonderen is.

 

Portret van Margaretha van York, derde echtgenote van Karel de Stoute, met in de band rond haar hals de rode roos van Lancaster en de witte roos van York.

 

Foto van een deel van de tentoonstelling met o.m. banier met lijfspreuk van Karel de Stoute (Berliner Historischer Museum) en schilderij ‘Beleg van Neus” (hof van Busleyden, Mechelen). Foto: Levin den Boer voor het Limburgs Museum.

 

Jacob I graaf van Horne heeft na het overlijden van zijn echtgenote Johanna van Meurs een memorietafel laten vervaardigen. Deze is echter in de Tweede Wereldoorlog in Berlijn verloren gegaan. Enige jaren geleden is een oude foto van de memorietafel met moderne technieken ingekleurd met een fantastisch resultaat. Op de memorietafel zijn de kastelen van de Van Hornes in Horn en Weert afgebeeld.

Het Maasland kende niet veel schilders. Maar wel beeldsnijders zoals de Meester van Elsloo en Jan van Steffenwert. In het Maasland kunnen we regionaal verschillende kunststijlen ontwaren. In het Gelrese: miniatuurkunst (o.a. gebroeders van Lymborch), in het Brabantse: verfijnde schilderkunst, in het Luikse: metaalkunst, muurschilderingen.

 

Lezing Bourgondiërs in Limburg.

 

Peter Korten bedankte Remco Beckers voor zijn interessante en boeiende lezing. Hij verwachtte dat veel bezoekers aan de avond na de lezing de tentoonstelling in Venlo zullen gaan bezoeken. Hij deelde mee dat op 25 november 2025 de volgende lichting Weerterlogen afstudeert. Er zullen dan zo`n 800 gecertificeerde Weerterlogen zijn. Verder adviseert hij de komende tijd de site van de Aldenborgh nog meer te bezoeken dan normaal in verband met belangrijke, nog niet openbare informatie.

Een avond vol franciscaanse geschiedenis in Weert

Foto’s Jac Duijf

Een vol Franciscushuis genoot op vrijdag 3 oktober 2025 van een bijzondere avond over bijna zes eeuwen franciscaanse geschiedenis in Weert. Dit in het kader van 800 jaar Zonnelied van Sint Franciscus.

 

Franciscaanse geschiedenis in Weert.

Peter Korten, voorzitter van geschied- en oudheidkundig genootschap De Aldenborgh, nam met de nodige humor en ernst het publiek mee langs hoogtepunten uit de franciscaanse traditie: van het ontstaan van het klooster in 1461 en het leven van de broeders in de stad tot hun inzet voor de armen, zielzorg en missie.

 

Optreden van het koor Creatura in Franciscus Huis in Weert.

 

Ook kwamen de Derde Orde, de Zangertjes van Sint Frans, de missionarissen, het verhaal van Hasselts Heilig paterke Valentinus Paquay en de relatie van de keizerin van Oostenrijk met Leuken aan bod. Twee bijdragen van cineast Peter Crins versterkte het verhaal. Het Gemengd Koor Creatura, onder leiding van Ton van de Weem en met pianiste Marina Lazar, zorgde voor een prachtige muzikale omlijsting met werken van onder meer Vivaldi, Rutter en Sibelius. Uiteraard ontbrak het Zonnelied en Laudate Si niet die avond. Museum W presenteerde lichtbeelden religieuze kunst uit het voormalige Hieronymusklooster, terwijl het fotomozaïek van Jan Tullemans de avond visueel versterkte.

 

Broeder Gerard Heesterbeek ofm.

Broeder Gerard Heesterbeek ofm opende en sloot de bijeenkomst in aanwezigheid van de Roermondse bisschop Van den Hout met warme woorden van welkom en dank.

Zo werd het een inspirerende avond waarin geschiedenis, geloof, kunst en muziek op harmonieuze wijze samenkwamen.

Project ‘Kijkdoos’

De doorgang tussen de fietsenstalling en stationshal in Weert is al een tijd niet meer in gebruik.

De stationsmanager heeft de Aldenborgh benaderd om een invulling te geven aan deze ruimte middels tijdelijke exposities over de Weerter geschiedenis. Aan de hand van verschillende thema’s en in samenwerking met heemkunde organisaties zullen we de reizigers verrassen op de rijke historie van Weert.

Project ‘Kijkdoos’ in stationshal in Weert.

De Fotogroep Weert heeft de eerste tijdelijke tentoonstelling samen met ons ingericht. De in het kader van het 75-jarig bestaan van de Fotogroep Weert.

Op dinsdag 4 november om 15.30 uur zullen we samen met stationsmanager Boelhouwers, Fotogroep Weert, weldoeners en vrijwilligers van dit bijzonder project de ruimte officieel in gebruik nemen. U bent hierbij van harte welkom!

Presentatie – 75 jaar postzegelvereniging Filatelica – 2 november 2025

De postzegelvereniging Filatelica Weert e.o., die in 2025 al 75 jaar bestaat en rond de 100 leden telt, viert komend weekend het jubileum. Peter Raetsen en Sjef Muijs, leden van Filatelica, presenteren op zondagochtend 2 november 2025 een wandeling door het oude Weert aan de hand van oude ansichtkaarten.

 

Voorkant van oude ansichtkaart met foto van het station in Weert.

Achterkant van de oude ansichtkaart van station in Weert.

 

Aansluitend is de tentoonstelling met dertig verschillende postzegelverzamelingen van leden te bezichtigen. Tussen 13.30-16.30 kunnen bezoekers hun eigen postverzameling laten taxeren.

 

Praktische informatie

Wat: Presentatie – 75 jaar postzegelvereniging Filatelica
Datum: zondag 2 november 2025
Tijd: 11.00 uur
Locatie: Beej Bertje, Rietstraat 28 6003 PM Weert-Laar
Kosten: gratis

Lezing – Bourgondiërs in Limburg – 10 november 2025

Wij zijn bijzonder verheugd dat conservator Remco Beckers een lezing over Bourgondiërs in Limburg voor ons wil verzorgen op maandagavond 10 november 2025. 

In zijn lezing bespreekt Beckers de tentoonstelling Bourgondiërs in Limburg, die tot 1 februari 2026 te zien is in het Limburgs Museum te Venlo. Beckers onderzocht de lange vijftiende eeuw in het Limburgse Maasland. Van 1430 tot 1482 regeerden ook hier Bourgondische hertogen, maar hun invloed diende zich al eerder aan en zou nog veel langer beklijven. Maar hoe sterk? Vooral dankzij het bewind van Karel de Stoute en de daaropvolgende Wederopbouw hebben de verenigde landen langs de Maas een eigen identiteit proberen te ontwikkelen. Is hen dat gelukt? Wat is daar vandaag nog van te merken? 

 

Tentoonstelling Bourgondiërs in Limburg in het Limburgs Museum.

Tot 1 februari 2026 is in het Limburgs Museum te Venlo de tentoonstelling Bourgondiërs in Limburg te zien.

 

Remco Beckers
Remco Beckers
(1991) is conservator cultuurhistorie bij het Limburgs Museum. Na zijn opleidingen Cultuurwetenschappen (BA) en Cultures of Art, Science and Technology (MSc) aan Universiteit Maastricht, heeft Beckers een decennium in het Maastrichtse culturele veld gewerkt, waarvan zeven jaar als curator bij Bureau Europa, platform voor architectuur en design. Hier heeft hij een tiental tentoonstellingen gemaakt, waarvan een handvol over materiaal- en bouwgeschiedenis in de 18e (stucco), 19e (zink) en 20e (glas) eeuwen en de relatie tussen muziek en architectuur. Voor het Limburgs Museum heeft Beckers de expositie Hete Vuren gemaakt, in samenwerking met het Rijksmuseum, en nu Bourgondiërs in Limburg in samenwerking met vele internationale partners. 

 

Praktische informatie

Wat: Lezing Bourgondiërs in Limburg
Datum: maandag 10 november 2025
Tijd: 19.30 uur
Locatie: Brasserie-hotel Antje van de Statie, Stationsplein 1, 6001 CH Weert
Kosten: 5 euro (inclusief koffie/thee) – gelieve gepast contant te betalen

Presentatie eindrapport Archeologisch onderzoek Nijenborgh

Op donderdagmiddag 25 september was de officiële eindpresentatie van het archeologisch onderzoek over de voorhof van kasteel Nijenborgh in Gotcha! Cinema in Weert. Jarenlang werkten archeologen samen met tientallen enthousiaste vrijwilligers aan het blootleggen en beschrijven van de rijke geschiedenis van dit unieke stukje Weert.

 

Presentatie eindrapport archeologisch onderzoek Nijenborgh.

Tijdens de bijeenkomst presenteerden de gemeente Weert en het geschied- en oudheidkundig genootschap De Aldenborgh het eindrapport, waarin alle bevindingen zijn samengebracht. Het eindrapport kunt u hier vinden.

Een bijzonder hoogtepunt was de première van een aflevering van Expeditie Limburg, die geheel gewijd is aan de opgravingen en de verhalen van de bekendste bewoners van de Nijenborgh. Aan deze aflevering werkten ook mensen van De Aldenborgh aan mee, zoals John van Cauteren en Alfons Bruekers. De beelden in de twee afleveringen maakten het verleden tastbaar en boden het publiek een levendige inkijk in het onderzoek. Klik hier om de afleveringen te bekijken.

Na afloop van het officiële programma werd er informeel nagepraat tijdens een gezellige borrel. Hier deelden de betrokkenen hun herinneringen aan de vele opgravingen, bijzondere vondsten en de saamhorigheid die het project kenmerkte.

Een bijzonder woord van dank gaat uit naar de kartrekker van dit project, Aldenborgh-bestuurslid Bouke Kouters.

Cursus Weerterlogie najaarseditie 2025 gaat van start

In een serie van acht dinsdagavonden verzorgen enthousiaste experts een gevarieerde introductie in cultuur en geschiedenis van Weert. Inmiddels telt Weert al ruim 750 Weerterlogen. De cursus kan zich nog steeds verheugen in belangstelling van jong (de jongste is 15) tot oud (de oudste is 93). Elke reeks eindigt met de feestelijke installatie van de nieuwe Weerterlogen door uitreiking van een fraai getuigschrift. Dan weet je wat van je stad!

 

Voor wie?

De avondcursus Weerterlogie staat open voor iedereen met belangstelling en een warm hart voor Weert. Er is geen vooropleiding vereist. De opgedane kennis biedt ook een solide basis voor cultuurhistorisch actieve leden van diverse verenigingen.

Met de opgedane kennis kan iedereen na afloop de naaste omgeving verrassen met een inhoudelijke rondleiding door Weert en zo nog meer genieten van stad en regio.

Cursusdata en onderwerpen

7 oktober, dr. Henk Hiddink: prehistorie en oudheid
14 oktober, drs. John van Cauteren: middeleeuwen, Tachtigjarige Oorlog
21 oktober, dr. Jos Wassink: zeventiende en achttiende eeuw
28 oktober, Peter Korten: negentiende eeuw
4 november, drs. Theo Schers: wereldoorlogen en interbellum
11 november, drs. John van Cauteren: Weerter kunst
18 november, dr. Joost Welten: Franse tijd
25 november, drs. Frits Nies: opbouw en afbraak na WO II

Praktische informatie

De cursus vindt plaats op bovenstaande dinsdagavonden van 19.00 tot 21.00 uur in het Cwartier aan de Beekstraat 54 in Weert. Deelname kost € 121,- per persoon. Klik hier om het aanmeldingsformulier in te vullen. Na aanmelden, maak je het genoemde bedrag over op bankrekening NL31RABO0176968334 t.n.v. stichting De Aldenborgh Weert onder vermelding van ‘cursus’ en je naam. Daarnaast stuur je een mail naar info@dealdenborgh.nl.

Kon een inwoner van Tungelroy in 1898 straffeloos ruiten ingooien in het Belgische Bocholt? – Wil Filott

Dit verhaal gaat over een man uit Tungelroy die in 1898 ruiten ingooide bij een woning in de gemeente Bocholt. Behalve het verhaal heb ik ook genealogische gegevens van de betrokken personen en hun families opgenomen. 

 

Wat gebeurde er in de avond van 1 oktober 1898 te Bocholt? 

In de nacht van 1 op 2 oktober 1898 werden bij de woning van de familie Paggers in Bocholt, Belgisch Limburg, een aantal ruiten ingegooid.i Al snel viel de verdenking op Bartholomeus van Deuren, landbouwer, uit Tungelroy.ii Teruggekeerd in Tungelroy, dacht hij buiten bereik van de Belgische autoriteiten te zijn. Nederland leverde, uitzonderingen daargelaten, geen onderdanen uit aan België. Maar Van Deuren rekende buiten de wet en de waard.  

De Nederlandse strafwet bepaalde dat een Nederlander die zich in het buitenland schuldig had gemaakt aan een feit dat zowel in het buitenland als in Nederland als een misdrijf werd aangemerkt in Nederland strafbaar was.  

De waard was in dit geval de Officier van Justitie in Roermond. Deze daagde hem voor de rechtbank te Roermond voor “opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van een goed van een ander”. Hij eiste tegen de Bartholomeus van Deuren een gevangenisstraf van twee maanden. Ongetwijfeld zal er tussen de Belgische en Nederlandse autoriteiten contact over de zaak zijn geweest.  

De woning van de familie Paggers was Tielkenshof, gelegen in het gehucht Boven Kreijel, gemeente Bocholt, aan de grote weg van Bocholt naar Bree, de huidige Breeëerweg. Het restant van de hoeve heeft thans het adres Meierbroekstraat 1, Bocholt. Deze hoeve was een van de oudste bezittingen van het klooster van Onze-Lieve-Vrouw ter Riviere van Bree. Het klooster verwierf de hoeve in 1480, zestien jaar na de stichting van het klooster.  

Volgens de Atlas van Buurtwegen van 1845 was het een carréhoeve. Van deze hoeve rest alleen de dwarsschuur, ten westen van het erf. In de zijgevel aan de straatzijde bevinden zich mergelstenen gevelstenen, een met het opschrift: ANNO/1829, een met de initialen H P (Henri Paggers), en een derde gevelsteen, waarvan de tekst of cijfers niet meer leesbaar zijn. iii Het woongedeelte van de hoeve moet behoorlijk groot zijn geweest, gelet op het feit dat aan de straatzijde minstens zeven ramen waren. 

 

De carréhoeve Tielkenshof in het gehucht. Boven Kreyel, gemeente Bocholt. Bron: Atlas der Buurtwegen 1845.

 

De Tielkenshof is waarschijnlijk door huwelijk in het bezit gekomen van de familie Paggers. Op 21 januari 1761 trouwde Petrus Paggers (gedoopt 28 juni 1734 te Beek (België) – overleden 20 november 1782 te Bocholt) met Maria Catharina Tielkens (geboren circa 1735 – overleden 11 november 1803 te Bocholt). Een van hun kinderen was Henricus Paggers, wiens initialen op een mergelstenen gevelsteen van de Tielkenshof staan. 

 

De zaak voor de rechtbank te Roermond 

Om zich een beeld te kunnen vormen van het gebeurde in Bocholt hoorde de rechtbank te Roermond een aantal getuigen. Die moesten onder ede verklaren wat zij op de bewuste avond waargenomen hadden. Ook kon de verdachte Bartholomeus van Deuren zijn zegje doen. 

 

Getuigen à charge

Jan Jacob Paggers zei dat hij Bartholomeus van Deuren in de nacht van 1 op 2 oktober 1898 in Bocholt omstreeks 11.00 uur voor zijn woning bij een hoop brikstenen had zien staan. Hij had vanuit een kamer in de woning gezien dat die bewegingen naar de grond maakte alsof hij iets opraapte. 

Direct daarna hoorde hij dat ruiten van zijn woning ingegooid werden. Hij had zich gebukt om niet geraakt te worden. Hij had vervolgens geconstateerd dat 7 ruiten aan de voorzijde van de woning verbrijzeld waren. In de woning had hij stenen aangetroffen die van dezelfde soort waren als de stenen voor zijn huis. Voor de gebeurtenissen lagen er geen stenen in het huis en waren de ruiten heel. Hij woonde in het huis, dat eigendom was van hem en zijn neef Jacques Paggers en zijn nicht Christina Paggers. 

Verder verklaarde Jan Jacob Paggers dat Maria Catharina Goyens, de vrouw van verdachte, bij hem als dienstmeid in dienst was.

 

Overlijdensakte Jan Jacob Paggers.

Jan Jacob Paggers is gedoopt op 26 november 1839 te Bocholt en op 14 maart 1905 overleden te Bocholt. Hij is niet getrouwd geweest.

De mede-eigenaren van Tielkenshof waren Maria Christina Cecilia Paggers en Franciscus Laurentius Jacobus Paggers, dochter en zoon van de overleden broer van Jan Jacob Paggers, Henricus Paggers en diens echtgenote Maria Isabella Roovers. 

 

Maria Christina Cecilia Paggers is geboren op 25 januari 1866 te Bocholt en overleden op 7 april 1952 te Turnhout. Zij is op 4 april 1893 voor de kerk getrouwd met Joannes Baptist Augustus Martens, geboren 12 november 1866 te Geel en overleden op 1 augustus 1947 te Turnhout.iv

Franciscus Laurentius Jacobus (Jacques) Paggers is geboren op 22 mei 1867 te Bocholt en overleden op 25 mei 1965 te Bocholt. Hij is op 21 juni 1900 voor de kerk getrouwd met Maria Aldegondis van Knippenberg, geboren op 9 juni 1880 te Bocholt en overleden in 1920 te Bocholt.v 

Jacques Paggers, de hiervoor vermelde neef van Jan Jacob Paggers, verklaarde dat Bartholomeus van Deuren op 1 oktober 1898 rond 8 uur `s avonds in het huis van zijn oom was geweest. Daar had hij gesproken met zijn vrouw die bij zijn oom als meid diende. Nadat de verdachte was vertrokken, had hij de woning afgesloten. Later had hij buiten lawaai gehoord en om 11.00 uur had hij een schot gehoord. Hij lag toen in bed. Hij was opgestaan en zag in het licht van de maan dat de verdachte voor de woning telkens iets van de grond opraapte. Daarna hoorde hij het gerinkel van verbrijzelde ruiten. Later had hij gezien dat aan de voorkant van de woning 7 glasruiten ingegooid waren. De woning was van zijn oom, zijn nicht en van hem. In de woning lagen stenen die soortgelijk waren aan de steden voor het huis. Ook hij verklaarde dat er van tevoren geen stenen in het huis waren en de glasruiten ook niet verbrijzeld waren. 

Getuige J. Schols zei dat hij in de avond van 1 oktober 1898 omstreeks half negen met L. Driessen langs de woning van Jan Jacob Paggers was gelopen. Hij had toen gehoord dat neef Paggers riep dat er een man bij de woning was die hem wilde doodschieten. Hij had daarna gezien dat de verdachte van achter de woning vandaan kwam. De verdachte had toen tegen hem gezegd dat hij zijn vrouw die in de woning was, wilde spreken maar dat hij niet werd binnengelaten. Hij had ook gezegd: ”ik kom er later toch in”. 

In het verslag van de terechtzitting is niet vermeld wat de aanleiding was voor het ingooien van de ruiten. Waarschijnlijk problemen tussen de echtelieden Van Deuren en Goyens. 

 

Verklaringen van Bartholomeus van Deuren 

Bartholomeus van Deuren ontkende voor de rechtbank dat hij in de avond van 1 oktober 1898 en in de daaropvolgende nacht bij de woning van Paggers geweest was. Hij beweerde dat hij die avond en nacht in zijn huis in Tungelroy, gemeente Weert, had doorgebracht. Twee getuigen bevestigden dat. 

Bartholomeus van Deuren, of beter gezegd zijn advocaat mr. Tasset uit Roermond, bracht een in zijn ogen juridische spitsvondigheid naar voren. In de dagvaarding was niet vermeld was dat het ten laste gelegde feit in de Belgische wet strafbaar was gesteld.vi Voor toepasselijkheid van de Nederlandse wet zou dat volgens hem een voorwaarde zijn. Dat verzuim zou ten gevolge moeten hebben dat het ten laste gelegde feit in Nederland niet strafbaar was en dat de verdachte dientengevolge ontslagen zou moeten worden van rechtsvervolging. 

 

De overwegingen van de rechtbank 

De rechtbank overwoog dat uit aanwijzingen in de getuigenverklaringen rechtens bewezen werd geacht dat de verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd. Aan de bewering van Van Deuren en de twee getuigen dat hij die avond en nacht thuis in Tungelroy was geweest werd geen geloof gehecht.  

Wel moest nog worden vastgesteld of verdachte op het bewuste tijdstip Nederlander was. De verdachte had tijdens de terechtzitting al erkend Nederlander te zijn. Hij was geboren uit Nederlandse ouders te Stramproy; zijn vader was Jan Matthijs van Deuren en zijn moeder Elisabeth Gijsen. Dat bleek ook uit een uittreksel uit het geboorteregister van de gemeente Stramproy, dat tijdens de terechtzitting was voorgelezen.  De rechtbank achtte daarmee bewezen dat verdachte op het bewuste tijdstip Nederlander was.

 

Deel geboorteaangifte Bartholomeus van Deuren.

 

Bartholomeus van Deuren is geboren op 1 september 1847 te Stramproy. Zijn ouders zijn Jan Mathijs van Deuren, dagloner, geboren 9 november 1807 te Neeritter en overleden op 10 augustus 1884 te Stramproy, en Elisabeth Gijsen, geboren op 17 oktober 1804 te Stramproy en overleden op 29 juni 1881 te Stramproy.  

Bartholomeus van Deuren is op 29 mei 1878 te Weert getrouwd met Anna Maria Beeren, dochter van Hendricus Beeren en Catharina Linssen, geboren 9 april 1843 in Heijthuijsen. De bruidegom woonde toen in Stramproy; zijn beroep was landbouwer. Het echtpaar Van Deuren – Beeren heeft, voor zover mij bekend, drie kinderen gekregen, alle geboren in de gemeente Weert.  

Petrus Henricus van Deuren, geboren op 18 mei 1879 en 12 dagen oud overleden op 30 mei 1879 te weert.  

Anna Catharina van Deuren, geboren op 18 januari 1881 en overleden op2 0 augustus 1939 te Weert. In de geboorteakte is als beroep van haar vader landbouwer vermeld en als woonplaats Weert, Tungelroy. Zij is op 24 september 1904 te Weert getrouwd met Joseph Dionisius Hubertus Gerits, metselaar, geboren te Weert op 25 maart 1877 en overleden op 27 juni 1951 te Weert. 

Henricus Jacobus van Deuren, geboren op 14 maart 1884 en overleden op 17 juli 1945 te Weert. Als beroep van zijn vader is in de geboorteakte landbouwer en als woonplaats Weert, op Moesel, vermeld. Hij is op 24 september 1904 te Weert getrouwd met Anna Catharina Pleunis, geboren 5 juli 1886 te Hunsel en overleden op 26 november 1918 te Weert. Henricus Jacobus van Deuren is op 19 september 1919 in tweede huwelijk getrouwd met de weduwe Petronella Aspers, geboren op 4 maart 1871 te Weert en overleden op 3 september 1941 te Weert. 

Na het overlijden van zijn echtgenote, Anna Maria Beeren, te Weert op 15 april 1893 bleef Bartholomeus van Deuren achter met twee kleine kinderen. Hij is op 23 november 1895 te Weert in tweede huwelijk getrouwd met de 52-jarige Maria Catharina Goyens, geboren te Bree op 4 december 1842 en op 1 november 1908 overleden te Bree. In de huwelijksakte is als beroep van de bruidegom werkman vermeld en van de bruid dagloonster. Maria Catharina Goyens was weduwe van Jan Cornelius Engelen, geboren 28 februari 1842 te Bocholt en overleden op 10 november 1891 te Bocholt. 

Deel huwelijksakte Bartholomeus van Deuren en Maria Catharina Goyens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inschrijving familie van Deuren in het bevolkingsregister van Weert 1900 – 1910.

 

Volgens het bevolkingsregister 1900 -1910 van de gemeente Weert woonden het echtpaar Van Deuren Goyens, zoon Henricus Jacobus van Deuren en schoondochter Anna Catharina Pleunis, en drie kleinzonen van Bartholomeus van Deuren in Tungelroy in een woning met huisnummer 911. 

 

 

 

 

Overlijdensakte Bartholomeus van Deuren.

 

 

De hoofdpersoon in dit verhaal, Bartholomeus van Deuren, is overleden op 31 oktober 1907 te Weert. 

 

 

 

 

 

 

De uitspraak van de rechtbank 

De rechtbank oordeelde dat het bewezen feit door de Nederlands strafwet als misdrijf werd aangemerkt en dat daarop in artikel 456 van de Code Pénal Belge straf was gesteld. Op grond van artikel 5 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht was volgens de rechtbank het Nederlandse strafrecht van toepassing.vii Het beroep op het door de advocaat opgebrachte “verzuim” werd daarmee verworpen. 

De rechtbank verklaarde Bartholomeus van Deuren schuldig aan het ingooien van ruiten van een woning te Bocholt in de avond van 1 oktober 1898 en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 21 dagen. 

 

Bronvermelding

i.  Dit verhaal is deels gebaseerd op een verslag in Het Paleis van Justitie, 16 december1998.
ii. In de berichtgeving zijn van de verdachte alleen de initialen B. van D. vermeld. Na onderzoek bleek mij dat B. van D. Bartholomeus van Deuren moest zijn.
iii. https://inventaris.onroerenderfgoed.be 
iv. Op de begraafplaats aan de Kwakkelstraat te Turnhout bevindt zich het grafmonument van de familie Martens  Paggers. 
v. Op de begraafplaats aan de Plataandreef te Turnhout bevindt zich de grafsteen van de echtelieden Paggers  Van Knippenberg.
vi. Mr. Dr. Jacobus Henricus Tasset is geboren op 11 oktober 1867 te Vessem en op 3 oktober 1900 overleden te Roermond. Hij is begraven op de R.K. Begraafplaats te Vessem, waar zijn grafsteen nog te vinden is.
vii. In het huidige Nederlandse Wetboek van strafrecht staat in een vergelijkbaar artikel 7 lid 1: ”De Nederlandse strafwet is toepasselijk op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een feit dat door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land waar het begaan is, straf is gesteld”.