2-daagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze

Ter gelegenheid van het 85-jarig bestaan van De Aldenborgh organiseren we een tweedaagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze op zaterdag 25 mei en zondag 26 mei 2024. Hieronder lees u daar meer over en vindt u praktische informatie. Wij hopen dat velen van u in de gelegenheid zijn om deel te nemen aan deze jubileumexcursie.

 

In Flanders Fields

Het ‘In Flanders Fields Museum’ is in de Lakenhal van Ieper gevestigd.

Op zaterdag 25 mei vertrekken we om 07.30 uur richting Ieper. Na een kop koffie bezoeken we het interactieve “In Flanders Fields Museum” in de Lakenhal van Ieper. We maken een reis terug in de tijd naar de “Grote Oorlog” van 1914-1918.

Het “In Flanders Fields Museum” wil zijn bezoekers confronteren met het verleden, maar ook met het heden. Met het verhaal van één bepaalde oorlog op één bepaalde plaats, WO I in de Westhoek, maar ook met het universele thema van de oorlog, die helaas nog altijd op vele plaatsen woedt. Met officiële feiten, data en getallen, maar ook en vooral met persoonlijke getuigenissen van honderden gewone mensen. Het “In Flanders Fields museum” is een interactief herinnerings- en belevingsmuseum, met Wereld Oorlog I als uitgangspunt voor een universele vredesboodschap.

Ieper was een van de grote martelaarssteden van de Eerste Wereldoorlog. Enkele maanden na de Duitse inval in België op 4 augustus 1914 liep het front vast bij deze kleine, middeleeuwse stad. Van oktober 1914 tot oktober 1918 bevond het slagveld zich op luttele kilometers van het centrum van de stad. De loopgraven lagen van noord naar zuid in een boog rond Ieper. In die fameuze Ieperboog of Ypres Salient werden maar liefst vijf bloedige veldslagen uitgevochten.

Op 22 april 1915 begon de Tweede Slag bij Ieper met de eerste grote gasaanval ooit. Het chloorgas doodde duizenden geallieerde militairen, vooral Franse troepen met heel wat Noord-Afrikanen. Het was de eerste keer in de geschiedenis dat een massavernietigingswapen werd ingezet. Ook later in de oorlog bleek de Ypres Salient een experimenteel slagveld te zijn: hier werd in juli 1915 voor de eerste keer een vlammenwerper ingezet. In juli 1917 was het de beurt aan het verschrikkelijke mosterdgas, ook wel ypérite genoemd.

 

De Lakenhal van Ieper na het bombardement.

Van 31 juli tot 10 november 1917 woedde de Derde Slag bij Ieper, naar zijn eindfase wel eens als “Slag bij Passendale” aangeduid. Het was een slachting zonder weerga. Over de zin van dit Britse offensief wordt nog altijd gediscussieerd.

In de loopgraven en in het niemandsland rond de stad sneuvelden tussen 1914 en 1918 ongeveer een half miljoen mensen.  Onder hen niet alleen Duitsers, Fransen, Britten en Belgen maar ook Marokkanen, Algerijnen, Tunesiërs, Senegalezen, Canadezen, Australiërs, Nieuw-Zeelanders, Zuid-Afrikanen, Chinezen, Indiërs, Jamaicanen en soldaten van vele andere nationaliteiten.

 

De wederopbouw

Tijdens die vier jaar oorlog werd de stad in het hart van de Ieperboog letterlijk met de grond gelijkgemaakt. De laatst overgebleven inwoners werden reeds begin mei 1915 verplicht geëvacueerd. Vanaf dan woonde er niemand in de spookstad Ieper. Begin 1919 keerden de eerste bewoners naar hun vernietigde stad terug en begon schoorvoetend de wederopbouw.

De eerste jaren woonden de teruggekeerde en de nieuwe Ieperlingen in houten noodwoningen. Vanaf 1921 kwam de wederopbouw pas echt op gang. Nog in de jaren twintig werden meer dan honderdvijftig militaire begraafplaatsen in en om de stad aangelegd. Ook werden monumenten gebouwd waarvan de Menenpoort de belangrijkste is. Die monumenten en begraafplaatsen, maar ook de al dan niet getrouw heropgebouwde huizen en andere gebouwen herinneren ons tot op vandaag aan de zinloosheid van de oorlog en aan de meest tragische periode uit de geschiedenis van Ieper.

 

In de voetsporen van Jantje Kiggen

Jantje Kiggen uit Weert

Na het bezoek aan het museum kunt op eigen gelegenheid lunchen. Daarna treden we in de voetsporen van kindsoldaat Jantje Kiggen (1898-1979), een geboren Weertenaar die op zeer jeugdige leeftijd gedurende de hele oorlog in dienst van het Belgische leger aan het front in de Westhoek verbleef.

Rob Troubleyn

Aldenborgh-lid en specialist over de Eerste Wereldoorlog Rob Troubleyn zal ons als gids meenemen langs de plaatsen waar ook Jantje Kiggen vier jaar lang de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog meemaakte.

 

 

 

We bezoeken met Rob Troubleyn onder andere Essex Farm Cemetery (Steenstraat), Vladslo (Diksmuide), Dodengang (Diksmuide), een Belgische militaire begraafplaats (Keiem) en Westvleteren.

Loopgraaf in Diksmuide.

 

 

Diksmuide
De rouwende ouders van Käthe Kollwitz

 

 

 

 

 

 

 

 

Last Post

Omstreeks 17.30 uur zijn we weer terug in Ieper waar men op eigen gelegenheid het avondeten kan nuttigen. Daarna verzamelen we ons omstreeks 19.30 uur om naar de Menenpoort te gaan. De Menenpoort is in 1927 door de Britten gebouwd aan de oostzijde van Ieper, ter nagedachtenis aan de ongeveer 54.900 Britse soldaten die in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld zijn op de slagvelden rond Ieper en wier lichamen nooit werden teruggevonden of geïdentificeerd. Hun namen staan gebeiteld in de wanden van de Menenpoort. De stoffelijke overschotten van deze soldaten liggen ofwel ergens verborgen in de Ieperse velden, ofwel op een oorlogskerkhof rond Ieper, met als vermelding op de grafsteen Only Known Unto God (alleen gekend bij God).

De poort is ontworpen door Sir Reginald Blomfield en heeft de vorm van een Romeinse triomfboog. De poort is opgericht op de plaats waar vroeger de middeleeuwse stadspoort stond, Later stonden bij die stadspoort twee leeuwen aan weerszijden van de weg. Sinds 1929 wordt hier iedere avond, klokslag acht uur, de Last Post opdat we niet vergeten (Lest we forget …) gespeeld; in het begin door een groep klaroenblazers van de Stedelijke Brandweer, nu door een groep Klaroenblazers, leden van de Last Post Association.

 

Kortrijk

Historische centrum van de stad Kortrijk.

Na het bezoek aan de Menenpoort rijden we naar hotel The Market by Parkhotel, Graanmarkt 6 te Kortrijk. Na het inchecken kunt u op eigen gelegenheid het avondleven van Kortrijk verkennen.

Op zondag na het ontbijt staat een stadsgids klaar om ”Kortrijk te ontdekken”. Samen met de gids bezoeken we het historische centrum van de stad met bezienswaardigheden zoals het stadhuis, het belfort, de Broeltorens, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en het begijnhof.

 

 

Deinze

Na het bezoek aan Kortrijk rijden we naar Deinze. Deinze viert dit jaar dat het 500 jaar geleden op kasteel Ooidonk Filips van Montmorency, jawel onze graaf van Horne, is geboren.

Rond de middag gaan we naar Kasteel Ooidonk, waar we als eregast een optocht kunnen aanschouwen met Harmonie Gendt-historisch genootschap Keizer Karel en schutters.

Kasteel Ooidonk

We wonen de voorstelling nieuwe Erfgoedsprokkel “In de sporen van Filips Van Montmorency” bij en gaan luisteren naar Foodarcheoloog Jeroen Van Vaerenbergh.

In het kasteelpark is de evocatie: De Beul, Zijn Vrouw en De Zwijger met Steve De Schepper en Jits Van Belle onder regie van Domien Van Der Meire.

De groep Lattemiele uit Brugge zal met muziek de feestvreugde verhogen. Nancy Lemay brengt de “roddelende keukenmeid” met verhalen over de adel tot leven.

Met een deskundige gids bezoeken we later nog het museum van Deinze om vervolgens de terugreis naar Weert te aanvaarden waar we rond 19.30 uur terug hopen te arriveren.

 

‍Praktische Informatie

 

Wat: tweedaagse jubileumexcursie naar Ieper, Westhoek, Kortrijk en Deinze
Wanneer: zaterdag 25 mei & zondag 26 mei 2024
Tijd: 07.30 uur
Vertrekpunt: Kupers Touringcars – Kelvinstraat 1 0- 6003 DH Weert

(parkeren is daar mogelijk)

 

Kosten deelname

Leden en gezinsleden LGOG en Vrienden Aldenborgh:

(op basis van een t2-persoonskamer)

€ 185,00 per persoon
Niet-leden: € 210,00 per persoon
Toeslag 1-persoonskamer: € 42,50

 

Inbegrepen:

  • buskosten + fooi chauffeur
  • 1 overnachting met ontbijt in The Market by Parkhotel, Graanmarkt 6 te Kortrijk
  • entree en ontvangst met koffie “In Flanders Fields museum” te Ieper
  • gids in en om Ieper, Kortrijk en Deinze

 

Aanmelding

Door overmaking van het verschuldigde bedrag vóór donderdag 25 april 2024 op Rabobank-nummer NL31RABO176968334 ten name van stichting De Aldenborgh te Weert onder vermelding van Excursie Ieper. Bij afmelding (alleen bij het secretariaat), waarvoor geen vervanging gevonden wordt, kan helaas geen terugbetaling plaatsvinden.

Deze excursie is voorbereid door onze voorzitter Peter Korten. Voor meer informatie kunt u bij hem terecht (tel. 06-53284665). Wij hopen dat velen van u in de gelegenheid zijn om deel te nemen aan deze jubileumexcursie.

Verslag lezing ’70 jaar welzijnswerk in Weert’ door Paul Horsmans en Pierre Snijders op 8 april 2024 – Wil Filott

Nadat dr. Liesbeth Theunissen op 4 maart 2024 een lezing had gehouden over de prehistorisch grafvelden op Boshoverheide, lag het onderwerp van vanavond nog dichter bij huis en bij het heden, de geschiedenis van het welzijnswerk in Weert.

Voorzitter Peter Korten heette de bezoekers en in het bijzonder de sprekers van vanavond, de heren Paul Horsmans en Pierre Snijders, welkom. De sprekers kondigde hij aan als Petrus en Paulus. Paul Horsmans verzorgde de presentatie, bijgestaan door Pierre Snijders. Beide heren stelden zich kort voor.

Paul Horsmans
Pierre Snijders

 

Paul Horsmans

is na de sociale academie werkzaam geweest in het welzijnswerk in

Eindhoven en Utrecht en sinds 1999 bij Welzijnsopbouw Weert, de voorganger van Punt Welzijn. Thans is hij bestuurder van Unitus, een koepel van welzijnsorganisaties in Noord- en Midden-Limburg.

Pierre Snijders is na de sociale academie werkzaam geweest in jongerencentra in Brabant en vanaf 1971-2004 in Weert. Na zijn pensionering heeft hij het archief van het welzijnswerk in Weert geordend en beschreven.

 

 

 

Het welzijnswerk in Nederland in historisch perspectief

Paul Horsmans schetste de ontwikkeling van het welzijnswerk in Nederland aan de hand van het hierna opgenomen historisch overzicht.

Specifiek voor Weert vermeldde hij dat in Weert en Maastricht na de strenge winter van 1853-1854 de eerste Vincentiusverenigingen in Limburg werden opgericht, in Weert met de naam Weerter Martinusconferentie. Vincentiusverenigingen hielden zich bezig met de zorg voor armen, zowel in natura als met geestelijke (katholieke) hulp.

 

Hij wees ook op de rol van dr. Poels die zich inzette voor het katholiek sociaal werk ter voorkoming van invloed van het socialisme.

 

Welzijnswerk tijdens de wederopbouw na WO II

Toeslagzegels. Afbeelding toegevoegd door verslaglegger

Na de bevrijding werd het welzijnswerk weer opgestart met de oprichting van Nederlands Volksherstel. Dit is een organisatie die zich bezighield met stoffelijke en geestelijke hulp aan mensen die, mede ten gevolge van de oorlog, in nood verkeerden. Vermeldenswaard is dat de

kosten van Volksherstel deels gefinancierd werden met de verkoop van Amerikaanse sigaretten en toeslagen op speciale postzegels.

Cirkeldiagram levenswijze

 

In 1947 werden neutrale Provinciale Opbouworganen in het leven geroepen voor het bestrijden van ‘onmaatschappelijken en asocialen’. Voor het bepalen van mate van onmaatschappelijkheid werd een cirkeldiagram gebruikt, waarbij aan verschillende aspecten van levenswijze punten werden toegekend.

In Weert werd in 1949 bij het Interparochieel Sociaal-Caritief Centrum een betaalde kracht aangesteld. In 1950 opende in Weert een Caritaswinkel. In 1952 kwam er een nieuw ministerie voor maatschappelijk werk met dr. Marga Klompé als eerste vrouwelijke minister in Nederland.

 

Onderzoek in Centrum Weert en wijk Fatima

Flatgebouw in de Sint Jozefstraat in Keent

Begin jaren vijftig vond er in Weert door het Provinciaal Opbouworgaan Limburg een belangrijk onderzoek plaats naar de ‘onmaatschappelijkheid in Centrum en Fatima’. De uitkomst daarvan was dat een deel van de binnenstad (Hegstraat en Hoge Steenweg) als sloppenwijk werd aangeduid, dat de woningen (krotten) moesten worden afgebroken en dat de bewoners geherhuisvest dienden te worden in nieuwe woningen in Keent.

 

Stichting Bijzondere Zorg Weert

In 1956 werd een stichting Bijzondere Zorg Weert in het leven geroepen, die zich bezig ging houden met wijkgericht maatschappelijk werk, in het bijzonder de verhuizing van bewoners naar Keent en de begeleiding van gezinnen. Er werd een beroepskracht aangesteld die deel ging uitmaken van de selectiecommissie van “onmaatschappelijken”.  De gezinnen waren groot. Het gemiddelde aantal kinderen per gezin bedroeg zeven.

 

In 1962 kwam het tot de oprichting van de stichting Bijzondere Sociale Zorg St. Jozef Keent, die haar werkterrein uitbreidde tot onder meer opbouwactiviteiten, peuterwerk en immigranten. In 1967 kwam er een nieuw buurthuis in Keent, nadat er vanaf 1962 al een tijdelijk buurthuis in een woning was geweest.

 

Andere ontwikkelingen in vogelvlucht en steekwoorden

De jaren 60 en 70

Jaren 60: toename welvaart, mijnsluitingen, afzetten tegen kerk, ‘hippies’, verdere democratisering, opkomst buurthuizen.

1965: Stedelijke Jeugdraad met meer dan 50 aangesloten organisaties.

1965: Algemene Bijstandswet, waardoor de materiële armenzorg verschoof van particuliere instellingen naar de overheid.

1968: regionaal samenwerkingsverband voor maatschappelijk werk en gezinszorg.

Jaren 70: oliecrisis. Onder invloed van Den Uijl kreeg welzijn prioriteit boven welvaart.

1970: jongerencentrum Subway in Fatima.

1971: Stichting Samenlevingsopbouw Streekgewest Weert (7 gemeenten) met een bestuur van 21 (!) personen.

1975: Ouderenwerk (De Roos).

1981 Stichting Welzijn Ouderen regio Weert

1979 Buurtopbouwwerk Weert.

 

De jaren ’80

1980: oprichting REJOIN (Regionale jeugd- en jongeren instelling Weert).

1982: Sociaal Culturele Raad Weert.

Opkomst vrouwengroepen, peuterspeelzalen, vrouwen in de bijstand en VOS-cursussen (vrouwen oriënteren zich op de samenleving).

Nieuwe doelgroepen: ouderen en buitenlandse werknemers, gezinshereniging.

No-nonsens politiek van kabinet Lubbers met minister Elco Brinkman. Bezuinigingen op sociaal werk. Verschuiving van zwaartepunt van subsidies naar gemeenten.

 

De jaren ’90

Decentralisering: minister Ien Dales vond financiering van maatschappelijk werk geen taak van het Rijk, maar van gemeenten. Bewoners moesten zelf hun buurt aanpakken (voorbeeld: Opzoomeren in Rotterdam). In Weert wijk- en dorpsraden. Veel projecten op basis van een tijdelijke financiering hetgeen belemmerend was voor professionalisering.

 

De jaren 2000

Fietskar met medewerkers Punt Welzijn

De decentraliseringstendens werd doorgezet. Er kwam een professionaliseringsslag. In 2002 werd in Weert de fusie-organisatie Punt Welzijn opgericht, die sinds 2021 ook in de gemeente Nederweert werkzaam is.

Het werkveld beslaat een aantal thema`s zoals buurtwerk, vrijwilligersinzet, mantelzorg, jeugd-, jongeren- en ouderenwerk, begeleiding nieuwkomers en het bevorderen van een gezonde levensstijl.

 

 

De organisatie kent thans ca. 60 professionals, 60 stagiaires en 300 vrijwilligers. Punt Welzijn maakt sinds 2010 deel uit van Unitus, een koepelorganisatie van van welzijnsorganisaties in Midden- en Noord-Limburg

Terugkijkend meende Paul Horsmans te kunnen stellen dat in de afgelopen 70 jaar het sociaal werk in Weert zich steeds ontwikkeld heeft in overeenstemming met de maatschappelijke ontwikkelingen.  Vooruitblikkend is het van belang om duurzaam te blijven investeren in de inwoners en hun mogelijkheden.

 

Vooruitzichten

De zorg in zijn algemeenheid dreigt vast te lopen. Dat komt deels door de toename van het aantal ouderen en de afname van het aantal werkenden. Thans werkt één van de zeven werkenden in de zorg. In de toekomst zou dat één op de drie moeten zijn, een onmogelijke opgave. Als voorbeeld van toenemende zorgvraag werd vermeld dat er voor veel problemen, waarmee mensen bij de huisarts komen, geen medische oplossingen zijn.  Inwonersinitiatieven, ondersteund door sociaal werk, zouden in die opgave (deels) kunnen voorzien.

 

Vragen en discussie

Overzicht bezoekers

Na de pauze was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Er werd gevraagd naar de rol van de Maastrichtse sociaal-geograaf dr. Litjens bij het onderzoek naar de onmaatschappelijkheid in het Centrum en Fatima en de gevolgde werkwijze bij de selectie van gezinnen. Dat leidde tot een geanimeerde discussie tussen bezoekers die in het verleden nauw bij het welzijnswerk in Weert betrokken waren.

De vraag werd opgeworpen of de verhuizing van tientallen gezinnen wel ingegeven was door maatschappelijke misstanden in een deel van het centrum of door de politiek, die tot afbraak van de woningen en nieuwbouw wilde overgaan.

 

Ook werd door een bezoekster gewezen op het nagenoeg ontbreken van buurthuizen in Weert. Er kon een voorbeeld worden genomen aan België, waar in bijna ieder dorp of wijk een dergelijke voorziening aanwezig is. Als reden voor de sluiting van buurthuizen in Nederland werd naar voren gebracht dat deze een sluitende exploitatie moeten hebben.

Ook de toegenomen individualisering werd als oorzaak genoemd. Een bezoeker vroeg zich af of invoering van een sociale dienstplicht geen remedie zou kunnen zijn. Hij verwees in dat verband naar de maatschappelijk stage die enkele jaren geleden in zwang was. Er werd verder naar voren gebracht dat bibliotheken hun werkterrein hebben uitgebreid.

De voorzitter merkte op dat er mogelijk een relatie is tussen enerzijds de sociale problematiek en anderzijds de leegloop van de kerken, de vermindering van het aantal cafés en buurthuizen. Plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Tijdig : rede uitgesproken door Dr. H. Poels op den 5en Limburgschen Katholiekendag, Weert 1 juni 1903.

Wat betreft dr. Poels betreurde hij het dat in de recente Canon van Limburg geen venster meer is gewijd aan deze sociale voorman. Maar in Weert blijft zijn naam niet alleen voortleven in een naar hem genoemde straat maar ook in de Tijdigstraat. Deze straatnaam verwijst naar een door dr. Poels op 1 juni 1903 in Weert uitgesproken rede.

Peter Korten bedankte de heren voor hun interessante en onderhoudende lezing en overhandigde hen als dank een exemplaar van het boek ‘Weert, Parel van de heide’.